De tandeloze tijd: Vallende ouders door A.F.Th. van der Heijden

Zeker Weten Goed
Foto van Nienke
Boekcover De tandeloze tijd: Vallende ouders
Shadow
  • Boekverslag door Nienke
  • Zeker Weten Goed
  • 14 juli 2014
Zeker Weten Goed

Eerste uitgave
1983
Pagina's
471
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
4 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover De tandeloze tijd: Vallende ouders
Shadow
De tandeloze tijd: Vallende ouders door A.F.Th. van der Heijden
Shadow

Feitelijke gegevens

  • 1e druk, 1983
  • 471 pagina's
  • Uitgeverij: De Bezige Bij

Flaptekst

“A.F.Th. van der Heijden behoort tot de grote geniale krachtfiguren van de literatuur. Vallen-de ouders behoort tot de zeldzame boeken die onze wereld- en mensenkennis verdiepen, die meegaan op ons eigen levenspad. Alles wat wordt opgenomen in de hemelsbrede stroom van zijn vertellen, is zinnenstrelend.” Die Zeit

Eerste zin

Catastrofes treden zelden in hun eentje op.

Samenvatting

De lucht en de zucht:
In de nacht van 2 op 3 april 1976 besluit Augustus Schwantje ‘niet langer Oostindisch doof te zijn voor de geruchten ... [over] wat voor ‘schandelijk leven’ zijn zoon en [Albert] sinds an-derhalf jaar in zijn tweede huis leidden.’ (p. 12) Albert denkt aan het huis, de ligging, hoe ze er gewoond hadden, over Thjum, over hun vaste route naar café Trianon, onderaan de heuvel. Aan dit laatste ontleent hij de metafoor van het alsmaar bergafwaarts gaan in zijn leven (p. 20 - 21) die ook later verschillende malen terugkomt (o.a. p. 285) en die ik bij de thematiek en motieven nog bespreek.
Vervolgens denkt hij over de familie Schwantje en zijn herinneringen aan hen, over zijn dadeloosheid, over Thjums homoseksualiteit, en over de roof van de sandalen. Thjum had besloten wraak te nemen op de jezuïetenorde, waar hij intern gezeten had, door de heilige sandalen van Canisius te stelen uit het complex van de orde. Het lukt ze, maar de roof lijkt compleet onopgemerkt omdat er niets over in de publiciteit terecht komt, wat Thjum alleen maar bozer maakt.

Een verlamde minnaar (1):
Albert is incompetent geweest en zit hier uitgebreid over na te denken. Hij denkt terug aan het moment dat hij niet meer incompetent was en om dit te vieren naar Spanje afreisde. Op een jongerencamping verkracht hij bijna een vijftienjarig meisje in zijn haast te bewijzen dat hij er weer toe in staat is. Hij wordt op de trein naar huis gezet.
In de trein ontmoet hij Leentge, een Joegoslavische die in Frankrijk woont en Neder-landse wil worden. Om dit te doen vraagt ze Albert haar te trouwen, om hem te scheiden zodra ze officieel Nederlandse is. Hij zegt toe. Het is 1972.
Het is 1976. Albert geeft een feest in het huis dat hij met Thjum deelt. Hij denkt na over de verschillende vrouwen die aanwezig zijn, en de hoogte en dieptepunten van zijn incompetentie en liefdesleven in het algemeen die zij verbeelden. Leentge, die sinds ’72 verschillende keren is blijven logeren om hem aan zijn belofte te herinneren, duikt op en vertelt hem dat ze gestopt is met haar morfine gebruik en dat ze zwanger van hem was, maar een miskraam gehad heeft. Hij negeert haar de rest van de avond, die afloopt in het ‘betrapt’ worden door (de goed geïnformeerde) August Schwantje op het geven van een veel te luidruchtig feest. Hij zegt ze de huur op.

Droesem rond de ziel:
Na het feest en de tegenvallers van Leentges boodschap en de huuropzegging besluit Albert zich helemaal klem te gaan zuipen. Tijdens zijn vorderende dronkenschap kommen allerlei herinneringen van eerdere zuippartijen boven. Tegen het eind van de avond raakt Albert slaags met een groep taxichauffeurs die hen niet meer willen vervoeren. Freek, Alberts broer, wil aangifte doen van het onbeschaafde gedrag van de chauffeurs, maar Albert verpest het door met zijn dronken gelal het volledige Nijmeegse politiecorps te beledigen. Albert zet Leentge de volgende ochtend op de trein naar Parijs.

Beloken Pasen:
Albert zit na het feest zonder geld, vraagt een lening aan, krijgt het geld en duikt de kroeg in om het te vieren. Hij denkt terug aan z’n vele dronken uitspattingen in deze en andere kroegen. Thjum werpt het idee op naar Amsterdam te gaan, hij stemt in. Albert denkt terug aan hun uitstapje naar Amsterdam, vijf jaar eerder, en ze vieren hun verjaardagen (Albert is 30 april, Koninginnedag jarig, Thjum de dag erna). Een paar dagen na het feest komt Albert mvr. Gonnie Schwantje-Stultiëns tegen, de moeder van Milli (Alberts grote maar onbeantwoorde liefde) en duikt met haar in bed.

Ford Transit of De Dommel:
Albert regelt iemand die ‘vrachtjes’ vervoerd om hem te verhuizen. Hij weet echter helemaal niet waarheen, kan niet bij Flix terecht en eindigt bij zijn ouders in Geldrop. Tijdens de rit vertelt hij de chauffeur over zijn familie.

Vallende ouders:
Het is juni 1976 en Albert zit bij zijn ouders thuis en denkt terug aan allerlei gebeurtenissen uit zijn jeugd en over zijn familie. Op een gegeven moment komen vooral herinneringen boven waarin zijn ouders vallen.

Bevroren schoensmeer:
In juli ’76 zit hij nog steeds bij zijn ouders thuis en overdenkt de geschiedenis van zijn familie en de vele ingewikkelde (seksuele) gebeurtenissen die in de loop van de tijd plaatsgevonden hebben. Tijdens een uitstapje naar Flix blijkt dat Thjum en Flix met elkaar naar bed zijn ge-weest, tot verwarring van Albert. Tijdens hetzelfde bezoek wordt besloten dat Flix en Albert een kamer gaan delen in Amsterdam. Albert schrijft zich in op een wachtlijst.

Het antwoord aan koning Midas:
Het is ongeveer maart 1976 en Thjum en Albert zitten in hun huis aan de Berg en Dalseweg. Albert zit weer voornamelijk na te denken over gebeurtenissen in het verleden, zoals de eerste keer dat hij dronken werd en Flix na afloop opgepakt wordt voor drugssmokkel. Vervolgens zit hij zijn eigen geboorte te overpeinzen en de erfzonde van de familie: alcoholisme.

De nieuwe trap:
Albert denkt aan zijn jeugd en de familiegeheimen.

Personages

Albertus Hubertus Norbertus Egberts (Albert)

Albert is de hoofdpersoon en verteller in de romancyclus “De tandeloze tijd”. Kort samenge-vat is hij nogal een slap mannetje, voert hij zo goed als niets uit, zuipt hij zichzelf een ongeluk en geeft de wereld en zijn genen de schuld voor dit alles. Qua gezinssituatie komt Albert uit een arm middenklasse gezin met een alcoholische vader en een moeder die alles goed probeert te doen, en het daardoor juist fout doet.

Theo Schwantje (Thjum)

Thjum is een van de zoontjes van de rijke familie Schwantje. Hij heeft een groot deel van zijn schooltijd intern doorgebracht bij een Jezuïetenorde. Dit moest van zijn ouders, en Thjum heeft er dan ook vooral een hekel aan de orde van over gehouden. Mede uit wraak besluit hij de sandalen van de heilige Cansius te stelen en te vervangen door een stel goedkope sloffen, maar het lijkt of het de orde helemaal niet op valt dat de sandalen weg zijn, want maanden later is er nog geen melding van diefstal gemaakt. Thjum is een lieve jongen, maar een die ook niet zo veel uitvoert en veel drinkt, zij het beiden in iets positievere mate dan Albert. Verder is hij homoseksueel.

Felix Boezaardt (Flix)

Flix is een zwaar astmatische kunstenaar met een afkeer van alles wat ook maar enigszins op een lichamelijk gebrek of lichamelijke afwijking lijkt bij mensen. Hij komt uit een arm pro-bleemgezin, heeft gezeten voor drugssmokkel en is in zijn jeugd naar verschillende pleegge-zinnen gestuurd, waar hij naar eigen zeggen niet van is opgeknapt. Hij is de neef van Albert jr. Verder is ook hij, net als Thjum, homoseksueel.

Leentge

Joegoslavische, woont in Frankrijk. Ontmoet Albert in een trein naar Parijs nadat hij van de camping in Spanje is gegooid en vraagt hem haar te trouwen en daarna te scheiden, zodat ze de Nederlandse nationaliteit kan verkrijgen. Verslaafd aan morfine, wat ze zelf liefkozend ‘phine’ noemt. Lelijk (zie p. 63 - 64). Uiteindelijk besluiten ze naar meerdere halfjaarlijkse bezoekjes van het huwelijk af te zien. Dit gebeurt de dag nadat Leentge Albert heeft verteld dat ze zwanger van hem was maar een miskraam heeft gehad doordat ze ‘te plotseling met de morfine was gestopt, terwijl het ongeboren kind al verslaafd was’. Hij geloofd het niet hele-maal, maar is er toch van ondersteboven.

Milli Händel

Dochter van Gonnie Schwantje-Stultiëns en Egbert Egberts. Is Alberts grote liefde, maar zijn moeder steekt een stokje voor het ook maar beginnen van hun relatie omdat ze zeer sterke vermoedens heeft dat Milli vanwege haar (Hanny’s) escapades met Egbert Egberts een veel directer familielid van Albert is dat de rest van de familie denkt. Daarnaast heeft Albert ook nog geen serieuze pogingen gedaan om zijn liefde kenbaar te maken.

Egbert Egberts

Egbert is de broer van Albert Egberts sr. In de loop van het verhaal blijkt dat er twijfel bestaat over wie de vader van Albert jr. is en dat het mogelijk is dat Egbert Egberts de vader en niet de oom van Albert jr. is. Egbert heeft in de oorlog aan de verkeerde kant gevochten, is ge-wond geraakt in het oosten, trouwt met het jonge buurmeisje van zijn broer met wie hij ruim voor het huwelijk al een seksuele relatie heeft (het kind wordt dan ook opvallend vroeg gebo-ren), traint in zijn latere leven politiehonden en sterft op zijn vijftigste.

Hanny van der Serckt

Hanny is de moeder van Albert jr. en getrouwd met Albert sr. Ze is op jongere leeftijd ver-liefd geweest op Egbert Egberts, haar zwager, met wie ze een ‘geheime’ relatie gehad heeft. Cijfert zichzelf heel erg weg en verwacht na een slechte jeugd eigenlijk niets meer van de wereld. Dit doet ze echter zo duidelijk dat het anderen irriteert.

Quotes

"Alles heeft zijn bestemming. Sommige dingen zoeken het met veel inspanning hogerop, an-dere geven zich willoos over aan de elementen en aan de wetten van de zwaartekracht. Het verhuisbusje rolde naar de rotonde van het Keizer Karelplein zoals het dopje van een tupe tandpasta naar het diepste punt van de wasbak, waar het rond het roostertje van de afvoer blijf cirkelen." Bladzijde 221
"Als er zo iets als normale dronkenschap bestond, was ik niet normaal dronken meer. Ik had me over mijn roes heen geschreeuwd, zonder nuchter te worden, integendeel: ik leek te zijn afgedwaald naar een dieper gelegen ring van dronkenschap, waar ik nooit eerder een voet had gezet. Ik trof er geen enkele bekende, behalve Leentge, en ook haar onherkenbaar vervormd." Bladzijde 125
"Het werd Thjum en mij in toenemende mate duidelijk dat we het prachtige huis aan de Berg en Dalseweg uitsluitend met onze dadeloosheid vulden. We studeerden officieel nog wel, maar waren ermee opgehouden al te ingewikkelde vragen te stellen, zo Oostindisch doof hield de wereld zich. Er moest al zo’n groot deel van het leven worden besteed aan het piekeren over een zinvol gebruik ervan; je had er een volle dagtaak aan... Gelukkig was er de alcohol om ons af en toe het gevoel te geven dat er werveling in ons bestaan zat. Zondagen en zaterdagen werden steeds rekbaarder, vooruit en achteruit, tot ten slotte de weekends elkaar over de woensdag heen de hand reikten."

Thematiek

Goed en kwaad

In het Christelijke geloof is de erfzonde de zonde die ieder mens aankleeft door de zondeval van het eerste mensenpaar, Adam en Eva (de discussie over of het wel of niet in de Bijbel staat en hoe het precies geïnterpreteerd moet worden wil ik hier even links laten liggen). Het idee in deze leer is met betrekking op “Val-lende ouders” dat de fouten van een voorgaande generatie door kunnen gaan op de volgende. In het boek is dat de lijn van alcoholistische mannen die van opa (en daarvoor?) tot Albert jr. loopt, maar ook overspel en buitenechtelijke (korte) relaties die in en tussen de familie Eg-berts en andere families (bijv. Boezaardt) plaatshebben (zowel in als tussen generaties). Het thema erfzonde komt ook terug in de geschiedenis van Hanny van der Serckt. Zij was een ongelukje waardoor haar ouders gedwongen moesten trouwen. Haar hele leven heb-ben haar ouders dit ingewreven en op alle mogelijke manieren duidelijk gemaakt, om hun zonde over te dragen aan een ander en er zo zelf van verlost te zijn. Zoals op p. 227 gezegd wordt: “De schande die ze droegen hoefden ze alleen maar stukje bij beetje op het kind over te laden om er zelf op den duur van verlost te raken. Dat jong had niet mogen komen. En ze-ker niet in deze tijd van crisis. Het was alles de schuld van het jong.” Hanny draagt dit ver-volgens weer over aan Albert jr. door te overcompenseren in haar liefde voor haar kinderen aan de ene kant, en door een abortus te laten plegen als ze net na Albert jr. opnieuw zwanger is aan de andere kant. Door zijn geboorte voelt Hanny zich verplicht een tweede geboorte te voorkomen.

Motieven

Noodlot

‘Voorbestemd zijn’ komt als thema vooral terug in de motieven en de andere thema’s. Zo zit ‘voorbestemd zijn’ bijvoorbeeld besloten in het thema erfzonde. Verder zie je het the-ma in een opvallende metafoor terugkomen: de berg. Zo komen in het boek de volgende passsages voor: “Onze positie op de heuvel boven de stad moest iedere ochtend opnieuw veroverd worden. Als het huis in zicht kwam, kregen we heel sterk het gevoeld at we niet nog hoger konden. We voelden het vooral in onze benen... Veel van onze lichaamsdelen hebben hun eigen voor-zeggende functie. [...] Halverwege de weg naar Berg en Dal restte ons niet meer dan een ijdel klapwieken. Flats, flats, flats ... het klonk inderdaad weinig verheffend. Vergeefse moeite: we hadden onze top al bereikt. We woonden al boven onze stand - al dachten in het begin alleen onze buren er zo over. [...] Reeds aan het verrukkelijke woelen van de wind in onze haren hadden we richting Trianon kunnen merken dat afdalen ons beter lag dan opklimmen. Welbe-schouwd waren we steeds al op weg naar beneden. We klauterden keer op keer weer omhoog enkel en alleen om ons opnieuw in de diepte te storten.” (p. 20 - 21) “Alles heeft zijn bestemming. Sommige dingen zoeken het met veel inspanning hogerop, an-dere geven zich willoos over aan de elementen en aan de wetten van de zwaartekracht. Het verhuisbusje rolde naar de rotonde van het Keizer Karelplein zoals het dopje van een tube tandpasta naar het diepste punt van de wasbak, waar het rond het roostertje van de afvoer blijft cirkelen.” (p. 221) “Ik kon me mijn verzamelde herinneringen weer voorstellen als een berg, die naar beneden aangroeide: een die aan erosie onderhevig was. Als ik mijn ogen sloot, rees hij voor me op... Als oudste deel, als begin van de berg, was de top het meeste aan slijtage onderhevig. Mijn leven was die weg gegaan: van de top het dal in, steeds meer mos en rollende stenen vergarend, steeds meer in zich opnemend... Het geheugen was er om te proberen de weg terug te vinden.” (p. 285)

Angst voor de dood

In het boek probeert Albert, die bang is voor de dood, het leven te rekken om zo de dood uit te stellen. Omdat je de voortgang van het leven niet kunt versnellen of vertragen pro-beert hij het ‘in de breedte te rekken’, om zo te zorgen dat je de tijd ‘intensiever beleefd’. Hierbij bedoelt Albert dat hij probeert verschillende herinneringen tegelijk op te roepen, om zo meer te beleven in dezelfde hoeveelheid tijd.

Opdracht

“Voor Mirjam ‘Minchen’ Rotenstreich”.
(Mirjam is de echtgenote van Van der Heijden.)

Trivia

De serie ‘De tandeloze tijd’ waar ‘Vallende Ouders’ het eerste deel van is, is deels autobio-grafisch. Van der Heijden heeft soms eigen belevenissen in het verhaal van Albert Egberts verwerkt, al is niet helemaal duidelijk welke precies. Een voorbeeld is dat zowel de schrijver als de hoofdpersoon uit het plaatsje Geldrop afkomstig zijn, hebben beiden filosofie in Nij-megen gestudeerd en hebben beiden deze studie niet afgemaakt.

Titelverklaring

De titel is ontleend aan het hoofdstuk “Vallende ouders” in het boek. In dit hoofdstuk denkt Albert aan alle valpartijen van zijn ouders die hij zich kan herinneren aan de ene kant, en aan de andere kant aan hoe zijn ouders ‘van hem weg vallen’. Hierbij denkt hij vooral aan zijn vader, die door zijn overmatig alcoholgebruik steeds verder van zijn zoon verwijderd raakt, hoe erg zijn zoon hem ook probeert toenadering te zoeken door zelf aan de alcohol te gaan.

In het literair alfabet dat Vrij Nederland van Van der Heijde maakte wordt de titel als volgt uitgelegd (http://www.vn.nl/Artikel-Literatuur/A.F.Th.-van-der-Heijden-Alfabet.htm):
Twee maal vallen de ouders van Albert Egberts in deel 1 van De tandeloze tijd. Letterlijk: met de fiets in de sloot, waarbij ze worden 'behangen met slijmerige slierten groen'. En figuurlijk: van hun voetstuk. Van der Heijden tekent in Vallende ouders een vernietigend portret van een gezin dat wordt geterroriseerd door de drankzucht van de vader. Albert Egberts senior laat zich keer op keer vollopen in het dorpscafé en ramt er 's avonds op los. Albert probeert de agressiviteit te bezweren met poëzie. In Asbestemming, een requiem voor zijn vader, Petrus Wilhelmus van der Heijden die op 15 juni 1993 overleed, keren die gruwelijke en beschamende herinneringen terug – en verklaart Van der Heijden en passant de herkomst van zijn eigen drankzucht. Het requiem is een vorm die de schrijver ligt: in De sandwich richtte hij een monument op voor twee gestorven vrienden en in Weerborstels, een intermezzo in De tandeloze tijd dat tevens diende als boekenweekgeschenk van 1992, herdacht hij een neefje dat zich te pletter reed in een opgevoerde Volkswagen. Binnenkort verschijnt onder de titel Uitdorsten ook een requiem voor zijn moeder, Catharina Johanna Isabella van der Graft. Zij overleed op 22 januari 1999.

Structuur & perspectief

Het verhaal wordt verteld door Albert Egberts jr. en heeft dus een ik-perspectief. Het loopt niet chronologisch maar springt van herinnering naar herinnering. Hierdoor is het erg moeilijk om een soort van lijn in het verhaal te vinden. Met enige moeite is er de lijn te vinden die ik eerder bij de samenvatting ook heb aangegeven, namelijk een aantal gebeurtenissen die zich in 1976 afspelen en aan de hand waarvan Albert weer over andere dingen na gaat denken. Probleem is echter dat deze gebeurtenissen van ’76 ook weer herinneringen lijken te zijn, maar dat niet duidelijk is wanneer de tegenwoordige tijd van het verhaal nou is.

Een mogelijkheid zou kunnen zijn dat de tegenwoordige tijd van het verhaal 1980 is en dat de andere boeken uit “de Tandeloze Tijd” herinneringen zijn die gedeeltelijk ongeveer gelijktijdig plaatshebben, waarbij Albert dus in de breedte leeft. Mijn voorlopige onderbou-wing voor deze tijdsinschatting is dat de proloog op de serie, “de slag om de blauwbrug”, plaats heeft rond de krakersrellen van 1980, en dit boek het idee wekt de tegenwoordige tijd van Alberts leven te zijn. Een tweede onderbouwing is dat het idee van ‘leven in de breedte’ voor Albert zo belangrijk is, en het daarom niet onlogisch zou zijn als Van der Heijden dit concept op de serie zelf heeft toegepast.

Belangrijk om te beseffen is wel dat dit een idee is en ik de andere delen van de serie op moment van schrijven nog niet gelezen heb. Het kan dus heel goed dat ik er naast zit en een ander boek de tegenwoordige tijd van het verhaal is of dat alle boeken herinneringen zijn en de tegenwoordige tijd nooit helemaal duidelijk wordt.

Decor

Het verhaal speelt zich voornamelijk af in Nijmegen en Geldrop. Daarnaast worden er in de vele herinneringen nog uitstapjes gemaakt naar ’s-Hertogenbosch, Parijs, Spanje en Amsterdam.
Zoals bij het vorige puntje genoemd is niet helemaal duidelijk wat nou de tegenwoordige tijd van het verhaal is. Ik blijf bij de theorie die ik bij het vorige punt uiteen zette en stel dat dit deel van de serie zich ongeveer in 1976 afspeelt.

Stijl

De stijl van Van der Heijden is moeilijk te omschrijven. Hij schrijft zeer beschrijvend, zowel wat karakters als omgeving betreft en gebruikt beeldspraak en metaforen, zoals het feit dat Albert en Thjum halverwege de heuvel wonen en altijd met moeite naar boven komen, maar met het grootste gemak naar beneden afreizen. Doordat het hele verhaal vanuit het perspectief van Albert geschreven is, en zijn gedachten en emoties duidelijk onder woorden worden ge-bracht, wordt je een deel van het verhaal. Hier kom ik bij ‘de mening van scholieren.com’ nog op terug.

Slotzin

De buurtbewoners, altijd genegen ruim baan te maken voor elke legende, zeiden sindsdien, wanneer ze het over Gonnekes dochtertje hadden, nooit zonder zijwaartse knik van het hoofd: '... gehaald met de bliksem.'

Beoordeling

Ik heb een zeer dubbel gevoel bij dit boek, evenals bij de proloog van de serie “Slag om de Blauwbrug”. Aan de ene kant is het een goed geschreven boek, stilistisch kloppend, meeslepend, in zekere zin maatschappelijk relevant en interessant. Aan de andere kant stond de hoofdpersoon en zijn lamlendigheid en houding waarin hij alles en iedereen behalve zichzelf de schuld van zijn alcoholisme en totale nutteloosheid geeft mij heel erg tegen. Mede door het ik-perspectief en de beschrijvende stijl van Van der Heijden ga je toch in zekere zin ‘meeleven’ met Albert jr., ondanks dat zijn gedrag nogal frustrerend is. Mede hierdoor vind ik het een goed boek: ondanks het verschrikkelijke karakter van de hoofdpersoon weet Van der Heijden je toch met hem mee te laten leven, en dat is een complimentje waard.

Recensies

"Uit dit citaat blijkt ook een wisseling in perspectief: Vallende ouders is vanuit een ik-perspectief geschreven, evenals het eerste hoofdstuk van De gevarendriehoek, maar dan kiest de schrijver voor een personaal perspectief: Albert Egberts komt op een grotere afstand te staan." http://www.dbnl.org/tekst...1_0001.php
"Vallende ouders, net als de proloog uit \'83, voerde Egberts terug naar zijn studententijd in Nijmegen, midden jaren zeventig, en verder nog, naar Geldrop, tien jaar eerder, waar zijn moeder sloofde en zijn vader zoop, naar het begin van zijn gevoelens van bewegingloosheid, in de jaren vijftig - naar het uur, uiteindelijk, van zijn geboorte. " http://retro.nrc.nl/W2/La...ijden.html
"\'Ik voel geen enkele behoefte om zo karig mogelijk te schrijven; ik zie daar ook helemaal niet de verdienste van.\' " http://www.literairnederl...1/16/2114/

Overhoor jezelf

Hoe heet het bedrijf van Augustus Schwantje?
Wat studeerde Albert Egberts jr. in Nijmegen?
Waar wonen Albert sr. en Hanny (de ouders van Albert jr.)?
Op welk lid van de familie Schwantje was Albert jr. verliefd?
Waarom komt Albert Egberts sr. op de brommer met Albert jr. en zijn broertje ten val?
Hoe weet de weg waaraan Thjum en Albert jr. wonen?
Hoe heet het meisje dat Albert jr. bijna verkracht op een camping in Spanje?
Hoe heet de jongen wiens voet Albert jr. per ongeluk open hakt tijdens een kamp van de padvinderij?
Je hebt nog 3 Zeker weten goed verslagen over.

Wil je onbeperkt toegang tot alle Zeker Weten Goed verslagen? Meld je dan aan bij Scholieren.com.

40.444 scholieren gingen je al voor!

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "De tandeloze tijd: Vallende ouders door A.F.Th. van der Heijden"

Ook geschreven door Nienke