H6 Bio

Beoordeling 0
Foto van Sascha
  • Samenvatting door Sascha
  • 5e klas havo | 1232 woorden
  • 28 juni 2022
  • nog niet beoordeeld
  • Cijfer
  • nog niet beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!

Biologie H6


6,1


Tot 1937 hoorde mensen samen met honden en katten tot viervoetige. Dat veranderde de Zweedse bioloog Linnaeus, hij vond moedermelk zo belangrijk dat hij de een hele groep organisme vernoemt, zoogdieren.


Eerst bevat moedermelk veel eiwitten en is dan gelig van kleur, eiwitten zijn bouwstoffen om nieuwe cellen te maken. Na een paar dagen veranderd de samenstelling, eiwitten nemen af en vet en lactose nemen toe. Vetten en koolhydraten gebruikt de baby al brandstof, dit levert energie om het lichaam warm te houden. Het bevat ook vitaminen en mineralen, dat zijn beschermende stoffen en antistoffen deze beschermen tegen ziekteverwekkers.


Niet alle bacteriën zijn slecht, in de darmen leven honderden bacteriën, die resten voedsel verteren. Deze krijg je als baby binnen door moedermelk en zitten ook rond de tepel. Koolhydraten zorgen maken vermeerdering mogelijk, deze bifidobacteriën houden schadelijke micro-organismen onder controle. In de loop van het leven komen er mee en andere bacteriën, dit samen maakt de darmflora (wat voor ieder organisme uniek is, net als een vingerafdruk).


Voeding moet worden afgestemd op groei, herstel en inspanning. Wanneer het voedsel precies voorziet in de behoefte van lichaam dan spreek je van gezonde voeding. Hiervoor zijn richtlijnen door het Voedingscentrum -> de schijf van 5.


Veel Nederlanders eten te veel vet, suiker en zout en wegen te weinig. Vetten en koolhydraten die je niet gebruikt sla je op als vet.



  1.  Welvaartsziekten (te veel vet, suiker en zout) – vetzucht, hart- en vaatziekten

  2. Gebrekziekte (eenzijdige voeding) – bloedarmoede (te kort ijzerzouten), verminderde aanmaak rode bloedkleurstof hemoglobine (Hb), vervoert 02.


6.2


 Baby’s krijgen eerste tanden na ongeveer 4 maanden, in de opvolgende maanden komen de andere tanden en kiezen door = Melkgebit. Vanaf 6 jaar (ongeveer) gaan kinderen wisselen en maakt het melkgebit plaats voor volwassengebit. Laatste kiezen komen bij sommige pas door tussen het 18e en 24ste levensjaar -> verstandskiezen.


Sommige dieren kennen ook een melkgebit.



  • Puppy’s -wisselen al na een paar maanden

  • Olifanten – wisselen 7 keer

  • Haaien – wisselen tanden constant


Functie gebit is voedsel in kleine delen te knippen en te vermalen = mechanische verkleining Hierdoor neemt het oppervlak van de voedseldeeltjes toe en kan de chemische afbraak sneller verlopen. Chemische afbraak = verteringsenzymen zetten de grote moleculen uit voedsel om in kleinere.


Sommige voedingsstoffen kunnen de darmcellen zo uit de darminhoud opnemen, zoals vitamines, glucose en zouten. Met andere voedingsstoffen gaat dat niet, bepaalde koolhydraten, vetten, eiwitten en DNA (Binas 67F, G, H en 71) zijn macromoleculen, te groot om op te nemen. Veel macromoleculen zijn polymeren (stoffen die zijn opgebouwd uit een groot aantal vrijwel


(Identieke moleculen). In het verteringskanaal breken verteringsenzymen die polymeren en vetten af, daarbij ontstaan kleine voor het darmcellen opneembare moleculen zoals glucose, vetzuren en aminozuren. De gaan via het bloed veder het lichaam in. Stapsgewijze vertering op pagina 204 !


Kinderen eten soms te veel snoep, dat lijd tot problemen met gewicht. Snoep bevat veel koolhydraten die niet direct worden gebruikt. Hun lever maakt er vetten van welke als reservestoffen in het onderhuids vetweefsel terecht komen. Het bevat ook vaak kleurstoffen, welke in het bloed komen waar sommige op reageren -> hyperactief gedrag. Kleurstoffen, geurstoffen en smaakstoffen noem je additieven = stoffen die door een producent zijn toegevoegd. Wettelijk is bepaald welke stoffen gebruikt mogen worden, staan als E-nummer vermeld op een verpakking. Het aantal additieven is in een ADI-waarde vastgesteld (Aanvaardbare Dagelijkse Inname) = is de hoeveelheid die mensen per dag, per kg lichaamsgewicht kunnen eten zonder gezondheidsrisico.


6.3


Verteringsenzymen demonteren de macromoleculen door chemische afbraak (zie 6.2). Elk enzym is een specialist, die maar 1 ding kan. Voor de vertering van veel verschillende moleculen zijn even veel verschillende enzymen benodigd. Enzymen zijn om die reden Specifiek. Het molecuul waar het enzymmolecuul op inwerkt noem je het substraatmolecuul. Komt een enzymmolecuul in contact met een substraatmolecuul dan binden ze samen tot een enzym-substraat complex.


 Een enzymmolecuul heeft een holte waar “zijn” substraatmolecuul precies inpast. Het substraatmolecuul gaat bij binding stuk, waardoor het splits in 2 kleinere stukken = de producten. Daarna laat enzymmolecuul los, deze is niet veranderd bij de reactie. Direct erna kan het enzymmolecuul een nieuwe substraatmolecuul afbreken, dit gaat allemaal in een fractie van een seconde. Enzymen die verbindingen afbreken zijn vernoemd naar het substraat waaraan zij binden. 



De enzymnaam is afgeleid van de (verkorte) naam van het substraat met de uitgang -ase.



  • Sacharase bewerkt sacharose



  • Peptase bewerkt peptide


Je lichaam heeft heel veel enzymen die reacties in cellen uitvoeren. Elke enzymreactie kent een bepaalde temperatuur waarbij de reactiesnelheid het hoogst is. Reactiesnelheid = is de hoeveelheid product die een enzym bij een reactie per seconde levert. Minimumtemperatuur= laagste temperatuur dat de enzymmoleculen nog net actief zijn Temperatuurgevoelige eiwitten = hogere temperatuur, meer activiteit en hogere reactiesnelheid. Niet alleen voordeel want ze zijn temperatuurgevoelig en veranderen van structuur, dit is onomkeerbaar. In de holte kan geen substraat meer binden. Bij een verdere stijging van de temperatuur laat nog meer enzymmoleculen vervormen, door afname aantal geschikte enzymmoleculen daalt de reactiesnelheid. Maximumtemperatuur = wanneer er geen geschikte enzymmoleculen meer zijn. Optimumtemperatuur= is de reactiesnelheid het hoogste. De vorm van een enzymmolecuul veranderd ook door verhoging of verlaging van de zuurgraad (pH), de vorm hersteld als de pH weer een juiste waarde krijgt.


Optimum-pH= heeft het grootste aantal enzymmoleculen de juiste vorm, zodat de reactiesnelheid het hoogst is.


Tijdens het kauwen vindt mechanische verklaring plaats, ontstaan kleine stukjes welke vermengt met speeksel. Op die manier komt het enzym amylase in contact met koolhydraten en zetmeel. Amylase splitst het substraat zetmeel in een aantal kleinere koolhydraatmoleculen, de suiker maltose. Weinig verwerkingstijd, je slikt het snel door en dan is het omringt door maagzuur. De lage Ph remt de werking van het speekselenzym. Pas in de 12vingerige darm gaat de zetmeelvertering verder. Komt alvleessap bij, dat verhoogt de pH van 2 naar 8, hierin zit ook nieuwe amylase. Maltase uit het dunne darmsap breekt maltose af tot de suiker glucose (goede brandstof die in het bloed rond de dunne darm terechtkomt)


Kaaseiwitten van pizza zijn doelwit voor het peptase uit de klieren van de maag, dit enzym werkt bij een ph van 2 optimaal. Het maagzuur heeft positieve invloed op de eiwitvertering ook dood het maagzuur veel bacteriën die op de handen en pizza zaten


Verschillende enzymen uit de alvleesklier en dunne darm zoals tryptase en de peptidasen breken de eiwitbrokstukken verder af, weer is het alvleesklier met zijn hoge ph onmisbaar omdat de eiwitverterende enzymen in 12vingerige en dunne darm optimaal werken met ph van 8. Grote hoeveelheden aminozuren die door vertering ontstaat gaan in dunne darm via darmcellen naar het bloed (aminozuren zijn de bouwstenen voor jouw eigen eiwitten)


Vetten verteren lastig omdat vetten mengen niet met water waarin enzymen hun werk doen, gal is product van de lever waarvan voorraad bewaart in de galblaas, gal emulgeert vetdruppels in de 12vingerigedarm ontstaat een emulsie (vet en water) die normaal niet mengen, in de emulsie zijn druppels olijfolie veranderd in miljoenen mini druppels, alle druppels samen hebben grote oppervlakte door deze oppervlaktevergroting kunnen heel veel moleculen lipase uit alvleessap tegelijk aan het werk  daarom gaat het met gal sneller dan zonder .de vertering levert monoglyceriden, vetzuren en glycerol op als eindproduct de meeste van die producten komen via je darmcellen terecht in de lymfevaten


Je hoeft niet alle moleculen uit de pizza te verteren de vitamines (water uit de saus) het calcium en andere mineralen uit de kaas en ionen zijn klein genoeg om via darmcellen op te neme in je bloed en lymfe

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door Sascha