Havisten en vwo'ers uit de bovenbouw gezocht! Vul deze korte vragenlijst over jouw studiekeuze in en maak kans op een Bol.com bon t.w.v. 15 euro.

Doe mee


Feitelijke gegevens

  • 1e druk, 1996
  • 768 pagina's
  • Uitgeverij: Querido

Flaptekst

Een feest van exuberante taalschittering. De morgen.

Eerste zin

“Veel te vroeg, nog zonder zijn roes naar behoren te hebben uitgeslapen, werd hij wakker - ongetwijfeld van het carillon van de Zuiderkerk, waar even na twaalven de bepleisterde vingers van een beiaardier tien keer zoveel klokken tot klinken leken te brengen als de automatische schellenboom op andere uren.”

Samenvatting

De schrikkeldagen (22 september ’77 t/m 31 oktober ’77)

Albert

Albert slaapt na de Sneeuwnacht bij Thjum op de bank. Later die dag regelt hij een onderduikadres bij een oude vriendin om Ali te ontlopen, aan wie hij zijn echte adres gegeven heeft. Hij blijft er een week. Als hij terugkomt vindt hij de afscheidsbrief van Freek, die naar een guerrilla-trainingskamp in Zuid-Jemen is afgereisd (hoewel hij dat er niet bij zegt). Hij let tijdens het lezen niet op de deur en heeft niet door dat Ali binnenkomt. De dealer blijkt naast meer drugs ook een loper van het huis te hebben en heeft zichzelf binnengelaten. Hij weet zo op Albert in te praten dat die net als de nacht ervoor drugs van hem aanneemt en gebruikt.

Ongeveer een week na de Sneeuwnacht komt Albert erachter dat Sux Cox zich vergist heeft en dat zijn 10.000ste levensdag niet de 22e maar de 15e was. Hij is woedend op haar en zegt tegen zichzelf dat als zij die fout niet had gemaakt, hij nu niet in de penarie had gezeten.

Ernst, Zwanet en Wendelgelst

Ondertussen voelt Ernst zich schuldig over het feit dat hij seks heeft gehad met Zwanet nadat ze verkracht was. Hij stelt dat hij alles zou doen om haar te helpen de dader op te sporen. Zwanet verkilt in de weken na de Sneeuwnacht steeds meer.

Ernst doet klussen voor boekhouder Wendelgelst. Wendelgelst blijkt via gesjoemel met fictieve bv’s die betaald worden met geld uit de porno-industrie betrokken te zijn geraakt. Hij hoopt dat Ernst hem uit de penarie kan helpen. De oudste zoon van de man doet ondertussen een beetje vreemd. Hij heeft het steeds over ezels. Daarnaast heeft hij allerlei wondjes op zijn billen. Ernst vermoedt dat de jongen met de gesp van een riem is geslagen.

Nuling of Hedenaar (19 november ’77 t/m 20 februari ’78)

Baartscheer en Narcotica

Baartscheer is weer helemaal in zijn element terwijl hij mensen op stang jaagt met zijn neonazi-ideeën.

Twee onderzoekers van narcotica (een politiedienst die zich bezig houdt met het opsporen van drugs) komen een huiszoeking doen bij Albert. Ze vragen naar Ali, maar Albert geeft nogal een zwetsverhaal. Ze kunnen ook geen drugs vinden.

Wendelgelst

Wendelgelst heeft eind november ’77 een anonieme brief ontvangen die hem naar de Nieuwendijk 233B stuurt. Hij denkt dat het te maken heeft met de fictieve bv’s en gaat. Hij blijkt terecht gekomen in “het Museum van Aphrodite”, waar bezoekers in kleine hokjes naar pornofilms en naaktdanseressen kijken. Hij gaat in zo’n hokje zitten en raakt helemaal in de ban van de film die op dat moment voor staat, “Miss Mirror”. Als de film afgelopen is verschijnt een keuzemenu voor de volgende film en ziet Wendelgelst plots zijn zoon in beeld. Rinko blijkt in de film “Kinderkarneval” te zitten, waarin hij wordt verkracht door een man met een ezelmasker op. Wendelgelst herinnert zich plots weer hoe Rinko de afgelopen nacht bij hem was gekropen en had gezegd dat hij weer had gedroomd van een ezel met vijf poten.

Later probeert hij door middel van een kwartetspel en een kleurdoos te achterhalen hoe de auto eruit zag die Rinko meegenomen had. Het blijkt een rood-paarse Volvo te zijn.

Gedurende een aantal weken hoort Ernst niets meer van Wendelgelst over de zaak met de fictieve bv’s. Als hij eind februari ’78 ongevraagd voor de deur van de familie staat blijkt dat de man zes weken eerder overleden is en dat zijn vrouw de zaak nu draaiende houd. Ze heeft niemand verteld dat haar man dood is en eist van de kinderen dat zij erover liegen. Na zijn dood heeft zijn vrouw een grote stapel filmrollen van de film “Kinderkarneval” gevonden. Ze denkt dat Wendelgelst kinderporno keek en heeft alles weggegooid, zonder te weten dat haar zoontje erin voorkwam.

Thjum, Flix en oudejaarsavond 

Flix heeft ondertussen eindelijk gipsverband laten ontwikkelen dat soepel genoeg is voor zijn plan. Hij vertelt Albert en Thjum erover na de première van “De Chinese Muur”, waar Thjum in speelt. De jongens besluiten dat Albert en Flix samen naar Napels af zullen reizen, waar Flix aan zijn project gaat werken, en dat Thjum iets later zal volgen. Tijdens de reis gaat Albert cold turkey, tot ongenoegen van Flix. Die regelt zodra ze in Napels zijn een stel heroïnesigaretten en zorgt dat Albert weer vrolijk gaat gebruiken.

Totdat Thjum komt zou Albert model staan voor Flix, maar de eerste keer komt zo ten val dat hij daarna niet meer wil. Ze gaan de afdrukken van mensen in Pompeï bekijken. Later die week regelen ze een aantal travestieten die wel model willen staan voor Flix. Vervolgens besluit Albert om naar Sicilië af te reizen en daar weer cold turkey te gaan om van de drugs af te komen. Flix maakt in de tussentijd z’n gipsafgietsels en ontdekt de homo-hoertjes in het nachtleven van de stad. Bij zijn terugkomst in Napels blijken zowel Flix als Thjum (die zo ondertussen aangekomen had moeten zijn) onvindbaar. Flix zit niet meer in het hotel waar hij met Albert had gezeten en bij het atelier kan Albert ook niemand vinden. Het wordt kerst en Albert blijft de twee zoeken. Pas de dag na kerst blijkt het atelier op te zijn. Flix is fanatiek bezig om Thjum in te pakken. Albert gaat de stad in, waar allerlei brandjes aan de gang zijn. Hij vindt drie-en-een-halve kleermakersschaar die hij voor Flix meeneemt. Terwijl hij op staat om ze te pakken duikt Gesù op, zoals wel vaker in de voorgaande dagen. Ze gaan naar een bar en hebben het over mogelijke koeriersdiensten voor het aankomende jaar. Plotseling komt Flix totaal verstomd binnen met de lokale politie op zijn hielen. Thjum blijkt dood.

Flix wordt opgepakt en Albert reist terug naar Amsterdam. Terwijl hij verdwaasd door de stad loopt en denkt aan Thjum in zijn jeugd wacht Ali hem op. Hoewel Albert nu al een paar dagen zonder drugs is geweest begint hij gelijk weer te gebruiken. Op vrijdag 13 januari 1978 wordt Thjum begraven. Albert is bij de begrafenis aanwezig. Flix mocht niet komen. Eind maart ’78 start het proces tegen Flix. Albert reist naar Italië om erbij aanwezig te zijn. Flix krijgt 12 jaar.

Slapen met de laars aan (4 maart ’78 t/m 21 januari ’79)

Albert

Bij thuiskomst laat Albert zich oppakken als hij een auto openbreekt in de hoop dat hij in de gevangenis van de drugs af zal komen, die hij sinds kort in grote getalen spuit. Hij krijgt zes weken maar zijn plan mislukt. Van een medegevangenen krijgt hij heroïne, de man in z’n darmen smokkelt. Als hij vrijkomt, gaat hij verder met gebruiken. Hij doet wel z’n best om er zo net mogelijk uit te zien. Hij zorgt dat z’n kleding altijd netjes is, slikt allerlei voedingssupplementen en doet er alles aan om z’n taalgebruik netjes te houden. Zo hoopt hij de schijn op te houden geen junk te zijn. Hij probeert nog een paar keer van de drugs af te komen maar het lukt hem niet.

In de herfst van ’78 ontmoet hij Margerie (Maggy) met wie hij een soort van relatie begint. Pas na enige tijd bekent hij zijn drugsverslaving. Hij probeert voor haar af te kicken, maar betrapt haar er eind januari ’79 op dat ze drugs gebruikt op een feestje waar ze samen zijn. Die nacht, de IJzel nacht, gaan ze vechtend en vallend naar huis. Maggy gaat bij hem weg en Albert grijpt gelijk zelf weer naar de drugs. Maggy gaat een eenjarige opleiding tot stewardess volgen.

Armzalig martelaarschap (6 februari ’79 t/m 21 juli ’80)

De zaak Hennie A. (pp. 438 - 449)

Cor Coster bekent tegenover een man waarmee hij in het Wapen van Lummel staat te drinken de moord op de oude mevrouw Avezaath te hebben gepleegd. Hij had een relatie met haar dochter Hennie, maar toen die uitging kreeg hij geen geld meer van haar. Door de moeder te chanteren kwam er toch weer wat geld binnen, maar op een gegeven moment weigert ze hem te betalen. Als hij op een avond flink aangeschoten is gaat hij bij de oude mevrouw Avezaath langs en slaat haar met een vijl de schedel in. Omdat ze dan nog niet dood is wurgt hij haar. Als Hennie vervolgens de bak in gaat is hij tevreden met z’n wraak.

Hennie schrijft eind ’79 een gratieverzoek aan de koningin in verband met de aankomende troonwisseling dat wordt ingewilligd. Ze komt op 30 april 1980 vrij en zal voortaan als Elisabeth (Els) Korstanje door het leven gaan.

Op 14 april 1980 overlijdt Cor Coster tijdens een auto ongeluk. Hij rijdt met zijn nieuwe Mercedes de linker weghelft op en knalt vol op een tegemoetkomende vrachtwagen. Zowel de chauffeur van de vrachtwagen als de nieuwe echtgenote van Cor, die naast hem zat komen om.

Albert, Baartscheer, Ali, Freek

Albert werkt aan zijn encyclopedie over de vulva en doet mee met een aantal orgies bij een oude vriendin van hem. Eind december ’79 komt hij Baartscheer tegen, die hem zoals vanouds weer op de kast jaagt. Eind februari ’80 hoort Albert op de radio dat Ali opgepakt is. Tegen maart 1980 komt Albert in de Vondelstraatrellen vast te zitten. Ernst redt hem en geeft hem geld.

Begin maart 1980 komt Freek terug naar Nederland. Hij vindt zijn broer terug als een verloederde junk die wanhopig zijn ‘image’ hoog probeert te houden.

Ernst en Zwanet

Op 6 november ’79 gaan Ernst en Zwanet in ondertrouw. Ze komen Albert tegen die een beetje lallend beledigingen gaat staan uitkramen. 24 december ’79 trouwen Ernst en Zwanet.

De dag dat er een muis uit mijn tandenborstel at (22 en 23 juli ’80)

Albert

Albert voert denkbeeldige gesprekken met Thjum en vertelt hem over het nieuws dat hij hoort. Op een dag ziet hij hoe een muist uit z’n tandenborstel eet. Zijn huis wordt gesloopt en Albert besluit dat hij, nu hij zonder huis zit, dan ook van de drugs af wil. Het idee is om in de gevangenis terecht te komen en daar af te kicken, omdat hij niet naar een kliniek wil (hij wil zijn verslaving niet openlijk toegeven). Hij besluit een aanslag te plegen op Baartscheer. Om zich goed voor te bereiden gaat hij in allerlei cafés op zoek naar Baartscheer. Hij durft echter steeds niet en hoewel hij verschillende generale repetities onderneemt komt het niet tot een echte aanslag.

Ondertussen smokkelt Albert een kindje voor Gesù naar zijn nieuwe ouders. Hij raakt smoorverliefd op het kereltje en wil hem eigenlijk helemaal niet afstaan, maar doet het met pijn in zijn hart toch.

Flix, Gesù en Ernst

Flix wordt in zijn cel verkracht door z’n Servische celgenoten en denkt aan Thjum. Gesù, die na de dood van Thjum gevlucht is uit Italië blijkt in Thailand te zitten waar hij een netwerk van kinderrovers aanstuurt. De kinderen worden gedood, opengesneden, van hun organen ontdaan en gevuld met drugs, om het spul zo de grens over te kunnen smokkelen. Zijn ‘werk’ is onderdeel van de maffia. Gesù hoopt binnenkort met deze tak van het bedrijf te kunnen stoppen en een ivoorhandeltje te kunnen openen, maar weet nog niet of de baas toestemming zal geven. Hij is boos op Albert omdat hij denkt dat die hem verraden heeft.

Ernst heeft ondertussen om onduidelijke reden seks met een homoseksueel fotomodel die hij zelf heeft uitgenodigd.

Personages

Albertus Hubertus Norbertus Egberts (Albert)

Albert is de hoofdpersoon en verteller in de romancyclus “De tandeloze tijd”, waar “Het Hof van Barmhartigheid” het derde boek van is.

Murat [achternaam onbekend] of Sükrü T. (Ali)

Ali is de schuilnaam van een Turkse man die of Murat of Sükrü T. heet. Het is onduidelijk wat zijn echte naam is. Ali is drugsdealer en levert aan Albert nadat zij elkaar tijdens de Sneeuwnacht ontmoet hebben. Iedere keer als Albert schoon is weet Ali hem weer aan de drugs te krijgen. Begin 1980 wordt hij gearresteerd.

Arend-Jan Baartscheer (Streepje of Johann)

Baartscheer is het kind van NSB leden en deelt hun gedachtegoed. Hij gooit de ruiten van Joodse winkels in en stuurt zakjes waspoeders op naar mensen in zijn wijk om de haat tegen Surinamers aan te wakkeren omdat die gratis cocaïne zouden verstrekken. Hij probeert een afdeling van de Viking-Jugend op te richten. Albert en Baartscheer ontmoeten elkaar een paar keer toevallig. Albert besluit een aanslag op hem te plegen om zo een held te worden, maar durft zijn plan tegen het einde van dit deel van de serie nog niet ten uitvoer te brengen.

Ernst Maximiliaan Quispel

Ernst is de advocaat van Hennie A. als zij verdacht wordt van de moord op haar moeder. Albert en Ernst zijn bevriend en gedurende de jaren helpt Ernst Albert verschillende keren uit de (juridische) nesten. Hij weigert echter te helpen als Flix terecht staat voor de dood van Thjum en stuurt een partner uit zijn bedrijf.

Freek Egberts

Freek is de broer van Albert. Hij komt vanaf augustus ‘77 een aantal maanden bij hem in het gekraakte pand aan de Van Ostadestraat wonen. Hij speelt gitaar en leest boeken over ‘urban guerrilla’. Op de dag dat Zwanet verkracht wordt (zie “Het Hof van Barmhartigheid”) hangt hij zijn gitaar aan een boom en vertrekt naar een guerrilla-opleidingskamp in Zuid-Jemen. In maart ’80 keert hij weer terug naar Nederland.

Gesù Porporà

Gesù is kinderhandelaar in het midden van de jaren ’70 in Italië. Hij levert baby’s op bestelling vanuit Napels. Albert werkt als koerier voor hem, en zo leren ze elkaar kennen. Ongeveer gelijk met de dood van Thjum zit de lokale politie hem op de hielen en wijkt hij uit naar Thailand. Hier heeft hij de leiding over een netwerk van kinderrovers die baby’s stelen en vermoorden om er drugs in de grens over te kunnen smokkelen.

Zwanet Elise Vrauwdeunt

Zwanet heeft de gewoonte haar zinnen te beginnen met “En een ....” te beginnen. Ze is een niet hele opvallende verschijning, niet bijzonder knap maar ook niet lelijk. Ze houdt er niet van voorspelbaar te zijn en wisselt bijvoorbeeld vaak van kapsel om zich een andere look aan te meten. In dit deel van de serie gaat ze naar Canada om als nanny te werken. Als ze in november ’79 terugkomt naar Nederland gaat ze met Ernst Quispel in ondertrouw. Ze trouwen 24 december ’79.

Patrick Gossaert

Patrick is student Italiaans en kunstgeschiedenis, alsmede auteur. Hij publiceert onder het (door Van der Heijden afgedankte) pseudoniem Patrizio Canaponi en gebruikt de verhalen die Albert hem verteld over zijn leven in zijn werk.

Quotes

"“Het moest aan die kip zonder kop liggen, porca madonna, dat het daarnet bijna misliep, of anders aan het feit dat ze de blauwe lantaarn hadden opgehangen in Macao, in plaats van in Hongkong zelf. Toen hij toetrad tot het Genootschap van de Gouden Vingerhoed was er bij het inwijdingsritueel, op de boot voor de kust van Macao, iets fout gegaan: de onthoofde kip had het op een rennen gezet. Toen ze ‘m eindelijk weer te pakken hadden, was er al zoveel bloed vergoten dat er weinig meer overbleef voor de wijn.”"

Bladzijde 774 - 775

"“Uiteindelijk verkoos hij met het hoofd te beginnen. Achter de oren sneden de geknakte bladen soepel door het gips... over de schedel en onder de kin door... De dokter legde de schaar op Thjums borst, en trok zachtjes wrikkend met beiden handen het witte masker los. Hij plukte de vilten lapjes van de ogen, die Thjum bij zijn leven al gesloten had. Zijn gezicht stond neutraal als dat van een etalagepop. De doodsstrijd was uitsluitend af te lezen aan de rimpels, groeven, plooien en scheuren in het witte harnas. Het zat hem schots en scheef om de romp... een borstkuras van kruiend ijs... dat was het eigenlijke dodenmasker.”"

Bladzijde 287

"“Ze hadden niets belastends over mij gevonden, behalve dat ik de man bleek te kennen. Ik kon gaan. Gesù was onvindbaar, waarschijnlijk uit Napels weggevlucht, misschien zelfs niet eens meer in Italië... Ik heb nog wel links en rechts navraag gedaan bij contactpersonen, maar... niets. De hele kinderlijn leek opgedoekt. Je zou kunnen zeggen dat jouw dood hem op de vlucht heeft gejaagd, zonder dat hij er direct iets mee te maken had. Zo zie je wat voor rusteloze gedaante je ziel heeft aangenomen. Een zwervende Napolitaan, die niet meer naar huis terug kan...”"

Bladzijde 655

Thematiek

Angst voor de dood
Een belangrijk thema in dit boek en in de gehele serie van de Tandeloze tijd is het ‘leven in de breedte’ wat eigenlijk refereert naar angst voor de dood. Albert is bang voor de dood en probeert daarom (zijn beleving van) het leven te rekken, om zo de dood uit te stellen. Omdat je de voortgang van het leven en de tijd niet kunt versnellen of vertragen probeert hij het leven ‘in de breedte’ te rekken. Dit doet hij door de tijd intensiever te beleven; hij probeert verschillende herinneringen, beelden en ideeën tegelijk in zijn hoofd op te roepen, om zo meer te ervaren en beleven in dezelfde hoeveelheid tijd. Ik denk dat hij met dit filosofische idee probeert te verdoezelen dat hij geen enkele grip meer op de werkelijkheid heeft.

Motieven

Toekomstproblematiek
de hoofdpersoon (Albert) is nogal een nietsnut die aan de ene kant vanuit zichzelf de moeite niet doet om zijn situatie te verbeteren, maar aan de andere kant de grip ook steeds meer kwijtraakt en zichzelf ook niet meer uit zijn situatie kan helpen.

Drugs(gebruik)
Albert is de controle over zijn leven nog verder aan het verliezen dan dat hij dat toch al had gedaan, en grijpt naar (in dit boek) de drugs (in eerdere boeken de drank) om in zekere zin een vorm van controle te behouden. Het feit dat hij bijvoorbeeld zo veel moeite doet om zijn drugsgebruik te verbergen en daarin zo gestructureerd en vergaand is geeft hem een vorm van controle terug die hij eigenlijk kwijt is. Albert beweert te kunnen stoppen maar geeft steeds ofwel op of hij gaat weer gebruiken door omstandigheden (Flix met z\'n sigaretten na de reis naar Italië, de dood van Thjum, Ali die weer voor Alberts\' deur staat, etc.) bovendien besluit hij op een gegeven moment een aanslag op Baartscheer te moeten plegen (om zo in de gevangenis van de drugs af te komen).

Motto

“J’ai mené une vie édentée.” Jean-Paul Sartre, L’âge de raison

Letterlijk vertaald betekent deze quote: “Ik heb een tandeloos leven geleden”. (Volgens het Van Dale groot woordenboek Frans - Nederlands is ‘mené’ de mannelijk enkelvoudige vorm van ‘mener’ wat (weg)brengen, leiden of inschrijven betekent. Daarnaast staat ‘édentée’ volgens hetzelfde woordenboek voor tandarm of geheel/gedeeltelijk tandeloos.)

Tandeloos zijn wordt in de literatuur vaak geassocieerd met een zekere mate van machteloosheid, onmacht om een indruk achter te laten of een grote rol in de gang van zaken te spelen. Een tweede associatie met tandeloos zijn is ouderdom en misschien ook wel een beetje verval. Met betrekking tot dit deel van de serie (en eigenlijk voor de hele “Tandeloze tijd”) denk ik dat Van der Heijden dit citaat gebruikt om zijn hoofdpersonage Albert Egberts jr. te beschrijven. Deze laat bijna nergens op actieve wijze een blijvende indruk achter en is eigenlijk een beetje machteloos tegenover zijn eigen slapheid. Daarnaast zien we hem in de serie ouder worden en aftakelen, waardoor de tweede associatie ook op hem van toepassing zou kunnen zijn.

Opdracht

“Voor Minchen, Totò en hun engelengeduld.”

Minchen is Mirjam Rotenstreich, de echtgenote van A.F.Th. Totò is Tonio, hun zoon die 23 mei 2010 in Amsterdam om het leven kwam bij een verkeersongeval. Hierover heeft A.F.Th. in 2011 het boek “Tonio - Een requiemroman” geschreven.

Trivia

Thjums dood wordt door sommigen aangeduid als de gipsmoord. Van der Heijden heeft deze moord uit het verhaal gelicht en er een zelfstandig boek van gemaakt: “Doodverf”. Hierin komen naast Thjum ook Gesù, Albert en Flix terug.

Titelverklaring

De titel van het boek is ontleend aan het gelijknamige eerste hoofdstuk. Hierin ligt Albert bij Thjum op de bank bij te komen van de Sneeuwnacht. Nog onder invloed van de drugs en drank ‘hoort’ hij de palen waar de huizen in de stad op gebouwd zijn trillen in de modder waarin zij niet mochten wegzakken. Hij denkt aan een Franse poster die hij als kind van een oom had gekregen, waarop ‘onder het plaveisel het strand’ stond en bedenkt dat ‘onder het plaveisel het moeras’ beter van toepassing is op Amsterdam. (p. 19) Later in het verhaal komt Albert op het idee terug. Hij denkt aan hoe het plaveisel in de stad weggestopt is om plaats te maken voor de komende metro (± 1975), en hoe er goor zand aan de oppervalakte gekomen was waar Thjum nog zo mooi z’n bloedsporen in had kunnen zoeken als hij niet overleden was. (p. 586)

Structuur & perspectief

Het verhaal is redelijk chronologisch opgebouwd. Er zijn maar een paar momenten waar vertellers iets eerder in de tijd beginnen dan hun voorganger geëindigd is. Het verhaal wordt, net als eerdere delen van de serie, door verschillende personages verteld, die elkaar per hoofdstuk afwisselen. In dit boek wordt het verhaal verteld door: Albert Egberts, Ernst Quispel, Arend-Jan Baartscheer, Wendelgelst, Thjum Schwantje, Flix Boezaardt, Hennie A., Lotsapoppa, het koor van het Wapen van Lummel, Patrick Gossaert en Gesù Porporà.

Decor

De tegenwoordige tijd van het boek loopt van 22 september 1977 tot 30 april 1980. Daarnaast beslaat ieder personage door flashbacks en herinneringen een andere tijdsperiode. Verschillende personages denken na zijn dood bijvoorbeeld terug aan Thjum. De plaatsen van handeling voor de tegenwoordige tijd van het boek zijn Amsterdam en Napels. Daarnaast speelt een deel van het verhaal van Gesù zich in Thailand af.

Stijl

In zekere zin zou je kunnen zeggen dat de schrijfstijl van Van der Heijden naturalistisch is. Zijn hoofdpersonage, Albert, is een zwakke persoonlijkheid, in het boek wordt tot in het eindeloze ingegaan op drank- en drugsgebruik (wat je taboedoorbrekend zou kunnen noemen), het verhaal concentreert zich op ‘de kleine of gewone man’, hier Albert die uit een arbeidersmilieu komt. Zeker in de passages over Alberts jeugd (voornamelijk in eerdere boeken in de serie) zie je ook veel aandacht voor de sociale omgeving, het ‘kil’ en ontnuchterend beschrijven van personages en veel verwijzingen naar determinisme en erfelijkheid (omdat vader en grootvader alcoholisten waren kan Albert ook niets anders worden dan alcoholist).

Verder geldt naar mijn idee wat ik bij de verslagen van eerdere boeken al aanhaalde: dat de stijl van Van der Heijden moeilijk te omschrijven is. Eigenlijk schetst hij de gebeurtenissen en personages op een onscherpe manier. Een aantal personages blijven zo wat vaag, terwijl anderen, waar hij vaker op terugkomt, steeds wat duidelijker worden. Zoals ook op de omslag van “De gevarendriehoek” te lezen is: de verschillende scènes zijn sterk beeldend geschreven, vaak bij het impressionistische af.

Beoordeling

Ik vond “onder het plaveisel het moeras” een spannend boek omdat ik uit informatie die ik had opgezocht voor mijn verslag van het eerste boek van deel drie van deze serie (Het hof van Barmhartigheid) wist dat Thjum in dit deel zou sterven, maar niet wist hoe en waarom. Daarnaast was ik benieuwd hoe de losse eindjes die Van der Heijden open had gehouden na het vorige boek in dit deel aan elkaar geknoopt zouden worden. Naar mijn idee was dit deel leuker dan eerdere delen omdat er dus een aantal best wel grote dingen in gebeuren waar het verhaal ook echt naar toe werkt, zodat je meer het gevoel krijgt dat er echt wat gebeurt in het boek. Denk aan de verhaallijn met Wendelgelst, Thjums dood en de voor mij onverwachte ontknoping in de zaak Hennie A. Ondanks het aanzienlijk aantal pagina’s is dit een leuk boek om te lezen, hoewel nog net zo chaotisch en gelaagd als Van der Heijdens eerder boeken.

Recensies

"'Onder het plaveisel het moeras' werd bekroond met de Gouden Uil en de Generale Bank Literatuurprijs en is een feest van exuberante taalschittering. "
http://www.demorgen.be/dm...jden.dhtml

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit ZekerWetenGoed-verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.