Havisten uit de bovenbouw gezocht! Vul deze korte vragenlijst over jouw studiekeuze in en maak kans op een Bol.com bon t.w.v. 15 euro.

Doe mee


Motivatie
Ik heb dit boek gekozen voor een groepspresentatie, we moesten drie boeken hebben met hetzelfde thema of van dezelfde schrijver. Dit boek was kortweg de snelste oplossing, want we hebben snel drie boeken van dezelfde schrijver gepakt. Als we lang over de keuze zouden hebben nagedacht, dan zouden we boeken moeten hebben die we alle drie leuk vonden etc. Dit werd ons te moeilijk en daarom hebben we besloten zeer snel een aantal boeken uit te zoeken.

Samenvatting
Deel I (blz. 7-69) : november tot kerst 2002
Helmer van Wonderen is een 55-jarige boer uit Waterland (weidegebied bij Amsterdam) die op de dag dat de roman begint zijn vader naar zijn eigen slaapkamer boven verhuist. Zelf neemt hij de slaapkamer van zijn vader beneden in gebruik. Zijn moeder is overleden en uit de reacties op de vragen van zijn vader, kan de lezer opmaken dat er een koele vader-zoonrelatie is ontstaan. Helmer geeft zijn vader herhaaldelijk te kennen dat hij niet zo moet zeuren. Helmer doet het werk op de kleine boerderij allemaal zelf: er zijn 23 schapen, enkele koeien en twee ezels. Van de koeien krijgt hij de melk die steeds door twee melkrijders wordt opgehaald: een en vrolijke jonge melkrijder en een stuurse oudere melkrijder. Op ‘verrekijkerafstand’ woont Ada, een ongeveer 35-jarige boerin (getooid met een hazenlip) die met een oudere man getrouwd is en twee kinderen (Teun en Ronald) heeft. De kinderen komen nogal eens op het erf bij Helmer. Soms doen ze verkeerde dingen (zetten het hek van de weide open waardoor de ezels kunnen ontsnappen) maar hij heeft geen hekel aan hen.
Het leven gaat zo zijn gangetje en via flashbacks komen we te weten dat Helmer in 1947 geboren is en de oudste van een tweeling was. Zijn broer Henk is op twintigjarige leeftijd bij een dom verkeersongeval om het leven gekomen. Zijn vriendinnetje Riet (een mooie blonde meid ) had net haar rijbewijs gehaald en wilde haar kunsten aan Henk vertonen. Op een smal weggetje was ze in de macht over het stuur kwijt geraakt en ze waren met de Simca van hun vader in het IJsselmeer terecht gekomen. Henk was daarbij verdronken. Na de begrafenis maakt Helmers vader korte metten met enkele zaken: Riet wordt uit het huis gezet en Helmer moet zijn studie Nederlands onderbreken en op de boerderij komen helpen. Zijn vader is geen gemakkelijke man en Helmer kon beter opschieten met zijn overleden moeder.
Ada komt nog wel eens op bezoek en heeft misschien wel een oogje op de vrijgezelle, maar knappe Helmer. Ook maakt ze Helmer jaloers met een verhaal van een boer uit de buurt die naar Denemarken wil verhuizen om daar zijn boerderij verder te zetten. (Jarno Koper) Samen bezoeken ze later ook de begrafenis van de oude melkrijder die aan een hartaanval gestorven is.
Maar ineens wordt dit toch vrij gezapige leventje van Helmer doorbroken. Riet (de vriendin van zijn overleden broer) neemt contact op door middel van een brief. Ze had al eens ’s nachts voor de boerderij gestaan (een figuur die Helmer niet had kunnen herkennen) en schrijft nu een brief, omdat ze wil weten wat er van hem geworden is. Haar echtgenoot uit haar huwelijk (een varkenshouder) is ruim een jaar dood en ze heeft drie kinderen van wie de zoon Henk niet helemaal deugen wil. Helmer reageert niet op de brief, maar dan komt er weken later weer een volgende, waarin ze hem echt uitnodigt contact met haar op te nemen omdat ze hem iets vragen wil. Intussen vermaakt Helmer zich met schaatsen, wat hij vroeger toen hij klein was, van de boerenknecht Jaap heeft geleerd. Helmer heeft ook drie schapen verkocht en voor het geld een oude landkaart van Denemarken gekocht en ingelijst. Vaak staat hij naar de plaatsen op die landkaart te kijken: Denemarken heeft zijn verlangen naar een ander bestaan aangewakkerd.

Deel II (blz. 73-191): Nieuwjaarsdag tot 2003
Op Nieuwjaarsdag neemt Helmer telefonisch contact op met Riet. Ze keuvelen wat en Riet wil graag een keer op bezoek komen: ze heeft immers alle tijd en wil Helmer iets vragen. Helmer haalt haar af bij de veerpont over het IJ in Amsterdam en ziet dat Riet nog steeds een heel mooie vrouw is. Hij heeft tegen haar verteld dat zijn vader dood is, anders zou ze niet gekomen zijn. Vader moet zich tijdens het bezoek dan ook echt stil houden. Het bezoek is best aangenaam, al beschouwt Helmer het toch ook als inbreuk op zijn domein. Aan het einde van het bezoek vraagt Riet of Helmer haar wil helpen bij haar zoon Henk, die soms dagen zijn bed niet uitkomt. Ze weet niet wat ze met hem aan moet. Helmer belooft niets, maar na een paar dagen gaat hij toch een slaapkamertje in gereedheid brengen en eind januari komt Henk (18 jaar oud) toch op de boerderij. Hij moet Helmer helpen, dat gaat soms goed, maar er zijn ook dagen dat hij zijn bed niet uit wil komen. Tegen Henk heeft Helmer niet gezegd dat zijn vader dood is en op de eerste dag maken ze kennis met elkaar. De jongen moet wel wennen aan het leven op de verouderde boerderij (er moet met de hand gemolken en mest geruimd worden) en er is geen televisie. Helmer gaat die overigens wel na enkele dagen kopen en hij schaft meer dingen voor de jongen aan. Henk gaat wel leuk om met de beide buurjongens Teun en Ronald, maar heeft soms ook dagen dat hij niet te genieten is en zijn bed niet uit wil komen.
Intussen krijgen we ook weer enkele flashbacks uit Helmers jeugd. Hij had het als een breuk ervaren toen zijn broer Henk zijn aandacht meer gaf aan zijn vriendin Riet. Zo is Helmer er stiekem getuige van geweest dat Henk en Riet seks hadden En bij gebrek aan contact met zijn broer gaat hij met de knecht Jaap zwemmen wanneer het heel warm is. Die laat hem ook bier drinken.
Henk (de zoon van Riet) moet niet veel van de ezels hebben; Riet vertelt de reden daarvan door de telefoon. Toen hij klein was, is hij getrapt door een ezeltje dat zijn vader voor zijn zusjes had gekocht. Henk heeft ook gesprekken met de oude Van Wonderen en hij heeft een beetje medelijden met de oude man, die maar boven moet blijven liggen en moet afwachten totdat Helmer hem te eten geeft of op de wc zet. Op een morgen wil Henk weer zijn bed niet uit en dat levert een aanval van razernij bij Helmer op. De jongen schrikt daar wel van. Daarna is hij weer een aantal dagen heel behulpzaam.
De veehandelaar komt vertellen dat hij zijn bestaan eraan geeft: hij heeft lang genoeg gewerkt en gaat met pensioen: zijn eerste doel is naar Nieuw Zeeland reizen. Steeds meer mensen om hem heen nemen afstand van Helmer.
Henk vraagt of hij moet blijven en wil weggaan, maar dan neemt de bonte kraai wraak: hij pikt een hoofdwond bij Henk die in het ziekenhuis moet worden gehecht. In het laatste hoofdstuk van deel II gaat Helmer naar het land om zijn schapen te tellen: hij mist er één. Dat ligt in de sloot en hij doet een poging om het dier te redden, maar het schaap geeft niet mee en hij komt zelf in levensgevaar.

Deel III (blz. 195- 244) van maart tot april Pasen 2003
Dit deel begint met een boze brief van Riet aan Helmer. Hij heeft gelogen tegen haar over de dood van zijn vader. Dat neemt ze hem erg kwalijk. Bovendien wil ze dat Henk bij haar terugkeert.
Het blijkt dat Henk Helmer op het laatste moment te hulp geschoten is en hem zo van de verdrinkingsdood heeft gered. Dat schept ook een betere verhouding tussen hen. Henk vertelt hem dat Riet met Helmer had willen trouwen en dat hij daarom als een soort proefkonijn dienst doet. Het wordt druk op de boerderij, want de schapen moeten hun lammetjes baren en Henk moet ook helpen. Maar opnieuw wil hij met de ezels niets van doen hebben. Hij blijft er bang voor. Helmer maakt ook de hechtdraden van de hoofdwond van Henk los. Het lijkt een symbolisch teken van onthechting. Zijn vader gaat steeds meer achteruit en op een dag legt Helmer een gedicht op zijn bed over het ‘verlangen en het najagen van geluk’. Later weet hij dat zijn vader het gedicht heeft gelezen, omdat hij er regel uit citeert.
Later schrijft Helmer nog een antwoord aan Riet, maar de brief wordt nooit verstuurd omdat Henk die onderschept. Helmers vader denkt dat zijn einde komt en hij wil nog een hard gekookt ei eten. Hij geeft aan bij zijn vrouw en zoon begraven te willen worden: er is nog één plaats. Ook hier wordt Helmer dus later van zijn familie gescheiden: hij komt niet in het familiegraf te liggen.
Henk schiet met een geweer de volgende dag op de bonte kraai: hij doet dat op verzoek van de Helmers vader. Maar de kraai raakt niet gewond. Het is Henks laatste actie: hij verdwijnt uit Helmers leven.
Daarna wordt heel impliciet verteld dat zijn vader Van Wonderen gestorven is. Symbolisch zet Helmer dan ook de staande klok van zijn vader stil. Het is Pasen 2003. Zijn vader wordt thuis opgebaard en Ada en haar zoontje komen kijken naar het lichaam. Ada lijkt zijn steun en toeverlaat op dit moment. Henk is naar Riet in Brabant vertrokken. Dan komt ineens Jaap, de boerenknecht, uit het verleden opduiken. Hij weet nog niet dat broer Henk gestorven is, omdat hij in 1966 in zijn werkmanshuis moest plaatsmaken voor het stel dat zou gaan trouwen.

Deel IV (blz. 247-264) Juni 2003
Helmer is met Jaap in Denemarken. Het is het land van zijn dromen en ze zwemmen weer samen zoals vroeger ook al deden. Ze zijn als het ware op vakantie.
Daarna vertelt Helmer in een flashback over de begrafenis van zijn vader. Hij vertelt ook over de bonte kraai die sinds november plaats had genomen op de tak voor hun huis om als een soort aanzegger van de dood te fungeren. Hij was ook door het geweerschot niet te verjagen geweest, maar nu Helmers vader dood is, vliegt de bonte kraai weg. Vader wordt in alle stilte begraven (Ada en de kinderen, Jaap, de jonge melkrijder zijn slechts aanwezig) Wel krijgt Helmer veel kaarten: niet van Riet, wel van haar zoon Henk. Helmer heeft intussen ook een deel van zijn vee aan een nieuwe opkoper verkocht, maar niet de schapen.
Het is Juni 2003. Twee weken ervoor is Helmer 56 geworden: hij gaat eerst naar het huisje van Jaap en daarna reizen ze door naar Denemarken. Jaap noemt Helmer steeds Ezelman, wat hij niet eens onprettig vindt. Ze nemen een lange tijd vakantie: Ada zal op de achtergebleven dieren passen. Het zijn twee oude mannen in een nieuw land.
In het laatste deel van de roman trekt Helmer er nog alleen op uit. Hij loopt naar het strand en staat moederziel alleen in het water, totdat de zon in de zee zakt. Daarna gaat hij op een klif zitten. Hij voelt dat er iemand achter hem staat en als hij achterom kijkt, ziet hij dat het een groot schaap is dat in zijn nek blaast. Het schaap blijft hem aankijken. Helmer weet dat hij alleen is.

Bron:
http://www.scholieren.com/boekverslagen/21359



Mijn eerste reactie
Ik vond het een leuk verhaal omdat het verhaal zich eigenlijk op z’n dooie akkertje afspeelt, maar toch een hele leuke en aparte wending krijgt.

Wat vond ik van het boek?
Ik vond het boek intensief om te lezen, want ik kon me makkelijk identificeren met de personen. Het boek leest over het algemeen niet moeilijk, maar er gebeuren wel zware dingen waardoor het boek soms toch moeilijk leest, maar dit komt dus veelal door het verhaal en niet de manier van schrijven.
In de vele zielige gedeelten zoals wanneer zijn broer overlijdt kreeg ik toch wel een gevoel van medelijden. Zelfs bij de gedeelten waar Helmer boos wordt op Henk leefde ik soms mee met de boosheid van Helmer.
Belangrijkste zin: ‘Ik ben alleen.’ (blz 264)
Belangrijkste woord: ‘Alleen’ (blz 264) Het hele boek gaat er over dat Helmer zich alleen begint te voelen en dat hij zich achtergelaten en afgescheiden voelt door en van zijn familie en vrienden. Hij wordt bijvoorbeeld ook niet in het familiegraf begraven, niet bij zijn broer en beide ouders, maar op een andere plek.
Personages
Helmer van Wonderen is de hoofdpersoon in het boek, hij is de protagonist (round character). Ik denk dat vooral zijn vader zijn antagonist is. Helmer is een Nederlandse boer van 55 jaar oud (1947, 23 mei (blz. 64)). Alhoewel zijn uiterlijk niet expliciet wordt beschreven, wordt er wel gezegd dat hij er uitziet als het cliché van een boer. We komen ook te weten dat hij blond en rossig haar heeft. Helmer is van zichzelf niet erg sociaal, hij is graag alleen en denkt vaak terug aan het verleden. Hij wil ook graag zeker zijn van zijn toekomst en weten wat er gebeuren gaat. Met de buren kan Helmer zo even een praatje maken, maar hij zal altijd een beetje afstandelijk blijven. Helmer is ook een beetje ouderwets, hij heeft bijvoorbeeld nog geen televisie voordat Henk bij hem komt wonen. De 55 jarige boer komt uit een gezin met vader en moeder en een tweeling. Zijn tweelingbroer (Henk) is op 19 jarige leeftijd overleden en sindsdien heeft hij het gevoel alsof hij niet compleet meer is, alsof hij maar een halve identiteit heeft. Hij kon, toen zijn moeder nog leefde, beter opschieten met haar dan met zijn vader en na de dood van zijn moeder leeft hij nog met tegenzin met z’n vader. Zijn vader heeft hem gedwongen om boer te worden en dat zal Helmer met tegenzin doen, zolang z’n vader nog leeft.
Naar mate het verhaal langer duurt leer je Helmer beter kennen en verandert de kijk op hem als persoon.
Vader Van Wonderen is de oude vader van Helmer, hij kan zichzelf niet meer redden en Helmer helpt hem hierbij. Het feit dat Helmers vader perse wil dat Helmer boer wordt maakt al duidelijk dat meneer Van Wonderen een wat ouderwetse, strenge vader is. Helmers vader overlijdt aan het einde van het boek en wordt begraven zonder dat er veel mensen op zijn begrafenis waren.
Bijfiguren:

Henk van Wonderen, Riet, Henk (de zoon van Riet), Ada, Teun en Ronald (de buren), Ada (knecht van Helmer).

Perspectief
Het verhaal heeft een ik-perspectief, een belevend ik. De ik-persoon is Helmer van Wonderen.
Citaat: ‘ ‘Wat zeg je? ‘ schreeuw ik.
‘Een bonte kraai,’ roept hij.
‘Ja en?’ schreeuw ik.
‘Waarom jaag je hem weg?’ Doof is hij in elk geval niet.
Ik sluit de trapdeur en ga weer aan de keukentafel zitten, op vaders plek, met mijn rug naar het voorraam.'

Structuur
Het boek is opgedeeld in vier delen, en in het totaal 56 hoofdstukken.
Door een aantal flashbacks is het verhaal niet meer geheel chronologisch en vallen fabel en sujet dus niet samen. Het verhaal begint in medias res.
De verteltijd is 264 bladzijdes en de vertelde tijd is van november 2002 tot en met juni 2003, dat is dus zo’n zeven maand. De flashbacks spelen zich meestal af rond 1966/1967.
De vele flashbacks die in het verhaal voorkomen gaan bijna altijd over hoe het vroeger thuis was en over de dood van zijn broer. In het verhaal wordt daar veel tijd aan besteed omdat die gebeurtenissen van toen veel te maken hebben met het leven dat Helmer nu leeft. Helmer zijn broer, Henk, is overleden aan een auto ongeluk. Bij dit ongeluk bestuurde zijn vriendin, Riet, de auto. De vader van Helmer en Henk vind dat Riet de schuldige is aan het overlijden van Henk. Vroeger was Henk het lievelingetje van vader. Na de dood van Henk werd Helmer dat omdat die als enigs kind nog over was, alleen werd hij anders behandeld door zijn vader.
In het boek zijn veel versnellingen en vertragingen. Het viel mij op dat vooral in de tijden die de hoofdpersoon met zijn vader doorbracht, het verhaal trager werd verteld. In deze stukken werden meer details verteld dan in andere stukken. Over het algemeen werd er meer tijdvertraging toegepast dan versnelling.
Het intrige gaat als volgt: Helmer heeft een goede band met zijn tweelingbroer, totdat deze overlijdt. Na het overlijden van zijn broer wordt Helmer verplicht boer en lijdt hij het leven met zijn vader verder. Zijn vader overlijdt en hij gaat (tijdelijk) naar Denemarken.
Het boek heeft een redelijk open einde, want je weet niet wat er gaat gebeuren nadat Helmer is vertrokken uit Nederland en hoe zijn vrienden/kennissen reageren. De gesloten kant van het einde is dat zijn vader dood is en dat hij dus niet meer verplicht boer hoeft te zijn.


Ruimte
Het verhaal speelt zich vooral af op de boerderij, in Waterland, van Helmer en zijn vader. Waterland is een weidegebied dicht in de buurt van Amsterdam. Helmer is altijd thuis op z’n boerderij, want hij is bijna al zijn vrienden en familie verloren. Hij is een eenzame boer die op zijn vee moet passen. De ruimte past goed bij het thema van het boek, want het is bijna altijd stil op de boerderij, en Helmer wil graag alleen zijn.
In het einde speelt het verhaal zich nog gedeeltelijk af in Denemarken, het land van Helmers dromen.
Over het algemeen is er een overeenstemming tussen ruimte en gebeurtenis.
Het verhaal speelt zich af tussen november 2002 en juni 2003 op het platteland.

Spanning
Doordat de personage in een ik-perspectief beschreven wordt denk ik dat je je onderandere ook makkelijker kunt verplaatsen in de hoofdpersoon. Ook gebeuren er veel zware dingen met de familie en vrienden van de hoofdpersoon waardoor het verhaal interessant blijft om te lezen.

Stijl
De lange zinnen worden meestal gevolgd door een korte zin. Er wordt heel precies verteld wat er gebeurd, maar er worden steeds details ‘overgeslagen’. Je kunt niet zomaar een stuk van het boek overslaan want als een stuk onbelangrijk lijkt dan is het eigenlijk altijd toch wel nodig voor het hele verhaal.
Citaat: ‘Voor Riet maak ik een uitzondering: ik rij naar het zuiden. Het zuidwesten, om precies te zijn. Naar de pont in Amsterdam-Noord. We hebben een tijd afgesproken en lang voor die tijd sta ik al voor een patatkraam aan het IJ. Er varen futuristische veren heen en weer, strakbelijnde botervloten in blauwwit, die in niets doen denken aan de lichtgroene uit 1967.’
De plek wordt precies beschreven, er wordt verteld hoe de boten eruit zagen en hoe ze er vroeger uit zagen, er wordt verteld dat hij te vroeg gekomen is, maar de tijd wordt niet vermeld. Het is niet belangrijk om te tijd te weten, maar het is wel vreemd dat het als enige niet beschreven wordt.
Motief en Thema
Thema: Eenzaamheid
Motieven: Wanneer zijn vader fysiek niet in orde is, brengt hij hem naar de bovenkamer en eigenlijk lijkt daar zijn wraak te beginnen. Hij bepaalt wanneer zijn vader te eten krijgt en uit bed mag. Intussen is ook de ex-verloofde van zijn broer weer op het toneel verschenen en het lijkt erop alsof zij haar mislukte huwelijk met een ander wil goedmaken door nu met de tweelingbroer te trouwen. Maar Helmer is geen vrouwenversierder en hij laat zich niet in het web van de ‘zwarte weduwe’ vangen. Wel krijgt hij te maken met haar zoon Henk en de lezer heeft te maken met de vraag hoe Helmer zich nu ten opzichte van de 18-jarige jongen gedraagt.
Een tweede belangrijk motief in de roman is de moeilijke vader-en-zoonrelatie. Omdat Helmer de rol van zijn tweelingbroer moet overnemen, merkt hij dat hij eigenlijk de tweede keus van zijn vader is. Hij doet nooit iets goeds en zijn vader loopt een leven lang op hem te mopperen.

Titelverklaring
Boven is het stil staat letterlijk voor zijn vader die boven op de boerderij ligt en vaak stil is.
De titel is figuurlijk uit te leggen als wanneer Helmer dood gaat, dat hij denkt dat hij dan rust heeft in de hemel, oftewel: boven is een metafoor voor de hemel en de doden zwijgen.
Een derde mogelijkheid om de titel uit te leggen is dat aan het einde van het verhaal het eindelijk stil is, boven in z’n hoofd.
Er is geen ondertitel en/of motto aanwezig.

De schrijver
Geboren op 28 april 1962 in Wieringerwaard, als derde zoon in een boerengezin van zeven kinderen. Heeft van 1967 tot 1992 (25 jaar!) ´op school´ gezeten: kleuterschool; lagere school; havo; vwo; agogische academie in Leeuwarden (cultureel werk) en Nederlandse taal- en letterkunde aan de universiteit van Amsterdam (hoofdvak historische taalkunde, doctoraalscriptie over de nog bestaande overeenkomsten tussen Fries en West-Fries). ´Literair´ gezien de meest aansprekende college´s: vier semesters Naamkunde op het P.J. Meertens-Instituut, van professor Blok. Respectievelijk inmiddels beter bekend als het Het Bureau en Jaap Balk. Daarna een paar jaar bijstand, maar dat betekende niet nietsdoen: hij schreef bijvoorbeeld artikels over West-Friese plaatsnamen die in het Noord-Hollands Dagblad verschenen.
Van 1995 tot 2002 was hij ondertitelvertaler, waarbij hij een voorkeur ontwikkelde voor natuurfilms die vrijwel allemaal in scène gezet worden: na een flink aantal documentaires zag hij regelmatig dezelfde beelden terugkomen. Meestal vreten leeuwen de ene na de andere gnoe op, en daar ging een grote rust van uit. Hij heeft al jaren een Artis-jaarkaart en zijn favoriete dier is in de loop van de tijd aan inwisseling onderhevig geweest. Het waren ooit kapucijnaapjes, momenteel zijn het twee diersoorten: de okapi (helaas alleen te zien in Diergaarde Blijdorp, Rotterdam) en de tapir.
Aangezien die kwart eeuw school blijkbaar nog niet voldoende was, volgt hij sinds september 2003 een avondopleiding tot hovenier aan de Groene Campus (voorheen: Clusius College) in Alkmaar, die in juli 2006 afgesloten moet gaan worden met de ´verdediging´ van een tuinontwerp.
Hij leerde rond 1984 Dolf Verroen, Paul Biegel en Nannie Kuiper kennen, en die drie ´grand old(er) persons´ van de jeugdliteratuur hebben hem ´besmet´ met (kinder)boekenschrijven. En dan aanvankelijk vooral alles eromheen: fijne huizen, een bepaalde manier van leven en praten, volle boekenkasten, (veel) drank, mooi aangelegde bostuinen, ingelijste illustraties aan de muur, literaire prijzen.
Omdat hij tijdens zijn studie Nederlands nogal wat aan etymologie had gedaan, en eerste pogingen tot het schrijven van kinderboeken faliekant mislukten, besloot hij een etymologisch woordenboek voor kinderen te gaan schrijven. Uitgeverij Piramide (inmiddels opgegaan in De Fontein, Baarn) zag er wel brood in en uiteindelijk werden het er zelfs twee:
‘Het Etymologisch Woordenboek voor Beginners of Hoe het mannetje mannequin werd... (Piramide, 1997)
Het Tweede Etymologisch Woordenboek voor Beginners of Hoe het karretje carrière maakte... (Piramide, 1998)
Toen moest er een spreekwoordenboek komen, maar na een gesprek met iemand van Van Dale (het zou een samenwerkingsverband worden), zag hij daarvan af, omdat het een échte Van Dale moest worden en geen échte Bakker.
Dus zei zijn toenmalige uitgeefster: ‘Ga dan nu maar een roman schrijven.’
‘Oké,’ zei hij.
Dat leidde tot Perenbomen bloeien wit (Piramide, 1999).
Dat boek is door Andrea Kluitmann in het Duits vertaald. Birnbäume blühen weiß verscheen in 2001 bij Patmos Verlag, een tweede druk verscheen in 2002. Fischer Taschenbuch Verlag bracht in 2004 een paperback op de markt, in de serie ´Schatzinsel´. Aangezien er in Nederland ook een tweede druk verscheen, met een ander omslag, zijn er van dat ene boek vier verschillende versies, die hierboven te zien zijn.
‘Nu moet je een tweede roman schrijven,’zei de toenmalige uitgeefster.
‘Oké,’ zei hij.
Dat viel niet mee. Heel veel van wat hij schrijft, verdwijnt in de figuurlijke shredder.
Zijn grootste verkoopsucces tot nu toe is het Woordenboek voor Aankomende Brugklassers (liefkozend WAB'je genoemd) (2000), dat uitgegeven is door Ilco Productions in Rotterdam, inmiddels Uitgeverij Ger Guijs. Het is te koop voor één euro en bedoeld als afscheidsboekje voor achtstegroepers of welkomstgeschenk voor brugklassers. Er zijn er al zo’n 100.000 van verkocht en het boekje is aan een zevende druk toe. Niet in de boekwinkel te verkrijgen, wel te bestellen in grote hoeveelheden, door schoolbesturen.
De twee etymologische woordenboeken raakten uitverkocht of verramsjt en in april 2006 komt het Junior Etymologisch Woordenboek (in beperkte kring ook bekend onder de naam De Dikke Bakker) uit, bij Uitgeverij Ger Guijs. De twee woordenboeken zijn samengevoegd tot één dik (640 pagina’s) deel en de tekst is bewerkt en vermeerderd.
De toenmalige uitgeefster verdween van het toneel en niemand heeft hem daarna nog gezegd iets te doen. Hij moest het allemaal zelf doen. Voor een manuscript waaraan hij al meer dan tien jaar werkt en dat al zeven titels heeft gehad (de langste en pedantste was: Trappelende mantelmeeuwen op dor gras) ontving hij in het jaar 2002 een werkbeurs van het Fond voor de Letteren. In 2005 kreeg hij een brief van het Fonds.
Hoe het zat met de voortgang?
Goed, schreef hij terug.
Over een jaar nog eens iets laten horen, graag
Oké.
Tussendoor schreef hij echter een andere roman, met de werktitel ‘Henk’. In maart 2006 is dat ‘grotemensenboek’ uitgekomen, en het is dus - nog - niet het ‘fondsboek’. Voor die titel hield hij zijn hart vast, aangezien de uitgeverij (Cossee, Amsterdam) hem tussen neus en lippen door vroeg of hij - naast een voorstel voor een omslag (‘Doe maar een schaap,’ zei hij) - ook ‘een idee had voor een andere titel’. Zo werd Henk ‘Boven is het stil’ en op de omslag is géén schaap te zien.

Bron: www.gerbrandsdingetje.nl

Met het boek ‘Boven is het stil’ heeft Gerbrand Bakker de Debutantenprijs 2006 gewonnen.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.