Ook deze week is het nog 'seksweek' op Scholieren.com. Samen met de Sense Infolijn geven we antwoord op al jouw seksvragen.

 


Alles over seks Alles over seks


1. Zakelijke gegevens

a. Renate Dorrestijn
b. Een hart van steen, Pandora, Amsterdam, 2001, 12e druk, 238 blz. (1998 eerste uitgave)

2. Eerste reactie

a. Ik heb dit boek niet om een bepaalde reden gekozen. Ik wilde op aanraden van een vriendin juist het boek “Buitenstaanders” van Renate Dorrestijn lezen, maar toen ik in de bieb stond leek dit boek me leuker. Het verhaal leek me wel interessant. De beschrijving op de achterkant van het boek was een beetje vaag, daarom wilde ik juist graag het boek lezen om te weten te komen wat er nou precies allemaal gebeurt. Ik ben eigenlijk ook wel een beetje sensatiebelust, dat heeft waarschijnlijk ook wel meegespeeld in mijn keuze van dit boek.
b. Ik vond het een erg indrukwekkend en dramatisch verhaal, af en toe ook een beetje absurd. Het is ook heel spannend, doordat je stukje bij beetje steeds meer te weten komt over wat er vroeger is gebeurd, door middel van flashbacks. Door de flashbacks maak je de hoofdpersoon ook mee als kind en daardoor voel je nog meer met haar mee. Ik vind de schrijfstijl erg goed, vooral hoe alle personages worden neergezet. Ik vind dit gewoon een erg goed boek. Ik ben erg benieuwd naar andere boeken van Renate Dorrestein.

3. Verdieping

a. De hoofdpersoon is de 37-jarige patholoog-anatoom Ellen van Bemmel. Ze heeft een tijdje
onbetaald verlof genomen en het voormalig ouderlijk huis gekocht, een villa in een buiten- wijk van Haarlem. Ze wil het huis herstellen zoals het was toen zij er als kind woonde. Ellen is zwanger van een wildvreemde man. Na haar scheiding van Thijs Kamerling, meer dan een jaar geleden, is ze bewust alleenstaand. Ze besluit de tuin op te knappen en krijgt hulp van Bas Veerman, de vroegere conciërge van haar vaders kantoor die nu bij de Intratuin werkt. Vanwege een dreigende miskraam moet ze op een gegeven moment een aantal maanden bedrust houden. Gedurende die tijd krijgt ze hulp van Lucia, die met haar drie dochtertjes tijdelijk bij haar in huis komt wonen, op advies van arts Jan Bramaan. Aan de hand van foto’s kijkt de verbitterde en getraumatiseerde Ellen terug op haar leven en dat van haar familieleden, waarin zich vijfentwintig jaar geleden een verschrikkelijk drama heeft af-gespeeld. Haar ouders, Frits van Bemmel en Margje de Groot, doodden toen drie van hun vijf kinderen en vervolgens zichzelf. Door het toeval zijn Ellen en haar jongste broertje Michiel (ook wel Carlos genoemd) aan de dood ontsnapt. Ellen wordt gekweld door de vraag waarom zij is blijven leven en waarom haar ouders het hebben gedaan. Bladerend in het familiefotoalbum reconstrueert ze het verleden en zoekt ze verklaringen voor het drama. Ze wil voor haar nog ongeboren baby, die ze Ida- Sophie noemt, duidelijk kunnen maken wat er met haar opa, oma, tantes en oom is gebeurd.
Toen Ellen zo’n twaalf jaar oud was vormden de Van Bemmels nog een gelukkig gezin, met vier kinderen: de vijftienjarige Sybille (Billie), de iets jongere Kester (Kes), Ellen en de driejarige kleuter Carlos ( Michiel). Er was een vijfde kind op komst, tot groot ongenoegen van de kinderen. Ellens ouders leidden een knipselbureau aan huis, dat gespecialiseerd was in Amerika en vooral werkte met studenten, die voor hen de artikelen uitknipten.
Op Ellens twaalfde verjaardag sloeg het noodlot toe. Carlos kreeg een ketel kokend water over zich heen en verbrandde zijn keel, borst en linkerarm. Toen hij uit het ziekenhuis kwam, was hij in Ellens ogen een heel ander kind geworden. Het vijfde kind werd Ida genoemd, een naam die door Ellen bedacht was en haar afkeer van het kind uitdrukte. Het rijmde op malaria en als je er een paar letters bij gooide kreeg je diarree.
Ida was een spuug- en huilbaby, die iedereen de stuipen op het lijf joeg met haar gekrijs. Ze bleek een maagvernauwing te hebben. Toen ze in het ziekenhuis opgenomen werd, begon Margje zich vreemd te gedragen. Ze verdacht haar familieleden ervan dat ze haar baby wilden stelen en maakte een hevige scène. Toen Ida terugkeerde uit het ziekenhuis, begon Margje zich zorgen te maken over de vorm van haar hoofdje en vlak voordat Ida gedoopt zou worden, vluchtte ze met haar de kerk uit.
De eens zo hechte relatie tussen Frits en Margje begon te verslechteren, evenals die tussen hen en de kinderen. Margje verscheen niet meer op kantoor; de hele dag was ze bezig met Ida, in wie volgens haar de duivel schuilde. Ze nam zich voor die uit te drijven, eigenhandig, om haar dochtertje weer sterk en gezond te maken. Verder besloot ze om nooit meer seks te hebben met Frits. Dat bracht hem zo tot wanhoop en razernij dat hij haar op een nacht verkrachtte. De volgende morgen ontdekte hij op de onderbuik van Ida talrijke dieppaarse bloeduitstortingen, die hem aan leukemie deden denken. Margje mishandelde de baby op allerlei manieren, maar niemand ( behalve Ellen) had iets in de gaten. Ze liet de kinderen bidden, eerst tot god, later tot zichzelf, om te vragen het kwaad uit hun kleine zusje te drijven. Omdat Ellen zich schuldig voelde over het kwaad dat ze over haar zusje had uitgesproken, wilde ze het een beetje goed maken. Daarom verzon ze een leuke naam voor Ida, Sophie. Ida moest een beenmergpunctie ondergaan en de artsen hadden geen verklaring voor de botbreuken, inwendige kneuzingen, vurige huiduitslag en diarree. Frits maakte zich alleen zorgen om zijn vrouw, omdat ze niet in haar gewone doen was. Rond Pasen deed Margje plotseling weer normaal en toen begon de baby te blaken van gezondheid. Het vroegere gelukkige gezinsleven leek teruggekeerd te zijn. Maar toen het weer na een paar dagen omsloeg, werd Margje treurig. Samen met Ellen maakte ze voor iedereen een schoteltje met “vitaminepillen” klaar (slaaptabletten en valium die ze had opgespaard). Die avond, 6 April 1973, was Ellen tijdens het toetje opgestaan om haar hond Orson uit te laten. Toen ze weer terugkwam, trof ze in de keuken de levenloze Bille en Kester aan, met dichtgebonden plastic zakken over hun hoofd. Haar ouders bevonden zich eveneens levenloos op de bank in de serre; Ida lag in een vuilniszak op het aanrecht. Ze hoorde Michiel onder de tafel in zijn plastic zak hoesten en ze sleepte hem naar de kelder. Bas vond hen daar de volgende morgen en alarmeerde de politie.
Na het drama kwamen Ellen en Michiel in het internaat De Eenhoorn terecht; hond Orson werd naar een asiel gebracht. De aanpak van hun begeleiders, Sjaak en Marti, had weinig effect en werkte vaak averechts op de getraumatiseerde kinderen. Michiel werd al snel geadopteerd door de heer en mevrouw Kamphuis uit Beverwijk, tot woede en verbijstering van Ellen, die zijn vertrek nog had proberen te belemmeren door er op kerstavond met hem vandoor te gaan. Slechts één keer ging ze bij Michiel en zijn adoptiefouders op bezoek, toen hij vijf werd. Na bijna een jaar bleken ze van elkaar vervreemd te zijn. Hierna verloor ze het contact met hem. Steeds vaker begonnen Billie en Kester door Ellens hoofd te spoken en haar van alles te verwijten. Tijdens een feest in de Eenhoorn kreeg Ellen van Sjaak en Marti een cadeau, het oude fotoboek, waarvan ze behoorlijk overstuur raakte.
Ellen bleef tot haar achttiende in het internaat en ging toen op kamers wonen. Ze riep de hulp in van verschillende psychiaters om de gebeurtenissen uit het verleden te verwerken, maar zonder veel succes. Ze moest het verleden loslaten, maar dat gaat niet zomaar als je je overleden broer en zus nog steeds ziet en ze je vertellen wat je moet doen. Ze had voort-durend migraine, ging ‘s nachts de cafés af en stortte zich in de armen van bijna iedere man die ze tegenkwam.
Halverwege haar studie medicijnen hoorde ze tijdens een college gynaecologie voor het
eerst iets over de postnatale depressie en de kraamvrouwenpsychose, de ergste vorm
daarvan. Toen ging haar een licht op: als haar moeders toestand na de geboorte van Ida tijdig was herkend en haar de juiste medicijnen ( progesteron) waren voorgeschreven, had er nooit een tragedie hoeven plaatsvinden. Dit besef werkte bevrijdend, niemand had iets fout gedaan. Maar waarom had haar vader geen vinger uitgestoken?
Ze ontmoette Thijs en besloot patholoog-anatoom te worden, de kant van de doden te kiezen. Ze trouwde met Thijs, maar zette na dertien jaar een punt achter het huwelijk.
Met de bitse Lucia, een allochtone vrouw die door haar man mishandeld werd en voor Ellen zorgt tijdens haar bedrust, kan Ellen slecht overweg. Ellen vindt het zwak van Lucia dat ze niet gewoon van haar man gaat scheiden en Lucia vindt Ellen verwend en gemeen. Omdat niemand mag weten dat Lucia bij haar in huis is, moet Ellen ook elk contact met de buiten-wereld verbreken. Pas na vier weken volledige bedrust mag ze weer rechtop zitten. Na een aantal maanden is Ellen weer op de been en vertrekt Lucia met haar kinderen. Al die tijd waren Lucia en haar kinderen de enige die zorgden voor wat levendigheid in het grote huis, dat was de enige afleiding die Ellen had al die tijd. Hoe hatelijk de twee vrouwen ook steeds tegen elkaar zijn geweest, bij het afscheid hebben ze het toch even moeilijk. Ze hadden toch respect voor elkaar gekregen.
Nu Ellen de ware toedracht rond het familiedrama begrijpt, schaamt ze zich voor haar woede en haat jegens haar ouders. Ze begrijpt nu ook waarom zij in leven bleef: haar moeder was haar vergeten. Ze was gewoon over het hoofd gezien. In de kelder neemt ze voorgoed afscheid van Billie en Kester en daarmee ook van haar verleden.
Half oktober verkoopt Ellen de villa aan iemand van een reclamebureau. Na een telefoontje van de makelaar dat de zaak rond is, nodigt ze Bas uit om te komen eten. Ze gaan later samenwonen en ze laat Bas beslissen welke naam de baby zal krijgen.

(Het verhaal wordt in het boek niet zo chronologisch verteld, in het boek staan er
allemaal terugblikken, flashbacks en dergelijke, deze samenvatting is zo geschreven,
dat het goed te begrijpen is hoe alles precies is gebeurd.)

b. Schrijfstijl:
Renate Dorrestein heeft een eigen schrijfstijl. Ze beschrijft alles heel indirect. Dat is heel apart, want je moet alles goed lezen om de achterliggende gedachte uit de tekst te kunnen halen. Haar beschrijvingen zijn dus best wel abstract. Verder maakt ze veel gebruik van flashbacks. Ze springt van de ene tijd naar de andere tijd over, wat je pas door hebt als je een paar regels verder bent. Ook wisselt ze van perspectief. Opeens wordt het verhaal bekeken vanuit Margje en dan weer vanuit Frits. Dat maakt het
verhaal ingewikkelder, maar ook interessanter. De schrijfstijl is ook heel vlot en modern. Ik vond het heel lekker lezen. Er werden niet veel moeilijke woorden gebruikt. Ik vind het vooral knap hoe de schrijfster alle personages weet te beschrijven. Er worden zulke duidelijke, typische en natuurlijke karakters en gebeurtenissen neergezet, daardoor krijg je voor iedereen sympathie. Dat vind ik heel belangrijk in een boek en in dit boek is dat heel erg aanwezig. Zo kan je je goed inleven in een boek en in de personages en dat is gewoon leuk.

Ruimte:
Eigenlijk speelt heel het verhaal zich af in het ouderlijk huis van Ellen en haar familie. Daar spelen de meeste flashbacks zich af en daar bevindt Ellen zich ook als ze zwanger is. Verschillende kamers hebben een betekenis. De kelder heeft een slechte herinnering, daar heeft Ellen zich verstopt met haar jongste broertje op de fatale dag. De kamers waar de studenten werkten en alle kamers waar archiefkasten stonden, zijn de werkkamers, het “Amerikaanse gedeelte” van het huis. De keuken was heel gezellig en het souterrain was meer van de ouders en dan vooral van moeder.
Andere plaatsen die voorkomen in dit verhaal, zijn de tuin en de omgeving van het
huis. De andere plaatsen zijn Intratuin, waar Ellen boodschappen gaat doen en waar ze
Bas ontmoet, De Eenhoorn, collegezalen en psychiaterkamers.

Tijd:
Het verhaal wordt niet chronologisch verteld. Ook komt er een zeer grote tijdsverdichting in het boek voor van zo'n vijfentwintig jaar.
Het verhaal speelt zich in twee delen van tijd af. In 1998, Ellen is dan zwanger en heeft haar ouderlijk huis gekocht om daar herinneringen op te halen. Die tijd duurt ongeveer zeven maanden.
De herinneringen, het tweede deel van het verhaal, duurt ongeveer even lang. Het begint
eigenlijk net voor de geboorte van het vijfde kind, Ida. Het eindigt op 6 april 1973, de
dag dat het familiedrama plaatsvindt.
Ook wordt er vertelt hoe het leven van Ellen eruit heeft gezien na het drama.

Verhaalfiguren:
Ellen van Bemmel: zij is de hoofdpersoon in dit verhaal. Zij is meestal de ik-persoon in dit verhaal. Je maakt Ellen mee als ze een kind van twaalf is een een volwassen vrouw van zevenendertig. Vroeger was ze de middelste van het gezin, bestaande uit 5 kinderen. Ze
was erg intelligent. Ze was een beetje betweterig. Ze was behulpzaam en zorgzaam. School vond ze heel leuk. Ze was een beetje naïef. Ze kwam net in de puberteit, ze kreeg borsten en vond dat allemaal maar niks. Ze trok wat meer op met haar vader. Ze had wel het gevoel dat ze zichzelf moest bewijzen om aandacht van haar ouders te krijgen, daarom leerde ze heel hard. Na het drama was Ellen flink getraumatiseerd. Ze blijft Kester en Billie zien. Ze gaat in behandeling bij verschillende psychiaters, maar die kunnen haar niet helpen. Tijdens haar huwelijk met Thijs verandert ze hem helemaal zodat er weinig van hem overblijft, ze gebruikt eigenlijk zijn goedbedoelde liefde. Ze gaan op een gegeven moment ook scheiden. Na haar huwelijk zoekt ze liefde, maar ze geeft zich gewoon aan iedere man die haar mee wil nemen. Tijdens haar kraambed verandert ze eigenlijk in een lieve moeder, die het beste voor heeft met haar kindje. Ze lost het familiedrama voor zichzelf op en daardoor sterven Kester en Billie in haar hoofd. Ze begint een nieuw leven, vol goede moed, verlost van haar dramatische verleden.

Billie ( Sybille) van Bemmel: de oudste van de kinderen. Ze neemt veel verantwoordelijke taken op zich. Ze is heel erg met haar uiterlijk bezig. Een echte puber. Later, als ze dood is, maar wel als waanbeeld doorleeft bij Ellen in haar hoofd, is ze een beetje een bitch, ze gunt haar zusje niks en is alleen bezig met zichzelf.

Kester (Kes) van Bemmel: hij is de tweede in de rij, de oudste jongen. Hij is niet echt knap en niet slim. Hij is heel erg technisch, kan alles met zijn handen. Het is een lieve broer, hij is heel zorgzaam voor de jongste kinderen. Hij heeft het af en toe moeilijk in de puberteit. Als hij bij Ellen in haar hoofd zit, is dat soms wel handig, want daardoor kan Ellen ook veel met haar handen omdat hij haar aanwijzingen geeft.

Carlos (Michiel) van Bemmel: de één na jongste. Hij wil alles weten en vraagt altijd waarom. Hij is een leuk en spontaan jongetje. Op een gegeven moment krijgt hij een pan kokend water over zich heen waardoor hij een deel van zijn lichaam verbrandt. Hij raakt voor een deel verminkt, maar met behulp van operaties kan er gelukkig veel hersteld worden. Hierna is hij stiller en teruggetrokken. Door de brandwonden is hij onzeker geworden en hij probeert ze daarom goed te verbergen. Na het drama wordt hij geadopteerd door twee hele lieve mensen. Doordat hij nog zo jong is, kan hij zich makkelijk aanpassen en een nieuw leven beginnen. Hij verandert zijn naam dan ook in Michiel Kamphuis. Hij wordt door zijn nieuwe ouders erg verwend.

Ida ( Sophie) van Bemmel: ze is een heel erge huil- en spuugbaby, dat komt doordat
ze een maagvernauwing heeft. Als dat is opgelost, is ze wel een makkelijke baby.
Volgens haar moeder schuilt de duivel in haar. Ze wordt mishandeld door haar moeder.
Verder heeft ze natuurlijk niet echt een persoonlijkheid, ze is nog maar een baby als ze
sterft.

Margje van Bemmel: moeder van vijf kinderen. Ze is een hele goede en lieve moeder. Ze houdt veel van haar man en kinderen. Ze werkt ook heel hard. Ze is een lieve vrouw, totdat haar jongste dochtertje geboren wordt. Achteraf blijkt ze een postnatale depressie te hebben gehad. Ze denkt dat in haar baby de duivel schuilt, ze wil hem eruit halen. Ze brengt god een heleboel offers. Ze zorgt dag en nacht voor haar baby. Ze gaat niet meer werken. Ze slaapt niet meer met haar man, omdat ze denkt dat dan alles weer goed komt. Ze mishandelt haar baby heel erg. Haar andere kinderen en man worden verwaarloosd. Uiteindelijk draait ze zo door dat ze haar gezin doodt, daarbij ziet ze Ellen over het hoofd.

Frits van Bemmel: de vader van het gezin. Hij is een lieve, geduldige echtgenoot. Hij houdt veel van zijn kinderen en zijn vrouw en zorgt goed voor het gezin. Hij is ook een harde werker en geniet van zijn werk. Hij is een soepele baas. Als het slecht gaat met zijn vrouw, zoekt hij zijn heil op het werk. Op een gegeven moment doet hij niks anders meer dan werken. Voor de kinderen heeft hij geen oog meer, alleen voor zijn vrouw. Hun liefde was ook zo doordringend. Op een gegeven moment drijft zijn vrouw hem zo tot wanhoop dat hij haar verkracht. Als het weer goed gaat met zijn vrouw, voelt hij zich veel beter. Hij vermoedt niks van de moord die zijn vrouw wil plegen.

Thijs Kamerling: is de lieve ex- man van Ellen. Hij is een best succesvolle architect. Hij houdt heel veel van Ellen, hij doet alles voor haar en gaat er eigenlijk aan kapot.

Bas Veerman: hij was één van de medewerkers van het bedrijf van de familie van Bemmel. Hij kon goed met de kinderen opschieten. Hij is niet echt intelligent. Na het drama komt hij voor het eerst weer in contact met Ellen, als ze inkopen doet bij Intratuin. Daar heeft hij een baan als verkoper. Hij is heel behulpzaam en aardig. Later gaat hij samenwonen met Ellen.

Lucia : zij helpt Ellen in de Lijsterlaan op het moment dat Ellen ziek in bed ligt. Ze is op de vlucht voor haar man samen met haar dochtertjes ( Samantha, Vanessa en Rochelle). Ze is allochtoon. Ze kan het eerst niet goed vinden met Ellen. Later ontstaat er wederzijds respect.

Situaties:
In dit verhaal zijn er een heleboel situaties. De allerbelangrijkste, de situatie waar alles om draait, is het familiedrama, de dood van vijf van de zeven gezinsleden op 6 april 1973. Ellen, de hoofdpersoon, gaat op zoek naar de ware toedracht van dit drama. Tijdens het doorbladeren van het fotoboek komen er een heleboel herinneringen naar boven. De situaties die in Ellens jeugd voorkomen zijn heel normaal. Het zijn allemaal huiselijke rituelen en normale gezinssituaties. Ellens jeugd lijkt me erg gelukkig, het wordt ook heel mooi beschreven. Totdat Ida geboren wordt. Dan draait Margje door en worden sommige situaties heel absurd. Als je eenmaal weet dat Margje lijdt aan postnatale depressies zouden alle situaties echt kunnen gebeuren. De gebeurtenissen zijn dus realistisch.

Vertelwijze:
Het verhaal wordt verteld in de Ik-persoon. Het wordt bekeken vanuit de ogen van Ellen. Enkele delen worden ook bekeken vanuit de ogen van Frits en Margje. Kleine delen worden vertelt door de auctoriale verteller.

c. Motieven:
In dit verhaal draait het om verschillende motieven. Postnatale psychose waar Margje aan lijdt, is er één van. Door die psychose is het leven van dit gezin geëindigd in de dood. Het familiedrama zelf is een motief. Steeds wordt er naar verwezen en stukje bij beetje begrijp je wat er precies gebeurd is. Ellen moet uit haar levenscrisis komen, gedurende het verhaal komt ze in het reine met haar verleden. Naamgeving is een belangrijk motief. Ellen gaf haar zusje de naam Ida omdat ze haar zusje niet mocht en om zo haar kwaad uit te spreken. Later wordt Ida’s naam verandert in Sophie om het toch weer goed te maken. Ook Frits is bezig met naamgeving, hij geeft alle artikelen een naam en zet boven alle foto’s in het gezinsfotoboek een titel. Ook belangrijk is het overwinnen van het doemdenken, Ellen heeft een hele sterke noodlotsgedachte. Ze gelooft sterk in het noodlot en in toeval. Ook bij haar moeder is dat het geval, op haar moeder zijn vooral de begrippen vloek, duivel, kwaad en godsdienst waanzin van toepassing.

Thema:
Een familiedrama in je jeugd kan je je hele leven blijven achtervolgen.

Titel:
De titel “Een hart van steen” slaat op de vorm van de grafsteen waaronder Margje, Frits, Billie, Kester en Ida begraven liggen. Dit grafsteen is hartvormig. De moeder van Ellen had eigenlijk ook een stenen hart omdat ze haar gezin heeft gedood.

d. Dit boek dateert uit 1998, dus nog niet zo lang geleden. Je kunt het dus gewoon in de tijd van nu plaatsen. De tijd van de computers, van Internet, van snelle machines. Dirty realism is een term van deze tijd, daarbij gaat het om makkelijke, realistische leesbare literatuur. Daar behoort dit boek zeker toe, al moet je wel goed in gaten houden wie er nou precies aan het woord is. Familiedrama is een veel terugkomend thema in boeken van Renate Dorrestein.

Biografie:
Renate Dorrestein wordt op 25 januari 1954 geboren in Amsterdam. Na het behalen van haar
gymnasiumdiploma begint ze in 1972 als journalist bij het weekblad Panorama. Daar leert ze de kneepjes van het vak en maakt ze kennis met "de onderbuik" van Nederland. In 1976 begint ze voor zichzelf en richt een tekstproductiebureau op voor het schrijven van tijdschriftenbijlagen, mailings, interviews en reportages. Ze schrijft ook regelmatig voor het
feministische maandblad Opzij, het blad waar ze in 1982 redactielid van wordt. Ook is ze nog even hoofdredactrice van het tijdschrift Mensen van nu.

Onderwijl richt Dorrestein zich steeds meer op de literatuur: ze schrijft columns en essays in tijdschriften als Bzzlletin en werkt aan romans. Ze debuteert in 1983 met Buitenstaanders. Meteen vestigt ze haar reputatie als fantasievolle verhalenverteller, wars van allerlei literaire trucjes. Ze heeft weinig op met de academische schrijvers die zich verzamelen in tijdschriften als De Revisor en Raster, maar bewondert auteurs als Fay Weldon en Beryl Bainbridge, die verwondering en verbeelding koppelen aan maatschappelijke betrokkenheid. Dorrestein hanteert ook dezelfde wapens als deze schrijfsters: zelfbewustzijn, strijdbaarheid, geestigheid en een grillige verbeeldingskracht. Daarmee schept zij in betrekkelijk korte tijd een opvallend groot en gevarieerd oeuvre. Zoals Pieter Steinz haar ooit omschreef: "een allround schrijfster met een toegankelijke stijl, inventieve plots en een herkenbare thematiek."

Dorresteins maatschappelijke betrokkenheid heeft vooral te maken met de positie van de vrouw. In 1986 richt ze met Anja Meulenbelt enkele andere schrijfsters de Anna Bijns Stichting op, een soort tegenhanger van de PC Hooftprijs - een onderscheiding die volgens de Bijns-groep te veel en te vaak aan mannen werd uitgereikt. Ook in België is de stichting actief.
Dorresteins bewustzijn van de positie van de vrouw blijkt een kernthema in haar leven en werk. In de 'Keefmanlezing' in Den Bosch maakt zij in 1987 duidelijk wat haar wereldbeeld is: "mannen zijn laffe, bekrompen, egoïstische, kinderachtige orgasmenjagers (...) mensen van mijn geslacht worden gekleineerd, onderbetaald, uitgelachen, misbruikt en weggemoffeld, of als wezenloze prinsessen op de erwt geromantiseerd en geïdealiseerd". In haar boeken mag Dorrestein deze situatie graag omdraaien. Het hemelse gerecht uit 1991 gaat bijvoorbeeld over de zusjes Ange en Irthe die niet alleen samen een restaurant hebben, maar ook een relatie met dezelfde man, Gilles. Als hij hun wil verlaten besluiten de zusjes daar een stokje voor te steken - met alle bizarre gevolgen van dien. Het zal niet de laatste keer zijn dat er wraak wordt genomen in haar boeken. "Het gaat over vergelding en nog eens vergelding", zei Dorrestein in een interview met NCR Handelsblad.

Een ander veelvuldig terugkerend thema in het werk van Dorrestein vormt de scheidslijn tussen waan en werkelijkheid. Wat normaal lijkt, blijkt dat maar al te vaak niet te zijn. Een belangrijke schaduw in Dorrestein boeken vormt de zelfmoord van haar zusje, die aan eetstoornissen leed en - mede daarom - in 1981 een einde aan haar leven maakte. In een interview met Rudi Kagie zegt ze daarover in 1988: "Al mijn boeken hebben in feite maar één thema: de dood van mijn zusje en het schuldgevoel daarover." Schuldgevoel is het overheersende thema van de roman Het perpetuum mobile van de liefde (1988). Dorrestein noemt haar zusje: "het spook dat door mijn boeken waart en mijn handen bindt, een boosaardige muze die in mijn onderbewustzijn aan de touwtjes trekt."

Dorrestein schrijft in de jaren negentig steeds meer en steeds beter en verzamelt een steeds grotere lezerskring om zich heen. Niet alleen het vakmanschap speelt daarbij een rol, maar ook de herkenbaarheid van haar thema's. In 1993 publiceert ze in Heden ik voor het eerst over de ziekte die haar leven in die tijd zwaar beïnvloedde: ME. Ook dit thema - ziekte en sociaal isolement - krijgt een steeds belangrijkere plaats in haar werk. Heden ik is een kruising tussen een detectiveroman en een kruisgang, zoals een criticus schreef, en beschrijft de stadia van de ziekte in negen bedrijven: van de fysieke neergang tot het opleven van de hoop. In een interview met De Morgen zegt Dorrestein: "Ik ben tien jaar echt ziek geweest. De eerste twee jaar waren het ergste, toen kon ik echt helemaal niets. De acht jaar die daarop volgden waren erg vervelend. Nu kan ik weer gewoon toegeven aan elke impuls, en dat is geweldig."

Dorresteins boeken zijn in de loop der tijd een steeds groter succes geworden. In 1998 wordt de roman Een hart van steen genomineerd voor de Trouw Publieksprijs. In deze roman, over een vrouw die haar kinderen vermoordt, is duidelijk te merken hoe Dorresteins eigen schrijfvakmanschap en -kunst is toegenomen. De roman wordt namelijk ingewikkelder naarmate het verhaal vordert - een techniek die ook bij thrillers en detectives vaak te zien is. Het is het soort boeken dat ze zelf ook graag leest. "Boeken waarin wat te puzzelen valt, waarin net voldoende geïmpliceerd wordt zodat de lezer genoeg houvast krijgt om het raadsel te kunnen oplossen."

In 2000 krijgt Dorrestein een vorstelijk onthaal in de Verenigde Staten. De vertaling van Een hart van steen wordt met lof overladen en ze krijgt een megadeal aangeboden van uit-geverij Viking. "Ik voelde on the spot een massief writer's block opzetten," vertelt ze later. "Ik denk dat ik mezelf had verlamd als ik het had aangenomen." Uiteindelijk besluit ze alleen een
contract af te sluiten voor de roman Zonder genade, waarmee ze al een eind op streek is. "Als het goed gaat in Amerika is het leuk meegenomen, als het niet goed gaat is er ook geen man overboord." Ook verschijnt Het geheim van de schrijver, waarin ze haar eigen op-vattingen over het literaire schrijfproces uit de doeken doet en tips geeft aan aankomende schrijvers.

Bibliografie:
1976- Voorleesboek voor planten, verhalen
1983- Buitenstaanders, roman
1984- Vreemde streken, roman
1986- Noorderzon, roman
1987- Een nacht om te vliegeren, roman
1988- Het perpetuum mobile van de liefde, autobiografische roman
1988- Haar kop eraf, essay
1988- Korte metten, columns
1989- Voor alles een dame, almanak
1991- Het hemelse gerecht, roman
1992- Katten en de kunst van het boekonderhoud, essay
1992- Ontaarde moeders, roman
1993- Heden ik, documentaire
1994- Een sterke man, roman
1996- Verborgen gebreken, roman
1997- Want dit is mijn lichaam, novelle (Boekenweekgeschenk)
1998- Een hart van steen, roman
2000- Het geheim van de schrijver, non-fictie
2001- Zonder genade, roman

(www.schrijversnet.nl)

4. Taaksheet nr. 7 Slachtoffers

Naam slachtoffers
Ellen Van Bemmel

Straf die het slachtoffer heeft ondergaan of gekregen
Ellen heeft als kind een familiedrama meegemaakt. Haar ouders hebben eerst hun kinderen gedood en daarna zichzelf, maar Ellen en haar broertje Carlos hebben het overleefd. De rest van Ellens leven blijven dit jeugdtrauma en de waanbeelden van haar overleden broer en zus haar achtervolgen. Ze verliest later ook het contact met Carlos als hij geadopteerd wordt. De vraag die haar maar blijft kwellen is waarom zij het drama heeft overleefd. Aan de ene kant is dat waarom Ellen slachtoffer is. Aan de andere kant heeft ze het drama wel overleefd en zou ze daarom geen slachtoffer moeten zijn.

Deze persoon is slachtoffer geworden doordat
“Op die noodlottige avond was ik tijdens het toetje van tafel opgestaan omdat Orson in zijn hok aan het blaffen was geslagen.” “Hij bleef maar kabaal maken en tegen me opspringen. Ten einde raad pakte ik de lijn en ging een heel eind met hem wandelen.” (blz. 209)“Ik zou naar Death Row worden gebracht omdat ik mijn vitamines niet had ingenomen” (blz. 233)“Door mijn afwezigheid was ik die avond domweg over het hoofd gezien.” (blz. 235)Toen Ellen terug kwam van haar wandeling was iedereen, behalve Carlos, al dood. Het drama had zich al afgespeeld. Het was haar geluk dat ze haar “vitaminepilletjes” (Valium en slaappillen) niet had ingenomen, met Orson uit wandelen ging en dat haar moeder haar in alle opwinding was vergeten. Ellen was dan wel niet dood, maar ze zat wel opgescheept met het verlies, het verdriet en allerlei vragen.

Deze persoon had zijn of haar straf kunnen voorkomen door
Eigenlijk kon Ellen niet voorkomen dat ze slachtoffer werd, omdat het niet aan haar lag. Het kwam allemaal door haar moeder die aan kraamvrouwenpsychose leed. Zij doodde haar gezin en door het toeval heeft Ellen dit overleefd. Als Ellen niet haar hond was gaan uitlaten en als ze gewoon haar “vitaminepilletjes” had opgegeten, dan was ze samen met haar ouders, broertjes en zusjes heengegaan.

5. Beoordeling
1. Welke verhaalelementen hebben voor jou een positieve werking?
Het verhaal is aangrijpend, daardoor leef ik mee met de hoofdpersonen. Dat vind ik altijd belangrijk in een boek. Het verhaal is ook spannend. Dat maakt je nieuwsgierig naar wat er zal gaan gebeuren. Dat houdt het verhaal boeiend. Het verhaal is ook realistisch. Ik kan me dan altijd beter inleven in het verhaal en dat vind ik fijn.

2. Welk tekstgedeelte spreekt je het sterkst aan en waarom?
Het tekstgedeelte waarin het familiedrama zich afspeelt spreekt me het sterkst aan. Dat is eigenlijk waar je het hele boek naartoe leeft. Je krijgt steeds iets meer te weten over het verleden en dat maakt je erg nieuwsgierig naar wat er nou eigenlijk precies is gebeurt. En nou juist dit gedeelte wordt pas helemaal op het laatst verteld. Daar komt nog bij dat wat er zich precies heeft afgespeeld heel erg triest is, dat wist je natuurlijk al, maar als het echt beschreven wordt en de manier waarop het beschreven wordt is erg indrukwekkend. Het is gewoon zo zielig.

8. Zou je een ander aanraden om dit boek ook te lezen? Waarom?
Ik zou een ander zeker aanraden om dit boek te lezen. Ten eerste vind ik het verhaal erg goed. Het verhaal is spannend en ontroerend, de schrijfstijl is heel leuk en het is goed te volgen. Ik vind het vooral knap hoe de schrijfster de personages en de omgeving weet te beschrijven. Dat maakt dat je je heel goed kan inleven. Het onderwerp is ook heel boeiend, vind ik. Ten tweede heb je dit boek snel uit, je wil weten wat er vroeger is gebeurd. Het leest lekker weg.

6. Recensie- opdracht

Recensie 1

Bron: Elsevier
Publicatiedatum: 14-02-1998
Recensent: Doeschka Meijsing
Recensietitel: Allejezusgezellig

(Inleiding) Er ontwikkelt zich een neiging in me om de romans van Renate Dorrestein niet meer serieus te nemen. Hoe komt dat? Zijn feiten daar verantwoordelijk voor? Zoals dat Dorrestein, sinds haar debuut Buitenstaanders uit 1983, véértien romans heeft geschreven, dat wil zeggen één per jaar? Dat, terwijl ze in het openbaar veel heeft gesproken en geschreven over de ziekte ME waaraan ze lijdt? Maar Vestdijk schreef ook zoveel en leed aan depressies. Is het omdat manische depressiviteit me een andere diagnose lijkt dan ME? Maar ik ben geen dokter. Het gaat hier over literatuur. Is het omdat alle actuele vrouwen-problemen aan bod komen, incest, ontrouw, ongehuwd moederschap, onbekend vader-schap, getraumatiseerde jeugd? Maar ik ben geen socioloog. Toch is er iets aan de hand met Dorresteins keuze van onderwerpen. Natuurlijk kun je van elke schrijver zeggen dat er een eigen thematiek wordt ontwikkeld, grimmig en eigenzinnig. Maar van geheimzinnigheid en verrassing is bij Dorrestein geen sprake. De lezer denkt: o ja, over zo'n geval heb ik laatst nog in de krant gelezen, het kwam in een of andere Oprah Winfrey-aflevering voor - eens kijken wat voor verhaal Dorrestein ervan heeft gemaakt. Zo moet je als schrijfster met de klok van de krant meeschrijven - doodvermoeiend.
(Kern) In haar nieuwe roman Een hart van steen is het weer zover. Dit keer gaat het om postnatale depressie, een nog niet zo lang bekende diagnose. Het verhaal wordt verteld door de volwassen, zwangere Ellen. Geen man. Weinig vrienden. De herinnering van Ellen gaat vooral terug naar haar twaalfde levensjaar, kind te midden van een gelukkig, wat slordig maar compleet gezin. Ze beseft 'hoe gelukkig mijn jeugd op de keper beschouwd was geweest'. De lezer voelt het zo na, het hele boek door: wat een gezellig gezin! Ook al weet de lezer al heel spoedig meer: 'Mijn verleden bestaat in de ogen van anderen altijd alleen maar uit die ene, allesoverheersende tragedie die zich hier heeft afgespeeld.' De lezer weet dat de tragedie bestaat uit het feit dat de moeder drie van haar vijf kinderen, haar man en zichzelf heeft vermoord, oorzaak: postnatale depressie na de geboorte van de vijfde - maar de toon van het vertelde, in het heden en in het verleden, blijft even opgetogen: wat een allemachtig gezellig gezin! Wat een allemachtig gezellige meid, die Ellen! Die tegenstrijdig-heid zou de tragiek van Een hart van steen moeten zijn, maar is het nu juist niet. Braaf werkt Dorrestein het psychotherapeutische boekje af: verdringing, mislukt huwelijk, huil & jank-therapieën, analyse, angst voor binding, jawel het staat er allemaal in. Compleet tot en met de laatste bevrijdende huilfase, in de kelder van haar ouderlijk huis, waar zij en haar broertje zich bij toeval aan de moordpartij wisten te onttrekken. Het is vreemd dat dit alles de lezer volkomen koud laat, zo'n plotselinge moordpartij in een gezin. Terwijl de schrijfster het drama nota bene van binnenuit beschrijft. Dat zou toch iets opleveren bij een schrijver als Ian McEwan (The Cement Garden), of bij Hugo Claus, broeierig in het Vlaamse land, of authentiek als bij Mensje van Keulen (Olifanten op een web). Bij Dorrestein wordt er met het motto van Neeltje Maria Min (uit: Mijn moeder is mijn naam vergeten) ook nog eens een heuse betekenis toegekend aan het feit d‡t ze overlevende was: 'Ze was me gewoon vergeten.' Dat besef is zo verpletterend dat het haar bevrijding wordt. Prima bedacht, maar het werkt niet. Zelfs niet als Dorrestein er nog een epiloogje aan vastplakt, waarin de tot godsdienstwaanzin gedreven moeder in haar postnatale depressie aan het woord komt. In Een hart van steen staat alles zwart op wit wat er over een dergelijke depressie te weten valt. (Slot) Het huiswerk is gedaan, het gegeven is gruwelijk, alles klopt – en niets doet het. Hoe komt dat? Hangt haar hartelijke, jofele stijl langzamerhand de keel uit? Is haar behendigheid in het omspringen met heden en verleden te groot? Begint het op goed gemaakt feministisch entertainment te lijken? Is het te modieus? Op dit alles moet een hartgrondig 'ja' klinken. Ja, het is te ervaren, te behendig, te modieus, te jofel. Renate Dorrestein kijkt niet meer met enige noodzaak, enig echt medeleven naar haar personages. Ze zijn aardig, maar Dorrestein heeft met haar drukke huishouden van veertien boeken in vijftien jaar geen tijd meer om zich in te leven in of uit te sloven voor haar personages. De koek is op, moeder is moe, laten we nu even de problemen die er nog liggen en veel baat hebben bij erkenning en emancipatie, op een stapel leggen: psoriasis, vrouwen met krampen, vrouwen in de overgang, schietgrage moordenaressen, leraressen met minderjarigen, vrouwelijke altijd maar verliezende schaakspeelsters (het 'toepsyndroom'). We kunnen nog wel een paar jaar verder. Maar de lezer? Die houdt het voor gezien. 't Was allejezusgezellig, maar niet heus.

Samenvatting:
De recensent vindt dit boek niet meer origineel (1) omdat Renate Dorrestein steeds dezelfde thema’s gebruikt. Ze heeft zich niet uitgesloofd voor de personages (2) en het verhaal is ‘té’ in vele opzichten (3).

Vergelijking met mijn mening:
Deze recensent heeft een volkomen andere mening dan ik. Ik vind het thema van het boek juist erg interessant (1) en de personages vind ik erg knap neergezet (2). Ik vind dat Renate Dorresstein een erg goed en modern boek heeft geschreven, helemaal niet té modern of té ervaren (3).

Recensie 2

Bron: Het Parool
Publicatiedatum: 06-02-1998
Recensent: Daniëlle Serdijn
Recensietitel: Tissues in de aanslag, bonbons bij de hand

(Inleiding) Lijders aan aandoeningen waarvoor geen medische term bestaat, kampen evenzeer met de onbenoembaarheid van hun ziekte als met hun kwalen zelf. Een gebrek zonder naam heeft geen status. De patiënt durft zich niet oprecht ziek te voelen, ofschoon zijn lichaam duidelijke signalen geeft. Groot is dan ook de opluchting wanneer de verschijnselen gecategoriseerd worden en van een naam voorzien. Op slag voelt de zieke zich al ietsje beter, alsof door het kennen van een naam het ergste kwaad is bezworen. Vergelijkbaar is het effect dat leraren nastreven als zij rebellerende pubers bij hun naam noemen. Het kwaad bezweer je er niet mee, maar de onruststoker is voor een kort moment uit zijn evenwicht gebracht. De voorbeelden zijn talrijk; of het nu om Odysseus gaat die weigert zijn naam te noemen als hij met zijn scheepje het eiland van de Cycloop aandoet, of om God die maar hoefde te spreken of wat hij zei, was. Waar het om gaat is dat kennis van het woord een vergaande macht geeft. Het motto dat Renate Dorrestein koos voor haar nieuwe roman Een hart van steen is afkomstig uit een gedicht van Neeltje Maria Min. Min werd geliefd en bekend door de regels: Noem mij, noem mij, spreek mij aan, o, noem mij bij mijn diepste naam. Iedere bladzijde uit Dorresteins roman ademt deze regels.
(Kern) Op de eerste pagina maken we kennis met het gezin Van Bemmel. Het middelste kind, Ellen, vertelt over de periode na haar twaalfde verjaardag: 'We waren al met z'n vieren toen Ida werd geboren, in een ongewoon koude zomernacht.' Die vier zijn Sybille, Kester, Carlos en Ellen dus. 'En Carlos stond van opwinding rechtop in zijn ledikant te zingen, slaapdronken, zijn buikje bolde over zijn afgezakte slaapluier heen. We noemden hem Carlos omdat hij als baby als twee druppels water had geleken op die bonenstaak van Engeland, prins Charles.' Geen van de kinderen wordt genoemd zoals ze werkelijk heten. Niemand wordt genoemd bij zijn of haar 'diepste naam', behalve Ellen. Vader en moeder runnen Bureau Van Bemmel, een knipseldienst die geïnteresseerden voorziet van alles wat met de Verenigde Staten te maken heeft. De gezinsleden dragen, voor zo ver mogelijk, elk hun verantwoordelijkheid voor het bureau. Moeder knipt, de kinderen sjouwen rond met ordners en werkstudenten catalogiseren. Vader van Bemmel geeft advies: "'Eerst benoemen', zei mijn vader altijd tegen de werkstudenten. 'Alleen wat benoemd is kun je later weer terugvinden." Ellen vervolgt: 'Ik wist dat er meer achter zat: hij was als Adam in de hof van Eden, die over alles heer en meester werd door elk schepsel van de juiste naam te voorzien. Eerst zien, dan benoemen. Niet andersom. Herkennen was het sleutelwoord.' Aanwijzingen te over om Een hart van steen te lezen als de zoektocht naar het juiste woord en de juiste naam. Ellen meent bijvoorbeeld dat een voornaam het lot kan bepalen. Uit kinderlijke jaloezie wenst ze haar ongeboren zusje allerlei narigheid toe en kiest de lelijkste naam die ze kan bedenken voor het kind, Ida. Als de baby geboren is, voelt Ellen zich verschrikkelijk schuldig omdat haar zusje inderdaad geplaagd wordt door vele mysterieuze aandoeningen. Blauwe plekken op het onderlichaampje, kneuzingen. Ook het bezeten gedrag van haar moeder kan ze niet verklaren. In ieder geval wordt ze er doodsbenauwd van en probeert ze zich voor te stellen dat de ellende hun gezin bespaard was gebleven als Ida een andere naam had gekregen. Maar aan de naam ligt het niet. Moeder van Bemmel wordt gekweld door een heftige postnatale depressie. De verwondingen op het lichaam van haar baby bracht ze zelf toe met een appelboor. Moeders hormoonhuishouding is behoorlijk in de war. Zelfs een niet-medisch geschoolde lezer trekt deze conclusie onmiddellijk, simpelweg vanwege de aandacht die er sinds een jaar of tien, twintig bestaat voor deze vorm van depressie. Beschrijvingen ervan hebben hun weg naar het lekenpubliek gevonden via artikelen in damesbladen. Hetzelfde geldt voor een aandoening als bekkeninstabiliteit of, anorexia nervosa en het chronisch vermoeidheidssyndroom ME. Moeder van Bemmel heeft de pech haar depressie op te lopen aan het begin van de jaren zeventig. Haar echtgenoot noch haar huisarts herkent de ziekte en ook Libelle en Margriet moeten het onderwerp nog ontdekken. Niemand houdt moeder tegen als zij op het toppunt van haar waanzin zichzelf en haar gezin probeert uit te moorden. Ellen en Carlos zijn de enige die de ramp overleven. Wat volgt is Ellens gang langs psychiaters en kindertehuizen, waarvan de beschrijving af en toe associaties oproepen met de verschoppelinge van Yvonne Keuls, Floortje Bloem. Ook in dit geval zijn het de volwassenen die niets begrijpen en heeft het vertellende kind het gelijk aan haar zijde. In sommige scènes doet Dorrestein wel erg haar best de traanklieren van haar lezers te prikkelen. Bijvoorbeeld als ze schrijft over de scheiding van Ellen en haar broertje. Of over Ellens zus, Billie, die voor eeuwig zestien zal blijven. Tot ver in haar volwassen-heid lijdt Ellen aan een vorm van MPS, het Meervouwdige Persoonlijkheids Syndroom (alweer zo'n ziekte). De verlossing van deze spookstemmen valt samen met de ontdekking van het woord: 'postnatale depressie'. De benaming doet Ellen als bij donderslag begrijpen wat de oorzaak van haar leed is geweest.
(Slot) Een hart van steen heeft de potentie van een echte publieksroman; spannend, dramatisch en op een bijzonder prettige manier verteld. Ondanks de extreme gebeurtenis-sen blijft er die jolige, vanzelfsprekende toon, waarop de schrijfster het patent lijkt te hebben. Buitenstaanders, en vorig jaar in Want dit is mijn lichaam hield Dorrestein het bizarre in bedwang door de opgewekte en nuchtere verteltrant. En hoezeer we ook kunnen treuren om de belevenissen van Ellen, hoe serieus we Dorresteins taalfilosofisch getinte connotaties ook kunnen nemen, daarbij de link leggend naar de chronische vermoeidheid die haar eigen lichaam kwelt. Een hart van steen is in de eerste plaats een vemakelijk boek. Een smulverhaal als een vrouwenfilm, waarbij grote hoeveelheden bonbons verorberd dienen te worden en een pak tissues binnen handbereik aan te raden is.

Samenvatting:
De recensent vindt het boek vermakelijk. Het verhaal is spannend (1), dramatisch (2) en op een prettige manier verteld (3).

Vergelijking met mijn mening:
De recensent deelt ongeveer dezelfde mening als ik. Ze vindt het boek spannend en dramatisch. Bovendien vindt ze de schrijfstijl erg goed. Ook ik vond het boek dramatisch (1), spannend (2) en de schrijfstijl heel goed (3). De recensent vindt wel dat de schrijfster af en toe iets teveel “de traanklieren van de lezers probeert te prikkelen”. Daar heeft ze eigenlijk wel gelijk in. Soms was er sprake van zoveel drama dat het iets teveel van goede was.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Rugeyye

Rugeyye

titel verklaring: hart van steen omdat Ellen ook erg kroel persoon en zo ook een soort hart van steen heeft

2 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

T.

T.

slecht

4 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

A.

A.

Hoi, het is Renate DorrestEIn en niet DorrestIJn.
Verder vind ik het een prima verslag, ga ik zeker gebruiken bij m'n mondelingen.

groetjes

5 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

L.

L.

heel compleet, thanks :)

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast