De stad in het midden

Beoordeling 7.6
Foto van Nienke
  • Boekverslag door Nienke
  • Redactie | 3502 woorden
  • 25 mei 2011
  • 7 keer beoordeeld
Cijfer 7.6
7 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Oorspronkelijke taal

Titel: De stad in het midden
Auteur: Tim Krabbé
Gebruikte druk: 2e druk, 1985
Verschijningsdatum: 1e druk, 1977
Pagina’s: 158
Uitgeverij: Uitgeverij Bert Bakker

Samenvatting

De paardentekenaar
Louis is een jaar of 11, is verliefd op een meisje dat Jolanda Verdissel heet en bevriend met Jan Punt, tegen wie hij heel erg opkijkt omdat hij zulke mooie paarden kan tekenen. Louis tekent auto’s en laat Jan naar zijn tekeningen kijken en ze becijferen. Het hoogste wat hij ooit krijgt is een 8-.
Op een dag vraagt Louis zijn vader naar zijn tekeningen van auto’s te kijken en ze te becijferen, net als Jan Punt dat gedaan had. Zijn vader kijkt en schrijft onder alle tekeningen een grote nul, met als argument dat het veel te realistische tekeningen zijn en dat realistisch werk cliché is. Louis is woedend en roept dat zijn vader zijn mooie tekenboek waar Jan Punt nog in becijferd heeft verpest heeft.
Jan Punt tekent in de pauze wel eens paarden op het schoolplein, maar op een dag mislukt de tekening. Na de pauze valt Jan in de klas flauw. Hij blijkt suikerziekte te hebben. Een paar dagen later neemt Jan Louis mee om op zijn vlot te varen.
Louis vader is ‘kunstschilder’ en gaat op een gegeven moment de tekenlessen bij Louis op school geven. Tijdens deze lessen weigert Jan Punt iets anders te tekenen dan een paard, wat hem iedere les op strafregels komt te staan. Louis kiest steeds partij voor Jan Punt, tot ergernis van zijn vader. De problemen tussen Jan Punt en Louis’ vader lopen zo ver op dat Louis’ vader wraak neemt door op een dag de klas te vertellen dat Jan Punt zo mooi dit ene paart kan tekenen omdat hij het geleerd heeft uit een basisboek tekenen. Hij heeft het heel vaak overgetrokken, net zo lang tot hij het uit zijn hoofd kon tekenen.
Het komt uit dat de strafregels die Jan Punt iedere keer moest schrijven als hij weer een paard inleverde bij tekenen al die tijd al door Louis geschreven zijn, die het niet met zijn vader eens is en de kant van Jan Punt kiest. Er volgt een ruzie, vader gaat met mensen praten en de volgende dag is Jan Punt vermist. Louis vader wordt korte tijd na de verdwijning ontslagen en diezelfde dag wordt het lichaam van Jan Punt gevonden. Hij blijkt verdronken te zijn, en wordt even stroomafwaarts van de plek waar hij Louis zijn vlot had laten zien gevonden. Louis gaat nog één keer naar deze plek toe en vind daar een briefje van Jan Punt waarin staat dat als er ooit iets met hem gebeurt degene die dat briefje vindt naar Jolanda Verdissel moet gaan en haar moet zeggen dat Jan van haar houdt.

De stad in het midden
Louis Hanraads is ondertussen een jaar of 19 en student, maar besluit na een jaar studeren dat hij op wereldreis wil. Hij reist naar Kopenhagen om een meisje te zoeken waarmee hij ooit gezoend heeft, ene Lisbeth Tuxen. Na veel moeite denkt hij haar gevonden te hebben en stuurt hij haar een brief met de vraag of ze ergens langs wil komen, maar ze komt niet. Louis besluit af te reizen naar Göteburg, waar hij een maand of twee als sjouwer in de haven wil gaan werken. Omdat hij dit hele idee totaal niet had voorbereid loopt er van alles fout, zo heeft hij geen werkvergunning die je wel nodig hebt, en uiteindelijk komt hij op een schip, de Strundesand, te werken dat naar Brazilië zou gaan maar wat, zodra het vertrokken is, naar Australië blijkt te gaan.
Op de boot doet hij maar wat omdat hij geen idee heeft wat hij moet doen en niemand het hem vertelt. Hij neemt zich voor in de eerstvolgende haven stiekem van boord te gaan (drossen) en verder te gaan met zijn wereldreis: hij heeft het idee opgevat naar Alice Springs, Australië te gaan. In de tussentijd sluit hij vriendschap met Hans, mag hij af en toe sturen en klooit hij verder maar wat aan.
In Fremantle gaat hij van wal maar hij krijgt van zijn kapitein zijn paspoort niet terug, zodat hij niet weg kan. Zonder paspoort kan hij niet in het land blijven nog eruit vandaan. Hij hang maar even de toerist uit en maakt een uitstapje naar Perth, maar scheept zich daarna weer in. De Strundesand reist door naar Adelaide, waar Louis de film “Breakfast at Tiffany’s” ziet en zich door een medewerkster van de ambassade laat overtuigen niet te drossen, omdat hem dan een grote geldboete en een celstraf boven het hoofd hangt. Deze zelfde medewerkster tipt de kapitein van de Strundesand die Louis, als hij op volle zee ook nog gaat doen alsof hij ziek is en niet meer kan werken, de wind van voren geeft. Op het moment dat Louis een brief wil geven aan de kapitein om toch alsjeblieft niet van het schip te mogen gaat er wat fout bij het verplaatsen van materieel op het schip met een soort grote kraan.
Hans bediend de apparatuur maar maakt en fout, waardoor de haak van de kraan zich in zijn onderkaak ramt en hem met een rotgang mee omhoog sleurt, waar hij met zijn scheden tegen de laadboom knalt. Zijn hoofd breekt, de haak schiet los en Hans valt dood op het dek. “Voor Louis’ schoenpunt lag een klodder hersens.” (p. 73)
Hans krijgt een zeemansbegrafenis en Louis weet te regelen dat hij bij de dokter een verklaring krijgt dat hij naar huis mag. Op kosten van de rederij van de Strundesand reist hij naar huis.

De echte Harley rijder huilt wel eens
Louis kijkt tv en wordt verliefd op een zangeresje in een talk show. Hij blijkt samen met zijn vriendin Ilse een Harley te hebben die regelmatig stuk is. Louis heeft er al eens een jaar mee door Joegoslavië getoerd, maar nu willen hij en Ilse dat samen nog eens gaan doen. Ze halen bijna de grens tussen Joegoslavië en Oostenrijk, maar dan houd de motor er mee op. Omdat de lokale garage het ding niet kan maken liften ze verder hebben alsnog een heerlijke vakantie. Omdat op de terugweg blijkt dat de Harley het nog steeds niet doet liften ze terug naar Amsterdam. Twee weken na de reis maakt Louis het uit met Ilse. Hij koopt de missende onderdelen die nodig zijn om de Harley te maken en reist met de trein terug naar het plaatsje waar de motor nog steeds staat. Daar weten ze de motor na enige tijd weer aan de praat te krijgen, waarna Louis vertrekt. Op de motor begint hij plots te huilen om Ilse.
In Duitsland, twee dagen later, houd de motor er weer mee op. Louis duwt het ding naar een station, neemt de trein naar Amsterdam en laat het ding nakomen. Hij legt het weer aan met Ilse, maar na korte tijd raakt het weer uit. Ze blijven vrienden.
Louis woont ondertussen in een kraakpand dat gesloopt gaat worden. Vijf minuten voor dat gebeurt, poept hij midden in de woonkamer op de grond en kijkt vervolgens toe hoe het gebouw tegen de vlakte gaat. Hij trekt bij zijn moeder in.
In een café komt hij een het zangeresje tegen dat hij aan het begin van het verhaal in de talkshow zag, Trudy Retvig. Ze blijkt bij hem op school gezeten te hebben. Ze beginnen een relatie, Louis mag mee naar allerlei belangrijke feesten en Louis gaat na een paar maanden met haar naar bed, waarna de relatie gelijk over is. Hij gaat naar Ilse en zegt haar terug te willen, maar die wil hem niet terug omdat ze op een relatie is aangegaan met ene Stratman, een fotograaf. Louis gaat werken als Trudy’s chauffeur en Ilse begint te acteren. Naarmate Trudy’s ster daalt, stijgt die van Ilse. Louis bedenkt voor haar de artiestennaam Barbara Flanders. Uiteindelijk wordt de Harley gestolen, zegt Trudy de muziek gedag en neemt ze een kantoorbaan, stopt Louis als haar chauffeur en wordt Ilse een internationale ster onder de naam Barbara Flanders.

En de lucht is blauw
Louis, nu een jaar of 29, is in een bar in Reykjavik, IJsland met ene Werner, een vrouwenversierder. er komt een meisje langs dat zich voorstelt als Rosa Ingulfsdottir. Ze schijnt Werner al te kennen van vroeger maar Werner kan zich haar absoluut niet meer herinneren. Hij weet zich eruit te praten en maakt zich uit de voeten, waarna Rosa, die net 18 blijkt te zijn, een gesprek begint met Louis. In de daarop volgende dagen komen ze elkaar vaker tegen. Louis bezoekt de match om het wereldkampioenschap schaken tussen Doyle en Segel als journalist. Rosa komt naast hem zitten in een perszaal. Louis is ondertussen bezig op een schrijfmachine allemaal letters te typen die alleen in het IJslands voorkomen. Rosa begint langzaam maar zeker steeds meer kleine klusjes voor Louis te doen als koffiehalen. Ze bekend hem nog maar 15 te zijn, geen 18.
Louis huurt een auto en maakt ’s nachts een tocht van 300 km door het land, wat door de midzomernacht zon prima te doen is. Als hij bij een waterval staat ziet hij plotseling twee mannen. De een is Doyle, de schaker voor wiens wedstrijd Louis op IJsland is, de ander is Doyle’s IJslandse lijfwacht.
Werner is platzak en schaakt in een speciaal zaaltje dat voor journalisten is ingericht zijn broodwinning bij elkaar. Tussen Louis en Rósa lijkt iets van liefde op te bloeien, al  is dat vooral van haar kant af. Louis stelt zich voor hoe het zou zijn als hij met haar naar bed zou gaan. Ondertussen wint Doyle de schaakwedstrijd en wordt zo wereldkampioen. Het lukt Louis niet hem te interviewen. De rest van den 200 aanwezige journalisten ook niet.
Rosa komt ’s avonds plots langs bij Louis hotelkamer, samen met Werners nieuwe vriendinnetje. Ze hebben het over Doyle en Louis laat hen het boek zien dat hij over hem geschreven heeft onder het pseudoniem Jan Punt. De naam van zijn gestorven jeugdvriend. Rosa en Louis komen op een gegeven moment samen in bed te liggen en beginnen te vozen. Dan komt Werner plots binnenstormen met een fles wodka. Het groepje drinkt de fles leeg maakt een nachtwandeling door de stad. Louis en Rosa spreken af dat ze die nacht bij hem zal blijven slapen, maar dat hij absoluut niets zal doen dat ze niet prettig vindt. Ze gaan met elkaar naar bed. Louis denkt steeds bij zichzelf; “Ik ga naar bed met een meisje van 15.”
Louis zal doorreizen naar Amerika, maar eerst geeft Rosa een afscheidsfeestje, waar alleen Louis, Rosa, Werner en Werners vriendinnetje komen. Later schuiven ook Rosa’s ouders aan. Later is er ook een feestje om Doyles overwinning te vieren. Rosa blijkt vrolijk naar Doyle gegaan te zijn en hem verteld te hebben dat Louis een boek over hem geschreven heeft. Zo komt het dat Louis als enige van alle aanwezige journalisten Doyle echt spreekt, al duurt het ook maar 5 minuten. Doyle en Rosa dansen, de foto daarvan wordt over de hele wereld verspreid.
Rosa verteld Louis dat ze mee wil naar Amerika. Ze helpt hem met inpakken en cadeau’s kopen. Louis blijkt een dochtertje te hebben van 15. Ze gaat uiteindelijk niet met hem mee maar stuurt hem wel kaarten en brieven. Uit de brieven blijkt dat ze erg serieus is over naar Nederland reizen, een idee wat ze bij een eerdere ontmoeting geopperd had.
Louis haalt Rosa op op Schiphol. Ze trekt bij hem in en begint gelijk met met schoonmaken. Hij laat haar Amsterdam zien, zij blijkt met vriendinnen uit IJsland op de dam afgesproken te hebben. Ze gaan weer met elkaar naar bed, waarna Rosa in het appartement boven dat van Louis trekt. Zijn buren zijn tijdelijk weg. Langzaam maar zeker komen er IJslandse vriendinnen van Rosa tijdelijk bij haar in het appartement. Louis wil de groep er eigenlijk uitgooien maar doet het niet, tot op een dag de politie het voor hem doet. De bovenburen zijn eerder thuisgekomen en troffen een groep van drie IJslandse meisjes, twee Italiaanse jongens, een IJslandse jongen, een jong Frans echtpaar en een Surinamer in hun huis aan. Er wordt geen zaak van gemaakt, de Fransen en de Surinamer vertrekken, de IJslanders en de Italianen trekken bij Louis in. Hij wordt helemaal gek van al die mensen in zijn huis. Als uitlaatklep begint hij alle partijen van Doyle na te spelen. Als hij alle partijen uit zijn loopbaan nagespeeld heeft is het vroeg in de ochtend. Hij zet alle mensen, inclusief Rosa, zijn huis uit.
Rosa blijft hem kaarten sturen van haar reis, de ene keer uit Frankrijk, dan uit Spanje en Marokko. Na een maand is ze terug in Amsterdam, ze gaan weer met elkaar naar bed. De volgende dag brengt hij haar naar Schiphol.
Rosa blijft hem brieven sturen van haar reizen over de wereld. Ieder jaar komt ze nog een keer langs Amsterdam. Ondertussen blijkt dat ze zijn adres als vast adres gebruikt, omdat allerlei mensen spullen of berichten voor haar af komen geven. Op een dag belt de GGD dat ze op sterven lag in een ziekenhuis, elf messteken. Ze overleeft het en reist weer verder, tot hij een brief krijgt van een Franse gevangenis waar ze vijf jaar uit moet zitten wegens vermeende smokkel.  Hij beschouwt dit als niet zijn probleem en denkt bij zichzelf dat het toch wel zielig voor haar is, maar dat hij in ieder geval voorlopig van al het gedoe af is.

De postzegelmoordenaar
Louis moeder woont samen met haar nieuwe partner, Jaap, op een instelling op de Veluwe waar Jaap de directeur van is. Soms blijft Louis er eten en slapen. Louis heeft net weer een dag bij haar en Jaap doorgebracht en reist terug naar huis. Thuis weet hij eigenlijk niet wat hij moet gaan doen en besluit maar aan een roman te beginnen. Hij heeft één zin: “Maar de volgende dag veranderde hij alweer van gedachten en pleegde hij zelfmoord.” (p. 147) Het lukt hem niet iets te schrijven, dus verdoet hij de tijd door zijn pen schoon te maken en de pagina’s van zijn blocnote te nummeren van 1 tot 100. Hij denkt bij zichzelf dat het schrijven niet lukt omdat niet alles netjes is, dus begint hij een beetje op te ruimen en boeken uit de kas te lezen. Hij rekent uit dat je na duizend weken 19 jaar bent en na 10,000 dagen 27 jaar.
Hij belt zijn vader op en gaat bij hem langs. Zijn vader blijkt hertrouwd en heeft de afwijking om alle gesprekken die hij voert op bandrecorder te nemen. Louis stoort zich hier na al die jaren nog steeds aan. Zijn vader duikt een oud bandje op waarop het gesprek tussen hem en Louis opgenomen is waarin Louis verteld over zijn wereldreis (zie: de stad in het midden) en waar hij allemaal geweest is. Ook brengt Louis vader drie oude postzegelalbums mee die hij recent teruggevonden heeft van toen Louis nog een jaar of 11 was.
Louis gaat naar huis terwijl hij nadenkt over zijn roman, maar ziet terwijl hij zijn sleutel in het slot van zijn voordeur steekt een groep kinderen en een vrouw aan de kant van een kanaal staan. De vrouw maakt zwembewegingen op de kant en Louis trekt de conclusie dat er een kind bezig is te verdrinken en dat het kind haar kind is. Louis blijft gewoon bij de deur staan, bij zichzelf denkend dat het ongeluk aan de overkant gebeurde en dus niemand kon verwachten dat hij er wat aan zou doen? Vervolgens gaat hij bedenken hoe een redder zich zou gedragen. Of je je sokken uit zou doen of niet bijvoorbeeld.  Hij gaat het huis in en gaat boven voor het raam staan kijken naar de mensen aan de waterkant. Hij ziet een fietser afstappen en naar het groepje toe rennen en denkt bij zichzelf ‘He, dat wou ik nou net doen hoor’. De man duikt het water in en begint te zoeken. Een andere man duikt hem achterna. Ze vinden het kind, dat na de 10 minuten dat het in het water heeft gelegen dood is. De groep mensen eromheen gaat uit elkaar, de moeder wordt meegenomen en gekalmeerd, het kind afgevoerd.
Louis blijft nog voor het raam staan en gaat dan zitten aan zijn bureau. Hij pakt zijn postzegelalbum en scheurt zijn allermooiste postzegel (uit Australië) waar hij toen hij 11 was zo lang voor heeft gezeurd, door midden.

Beschrijving voorkant
Op de voorkant van het boek zie je een soort opengeklapt doosje getekend. In de binnenkant van het deksel is een sterrenhemel afgebeeld. In het doosje zit een gebergte. Om het doosje heen is het grijs, alsof het ene willekeurig doosje is dat ergens is neergezet.

Genre
Roman, bundel korte verhalen met steeds dezelfde hoofdpersoon.

Titelbeschrijving
De titel van het boek is dezelfde als één van de verhalen. Toch wordt er niet echt duidelijk wat er nou met de titel bedoeld wordt. Het zou een verwijzing kunnen zijn naar Alice Springs, de stad midden in Australië waar Louis in het verhaal “De stad in het midden” naartoe wil maar waar hij nooit komt. Dan zou je de titel kunnen interpreteren als een metafoor voor alles wat Louis ooit wilde in zijn leven, maar nooit gedaan heeft.

Schrijfstijl
Het boek is geschreven in een beknopte stijl van schrijven, met redelijk eenvoudig, ietwat formeel taalgebruik.

Perspectief of vertelwijze
De verhalen in “De stad in het midden” worden verteld vanuit het perspectief van de hoofdpersoon, Louis Hanraads. Er is dus sprake van een ik-verteller.

Plaats en tijd van het verhaal
Het eerste verhaal, De paardentekenaar, speelt zich af in een klein dorpje in Nederland in de buurt van Amsterdam, zo rond de jaren ’60. Het tweede verhaal, De stad in het midden, speelt zich af voornamelijk af in Zweden en Australië. Het derde verhaal, De echte Harley rijder huilt wel eens, speelt zich af in Nederland, Joegoslavië en Oostenrijk. Het vierde verhaal, En de lucht is blauw, speelt in IJsland en het vijfde verhaal, De postzegelmoordenaar, speelt in Amsterdam.

Hoofdpersonages
Louis Hanraads: Is de hoofdpersoon van alle verhalen. Louis is een beetje een wereldvreemde zwakkeling die met een licht deprimerende blik naar de wereld kijkt. Gedurende de verhalen zien we hem opgroeien van een jaar of 11 jaar man van een jaar of 30. Hij ontwikkelt zich niet echt gedurende het boek. Hij blijft een wereldvreemd, raar mannetje.
Jan Punt: Jan is De paardentekenaar in het gelijknamige eerste verhaal in het boek. Gedurende het verhaal kom je niet heel veel over hem te weten. Alleen dat hij geweldig goed paarden (nou ja, 1 paard) kan tekenen, suikerziekte heeft en met een vlot de rivier op gaat. Hij verdrinkt aan het einde van het verhaal.
Hans: Hans is de vriend van Louis in het tweede verhaal, De stad in het midden. Hij is een Fin van een jaar of 35 met een onwettige dochter van een jaar of 17 in Denemarken. Hij vaart ongeveer 16 jaar op het schip waar Louis in dit verhaal ook terecht komt, en sterft halverwege het verhaal door een fout met een hijskraan. Hans en Louis zijn gedurende het verhaal redelijk goede vrienden.
Ilse: Ilse is de vriendin van Louis in het derde verhaal, De echte Harley rijder huilt wel eens. Ze is een lief, niet al te handig meisje, maar veel meer kom je niet over haar te weten. Nadat het uit is met Louis legt ze het aan met een fotograaf en wordt wereldberoemd als actrice.
Trudy Retvig: Trudy is een meisje dat vroeger bij Louis op school gezeten heeft. Ze heeft onder de artiestennaam Lonnie Rainbow een hit met het nummer “De hele wereld klingelklangelt”. Trudy en Louis krijgen een soort relatie gedurende het verhaal De echte Harley rijder huilt wel eens, hoewel ook deze na korte tijd weer uitraakt.
Rosa Ingulfsdottir: Louis ontmoet Rosa in het verhaal “En de lucht is blauw” op IJsland. Ze is een jaar of 15, dik en heeft een vrolijk karakter. Ze legt het aan met Louis en blijft contact houden, ook als ze begint te reizen. Veel meer kom je niet over haar te weten in het boek.

Thema en motieven
Vervreemding.

Auteur
Hans Maarten Timotheus (Tim) Krabbé (Amsterdam, 13 april 1943) is een Nederlands schrijver en schaker. Naast romans schreef hij verschillende boeken over zijn twee grootste passies: schaken en wielrennen. Hij heeft een gigantische lijst aan publicaties op zijn naam staan, die hier te vinden is: http://www.schrijversinfo.nl/krabbetim.html

Eigen mening
Ik vond “De stad in het midden” een mooi boek met verrassende opzet, maar zeer deprimerend. Alles wat Louis doet, doet hij op zo’n stomme manier dat er altijd wel wat fout gaat. De mensen die hem aardig vinden gaan of dood of hij doet gemeen tegen ze, hij raakt in allerlei vreemde situaties verzeild en ondertussen voert hij eigenlijk helemaal niets uit. Als men een vrolijk boek wil is dit boek niet geschikt, maar als je een beetje een surrealistisch, verrassend boek wilt is dit wel een goede keus. Het leest prima weg en is niet zo heel dik (nog geen 200 pagina’s), en is weer eens wat anders dan “Het gouden ei”.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door Nienke