Primaire gegevens
Auteur: Renate Dorrestein
Titel: Een hart van steen
Uitgever: Lijsters
Aantal bladzijden: 205
Aantal hoofdstukken: 2 delen, 6 hoofdstukken + een epiloog
Genre verhaal: Roman, Drama

Titelverklaring
De titel van dit boek is Een hart van steen. De titel heeft een dubbele betekenis. Op de eerste plaats heeft de grafsteen waaronder de gezinsleden Van Bemmel begraven liggen, een vorm van een hart. ‘Een ijskoud stenen hart dat alles zou overleven zonder ooit een tel te hoeven kloppen’. De andere verklaring is dat de persoon waar de titel op duidt een vrijwel gevoelloos persoon is. Hard en alles laat hem/haar koud, dit leven gaf diegene niet wat hij/zij ervan verwachtte.
Deze titel zou naar mijn mening twee personen kunnen zijn, Ellen (de hoofdpersoon), maar het zou ook haar moeder kunnen zijn. Je zou kunnen denken dat het hier om Ellen gaat omdat het verhaal natuurlijk om haar draait, om haar leven, en ze heeft echt ontzettend veel verdrietige, vervelende dingen in haar leven meegemaakt. Hierdoor is alles met haar psychisch ook niet helemaal in orde, ze heeft een vorm van Schizofrenie, want ze denkt dat ze nog steeds in contact staat met haar overleden zus Sybille en haar broer Kester. Ze denkt dat deze personen in haar voortleven en ze laat hen de keuzes die zij moet maken voor haar bepalen.
De titel zou echter ook over haar moeder kunnen gaan. Zij leed aan kraamvrouwenpsychose na de geboorte van Ellen’s jongste zusje Ida. Ze was er van overtuigd dat Ida bezeten was door de duivel en dat zij die er met alle geweld uit moest zien te krijgen. Hierdoor mishandelde zij Ida nog al eens. Uiteindelijk heeft zij heel haar gezin in koelen bloede vermoord omdat ze van mening was dat dit de enige manier zou zijn om van de duivel af te komen. Ellen en Carlos wisten wel te ontkomen.

Achtergronden
Renate Dorrestein werd op 25 januari 1954 geboren te Amsterdam in een rooms-katholiek gezin. Ze genoot naar eigen zeggen een redelijk gelukkige jeugd. Niet door de geweldige sfeer die binnen het gezin hing, maar doordat haar eigen fantasie haar in staat stelde haar leven kleur te geven. In 1972 behaalde zij haar gymnasiumdiploma aan het Keizer Karel College te Amstelveen, waarna zij zich met energieke gedrevenheid stortte op het vervullen van haar droom: schrijfster worden.
De eerste stap die zij ondernam, was het volgen van een stoomcursus tijdschriftjournalistiek bij de uitgeverij De Spaarnestad. Al spoedig hierna kreeg ze een aanstelling bij het weekblad Panorama. Door de vele reizen die ze mocht maken voor het blad en de ervaringen die ze opdeed, werd haar persoonlijkheid en daardoor ook haar schrijfstijl gevormd. Na een aantal jaren bij Panorama gewerkt te hebben, besloot ze in 1977 het tijdschrift te verlaten. Midden jaren zeventig was Renate al samen met een vriendin het productiebureau Proburo gestart, dat bijlagen verzorgde voor tijdschriften. In de periode 1977 - 1982 werkte ze als freelancer voor Het Parool, Viva en Opzij. Van Opzij werd ze in 1982 redactrice.
Renate probeerde met haar columns en artikelen in allerlei tijdschriften de wereld wakker te schudden en te provoceren. Ze zette zich in voor het feminisme en daaraan gerelateerde zaken en stelde door haar krachtige taal de positie van de vrouw in de maatschappij aan de kaak. Tussen 1982 en 1983 werd ze ook nog eens hoofdredactrice van het inmiddels opgeheven tijdschrift Mensen van Nu en schreef ze columns voor De Tijd en Bzzlletin.
Hoewel ze zich op vooral journalistiek gebied liet gelden, wilde Renate Dorrestein het liefst boeken schrijven. Nadat ze jaren tevergeefs had geprobeerd haar boeken gepubliceerd te krijgen, ontdekte een uitgeverij in 1983 eindelijk haar talent en verscheen haar debuutroman Buitenstaanders. Deze roman werd een doorslaand succes en haar titel als schrijfster was gevestigd. Hierna volgden de romans Vreemde streken en Noorderzon.
In 1986/87 vertrok ze voor een jaar naar de Verenigde Staten om daar op uitnodiging van de University of Michigan te fungeren als 'writer in residence'. Ze gaf les aan Amerikaanse studenten en deed zo nu en dan eens haar bekende 'woordje'. Dat de Amerikanen hier nog niet helemaal op voorbereid waren, bleek uit het opzien dat haar lezing “Who wants to write like a woman?” baarde.

Erkenning van de vrouw, en dus ook de schrijfster, was de kern van Renate's missie. Mede daarom hielp ze in 1986 bij het oprichten van de Anna Bijns stichting, die elke twee jaar een prijs uitlooft voor 'de vrouwelijke stem in de letteren.' Deze prijs is bedoeld om vrouwelijke Nederlandse schrijfsters een steuntje in de rug te geven.

Van de romans die in de loop van de jaren verschenen zijn, zoals Een nacht om te vliegeren, Het hemelse gerecht, Ontaarde moeders, Een sterke man, Verborgen gebreken en Een hart van steen, zegt ze zelf dat het nogal aparte boeken zijn. Voor haar gevoel hoort haar schrijfstijl nergens bij en maakt ze niet deel uit van een literaire beweging. De enige schrijfsters met wie ze zich enigszins verwant voelt zijn Fay Weldon en Beryl Bainbridge, omdat zij ook maatschappelijke kwesties niet onbesproken laten in hun boeken.
Dat de stijl van Renate Dorrestein in deze tijd vrijwel uniek is, belet niet dat haar romans een steeds groter publiek vinden. Haar boeken staan steeds langer op bestsellerlijsten en zijn al in aanmerking gekomen voor verschillende publieksprijzen. Zo werd Een sterke man genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs en werden Verborgen gebreken en Een hart van steen genomineerd voor de Trouw publieksprijs. Juist omdat haar werk zo eigenzinnig en onweerstaanbaar is, werd haar hele oeuvre in 1993 bekroond met de Annie Romein Prijs. In 1997 kreeg ze ook nog eens de jonge Gouden Uil voor Verborgen gebreken. Dat haar erkenning als schrijfster na deze prijzen alleen nog maar toenam, blijkt uit het feit dat ze nog datzelfde jaar op uitnodiging van het CPNB de mogelijkheid kreeg het boekenweekgeschenk Want dit is mijn lichaam te schrijven over het thema God.
Net als in haar columns verwerkt Renate in haar boeken vaak een boodschap aan de wereld. Zo ook in haar autobiografisch werk Heden ik, waar ze haar worsteling met de ziekte ME, maar nog meer met de manier waarop de maatschappij tegen ME aankijkt, beschrijft. Een ander autobiografisch werk over een van haar eigen worstelingen is Het perpetuum mobile van de liefde. In dit boek beschrijft ze haar verwerkingsproces na de zelfmoord van haar zus. Hoewel het boek vooral gaat over haar eigen verdriet, laat Renate het ook hier niet na de nodige kritische kanttekeningen te maken over de samenleving en haar ingeburgerde patronen.

Niet alleen in Nederland is Renate Dorrestein een succes, ook in het buitenland is ze gewild. Haar boeken zijn al verschenen in het Engels, Duits, Spaans, Japans, Italiaans, Zweeds, Frans, Fins en Deens en de rechten van Een hart van steen werden in 2000 voor 220.000 gulden verkocht aan de Amerikaanse uitgeverij Viking.

Verder verscheen in Nederland in 2000 de luchtige, maar goed onderbouwde vakbiografie Het geheim van de schrijver.
Haar roman Zonder genade werd genomineerd voor de AKO Literatuur Prijs 2002.

Samenvatting
Ellen van Bemmel woont met haar ouders, haar broer Kester, haar zus Sybille en haar broertje Carlos is een groot huis in Haarlem. Haar ouders hebben een knipselbureau gespecialiseerd in Amerika. Ze hebben daarbij hulp van een aantal studenten waaronder Bas. Het gezin Van Bemmel heeft een normaal en gelukkig leven. Dit verandert als bekend wordt dat er nog een kind verwacht wordt. Na de geboorte van hun zusje Ida verandert moeder Van Bemmel heel erg. Ze krijgt na de geboorte van Ida een postanale depressie oftewel kraamvrouwenkoorts. Ze is ervan overtuigd dat Ida bezeten is door de duivel en dat die uitgedreven moet worden. Ze begint Ida te mishandelen en alleen Ellen merkt daar wat van. Na een poosje lijkt het of moeder er weer helemaal bovenop is, maar dan begint ze te zeggen dat het lijden bijna voorbij is. Op een avond maakt ze samen met Ellen voor iedereen een schoteltje met zogenaamde vitaminepillen (slaappillen en valium) klaar. Iedereen neemt de pillen behalve Ellen die haar hond aan het uitlaten is. Als ze thuiskomt treft ze haar hele familie dood aan met plastic zakken over hun hoofd. Dan ziet ze dat Carlos nog leeft en neemt hem mee naar de kelder waar ze zich verstopt houden.
Ellen en Carlos gaan naar een tehuis en een paar jaar later wordt Carlos geadopteerd. Vanaf dat moment heeft Ellen nog nauwelijks contact met haar broertje. Als ze achttien is gaat Ellen op kamers wonen en gaat medicijnen studeren. Dan komt ze er achter dat haar moeder gewoon aan kraamvrouwenpsychose leed en dat alles met de juiste medicijnen voorkomen had kunnen worden.
Nadat Ellen van haar man Thijs is gescheiden raakt ze bewust zwanger van een onbekende. Tijdens haar zwangerschap besluit ze te verhuizen naar het huis waar ze is opgegroeid. Daar ontmoet ze in het tuincentrum Bas. Hij komt haar helpen bij het opknappen van de tuin. Doordat ze bijna een miskraam krijgt moet ze verplicht bedrust houden. Op advies van haar dokter komt Lucia, een vrouw die door haar man wordt geslagen, met haar kinderen bij haar inwonen. Ellen en Lucia kunnen niet goed met elkaar opschieten. Door de komst van Lucia mag Ellen geen bezoek meer ontvangen. Ze vindt het verschrikkelijk dat ze Bas nu niet kan vertellen dat ze bijna een miskraam heeft gehad. Ze wordt een beetje verliefd op hem.
Tijdens haar periode van bedrust bladert Ellen door het oude familiefotoalbum, beetje bij beetje komen alle herinneringen weer boven en probeert ze alles te verwerken. De verdenkingen die ze tegenover haar vader had verdwijnen wanneer Bas haar een notitie laat zien waarop haar vader zijn plannen voor een vakantie met haar moeder heeft staan. Zo ontdekt ze dat haar vader niet heeft meegewerkt aan het plan van haar moeder. Ze ontdekt dat haar moeder haar gewoon vergeten was. Op deze wijze verwerkt zij haar verleden. Met behulp van Bas kiest zij een naam voor haar kind.

Motieven en Thema’s
Het thema van dit boek is jeugdtrauma/rouwverwerking.
Doordat Ellen dit heeft meegemaakt zal het heel moeilijk voor haar zijn om verder te kunnen leven, ze kan het verleden eigenlijk niet of heel moeilijk laten rusten. Je kan dus gerust spreken van een trauma. Het boek heeft ook een ander thema, namelijk postnatale depressie. Margje kreeg een postnatale depressie die vele gevolgen had. Dit is de oorzaak van alles, van de levenswandel van Ellen.
Een steeds terugkerend ‘begrip’ is Ida, het vijfde kindje van Margje en Frits en het zusje van Ellen. Ze heeft een centrale rol in dit verhaal. Ook als Ellen zelf een in verwachting is, noemt ze haar kind Ida. In de ogen van Ellen is Ida (indirect) de oorzaak van alle gebeurtenissen in haar leven.

Personages
Ellen van Bemmel is de hoofdpersoon in het boek. Haar levensverhaal wordt verteld, van ongeveer haar twaalfde tot aan het heden, 37 jaar. Je beleeft het verhaal door haar ogen. In Ellens jongere jaren was ze een vrolijk en ondernemend kind, intelligent en zorgzaam.
Na de tragedie wordt ze harder. Tegenover zichzelf, maar ook tegenover anderen. Soms is ze ook erg kortaf. Ze heeft echter veel meegemaakt. Ik vind haar heel erg moedig, want het is niet niks. Door het geen wat gebeurd is, is ze ook emotioneler geworden.

Op latere leeftijd is Ellen heel erg onzeker. Ze loopt ook heel wat psychiaters af. Ze ziet verschijningen van Kester en Sybille, haar overleden familieleden. Ze doet precies wat zij haar opdragen, bang om ze te verliezen, dat ze echt ‘sterven’. Uiteindelijk kiest Ellen voor haar eigen leven en laat ze haar familieleden los. Ik vind Ellen onvoorspelbaar.
Ellen heeft blond haar en is klein van stuk.

Andere personages
-Margje van Bemmel is de moeder van Ellen. Ze is in het begin van het boek een aardige, zorgzame en hard werkende vrouw. Zij maakt in het boek een grote karakterverandering door. Ze beïnvloedt met haar gedrag het hele gezin. Later in het boek is ze overbezorgd over Ida en is ze alleen maar met zichzelf en Ida bezig. Ze draait een beetje door, door kraamvrouwendepressie. Ook laat ze zich daardoor leiden door ‘Gods wil’ , een beetje geobsedeerd.
-Frits van Bemmel is de vader van Ellen. Hij is ook een hardwerkende man, maar ook een goede vader. Frits houdt erg veel van zijn kinderen en van zijn vrouw. Hij is heel erg intelligent, maar ook zorgzaam. Hij is eigenlijk Ellens favoriet. Dat blijft eigenlijk zo, ook na de komst van Ida. Hij maakt zich wel zorgen over Margje, maar hij denkt dat dat wel over gaat.
-Kester (Kes) is Ellens grote broer. Hij is erg zorgzaam voor zijn jongere broertje en zusje. Ook is hij erg handig. Hij speelt niet zo’n grote rol. Hij komt later in haar leven voor in haar waanbeelden. Ik vind dat hij dan een beetje onsympathiek overkomt.
-Sybille, ook wel Billie genoemd, is Ellens grote zus. Ze is een paar jaar ouder, een eigenwijze puber als Ellen nog 12 is. Ze ziet haar als haar grote voorbeeld. Ze leert veel van haar, zoals roken en over zaken als make-up. Ze is erg met haar uiterlijk bezig. Als haar moeder ‘ziek’ is, neemt ze veel verantwoordelijke taken op zich. Later is ze ook een waanbeeld in haar gedachten. Ik vind haar dan net als Kester een beetje onsympathiek. Een beetje minachtend.
-Michiel, door Ellen Carlos genoemd, is haar kleine broertje. Ze beschermt hem, maar helpt hem ook. Ze zorgt erg goed voor hem. Zij heeft Carlos gered van de dood. Carlos is nog erg jong, dus je kan niet echt iets over zijn karakter zeggen. Wel wil hij altijd alles weten. Uiteindelijk wordt Michiel geadopteerd. Hij voelt zich erg thuis in zijn pleeggezin, maar Ellen is erg kortaf als het daarover gaat. Dat is een van de voorbeelden van hoe hard ze kan zijn.
-Ida (later ‘gedoopt’ tot Sophie) is het vijfde kind van Frits en Margje, dus Ellens zusje. Ze is nog een baby. In het begin van haar leventje was ze erg ziek. Ook heeft ze daardoor een beetje een vervormd hoofd. Verder wordt er niks over haar verteld. Ze wordt gezien als de oorzaak van alle problemen. (Het ongeboren kind van Ellen wordt door Ellen ook Ida genoemd.)
-Bas Veerman werkte vroeger als conciërge bij het knipselbureau. Hij is degene die Ellen en Carlos vond in de kelder na de moorden. Later komt Ellen hem weer tegen. Hij werkt voor Ellen in haar tuin en doet klusjes. Op het eind van het boek gaat Ellen met hem samenwonen. Bas heeft een paardenstaartje.
-Lucia heeft bij Ellen gewoond, ondergedoken voor haar man. Ze hielp Ellen nadat ze bijna een miskraam had gehad en dus een maand rust moest houden. Ik vind haar niet zo aardig. Zij en Ellen zijn steeds in conflict. (Lucia heeft nog drie dochtertjes, Rochelle, Samantha en Vanessa).

Perspectief
Het verhaal wordt in een ik-perspectief verteld. Deze ik-persoon is Ellen. Het is denk ik makkelijker een boek op deze manier te schrijven en te lezen. Het is alsof je je in dit verhaal begeeft, jij de persoon bent die dit alles meemaakt. Het gaat voor je leven.
Door een verhaal in een ik-perspectief te vertellen kun je ook goed vertellen en weergeven wat de persoon denkt en hoe zij de dingen ervaart. De schrijver kan ook een groot deel van zijn mening en karakter in het personage stoppen.
Normaal gesproken vind ik boeken met een ik-persoon vreselijk! Ik vind het zo ongelooflijk irritant. Hierdoor wilde ik nadat ik begonnen was met lezen en op de helft van de eerste bladzijde was het boek eigenlijk al wel wegleggen. Maar dat heb ik dus niet gedaan. Waarom weet ik niet precies maar toch sprak het geheel op de een of andere manier mij wel aan. Dus heb ik toch maar doorgelezen. En na een paar bladzijden ergerde ik mij totaal niet meer aan de ik-persoon, het was juist wel leuk! Dus ik vind het een erg goede keuze het boek in het ik-perspectief te schrijven.

Tijd en ruimte
Het verhaal is door middel van flashbacks verteld. Ellen bevindt zich in haar ouderlijk huis waar heel de tragedie heeft plaatsgevonden en kijkt in een familiefotoalbum. Door deze foto’s te bekijken komen er weer allerlei herinneringen aan vroeger op. De flashbacks zijn eerst nog wel chronologisch maar later wordt de flashback naar de nacht dat haar moeder het gezin uitmoordde op de meest onlogische momenten weer herhaald zonder dat er ook maar iets duidelijk wordt. Die flashback wordt dan ook pas duidelijk aan het einde van het boek. Daar leef je dus wel naar toe.
Het verhaal speelt zich voor het allergrootste deel af in het huis op Lijsterlaan nummer 11 in Haarlem, voornamelijk binnenshuis, maar soms ook buiten. Het huis met kantoor, het knipselbureau. Daar is ze opgegroeid en heeft ze veel dingen meegemaakt. Daar vonden de moorden plaats. Na 25 jaar woont ze er weer, in verwachting van haar baby. Dan komen de herinneringen van vroeger weer terug. Ook komen er plaatsen in voor als het tuincentrum, de tuin, de kerk, het strand en de bossen. Maar die plaatsen zijn niet echt van belang. Wel is het kindertehuis van belang, waar Ellen enkele jaren van haar leven doorbracht.

Dit boek speelt zich af onder verschillende weersomstandigheden. Maar dat komt omdat het zich afspeelt in een langere periode. De klimatologische omstandigheden zijn eigenlijk niet echt belangrijk in het boek. Behalve het fragment waarin Margje de thermostaat op 25 graden Celsius zet, terwijl het buiten vriest, om het ‘onreine’ er uit te zweten. Ook een wandeling in de regen wordt beschreven. Op de dag dat Ida geboren werd was het ongewoon voor de tijd van het jaar.
Als Ellen in haar huis gaat wonen is het voorjaar en werkt ze aan haar tuin. Soms hebben de weersomstandigheden wel een betekenis, het geeft een bepaalde sfeer aan datgene dat er op dat moment speelt.

Spanning
De spanning wordt door het hele verhaal opgebouwd. In eerste instantie lees je over een gelukkig, blij gezinnetje. Maar die rust wordt verstoord door de ziekte van Ellen’s moeder. Aan het einde van het verhaal is er dus absoluut niks meer van dat gezin over. Wat ook veel voorkwam in het boek en er de spanning goed inhield was dat op een belangrijk punt in het verhaal of een ontknopingspunt een tijdssprong werd gemaakt en je nog niks wijzer werd. Je moet dan wel doorlezen om erachter te komen wat er nu precies aan de hand was.

Oordeel
Ik had verwacht dat het ontzettend zielig, aangrijpend boek zou zijn en daar had ik dan ook gelijk in.
Ik heb het boek gekozen omdat ik vorige zomer een pakket heb besteld van boeken van Lijsters en dit boek sprak mij het meeste aan, de titel en het onderwerp vond ik interessant.
De ontknoping aan het einde van het boek was het belangrijkste gedeelte in dit boek, je leefde daar constant naar toe.
Het aangrijpendste gedeelte vond ik eigenlijk toen ze Sybille en Kester los zou laten. Want in haar beleving betekende dit dat zij dan ook echt voorgoed dood waren. Doordat dit boek in de ik-persoon is geschreven lijkt het ook veel meer alsof je echt bij het verhaal betrokken bent. Alles wat ellen voelt wordt beschreven en maak je dus heel levendig mee.
Het verhaal is ook erg boeiend en leerzaam.
Het onderwerp is erg boeiend, het is wel heel erg dat die moeder denkt dat ida van de duivel bezeten is, maar het is gewoon ook spannend.
Het is leerzaam doordat er veel psychische rare ziektes in voorkomen zoals kraamvrouwenkoorts en schizofrenie.
Ook fijn is dat de personages een groot gedeelte van het boek nog gewoon kinderen zijn en je je dus goed in hen kunt inleven. De volwassenen uit het boek begreep ik namelijk voor grootste gedeelte niet.
Ik zou dit boek zeker aan iedereen aanraden om te lezen. Het is heel mooi en erg aangrijpend. Het is ook nog een beetje begrijpelijk taalgebruik in tegenstelling tot andere boeken.

Ervaringsverslag

Onderwerp
Het onderwerp sprak mij heel erg aan. Het onderwerp is de baby ida die volgens haar moeder bezeten is van de duivel. Daar draait heel het verhaal ook om. Doordat haar moeder dit denkt wordt het hele gezin, op ellen en carlos na, vermoordt door de moeder. Zij is van mening dat dit de enige oplossing is.
Ik heb doormiddel van dit boek meer over geestelijk zieken mensen geleerd.
Ik vind dat het verhaal heel goed is uitgewerkt, in eerste instantie vond ik het ongelofelijk irritant dat het veerhaal zo verteld werd dat je het ene moment in het heden en het volgende moment in het verleden zat. Maar uiteindelijk denk ik dat dat toch de beste manier van vertellen was. Het boek heeft ook zeker wel aan mijn verwachtingen beantwoord. In grote lijnen zou ik het net zo verteld hebben.
De schrijver uit zijn mening vooral via de ik-persoon, ellen, denk ik. Dat si natuurlijk ook het handigst bij een ik-perspectief.

Gebeurtenissen
De belangrijkste gebeurtenissen in het boek zijn het moment waarop Ellen bijna een miskraam krijgt en wanneer je te weten komt wat er zich in het huis heeft afgespeeld. Ze worden goed beschreven, hoewel het moment van de miskraam misschien iets uitgebreider beschreven had kunnen worden. De gedachten van de hoofdpersoon zijn het belangrijkste in het boek. Dat vind ik heel goed, want het gaat over een verwerkingsproces. Om dat te kunnen begrijpen moet je wel goed weten wat er zich in het hoofd van de hoofdpersoon afspeelt.
Alle gebeurtenissen in het boek staan in verband met het drama dat zich in huize Van Bemmel heeft afgespeeld. Als je eenmaal weet wat er gebeurd is, zijn alle andere gebeurtenissen ook heel logisch met elkaar verbonden. De gebeurtenissen zijn heel verrassend, het lijkt net of Ellens persoonlijkheid steeds verandert en dat is ook wel een beetje zo. Telkens als ze iets heeft verwerkt verandert ze een beetje.
De volgorde van de gebeurtenissen is niet-chronologisch. Er wordt telkens heen en weer gesprongen door de tijd. Van het heden naar het verleden, maar ook tussen verschillende gebeurtenissen in het verleden.
Het verhaal wordt niet-continu verteld. Uit het verleden worden maar kleine stukjes van Ellens jeugd beschreven. De tijd tussen haar studie en haar scheiding van Thijs wordt helemaal niet beschreven. Alleen gebeurtenissen die een rol spelen bij het verwerkingsproces of die onmisbaar zijn voor het verhaal worden verteld.
Het hele boek bestaat uit flashbacks, de belangrijkste daarvan zijn het familiedrama en het moment waarop Ellen ontdekt dat haar moeder aan kraamvrouwenpsychose heeft geleden. De functie van de flashbacks is de spanning vergroten.

Personages
Ik vind Ellen wel een heldin, want ik vind het heel knap dat het haar uiteindelijk lukt om haar verleden te verwerken. Dat is wel een heldendaad. Je leert de persoon goed kennen doordat je als het ware in haar hoofd zit. Renate Dorrestein beschrijft duidelijk wat Ellen allemaal denkt en daardoor kom je te weten hoe ze in elkaar zit.
Ik vind de personages minder herkenbaar, omdat zoiets niet in mijn omgeving voorkomt. Toch komen ze heel geloofwaardig over, je weet dat zoiets kan gebeuren en de reacties van de personages lijken me erg logisch.
De verdenkingen van Ellen tegenover haar ouders hebben me wel beïnvloed, omdat je maar vanuit een perspectief naar de hele situatie kijkt. Je komt alleen te weten wat Ellen overal van denkt en hoort alleen haar kant van het verhaal terwijl zij zelf ook niet precies weet hoe het is verlopen. Ik kan me niet zo goed verplaatsen in de personages. Dat komt doordat het onderwerp totaal niet in mijn belevingswereld ligt.
Ik vind Ellen, Carlos, Bas en Ellens vader sympathiek, Sybille, Kester, Ellens moeder en Lucia vind ik minder sympathiek. Dat komt door de gedachten en opvattingen van Ellen. Je kijkt door haar ogen naar de andere personages.
Sommige dingen in het gedrag van Ellen vind ik goed en andere dingen vind ik slecht. Ze reageert soms erg heftig op bepaalde situaties, maar na wat ze heeft meegemaakt is dat begrijpelijk. Hoe ik tegen het gedrag van de andere personages aankijk wordt grotendeels bepaald door de gedachten van Ellen.
Ik vind dat Ellen heel onvoorspelbaar is. Dat vind ik erg prettig, dat houdt het boek spannend. Je weet niet wat je kan verwachten, dus je wordt regelmatig verrast.

Bouw
De opbouw van het boek vind ik best wel ingewikkeld. Er wordt de hele tijd door de tijd heen en weer gesprongen. Doordat je in de gedachten van Ellen zit is het soms moeilijk te merken wanneer je naar een ander tijdstip springt. Het verhaal is heel spannend, doordat het zo onvoorspelbaar is, maar vooral doordat je wilt weten wat er zich heeft afgespeeld in Ellens jeugd.
Er zitten heel veel flashback in het boek. Meer dan de helft van het boek bestaat uit flashbacks. Dat vind ik niet vervelend, het maakt het boek juist spannend. Het past ook goed bij het onderwerp, want ze verwerkt het beetje voor beetje, steeds een stukje verder terug in de tijd.
Je ziet de gebeurtenissen door de ogen van Ellen. Ik vind dat wel een geslaagde manier, het gaat immers om een verwerkingsproces en daarbij is het belangrijk dat je veel van de persoon te weten komt.
Het verhaal is aan het eind van het boek echt afgelopen, je weet wat er gebeurd is en daarmee is het afgesloten. Dat vind ik wel jammer, want dan kun je zelf niet meer bedenken hoe het af zal lopen. Als dat wel kan blijft het boek toch langer hangen.
Het boek begon me al na een paar bladzijden te boeien, het wordt al snel duidelijk dat er iets afschuwelijks gebeurd moet zijn. Vanaf dat moment wilde ik weten wat dat was. Het boek bleef bijna tot het eind toe spannend. Toen duidelijk werd wat er was gebeurd in huize Van Bemmel was de spanning er wel af.

Taalgebruik
Het taalgebruik is niet moeilijk. Het zijn gedachten van een normaal iemand, heel makkelijk om te lezen. Er komt weinig dialoog voor in het boek en heel veel beschrijvingen. Het boek bestaat vooral uit gedachten. De beschrijvingen zijn soms wel iets te uitgebreid, waardoor het langdradig werd.
Het taalgebruik past goed bij de hoofdpersoon en het onderwerp. Het onderwerp is heel persoonlijk daar past het taalgebruik goed bij. Net alsof je zelf aan het nadenken bent. Er zaten verder ook geen bijzonderheden in het taalgebruik.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.