Titel: Een hart van steen
Auteur: Renate Dorrestein
Uitgeverij: Contact
Genre: Psychologische roman
2. Eerste reactie
Ik heb het boek ‘Een hart van steen’ gekozen, omdat zowel mijn oma en mijn moeder mij dit boek aanraadden. Beiden vonden dit een heel indrukwekkend verhaal. Ze vertelden er natuurlijk niet veel over, want ik moest het boek nog gaan lezen…
Mijn moeder liet wel vaag doorschemeren dat het een ‘gruwelijk’ verhaal zou zijn. Ik snapte totaal niet wat ze daarmee zou bedoelen. Gruwelijk in de zin van…?
Het riep dus vooral vragen en nieuwsgierigheid bij me op en ik ging maar snel beginnen met het lezen van dit boek…
Ik had nooit eerder iets gelezen van Renate Dorrestein. En omdat ik het interessant vind om van diverse schrijvers en schrijfsters boeken te lezen, was ik ook erg benieuwd naar de schrijfstijl en het verhaal van Renate Dorrestein.
Ik verwachtte van dit verhaal dat het in een beetje een ouderwetse taal zou worden beschreven. Of beter gezegd een ‘zakelijke’ taal zonder humor en zonder originele inbreng. Dit verwachtte ik min of meer op basis van de foto van Renate Dorrestein, die op de achterkant van het boek staat.
Nadat ik de korte tekst op de achterkant van het boek had gelezen, kwam er een beetje een ‘weemoedige’ sfeer in mij op. Er wordt een schattig gezin beschreven, die braaf wacht tot het baby’tje Ida wordt geboren. In de tekst staan verschillende namen en ik werd benieuwd wie wie nou precies is (Billie? Carlos? Kester?). Ik verwachtte wel dat al deze personen een nadrukkelijke rol in het verhaal zouden spelen.
Verder vroeg ik me steeds maar af wat dat ‘gruwelijke’ zou zijn. Zal er soms iets gebeuren met het gezin? Of de baby? Of zullen de kinderen mishandeld worden, zoals de foto op de voorkant aangeeft? Op de (beetje angstaanjagende) foto van de voorkant is duidelijk een meisje te zien die door haar moeder streng wordt toegesproken. Of wordt mishandeld?
Ik ben maar snel gaan lezen om op deze vragen een antwoord te krijgen…
3. Verdieping
Samenvatting
De hoofdpersoon van dit verhaal is de 37-jarige Ellen van Bemmel. Ze heeft een tijdje verlof genomen en het voormalig ouderlijke huis gekocht, een villa in een buitenwijk van Haarlem.
Ellen is zwanger van een wildvreemde man. Na haar scheiding van Thijs Kamerling, meer dan een jaar geleden, is ze nu bewust alleenstaand. Vanwege een dreigende miskraam moet ze een aantal maanden bedrust houden. Gedurende die tijd krijgt ze hulp van Lucia, die met haar drie dochtertjes tijdelijk bij haar in huis in komt wonen, op advies van arts Jan Bramaan.
Aan de hand van foto’s kijkt de verbitterde en getraumatiseerde Ellen terug op haar leven en dat van haar familieleden, waarin zich vijfentwintig jaar geleden een verschrikkelijk drama heeft afgespeeld. Haar ouders, Frits van Bemmel en Margje de Groot, vermoordden toen drie van hun vijf kinderen en sloegen vervolgens de hand aan zichzelf. Door een gelukkig toeval zijn Ellen en haar jongste broertje Michiel (ook wel Carlos genoemd) aan dat gruwelijke lot ontsnapt.
Ellen wordt gekweld door de vraag waarom zij is blijven leven en hoe haar ouders tot hun daad gekomen zijn. Bladerend in het fotoalbum reconstrueert ze het verleden en de toedracht rond de moord.
Toen Ellen zo’n twaalf jaar oud was vormden de Van Bemmels nog een gelukkig gezin, met vier kinderen: de vijftienjarige Sybille (Billie), de iets jongere Kester (Kes), de driejarige kleuter Carlos ( Michiel) en Ellen. Er was een vijfde kind op komst, tot groot ongenoegen van de vier kinderen.
Op Ellens twaalfde verjaardag sloeg het noodlot toe. Carlos kreeg een ketel kokend water over zich heen en verbrandde zijn keel, borst en linkerarm. Toen hij eindelijk uit het ziekenhuis kwam, was hij in Ellens ogen een volkomen ander kind geworden.
Het vijfde kind werd Ida genoemd, een naam die door Ellen bedacht was en haar afkeer van het kind uitdrukte. Ida was een spuug- en huilbaby, die iedereen de stuipen op het lijf joeg met haar gekrijs. Ze bleek een maagvernauwing te hebben.
Toen ze in het ziekenhuis opgenomen werd, begon de moeder zich vreemd te gedragen. De eens zo hechte relatie tussen Frits en Margje begon te verslechteren, evenals die tussen hen en de kinderen. Margje verscheen niet meer op kantoor; de hele dag was ze bezig met Ida, in wie volgens haar de duivel schuilde. Ze nam zich voor die uit te drijven door haar dochtertje weer sterk en gezond te maken. Verder besloot ze om nooit meer seks te hebben met Frits.
Margje bleek de baby op allerlei manieren te mishandelen. Niemand had iets in de gaten gehad, behalve Ellen.
Margje liet de kinderen bidden, om te vragen het kwaad uit hun kleine zusje te drijven.
Ida (later Sophie genoemd) moest een beenmergpunctie ondergaan en de artsen hadden geen verklaring voor de botbreuken, inwendige kneuzingen, vurige huiduitslag en diarree.
Rond Pasen deed Margje plotseling weer normaal en begon de baby te blaken van gezondheid. Het vroegere gelukkige gezinsleven leek teruggekeerd te zijn, maar toen de sfeer weer na een paar dagen omsloeg, werd Margje treurig en maakte ze opmerkingen als: ‘Het is zover’ en ‘We zullen ervoor zorgen dat jullie niet leiden’. Samen met Ellen maakte ze voor iedereen een schoteltje met ‘vitaminepillen’ klaar (slaaptabletten en valium die ze had opgespaard).
Die avond, 6 april 1973, was Ellen tijdens het toetje opgestaan om haar hond Orson uit te laten. Toen ze na ruim en uur terugkwam, trof ze in de keuken de levenloze Billie en Kester aan, met dichtgebonden plastic zakken over hun hoofd. Haar ouders bevonden zich op de bank in de serre; Ida lag in een vuilniszak op het aanrecht. Ze hoorde Michiel onder de tafel in zijn plastic zak hoesten en sleepte hem naar de kelder.
Na de moordpartij kwamen Ellen en Michiel in internaat De Eenhoorn terecht. De aanpak van Sjaak en Marti, hun begeleiders, had weinig effect en werkte vaak averechts op de getraumatiseerde kinderen. Michiel werd al snel geadopteerd door de heer en mevrouw Kamphuis uit Beverwijk, tot woede en verbijstering van Ellen, die zijn vertrek nog had proberen te belemmeren door er op kerstavond met hem vandoor te gaan. Hun barre tocht eindigde toen bij de sympathieke rector van Ellens school, maar die kon Michiel niet in huis nemen.
Steeds vaker begonnen Billie en Kester door Ellens hoofd te spoken en haar van alles te verwijten. Na een verplicht bezoek aan het kerkhof raakte Ellen ervan overtuigd dat ook zij onder de hartvormige grafsteen had moeten liggen. Ze nam zich voor haar ouders te laten zien dat zij haar leven waard was.
Slechts één keer ging ze bij Michiel en zijn adoptieouders op bezoek, toen hij vijf werd. Na bijna een jaar bleken ze van elkaar vervreemd te zijn.
Ellen bleef tot haar achttiende in het internaat en ging toen op kamers wonen. Ze riep de hulp in van verschillende psychiaters om de gebeurtenissen uit het verleden te verwerken, maar zonder veel succes. Ze had voortdurend migraine, schuimde ’s nachts de cafés af en stortte zich ‘als een vod in ieder paar armen’ dat ze tegenkwam.
Halverwege haar studie medicijnen hoorde ze tijdens een college gynaecologie voor het eerst iets over de postnatale depressie en kraamvrouwenpsychose. Toen ging haar een licht op: als haar moeders toestand na de geboorte van Ida tijdig was herkend en haar simpelweg de juiste medicijnen (progesteron) had voorgeschreven, had er nooit een tragedie hoeven plaatsvinden! Dit inzicht werkte als een bevrijding: niemand had iets fout gedaan. Maar, waarom had haar vader geen vinger uitgestoken?
Na het laatste bezoek aan de psychiater (Marco) ontmoette ze Thijs en besloot ze patholoog-anatoom te worden, de kant van de doden te kiezen. Ze trouwde met Thijs, maar zette na dertien jaar een punt achter het huwelijk.
In de kelder is amper iets veranderd sinds de nacht dat Ellen zich daar samen met Michiel in doodsangst verstopte. Als Ellen de stap durft te wagen om na lange tijd naar dit plekje te gaan, begint ze de ware toedracht rond het familiedrama te begrijpen. Ze schaamt ze zich voor haar woede en haat tegenover haar ouders. Ze begrijpt nu ook waarom zij in leven bleef: haar moeder was haar gewoon vergeten, had haar domweg over het hoofd gezien.
(Het verhaal wordt in het boek niet-chronologisch verteld, in het boek staan er allemaal terugblikken, flashbacks en dergelijke, deze samenvatting is zo geschreven, dat het goed te begrijpen is hoe alles precies is gebeurd.)
Verhaaltechniek
De schrijfstijl van Renate Dorrestein is vrij gemakkelijk en een tikkeltje ouderwets. Dorrestein schrijft op een hele ‘zakelijke’ manier zonder humor en zonder originele inbreng.
Wanhoop en verdriet komen met deze stijl wel duidelijk naar voren.
Het verhaal bestaat uit heel veel beschrijvingen en weinig dialogen. Soms zijn de beschrijvingen op een indirecte manier beschreven (de zwangere Ellen wordt beschreven als iemand die ‘de weeën krijgt’), wat het lezen toch ingewikkelder maakt.
Ook de uitgebreid beschreven gedachtes van de hoofdpersoon hebben een grote rol in het verhaal. Dit past goed bij het persoonlijke verhaal; je kunt een goede verbeelding van Ellen en haar gedachtes maken.
De opbouw van het boek is wat ingewikkelder. Dorrestein maakt heel veel gebruik van flashbacks die niet zo duidelijk zijn aangegeven. Toch wordt hierdoor een duidelijke spanning gecreëerd.
Plaats:
Het verhaal speelt zich af in het voormalig ouderlijke huis van Ellen. Deze villa ligt in een buitenwijk van Haarlem.
Ellen is in dit huis opgegroeid en is er als alleenstaande volwassene weer gaan wonen.
Het huis speelt een duidelijke rol in het verhaal. Zo is de kelder voor Ellen een plek met een nare herinnering.
Het bedrijf van Ellen’s ouders bevond zich ook in hetzelfde huis. Er waren dus altijd volop mensen aanwezig en er hing een gezellige familiesfeer.
Verdere plaatsen zijn het bos, de stad Haarlem (en het station) en het huis van de pleegouders van Carlos.
Tijd:
Het verhaal speelt zich af in twee delen. Door subtiele aanwijzingen in het boek kan de lezer erachter komen in welke tijd het verhaal zich ongeveer afspeelt.
De tegenwoordige tijd (van het verhaal) speelt zich af in 1998. In deze tijd wordt er via de herinneringen van Ellen verteld hoe het leven van Ellen eruit heeft gezien na het familiedrama. Deze tijd duurt ongeveer 7 maanden.
De verleden tijd vindt plaats van 1972 (de geboorte van Ida) tot 6 april 1973 (de dag van het familiedrama).
Tussen de twee delen vind een tijdverdichting plaats van zo’n 25 jaar.
De verteltijd van dit verhaal is 238 bladzijden.
Belangrijkste personen:
De belangrijkste personen uit het boek zijn de familieleden van het gezin van Bemmel:
Ellen van Bemmel:
Ellen is de hoofdpersoon van het verhaal. Door de ogen van haar wordt het verhaal voornamelijk verteld. De lezer maakt Ellen mee als kind van 12 jaar en als volwassen vrouw van 37 jaar.
Ellen komt uit een gezin van vijf kinderen. Dit is de rede dat zij het gevoel heeft zichzelf te moeten bewijzen. Ellen is als kind erg behulpzaam en leergierig
Na het familiedrama wordt Ellen gekweld door de vraag waarom zij is blijven leven en hoe haar ouders tot hun daad gekomen zijn. Ellen hoort Kester en Billie’s stemmen in haar hoofd en loopt verschillende psychiaters af. Ellen is emotioneler geworden en kan soms erg kortaf zijn.
Als Ellen in verwachting is komt de lieve moeder-kant in Ellen naar boven. De ongeboren baby noemt ze in gedachte Ida-Sophie om haar zusje dat geen leven heeft gehad toch een leven te geven.
Sybille van Bemmel (bijnaam Billie):
Sybille is als 15 jarige het oudste kind van het gezin van Bemmel. Sybille is echte puber die veel met haar uiterlijk bezig is. Ellen ziet Sybille als een wonderschone meid. Sybille neemt ook veel verantwoordelijke taken op zich.
Sybille komt om tijdens het familiedrama.
Kester van Bemmel (bijnaam Kes):
Kester is het één na oudste kind van het gezin van Bemmel. Ellen vindt hem niet bijster knap. Daarentegen is hij wel erg technisch, hij kan alles met zijn handen. Ellen vindt hem een lieve, zorgzame broer die niet goed met de puberteit weet om te gaan.
Kester komt om tijdens het familiedrama.
Michiel van Bemmel (bijnaam Carlos):
Carlos is het één na jongste kind van het gezin van Bemmel. Opvallend aan Carlos is dat hij alles wil weten en altijd ‘waarom?’ vraagt. Carlos is een spontaan joch, totdat hij op een zekere dag een ongeluk met kokend water krijgt. Een groot deel van zijn lichaam verbrandt.
Na dit ongeluk wordt Carlos stiller en teruggetrokken. Door de brandwonden is hij onzeker geworden en hij probeert ze daarom goed te verbergen.
Na het familiedrama, waarbij Carlos nog net aan de dood heeft weten te ontsnappen, wordt hij geadopteerd door een echtpaar in Beverwijk. Carlos kan zich makkelijk aanpassen in het nieuwe leven en zijn naam wordt veranderd in Michiel Kamphuis.
Ida / Sophie van Bemmel:
Als het vijfde kind op komst is, ontstaat er een ongenoegen van Ellen, Sybille, Kester en Michiel. Het vijfde kind wordt Ida genoemd. Deze naam is bedacht door Ellen en drukt de afkeer van het kind uit. Ida is een spuug- en huilbaby, die iedereen het stuipen op het lijf jaagt met haar gekrijs. Het blijkt dat ze een maagvernauwing heeft. De naam van Ida verandert later in Sophie, omdat deze naam, volgens Ellen, niet de afkeer uitdrukt.
Volgens de moeder van het gezin schuilt de duivel in Ida/Sophie, maar in werkelijkheid wordt ze mishandeld door haar moeder.
Ida komt om tijdens het familiedrama.
Margje van Bemmel:
Margje is de moeder van het gezin. Tijdens het verhaal maakt zij een sterke verandering in persoonlijkheid door. In het begin van het verhaal wordt Margje uitgedrukt als een warme, goede, hardwerkende en lieve moeder.
Maar na de geboorte van Ida/Sophie krijgt ze een ‘postnatale depressie’. Margje is er van overtuig dat de duivel in haar baby schuilt. Ze wil de duivel er persoonlijk uithalen en brengt God een heleboel offers.
Dag en nacht zorgt ze voor haar baby. Ze werkt niet meer, ze slaapt niet meer met haar man en ze verwaarloost haar man en andere kinderen.
Het blijkt dat Margje haar baby mishandelt en uiteindelijk draait ze zo door, dat ze het hele gezin probeert te vermoorden. Ellen vergeet ze hierbij en Carlos ontstapt aan deze dood.
Frits van Bemmel:
Frits is de vader van het gezin. Frits is een lieve, geduldige en hardwerkende vader. Hij houdt veel van zijn vrouw en kinderen is erg zorgzaam voor het hele gezin.
Als het slecht gaat met zijn vrouw, maakt hij zich ernstig zorgen.
De belangrijkste situaties in het verhaal zijn:
- Het ongeluk met Carlos, waarbij hij een kokende pan water over zich heenkrijgt
- De geboorte van Ida (later Sophie), wat voor veel problemen zorgt in het gezin
- Het familiedrama, waarbij moeder Margje het gehele gezin probeert te vermoorden, maar waarbij Ellen vergeten wordt en Carlos aan de dood ontstapt
- De ontdekking van Ellen over de vragen die haar lange tijd lastigvallen, waarom zij in leven is gebleven en waarom haar moeder het gezin heeft willen vermoorden
Thematiek
De motieven die typerend zijn voor het thema zijn: postnatale depressie, het noodlot, naamgeving en het gezin.
Het gezin staat centraal in dit verhaal. De familie van Bemmel wordt als een warm en gezellig gezin beschreven. Alle gezinsleden worden vrij uitgebreid beschreven en de relaties tussen de gezinsleden speelt een belangrijke rol.
De warmte en gezelligheid van het gezin verdwijnt plots als de moeder na de geboorte van Ida (/Sophie) aan een postnatale depressie (kraamvrouwenpsychose) blijkt te lijden. Indertijd werd de depressie niet onderkend, maar Ellen komt er op latere leeftijd achter. Door de postnatale depressie verandert moeder Margje compleet van lieve, warme huisvrouw tot een moeder die haar kinderen en man vermoord.
Het mes blonk mat. Ze bewoog het lemmet even heen en weer tussen haar vingers. Toen hief ze het, terwijl ze met de andere hand Ida's truitje tot aan haar kin omhoogschoof (blz. 225).
Ellen gelooft sterk in het noodlot en het toeval. Ellen wordt gekweld door de vraag waarom zij is blijven leven en hoe haar ouders tot hun daad gekomen zijn. Zal het het noodlot zijn?
Ook speelt het geven van een naam aan het vijfde baby'tje een vrij belangrijke rol. Als het vijfde kind op komst is, ontstaat er een ongenoegen van Ellen, Sybille, Kester en Michiel. Het vijfde kind wordt Ida genoemd. Deze naam is bedacht door Ellen en drukt de afkeer en het kwaad van het kind uit. Ellen is ervan overtuigd dat iemands diepste wezen besloten ligt in de naam. De naam Ida betekent voor haar dat ze het kleine zusje geen geluk gunt.
Later verandert Ida's naam in Sophie omdat dit, volgens Ellen, geen naam is waar men bang voor hoeft te zijn.
Als je naam niet klopte, was je kansloos tegenover het noodlot (blz. 26).
Ida rijmt op malaria, en als je er een paar letters bij gooide, kreeg je diarree (blz. 16).
Ze zwaaide wanhopig met haar gebalde vuistjes. Verlos me, Ellen. ‘Sophie,’ fluisterde ik opgetogen. Sophie rijmde op een twee drie, klim eens op mijn knie. Sophie was een echte zusjesnaam. Voor een Sophie hoefde je niet bang te zijn. Sophies hadden geen kwaad in de zin (blz. 136).
Ook belangrijk is het overwinnen van het doemdenken, Ellen heeft een hele sterke noodlotsgedachte. Ze gelooft sterk in het noodlot en in toeval. Ook bij haar moeder is dat het geval, op haar moeder zijn vooral de begrippen vloek, duivel, kwaad en godsdienst waanzin van toepassing.
De titel 'Een hart van steen' slaat op de vorm van de hartvormige grafsteen waaronder Margje (moeder), Frits (vader), Sybille, Kester en Ida/Sophie begraven liggen. Zij zijn allen overleden bij het familiedrama, waarbij de moeder een groot deel van het gezin vermoordt.
De titel slaat ook op de moeder, die van een warme en lieve huisvrouw plots verandert in een vrouw die een 'hart van steen' lijkt te hebben.
Het thema van dit verhaal is duidelijk familiedrama. De familie van Bemmel maakt werkelijk een drama mee, als de moeder het gezin probeert te vermoorden. Ellen (en haar broertje) overleeft dit drama en dit zal haar haar hele leven achtervolgen. In het verhaal wordt steeds verwezen naar dit thema en beetje bij beetje komt de lezer erachter wat er precies gebeurd is.
4. Beoordeling
Het boek 'een hart van steen' vond ik allereerst een heel aangrijpend en intrigerend verhaal. En daar is het thema natuurlijk verantwoordelijk voor. Een dramatisch en absurdistisch thema. Ik vond dit thema (een moeder die een groot deel van het gezin vermoord) goed gekozen, omdat het in de maatschappij absoluut voorkomt (hoe bizar dit ook is). Door dit verhaal ben ik in gaan zien wat een oorzaak hiervan kan zijn. En hoeveel een persoon van zijn/haar kinderen en echtgenoot/echtgenote kan houden, maar hoe zij/hij toch in een positie komt waarbij diegene zijn/haar gezinsleden vermoord.
Het verhaal (en vooral het thema) heeft mij erg aan het denken gezet.
Verder vond ik de personages en vooral het karakter van de ikfiguur erg goed omschreven. De ontwikkeling van de ik-figuur, van puber tot probleemkind tot bijna-moeder is duidelijk verteld door middel van gedachtes en gevoelens. Ik kon hierdoor goed meeleven met haar. Met meeleven bedoel ik niet identificeren, maar dat is ook niet nodig.
Verder vond ik alle gezinsleden goed en levensecht beschreven. Het gezin kwam, vooral in het begin van het verhaal, heel warm en liefdevol op mij over, iets wat een positieve werking op mij had. Door sommige subtiele beschrijvingen en leuke karaktertrekjes kon ik me de gezinsleden precies verbeelden.
De schattige Carlos die aan één stuk door vragen stelt
De lieve en goedbedoelde Kester die niet al te slim is
De hulpzame en charmante Sybille die veel verantwoordelijkheid op zich neemt
De hardwerkende vader, die erg veel van zijn kinderen en vrouw houdt
En de warme, zorgzame huismoeder Margje, die alles voor haar kinderen over heeft.
Het beeld van de familie is erg duidelijk en leuk geschetst.
Het beeld wat ik in het begin van deze familie heb verandert na de geboorte van het vijfde kind. Deze ommekeer ervoer ik als zeer onprettig en ik denk dat dat juist de bedoeling van Dorrestein is geweest.
Ondanks dat ik het verhaal erg aangrijpend en indrukwekkend vind en ondanks dat ik het thema goed vind uitgekozen, heb ik ook een aantal negatieve aspecten ervaren.
Ik heb wel degelijk een bepaalde spanning in het boek ervaren. Die spanning zou ik een stap-voor-stapbeschrijving van het drama willen noemen.
Het plot wordt al vrij snel in het verhaal verteld, maar de uitleg hoe dit precies is gegaan wordt lange tijd uitgesteld. Ik vond dit geen prettige manier van spanningsopbouw. Moet ik het dan prettig vinden om naar een beschrijving van een bloederige familiemoord toe te leven?
Op deze manier lijkt het net alsof ik op de sensatie van de moord ben gefixeerd. Eenmaal bij de gruwelijkheden aangekomen, kwam de daad niet erg realistisch op mij over.
Ook het taalgebruik sprak mij niet zo aan. Ik vond het een nogal saaie en oninteressante schrijfstijl. Ik vind de stijl een tikkeltje ouderwets, degelijk en zonder humor of originaliteit. De schrijfster maakt gebruik van suggestief taalgebruik, waardoor je vaak moet doordenken voordat je begrijpt wat er nou eigenlijk mee bedoeld wordt. Dit vind ik een beetje vervelend. Ook de structuur van het boek vond ik wat verwarrend. De overloop van het verleden naar het heden en andersom vond ik vaak onduidelijk aangegeven.
Wel is het taalgebruik vrij gemakkelijk, zodat het boek lekker vlot doorleest.

Ik raad dit boek niet aan iedereen aan.
Mensen die houden van psychologische onderwerpen en het interessant vinden hoe mensen in bepaalde situaties handelen, raad ik dit boek zeker aan. Het thema is intrigerend en aangrijpend en de personages zijn levensecht beschreven. Bovendien krijgt de lezer een interessante ontwikkeling van de ik-figuur te weten.
Toch raad ik niet iedereen dit boek aan.
De spanningsopbouw vind ik niet zo goed gebruikt en de schrijfstijl vind ik ook niet erg verrassend. Het verhaal wordt soms een beetje langdradig en saai.
Als je, in tegenstelling tot mijzelf, niet zo om origineel en humoristisch taalgebruik geeft, is dit boek best aan te raden.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.