Het is 'seksweek' op Scholieren.com. Samen met de Sense Infolijn geven we antwoord op al jouw seksvragen.

 


Alles over seks Alles over seks


1. De parafrase

  Het hoofdpersonage van Van de koele meren des doods, Hedwig Marga de Fontayne, heeft haar onbezorgde jeugd doorgebracht in een  rijk milieu in een Hollands provinciedorp. Ze is de jongste uit een gezin van vijf dochters.   
  Als haar moeder tijdens een verblijf in het buitenhuis van de familie sterft aan tyfus, verandert echter alles. Hedwig is dan dertien jaar oud. Ieder  familielid verwerkt het verdriet op zijn of  haar  eigen manier. Hedwig heeft regelmatig huilbuien en bezoekt met grote regelmaat het graf van haar moeder. Haar gedrag wordt echter, vooral door haar oudste zus Hanna, als ziekelijk bestempeld. Hedwigs vader probeert zijn verdriet te verdrinken.
  Een huishoudster moet nu de huishoudelijke taken op zich nemen, maar zij wordt door alle kinderen, en vooral Hedwig, verafschuwd. Vooral haar onechte en gevoelloze gedrag zorgt voor ergernis. Kort na een onenigheid met deze huishoudster die zich ergert aan Hedwigs ontluikende seksualiteit en zinnelijk gedrag, en na een lichamelijke afstraffing voor  deze gevoelens, doet Hedwig haar eerste zelfmoordpoging, maar die mislukt.

  Drie jaar later, wanneer de  familie weer de zomer doorbrengt in hun buitenhuis 'Merwestee', ontmoet Hedwig de weesjongen Johan. In hem vindt Hedwig een zielsverwant, en hun gedrag is meteen natuurlijk en ongedwongen. Johan wordt echter hevig  verliefd op haar, en hoewel Hedwig van de aandacht geniet, houdt ze hem af om hun vriendschap niet te verpesten.
  Jarenlang leeft Hedwig losbandig: ze gaat verschillende oppervlakkige relaties aan, onder andere met haar neef Henri, en met de vele jongens die ze ontmoet op nachtelijke feestjes. Ze verbreekt de relatie met Johan, die naar haar mening teveel vraagt van haar op liefdesgebied.
  Op negentien jarige leeftijd  trouwt Hedwig met de notariszoon Gerard Wijbrands, die ze ontmoet heeft op een studentenfeest in Leiden. Hun huwelijksreis naar Duitsland draait echter op een mislukking uit, vanwege de seksuele geremdheid van Gerard.
   Enigszins gedeprimeerd keert Hedwig terug naar 'Merwestee' om haar gedachten eens goed op een rijtje te zetten. Dit plan mislukt echter volkomen, wanneer ze haar aan drank verslaafde vader aantreft, én als tijdens deze periode Johan een zelfmoordpoging onderneemt en sterft. Hedwig probeert haar depressieve gevoelens te verwerken door voor een baby te gaan zorgen bij het gezin Harmsen, dat in de buurt van Merwestee woont.
   Wanneer ze terugkeert naar Gerard groeit haar afkeer voor zijn lichamelijkheid. Gerard wil zijn vrouw een kind schenken, hoewel hij impotent is, en de koele, berekende manier waarop hij dit wil klaarspelen, zijn een bron van ergernis.
  Hedwig besluit om de rust van de zee op te zoeken om haar gemoederen te bedaren. Hier ontmoet ze de pianist Ritsaart, een oude huisvriend. Hij raakt in haar ban, en ze beginnen een relatie. Via hem leert Hedwig Joob kennen, een cynische, zieke man die Hedwigs sociale klasse veracht, maar haar wel een zekere levenslust kan bijbrengen.
  Hedwig leert in haar relatie met Ritsaart een ander soort liefde kennen, een liefde waarbij het lichamelijke en het geestelijke volmaakt in balans zijn. In feite beschouwt Hedwig Ritsaart nu als haar echtgenote, maar ze begrijpt dat dit verre van de waarheid is. Uiteindelijk kiest ze voor haar huwelijk met Gerard.
  Als Hedwig hem vertelt over haar verhouding met Ritsaart, vraagt Gerard haar, na een ruzie en  een tweede zelfmoordpoging van Hedwig, om hem zo snel mogelijk te verlaten. Hedwig en Ritsaart vertrekken naar Londen, waar ze zich echter al snel onmogelijk maken door hun ongehuwde relatie. Ze verhuizen naar de Engelse zuidkust, waar Hedwig een kind zwanger wordt. Door de afzondering begint haar relatie met Ritsaart al snel barsten te vertonen. Hedwig bevalt van  een dochtertje, dat al na drieëntwintig dagen sterft. In een vlaag van verstandsverbijstering vertrekt Hedwig naar Londen, waar ze wordt overvallen en op de boot naar Calais belandt. Als ze in Parijs aankomt, wordt ze naar een psychiatrische inrichting overgebracht. Ze geneest, maar komt uiteindelijk in nog slechtere omstandigheden terecht: ze begint een relatie met haar  dokter, en raakt verslaafd aan morfine.
  Vanwege haar dure morfineverslaving wordt ze gedwongen in de prostitutie te gaan en een donkere periode breekt voor haar aan. Na een zenuwinzinking belandt ze in een ziekenhuis in Parijs, genaamd 'Saint-Jean', waar zuster Paula haar van haar verslaving afhelpt, en haar verteld over de 'stille wateren', het 'laten afsterven van al het eigene'.
  Eenmaal genezen probeert ze weer in contact te komen met  Gerard, maar hij wil niets meer van haar weten. Ook Ritsaart wil haar niet meer zien en ze keert terug naar Nederland. Hier bezoekt ze Joob, aan  wie ze probeert  duidelijk te maken wat ze zoekt: ze streeft naar de Dood die Leven brengt. Hedwig vindt werk op de hoeve van het gezin  Harmsen. Hier geniet ze als nooit tevoren, hoewel ze vaak met pijn in het hart moet terugdenken aan Ritsaart. Over het algemeen echter voelt ze zich goed, en lijkt ze haar spirituele vrijheid te hebben gevonden.
  Op drieëndertig jarige leeftijd sterft  ze aan een longontsteking, en ze wordt begraven op het kerkhof, waarop ook haar moeder en Johan begraven liggen.

2. Stof, thema en ideeën

Belangrijk in het boek is de godsvruchtigheid van Hedwig. Het is zowel een steun als een bedreiging voor haar. De moraal die echter duidelijk in het boek naar voor komt is het feit dat de mens zich het best kan wapenen tegen diep moreel verval en zware beproevingen met een diep en onvoorwaardelijk geloof in God.
Het godsdienstige aspect  komt al meteen naar voor in de titel van het boek, 'Van de Koele Meren des Doods'. Deze titel verwijst naar een gedeelte uit de bijbel, psalm  23, waarin de frase 'stille wateren  voorkomt:

"Een psalm van David
1.De Heere is mijn herder, Mij zal niets ontbreken. 2. Hij doet mij
nederliggen in grazige weiden. Hij voert mij
zachtjes aan zeer stille wateren. 3. Hij verkwikt mijn ziel; Hij leidt
mij in het spoor der gerechtigheid, en zijns Naams wil. []"


Ook zuster Paula refereert aan deze 'stille wateren' om Hedwig te vertroosting te bieden, om haar ervan te overtuigen dat 'het laten afsterven van het eigene', het vinden van een innerlijke spirituele rust al tijdens het leven  bereikt kan worden. Godsdienst wordt, zeker aan het eind van het  boek, beschouwd als een  belangrijke geestelijke steun die de mens kan redden uit diep moreel verval en zware beproevingen.
  Dit versterven verwijst rechtstreeks naar een  ander belangrijk thema  van het boek, namelijk de  dood. De dood symboliseert voor Hedwig verschillende dingen, zoals de hierboven al genoemde innerlijke verstilling, een vereeuwigen van een volmaakte innerlijke rust. Hedwigs bestaan op aarde wordt door allerlei zaken bemoeilijkt. Haar eerste zelfmoordpoging volgt kort na een scène waarin ze gestraft wordt voor het tonen van haar ontluikende seksuele gevoelens. Tijdens haar miserabele verblijf in Parijs onderneemt ze geen enkele zelfmoordpoging, ook al is dit het moment dat een dergelijke daad  volledig begrijpbaar is. Misschien wordt hier gesuggereerd dat ze niet wil sterven op een moment dat ze op aarde in een chaotische periode is verzeild.
  Ook symboliseert de dood voor haar een vlucht uit de realiteit, weg van het saaie burgerlijke leven.
  Een ander belangrijk thema van het leven is Hedwigs hang naar het hogere´, haar verlangen naar een voller, rijker en volmaakter leven, dat zich op meerdere manieren manifesteert. Allereerst probeert Hedwig deze vervolmaking in de liefde te vinden. Ze geniet met volle teugen van de aandacht van mannelijke aanbidders, maar houdt hen toch allemaal op afstand, vanwege haar vrees te vervallen in een zondig leven. Ook probeert ze een hoger bestaan te vinden in de luxe en deftigheid. Ze past zich makkelijk aan het weelderige leven van haar rijke nichtje, en ze benadert elke vorm van luxe en weelde met een haast religieuze vroomheid.
Nog een belangrijk thema van het boek is de seksualiteit, en vooral de verdrukking van erotische gevoelens in de negentiende eeuwse samenleving. Hedwig zoekt vooral een 'reine' echtgenoot. Haar relatie met Gerard wordt geplaagd door wederzijdse wrijving, en er is een arts voor nodig om beide te vertellen dat hun problemen van erotische aard zijn. Hedwigs wantrouwen voor erotiek is duidelijk beschreven in het boek: ze wordt fysiek gestraft voor haar erotische gevoelens. Bij Gerard ligt het simpelweg aan zijn puriteinse karakter. Bij Ritsaart voelt Hedwig zich beter op haar gemak, want in het  begin van deze relatie gaan platonische en lichamelijke liefde op een harmonieuze manier samen. Als hier na verloop van tijd verandering in komt, loopt ook deze relatie stuk.

3. De tijd

  Het verhaal speelt in de tweede helft van de negentiende eeuw, voornamelijk tussen het dertiende en drieëndertigste levensjaar, de leeftijd waarop ze sterft. De vertelde tijd is dus twintig jaar.
  Het tijdsverloop is voornamelijk chronologisch. Ze is geboren op 18 maart 1856, en  ze sterft in november 1888. Achter in het boek is, als een soort bijlage, een lijst opgenomen met belangrijke data in het leven van Hedwig (wat dit fictieve verhaal toch enigszins een wetenschappelijk karakter meegeeft).
  De verteller hanteert veel tijdssprongen ("de volgende zomer", "na enkele weken"). Ook zijn er vele flashbacks, die verwijzen naar traumatische ervaringen in Hedwigs jeugd.
  Het boek is geschreven in de onvoltooid verleden tijd

4. De ruimte

  De plaatsen waar het verhaal zich afspeelt zijn een Hollandse provinciestad, buitenhuis 'Merwestee' en 'Zonneheuvel', Duitsland, Engeland en  Parijs.
  Hedwig ervaart het huis in de Hollandse provinciestad als saai, en ze spendeert haar tijd liever in het zomerhuis van de familie, 'Merwestee'. Doorheen het hele boek vinden we dergelijke tegenstellingen tussen een stads en een natuurlijk decor. Steeds voelt Hedwig zich in een stadse omgeving onvrij en oncomfortabel, terwijl de natuur haar juist een bevrijd en ontspannen gevoel bezorgt. Wel moet opgemerkt worden dat, telkens wanneer ze in een natuurlijke omgeving  verblijft, haar emoties verhevigd worden. Op Merwestee groeit haar verlangen naar iets onnoembaar groots. Haar amoureuze leven begint zich hier te ontwikkelen.
  Een zelfde  tweedeling zien we ook in de relatie met Ritsaart: de deftige, bekrompen wereld van de Londense high society tegenover de rustige gevoelens die Hedwig ontmoet in het eenzame hutje aan de zee. Ook hier zijn haar emoties heviger: haar gevoelens voor Ritsaart gaan geestelijk dieper, en na haar miskraam valt ze aan een hevige wanhoop ten prooi.
  Nog een ander voorbeeld van deze tegenstelling is het miserabele leven van Hedwig in de Parijse onderwereld en de rust en kalmte van het hospitaal, en later van Harmsens hoeve.

5. Personages

De hoofdpersoon van het verhaal is Hedwig Marga de Fontayne, een knap en levendig meisje dat overgevoelig is voor droefheid en naargeestigheid, en dat later manisch-depressief wordt en pogingen tot zelfmoord onderneemt. Ze is zowel 'zinnelijk' als religieus, wat zorgt voor allerlei innerlijke spanningen. Ze is een  round character.
Hedwigs moeder is een verstandige vrouw die veel van Hedwig en haar andere kinderen houdt, maar die plotseling sterft als Hedwig  dertien jaar oud is.
Hedwigs vader is een goede man,  die na de dood van zijn vrouw in elkaar stort en niet meer voor de kinderen kan zorgen.
De huishoudster moet na de dood van Hedwigs moeder de zorg over het huishouden op zich nemen. Vanwege haar harde en schijnheilige karakter hebben alle kinderen een hekel aan haar.
Johan, een weesjongen, die verliefd wordt op Hedwig, en uiteindelijk door deze onbeantwoorde liefde  zelfmoord pleegt. Hij is een fijngevoelige jongen uit de lagere stand.
Gerard Wijbrands, een notariszoon, met een afkeer voor zinnelijkheid, en met  wie Hedwig op haar  negentiende trouwt. Als gevolg van vervelende jeugdervaringen is hij impotent geworden.
Ritsaart is een zeer getalenteerd pianist, en een zeer zinnelijke man. Met hem vertrekt ze naar Engeland na haar mislukte relatie met Gerard.
Paula, een zuster die haar psychisch heel erg  steunt als ze in het Saint Jeanziekenhuis ligt.
  Joob is de invalide en sarcastische dichter, die  Hedwig via Ritsaart leert kennen. Hij is een soort sleutelfiguur: door hem krijgt de lezer een andere kijk op Hedwig, en hij verwoordt de sociale problematiek die impliciet in de roman aanwezig is. Ook bevestigt hij Paula´s ideeën over de zegenende werking van het lijden, en hij sterkt daarmee Hedwigs verlangen naar de door Paula genoemde 'stille wateren'.

6. Vertelperspectief.

  Er  is sprake van een auctoriale verteller, die in het begin van het verhaal naar zichzelf verwijst met "ik" ('Haar naam heet ik Hedwig Marga de Fontayne'). Deze alwetende verteller vertelt het verhaal met voorkennis: hij weet wat er zal gebeuren, en vertelt expliciet of impliciet waarom bepaalde personages handelen zoals ze doen. Vooral Hedwigs gevoelens worden vaak aan de lezer overgedragen, waarbij het lijkt of de auctoriale verteller op een afstand blijft. De lezer kan hierdoor het idee krijgen dat deze gedachten ook daadwerkelijk van Hedwig zijn. Ook geeft hij regelmatig commentaar op de gebeurtenissen.
  Een heel andere toon, en een onderbreking in het verhaal dat de auctoriale verteller verteld, vinden we in de dagboeknotities en briefjes van Hedwig, en de getrouw weergegeven uitingen van Joob.

7. Motieven

Belangrijke motieven zijn de 'stille wateren', die in het boek op verschillende manieren aan bod komen. Zo zijn er de bijbelse 'stille wateren', waarover zuster Paula haar vertelt, en die symbool staan voor een volmaakte gemoedsrust. Ook is er de vermelding van een 'stil water' in één van Hedwigs vroege jeugddromen. Hierin droomt ze over een jongen bij een  meer die haar om het leven moet brengen. Als zij wakker wordt,  voelt ze een enorm lustgevoel, dat zij zich als een soort erotische mystieke ervaring nog lang zal herinneren.
Opvallend in dit verband is dat 'niet zo stille wateren' haar emotioneel hevig verstoren. Zo brengt ze twee maal een bepaalde periode door aan de Nederlandse en Engelse kust, gelegen aan de woeste Noordzee. Tijdens beide periodes voelt zij zich verre van rustig:  aan de Nederlandse kust worstelt ze nog  heviger met haar amoureuze gevoelens voor Gerard, en aan de Engelse kust verliest ze na haar miskraam alle controle over haar geest.
Hedwigs streven naar een hogere vorm van bestaan wordt niet enkel geïllustreerd door religieuze gevoelens. Ook haar hang naar luxe en comfort ervaart ze als een belangrijke bron van geestesrust. Een belangrijk symbool hiervoor is het marmeren hart, dat zich bevindt in de gang van het ouderlijke huis. Elke keer als zij dit hart ziet, gaat dit gepaard met vrome en verheven emoties. Deze hogere gevoelens bundelt ze zelf met de naam 'hartsgevoel'. Dit gevoel bewijst voor haar het bestaan van een hogere wereld, waarnaar ze haar hele leven op zoek zal zijn. Een zelfde gevoel ervaart ze tijdens de logeerpartijtjes bij haar rijke nichtje, bij de 'weelde' van haar vele mannelijke aanbidsters, en bij de rijkdom en rust die de natuur haar brengt.
Het thema van de seksualiteit wordt op vele manieren geïllustreerd in Van de koele meren des doods. Allereerst komen de ontluikende seksuele gevoelens van Hedwig aan bod. Ze droomt over erotiek en masturbeert. Nadat ze gestraft  is voor deze gevoelens, bouwt ze een complexe haat-liefde verhouding met de fysieke liefde op, die al haar relaties zal aantasten. Bij Johan, Henri (haar rijke neef) en Ritsaart wordt ze afgeschrikt door hun erotische toenaderingen en de liefdesrelatie van Gerard en Hedwig mislukt juist door een gebrek aan erotiek.
Een belangrijk symbool voor de erotische liefde in dit boek is de muziek. Dit is duidelijk in het geval van Ritsaart, wiens pianoklanken Hedwig in zijn ban brengen. Ook valt te denken aan de muziek die te horen is op Hedwigs vele nachtelijke feestjes en uitstapjes, die ze in haar jeugd onderneemt, en waarop ze met een groot aantal jongens flirt.
De dood is erg aanwezig in Van de koele meren des doods. Hedwigs eerste concrete kennismaking met de dood is het overlijden van haar moeder aan tyfus, de ziekte waar ook zij aan leed. In tegenstelling tot haar moeder overleefde zij deze ziekte wel. Hedwig is kapot van dit overlijden, en ze is vaak te vinden op het kerkhof in vreselijke huilbuien.
Voor deze tragische gebeurtenis had Hedwig echter al een 'erotische' droom, waarin een jongen haar om het leven moet brengen. Hierdoor ontstaat een associatie tussen dood en genot die vaker opduikt: wanneer haar moeder sterft, is het eerste wat ze ervaart een gevoel van blijheid, omdat haar moeder nu bij God is. Zelf verlangt ze ook vaak naar de rust die de dood haar zal brengen.
Deze associatie tussen dood en (seksueel) genot wordt nog versterkt door een traumatische gebeurtenis uit haar jeugd: op aanraden van een arts wordt ze gestraft voor haar 'zinnelijkheid'. Na deze lichamelijke tuchtiging hoort ze de woorden: "Je zult nooit meer kinderen kunnen krijgen." Deze woorden scherpen haar wantrouwen tegenover de lichamelijke liefde, en maken haar bijna krankzinnig als ze later inderdaad een miskraam krijgt.
De dood van haar moeder vormt als het ware ook de dood van haar onbezorgde jeugd: een strenge, koele huishoudster trekt nu bij hen in, en haar vader raakt verslaafd aan de drank.
Haar eigen doodverlangens resulteren in een aantal zelfmoordpogingen, waarvan er geen enkele lukt. Wel veroorzaakt ze zelf in zekere zin de dood van Johan, die niet kon leven met zijn onbeantwoorde liefde voor Hedwig.
De figuur van Joob en religieuze gevoelens proberen deze sterke aanwezigheid van de dood enigszins te balanceren: Joob door zijn licht cynische, maar realistische kijk op het leven én de filosofische ideeën die hij aanhangt en verkondigt; de religie zal Hedwig uiteindelijk leiden naar het geestelijke leven waarnaar ze lange tijd heeft verlangd.

8. Schrijftrant.

Van de koele meren des doods wordt gekenmerkt door een zeer sober, bijna klinisch, wetenschappelijk proza. Het gebruik van een dergelijke stijl valt te verklaren uit het beroep dat Van Eeden uitoefende: hij was namelijk arts.
Van Eeden gebruikt een voor de moderne lezer ietwat moeilijk te lezen archaïstische stijl. Opvallend is een groot aantal germanismen. Er is weinig dialoog, echter wel in de zeer belangrijke passages, zoals de sleutelpassage waarin het gesprek tussen zuster Paula en Hedwig beschreven wordt.

9. Synthese.

Van de koele meren des doods is te beschouwen als een naturalistische roman. Voor de naturalisten was het determinisme (De mens wordt bepaald door allerlei genetische en sociale factoren, waar hij niet onderuit kan komen) erg belangrijk, en het speelt ook in dit boek een niet onaanzienlijke rol. De nadelige invloeden van erfelijkheid (Hedwigs uitheemse ouders), en vooral het milieu waarin ze opgroeit (het lege, bedorven en doodsaaie burgerleven) lopen als een rode draad door Hedwigs ontwikkeling.
  In tegenstelling tot deze typische naturalistische ingesteldheid staat de grote rol die er in dit boek voor religie is weggelegd. Hedwigs geloof in God blijkt  uiteindelijk sterk genoeg te zijn om de ellendige omstandigheden waarin ze terecht is gekomen het hoofd te bieden. In dit boek overwint de godsdienst dus uiteindelijk het naturalistische pessimisme.
Het boek is ook duidelijk een Bildungsroman: Hedwigs leven wordt als het ware stap voor stap overlopen, en we zien haar opgroeien van een klein, naïef meisje, via allerlei existentiële problemen, tot een vrome godvrezende vrouw, die na een lange periode van zware beproevingen uiteindelijk de stille wateren vindt waarover haar is verteld, en waarnaar ze hevig verlangde.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

Ik ben van mening dat dit boekverslag uitmuntend is geschreven. Het taalgebruik is zo prachtig, en degene die het heeft geschreven, heeft een woordenschat waar ik hem om benijd. Hij beschrijft ook ontzettend goed de gevoelens en gedachtes die ik had terwijl ik het boek aan het lezen was. Ook heeft hij erg goede verbanden gelegd tussen verschillende gebeurtenissen en motieven, waardoor ik sommige dingen beter ben gaan begrijpen. Een zeer duidelijk verslag, een goede samenvatting, die zeker niet te uitgebreid is, maar waar alle belangrijke dingen toch heel goed in staan beschreven en een goede mening. Ik denk dat ik ontzettend veel aan het verslag zal hebben!!!!

17 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast