Heb jij spreekangst? Voor een item van RTL Nieuws doen we onderzoek naar spreekangst. Laat ons weten of jij nerveus wordt van spreken voor een groep. Meedoen duurt maar 2 minuutjes.

 


Naar de vragenlijst


ADVERTENTIE
Open Avond = ontdekken of jij hier past Leren is keuzes maken. Continu blijven zoeken, twijfelen, vallen en opstaan. Dát leren, dat leer je bij Hogeschool Inholland. Tijdens onze Open Avond op woensdag 30 oktober staan onze studenten en docenten klaar om al je vragen te beantwoorden. Kom langs en ontdek of jij hier past.

Meer info!
Inleiding

Hoe en waarom dit boek gekozen?
Je moest een boek kiezen vanuit een thema. Ik wist eigenlijk niet uit wat voor thema ik een boek wilde lezen dus had ik raad gevraagd aan mijn oudste zus. Zij zei dat ze meerdere boeken heeft gelezen met het thema/onderwerp, familiedrama. Ze zei dat het vaak mooie verhalen zijn die je erg aan kunnen spreken. Van zo’n soort boeken houd ik ook wel. Eerst had ik een paar boeken opgeschreven die dit thema hebben en ben daarna naar de bibliotheek gegaan. Sommige boeken die ik op had geschreven waren niet in de bibliotheek te vinden, wat ik erg jammer vond. Toen heb ik een boek van Renate Dorrestein gekozen: “En hart van steen”. Dit boek gaat over een meisje/vrouw Ellen die in haar jeugd een trauma op heeft gelopen doordat haar moeder aan kraamvrouwenpsychose leed en haar zusjes en broertje van het leven beroofd heeft. Alleen Ellen en haar broertje (Carlos) hebben het “overleefd”. Dit leek mij duidelijk wel op een familiedrama. Nadat ik de achterflap had gelezen leek mij dit boek heel erg mooi. Ik had meteen een aantal bladzijdes uit het boek gelezen en toen sprak het boek me al aan. Ook leek dit boek mij leuk om te gaan lezen, omdat ik nog nooit een boek had gelezen met dit onderwerp. Zo heb ik dit boek gekozen.

Verwachting voor het lezen van het boek
Voor ik het boek ging lezen had ik verwacht dat het een heel aangrijpend en zielig boek zou zijn, omdat Ellen als enige nog levend was van de familie Van Bemmel. Deze verwachting is ook uitgekomen. Ook dacht ik dat het een beetje een spookachtig boek zou zijn. Dat komt door de achterflap, omdat daar ook iets op stond over spoken. Deze verwachting is niet uitgekomen. Met de spoken werd bedoeld dat Sybille en Kester voortleven in de gedachten van Ellen.
Ik verwachtte wel een beetje dat het geen realistisch boek zou zijn, omdat op de achterflap stond dat Ellen een banvloek had uitgesproken over haar zusje en dat haar ouderlijk huis bevolkt wordt door schimmen.
Die laatste verwachting is niet uitgekomen, ik vond het juist wel een realistisch boek, het zou echt gebeurd kunnen zijn.
Verder had ik niet veel verwachtingen bij het boek. Ik had nog nooit een boek van Renate Dorrestein gelezen, waardoor ik ook niet beïnvloed had kunnen worden.

Eerste reactie na het lezen van het boek
Toen ik het boek net uit was, voelde ik me blij, omdat het toch nog allemaal goed was gekomen met Ellen. Ik was best bang voor de afloop, ik dacht niet dat het nog goed zou komen. Het boek had me heel erg aangegrepen, je leest namelijk best regelmatig dat een vader zijn gezin vermoord en daarna zelfmoord pleegt. Dat klinkt in mijn oren dan altijd heel onwaarschijnlijk en ik kan me er weinig bij voorstellen. Nu ik dit boek heb gelezen, kan ik me er beter in verplaatsen. Vanaf het begin was ik geïnteresseerd in het familiedrama, ik wilde weten wat er precies gebeurd was. Beetje bij beetje ging ik begrijpen wat zich precies die fatale dag had afgespeeld. Steeds werd er iets meer onthuld en kreeg je meer duidelijkheid. Toen Margje(de moeder) haar kinderen, haar man en zichzelf wilde vermoorden had ze in haar haast Ellen over het hoofd gezien.
Ik kon me heel goed inleven in de personen die in dit boek een rol spelen, omdat hun gedachten en gevoelens heel duidelijk werden beschreven. Een ding begrijp ik echter nog steeds niet, dat is namelijk waar Michiel/Carlos is gebleven. Of hij nog leeft of ook dood is, dat weet ik niet.

Samenvatting

Hoofdpersoon is de 37-jarige patholoog-anatoom Ellen van Bemmel. Ze heeft een tijdje onbetaald verlof genomen en het voormalig ouderlijk huis gekocht, een villa in een buitenwijk van Haarlem. Ze neemt haar intrek in het souterrain, later in de portiersloge.
Ellen is zwanger van een wildvreemde man. Na haar scheiding van Thijs Kamerling, meer dan een jaar geleden, is ze bewust alleenstaand. Ze besluit de tuin op te knappen en krijgt hulp van Bas Veerman, de vroegere conciërge van haar vader die nu bij de Intratuin werkt. Vanwege een dreigende miskraam moet ze op een gegeven moment een aantal maanden bedrust houden. Gedurende die tijd krijgt ze hulp van Lucia, die met haar drie dochtertjes (Samantha, Vanessa en Rochelle) tijdelijk bij haar in huis in komt wonen, op advies van arts Jan Bramaan.
Aan de hand van foto’s kijkt de verbitterde en getraumatiseerde Ellen terug op haar leven en dat van haar familieleden, waarin zich vijfentwintig jaar geleden een verschrikkelijk drama heeft afgespeeld. Haar ouders, Frits van Bemmel en Margje de Groot, vermoordden toen drie van hun vijf kinderen en sloegen vervolgens de hand aan zichzelf. Door een gelukkig toeval zijn Ellen en haar jongste broertje Michiel (ook wel Carlos genoemd) aan dat gruwelijke lot ontsnapt.
Ellen wordt gekweld door de vraag waarom zij is blijven leven en hoe haar ouders tot hun daad gekomen zijn. Bladerend in het fotoalbum reconstrueert ze het verleden en de toedracht rond de moord.

Toen Ellen zo’n twaalf jaar oud was vormden de Van Bemmels nog een gelukkig gezin, met vier kinderen: de vijftienjarige Sybille (Billie), de iets jongere Kester (Kes), Ellen en de driejarige kleuter Carlos ( Michiel). Er was een vijfde kind op komst, tot groot ongenoegen van de kinderen.
Ellens ouders leidden een knipselbureau aan huis, dat gespecialiseerd was in americana en vooral werkte met studenten, die voor hen de artikelen uitknipten.
Op Ellens twaalfde verjaardag sloeg het noodlot toe. Carlos kreeg een ketel koken water over zich heen en verbrandde zijn keel, borst en linkerarm. Toen hij eindelijk uit het ziekenhuis kwam, was hij in Ellens ogen een volkomen ander kind geworden. Het vijfde kind werd Ida genoemd, een naam die door Ellen bedacht was en haar afkeer van het kind uitdrukte. Ida was een spuug- en huilbaby, die iedereen de stuipen op het lijf joeg met haar gekrijs. Ze bleek een maagvernauwing te hebben. Toen ze in het ziekenhuis opgenomen werd, begon de moeder zich vreemd te gedragen. Ze verdacht haar familieleden ervan dat ze haar baby wilden stelen en maakte en hevige scène.
Toen Ida terugkeerde uit het ziekenhuis, begon Margje zich zorgen te maken over de vorm van haar hoofdje en vlak voordat Ida gedoopt zou worden, vluchtte ze met haar de kerk uit. De eens zo hechte relatie tussen Frits en Margje begon te verslechteren, evenals die tussen hen en de kinderen. Margje verscheen niet meer op kantoor; de hele dag was ze bezig met Ida, in wie volgens haar de duivel schuilde. Ze nam zich voor die uit te drijven, eigenhandig, om haar dochtertje weer sterk en gezond te maken’(blz. 146).
Verder besloot ze om nooit meer seks te hebben met Frits. Dat bracht hem zo tot razernij dat hij haar op een nacht verkrachtte. De volgende morgen ontdekte hij op de onderbuik van Ida talrijke dieppaarse bloeduitstortingen, die hem aan leukemie deden denken.

Margje mishandelde de baby op allerlei manieren, maar niemand ( behalve Ellen) had iets in de gaten. Ze liet de kinderen bidden, eerst tot god, later tot zichzelf, om te vragen het kwaad uit hun kleine zusje te drijven.
Ida (later Sophie genoemd) moest een beenmergpunctie ondergaan en de artsen hadden geen verklaring voor de botbreuken, inwendige kneuzingen, vurige huiduitslag en diarree. Frits maakte zich slechts wat zorgen over zijn vrouw, omdat ze niet in haar gewone doen was.
Rond Pasen deed Margje plotseling weer normaal en begon de baby te blaken van gezondheid. Het vroegere gelukkige gezinsleven leek teruggekeerd te zijn. Maat toen het weer na een paar dagen omsloeg, werd Margje treurig en maakte ze opmerkingen als: ‘Het is zover’ en ‘We zullen ervoor zorgen dat jullie niet leiden’(blz. 203-204). Samen met Ellen maakte ze voor iedereen een schoteltje met ‘vitaminepillen’ klaar ( slaaptabletten en valium die ze had opgespaard). Die avond, 6 April 1973, was ellen tijdens het toetje opgestaan om haar hond Orson uit te laten. Toen ze na ruim en uur terugkwam, trof ze in de keuken de levenloze Billie en Kester aan, met dichtgebonden plastic zakken over hun hoofd. Haar ouders bevonden zich op de bank in de serre; Ida lag in een vuilniszak op de aanrecht. Ze hoorde Michiel onder de tafel in zijn plastic zak hoesten en sleepte hem naar de kelder, Bas vond hen daar de volgende morgen en alarmeerde de politie.

Na de moordpartij kwamen Ellen en Michiel in internaat De Eenhoorn terecht; hond Orson werd naar een asiel gebracht. De aanpak van Sjaak en Marti, hun begeleiders, had weinig effect en werkte vaak averechts op de getraumatiseerde kinderen. Michiel werd al snel geadopteerd door de heer en mevrouw Kamphuis uit Beverwijk, tot woede en verbijstering van Ellen, die zijn vertrek nog had proberen te belemmeren door er op kerstavond met hem vandoor te gaan. Hun barre tocht eindigde toen bij de sympathieke rector van Ellens school, maar die kon Michiel niet in huis nemen.
Steeds vaker begonnen Billie en Kester door Ellens hoofd te spoken en haar van alles te verwijten. Na een verplicht bezoek aan het kerkhof raakte Ellen ervan overtuigd dat ook zij onder de hartvormige grafsteen had moeten liggen. Ze nam zich voor haar ouders te laten zien dat zij haar leven waard was.
Slechts een keer ging ze bij Michiel en zijn adoptieouders op bezoek, toen hij vijf werd. Na bijna een jaar bleken ze van elkaar vervreemd te zijn. Tijdens een feest in de Eenhoorn kreeg Ellen van Sjaak en Marti een cadeau, het oude fotoboek, waarvan ze behoorlijk overstuur raakte.

Ellen bleef tot haar achttiende in het internaat en ging toen op kamers wonen. Ze riep de hulp in van verschillende psychiaters (onder andere Marco) om de gebeurtenissen uit het verleden te verwerken, maar zonder veel succes. Ze had voortdurend migraine, schuimde ’s nachts de cafés af en stortte zich “als een vod in ieder paar armen’ dat ze tegenkwam (blz. 171).
Halverwege haar studie medicijnen hoorde ze tijdens een college gynaecologie voor het eerst iets over de postnatale depressie en de kraamvrouwenpsychose, de ergste vorm daarvan. Toen ging haar een licht op: als haar moeders toestand na de geboorte van Ida tijdig was herkend en haar simpelweg de juiste medicijnen ( progesteron) had voorgeschreven, had er nooit een tragedie hoeven plaatsvinden! Dit inzicht werkte als een bevrijding: niemand had iets fout gedaan. Maar, waarom had haar vader geen vinger uitgestoken?
Na het laatste bezoek aan Marco ontmoette ze Thijs en besloot ze patholoog-anatoom te worden, de kant van de doden te kiezen. Ze trouwde met Thijs, maar zette na dertien jaar een punt achter het huwelijk.

Met de bitse Lucia, die door haar man mishandelt wordt, kan Ellen slecht overweg. Omdat niemand mag weten dat Lucia bij haar in huis is, is ze ook tot isolement gedoemd. Pas na vier weken volledige bedrust mag ze weer rechtop zitten.
Na een aantal maanden is Ellen weer op de been en vertrekt Lucia met haar kinderen. Hoe hatelijk de twee vrouwen ook steeds teen elkaar zijn geweest, bij het afscheid hebben ze het toch even moeilijk.
Bas laat Ellen kort daarna een memo van haar vader zien, gedateerd 6 April 1973, waaruit blijkt dat hij Bas had gevraagd een vakantiereis voor twee personen te boeken naar Florida. Volgens hem moet er daarom sprake zijn van een onbekende moordenaar, maar Ellen gelooft daar niets van: haar ouders hielden alleen van elkaar, de kinderen waren slechts een ‘bijproduct’(blz. 213); hun gezamenlijk dood was hun ultieme romantische ideaal.

In de kelder is amper iets veranderd sinds de nacht dat Ellen zich daar samen met Michiel in doodsangst verstopte. Nu ze de ware toedracht rond het familiedrama begrijpt, schaamt ze zich voor haar woede en haat jegens haar ouders. Ze begrijpt nu ook waarom zij in leven bleef: haar moeder was haar gewoon vergeten, had haar domweg over het hoofd gezien.

Half oktober verkoopt Ellen de villa aan iemand van een reclamebureau. Na een telefoontje van de makelaar dat de zaak rond is, nodigt ze Bas uit om te komen eten. Ze laat hem beslissen welke naam de baby zal krijgen.

(Het verhaal wordt in het boek niet zo chronologisch verteld, in het boek staan er allemaal terugblikken, flashbacks en dergelijke, deze samenvatting is zo geschreven, dat het goed te begrijpen is hoe alles precies is gebeurd.)

Genre
Het genre is een psychologische roman. Dit is het genre waarbij de schrijver meer nadruk legt op de zielkundige toestand van de hoofdpersoon, dan op de gebeurtenissen. Dit is een psychologische roman, omdat Ellen als zij in haar oude huis komt geconfronteerd word met haar verleden, dat ze dus niet verwerkt heeft. Ze moet haar verhaal kwijt om zo haar jeugd te kunnen afsluiten. Dus ze moet haar problemen onder ogen zien, om zo verder te gaan met haar leven. Ellen moet zichzelf vinden. Ze is heel erg bezig met haar familie en daar moet ze mee klaarkomen. En onder ogen zien wat er gebeurd is. Ze moet het verleden met rust laten.

Eigenlijk zou ik als fragment bijna het hele boek kunnen gebruiken, omdat door het hele boek heen de gedachten van Ellen worden beschreven. Je maakt als het ware een reis door de innerlijke belevingswereld van de hoofdpersoon Ellen, van de jeugd tot de volwassenheid.
Daarom heb ik drie fragmenten uitgekozen waar je Ellens gedachten ‘leest’.

(blz. 51)
Ida was een spuugbaby. Het begon een dag of tien na haar geboorte: wat je erin stopte, kwam er vrijwel meteen weer uit. En niet gewoon een beetje kwijlen en burpend wat kots opgeven, zo was Ida niet. Zij lanceerde haar braaksel, de oogjes glazig en de vuistjes verkrampt; ze spoog het in één keiharde straal voor zich uit, alsof ze het in een baan om de aarde wilde brengen.

(blz. 71)
Er is trouwens een hond vóór Orson geweest: Billie had een poedel toen ze klein was. Ik kan me niet herinneren wat er met hem is gebeurd, niet eens hoe hij heette. Waarschijnlijk was hij van voor mijn tijd en ken ik hem slechts uit de overlevering of van de foto’s uit het familiealbum met de bruine bladzijden, gescheiden door vloeipapier. Hij staat op de foto van Billies eerste dagje op het strand. Zo te zien is ze op dat moment ruim een jaar. Naast haar in het zand zit dat smalle, parmantige dier.

(blz. 237)
Al drie keer is de makelaar langs geweest met aspirant-kopers: iemand van een reclamebureau, een ander van een advocatenkantoor, een derde die een pand zoekt om een kinderdagverblijf te beginnen. Mij is het om het even. Ik bemoei me niet met de bezichtigingen, de beraadslagingen, het bieden en tegenbieden. Ik ben bijna te zwaar om nog trappen te kunnen lopen en mijn gedachten zijn voortdurend bij de naderende bevalling.

Bronvermelding:
- Ikzelf;
- www.scholieren.com;
- (fragmenten); het boek: ‘Een hart van steen’.

Motto
We hadden eigenlijk niet de opdracht gekregen om het motto van het boek te behandelen maar toch wilde ik het vermelden, omdat ik vind dat het belangrijk is bij dit boek. Dit motto gaat over ‘namen’, wat regelmatig terug komt in het boek en wat me erg opviel.

noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam

NEELTJE MARIA MIN
‘Mijn moeder is mijn naam vergeten’

Ellen denkt dat iemands diepste wezen in iemands naam ligt. Het is dan ook heel belangrijk dat je de goede naam hebt, anders kan het lot je niet vinden als je het nodig hebt en ben je overgeleverd aan het noodlot. Bijna iedereen in het gezin van Bemmel heeft dan ook een andere naam gekregen. Ellens oudste zus Billie heet eigenlijk Sybille, haar oudste broer Kes eigenlijk Kester. Carlos, de jongste zoon heette oorspronkelijk Michiel, maar hij heette vanaf zijn geboorte Carlos, omdat hij, toen hij net geboren was, zo op prins Charles had geleken. En Ida… Ellen dacht heel lang dat het haar schuld was dat haar zusje zo vaak ziek was en onder de blauwe plekken zat, omdat zij haar zusje Ida had genoemd, wat volgens haar de lelijkste naam was die er bestond.

(blz. 16) In een opwelling zei ik tegen vader dat ze Ida moest heten, want een lelijker naam kon ik niet verzinnen. Ida rijmde op malaria, en als je er een paar letters bij gooide, kreeg je diarree. Wat zou ze later op school worden gepest. Haar verdiende loon.

Als ze een andere naam had gehad, was dat nooit gebeurd. Ida wordt dus na een tijdje ook door iedereen Sophie genoemd, want dat was volgens Ellen haar echte naam.
Ook kun je dit motto toepassen op het feit dat Ellen zich vergeten voelt door haar moeder. Ze heeft het gevoel alsof ze haar ouders teleurgesteld heeft door in leven te blijven. Ze vindt dat ze daar geen recht op heeft. Ook heeft ze het gevoel dat ze niet bestaat, dat haar naam is uitgewist.

Bronvermelding:
- Ikzelf;
- www.scholieren.com;
- (fragmenten);het boek: ‘Een hart van steen’.

Thema & motieven

Thema
In dit verhaal draait het om verschillende thema’s. Postnatale psychose waar Margje aan leidt, is er een van. Door die psychose is het leven van dit gezin geëindigd in de dood. Het familiedrama zelf is een thema. Het is een drama wat er in het gezin Van Bemmel is gebeurd. Dat bijna een heel gezin vermoord wordt door de moeder is natuurlijk een drama. Steeds wordt er naar verwezen en stukje bij beetje begrijp je wat er precies gebeurd is. Ellen moet boven haar levenscrisis komen, gedurende het verhaal komt ze in het reine met haar verleden.
Ook belangrijk is het overwinnen van het doemdenken, Ellen heeft een hele sterke noodlotsgedachte.
Haar ouders hebben elkaar bij toeval bij de fietsenmaker leren kennen; door het lot wordt ze opgescheept met Lucia; het genetisch materiaal van haar kind is voor de helft van een willekeurige man; de dode Billie en Kester zijn veroordeeld tot een bestaan in haar hoofd en Michiels verbranding was een voorbode van wat het hele gezin te wachten stond.
Ze gelooft sterk in het noodlot en in toeval.
(blz. 111) (toeval)
Ik leg mijn handen op mijn buik. ‘Kom, we gaan weer naar bed,’ zeg ik tegen Ida- Sophie. Zij heeft niet hoeven wachten op een lekke band op een willekeurige dinsdagochtend, ik heb het toeval uit haar naam een handje geholpen.

Ellens manier van denken is lange tijd sterk deterministisch, zoals blijkt uit de volgende uitspraken die ze doet:

(blz. 38)
‘We zijn overgeleverd aan de grillen van het lot, of beter gezegd, aan die van wat ze daar beneden de liefde noemen.’

(blz. 40)
Als je er even bij stilstond, werd je gek. Een lekke band, een gemiste trein, een verloren zakdoek: uit de kleinste en meest banale voorvallen was de gehele mensheid voortgekomen! Geslachten regen zich als ogenschijnlijke solide ketens door de tijd, maar elke schakel had voor hetzelfde geld een andere kunnen zijn. Wie waren wij, die ons mensen noemden? Een ordeloze bende willekeurige genen.

Motieven
In dit verhaal draait het om verschillende motieven.

- Naamgeving is een belangrijk motief (vergelijk ook het motto). Ellen is ervan overtuigd dat iemands diepste wezen besloten ligt in de naam. De naam Ida betekent voor haar dat het met het kleine zusje slecht moet aflopen:
(blz. 16)’Ida rijmt op malaria, en als je er een paar letters bij gooide, kreeg je diarree’.
Als dat inderdaad dreigt te gebeuren, stelt ze haar moeder voor Ida voortaan Sophie te noemen, een naam waar je niet bang voor hoefde te zijn:
(blz. 136)Ze zwaaide wanhopig met haar gebalde vuistjes. Verlos me, Ellen. ‘Sophie,’ fluisterde ik opgetogen. Sophie rijmde op een twee drie, klim eens op mijn knie. Sophie was een echte zusjesnaam. Voor een Sophie hoefde je niet bang te zijn. ’Sophies hadden geen kwaad in de zin’.

Namen hebben voor haar een magische kracht:
(blz. 26)’Als je naam niet klopte, was je kansloos tegenover het noodlot’.

Door haar zusje Ida te noemen, tart Ellen de demonen. Het is dan ook niet te verwonderen dat ze zich schuldig voelt aan de wanhoopsdaad van haar moeder. Zij had het zusje immers vervloekt.
Haar eigen, ongeboren kind spreekt ze aan met de naam Ida-Sophie. Haar zwangerschap geeft Ida als het ware een kans opnieuw geboren te worden, het kwaad te niet te doen.
Haar vader Frits houdt zich ook bezig met naamgeving: hij voorziet alle knipselmappen van americana van namen:
(…) (blz. 31) Hij was als Adam in het hof van Eden, die over alles heer en meester werd door elk schepsel van de juiste naam te voorzien.
De naam van iets of iemand kennen, betekent greep op iets of iemand hebben.

- Postnatale Depressie: Als Ida geboren is, ontwikkelt Margje een ernstige vorm van postnatale depressie (kraamvrouwenpsychose). doordat de moeder van Ellen na de geboorte van Ida kraamvrouwenpsychose had deed ze dingen die niet normaal waren voor een moeder en heeft ze haar kinderen en haar man vermoord.

(blz. 225)Het mes blonk mat. Ze bewoog het lemmet even heen en weer tussen haar vingers. Toen hief ze het, terwijl ze met de andere hand Ida's truitje tot aan haar kin omhoogschoof.

(blz. 235) Door mijn afwezigheid was ik die avond omweg over het hoofd gezien.
In haar paniek en opwinding heeft mijn moeder me niet gemist. Mijn bestaan was haar eenvoudig ontschoten. Als ze ook maar een tel had kunnen pauzeren om te denken: ELLEN!, dan had ik dat die drie kilometer verderop, op het stille strand, gevoeld of misschien zelfs gehoord.
Maar mijn moeder was mij vergeten.

Bij dit fragment heeft Ellen net een les op school gehad, door die les is ze erachter gekomen waar haar moeder aan leed.
(blz. 173) Ik stond op en werkte me door de volle collegezaalnaar buiten. Nu kende ik de ware naam van het mysterie dat ons gezin had verwoest. Kraamvrouwen- psychose. Er had nooit een tragedie hoeven plaatsvinden als mijn moeders toestand tijdig was herkend en men haar simpelweg de juiste medicijnen had voorgeschreven.

- Liefde, door de liefde voor haar kinderen heeft Margje het beste met ze voor en dit loopt uiteindelijk uit op een hel.

(blz. 227) Boven haar hoofd werd een deur dichtgeslagen. Geschrokken keek ze op. Het werd meteen weer stil. Ze dacht aan haar man, achter zijn bureau, aan haar kinderen, van school op weg naar huis. Nu, het moest nu gesloten worden!
Toen opende Ida haar mond. Ze krijste het uit, maaiend met haar armpjes. En een voor een las Margje de worden van haar bloedeloze lippen: 'We zullen ervoor zorgen dat zij niet lijden.'

(blz. 86) Ze zei alleen maar: ‘Vergeet nooit dat er niemand is die zoveel houdt van jullie als je vader.’

(blz. 226) Er sprak hier niet louter haar egoïstische moederhart? O, wat was de liefde oneindig bezitterig. Wat was het offer van hun aardse levens in vergelijking met de stralende eeuwigheid die hun daarna wachtte?

- Obsessie voor god, Ellens moeder zou hun kinderen nooit iets aandoen als ze niet zo geobsedeerd zou zijn door god. Zo doet ze de vreselijkste dingen met Ida. Maar ze deed dit allemaal omdat ‘God het wilde’, dacht ze.

(blz. 220-221) Ze heeft haar meisje zo moeten kwellen omdat God het wilde. Maandenlang heeft ze gedaan wat ze kon om de zonde uit dat tere lichaam te verdrijven en Ida's omgeving te zuiveren, Maar niets was goed genoeg voor God. Geen offer, hoe zwaar ook, volstond voor Hem. Hij kende geen genade. Wat kon ze in haar wanhoop anders doen dan Hem voor Zijn afzijdige houding straffen door zelf Zijn plaats op Zijn troon in te nemen? Niets Genadige God! Genadige mama, dat was de waarheid. Ze legde het Ida fluisterend uit terwijl ze een appelboor in haar vagina dreef.

(blz. 227) Ze rende naar Ida die, het truitje nog steeds opgeschort, krachteloos met een beentje lag te zwaaien. Margje omklemde haar voetje. De teentjes, als die van Frits. Om hun liefde intact te houden, de liefde waaraan zij ondanks de tussenkomst van de duivel nooit had getwijfeld, moesten Frits en zij zich samen met hun kinderen verenigen in de dood.
(blz. 143) Ze beeft nog steeds als haar dochters de keukendeur met een gebelgde dreun achter zich hebben dichtgetrokken. Maanden heeft ze in het duister getast, maar nu weet ze wat er aan de hand is. Hoe kan ze zo blind zijn geweest? De appels van Sybille: ze zijn een teken van God, die Eva uit zijn paradij smoest verbannen.
(blz. 146) Ziekte is dus een teken van zijn aanwezigheid! Hier heeft ze het bewijs dat de duivel bezit van Ida moet hebben genomen. Hij heeft zich verraden. Nu weet ze wat haar te doen staat: ze zal hem uitdrijven, eigenhandig, om haar dochtertje weer sterk en gezond te maken.
- Het familiedrama zelf is een motief. Steeds wordt er naar verwezen en stukje bij beetje begrijp je wat er precies gebeurd is. Ellen moet uit haar levenscrisis komen, gedurende het verhaal komt ze in het reine met haar verleden.

Bronvermelding:
- Ikzelf;
- www.scholieren.com;
- (fragmenten);het boek: ‘Een hart van steen’.

Personages

Hoofdpersoon
De belangrijkste persoon in het verhaal is Ellen van Bemmel. Ellen is het derde kind van gezin Van Bemmel.
Zij is een van de twee overlevenden van het gezin van Bemmel, en dus wordt ze zowel als toen ze nog klein was, als waarneer ze volwassen is beschreven.
Vroeger, Ellen was toen twaalf, was ze een erg dun meisje. Ze was slim en erg gehecht aan haar familie, en haar oudere zus Sybille was haar grote voorbeeld. Ellen hield er ook van om op zichzelf te zijn, samen met haar hond Orson. Toen de rest van het gezin dood was, was ze zorgzaam voor haar broertje.
Wanner Ellen volwassen is, is ze 37 jaar oud. Ze heeft sluik haar, heeft medicijnen gestudeerd en werkt op een gerechtelijk laboratorium.
Ellen is nog net als vroeger aan haar familie gehecht, ook al zijn ze overleden. Ze denkt veel over ze na, en ze krijgt ook visioenen waarin ze Billie en Kester ziet.
Zij is als het ware de schrijfster van het boek. Ellen is van beroep patholoog-anatoom, hier heeft ze voor gekozen toen ze medicijnen studeerde ze besloot de kant van de doodden te kiezen. Ze koopt het ouderlijk huis opnieuw omdat ze zich aangetrokken voelde tot de advertentie die ze in de krant zag staan. In het huis komt ze langzaam via flashbacks erachter wat zich vroeger allemaal heeft afgespeeld. De ongeboren baby noemt ze in gedachte Ida-Sophie om haar zusje dat geen leven heeft gehad toch een leven te geven.
Je beleeft alles door haar ogen. Ellen is de hoofdpersoon om verschillende redenen;

- Ellen heeft een probleem; Haar familie is ‘uitgemoord’ waar ze een trauma aan over heeft/had gehouden. Ook is haar jongste broertje, Carlos, van haar weggenomen, haar enige nog levende broertje. Ze moet van haar trauma of zien te komen
(blz. 210)
In de keuken drong niet meteen tot me door wat er met Billie en Kester aan de hand was, schuin in hun stoelen hangend, met die zakken over hun hoofd. Ik dacht aan een spelletje. Toen zag ik Sophies voetjes uit een vuilniszak op het aanrecht steken.
(blz. 235)
Door mijn afwezigheid was ik die avond domweg over het hoofd gezien. In haar paniek en opwinding heeft mijn moeder me niet gemist. Mijn bestaan was haar eenvoudig ontschoten.
Na dit familiedrama zijn de meeste problemen van Ellen ontstaan. Hierdoor heeft ze een jeugdtrauma opgelopen die ze moet verwerken. Na de moordpartij kwamen Ellen en Michiel in internaat De Eenhoorn terecht waar Carlos al vrij snel geadopteerd werd, waardoor Ellen eigenlijk nog alleen over is. Steeds vaker begonnen Billie en Kester door Ellens hoofd te spoken en haar van alles te verwijten, weer een probleem. Aan het eind kiest ze voor haar eigen leven en laat ze haar familieleden los.
- Je leert Ellen gaandeweg het verhaal steeds beter kennen; Je maakt haar in het verhaal mee vanaf haar 12e levensjaar. Gaandeweg het verhaal vertelt ze steeds meer over haar verleden en hoe ze is/was. Beetje bij beetje vertelt ze over het familiedrama.
Bij dit fragment laat ze bijvoorbeeld weten dat ze heel slim is.
(blz. 14)
Ik zou na de grote vakantie naar het gymnasium gaan. (…) Meestal kreeg ik een tien voor mijn opstellen, naar ik vermoedde omdat mijn meester de hele tijd een woordenboek moest raadplegen om me te kunnen volgen. Eigenlijk zat mijn verstand mijzelf ook vaak behoorlijk dwars.

Bij dit fragment vertelt Ellen iets over haarzelf in de tijd dat ze bij psychiaters kwam.
(blz. 172)
Nu eens had ik een anale persoonlijkheidsstructuur, dan weer een bipolaire. Er was geen etiket of ik torste het wel een tijdje met me mee, zoals en leproze vroeger zijn ratel. Soms zei ik in de mensa of op straat hardop tegen mezelf: ‘Ik ben Ellen van Bemmel’, en geloofde het zelf nog maar half.

- Ellen beschrijft haar innerlijk, je leert haar gedachten en gevoelens kennen. De gedachten en gevoelens van Ellen worden later uitgelegd.

Soort personage
Ellen in een round character. Ook nu weer om verschillende redenen;
- Ellen heeft veel karaktereigenschappen, zoals onzeker, behulpzaam, dominerend, slim en hard.
- Ellen verandert in de loop van het verhaal. Dit wordt bij gedrag beschreven.
- Ellen heeft tijdsbesef. Ze heeft alsmaar herinneringen; flashbacks. Door de flashbacks kom je steeds meer te weten over haar verleden.
Dit is een voorbeeld van een flashback wanneer Ellen foto’s aan het bekijken is in het fotoboek.
(blz. 189)
Onder het gekke bekken trekken door houd ik één oog op de glazen deuren van de serre gericht, en één oog op het kaarsje en de wierook naast Sophies wieg: het is vanavond mijn beurt om de wacht te houden. Mijn moeder is in de keuken bezig Billie haar biologie te overhoren. Ze zijn bij de gewervelde dieren.
‘En nu eentje waarop je niet scheel kijkt, Ellen,’ zegt Kester. ‘Nee, nu een van Sophie.’ ‘Van Sophie d’r arm,’ roept Carlos, ‘net als bij de dokter!’ ‘Als ze maar niet wakker wordt van de flitser,’ zegt Kes.

Karakter
Onzeker:
Ellen is heel onzeker over haar verleden, ze durft het niet onder ogen te komen maar ze durft het aan de andere kant ook niet los te laten. Ellen hoort, later in haar leven, stemmen in haar hoofd namelijk die van haar zus Billie en haar broer Kester. Hier zie je heel sterk haar onzekerheid, ze denkt namelijk dat die in haar voortleven en als ze hen loslaat, ze dan voorgoed zullen sterven. Ook in de verdere loop van het boek zie je duidelijk dat het moeilijk is voor Ellen om haar verleden onder ogen te komen omdat ze eigenlijk niet begrijpt wat er gebeurd is. Ze vindt het moeilijk om erover te praten of te denken. Eerst heeft ze altijd haar moeder de schuld gegeven maar later leert ze dat haar moeder ziek was en dat ze er niets aan kon doen. Toen ze zich dit realiseerde is ze haar vader de schuld gaan geven omdat hij haar moeder niet heeft tegengehouden en (zo denkt Ellen) haar zelfs heeft geholpen bij de moorden omdat hij meer van haar hield dan van zijn kinderen en alles voor haar over had. Al deze onbeantwoorde vragen en onzekerheden maken Ellen tot een redelijk instabiel persoon. Ze heeft weinig zelfvertrouwen en durft zich niet goed te binden aan andere mensen door de angst om ze kwijt te raken.

Ellen is in het kindertehuis en langzaam beginnen de herinneringen terug te komen, ze weet weer wie Billie en Kester zijn. Op dit punt in het verhaal denkt Ellen dat ze met de geesten van Kester en Billie aan het praten is:

(blz. 97)
Kester zei: ‘Zou je ons misschien eens kunnen uitleggen waarom jij nog leeft, en wij niet?’
(…)
‘Laat me met rust,’ bracht ik uit, mijn armen om mijn hoofd slaand.
‘O nee,’ zei Billie tartend. ‘Je zult geen nacht meer zonder ons slapen, dat beloof ik je.’
‘Ons raak je nooit meer kwijt,’ zei Kester.
Een voor een perste ik de afschuwelijke woorden uit mijn mond: ‘Jullie…zijn…dood.’
‘Maar nu je je ons weer herinnert…’ zei Kes
‘…leven we voort via jou,’ besloot Billie.

Ellen blijft nog een hele lange tijd met de stemmen in haar hoofd rond lopen en gelooft en doet ook blindelings wat ze haar vertellen wat ze moet doen. Zij ziet Billie en Kester als een deel van zichzelf. Zij gelooft ook dat al hun karaktereigenschappen in haar zijn opgenomen. Ook spreekt ze vaak over zichzelf als ‘ons’ omdat Billie en Kester erbij horen.
Een ander fragment waaruit Ellens onzekerheid en moeite met haar verleden blijken is dit waarin Ellen tijdens haar verblijf in het kindertehuis als uitje naar het asiel mag om haar oude hond op te zoeken. De hond (Orson) roept dan onverwachte herinneringen op.

(blz. 70 en 71)
Schreeuwend van plezier rolde ik met hem over de grond.
(…)
Marti (leidster uit het kindertehuis) keek toe, haar vingers in het gaas gehaakt. Na een tijdje vroeg ze: ‘Weet je nog wanneer je Orson hebt gekregen, Ellen?’
‘Toen ik twaalf werd,’ zei ik zonder nadenken.
‘En van wie? Weet je dat nog?’
‘Hij kwam uit het asiel.’
‘Maar wie hebben hem toen voor je gehaald?’
Ik duwde Orson van me af. Ineens had ik geen zin meer om met hem te spelen. Maar hij bleef opgewonden piepend met zijn kop tegen me aan bonken.
(…)
‘Ga nou af,’ zei ik bits. Braaf zakte hij door zijn poten. Zijn staart roffelde. Snel glipte ik de ren uit en trok het hek achter me dicht. Marti legde een hand op mijn schouder en vroeg zachtjes: ‘Weet je het weer, Ellen? Wie Orson voor je hebben uitgezocht?’

Later in haar leven bezoekt Ellen vele psychiaters waar ze het meestal niet erg lang bij uithoudt. een van die psychiaters is Marco. Ellen is er net achtergekomen dat haar moeder kraamvrouwenpsychose had en dat alles met een paar pillen verholpen had kunnen worden. Zij is ontzettend boos dat niemand dat toen heeft kunnen bedenken. Marco probeert haar uit te leggen dat die kennis er toen gewoon nog niet was:

(blz. 176)
‘Waarom wil je er opeens vandoor?’ (Marco)
(…)
‘Omdat ik je niet meer nodig heb.’
‘Je denkt toch niet dat er nu vanzelf een einde zal komen aan je klachten? Je hoort stemmen, je lijdt aan…’
‘Jij bent het die een punt van die stemmen maakt. Ik niet.’
‘Geestelijk gezonde mensen horen geen stemmen. Als jij op dit cruciale moment weer in je wanen vlucht, als je het Billie en Kes nu toestaat om van je te winnen, dan zul je…’
‘Mijn zuster heet Sybille. Mijn broer heet Kester.’
‘Zo heetten ze vroeger. Ze zijn dood.’
‘Zolang ik leef, zijn ze niet dood. Dat is geen waan, dat weet iedereen die ooit van iemand heeft gehouden die er niet meer is.’
Aan het einde van het boek laat ze haar familieleden los en kiest ze voor haar eigen leven.

Dominerend (overheersend):
Ellen heeft de neiging om zich vast te klampen aan de mensen waar ze van houdt, ze overheerst hen en wil de baas zijn. Ik denk dat dit iets te maken heeft met haar angst om de mensen waarvan ze houdt kwijt te raken. Ze weigert niet alleen haar dode familieleden los te laten, ook haar uitleg over haar stukgelopen huwelijk met Thijs laat duidelijk zien hoe dominerend ze is. Ze was al zo voor de moorden maar het is daarna nog veel erger geworden.

Hier beschrijft Ellen haar huwelijk met Thijs:
(blz. 49)
“Goeie Thijs, hij wou me zo graag hebben, dertien jaar geleden: van ons tweeën is hij degene die recht heeft op woede en teleurstelling. Toen ik bij hem wegging, was hij letterlijk op. Ik had hem compleet vermalen, een uitgemergelde zenuwpees van hem gemaakt. Hij zoop te veel, hij knarsetandde in zijn slaap en tijdens onze eindeloze debatten trok hij gedachteloos zijn wimpers uit, zodat zijn oogleden altijd rood en ontstoken waren. Op het laatst zat hij haast dag en nacht op zijn kantoor.”

Je ziet hier duidelijk dat Ellen Thijs helemaal ‘kapot’ heeft gemaakt.

Hard:
Na de tragedie wordt Ellen harder. Tegenover zichzelf, maar ook tegenover anderen. Soms is ze ook erg kortaf. Ze heeft ook veel meegemaakt. Ik vind haar heel erg moedig, omdat ze zo door durft te gaan. Ze is ook emotioneler geworden. Vooral in haar omgang met Lucia, een vrouw die met haar kinderen bij Ellen in huis woont om voor haar te zorgen en te ontsnappen aan de mishandeling van haar man, zie je duidelijk dat zodra Lucia iets over Ellen’s verleden zegt, Ellen meteen heel kortaf wordt.

(blz. 186)
Bas is op bezoek geweest, hij is net weg. Lucia zegt dat Ellen het maar getroffen heeft met zo iemand. Ellen antwoordt ‘Ja hoor, ik heb weer alles en jij hebt niets.’ Vervolgens krijgen ze ruzie:
‘Jij denkt altijd maar dat ik het geweldig heb getroffen, maar als ik je zou vertellen wat ik allemaal…’ Geschrokken klem ik mijn kaken weer op elkaar. Het zal haar niet lukken me uit mijn tent te lokken.
‘Hou je kop toch, mens!’ Ze (Lucia) schreeuwt het me recht in mijn gezicht. ‘Ik zeg alleen maar dat je boft met zo’n vriend, en jij moet direct weer een keel opzetten!’
(…)
‘Ik heb schoon genoeg van dat overspannen gedoe van je, hoor je me?’

Een ander fragment over Lucia is het volgende. Lucia is mishandeld door haar man en heeft hier littekens aan overgehouden. Als Ellen deze ziet en Lucia snel haar mouwen omlaag stroopt moet ze aan haar broertje denken die littekens van brandwonden had en die ook altijd verborg.

(blz. 157)
“Pulserende atomen persen zich samen, en snel corrigeer ik mezelf: nee, niet net zoals Carlos. Natuurlijk niet. Lucia is anders dan wij. Niemand heeft meegemaakt wat wij hebben meegemaakt. Alleen wij begrijpen elkaar. O, als ik maar geen hoofdpijnaanval krijg.
‘Ik wou even zeggen (…) dat we het hier maar getroffen hebben.’(Lucia)
‘Je werkt er anders hard genoeg voor,’ zeg ik kortaf.”

Ellen worstelt duidelijk met haar verleden. Haar neiging tot wegvluchten ervan en haar angst om er mee geconfronteerd te worden vormen haar karakter. Als zij aan het einde van het boek haar verleden loslaat zie je ook dat ze een ander persoon is geworden.


Gedrag
Op twaalfjarige leeftijd gedraagt Ellen zich slim en zorgzaam voor haar broertje.
(blz. 14)
Ik zou na de grote vakantie naar het gymnasium gaan. (…) Meestal kreeg ik een tien voor mijn opstellen, naar ik vermoedde omdat mijn meester de hele tijd een woordenboek moest raadplegen om me te kunnen volgen. Eigenlijk zat mijn verstand mijzelf ook vaak behoorlijk dwars.

Ellen zorgt goed voor Carlos en kleed hem ook elke ochtend aan.
(blz. 18)
Toen ik Carlos had aangekleed en hem mee naar beneden had genomen, bleek de deur van de bijkeuken dicht te zijn getrokken.

Als haar ouders vertellen over de komst van een nieuw broertje of zusje, gaat Ellen een soort van haatgevoelens ontwikkelen jegens het toekomstige kind. Ze vindt dat er niemand meer bij kan, en bedenkt daarom de lelijkste naam die ze kan bedenken voor het kind: Ida.
Als haar broertje Carlos gloeiend heet water over zich heen krijgt, vindt ze dat Ida hier de schuldige van is.
Ellen gedraagt altijd vrij vrolijk en is ze ondernemend geweest, en lijkt op haar vader.
Na de ramp slaat haar gedrag om, wordt ze opstandiger en raakt ze verstrikt in haar verleden. Na de ramp was Ellen wel anders, ze keek heel anders tegen de wereld aan. Ze snapte niet dat zoiets kon gebeuren.
Ze wordt samen met haar broertje Carlos naar een weeshuis gestuurd.Ze wil haar dode familieleden uit haar hoofd zetten, en niet meer aan ze denken. Als Carlos dan ook nog eens wordt geadopteerd, wil ze ook hem niet langer kennen. Haar verleden laat haar echter niet los en het wordt zelfs zo erg dat ze het idee heeft dat Billy en Kester er nog zijn, en ze met hen kan praten. Op ongeveer 37- jarige leeftijd is ze een ander mens geworden dan ze vroeger was. Ze is vaak kortaf, en wordt snel kwaad.
(blz. 186)
Bas is op bezoek geweest, hij is net weg. Lucia zegt dat Ellen het maar getroffen heeft met zo iemand. Ellen antwoordt ‘Ja hoor, ik heb weer alles en jij hebt niets.’ Vervolgens krijgen ze ruzie:
‘Jij denkt altijd maar dat ik het geweldig heb getroffen, maar als ik je zou vertellen wat ik allemaal…’ Geschrokken klem ik mijn kaken weer op elkaar. Het zal haar niet lukken me uit mijn tent te lokken.
‘Hou je kop toch, mens!’ Ze (Lucia) schreeuwt het me recht in mijn gezicht. ‘Ik zeg alleen maar dat je boft met zo’n vriend, en jij moet direct weer een keel opzetten!’
(…)
‘Ik heb schoon genoeg van dat overspannen gedoe van je, hoor je me?’
Ellen loopt veel psychiaters af, maar geen die haar echt kan helpen. Ze heeft ook veel meegemaakt.

Innerlijk: gedachten en gevoelens
In het hoofd van Ellen is het na het familiedrama een chaos, ze snapt allemaal nog niet goed wat er gebeurd is en moet alles eerst goed op een rijtje zetten.
Het belangrijkste van het innerlijk van Ellen is eigenlijk haar verdriet. Ellen zit vol verdriet door alles wat ze heeft meegemaakt en probeert dit te verwerken.
Ellen heeft ook gedachten over haar vader. Ze houd veel van hem.
(blz. 18)
‘Maar het derde kind is het beste kind,’ zei mijn vader altijd troostend, ‘het derde kind is het cement.’
Elke keer als ik me rot voelde, schreef ik dat cement in mijn dagboek op.
Hieruit lijkt Ellen blijken (vind ik) dat ze houd van haar vader.

Na het drama denkt ze dat het ook haar vaders schuld is dat zijn kinderen dood zijn, dat hij liever koos voor zijn vrouw dan zijn kinderen. Maar als al haar vragen een beetje beantwoord zijn, weet ze dat haar vader er niets aan kon doen. Zijn vrouw, Margje had hem gewoon in alles meegesleept.

Ellen heeft ook gedachten aan haar broer Kester en haar zus Sybille, die in haar hoofd rondspoken:
(blz. 231)
Billie en Kester staan hand in hand voor me. ‘Wat is er?’ fluister ik.
‘Dat weet je best,’ zegt Kester, even zachtjes.
(…)
Kester komt schoorvoetend dichterbij. ‘Je geeft ons toch niet zomaar op?’
Billie stamelt: ‘Dat verdienen we niet, Ellen. Zonder ons zou jij allang…
‘Allang wat?’ zeg ik zonder nadenken. ‘Zonder jullie zou ik vrienden en vriendinnen hebben gehad, zonder jullie zou mijn huwelijk niet…’ Ik schrik van de waarheid van mijn eigen woorden.

Dit is een fragment waar Ellen naar verschillende foto’s kijkt uit haar fotoboek, in de tijd dat het weer beter ging met het gezin. Bij dit/deze fragment(en) vind ik dat je Ellen haar gevoelens (en gedachten) goed leest.
(blz. 200)
Het spijt me nog altijd dat ik in De Eenhoorn meteen zijn foto van de muur trok en die in duizend woedende, gepijnigde snippers scheurde.

(…)Het was zo gewoon haar zo bezig te zien, dat pas na een uur tot me doordrong hoe ongewoon dat de laatste tijd juist was geweest. Ik sloop de trap af en keek naar haar door de kier van de keukendeur. Het gaf me een raar gevoel, zo stiekem naar mijn moeder te gluren.

(blz. 201)
Ik was zo blij dat het me was gelukt de vuile was binnen te houden. Ik kon de hele dag wel zingen. Alleen als mijn moeder zich over Sophies wieg boog, kreeg de oude spanning me weer in de greep. Met argusogen hield ik haar dan in de gaten, maar ik maakte me zorgen om niets.

Er staan heel veel gedachten en gevoelens van Ellen in het boek, maar dat is te veel om hier allemaal neer te zetten!.
Relaties
Ellen heeft allerlei relaties met de bijpersonen in het boek. Dit zijn de belangrijkste personen waarmee Ellen een relatie heeft.

Margje de Groot/van Bemmel; de moeder van Ellen.
(blz. 31)
Mijn moeder heette Margje, een tedere, ouderwetse naam, maar internationaal een ramp.

Frits van Bemmel; de vader van Ellen.
(blz. 32)
Mijn vader heette Frits. Hij was niet naar iemand vernoemd. Mijn opa en oma hadden het waarschijnlijk gewoon een leuke naam gevonden.

Kester (kes); de oudste broer van Ellen.
(blz. 11)
Alleen Kester had zijn tanden gepoetst. Mijn broer was de laatste tijd in een verbeten gevecht verwikkeld met het vuil van de wereld.

Sybille (billie); de oudste zus van Ellen.
(blz. 11)
Mijn zuster Billie zat op haar vaste plek voor de spiegel die naast de kleerkast hing en knipte met een nagelschaartje geconcentreerd de gespleten punten uit haar lange haren.

Michiel (Carlos); het jongste broertje van Ellen.
(blz. 18)
Vanaf vandaag zou ik vast ook nooit meer dat akelige gevoel in mijn maag hebben bij de gedachte dat Billie de oudste was, Kes de eerste zoon en Carlos de jongste.

(blz. 26)
De stommelingen hadden mijn broertje nooit Michiel Adriaan moeten noemen.

Ida; het jongste zusje van Ellen.
(blz. 21)
Op de overloop botsten we tegen onze ouders aan. Mijn moeder vroeg iets op verontruste toon, terwijl ze nog steeds haar buik vasthield. Onder dat opgerekte vel van haar zat Ida. Zat Ida, mijn toekomstige zusje, te wachten totdat ze nog meer onheil kon stichten.

Thijs Kamerling; de ex-man van Ellen.
(blz. 46)
‘Ellen?’ zegt mijn man na enkele ogenblikken stilte. Het is ruim een jaar geleden dat ik hem voor het laatst heb gesproken. Idioot gewoon dat ik nog steeds aan hem denk als ‘mijn man’.
(…) Wie anders dan Thij, Ellen-kenner bij uitstek, doorgronder van mijn motieven, Thijs met wie ik dertien jaar van mijn leven heb gedeeld en die het uitzonderlijke talent had precies te weten hoe ik bemind wilde worden.

De belangrijkste bijpersonen:
- Margje van Bemmel is de moeder van Ellen. Ze is een round character. In het begin van het boek is ze een aardige, zorgzame en hard werkende vrouw. Door de geboorte van Ida maakt ze een grote karakterverandering door. Waarmee ze het hele gezin met haar gedrag beïnvloed. Later in het boek is ze overbezorgd over Ida en is ze alleen maar met zichzelf en Ida bezig. Ze draait een beetje door, door kraamvrouwenpsychose. Ook laat ze zich daardoor leiden door ‘Gods wil’.
- Frits van Bemmel is de vader van Ellen. Hij is een flat character. Hij is ook een hardwerkende man, maar ook een goede vader. Frits houdt erg veel van zijn kinderen en van zijn vrouw. Hij is heel erg intelligent, maar ook zorgzaam. Hij is eigenlijk Ellens favoriet. Dat blijft eigenlijk zo, ook na de komst van Ida. Hij maakt zich wel zorgen over Margje, maar hij denkt dat dat wel over gaat. Hij heeft de hele situatie rondom zijn vrouw dus onderschat. Uiteindelijk blijkt dat hij uit schuldgevoel over een mislukte verkrachtpoging van zijn vrouw, uit haar handen eet en meehelpt zijn eigen kinderen, en later zichzelf te vermoorden.
- Kester (Kes) van Bemmel is Ellens grote broer. Kester is een flat character. Hij is erg zorgzaam voor zijn jongere broertje en zusje. Ook is hij erg handig. Hij speelt niet zo’n grote rol. Hij komt later in haar leven voor in haar waanbeelden. Ik vind dat hij dan een beetje onsympathiek overkomt, hoewel dat logisch is omdat het een projectie is van een gedachte van Ellen.
- Sybille (Billie) van Bemmel is Ellens grote zus. Sybille is ook een flat character. Ze is een paar jaar ouder, een eigenwijze ijdele puber als Ellen nog 12 is. Ze ziet haar als haar grote voorbeeld. Ze leert veel van haar, zoals roken en over zaken als make-up. Ze is erg met haar uiterlijk bezig. Als haar moeder ‘ziek’ is, neemt ze veel verantwoordelijke taken op zich. Later is ze ook een waanbeeld in haar gedachten. Ik vind haar dan net als Kester een beetje onsympathiek. Een beetje minachtend.
- Michiel (Carlos) van Bemmel, door Ellen Carlos genoemd, is haar kleine broertje. Michiel is een flat character. Ellen beschermt hem, maar helpt hem ook. Ze zorgt erg goed voor hem. Zij heeft Carlos gered van de dood. Carlos is nog erg jong, dus je kan niet echt iets over zijn karakter zeggen. Wel wil hij altijd alles weten. Uiteindelijk wordt Michiel geadopteerd. Hij voelt zich erg thuis in zijn pleeggezin, maar Ellen is erg kortaf als het daarover gaat. Dat is een van de voorbeelden van hoe hard ze kan zijn.
- Ida (Sophie) van Bemmel is het vijfde kind van Frits en Margje, Ellens zusje. Ik weet niet precies of Ida een flat character is, of een type, omdat ze nog maar een baby is. Maar ik zou haar plaatsen onder een flat character, omdat ze toch een belangrijke functie heeft in het verhaal. Ida is eigenlijk een tegenstander van Ellen. Ida is in het begin van haar leventje was ze erg ziek. Ook heeft ze daardoor een beetje een vervormd hoofd. Ze is een heel erge huil- en spuugbaby, dat komt doordat ze een maagvernauwing heeft. Als dat is opgelost is ze wel een makkelijke baby. Volgens haar moeder schuilt de duivel in haar. Ze wordt mishandelt door haar moeder. Verder heeft ze natuurlijk niet echt een persoonlijkheid, ze is nog maar een baby als ze sterft. Verder wordt er niks over haar verteld. Ze wordt gezien als de oorzaak van alle problemen.
- Bas Veerman werkte vroeger als conciërge bij het knipselbureau. Hij is degene die Ellen en Carlos vond in de kelder na de moorden. Later komt Ellen hem weer tegen. Hij werkt voor Ellen in haar tuin en doet klusjes. Op het eind van het boek gaat Ellen met hem samenwonen. Bas heeft een paardenstaartje.
- Lucia heeft bij Ellen gewoond, ondergedoken voor haar man. Ze hielp Ellen nadat ze bijna een miskraam had gehad en dus een maand rust moest houden. Zij en Ellen waren steeds in conflict, maar later in het boek ging het beter tussen hen. Lucia heeft nog drie dochtertjes, Rochelle, Samantha en Vanessa. Over hen kom je niets te weten in het boek

Bronvermelding:
- Ikzelf;
- www.scholieren.com;
- (fragmenten);het boek: ‘Een hart van steen’.

Interview met de hoofdpersoon
Dit is een interview met Ellen van Bemmel. Ellen is nu 40 jaar en ze heeft als klein meisje, toen ze twaalf was, zowat het ergste wat een kind kan overkomen op deze leeftijd, meegemaakt: een familiedrama. Haar moeder (Margje de Groot) en vader (Frits van Bemmel) hebben al hun kinderen willen vermoorden, alleen zagen ze Ellen over het hoofd: zij was namelijk de hond uitlaten. De reden tot het vermoorden was kraamvrouwenpsychose van Margje na de geboorte van het vijfde kind: Ida. Nadat Margje en Frits de kinderen een plastic zak over het hoofd hebben geknoopt, hebben ze zelfmoord gepleegd. Wanneer Ellen thuis komt, merkt ze dat haar driejarige broertje, Michiel (ook wel Carlos genoemd), nog leeft.

Denkt u nog vaak terug aan het drama dat u heeft meegemaakt?
Ik heb vijfentwintig jaar lang iedere ochtend, toen ik wakker werd, terug gedacht aan het drama en waarom juist ik het overleefde. Maar toen ik eigenlijk had ‘ontdekt’ dat mijn moeder kraamvrouwenpsychose had, waardoor ze er niets aan kon doen wat voor erge dingen zij heeft gedaan, en mij domweg over het hoofd heeft gezien, toen ik dus eigenlijk alle ‘raadsels’ had ontdekt, ben ik verder gegaan met mijn leven. Ik zag in dat ik verder moest met mijn leven en het verleden achter me moest laten, wat wel vreselijk moeilijk is.

Welke gevoelens heeft u voor uw moeder, na wat ze heeft gedaan?
Toen ik wist dat mijn moeder mijn zusjes en broertje had vermoord, was ik vreselijk kwaad en bang. Ik kon gewoon niet begrijpen dat mijn moeder zoiets had gedaan, omdat het de laatste tijd veel beter ging in ons gezin. Maar toen ik op de universiteit zat en ik erachter kwam dat mijn moeder aan kraamvrouwenpsychose leed, ben ik haar steeds meer gaan ‘begrijpen’. Door deze ‘ziekte’ kon ze er gewoon niets aan doen dat ze zo’n ernstige dingen deed, zoals het mishandelen van Ida. Ook ben ik er op de universiteit achter gekomen wat voor soort medicijnen mijn moeder nodig had gehad om weer beter te worden. Ik was ontzettend kwaad dat ze mijn moeder niet hadden geholpen, maar volgens mijn psycholoog, toentertijd, hadden ze in die tijd nog niet de kennis om mijn moeder te genezen. Daar heb ik me toen maar bij neergelegd. Toch ben ik er achter gekomen, tijdens mijn studietijd, dat de artsen mijn moeder wel hadden kunnen helpen en waardoor dit familiedrama misschien niet had hoeven gebeuren.

Hoe bent u verder gegaan met uw leven, omdat het zo vreselijk moeilijk is?
Zoals ik al zei, toen ik alle ‘raadsels’ had ontdekt ben ik verder gaan leven. Ik heb op mijn 37e een kindje gekregen en door haar zag ik eigenlijk ook weer in dat ik weer gelukkig kon worden, samen met mijn man Bas. Voor mijn dochter, Aisa, zag ik zo’n mooi leven tegemoet dat ik zelf ook verder wilde, samen met mijn man, samen een heel leuk gezin krijgen. Dat was vroeger ook al mijn wens, om gewoon een leuk gezin te stichten en daar mee te leven. Na het drama zag ik dit allemaal niet meer zitten en ik miste vooral mijn broer Kester en mijn zus Sybille, eigenlijk miste ik gewoon iedereen, mijn hele familie… maar door de jaren heen ging het steeds beter met me, met ook mindere perioden hoor! Eigenlijk kan ik niet precies zeggen, hoe ik verder ben gegaan met m’n leven, het is gewoon zo gegaan. Ik heb maar gewoon mijn verleden achter me gelaten en ik heb natuurlijk ook hulp gekregen van verschillende mensen, zoals van mijn vrienden (Bas Veerman bijvoorbeeld, hij was toen een vriend van me en nu is hij mijn man) en verschillende psychiaters.

Wat doet u nu, in het dagelijks leven?
Ik ben moeder, ik werk vijf halve dagen in de week als patholoog-anatoom en sinds kort heb ik samen met mijn man een klein bedrijfje opgestart voor kinderen die net als ik een (familie)drama hebben meegemaakt. We hebben dit opgestart, omdat vooral ik kinderen heel graag wil helpen die zoiets hebben meegemaakt. Ik heb het zelf ook meegemaakt, dus kan ik kinderen erg goed kan helpen. Ook heb ik dit samen met mijn man opgestart, omdat ik vind dat ik vroeger vrij slechte hulp heb gehad. Ik werd natuurlijk wel geholpen, door bijvoorbeeld psychiaters en mensen in het kindertehuis waar ik in heb gezeten, maar zij konden gewoon niet weten wat er in mij omging, wat en hoe ik het meegemaakt had, wat ik voelde en wilde. Er zijn weinig bedrijven of instellingen deze kinderen willen helpen en daarom ben ik er mee begonnen en wat ik al zei, ik denk dat ik ze gewoon heel goed kan helpen met hun trauma, omdat ik het zelf immers ook heb meegemaakt. Er komen heel verschillende kinderen in onze opvang. Bijvoorbeeld kinderen waarbij een vader en/of moeder zelfmoord hebben gepleegd of, weer iets heel anders, meisjes die verkracht zijn. We hebben een aantal mensen kunnen vinden die in ons bedrijf willen werken, vooral mensen die zelf ook een trauma hebben gehad en er volledig overheen zijn. Soms is het wel eens moeilijk om deze kinderen te helpen, omdat je terug denkt aan je eigen gebeurtenissen, maar door te denken, mijn verleden heb ik achter me gelaten en ik ben verder gegaan met mijn leven, kan ik deze kinderen wel helpen.

U heeft nog een tijd in uw ouderlijk huis gewoond, hoe was dat?
Op het begin, vond ik het wel moeilijk om weer in het huis te zijn. Er was veel veranderd, wat mij best verdrietig maakte. Maar ik vond het toch best fijn om weer op de oude vertrouwde plek te wonen. Ik heb er ook ontzettend veel herinneringen opgedaan en veel nagedacht. Om in sommige ruimtes in het huis terug te komen, vond ik wel best moeilijk, zoals de keuken en de kelder. In de keuken is het drama namelijk gebeurd, daar had ik mijn broertjes en zusjes gevonden. In de kelder, was ik samen met mijn broertje Carlos heen gevlucht, nadat ik mijn familieleden zag met de plastic zakken over hun hoofd en waar de politie ons heeft gevonden. Toch ben ik een aantal keren in de kelder geweest, wat vooral de eerste keer erg moeilijk was, maar ik ben er wel in geweest wat ik toch knap vind van me eigen.
Het huis was eigenlijk te groot voor me, dus ben ik verhuisd naar een ander kleiner, gezellig huis samen met mijn man. Daar leef ik nu gelukkig met Bas en mijn dochtertje.

Hoe denkt u dit familiedrama aan uw dochter uit te leggen, of gaat u het helemaal niet vertellen?
Dit is een hele moeilijke vraag voor mij. Ik ben al lang aan het nadenken hoe ik dit aan haar uit moet leggen, want mijn man en ik willen het eigenlijk wel ooit aan haar vertellen. Dat zal denk ik wel moeten! Ik weet zeker dat ze, als ze wat ouder is, met verschillende vragen aankomt. Ze ziet straks natuurlijk klasgenootjes, vriendjes en vriendinnetjes met opa’s, oma’s, ooms, tantes, neefjes en nichtjes. Ze heeft wel een opa en een oma, de ouders van Bas, maar ze zal zich zeker een keer afvragen, of ik dan geen papa en mama heb. We zijn echt goed na aan het denken hoe we dit aan haar moeten vertellen, maar we weten nog niet precies hoe. Ik verwacht dat we foto’s aan haar laten zien en van daaruit vertellen wat er vroeger met ‘mama’ is gebeurd. Maar dat vertellen we pas als ze echt oud genoeg is en ze een beetje een ‘sterke meid’ is!

Dit was een interview met Ellen van Bemmel. Dit heeft mij heel erg geboeid en haar leven spreekt me erg aan, het is heel knap dat Ellen zo kan praten over haar verleden en haar heden, na alles wat er met haar en haar familie gebeurd is! Ik dank haar zeer dat ik een interview met haar mocht afnemen!

Tijd & bouw

Tijd
Het verhaal speelt zich in twee delen van tijd af. In 1998, Ellen is dan zwanger en heeft haar ouderlijk huis gekocht om daar herinneringen op te halen. In die tijd wordt er via de herinneringen van Ellen vertelt hoe het leven van Ellen eruit heeft gezien na het drama. Die tijd duurt ongeveer zeven maanden.
Dit fragment is in 1998, hier wil het ouderlijk huis gaan kopen:
(blz. 33, 34)
Ik zag het in de krant staan. Te koop: Lijsterlaan 11. De letters sprongen me in mijn gezicht, de advertentie maakte zich los van de pagina en zweefde recht op me af, alsof hij alleen voor mij bestemd was. (…) Ik belde de makelaar en voordat ik het wist, stond ik met hem op de geblokte tegels van de gang.

De herinneringen, het tweede deel van het verhaal, duurt ongeveer even lang. Het begint ongeveer in 1972, net voor de geboorte van het vijfde kind, Ida. Het eindigt op 6 april 1973, de dag dat het familiedrama plaatsvindt.
Dit fragment speelt zich af in 1972, op de dag waarop Ida wordt geboren:
(blz. 11)
We waren al met z’n vieren toen Ida werd geboren, in een ongewoon koude zomernacht. Dankzij de bijna volle maan was het om twee uur nog zo licht dat we de sproeten op elkaars neus konden tellen. We waren vastbesloten wakker te blijven totdat we de eerste kreet van de nieuwe baby hadden gehoord.

De verteltijd van dit verhaal is, 238 bladzijden.
Het verteltempo in dit verhaal wisselt sterk. Het ene moment beschrijft het verhaal veel gebeurtenissen in een paar zinnen, het volgende moment één gebeurtenis in een aantal bladzijden. Soms gaat het verhaal dus snel, soms langzaam.

Het boek ‘Een hart van steen’ bevat heel veel flashbacks. Op veel stukken in het verhaal worden gebeurtenissen onderbroken en gaan we een tijdje naar een ander tijd. Dit fragment geeft een voorbeeld weer van een flashback: ze kijkt in haar fotoboek en dan door het zien van een foto krijgt ze een herinnering:
(blz. 188)
Kes heeft die foto gemaakt. Hij had toen net zijn telelens bemachtigd, na maanden sparen.

Onder het gekke bekken trekken door houd ik een oog op de glazen deuren van de serre gericht, en een oog op het kaarsje en de wierook naast Sophies wieg: het is vanavond mijn beurt om de wacht te houden. Mijn moeder is in de keuken bezig Billie haar biologie te overhoren. Ze zijn bij de gewervelde dieren.
‘En nu eentje waarop je niet scheel kijkt, Ellen,’ zegt Kester. ‘Nee, nu een van Sophie.’ ‘Van Sophie d’r arm,’ roept Carlos, ‘net als bij de dokter!’

De vertelde tijd in het verhaalheden omvat ongeveer een half jaar, van het voorjaar (blz. 48) tot half oktober (blz. 237). Van de gebeurtenissen uit het verleden krijgen de jaren 1972-1973 de meeste aandacht, de tijd van de hippies, Woodstock, Elizabeth Taylor en Richard Burton (blz. 162). Dorrestein beschrijft de hulpverleners uit de jaren zeventig niet zonder ironie:
(blz.117)
"Wat de een regressie noemde, was volgens de andere conversie, overdracht of psychose […].
Bij hen kwamen er altijd kussens aan te pas waarop gestompt en geslagen moest worden, liefst in groepsverband, met andere getraumatiseerden, gestoorden en bezetenen. Dat heette lotgenotencontact; wij heetten ervaringsdeskundigen’

Bouw
Een hart van steen is een niet-chronologisch verhaal. Het verhaal begint zonder enige uitleg. Verder in het boek ga je niet alleen verder met het verhaal, maar zijn er ook ontzettend veel flashbacks.
De gebeurtenissen zijn als het ware door elkaar gegooid. Zoals bij dit fragment, waar ellen terugdenkt aan een gebeurtenis in het verleden, hierna springt het boek weer over op de tijd van haar leven nu:
(blz. 227)
Gejaagd trok ze een lade open, vond een pen en een blocnote en schreef Ida’s verbondswoorden er zorgvuldig op neer. Daarna, al zekerder, scheurde ze het vel af en verbrandde ze de rest van de blocnote. De as strooide ze uit over haar eigen hoofd en dat van de baby. Tot het moment dat de duivel zijn invloed weer zou proberen te laten gelden, mocht zij nu rusten. In geleende tijd zou zij nog even als vanouds, zonder beperkingen, van haar gezin mogen genieten. Ze hoefde het kwaad niet langer te bestrijden. Ze had het overwonnen, met Ida’s hulp.
Na een laatste blik op het gelukkige gezicht van mijn moeder sla ik het album dicht. Het is doodstil in de tuin. Het begint al te schemeren. De vogels zwijgen en geen zuchtje wind doet de bomen ruisen. Langzaam sta ik op en ga naar binnen.

Zo wordt het boek voortdurend ‘verteld’ en elke keer als Ellen terugdenkt aan haar verleden krijg je steeds meer informatie over het verhaal. Ellen denkt telkens terug aan haar verleden en dan opeens is ze weer in haar leven van nu.

Het motorisch moment van dit verhaal, is de dag wanneer het familiedrama zich afspeelt. Vanuit dat moment wordt eigenlijk het hele verhaal verteld. Door het familiedrama heeft Ellen problemen gekregen. Alles wat Ellen verteld, komt uit dat moment voort.

Dit fragment geeft de dag van het motorisch moment, de dag dat vader, moeder, Kester, Sybille en Ida Van Bemmel dood gaan:
(blz. 210)
In de keuken drong niet meteen tot me door wat er met Billie en Kester aan de hand was, schuin in hun stoelen hangend, met die zakken over hun hoofd. Ik dacht aan een spelletje. Toen zag ik Sophies voetjes uit een vuilniszak op het aanrecht steken.

(blz. 229)
Was mijn vader toen al dood geweest? Was hij al dood op het moment dat ik hem in de serre had zien liggen, of was hij toen alleen nog maar verdoofd dankzij de slaappillen en de valium die mijn moeder had opgespaard voor ieder van ons?
Hierna duikt Ellen met haar broertje Carlos de kelder in waar de politie hen de volgende morgen vind.

In dit boek draait het om één verhaallijn, die van Ellen. Het verhaal draait om de belevenissen van Ellen.

De afloop van het verhaal heeft een happy end. Alle vragen van Ellen zijn beantwoord en met Ellen is alles weer goed gekomen.
In dit fragment lees je dat Ellen haar laatste vraag beantwoord heeft, de vraag waarom zij het drama overleeft heeft, en later (in een ander fragment) weer verder gaat met haar leven.

(blz. 235)
Door mijn afwezigheid was ik die avond domweg over het hoofd gezien. In haar paniek en opwinding heeft mijn moeder me niet gemist. Mijn bestaan was haar eenvoudig ontschoten. (…) Maar mijn moeder was mij vergeten.

(blz. 237
Dan halen we hier de kerst nog net en hebben we ook alle tijd om zelf een nieuw huis te vinden. Het kon niet mooier. Ik ben zo opgetogen dat ik Bas op zijn werk opbel en vraag of hij komt eten. Zuurkool met worst, stel ik voor. Bas is een man van simpele geneugten, maar hun voltage is zeer hoog. (…) Die avond dekt hij de tafel, terwijl ik in de jeneverbessen prik. Mijn buik raakt het fornuis en meteen porren elleboogjes me in protest, knietjes wrikken, voetjes schoppen. Het is daar een leven van jewelste. Die heeft er zin in. Ze kan haast niet meer wachten.

Het boek is onderverdeeld in drie delen waarvan twee delen weer onderverdeeld zijn in hoofdstukken.
Deel I
Studietijd Frits, najaar 1956 of 1957
11

Sybilles eerste dagje op het strand, augustus 1959
44

Ida's doopplechtigheid, 4 september 1972
79

Deel II

Kester, Ellen en Bas, Thanksgiving, 28 november 1972
115

Ida (door Kesters telelens!), winter 1972-1973
155

Michiel en zijn Lego-kasteel, 31 maart 1973
194

(Deel III)
Epiloog
237

Ruimte/plaats

Het verhaal speelt zich af in de plaats Hoofddorp, een buitenwijk van Haarlem. Het verhaal speelt zich grotendeels af in het huis op de Lijsterlaan 11. Hier heeft het gezin van Bemmel vroeger gewoond, en gaat Ellen later haar intrek weer in nemen. Hier hebben alle tragische gebeurtenissen zich afgespeeld. Het is een groot huis, met veel kamers. Als Ellen er later terugkomt, zijn veel dingen veranderd in de ruimte die haar zo vertrouwd waren.
(blz. 14)
We waren allemaal trots op ons huis, met z’n geur van vergeeld papier en archiefkasten tot aan het plafond. Een mooie, ouderwetse villa was het toen nog, voor die ellendige renovatie, met een stoepje en een betegelde gang en een keuken in het souterrain.
(blz. 34) Bij dit fragment ziet Ellen hun huis weer voor het eerst terug.
Ik ging naar de Lijsterlaan in de angstige overtuiging dat ik mijn hoofd niet recht op mijn schouders zou kunnen houden en dat mijn benen bij elke stap zouden weigeren.
(…) Ik was zo verontwaardigd over wat de vorige eigenaars hadden aangericht, dat ik amper tijd had om aan mezelf te denken. Alleen de keuken in het souterrain al deed mijn hart bloeden. De mooie houten kasten bleken eruit te zijn gesloopt, de blauwe tegels waren overgeschilderd en overal blonk de opschepperige inbouwapparatuur je tegemoet.
(…)En bij alles wat hij zei (de makelaar), kreeg ik kleine, felle schokken van pijnlijke vreugde, want het huis bracht me, onthutsend en onomwonden, bij elke mededeling weer in herinnering hoe gelukkig mijn jeugd op de keper beschouwd was geweest.

Er zijn smalle ramen in het huis, waardoor er maar weinig daglicht naar binnen komt.
(blz. 44)
Net als vroeger valt er door de smalle ramen maar weinig daglicht naar binnen. Als kind gaf het me een beschermd gevoel half onder de grond te zitten.

Dit zou je kunnen associëren met het gedrag van moeder, wat door niemand te doorgronden was. Het bleef ondoordringbaar voor de anderen, en niemand die er wat aan kon doen.Het gebeurde allemaal als niemand het kon zien.
Het weer speelt niet zo'n grote rol in het verhaal. Misschien is er één moment, wanneer het buiten heel koud is, en moeder de thermostaat binnen heel warm zet, omdat ze vindt dat het ‘onreine’ eruit gezweet moet worden.
(blz. 160)
We hadden allebei alleen een T-shirt en een onderbroek aan. De thermostaat stod op 25. Buiten vielen maartse buien, natte sneeuw, regen , soms hagel. Mijn moeder zei dat hitte belangrijk was voor Sophies gezondheid, ze wilde ‘het haar zien uitzweten’.

De kelder in het huis speelt een belangrijke rol. Hier verstoppen Ellen en Carlos zich in die gruwelijke nacht. De kelder heeft een slechte herinnering.
(blz. 233)
Hij stonk naar kots. Hij ademde oppervlakkig. Om me heen kraakte het huis. Het vocht biggelde langs de keldermuren, alsof ze huilden.
Het bloed hamerde in mijn oren, zodat ik niet kon horen of mijn ouders me liepen te zoeken en mijn naam riepen. Ik rolde Carlos van mijn schoot en legde hem op zijn zij op de grond. Mijn benen weigerden bijna dienst toen ik het trapje op krabbelde. Ik tastte naar de sleutel die ik aan de binnenkant van de deur in het slot had omgedraaid. Ik kreeg er geen beweging meer in, hoe ik ook wrikte. Mijn handen werden klam. ‘Mama!’schreeuwde ik. ‘Papa!’
(…) Het was natuurlijk een spelletje geweest, met die plastic zakken. Hoe had ik ook maar een moment iets anders kunnen denken? Huilend van spijt zat ik tegen de deur gedrukt.
Waarom waren ze niet naar me op zoek? Ik spitste mijn oren, maar ik hoorde geen enkel geluid. Het moest al laat zijn. Ze lagen toch niet al allemaal in bed? Moet ik voor straf soms de hele nacht in de kelder blijven zitten, was dat het?

(blz. 35)
De politie vond Carlos en mij in de donkerste hoek van Billies oude kelder, huilend van angst. Sybille, Kester en Ida waren toen al dood.

Als Ellen later weer in het huis op de Lijsterlaan 11 woont wil ze nog een keer in de kelder kijken, en doet zij veel herinneringen op.
(blz. 228)
Mijn voetstappen weerklinken in de gang. Voor de kelder blijf ik staan. Dit is de enige plek in huis die ik tot nu toe doelbewust heb vermeden. Maar hier moet ik zijn, wil ik er ooit in slagen de draad weer op te pakken: op dezelfde plaats waar die vijfentwintig jaar geleden afbrak.
Het kost me moeite de deur open te krijgen. Het slot is verroest, het houtwerk klemt. Billies oude toevluchtsoord is blijkbaar jarenlang niet gebruikt. Voorzichtig daal ik het krakende trapje af en ga dan, ongemakkelijk vanwege mijn dikke buik, op een van de onderste treden zitten. Ik adem de bedompte lucht in terwijl ik om me heen kijk.(…)Er is amper iets veranderd sinds de nacht dat ik me hier samen met Carlos in doodsangst verstopte.

Enkele andere ruimtes waar het verhaal zich afspeelt zijn de tuin, Intratuin(waar Ellen boodschappen gaat doen en Bas weer ontmoet), het kindertehuis De Eenhoorn en psychiaterkamers.

Tuin, (blz. 105)
Zonder groet loopt hij de tuin in, kijkt even toe , neemt dan de zaag uit mijn hand, gebaart me opzij te gaan en haalt de struik, krakend, in een halve tel om. Wat wil je ook, het voorwerk was goed. (…) Ik bind de kamperfoelie bij elkaar en kwak die voldaan op het pad. Mijn humeur kan niet meer stuk. ‘Wanneer ga je nou eindelijk zaaien?’vraagt hij over zijn schouder. ‘O, nou, bij volle maan of zo.’ ‘Vannacht gaat het regenen. En je borders zijn er klaar voor.’

Intratuin, (blz. 64)
Achter de balie verschijnt meteen een beer van een man in een rood jasje, het haar in een staartje bijeengehouden. ‘Ik zou dit graag thuisbezorgd krijgen,’zeg ik. Zonder me aan te kijken pakt hij een formulier en een pen. ‘Dat kan. Zelfs vandaag nog, maar dan wordt het wel na vieren.’ ‘Uitstekend. Van Bemmel, Lijsterlaan 11’. Zijn pen schiet krassend uit. Hij kijkt op. En dan herken ik hem pas, over de kloof van de jaren. Bijna ga ik er in een reflex vandoor, maar hij heeft over de balie heen mijn arm gegrepen en omklemt die met zijn reuzenhand. ‘Éllen?’
Hij was vierentwintig toen ik twaalf was: hij moet nu eind veertig zijn. ‘Nee maar, Bas. Alles goed?’ ‘Jawel”. Er breekt een lach door op zijn gezicht. ‘Wat een verrassing. Ik wist niet dat je weer…’
(…) Ik draai me om en ren, tegen mensen en karren stotend, blindelings het tuincentrum uit.

Het kindertehuis De Eenhoorn, (blz. 66)
Ik dacht aanvankelijk dat het een soort vakantiekamp was. Er waren kinderen van alle leeftijden en groepsleiders met baarden, die sjaaltjes om hun hoofd geknoopt droegen. Carlos en ik zaten in De Eenhoorn. Er waren nog vijf andere, identiek ogende gebouwen, een soort bungalowtjes, allemaal met een plat dak en openslaande tuindeuren. Ze werden paviljoens genoemd.
Voor het eerst van mijn leven had ik een eigen kamer, met gele gordijnen en een geruite sprei, en bij onze aankomst zei ik geestdriftig tegen Carlos: ‘Het is hier best tof’.

Psychiaterkamer, (blz. 174)
Diezelfde middag zat ik al met mijn aantekeningen tegenover mijn psychiater, nummer zes. Bevend en buiten mezelf van woede las ik ze aan hem voor. Af en toe kon ik niet verder van het huilen.
Hij schoof me over zijn bureau een doos tissues toe terwijl hij me onderzoekend aankeek. Hij heette Marco. Hij was voorstander van je en jou als basis voor een vertrouwensrelatie. Op zijn bureau lag een schelp, meegenomen van vakantie.

De belangrijkste ruimte in het boek is denk ik de keuken. Daar vindt Ellen Billie, Kes en Ida.
(blz. 210)
In de keuken drong niet meteen tot me door wat er met Billie en Kester aan de hand was, schuin in hun stoelen hangend, met die zakken over hun hoofd. Ik dacht aan een spelletje. Toen zag ik Sophies voetjes uit een vuilniszak op het aanrecht steken.

Maar in de keuken werden ook de meeste verwondingen bij Ida aangebracht. Hier vinden ook de meeste gesprekken plaats. Maar de keuken was ook altijd heel gezellig.

Titelverklaring

De titel, ‘Een hart van Steen’, kun je op drie manieren uitleggen. Op de eerste plaats heeft de grafsteen waaronder de gezinssleden van Bemmel begraven liggen, een vorm van een hart.
(blz. 122)
‘Gaat het, Ellen?’ vroeg Marti zachtjes achter me. Als je goed keek, zag je dat de grafsteen hartvormig was, een ijskoud stenen hart dat alles zou overleven zonder ooit een tel te hoeven kloppen. Het zou er nog zijn als iedereen die eronder lag, allang vergeten was. Uiteindelijk zou de tijd er, langzaam maar onverbiddelijk, zelfs de namen van mijn hele familie uit wegslijpen, totdat er slechts een verweerd oppervlak restte.

(1) (blz. 123)
Marlies’ ouders waren bij een verkeersongeluk om het leven gekomen. Die van Gerda waren kort na elkaar ziek geworden toen ze nog maar een klein meisje was. Maar mijn ouders hadden mij, zoals in hun geval, onvrijwillig in de steek gelaten. Het was precies andersom gegaan: dankzij die lege plek op de grafsteen snapte ik ineens dat het hun bedoeling was geweest dat ook ik onder dat hart van steen was beland, samen met hen.

Je zou ook kunnen zeggen dat Ellen door haar ervaringen in haar leven een hart van steen heeft gekregen. Door alle dingen die Ellen in haar leven heeft meegemaakt, lijkt het wel of ze een stenen hard gekregen heeft. Een ijskoud hart. Ze probeert alle ellende te verproppen en wil iedereen doen vergeten. Hierdoor zijn haar uitlatingen tegen anderen vaak kortaf. Ze is hard tegen zichzelf, en tegenover anderen.

Dit is een fragment waarbij Ellen en Bas een conflict krijgen. Je merkt dat Ellen hier erg kortaf doet.
(blz. 106) ‘Mijn conditie!’ Als pitbulls staan we ineens tegenover elkaar. ‘Mijn conditie is mijn zaak!’ ‘Moet ik dan soms doen alsof ik niet zie dat je zwanger bent?’
‘Nou moet jij eens even goed naar me luisteren.’ Verder kom ik niet.
(…) Dan vraagt hij nors: ‘Hoort er geen vader bij dat kind?’ ‘Lazer op,’ antwoord ik.

Dit is een fragment waarbij Ellen kortaf is tegen Lucia.
(blz. 157) ‘Ik wou even zeggen…’ Over Lucia’s kaken verspreidt zich een verlegen blos die haar jong en kwetsbaar maakt. Ze kucht in haar hand. ‘Dat we het hier maar getroffen hebben.’ ‘Je werkt er anders hard genoeg voor,’ zeg ik kortaf. Ze slaat haar ogen neer. Kijkt dan weer op. ‘Wat ben je toch een ijskouwe,’ zegt ze meewarig. Haar woorden grieven me. Ze zijn niet waar. ‘We zitten hier natuurlijk maar met elkaar opgescheept,’ herneemt ze, ‘maar daarom kunnen we toch nog wel proberen er het beste van te maken?’
‘Daar kom je nogal laat mee, als ik het zeggen mag.’

Ook heeft Ellen altijd gedacht dat haar moeder een hart van steen had, dat ze haar kinderen zoiets kon aandoen.

Autobiografische gegevens van de schrijfster

Biografische gegevens Renate Dorrestein:
Geboren: 1954
Debuut: Buitenstaanders (1983, roman)
Genres: Roman, column, autobiografisch verslag, kalenderboek
Bijzonderheid: Begon haar loopbaan als journaliste bij het weekblad Panorama
Citaat: `Ik riep wel eens dat ik als man vast ook wel een klootzak zou zijn. Het is erg moeilijk voor mannen het klootzakkendom te vermijden in een wereld die ze daar zoveel kans toe geeft.’ (HP / De Tijd, 22-3-1996)

Bibliografie:
1983 Buitenstaanders roman
1985 Vreemde streken roman
1986 Noorderzon roman
1987 Een nacht om te vliegeren roman
1988 Het perpetuum mobile van de liefde roman
1989 Voor alles een dame kalenderboek
1991 Het hemelse gerecht roman
1992 Ontaarde moeders roman
1993 Heden ik documentaire
1994 Een sterke man roman
1996 Verborgen gebreken roman
1997 Want dit is mijn lichaam Boekenweekgeschenk
1998 Een hart van steen roman
2000 Het geheim van de schrijver, roman

Renate Dorrestein en haar leven:
Renate Dorrestein wordt geboren in Amsterdam in 1954. Ze groeit op in een rooms-katholiek gezin. Haar vader is advocaat en haar moeder is voor haar trouwen onderwijzeres. Meteen na het behalen van haar gymnasiumdiploma in 1972 aan het Keizer Karel College in Amstelveen stort Dorrestein zich in de journalistiek. Ze volgt een stoomcursus tijdschriftjournalistiek bij uitgeverij Spaarnestad. Als achttienjarig meisje krijgt ze een aanstelling bij het weekblad Panorama. Ze werkt hier vier jaar in vaste dienst en daarna nog enkele jaren als freelance medewerkster. Met een vriendin richt ze daarna een productiebureau op waar ze bijlagen voor tijdschriften, mailings, interviews en reportages voor schrijft.
Vanaf 1982 zit ze in de redactie van het feministische tijdschrift Opzij. Voor dit blad schrijft ze talloze columns. In deze jaren is ze ook hoofdredactrice van het inmiddels opgeheven tijdschrift Mensen van nu. Ook in de tijdschriften De Tijd en Bzzlletin manifesteert Dorrestein zich als columniste. Ze probeert in haar columns bewust te provoceren om de wereld wakker te schudden.
In 1983 debuteert ze als romanschrijfster met Buitenstaanders, na jarenlang vergeefse pogingen haar boeken gepubliceerd te krijgen. Haar reputatie als een van de meest fantasierijke Nederlandse schrijfsters van deze tijd is met deze roman gevestigd. Nadien verschijnen er verschillende romans van haar hand, zoals Noorderzon (1986) en Een sterke man (1994).
In 1986 en 1987 is ze verbonden aan de University of Michigan als 'writer in residence'. Ze baart veel opzien in de Verenigde Staten met haar lezing Who wants to write like a woman?. In 1986 richt ze de Anna Bijns stichting op. Deze stichting reikt ieder jaar een prijs uit aan invloedrijke vrouwelijke auteurs.
In de Keefmanlezing in Den Bosch in 1987 maakt zij heel duidelijk wat haar wereldbeeld is: 'mannen zijn laffe, bekrompen, egoïstische, kinderachtige orgasmenjagers (…) mensen van mijn geslacht worden gekleineerd, onderbetaald, uitgelachen, misbruikt en weggemoffeld, óf als wezenloze prinsessen op de erwt geromantiseerd en geïdealiseerd'. In zowel haar columns als in haar romans komt ze hier vaak op terug.
Een invloed op het werk van Dorrestein is de zelfmoord van haar zus. Deze leed jarenlang aan eetstoornissen en heeft uiteindelijk een einde aan haar leven gemaakt. Pas in de roman ‘Het perpetuum mobile van de liefde’ (1988) schrijft ze over dit onderwerp. In de eerder genoemde Keefmanlezing spreekt ze voor het eerst in het openbaar over de gebeurtenis en de impact die het op haar leven heeft.
Vanaf het moment waarop is vastgesteld dat ze aan de chronische vermoeidheidsziekte ME lijdt, is ook deze ziekte en het sociaal isolement waar patiënten in terecht kunnen komen een belangrijk thema in haar boeken.

Werk
"In haar columns geeft zij op een felle manier uiting aan haar feministische ideeën. Hierbij spaart zij niemand. Vooral mannen moeten het ontgelden, maar ook vrouwen en hun zwakheden worden aangepakt. Geërgerde reacties van de lezers deren haar niet. Ze is er juist op uit het publiek tegen zich in het harnas te jagen. Ze wíl discussie oproepen."
Hoewel minder uitgesproken dan haar columns, vertonen ook haar romans feministisch trekken. Zij stelt daarbij stigmatiserende opvattingen over de vrouw aan de kaak, bijvoorbeeld dat de vrouw pas voor vol wordt aangezien als ze getrouwd is en kinderen heeft. Bovendien spelen mannen in haar romans over het algemeen slechts bijrollen. En dat klopt, ook in dit boek hebben de vrouwen de belangrijkste rollen.
Het plot van Dorresteins romans wordt ingewikkelder naarmate het verhaal vordert. Ze doet dit expres omdat ze het soort boeken wil schrijven dat ze zelf ook graag leest, ‘boeken waarin wat te puzzelen valt, waarin nèt voldoende geïmpliceerd wordt zodat de lezer genoeg houvast krijgt om het raadsel te kunnen oplossen’.

Dit keert ook weer terug in het boek ‘Een hart van steen’, want daar kom je pas later in het boek er door middel van flashbacks achter wat er nou precies is gebeurd.
Vanaf het moment dat ontdekt is dat ze ME heeft, speelt ook dit thema door haar werk; het thema van ziekte en het sociale isolement waar zieke mensen zich vaak in bevinden. Dorrestein wil hiermee de kloof tussen zieke en gezonde mensen verkleinen. Ook dit valt op in het boek, want de moeder van het gezin is ook ernstig ziek, maar dan geestelijk ziek. Ze liet in het boek duidelijk zien tot in wat voor dingen die mensen in staat zijn, als ze geestelijk niet in orde zijn.

Bronvermelding
www.schrijversnet.nl + eigen aanpassingen.

Eigen recensie

Schrijver Renate Dorrestein
Titel Een hart van steen
Jaar van uitgave 1998
Bron waarin de recensie verschijnt De Gelderlander
Publicatiedatum 09-03-2006
Recensent Yvette Jacobs
Recensietitel Nachtmerrie aan de Lijsterlaan.

Dit boek van Renate Dorrestein gaat over een doodnormaal gezin in een buitenwijk van Haarlem. Een happy family die na de geboorte van een vijfde kind volledig ‘in elkaar zakt’ en op het eind de dood tot gevolg heeft. De vertelster van Een hart van steen is Ellen van Bemmel, een patholoog-anatoom die vijfentwintig jaar na het drama in haar familie weer gaat wonen op de plaats des onheils: de villa ‘kakelbont’ aan de Lijsterlaan waar ze als derde kind (‘ Ik was het cement: ik moest iedereen bij elkaar houden’) ooit gelukkig was tussen de knipselarchieven van haar ouders. De 37-jarige Ellen is zwanger en al gauw, na de verhuizing naar het huis aan de Lijsterlaan, wegens een dreigende miskraam aan het bed gekluisterd. Later komen Lucia en haar dochters hun intrek nemen in het huis, omdat Lucia wordt mishandeld door haar man. Ook ontmoet Ellen, Bas weer, die vroeger voor de ouders van Ellen werkte. Ze heeft tijd genoeg om oude foto’s te bekijken, in flashbacks het verleden te ‘begrijpen’ en antwoord te krijgen op de vraag die haar dwars zit sinds haar twaalfde: Waarom ontsnapte zij aan het gruwelijke lot dat haar zusjes, broer, vader en moeder trof?
Na een bladzijde of dertig, waarin Ellen herinneringen ophaalt aan haar jeugd, wordt je met een plotselinge mededeling geconfronteerd: ‘De politie vond Carlos en mijn in de oude kelder, huilend van angst. Sybille, Kester en Ida waren toen al dood. Het schijnt dat ze niet hebben geleden. Ze zaten er op de foto’s van het gerechtelijk laboratorium vredig bij. Mijn ouders trouwens ook.’ Ongeveer zeventig bladzijdes later krijg je te horen (wat je dan al vermoedde) dat het de ouders Van Bemmel zijn die zichzelf en hun kinderen hebben vermoord. En nog voor het laatste kwart van het boek ken je de oorzaak van het familiedrama: de kraamvrouwenpsychose waarin de moeder terecht kwam na de geboorte van haar jongste dochter. Na het familiedrama komt Ellen in een kindertehuis terecht waar haar broertje Carlos al snel van haar weggenomen wordt. Als ze ouder is gaat Ellen naar verschillende psychologen om hulp te krijgen. Maar hoe loopt het verder af met Ellen? Hoe en waarom Ellen overleeft, blijft tot bijna de allerlaatste bladzijde een vraag.
Er is genoeg spanning in Een hart van steen, maar de roman moet het meer hebben van de stap-voor-stapbeschrijving van het drama en van het karakter van de ik-figuur. Ellens ontwikkeling, van puber tot probleemkind tot bijna-moeder is goed vertelt in innerlijke monologen. De vrouw die door het schuldgevoel van de overlevende een hart van steen lijkt te hebben gekregen; het meisje dat zich verantwoordelijk stelde voor de ellende in haar familie, omdat ze haar aanstaande zusje de lelijkste naam gaf die ze kon verzinnen.: ‘Ida rijmende op malaria, en als je er een paar letters bij gooide, kreeg je diarree’.
In dit boek staan mooie pakkende omschrijvingen in één zin als, ‘Waar ik ben, ik ben het noorden op zijn kompas’ en ‘Op deze handen, Margje heb ik je altijd gedragen’.
Toch is het bijna geen perfecte roman, Renate Dorrestein lukt het niet om de gruweldaden geloofwaardig te beschrijven, al sprak mij dit boek wel heel erg aan.
Een hart van steen heeft is echt aangrijpende en boeiende roman: spannend, dramatisch en op een bijzonder prettige manier verteld. Een hart van steen is in de eerste plaats een vermakelijk en goed boek.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Lin

Lin

dat had ik voor mijn toetsje dankzij uw samenvatting

4 maanden geleden

Antwoorden

gast

gast

Lin

Lin

Een goede samenvatting hoor.

Cijfer: Resultaat Weging
7,7 2x

4 maanden geleden

Antwoorden

gast

gast

..

..

deze samenvatting is echt precies hetzelfde als die van anoniem, 5 vwo

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

B.

B.

Ha, wat een goed verslag man! Echt goed gemaakt, en bedankt he! :D

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast