Boekverslag 1: het karakter van de hoofdpersoon

Titel: Een hart van steen
Auteur: Renate Dorrestijn
Plaats van uitgave: Amsterdam
Plaats van druk: Amsterdam
Jaar van uitgave: 1998
Jaar van druk: 2e druk, 1998

Samenvatting van de inhoud:
‘Een hart van steen’ gaat over de jeugdtrauma’s van de 37-jarige Ellen van Bemmel. Ellen heeft haar ouderlijk huis gekocht en woont daar nu in haar eentje als enige nog levende van haar familie. Ellen is zwanger van een onbekende man maar zij dreigt een miskraam te krijgen dus moet zij in bed blijven. In het oude huis bladert zij door oude fotoalbums en vertelt aan de lezer haar levensverhaal terwijl zij antwoord probeert te vinden op de vragen waar ze mee is blijven zitten. ‘Waarom ben ik als enige over, waarom heeft mijn moeder het gedaan?’
Toen Ellen twaalf was raakte haar moeder, Margje van Bemmel, zwanger van haar vijfde kind. Ellen is hier niet blij mee, ze vindt dat het huis al vol genoeg is. Ze spreekt een vloek uit over de ongeboren baby en als zij de naam mag verzinnen, noemt ze haar de lelijkste naam die ze maar kan bedenken: Ida. Kort na de zwangerschap krijgt Margje last van een postnatale depressie maar dit ziektebeeld was in die tijd nog niet bekend. Het hele gezin raakt ontregeld. Margje denkt dat Ida bezeten is door de duivel en mishandelt haar in een poging om deze uit te drijven. Haar waanideeën worden steeds erger en uiteindelijk is ze ervan overtuigd dat haar hele familie vervloekt is. Ze moet hun zieltjes redden voordat het te laat is en besluit ze allemaal (inclusief zichzelf en haar man Frits van Bemmel) te vermoorden. Voor Ellen lijkt het na een tijdje alsof haar moeder weer helemaal normaal is maar dat is niet zo. Margje laat Ellen schoteltjes met “vitaminepillen” (slaappillen en Valium) klaarmaken en terwijl Ellen met de hond op het strand gaat wandelen vermoordt zij haar gezin en pleegt zelfmoord. Ze was Ellen gewoon vergeten. Als Ellen thuis komt treft zij haar hele familie dood aan. Alleen haar jongste broertje Carlos is nog in leven. Ellen en Carlos komen terecht in een kindertehuis en Carlos wordt uiteindelijk geadopteerd. Vanaf dat moment heeft Ellen het gevoel dat ze haar hele familie is kwijtgeraakt, iedereen is dood en Carlos hoort niet meer bij het gezin. Ellen blijft zitten met vragen over haar verleden, stukje bij beetje ontdekt ze steeds meer. Zo komt ze er tijdens haar medicijnenstudie achter dat haar moeder leed aan een postnatale depressie en dat alles met een paar pillen verholpen had kunnen worden. Ze blijft vragen hebben over haar verleden, bij het doorbladeren van de fotoalbums in het oude huis vindt ze hier antwoord op en kan ze eindelijk haar verleden afsluiten en een nieuwe start maken..

Karakteranalyse:
Onzeker:

Ellen is heel onzeker over haar verleden, ze durft het niet onder ogen te komen maar ze durft het aan de andere kant ook niet los te laten. Ellen hoort, later in haar leven, stemmen in haar hoofd namelijk die van haar zus Billie en broer Kester. Hier zie je heel sterk haar onzekerheid, ze denkt namelijk dat die in haar voortleven en als ze hen loslaat, ze dan voorgoed zullen sterven. Ook in de verdere loop van het boek zie je duidelijk dat het moeilijk is voor Ellen om haar verleden onder ogen te komen omdat ze eigenlijk niet begrijpt wat er gebeurd is. Ze vindt het moeilijk om erover te praten of te denken. Eerst heeft ze altijd haar moeder de schuld gegeven maar later leert ze dat haar moeder ziek was en dat ze er niets aan kon doen. Toen ze zich dit realiseerde is ze haar vader de schuld gaan geven omdat hij haar moeder niet heeft tegengehouden en (zo denkt Ellen) haar zelfs heeft geholpen bij de moorden omdat hij meer van haar hield dan van zijn kinderen en alles voor haar over had. Al deze onbeantwoorde vragen en onzekerheden maken Ellen tot een redelijk instabiel persoon. Ze heeft weinig zelfvertrouwen en durft zich niet goed te binden aan andere mensen door de angst om ze kwijt te raken.

Citaten:
Ellen is in het kinderdag verblijf en langzaam beginnen de herinneringen terug te komen, ze weet weer wie Billie en Kester zijn. Op dit punt in het verhaal denkt Ellen dat ze met de geesten van Kester en Billie aan het praten is:

Kester zei: ‘Zou je ons misschien eens kunnen uitleggen waarom jij nog leeft, en wij niet?’
(…)
‘Laat me met rust,’ bracht ik uit, mijn armen om mijn hoofd slaand.
‘O nee,’ zei Billie tartend. ‘Je zult geen nacht meer zonder ons slapen, dat beloof ik je.’
‘Ons raak je nooit meer kwijt,’ zei Kester.
Een voor een perste ik de afschuwelijke woorden uit mijn mond: ‘Jullie…zijn…dood.’
‘Maar nu je je ons weer herinnert…’ zei Kes
‘…leven we voort via jou,’ besloot Billie.

Ellen blijft nog een hele lange tijd met de stemmen in haar hoofd rond lopen en gelooft en doet ook blindelings wat ze haar vertellen wat ze moet doen. Zij ziet Billie en Kester als een deel van zichzelf. Zij gelooft ook dat al hun karaktereigenschappen in haar zijn opgenomen. Ook spreekt ze vaak over zichzelf als ‘ons’ omdat Billie en Kester erbij horen.
Een ander citaat waaruit Ellen’s onzekerheid en moeite met haar verleden blijken is dit waarin Ellen tijdens haar verblijf in het kindertehuis als uitje naar het asiel mag om haar oude hond op te zoeken. De hond (Orson) roept dan onverwachte herinneringen op.

Schreeuwend van plezier rolde ik met hem over de grond.
(…)
Marti (leidster uit het kindertehuis) keek toe, haar vingers in het gaas gehaakt. Na een tijdje vroeg ze: ‘Weet je nog wanneer je Orson hebt gekregen, Ellen?’
‘Toen ik twaalf werd,’ zei ik zonder nadenken.
‘En van wie? Weet je dat nog?’
‘Hij kwam uit het asiel.’
‘Maar wie hebben hem toen voor je gehaald?’
Ik duwde Orson van me af. Ineens had ik geen zin meer om met hem te spelen. Maar hij bleef opgewonden piepend met zijn kop tegen me aan bonken.
(…)
‘Ga nou af,’ zei ik bits. Braaf zakte hij door zijn poten. Zijn staart roffelde. Snel glipte ik de ren uit en trok het hek achter me dicht. Marti legde een hand op mijn schouder en vroeg zachtjes: ‘Weet je het weer, Ellen? Wie Orson voor je hebben uitgezocht?’

Later in haar leven bezoekt Ellen vele psychiaters waar ze het meestal niet erg lang bij uithoudt. Één van die psychiaters is Marco. Ellen is er net achtergekomen dat haar moeder kraamvrouwenpsychose had en dat alles met een paar pillen verholpen had kunnen worden. Zij is ontzettend boos dat niemand dat toen heeft kunnen bedenken. Marco probeert haar uit te leggen dat die kennis er toen gewoon nog niet was:

‘Waarom wil je er opeens vandoor?’ (Marco)
(…)
‘Omdat ik je toch niet meer nodig heb.’
‘Je denkt toch niet dat er nu vanzelf een einde zal komen aan je klachten? Je hoort stemmen, je lijdt aan…’
‘Jij bent het die een punt van die stemmen maakt. Ik niet.’
‘Geestelijk gezonde mensen horen geen stemmen. Als jij op dit cruciale moment weer in je wanen vlucht, als je het Billie en Kes nu toestaat om van je te winnen, dan zul je…’
‘Mijn zuster heet Sybille. Mijn broer heet Kester.’
‘Zo heetten ze vroeger. Ze zijn dood.’
‘Zolang ik leef, zijn ze niet dood. Dat is geen waan, dat weet iedereen die ooit van iemand heeft gehouden die er niet meer is.’

Aan het einde van het boek laat ze haar familieleden los en kiest ze voor haar eigen leven.

Dominerend:
Ellen heeft de neiging om zich vast te klampen aan de mensen waar ze van houdt, ze overheerst hen en wil de baas zijn. Ik denk dat dit iets te maken heeft met haar angst om de mensen waarvan ze houdt kwijt te raken. Ze weigert niet alleen haar dode familieleden los te laten, ook haar uitleg over haar stukgelopen huwelijk met Thijs laat duidelijk zien hoe dominerend ze is. Ze was al zo voor de moorden maar het is daarna nog veel erger geworden.

Citaten:
Hier beschrijft Ellen haar huwelijk met Thijs:

“Goeie Thijs, hij wou me zo graag hebben, dertien jaar geleden: van ons tweeën is hij degene die recht heeft op woede en teleurstelling. Toen ik bij hem wegging, was hij letterlijk op. Ik had hem compleet vermalen, een uitgemergelde zenuwpees van hem gemaakt. Hij zoop te veel, hij knarsetandde in zijn slaap en tijdens onze eindeloze debatten trok hij gedachteloos zijn wimpers uit, zodat zijn oogleden altijd rood en ontstoken waren. Op het laatst zat hij haast dag en nacht op zijn kantoor.”

Je ziet hier duidelijk dat Ellen Thijs helemaal ‘kapot’ heeft gemaakt.

Hard:
Na de tragedie wordt Ellen harder. Tegenover zichzelf, maar ook tegenover anderen. Soms is ze ook erg kortaf. Ze heeft echter veel meegemaakt. Ik vind haar heel erg moedig, omdat ze zo door durft te gaan. Ze is ook emotioneler geworden. Vooral in haar omgang met Lucia, een vrouw die met haar kinderen bij Ellen in huis woont om voor haar te zorgen en te ontsnappen aan de mishandeling van haar man, zie je duidelijk dat zodra Lucia iets over Ellen’s verleden zegt, Ellen meteen heel kortaf wordt.

Citaten
Bas (iemand die vroeger werkte voor Ellen’s ouders) is op bezoek geweest, hij is net weg. Lucia zegt dat Ellen het maar getroffen heeft met zo iemand. Ellen antwoordt ‘Ja hoor, ik heb weer alles en jij hebt niets.’ Vervolgens krijgen ze ruzie:

‘Jij denkt altijd maar dat ik het geweldig heb getroffen, maar als ik je zou vertellen wat ik allemaal…’ Geschrokken klem ik mijn kaken weer op elkaar. Het zal haar niet lukken me uit mijn tent te lokken.
‘Hou je kop toch, mens!’ Ze (Lucia) schreeuwt het me recht in mijn gezicht. ‘Ik zeg alleen maar dat je boft met zo’n vriend, en jij moet direct weer een keel opzetten!’
(…)
‘Ik heb schoon genoeg van dat overspannen gedoe van je, hoor je me?’

Een ander citaat over Lucia is het volgende. Lucia is mishandeld door haar man en heeft hier littekens aan overgehouden. Als Ellen deze ziet en Lucia snel haar mouwen omlaag stroopt moet ze aan haar broertje denken die littekens van brandwonden had en die ook altijd verborg.

“Pulserende atomen persen zich samen, en snel corrigeer ik mezelf: nee, niet net zoals Carlos (haar broertje). Natuurlijk niet. Lucia is anders dan wij. Niemand heeft meegemaakt wat wij hebben meegemaakt. Alleen wij begrijpen elkaar. O, als ik maar geen hoofdpijnaanval krijg.
‘Ik wou even zeggen (…) dat we het hier maar getroffen hebben.’(Lucia)
‘Je werkt er anders hard genoeg voor,’ zeg ik kortaf.”

Hierna krijgen ze weer ruzie.
Ellen worstelt duidelijk met haar verleden. Haar neiging tot wegvluchten ervan en haar angst om er mee geconfronteerd te worden vormen haar karakter. Als zij aan het einde van het boek haar verleden loslaat zie je ook dat ze een ander persoon is geworden.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.