De wereld van Sofie door Jostein Gaarder

Beoordeling 7.4
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 3e klas havo | 2343 woorden
  • 5 juli 2007
  • 50 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.4
  • 50 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1994
Pagina's
548
Oorspronkelijke taal
Noors

Boekcover De wereld van Sofie
Shadow
De wereld van Sofie door Jostein Gaarder
Shadow
Titel: De wereld van Sofie
Auteur: Jostein Gaarder
Samenvatting:
Dit boek gaat over een meisje, Sofie. Op een dag krijgt ze twee vreemde briefjes in de brievenbus waarop staat ‘Wie ben jij?’ en‘Waar komt de wereld vandaan?’ er staat geen afzender bij. Ook krijgt ze een kaart voor ene ‘Hilde Møller Knag’ hij is geschreven door Albert Knag. Even later beland er nog een brief op de deurmat, ze krijgt een filosofiecursus aangeboden. Sofie krijgt in de tijd daarna steeds meer brieven van de filosofiecursus, en ze vind onder haar bed een rode sjaal met ‘Hilde’ erop, die nooit van haar is geweest. Op een gegeven moment wordt ze nieuwsgierig wie haar geheimzinnige filosofieleraar is, dus besluit ze de ‘boodschapper’ van de brieven (Hermes, de hond van de leraar) te volgen. Dan komt ze bij een hutje ‘de Majorstua’, een klein hutje, wat al jaren niet meer bewoond was. Sofie gaat er naar binnen, en ontdekt dat haar filosofieleraar (Alberto Knox) daar woont. De cursus gaat ondertussen gewoon door. Sofie ontmoet Alberto Knox, en ze praten samen over de filosofie, Alberto legt alles uit aan Sofie. Ze ontmoeten elkaar steeds maar weer in de Majorstua, omdat haar ouders van niets mogen weten.
Vanaf 15 juni, de verjaardag van Sofie, word het verhaal vanuit de ogen van Hilde geschreven. Hilde krijgt voor haar verjaardag (15 juni) van haar vader een ‘boek’ cadeau, hij heeft het zelf geschreven en het heet ‘De wereld van Sofie’. Het boek gaat over een meisje, Sofie Amundsen, wat dus eigenlijk het eerste deel van het boek is. Hilde leest het verhaal, en daardoor leert ze veel over de filosofie.

Personages:
Hoofdpersoon.
De hoofdpersoon uit dit boek is Sofie Amundsen. Ze is veertien jaar, en ze is jarig op 15 juni, dan wordt ze vijftien jaar. Ze heeft veel huisdieren. Drie vissen, Goudkopje, Zwarte Piet en Roodkapje. Twee parkieten, Piet en Puk. Een schildpad, Govinda. En ten slotte de tijgerkat Shere Khan. De ouders van Sofie hebben nauwelijks tijd voor haar. Haar vader is kapitein op een grote olietanker, en hij is het grootste deel van het jaar weg. Haar moeder werkt elke doordeweekse dag van ’s ochtends vroeg, tot vijf uur ’s middags.
Sofie is een nieuwsgierig meisje, omdat ze alles van de filosofie wil weten. Ze is heel slim, omdat ze de meeste dingen die Alberto uitlegt meteen begrijpt. Sofie is ook volwassen, omdat haar ouders nauwelijks tijd voor haar hebben, moet ze veel dingen zelf doen. Sofie denkt goed na over dingen, maar is ook wel eens impulsief. Als ze bijvoorbeeld achter Hermes aan gaat, zonder erover na te denken wat er zou kunnen gebeuren. Sofie is vrolijk, vriendelijk en meestal ook wel eerlijk, ook al verteld ze haar ouders niet alles.
Sofie krijgt op een dag twee vreemde briefjes in de brievenbus. ‘Wie ben jij?’ En ‘Waar komt de wereld vandaan?’ Sofie probeert antwoorden op de vragen te vinden, en als ze later die dag nog eens in de brievenbus kijkt, ziet ze een grote envelop, die aan haar geadresseerd is. Ze krijgt een filosofiecursus aangeboden. Dan krijgt ze steeds meer brieven van de filosofieleraar. Sofie gaat opzoek naar haar geheime leraar. Dat doet ze door de boodschapper van de brieven op te wachten, en hem daarna achterna te gaan.
‘Terwijl ze zo zat, hoorde ze een paar dorre takken kraken aan de kant van de heg die aan het grote bos grensde. Was dat misschien de boodschapper? Sofie voelde haar hart in haar keel kloppen. Ze werd nog banger toen ze hoorde dat degene die dichterbij kwam, hijgde als een dier.

Het volgende moment kwam er een grote hond vanuit de kant van het bos het Hol binnen. Het was zo te zien een labrador. In zijn bek zat een grote envelop, die hij voor de voeten van Sofie liet vallen.’
Bijpersonen.
Alberto Knox is de filosofieleraar van Sofie. Hij stuurt Sofie brieven, met filosofielessen. Later praten hij en Sofie in de Majorstua over filosofie. Alberto is een kleine, oude man. Hij is erg aardig, en heeft veel verantwoordelijkheidsgevoel voor Sofie. Hij heeft een goed geheugen, en is heel slim. Hij legt de filosofie aan Sofie uit. Met veel details. Hij beantwoordt al haar vragen.
‘“De drie rivierstromen uit de oudheid vloeien weer tot een grote rivier samen.”
“Je hebt goed opgelet, Sofie. Maar nu heb ik genoeg gezegd over de achtergrond van de renaissance. Nu zal ik je over de nieuwe ideeën vertellen.”
“Ik luister. Maar ik moet wel voor het eten thuis zijn”
Alberto ging weer op de bank zitten. Hij keek Sofie strak aan.
“In de allereerste plaats leidde de renaissance tot een nieuw mensbeeld. De humanisten…’
Hilde Møller Knag is een meisje die ook veertien jaar is, en net als Sofie op 15 juni, vijftien jaar wordt. Van haar vader krijgt ze op haar verjaardag een boek. Ze is heel verrast.
‘Pas nu wier ze een blik op haar nachtkastje. Er lag een dik pak! Omwikkeld met prachtig hemelsblauw papier en een rood zijden lint eromheen. Een verjaardagscadeau! Was dat misschien het CADEAU? Het grote cadeau van papa, waar hij zo geheimzinnig over deed?’
Ze reageerde verward toen ze zag dat haar vader een kaart aan Sofie had gestuurd, maar die aan haar geadresseerd was!
‘Hilde Møller Knag, p/a Sofie Amundsen, Kløverveien 3.
Lieve Hilde. Hartelijk gefeliciteerd met je vijftiende verjaardag. Je begrijpt dat ik je een cadeau wil geven waar je nog jaren wat aan hebt. Vergeef me dat ik de kaart naar Sofie stuur. Dat was het gemakkelijkste.
Veel liefs, papa.’
Op haar verjaardag, en de dagen die daarop volgden, las Hilde iedere dag een groot deel. Ze ging niet naar de kerk, en haar moeder begon zich zorgen te maken.
Albert Møller Knag is de vader van Hilde. Hij is, net als de vader van Sofie, majoor, Hij is dus de meeste tijd van het jaar weg. Hij stuurt Hilde regelmatig kaarten, maar dat doet hij via Sofie. Albert schrijft een boek voor Hilde, voor haar verjaardag. Hij stuurt daarom ook de kaarten naar Sofie, zodat Hilde dat in het boek kan lezen. Hij heeft Sofie en Alberto bedacht.
‘“Stel je toch voor dat ik je de hele tijd Sofie heb genoemd, Hilde! Ik heb toch aldoor geweten dat jij geen Sofie heet.”
“Wat zeg je nou allemaal? Heb je een klap van de molen gehad?”
“Ja, een draaiende molen, m’n kind. Die draait maar door, als een duizelige planeet om een brandende zon.”
“En die zon is de vader van Hilde?”
“Zo zou je het kunnen zeggen.”
“Bedoel je dat hij voor ons een soort God is?”
“Zonder blikken of blozen. Hij moest zich schamen!”
“Hoe zit het dan met Hilde?”
“Zij is een engel, Sofie.”
“Een engel?”
“Hilde is degene tot wie de ‘geest’ zich richt.”
“Je bedoelt dat Albert Knag Hilde over ons verteld?”
“Of over ons schrijft. Want wij kunnen de stof van waaruit onze werkelijkheid is gemaakt, niet waarnemen, dat hebben we geleerd. We kunnen niet weten of onze uitwendige werkelijkheid van geluidsgolven of van papier en inkt is gemaakt.”’
Dat was een gesprek tussen Sofie en Alberto, waarin Alberto verteld dat ze maar verzinsels zijn. Dat ze verzonnen zijn, en zijn opgeschreven door Albert Knag, de vader van Hilde.
Afloop:
Alberto verteld Sofie dat ze eigenlijk niet bestaan, dat ze in een boek zitten, die geschreven is door Albert Knag, de vader van Hilde. Als Sofie ter ere van haar verjaardag, acht dagen later (op midzomeravond) een filosofisch tuinfeest geeft, heeft Alberto een plan bedacht om te ontsnappen uit het boek. Albert verzint alles wat zij doen, en dus moeten hun hem voor zijn. Ze moeten vluchten. Alberto houdt een speech voor alle gasten op het feest. Hij vertelt dat ze allemaal maar verzonnen zijn. Verzonnen door Albert Knag, die er een boek over heeft geschreven.
Een stukje van die speech;
‘“Ons bestaan is dus niets meer en niets minder dan een soort verjaardagsvermaak voor Hilde Møller Knag. Want wij zijn allemaal verzonnen als een soort raamwerk rond het filosofische onderwijs dat de majoor aan zijn dochter geeft. …”’
Alberto trekt Sofie op een gegeven moment de bosjes in. Ze rennen, en rennen. Het hele bos door, in richting van de Majorstua.
‘“Snel!” riep Alberto. “Dit moet gebeuren voordat hij ons gaat zoeken.”
“Zijn we nu aan de aandacht van de majoor ontsnapt?”
“We zijn nu in het grensgebied.”
Ze roeiden het ven over en stormde Majorstua binnen. Alberto trok een kelderluik open. Hij duwde Sofie de kelder in. Toen werd alles zwart.’
Dit stukje staat niet meer in het boek dat Hilde voor haar verjaardag heeft gekregen. Ze leest het verhaal nog een paar keer, om erachter te komen of er misschien nog iets tussen de regels staat.
‘Nu schoot haar iets te binnen: als Sofie en Alberto er echt in geslaagd waren uit het verhaal te ontsnappen, dan had daar niets over in de multomap kunnen staan. Haar vader was zich immers maar al te zeer bewust van alles wat daar in stond.
Zou er iets tussen de regels staan? Dat was wel met zoveel woorden gezegd. Terwijl ze in de schommelbank zat, begreep Hilde dat ze het hele verhaal nog een of twee keer zou moeten lezen. Hilde leest het verhaal nog een keer, en dan leest ze dus dat stuk, wat hierboven staat. Het verhaal gaat verder. Alleen niet precies hoe Albert het heeft opgeschreven. Het staat tussen de regels. Alberto neemt Sofie mee naar de auto. Hij zegt niet waar ze heen gaan. Ze kunnen met de auto overal doorheen rijden. Als geesten dat kunnen. De rest van de mensen, kunnen hun ook niet zien en horen. In het wegrestaurant ‘Cinderella’ willen ze wat gaan drinken. Alberto had een kartonnen bekertje gevonden in de auto. Maar de knop van de koffie, kan hij niet indrukken. Hij schreeuwt; “IK WIL KOFFIE!” Maar er is niemand die er reageert. Ze horen hem niet. Totdat er een meisje aankomt. Ze heeft een rood hoofddoekje om. “Zo, jij kunt hard schreeuwen! Je wilt koffie, zei je?” zegt ze tegen Alberto. Sofie dacht dat niemand hun kon horen! Maar dat kan dus wel. Alle sprookjesfiguren, zoals Sneeuwwitje, Doornroosje, Hans en Grietje en Roodkapje, kunnen hun horen. Omdat zij in de werkelijkheid ook niet bestaan. Dan rijden ze weer verder. Sofie tuurt vooruit. Het lijkt wel alsof ze haar huis ziet! De Kløverveien! Eenmaal daar aangekomen, zet Alberto de auto stil. Sofie stapt uit, en loopt de tuin in. Dit lijkt sprekend op haar tuin! Met de schommelbank en al!
Er komt een man aanrennen. “Hildelief!” roept hij. Sofie begrijpt dat het meisje bij de steiger Hilde moet zijn. De man is ongetwijfeld haar vader, Albert Knag. Sofie praat tegen Hilde. En Hilde heft haar hoofd op. Wat hoorde ze nou? Het leek wel alsof er een klein insect tegen haar praatte. Het klonk als: “Hilde! Ben je soms blind en doof? Hilde!” Maar Hilde kon het niet erg duidelijk verstaan. Toen ze met haar vader naast de steiger zat, pratend over filosofie, voelde ze dat er iemand was. Dat er iemand echt aanwezig was. Als ze dit tegen haar vader vertelt, maakt die er grapjes over. Totdat ze ontdekken dat de roeiboot ineens midden in het ven ligt. Dat kon niet! Hilde had hem net nog gecontroleerd. Hilde wist het zeker. Sofie bestond. Zíj was het, die aanwezig was, en tegen haar praatte.
Leeservaring:
Het onderwerp van dit boek is filosofie. Dat spreekt me heel erg aan. Eerst wist ik niets van filosofie. Door dit boek, vind ik het nu wel heel interessant. Ik ben door dit verhaal wel na gaan denken over filosofie, ik heb er nu een heel ander beeld van. Ik wist eerst ook niet wat filosofie precies betekende.
Het is een heel verrassend boek. Er komen telkens dingen die je niet verwacht. Daarom is het ook zo leuk. Er zit genoeg tempo in dit verhaal. Je blíjft maar doorlezen. Veel gebeurtenissen hebben indruk op me gemaakt. Zoals het eerste deel, dat Sofie de eerste brieven van Alberto Knox kreeg, en het einde, dat Sofie en Alberto besluiten te ontsnappen uit het boek. Zelf zou ik ook wel een filosofiecursus willen, zoals Sofie dat heeft. De gebeurtenissen zijn origineel, maar wel geloofwaardig. De schrijver verzint goede spannende gebeurtenissen.
De hoofdpersoon is Sofie Amundsen. Ik leef mee met haar, dat ze het soms moeilijk heeft met het feit dat ze een filosofiecursus heeft. Hoewel ze dat erg leuk vind, heeft ze soms weinig tijd voor haar vriendin Jorunn. Haar beslissingen kan ik heel goed begrijpen. Ze heeft goede ideeën, en luistert graag naar Alberto. Zowel Alberto, als Sofie heeft me beïnvloed. Alberto heeft vooral indruk op me gemaakt door de vele filosofiekennis van hem. Hij vertelt dingen, waarvan sommige dingen me altijd zullen bij blijven. Zoals in het eerste stukje, waar hij kort uitlegt waar filosofie over gaat. Door hem ben ik na gaan denken over filosofie. Sofie heeft indruk op me gemaakt, omdat ze een slim meisje is, die goede ideeën heeft. De manier waarop ze met de vreemde briefjes die ze ontvangt omgaat, en hoe ze het vind dat Alberto haar een filosofiecursus aanbied.
Het verhaal is soms een beetje moeilijk te begrijpen. Dat komt door de moeilijke woorden die erin staan, maar meestal kun je daar overheen lezen, zonder dat je per se hoeft te weten wat dat woord betekend. Het slot van dit verhaal, vind ik er goed bij passen. Het past goed bij het verhaal. Ik vind het een plezierig slot, omdat alles goed afloopt. In het verhaal zitten veel dialogen. Ik vind het niet moeilijk om dat te begrijpen, omdat er duidelijke aanhalingstekens zijn gebruikt.
Eindoordeel:
Het is een boek dat ik iedereen kan aanraden. Zeker om te proberen. Hoewel sommige mensen misschien al stoppen bij het lezen van de eerste brief van Alberto Knox. Het onderwerp, filosofie, interesseert niet zo veel mensen. Ik vind het in ieder geval een boek dat ik zeker kan aanraden!

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

W.

W.

Zou iemand aub eens kunnen zeggen op welke paginas dit fragment staat;
‘“Ons bestaan is dus niets meer en niets minder dan een soort verjaardagsvermaak voor Hilde Møller Knag. Want wij zijn allemaal verzonnen als een soort raamwerk rond het filosofische onderwijs dat de majoor aan zijn dochter geeft. …”’
Alberto trekt Sofie op een gegeven moment de bosjes in. Ze rennen, en rennen. Het hele bos door, in richting van de Majorstua.
‘“Snel!” riep Alberto. “Dit moet gebeuren voordat hij ons gaat zoeken.”
“Zijn we nu aan de aandacht van de majoor ontsnapt?”
“We zijn nu in het grensgebied.”
Ze roeiden het ven over en stormde Majorstua binnen. Alberto trok een kelderluik open. Hij duwde Sofie de kelder in. Toen werd alles zwart.’

Dank jullie wel!

9 jaar geleden

Andere verslagen van "De wereld van Sofie door Jostein Gaarder"