Boris door Jaap ter Haar

Beoordeling 6.8
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • Klas onbekend | 2165 woorden
  • 8 augustus 2006
  • 18 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.8
  • 18 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
1966
Pagina's
157
Oorspronkelijke taal
Nederlands

Boekcover Boris
Shadow
Boris door Jaap ter Haar
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Titel: Boris
Schrijver: Jaap ter Haar
Uitgeverij: Van Holkema & Warendorf
Druk: Negentiende druk
Jaar van gelezen uitgave: 2002

Levensbeschrijving schrijver:
Jaap ter Haar werd in 1922 in Hilversum geboren. Hij groeide op in een gezin met vijf kinderen. Ter Haar was geen ster op school, hij speelde liever buiten en sportte graag. Desondanks behaalde hij zijn hbs-diploma in 1940.
Niet lang daarna dook hij onder. Hij vluchtte naar Frankrijk en raakte daar enige tijd bij het verzet betrokken. Na de oorlog meldde hij zich aan bij de mariniers om het Verre Oosten te bevrijden. In Amerika werd hij opgeleid tot oorlogscorrespondent en in die functie werkte hij bij de mariniers in Schotland, Amerika, Malakka en Indonesië. Daar reed hij op een mijn. Als gevolg hiervan moest hij een nieroperatie ondergaan en werd hij afgekeurd.
Terug in Nederland kreeg Ter Haar een baan bij de Wereldomroep: hij werd hoofd van de transcriptiedienst. Hij was inmiddels getrouwd met Ruutje Schurink en had in korte tijd vier kinderen gekregen. In zijn vrije tijd schreef hij korte verhalen die soms in Vrij Nederland of de Wereldkroniek verschenen.

Bij de Wereldomroep verdiende Ter Haar niet veel en op aanraden van zijn baas stuurde hij een hoorspelletje voor kinderen naar de NCRV. Het ging over zijn eigen tweeling Saskia en Jeroen. Tot zijn schrik vroeg de NCRV meteen of hij voor een jaar wekelijkse afleveringen wilde schrijven. In 1953 werd de eerste aflevering uitgezonden. Hij had nooit voorzien dat de serie zo’n succes zou worden: er kwamen uiteindelijk 120 afleveringen. De echte Saskia en Jeroen werden nu overal herkend en hun schoolleven en vriendschappen begonnen eronder te lijden. Daarom stopte Ter Haar de serie, die het begin was van zijn carrière als ‘broodschrijver‘, zoals hij dat zelf noemde. Wel publiceerde hij de verhalen in boekvorm en ook hiervan verschenen vele deeltjes. Toen ook de verkoop van de Saskia en Jeroen-boekjes als een trein liep, waagde Ter Haar de sprong in het ongewisse te maken. Hij gaf zijn baan bij de Wereldomroep op en begon nu volledig van de pen te leven.
Op de radio volgde de avonturen van Ernstjan en Snabbeltje die van Saskia en Jeroen op. De zoon van de hoorspelregisseur Wim Pauw en zijn eend stonden hiervoor model. Ook deze verhalen verschenen in boekvorm. Toen Ernstjan naar school ging, maakte Ter Haar een einde aan deze afleveringen en schreef hij de hoorspelserie Tuffy, over een klein radio- en televisiemannetje. Tuffy is nooit zo populair geworden als de twee voorgaande series. Eelke was de opvolger van Tuffy en werd weer heel geliefd bij de luisteraars. Eelkes vader is de boswachter en Eelke beleeft in dat bos allerlei avonturen, die in negen delen verschenen (1963-1965). Lotje woont in de dierentuin; haar verhalen komen op de radio na die van Eelke. Van Lotje komen twaalf deeltjes uit (1966-1968). Er werden een miljoen Lotje-boeken verkocht!
De voorgaande series waren allemaal voor jonge kinderen bestemd. Op het moment dat zijn kinderen wat ouder werden, schreef Ter Haar ook twee series voor oudere kinderen: Tom Boerhave (1957) en De zes Falken (1960-1963). In 1957 verscheen Noodweer op de Weishorn!, het eerste jeugdboek waaraan geen hoorspel ten grondslag lag.
In deze periode vroeg Ter Haars uitgever Kees van Dishoeck hem de geschiedenis van Amerika te schrijven. Ter Haar zag er aanvankelijk niets in; hij wist er immers niets van af. Toch verdiepte hij zich in het onderwerp en nam zich voor één hoofdstuk te schrijven om aan Van Dishoeck te bewijzen dat hij het niet kon. Dat pakte anders uit, het onderwerp kreeg hem te pakken. In 1959 verscheen De geschiedenis van Noord-Amerika. Ter Haar kreeg hiervoor een Amerikaanse reisbeurs en de Deutscher Jugendbuchpreis. Bovendien was dit boek het eerste van een serie historisch jeugdboeken: De geschiedenis van de Franse Revolutie (1961), De geschiedenis van het Romeinse keizerrijk (1961, samen met K.Sprey), De geschiedenis van Koning Arthur en de ridders van de Ronde tafel (1962), De geschiedenis van Napoleon (1963) en De geschiedenis van Rusland (1965). Voor de eerste vier delen van deze serie kreeg Ter Haar in 1964 de Koekenmarktprijs van de Bijenkorf.
In 1965 werd Ter Haar uitgenodigd voor een schrijverscongres in Rusland, omdat hij de De geschiedenis van Rusland had geschreven. Daar ontmoette hij de Russische schrijver Boris Makarenko, die hem rondleidde op de begraafplaats van Peskaryowskoye. Daar liggen de stoffelijke resten van bijna 700.000 mannen, vrouwen en kinderen, die omgekomen waren bij het beleg van Leningrad. Zijn Russische collega vertelde hem aangrijpende verhalen over dit beleg. Zijn relaas inspireerde Ter Haar tot het schrijven van Boris (1966).
Boris brengt op een aangrijpende manier de ervaringen van kinderen in oorlogstijd erg dichtbij. In 1967 kreeg het net niet de bekroning ‘Kinderboek van het Jaar’ van het CPNB. De jury kwam niet tot overeenstemming; ze kon niet kiezen tussen Kinderverhalen van Paul Biegel, De zevensprong van Tonke Dragt en Boris. Een groepje recensenten vond dit te gek voor woorden en kwam bij elkaar om zelf het beste kinderboek van het jaar aan te wijzen. Volgens dit groepje was dit Boris. De Rotterdamse kinderjury kwam tot dezelfde conclusie.

Na het schrijven van Boris werkte Ter Haar bijna vijf jaar lang dag en nacht aan Geschiedenis der Lage Landen, dat in vier delen verscheen (1970-1971). Hij kreeg er de Nienke van Hichtumprijs voor. Dit boek was hem het dierbaarst, maar zorgde er uiteindelijk voor dat hij de pen neerlegde. Wat hij hierin geschreven had, kon hij naar zijn eigen idee nooit meer evenaren. Voor Het wereldje van Beer Ligthart (1973), een boek over een visueel gehandicapte jongen, kreeg hij een Gouden Griffel. Daarna stopt Ter Haar definitief met schrijven: hij wisselde de pen in voor het penseel. Vanaf dit moment schilderde hij alleen nog maar.

Dagboek:
Beste Marco, 17 december 1942
Vannacht heb ik weer eens akelig gedroomd. En altijd maar weer die zelfde vreselijke nachtmerrie. Je weet het al maar ik ga nog een keer vertellen waar die droom over gaat want jij luistert tenminste……… luister maar……………:
Mijn droom gaat over de vrachtwagens die over het Ladoga-meer gaan om eten te halen. Ook mijn vader ging altijd mee. Maar omdat het meer soms nog niet helemaal goed bevroren is is dat soms erg gevaarlijk. Altijd zwemt dat waterdier met zijn monsterlijke kop en zijn uitpuilende ogen onder de vrachtwagens en soms sloeg hij z’n grote vinnen uit en verdronk er iemand. In mijn droom reed ik altijd met m’n vader mee maar in het echt mocht dat nooit want dat was te gevaarlijk. Ik schreeuwde in m’n droom dat vader naar links moest gaan maar hij ging naar rechts. En ondertussen kwam er jachtvliegtuig over die ook nog begon te schieten. We zigzagden over het meer maar we zagen er al velen in de diepte van het meer zakken. Ik zag de donkere plek in het meer waar geen ijs lag en schreeuwde dat vader naar links moest gaan, maar weer ging vader rechts. De donkere plek kwam steeds dichterbij en dat was zo super eng, vreselijk enz. Maar vader ree door naar de donkere plek en zakte weg in het meer……… het vreselijk water dier hapte vaders glimlach van z’n gezicht. Owwwh dit is toch zo vreselijk, nooit komt vader meer thuis voor eeuwig zal hij weg blijven. Maar nu hoor ik moeder roepen dus zal ik haar even gaan helpen. Tot straks.

Beste Marco, 18 december 1942
Zo daar ben ik weer. Gister had ik geen tijd om verder te vertellen dus doe ik het nu. Ik heb hele vreselijke dingen te vertellen. Een is. Ik moet van moeder naar een tante ver weg, weg uit deze stad maar dat wil ik niet ik wij moeder blijven en bij oom Wanja en bij Nadja m’n vriendin en buurmeisje. Ik ben net naar de gaarkeuken geweest samen met Nadja. Maar met haar gaat het niet goed. Ze kwam op haar broers schoenen en met een verdrietig gezicht. Zo verdrietig dat ik niet durfde vragen wat er was. Toen we bij de gaarkeuken waren aarzelde ze met het geven van haar kaarten, en ze was helemaal niet blij toen ze 4 boordevolle lepels kreeg. En ik kreeg 2 lepels die nog niet eens helemaal vol waren. Later vroeg ze of ik veel gekregen had en toen ik nee zei deed ze uit haar pan een flinke scheut in zijn pan. Toen vertelde ze wat er gebeurd was, ze had met voedselkaarten geknoeid. Gisterenmiddag was haar vader gestorven en vannacht Serjozja haar broer. En toch had ze voor 4 personen eten gehaald. En twee is. Toen we verder liepen loeide ineens de sirene en gingen we rennen en iedere keer ging er soep over de rand van het pannetje. Toen kwam het vliegtuig en we lieten ons vallen. Toen ik bij kwam zag ik een soldaat. Ik zag Nadja naar de grond kijken en zag wat ze bedoelde heel mijn pannetje was leeg. Leeg. Leeg. Leeg. Toen vertelde Nadja dat we nog ergens anders eten vandaan konden halen. Eerst geloofde ik het niet maar nadat ze zei dat Serjozja dat als laatste voor zijn sterven had verteld wel. Ik zal je morgen allemaal vertellen waar ik geweest ben, want nu ben ik heel moe van wat er allemaal gebeurd is. Doei, tot morgen, van Boris.
Beste Marco, 19 december 1942
Ik moest van Nadja een schepje en een zak meenemen. En tegen mama zeggen dat ik lang weg zal blijven. Moeder wilde dat ik naar oom Wanja ging om te vertellen dat ik geëvacueerd moest worden maar dat wilde ik niet dus moest ik het schrijfblok en een pen aan haar geven zodat ze zelf een brief kon schrijven. Nadat ik dat gedaan had ben ik weg gegaan. We liepen naar de rand van de stad want de aardappels die we wilden gaan halen lagen ingekuild in een akker buiten de stad. Maar eerst ben ik me eigen naar geschrokken. Een soldaat hield ons aan. Gelukkig vroeg hij alleen naar de Barovstraat. Ik wist die niet maar Nadja ook niet dus zei ze gewoon maar wat. Maar daarna was ze bang dat de soldaat terug zou komen omdat ze het verkeerd had gezegd, maar dat was gelukkig niet zo. Toen moesten we gebukt en kruipend verder. Eerst lagen we in een granaattrechter. Maar algauw waren we onder de brug. Toen hoorde we een detachement marcherende soldaten, ik was doodsbang dat het ijs waar we opstonden het zou begeven, maar dat gebeurde niet. Toen klonk het luchtalarm. Maar Nadja zei dat dan niemand op hun zou letten dus dat we nu gauw op moesten schieten. We liepen echt heel lang en werden allebei moe. Nadja moest even rusten, maar daarna liepen we samen hand in hand weer verder. En toen gebeurde dat vreselijke……… Nadja viel op de grond en ik kreeg haar niet meer wakker. Toen ik opkeek om naar hulp te kijken keek ik in het gezicht van een Duitse soldaat. Ik schrok me eigen echt wild. Maar hij wilde niets doen. Hij riep drie van z’n makkers en goot cognac in haar mond en daarom kwam ze bij. Ook kreeg ze lekkere stukjes chocola, en hij hield mij een worst voor m’n neus en ik ben zo gek geweest om daar nee tegen te zeggen. Toen moest ik even gaan zitten zo moe was ik. Ik was diep in gedachten tot het tot me doordrong dat de vier Duitsers een ruzieachtige toon tegen elkaar aansloegen. Maar daar had de commandant gelukkig een eind aan gebracht. Ze tilden ons op en begonnen richting Leningrad te lopen. Toen we vlak voor de Russische stellingen waren trokken ze de witte capes die ze aan hadden uit. Toen we nog dichter genaderd waren kwamen er 15 van onze soldaten te voorschijn. Die allemaal hun geweren schietklaar hadden. Ze lieten een tolk komen en de soldaten vertelden waarom ze ons terug kwamen brengen. Onze luitenant wist niet goed wat hij moest doen maar een soldaat die achter hem stond wilde ze dood schieten en richtte zijn geweer al op de Duitse commandant. Toen sprong ik voor hem en riep dat hij mijn leven had gered. Toen riep de luitenant dat ze mochten vertrekken. Maar voordat ze vertrokken kreeg wij van de commandant een stuk brood, een worst en een blikje. De rest van wat er gebeurde en hoe wij thuis kwamen vertel ik morgen want nu ben ik erg moe en ga ik naar bed. Doei, Boris.

Mening:
Ik vond dit een zeer interessant boek en last het zo uit. Omdat het waar gebeurd is vind ik dat het beter leest je denk er dan echte personen bij en weet dat die ook geleefd hebben. Ook het onderwerp is best makkelijk om te lezen al is het niet het onderwerp waarvan in dagelijks lees. Maar toch vind ik eigenlijk dat het boek nog niet helemaal af is want nadat die Duitsers voorbij kwamen en hij een stuk chocola aan een Duitser gaf staat er eigenlijk helemaal niet in hoe het verder met Boris is gegaan of z’n oom Wanja en z’n moeder het overleefd hebben enz.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Boris door Jaap ter Haar"