Havisten uit de bovenbouw gezocht! Vul deze korte vragenlijst over jouw studiekeuze in en maak kans op een Bol.com bon t.w.v. 15 euro.

Doe mee


Titel en schrijver:

Boven is het stil, Gerbrand Bakker

Titelverklaring:

De titel verwijst naar het feit dat de hoofdpersoon Helmer zijn oude en zieke vader naar een kamer boven in de boerderij verhuist en zelf, na een opknapbeurt, op de benedenverdieping gaat wonen en slapen. Hij draait daarmee de rollen om, hij is nu de baas in huis en legt vader min of meer het zwijgen op. Vader laat dat ook gebeuren en protesteert niet echt. Uiteindelijk sterft hij boven.

Thema:

Het thema van het boek is de zoektocht voor Helmer naar wat de onvoorziene dood van zijn tweelingbroer Henk voor hem en voor zijn leven als boerenzoon heeft betekend en hoe hij nu, dertig jaar later, verder wil leven.

Ik geef dit boek dit thema, omdat Helmer veel terugdenkt aan zijn broer, aan de relatie die hij met hem had, aan de tijd dat hij stierf en aan de gevolgen die zijn dood voor zijn ouders, zijn vriendin en voor hemzelf hadden. Verder beschrijft het boek hoe Henks vriendin terugkeert in Helmers leven en hoe Helmer haar zoon opvangt, wat ook veel oproept bij Helmer over het verleden. 

Motieven:

Motieven zijn broederliefde, homoseksualiteit, rouw, vader-zoonverhouding en angst voor verandering. 

Beknopte samenvatting:

Helmer, boerenzoon van ongeveer 55 jaar, doet zijn vader naar boven en gaat zelf beneden wonen. Hij haat zijn vader omdat deze hem tot opvolger heeft gebombardeerd toen Henk, zijn tweelingbroer en beoogd opvolger, op negentienjarige leeftijd stierf door een auto-ongeluk. Helmer moest stoppen met zijn studie en 'onder de koeien'. 
Riet, vriendin van Henk, was indertijd betrokken bij het auto-ongeluk. Zij werd door vader weggestuurd. Dertig jaar later neemt zij contact met Helmer op - haar man is overleden- en ze komt naar de boerderij. Ze vraagt Helmer haar zoon Henk een tijdje op de boerderij op te nemen. Helmer doet dat en werkt enige maanden met Henk als knecht. Henk heeft goed contact met Helmers vader, wil niet echt veel werk verzetten, maar redt hem van de verdrinkingsdood onder een schaap in de sloot. 
Uiteindelijk gaat Henk weer naar huis en sterft Helmers vader. Helmer gaat de boerderij verkopen aan Staatsbosbeheer.

Hoofdpersoon:

Helmer is de hoofdpersoon.

Positieve punten:

  • Jarenlang een loyale zoon geweest, die deed wat zijn vader wilde.
  • Hij is goed voor zijn dieren, dol op zijn ezels.
  • Hij is goedig, neemt Riets zoon op als ze dat vraagt.

Negatieve punten:

  • Misschien is hij ook te loyaal, heeft zijn vader zijn leven laten bepalen.
  • Hij is ook niet erg moedig, zijn homoseksualiteit heeft hij onderdrukt al die jaren.
  • Onhandig in relaties, benoemt de dingen niet, laat veel lopen. 

Vertelperspectief:

Het boek is geschreven vanuit Helmers perspectief. Het wisselt niet van perspectief. Helmer is de verteller, je hoort het hele verhaal vanuit zijn positie.                                                                                           Een voorbeeld: 'Ik loop langs de weg terug naar de boerderij, naar Henk met zijn zere hoofd, naar mijn versleten vader die nog één voorjaar wil meemaken.'

Tijd:

De tijd verloopt chronologisch, het verhaal speelt zich af tussen november en mei. Maar er zijn veel flashbacks naar gebeurtenissen voor en na het overlijden van tweelingbroer Henk.

Decor:

Het verhaal speelt zich af op en rond een boerderij in de polder boven Amsterdam, in de buurt van het IJsselmeer. De omgeving speelt een grote rol in het verhaal: de dieren zijn symbolisch belangrijk, de zachtheid van de ezels, de onverstoorbaarheid van de schapen, de bonte kraai die de naderende dood symboliseert. Het weer speelt ook een rol, de lente (een nieuw begin voor Helmer) die al dan niet komt, de kou en het ijs indertijd op het IJsselmeer. Water speelt ook een grote rol: de vaart waarop kanoërs langskomen, het water waar broer Henk in verdronk, de bevroren Gouwzee waar vader in 1963 over rijdt, met de kinderen achterin, die hem zelfs toen hij het IJsselmeer op wilde rijden, vertrouwden, omdat ze innig samen waren. En de sloot waarin Helmer bijna verdrinkt en waar Henk hem uit redt. 

Taalgebruik:

Het taalgebruik van de auteur is kort, krachtig en volkomen onsentimenteel. De zinnen zijn meestal kort, de taal is concreet en erg beeldend. Je ziet het allemaal helemaal voor je. 'Ik heb vader naar boven gedaan.', luidt de eerste zin en het is al meteen duidelijk. Hier is iemand aan het woord die kort van stof is, die veel voelt, maar die daar niet vreselijk over uit gaat weiden. Ook de dialogen tussen bijvoorbeeld Helmer en Henk de knecht zijn kort maar vol met betekenis. Een voorbeeld:

'Henk?'

'Hufter.'

'Wat zeg je?'

'Ik zeg hufter.'

'Nou, nou.'

'Niet dan?'

'Ik weet het niet.'

Hoewel er niet veel gebeurt in het boek, houdt de auteur de spanning er toch wel in. Er zit steeds wel iets van dreiging in. Henk die met het geweer speelt, Riet die scharrelt om het huis, de nieuwe melkrijder. Hoewel het een klein verhaal is, kon het me wel boeien. 

 

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.