ADVERTENTIE
Is jouw geschiedenisleraar de allerbeste?

Geef hem of haar dan op voor de titel Geschiedenisleraar van het jaar van het Rijksmuseum. De deadline voor aanmeldingen is 31 maart 2020.

Geef je leraar op!

A Praktische gegevens



1. Bibliografische gegevens

(1) De titel van het boek is “Van de koele meren des Doods” en het is geschreven door Frederik van Eeden.

(2) Uitgegeven door Em. Querido’s Uitgeverij B.V. Amsterdam.

(3) De eerste druk was in 1900.

(4) Deze druk is van 1983.

(5) Het verhaal heeft 307 bladzijden.

(6) Het boek is een psychologische roman. Haar geestelijke toestand maakt

tijdens haar leven verschillende ontwikkelingen mee. Ze zoekt haar hele



leven naar rust, denkend dat het volmaakte dat haar zal geven, maar vindt het

uiteindelijke in het onvolmaakte. Ze denkt dat ze rust zal vinden in de dood

maar vindt het uiteindelijk in het leven. Ze leeft voor de volmaaktheid van

God, en voor haar eigen onvolmaaktheid. Dan heeft ze eindelijk haar koele meren gevonden.

(7) Het boek bestaat uit 32 hoofdstukken, die aangeduid zijn met Romeinse

cijfers.

(8) Er is een voorwoord, maar alleen bij de tweede druk. Frederik van Eeden legt uit dat het niet bedoelt is als een psychologische roman, maar dat het dat wel is geworden.

(9) 2003-12-29



2. Titelverklaring



De titel wijst naar het verlangen van Hedwig naar de dood. Ze zoekt haar hele leven naar rust en stilte, denkend dat het volmaakte dat haar zal geven. Maar dat lukt haar niet, want niemand is volmaakt. Iets moois wordt steeds weer aangetast door twijfel en naargeestigheid. Daardoor heeft ze een groot verlangen naar de dood. Ze denkt dat de dood haar zal voeren langs stille wateren, langs grote, koele meren, die haar zullen troosten, zoals een moeder troost. Maar uiteindelijk vindt ze haar koele meren niet in de dood maar in het leven. Ze vindt het niet in het volmaakte maar in het onvolmaakte. Ze heeft geleerd dat het streven naar perfectie eigenlijk heel hoogmoedig is, niemand is perfect, behalve God. Ze leeft voor de volmaaktheid van God en voor de onvolmaaktheid van zichzelf. Ze heeft haar koele meren gevonden.



Het Motto: 'De Geschiedenis van een vrouw. Hoe zij zocht de koele meren des Doods, waar verlossing is en hoe zij die vond.'

Dit sluit aan bij de titel: zij zoekt rust, haar hele leven en aan het eind heeft ze dat gevonden.



3. Tijd in de geschiedenis



Het verhaal gaat over het leven van Hedwig Marga de Fontayne. Ze wordt op 18 maart 1856 geboren en sterft in November 1888. In deze tijd speelt het verhaal zich af, al begint het niet met de geboorte van Hedwig maar wanneer ze ongeveer 8 jaar is, een kind.

Je kunt het merken dat het in die tijd afspeelt aan de kleding die de mensen dragen, aan de koetsen en rijtuigen waarmee zij zich vervoeren, en aan de normen en waarden van de personen.



4. Tijdsduur



Het leven van Hedwig wordt beschreven. Het begint wanneer ze ongeveer 10 jaar oud is, en eindigt wanneer ze sterft op 32 jarige leeftijd. De beschreven tijd is dus ongeveer 22 jaar. Al worden sommige jaren vluchtiger beschreven dan andere. De vertelde tijd is 32 jaar, maar het boek gaat vooral over 1869 tot en met 1881.



5. Ruimte



De belangrijkste gebeurtenissen spelen zich af in Nederland, Engeland en

Frankrijk. Hedwig heeft op vele plaatsen gewoond en die hebben een grote indruk achtergelaten op Hedwig en zijn van invloed geweest op haar leven.



Belangrijkste plaatsen in Nederland: het ouderlijke huis, het buitenhuis Merwestee en de omgeving, Zonheuvel, het huis van haar echtgenoot Gerard, het hotel aan zee, de kamer van Joop, en Harmsens hoeve.



Ze groeit op in Nederland, in het ouderlijk huis. Het is een belangenruimte want het heeft verband tussen de gevoelens en gedachten van de hoofdpersoon. Het is een groot huis, het straalt warmte uit en er is veel liefde in het gezin dat er leeft. Er is harmonie en veiligheid. Maar voor Hedwig brengt het saaiheid over haar leven, een naargeestig gevoel. Niet op de momenten zelf, maar wanneer ze er later aan terugdenkt. Een waas van naargeestigheid kleeft aan alles wat met het huis te maken heeft. Ook is er in het huis een groot marmeren hart, waar ze als kind diepe gevoelens voor heeft, het is als een mooi geheim voor haar. Later erkent ze het als iets naïefs en niet echt.



Ook het buitenhuis Merwestee is een belangenruimte. Als kind heeft Hedwigs leven twee vormen. Wanneer ze in Merwestee is, is ze gelukkig. Het zomerleven brengt haar een machtige en diepe ommekeer. Ze heeft alles lief. Het is een oud en deftig huis, door zware essen en kastanjes omringd, met stallen en schuren en met zonnige, bloemrijke tuinen en moestuinen. Omringd door landelijke stilte en eenzaamheid. Het ligt aan de oever van een breed meer, waar ze vaak gaat wandelen met haar zielsvriendje Johan. Sommige aanblikken van de natuur daar kunnen haar zeer gelukkig maken.



Zonheuvel is het huis van haar nicht, daar wordt ze twee keer uitgenodigd. Het maakt een grote indruk op haar, rijkdom en voornaamheid spelen een belangrijke rol. De eerste keer dat ze er verblijft, ervaart ze het als het pure geluk, ze probeert net zo´n voornaam en rein te zijn als de andere gasten. Ze vindt het volmaakt. Maar de tweede keer wordt ze bewust van het feit dat ook de reine en rijke mensen hun behoeftes hebben en dat hun volmaaktheid maar schijn is. Dit brengt haar weer ongelukkige gevoelens.



Wanneer ze getrouwd is met Gerard, gaan ze in een redelijk groot en rijk huis wonen. Ze hebben luxe meubels en versiering, en veel personeel. Maar het leven daar brengt haar geen rust en geluk. Ze verveelt haar. Een vorm van saaiheid werpt een schaduw over de dagen. Elke dag is hetzelfde. Ze begint zich te ergeren aan alle kleine dingen die zich elke dag weer op dezelfde manier herhalen.



Het hotel aan zee is ook een belangenruimte. Ze verblijft daar voor een paar maanden. Het uitzicht op zee maakt haar gedachten vrij en het kale hotelgebouw waarin altijd alles klappert en slaat van de wind, het overal stuivende zand, is mooi en bekorend in herinnering. Het wordt later door haar herinnerd met een groot gevoel van geluk. En daar ontmoet ze ook Ritsert.



In de kamer van Joop heeft ze diepzinnige gesprekken met hem. Hij leeft in een eenvoudige kamer, waar het niet zo schoon is. Hij probeert haar te leren dat geluk niet zit in rijkdom en aanzien, maar dat het ook in armoede en in het onvolmaakte kan zitten. Dat een arme slaaf in armoedige omgeving heel intens kan leven. Want lijden betekent leven.



In Harmsens hoeve zorgt ze voor de mensen daar. Ze gaat daar heen wanneer haar kijk op het leven is veranderd. Het is er eenvoudig en heel anders dan ze is gewend. Geen rijkdom maar armoede en eenvoud. Toch leeft ze het laatste van haar leven daar meer intenser en met meer tevredenheid dan ze haar hele leven heeft gedaan.



Belangrijke plaatsen in Engeland: het kasteel waar ze tijdelijk logeren en het huisje aan de kust.



Met Ritsert vlucht ze naar Londen. Ze heeft Gerard verlaten en is nu ‘getrouwd’ met Ritsert. Ze zijn te gast bij zeer rijke en voorname mensen. Het is een mooi, rijk en versierd kasteel, met enorme ruimtes en het duurste eten. Een paar weken lang leeft Hedwig dit voorname en weelderige leven met veel genoegen, maar later beseft ze de ellende die eraan kleeft. Achter deze rijkdom zit veel ellende en armoede, een prijs die door de armen van het land wordt betaald.



Wanneer ze worden weggestuurd verblijven ze in een huisje aan zee. Daar leven ze enige weken in meer vrede dan eerst. Het ligt aan een inham van de zee. Er zijn veel bloemen in de omgeving. Ze is eerst gelukkig: door de zee, de heerlijke sfeer, het vrije leven en doordat ze weet dat ze moeder gaat worden.



Belangrijke plaatsen in Frankrijk: het ziekenhuis voor krankzinnigen, en Parijs.



Ze wordt gekweld door psychosen wanneer ze aankomt in Parijs. Haar dochtertje is dood, en mede daardoor heeft ze waanbeelden gekregen. Ze wordt opgevangen in het grote ziekenhuis, de Salpétrière. In het begin zit ze daar voor zes weken, naakt in een kale cel, want ze schreeuwt aan één stuk door en ze ziet allemaal dingen die er niet zijn. Wanneer ze na een lange tijd kalmer wordt, komt ze op een rustiger afdeling terecht. De dokter die haar behandelt neemt haar daarna mee naar zijn huis, waar ze een kleine tijd verblijft. Wanneer ze geen relatie met de man wil, stuurt hij haar naar een klein kamertje, waar ook werk voor haar is.



Maar ze raakt verslaafd aan de morfine, en ze moet steeds vaker rondkomen van de prostitutie. Ze komt uiteindelijk terecht in het ziekenhuis Saint-Jean. Daar wordt ze van haar verslaving afgeholpen door de hulp van zuster Paula. Die helpt haar weer te geloven in haarzelf en verandert haar kijk op het leven voorgoed. Ze leert haar eigen onvolmaaktheid te accepteren en te leven voor de volmaaktheid van God.



6. Hoofdpersonen



De belangrijkste personen zijn: Hedwig Marga de Fontayne, Johan, Gerard Wijbrands, Ritsert, Joob en Paula.



De belangrijkste bijpersonen zijn: moeder, vader, de huishoudster, Leonara.



Hedwig: Ze is de hoofdpersoon van het verhaal. Ze is een round character want je weet meerdere karaktereigenschappen van haar.



Het is een zeer gevoelig en gecompliceerd persoontje. Ze is naïef, kinderlijk en egocentrisch. Ze is zinnelijk en religieus. Haar leven is zeer onrustig, ze streeft naar rust en stilte, naar volmaaktheid. Het is voor haar alles of niets. Ze wordt gekweld door veel gecompliceerde gedachten en gevoelens. Ze kan zich erg gelukkig voelen door iets wat ze ziet of meemaakt, iets dat volmaakt lijkt. Maar zoiets kan heel snel veranderen in iets lelijks, iets slechts en dan kan ze niet begrijpen dat ze het ooit mooi heeft kunnen vinden. Haar gedachten over een bepaalde gebeurtenis kunnen zeer snel veranderen en daardoor verandert ook steeds haar gemoedstoestand. Het ene moment is ze levendig en vrolijk, en het andere moment neerslachtig en wordt ze geplaagd door naargeestige gedachten en gevoelens.



Ze wordt heen en weer geslingerd tussen haar hoge verwachtingen en de werkelijkheid, waarin niets van haar dromen waar wordt. Ze leeft voor de herinneringen die haar een gelukkig gevoel geven, maar ook die worden steeds aangetast door naargeestige gevoelens.



De dood ziet ze als iets begeerlijks. Als iets dat haar de rust en stilte zal geven wat ze in haar leven niet kan vinden. Want telkens als ze denkt de volmaaktheid en geluk te hebben gevonden, wordt ze weer teleurgesteld. Ze hecht daardoor weinig waarde aan haar leven en probeert dan ook tot twee keer toe zelfmoord te plegen.



In het voorwoord zegt Van Eeden: Wel is zij, door uiterst fijne en edele bewerktuiging, veel meer aan schadelijke invloeden blootgesteld dan de gemiddelde, grove mens. Volgens Joob is ze een onbedorven (rein) mens uit een bedorven milieu, en is ze daarom zo vaak depressief.



Steeds als ze denkt dat ze het geluk heeft gevonden, wordt ze weer teleurgesteld. Wanneer ze met Ritsert leeft, wordt ze geplaagd door psychosen. Ze krijgt een dochtertje, maar wanneer dat niet levensvatbaar is, wil ze dat niet onder ogen zien. Ze krijgt waandenkbeelden en begint te hallucineren. Later geneest ze daar van, maar vanaf dan gaat het steeds slechter met haar. Ze kan geen verleiding weerstaan, ze is erg onstabiel. Ze raakt verslaafd aan de morfine, en moet rondkomen van de prostitutie.



Haar karakter en geestelijke toestand verandert door de steun van zuster Paula. Ze verandert haar kijk op het leven voorgoed. Ze leert haar dat de koele meren ook in het leven zijn te bereiken. Ze vindt haar rust niet in de volmaaktheid maar in de onvolmaaktheid, in de acceptatie daarvan. Haar hele leven staat in het teken van voornaamheid, reinheid en rijkdom, en daarmee de hoop op volmaaktheid, op rust. Maar hoe rijk en voornaam iemand ook is, perfect is het nooit. Ze leert dat het streven naar perfectie eigenlijk heel hoogmoedig is, want niemand is perfect, behalve God. Ze moet op God vertrouwen en geduld hebben. Door te lijden kan ze een weg uit haar zonden vinden en daardoor leert ze intenser te leven. Ze leeft voor de volmaaktheid van God maar voor de onvolmaaktheid van zichzelf. Ze heeft haar koele meren gevonden, niet in de dood maar in het leven.



Ze is een mooi meisje, dat over een groot sex-appeal beschikt. Ze trekt daardoor veel jongens, en later mannen aan. Ook vindt ze het moeilijk om de verleiding van het verleiden te weerstaan.



Johan: Johan is een flat character want je weet maar enkele karakter eigenschappen van hem. Hij is een wees.



Hij is een vriend van Hedwig in haar jeugdjaren. Het is een zeer fijngevoelige jongen. Ze hebben diepe gesprekken, en ze begrijpen elkaar door en door. Johan raakt verliefd op haar, maar dat is niet wederzijds. Want Hedwig ziet hem als haar beste vriend, haar zielsvriendje, maar niet meer dan dat. Wanneer ze is getrouwd met Gerard, pleegt Johan zelfmoord en geeft haar de schuld.



Gerard Wijbrands: Gerard is ook een flat character.



Hij is de echtgenoot van Hedwig. Hij streeft naar reinheid en vermijdt al het zinnelijke. Hij ziet haar als iets wat boven hem staat, als een engel. Hij ziet in haar de ware zielsverbondene, iemand die net zo rein is als hijzelf. Hij houdt enorm veel van haar, maar door zijn drang om alles in het reine te willen doen, verliest hij haar. Ze hebben een relatie die gebaseerd is op geestelijke liefde. Hedwig voelt zich fysiek wel tot hem aangetrokken, maar door een nare jeugd is hij impotent geworden en kan hij haar lichamelijke verlangen niet beantwoorden. Ook wil ze heel graag een kindje, maar dat kan hij hierdoor ook niet geven. Hij verliest haar aan een man die haar verlangen wél kan bevredigen. Wanneer ze met Ritsert vertrekt, wil hij haar nooit meer zien.



Ritsert: Ritsert is ook een flat character. Hij is de geliefde van Hedwig, na het huwelijk met Gerard.

Hij is een beroemd pianospeler, en hij ontmoet Hedwig wanneer zij hem voor het eerst hoort spelen. Het is een ware tegenpool van Gerard. Ze hebben beiden een totaal ander leven en kunnen elkaar in eerste instantie dus niet uitstaan. Ritsert vindt de rijke mensen in Nederland maar bekrompen, en hij leidt in de ogen van Gerard een zeer zinnelijk leven. Hij leeft een wild leven, hij kan zonder problemen in armoede en eenvoud leven, maar wanneer hij voor zijn werk op reis is, leeft hij verkwistend. Ritsert kan wél de lichamelijke liefde aan Hedwig geven, en haar verlangen beantwoorden. Ritsert houdt veel van Hedwig maar kan zich niet geven op de manier die van hem wordt geëist. Hij moet ook zijn eigen weg kunnen gaan, maar Hedwig geeft hem daarvoor niet de ruimte. Wanneer hij later niet meer met Hedwig leeft, blijft hij van haar houden. Hij is nooit meer een andere relatie met een vrouw aangegaan.

Joob: Het is een flat character. Hij is een vriend van Ritsert en hij lijdt aan een geslachtsziekte.



Hedwig heeft vele diepe gesprekken met Joob. Hij spreekt grof en ruw en heeft sociale idealen. Hij heeft een hele andere visie op Hedwig dan zijzelf, behandelt de sociale problematiek. Maar bovenal vertelt hij Hedwig dat zij door schuld, straf en lijden een weg uit haar zonden kan vinden. Dat je daardoor intenser leeft.



Hij overlijdt twee jaar nadat Hedwig terug is in Nederland.



Paula: Zij is ook een flat character. Ze is de zuster die haar mentaal steunt en haar van haar verslaving afhelpt.



Ze verandert de kijk op het leven van Hedwig, en dat zorgt ervoor dat het hele leven van Hedwig onomkeerbaar verandert. Wanneer Hedwig in het ziekenhuis ligt, is Paula een grote mentale steun voor haar. Ze leert haar bijbelse spreuken en legt haar de zin van het bestaan uit. Ze leert haar dat ze niet meer hoeft te streven naar volmaaktheid maar dat ze moet leven voor de volmaaktheid van God. Zij vertelt Hedwig dat streven naar perfectie eigenlijk heel hoogmoedig is, niemand is immers perfect, behalve God.



Bijpersonen:



Charlotte: Dit is haar dochtertje dat ze verliest wanneer ze nog maar een maand oud is. Ritsaart is de vader, maar die heeft haar nooit gezien.



Moeder: Hedwig herinnerde haar als een zeer liefdevol, zuiver en rein persoon. Ze was wat loom en dromerig, maar fijn en feeënachtig. In de ogen van haar man was zij volkomen goed en schoon. Zij zorgt voor rust en harmonie in het huis, dat alles verloopt zoals het zou moeten gaan. Wanneer zij overlijdt aan tyfus, gaat het snel minder met de vader van Hedwig.



Vader: Hedwig ziet haar vader als een zeer goed man, met een sterk besef van plicht en recht. Het geloof was erg belangrijk voor hem, en zonder zijn vrouw voelde hij zich radeloos en neerslachtig. Wanneer zijn vrouw overlijdt, raakt hij aan de drank en kan niet meer voor zijn kinderen zorgen. Hij overlijdt wanneer Hedwig volwassen is.



De huishoudster: Deze vrouw wordt ingehuurd om de zorg van de kinderen op zich te nemen. Maar vanwege haar harde en schijnheilige karakter hebben alle kinderen een hekel aan haar.



Leonara: Als kinderen waren ze goede vriendinnen. Maar wel op

oppervlakkig vlak, ze praatte niet over gevoelens. Wanneer ze volwassen zijn,

verminderd deze vriendschap totdat ze elkaar nooit meer zien.



Broer Aernout is de jongste broer en voor Hedwig de liefste van al haar andere broers en zussen. Hedwig speelt in haar jeugd veel met hem en gaat later altijd naar feesten met hem. Broer Frank is de oudste broer. Hij gaat later over zee. Verder wordt er niet veel over hem verteld.

Oudste zus Hanna. Zij treitert Hedwig altijd op de momenten wanneer Hedwig het al moeilijk genoeg heeft. Later wordt ze zenuwlijdend en gaat ze naar allemaal instituten, totdat ze er één ontmoet waar ze in huis mag wonen.



B Vertelwijze



1. Perspectief



Er is gebruikt gemaakt van een auctorieel perspectief. Je krijgt inzicht in de gedachten en gevoelens van verschillende personen. Vooral Hedwig haar gedachten worden uitvoerig beschreven, maar ook die van de andere personen die belangrijk waren in het leven van Hedwig, zoals Johan. De auctoriale verteller verwijst in het begin van het verhaal naar zichzelf met ‘’ik’’ (‘Haar naam heet ik Hedwig Marga de Fontayne’). Waarschijnlijk is zijzelf de alwetende verteller, die achteraf haar leven vertelt. Dat komt niet helemaal duidelijk naar voren, omdat dat niet echt mogelijk is. (ze is dood) Deze alwetende verteller vertelt het verhaal met voorkennis: hij weet wat er zal gebeuren, en legt ook de reden uit van het bepaalde gedrag van sommige personen. Doordat Hedwig haar gevoelens en gedachten veel in het boek voorkomen, lijkt het alsof de auctoriale verteller op een afstand blijft. De lezer kan hierdoor het idee krijgen dat deze gedachten ook werkelijk van Hedwig zijn. Ook geeft hij regelmatig commentaar op de gebeurtenissen.

Een heel andere toon, en een onderbreking in het verhaal dat de auctoriale verteller verteld, vinden we in de dagboeknotities en briefjes van Hedwig.



Invarend onder het geboomte, in de koel-donkere loof-schaduw-grot waar het boothuis stond, lichtte het door Johans ziel dat hij iets groots, iets heel zaligs verwachtte dat nog gebeuren moest. Het werd hem duidelijk dat hij met dit alles iets beoogd had, en ook dat hij geslaagd was, en nu recht had op zijn loon. (…) Toen was Hedwig niet verrast, noch enigszins verlegen. Maar zij overdacht snel en kalm , met een helder zelf-waarnemen: ´Dit is het heerlijke, waarvan je leest, nu gaat het heerlijkste gebeuren.’ En zij vond het bijkans vreemd, dat alles zo licht, zonder veel pijn en moeite zou zijn.



2. Taalgebruik

- Oud Nederlands en daardoor vrij moeilijk.

- Beetje ‘deftige’ woorden, niet alledaags. Veelvuldig gebruik van tegenwoordige deelwoorden en verouderde woorden als ‘bevesten’, ‘denking’, ‘daadvaardigheid’.

- Veel beschrijving van omgeving, gedachten en gevoelens.

- Plechtige en archaïserende stijl. Dat is om de afstand van de verteller te behouden.

- Veel woorden met het achtervoegsel –lijk, zoals bitterlijk, deemoediglijk, ernstiglijk.

- De normaalste zaken worden op een omslachtige manier beschreven. Bijvoorbeeld: ongesteldheid wordt beschreven als ‘de tijdmatige veranderingen haars lichaams.’



Midden in de inzinking van de gloor haars levens kwam deze tijd, gedurende vijf weken, als een verheffing, verheldering en redding. Schoon haar gemoed niets vond om bizonder lief te hebben, werd haar wezen verwarmd en opgetild, en vond zij zelfvertrouwen, hoop en lust tot goed zijn terug.



3. Beschrijving van personen en ruimte

De schrijfster besteedt heel veel aandacht aan de beschrijving van de omgeving, details, personen en de gevoelens van de hoofdpersoon. Het is een psychologisch boek, de geestelijke toestand van Hedwig maakt grote ontwikkelingen mee, en dat wordt ook beschreven. Op die manier kun je haar gedachten en gevoelens beter begrijpen en het geeft je het gevoel dat je er zelf bij bent. Hedwig haar gevoelens hebben een groot verband met de omgeving en personen, en daarom is het belangrijk dat ze uitgebreid omschreven worden.



C Thematische aspecten



1. Motieven



Psyche: Hedwig is een zeer gecompliceerd persoontje. Haar leven is zeer onrustig, ze streeft naar rust en stilte, naar volmaaktheid. Het is voor haar alles of niets. Ze wordt daardoor vaak teleurgesteld, want pure volmaaktheid vindt ze niet. Ze kan zich erg gelukkig voelen door iets wat ze ziet of meemaakt, iets dat volmaakt lijkt. Maar zoiets kan heel snel veranderen in iets lelijks, iets slechts en dan kan ze niet begrijpen dat ze het ooit mooi heeft kunnen vinden. Haar gedachten over een bepaalde gebeurtenis of persoon kunnen zeer snel veranderen en daardoor verandert ook steeds haar gemoedstoestand. Het ene moment is ze levendig en vrolijk, en het andere moment neerslachtig en wordt ze geplaagd door naargeestige gedachten, gevoelens en twijfels.



Dood: Wanneer ze nog maar een jong meisje is, overlijdt haar moeder aan tyfus. Haar moeder was altijd een harmonieuze middelpunt van de familie, en zorgde voor rust en veiligheid. Ook in haar verdere leven krijgt ze te maken met de dood. Het zusje van Johan overlijdt aan een ziekte. Ze maakt dat moment van dichtbij mee, en ze is er erg mee bezig. Johan pleegt zelfmoord wanneer ze is getrouwd met Gerard. Haar vader overlijdt als een oude man, en als alcoholist. Zelf doet ze twee keer poging tot zelfmoord maar ze overlijdt wanneer ze 31 jaar is, door een longontsteking.



Seksualiteit: Als jong meisje komt ze voor het eerst in contact met seksualiteit. Ze heeft een grote aantrekkingskracht op jongens, en dat heeft ze heel goed in de gaten. Ze kust en omhelst een enkele keer met haar vriendje Johan, maar ze verlangt niet naar hem op die manier. Ze beschouwt seksualiteit op dezelfde manier als Gerard, als iets zinnelijks en onrein. Er is tussen hen alleen geestelijke liefde, lichamelijk liefde zou hun reine liefde aantasten. Maar het verlangen is er wel bij Hedwig, en Ritsaart weet dat verlangen te bevredigen. Met hem bedrijft ze voor het eerst de liefde. Ook speelt seksualiteit een grote rol in haar leven wanneer ze in Parijs zit. Ze leeft als een prostituee om rond te komen.



Sociale verschillen: Ze komt uit een welvarende familie. Het huis is groot en ze hebben genoeg om goed van te leven. Ze hebben ook een zomerhuis in Merwestee, waar ze elke zomer heen gaan. Maar echt voornaam, en van hoge klasse zijn ze niet. Ze verschilt wel veel met Johan, een arme wees van lagere stand. Ondanks dat is er wel een grote verbondenheid, op geestelijk vlak. Maar wanneer ze zich verkeert onder de rijke en voorname mensen, voelt ze zich gelukkig. Maar dat is niet voor lang, want twijfels en naargeestige gevoelens tasten het gelukgevoel aan. Want hoe rijk ze ook zijn, perfect zijn ze niet. Ze leert dat geluk niets te maken heeft met sociale stand, maar dat zelfs het armoedigste slaafje intenser kan leven dan iemand die leeft als een koning.



Religie: God speelt een belangrijke rol in het leven van Hedwig. Ze probeert vroom te zijn, en geen slechte dingen te doen. Ze denkt dat God wil dat ze zo weinig mogelijk toegeeft aan haar verlangens. Ze leert van Paula dat dat niet hoeft, maar dat ze haar eigen onvolmaaktheid moet accepteren. En daarbij zitten ook haar verlangens en gebreken. God alleen is volmaakt, en daar moet ze voor leven. Toen ze dat nog niet wist, was God iets vaags voor haar. Ze wist niet goed wie hij was en waar ze hem kon vinden. Johan geloofde niet in God, en ook dat bracht haar wel eens aan het twijfelen.



Onbeantwoorde liefde: Ze is veel liefgehad en begeerd. Als eerste door de jongens en mannen op de feesten, en ze was goed in het verleiden. Ze vond het een vleiend om geliefd te worden, maar ze had verder geen gevoelens voor ze. Ook Johan is stapelgek op haar, maar zij ziet hem alleen als haar zielsvriendje. Voor Gerard voelt ze veel liefde, maar omdat hij haar verlangen naar seksualiteit en naar moederschap niet kan stillen, raakt hij haar kwijt. Ook de dokter die haar heeft behandeld, heeft diepere gevoelens voor haar en hoopt tevergeefs dat ze die beantwoordt.



Abstracte motieven:



Verlangen: Ze verlangt haar hele leven naar rust en stilte, denkend dat het volmaakte dat haar zal geven. Maar dat lukt haar niet, want niemand is volmaakt. Iets moois wordt steeds weer aangetast door twijfel en naargeestigheid. Daardoor heeft ze een groot verlangen naar de dood. Ze denkt dat de dood haar zal voeren langs stille wateren, langs grote, koele meren, die haar zullen troosten, zoals een moeder troost.



Verleiding: Dit staat voor de verleiding van menselijke behoeftes en verlangens. Ook seksualiteit en zinnelijkheid. Ze probeert het te vermijden, want ze beschouwt het als iets onreins. Ze probeert voornaam te zijn, en om niet toe te geven aan haar behoeftes. Maar dat lukt haar niet, want ze is een mens. Ook zij kan zulke verleiding niet weerstaan. Wanneer ze in Parijs is, kan ze vaak niet de verleiding weerstaan om met een man seks te hebben en op die manier geld te verdienen. Ook kan ze de verleiding niet weerstaan van de morfine. Ze is verslaafd, en ze kan de verleiding niet weerstaan om aan die verslaving te voeden.



Eenzaamheid: Doordat ze zulke gecompliceerde gevoelens heeft, wordt ze vaak niet begrepen door de mensen om haar heen. Ze is alleen met haar gedachten en gevoelens, en totdat ze Paula en Joob heeft ontmoet, kan ze die maar moeilijk met anderen delen. Ze begrijpen vaak maar een deel van haar, maar dat is niet genoeg. Ze ziet de dingen op een andere manier, en daardoor kan ze haar gevoelens niet delen.



Zwaarmoedigheid: Ze kan zich erg gelukkig voelen door iets wat ze ziet of meemaakt, iets dat volmaakt lijkt. Maar zoiets kan heel snel veranderen in iets lelijks, iets slechts en dan kan ze niet begrijpen dat ze het ooit mooi heeft kunnen vinden. Haar gedachten over een bepaalde gebeurtenis kunnen zeer snel veranderen en daardoor verandert ook steeds haar gemoedstoestand. Het ene moment is ze levendig en vrolijk, en het andere moment neerslachtig en wordt ze geplaagd door naargeestige gedachten en gevoelens. Ze is vaak erg neerslachtig en soms snapt ze zelf niet eens wat de reden daarvoor is.



Leidmotieven:

Er komt geen duidelijk leidmotief voor in het verhaal.



2. Thema



Onderwerp: De geschiedenis van een vrouw. Hoe zij haar koele meren zoekt, in volmaaktheid, in de dood. De koele meren des Doods, daar waar verlossing is, en hoe zij die verlossing uiteindelijk vindt in het leven.



(De eenvoudige, klassieke bewegingen van een vrouwenleven, tot het uiterst beproefd door, zonde, sensualiteit, en toch met den triomf van den Dood over de dood)



Thema: Verlangen. (verlangen naar rust, volmaaktheid, dood)



Hoofdgedachte: Niemand is volmaakt, behalve God. Je moet leven voor de volmaaktheid van God en je eigen onvolmaaktheid accepteren. Door te lijden kun je een weg uit je zonden vinden en je zult in grote tevredenheid leven.



D Structurele aspecten



1. De volgorde van de gebeurtenissen



Het boek is chronologisch verteld. Maar de vertelwijze is niet constant. Er komt wel tijdverdichting en tijdversnelling voor. De eerste dertien en de laatste zeven jaar van haar leven worden, in vergelijking met de rest van haar leven, heel snel beschreven.

Tijdverdichting:

In het begin van hoofdstuk 5 wordt er ineens een sprong gemaakt van zomer naar winter (“De zomer, volgend op deze sombere winter, ….”). Ook in hoofdstuk 8, waar twee jaar van Hedwigs leven wordt overgeslagen. (“Twee jaren lang, leefde zij zonder houvast in gevaar en verwilderde, zoals een jonge hond die zijn meester verloor.”)

Soms komt het voor dat de verteller al iets van te voren vertelt, je weet dan al iets van haar voordat zij het zelf weet. In hoofdstuk 25 wordt verteld dat Hedwigs baby dood is, terwijl ze zelf ervan overtuigd was dat ze nog leefde. En er zijn een aantal toekomstverwijzingen. Bijvoorbeeld in hoofdstuk 13: “Zij had twee slapeloze nachten. Dit waren nog maar de eerste van vele in latere jaren”.



2. De belangrijkste gebeurtenissen



De belangrijkste gebeurtenissen zijn:



Dood van haar moeder.



Eerste zelfmoordpoging.



Ontmoeting met Johan.



Ze trouwt met Gerard Wijbrands.



Johan pleegt zelfmoord.



Ontmoeting met Ritsaart.



Tweede zelfmoordpoging.



Vertrek naar Engeland.



Ze raakt zwanger van Ritsaart en krijgt een kindje dat binnen een maand overlijdt.



Ze gaat naar Parijs, ze is psychotisch en ze komt daar in een inrichting terecht.



Ontmoeting met Paula.



Terugkomst naar Nederland.



Ze overlijdt op 32 jarige leeftijd.



Het leven van Hedwig is heel onrustig en ze maakt erg veel mee. Ze heeft in haar leven veel te maken met dramatische en schokkende gebeurtenissen zoals de dood van haar moeder, Johan en haar dochtertje, en haar eigen zelfmoordpogingen. Er zijn verschillende hoogtepunten in het leven van Hedwig. Haar zwangerschap, en het verlies van haar dochtertje is daar één van. Nadat ze een tijdje bij mensen in huis heeft geholpen met de verzorging van een baby, verlangt ze zelf ook erg naar een kindje. Gerard kan dat haar niet geven, maar wanneer ze een verhouding met Ritsaart heeft, raakt ze uiteindelijk in verwachting. Helaas is het kindje erg zwak en overlijdt het na een maand. Door het verlies van haar dochtertje wordt ze psychotisch en krijgt ze waandenkbeelden en hallucinaties. Door een paar criminelen wordt daar misbruik van gemaakt en ze komt uiteindelijk terecht in Parijs, waar ze wordt opgenomen in een inrichting. Een tijd later ontmoet ze Paula, die haar leven verandert. Ook dat is een hoogtepunt.



Er zijn dus wel veel hoogtepunten in haar leven, gebeurtenissen die niet zo snel voorkomen in een normaal leven. Dramatische gebeurtenissen. Maar ik vind niet dat ze op een ‘spannende’ manier naar voren komen. Dat komt denk ik door de manier van schrijven, dat kan soms een beetje afstandelijk zijn. De schrijver schrijft op een ‘plechtige’ manier, in oud Nederlands. Er wordt heel veel beschreven in moeilijke zinnen, in moeilijke taal. Ook omschrijft hij sommige gebeurtenissen op een omslachtige manier waardoor je eerst niet meteen door hebt wat er aan de hand is.



3. Het begin



Het boek heeft informatieve opening. Er wordt verteld wat haar naam is, welke afkomst ze heeft, wanneer ze is geboren en waar ze woont. Daarna gaat het verder met haar gedachten en gevoelens voor haar omgeving en familie.



Hierdoor wordt een beetje duidelijk gemaakt wie ze is, en in welke tijd het afspeelt.



4. Het einde



Het boek heeft een gesloten einde. Ze is overleden, maar wel in tevredenheid. Haar leven was nu afgesloten, ze had vrede met haarzelf en met haar leven.



E Mening



Ik heb dit boek gekozen omdat ik nog een boek moest lezen uit deze tijd en omdat het mij een interessant onderwerp leek. De hoofdpersoon maakte veel schokkende dingen mee zoals de zelfmoord van Johan, haar eigen zelfmoordpogingen en ook het verlies van haar kindje waardoor ze last van psychosen krijgt. Vooral de beschrijving van de zelfmoord van Johan riep emoties bij me op, omdat Hedwig het zelf nog niet door had, maar ik had al wel een vermoeden gekregen. Wanneer ze het zelf door begon te krijgen, werd mijn vermoeden bevestigt. De diepere gedachte in het boek vind ik er mooi en ook wel belangrijk. Wanneer je je eigen onvolmaaktheid accepteert en leeft voor de volmaaktheid van God, zul je leven in tevredenheid. Door te lijden zul je een weg uit je zonden vinden. Je lijdt dus niet voor niets, en dat vind ik een belangrijke boodschap. Ik denk dat mensen daar wel hoop uit kunnen putten, en dat ze door hun eigen onvolmaaktheid te accepteren, minder onrustig zullen zijn. Dat ze waarderen wat ze hebben. De schrijver heeft deze gedachte erg goed uitgewerkt, het hele leven van Hedwig draait om het verlangen naar volmaaktheid, naar rust, naar de dood. Wanneer ze dit beseft en haar eigen onvolmaaktheid accepteert, leeft ze haar laatste jaren van haar leven in een grote tevredenheid. Het thema spreekt me wel aan, iedereen streeft wel naar perfectie, dat zit in elk mens denk ik. Het is daarom ook zinvol dat de schrijver het heeft behandeld en op de belangrijkste dingen van het leven heeft gewezen. De personen, gebeurtenissen en problemen zijn wel geloofwaardig beschreven, al zou je ze niet zo snel tegenkomen in het dagelijkse leven, in deze tijd. Ook de hoofdpersoon is daar een voorbeeld van. Ze heeft een erg ingewikkelde geest en ze maakt erg veel dramatische gebeurtenissen mee. Daardoor is ze niet herkenbaar voor me, maar ik kan me haar gedrag, gedachten en gevoelens wel voorstellen door alles wat ze meemaakt. Uiteindelijk heeft ze haar problemen goed opgelost, ze leeft in eenvoud en is tevreden met wat ze heeft. Ook het perspectief is wel goed gekozen omdat je op deze manier ook de gedachten en gevoelens van andere belangrijke personen komt te weten. De schrijver besteed ook erg veel tijd aan de beschrijving van de ruimte. Dat is belangrijk omdat Hedwig haar gevoelens vaak voortkwamen uit het zien van iets moois of lelijks, regelmatig in de omgeving van Merwestee. De stijl waarin het boek is geschreven vind ik erg mooi, maar is daarentegen ook erg moeilijk. De indeling van het verhaal is goed gedaan, sommige jaren van haar leven worden heel snel beschreven, en sommige jaren juist helemaal niet. Dat is gedaan omdat het anders erg saai zou worden, er gebeurde niet zoveel in die periode van haar leven. Het belangrijkste moment is denk ik wanneer ze Paula ontmoet. Paula verandert haar hele leven, het is een omslag van onrust naar rust. Als ze haar niet had ontmoet, was haar leven heel anders afgelopen. Ik vond het boek op een mooie manier beschreven, en ook het onderwerp vond ik interessant, maar vooral in het begin van het boek vond ik het een beetje langdradig. Het is een erg lang verhaal, maar doordat de hoofdpersoon zoveel meemaakt, was het wel redelijk spannend. Alleen het was wel steeds hetzelfde, ze dacht het geluk en volmaaktheid te hebben gevonden, en dan veranderde haar gedachten en gevoelens daarover weer en werd ze weer depressief. Ik vond het wel een beetje lang duren voordat ze haar rust en geluk eindelijk had gevonden.



F Samenvatting



De hoofdpersoon in het boek is Hedwig Marga de Fontayne. Ze wordt geboren op18 maart 1856. Vanaf die tijd begint het verhaal. Hedwig heeft twee broers en twee zusters. Frank is haar oudste broer, Aernout de liefste. De oudste zus is Hanna en de jongste Bertha. Ze wordt geboren in een voor die tijd rijk gezin. Ze woont in een mooi huis en 's zomers gaan ze naar een landgoed Merwestee. Hier beleeft ze de mooiste tijden van haar leven.



In het huis was een marmeren hart als ze zich verdrietig voelde ging ze hier op liggen. Iedereen hield erg veel van moeder. Ze was altijd aardig en als de dokter geen troost kon brengen dan troostte zij je door haar hand op je voorhoofd te leggen. Soms leek het Hedwig dat ze meer van haar vader hield dan van haar moeder. Ze rook graag de geur van zijn kleren als ze bij hem op schoot zat.



De verjaardagen vielen in de zomer en werden gevierd op Merwestee. Op een verjaardag van haar moeder heeft ze een keer in een boom gebeten, wat haar een vreemd gevoel gaf. Ze zou dit nooit vergeten. Hedwig gaat in die tijd ook veel naar kinderfeesten.



In 1869 wordt Hedwig ziek. Ze krijgt dan onderlijfs-tyfus. Bij kinderen genas die ziekte meestal wel, maar bij volwassenen soms niet. Hedwig's moeder kreeg de ziekte ook. Ze overleed hieraan in mei 1869.



De dood en het sterven werd vanaf dat moment erg belangrijk voor Hedwig. Ze kon dagenlang op moeders graf liggen huilen. Ze bad ook zoals moeder dat had geleerd, maar vond hier geen rust in. Haar vader nam een juffrouw in huis om voor de kinderen te zorgen. Ze werd alleen niet geaccepteerd. Ze wilde Hedwig redden door hard tegen haar te zijn, maar dit werkte juist andersom.



Hedwig ging de volgende zomer naar haar rijke nicht Hella. Toen ze terug kwam voelde zich een stuk beter. Ze ging weer af en toe naar een feest en viel dan erg in de smaak bij de jongens. Op een avond toen Hedwig weer naar een feest zou gaan, werd de hond ingespoten zodat hij uit zijn lijden verlost zou zijn. Hij wilde dit niet en zocht troost bij Hedwig. Het beest jankte en de juffrouw kwam binnen, die dacht dat Hedwig het dier geslagen had, sloeg toen Hedwig. Met een bloedneus ging ze naar haar kamertje. Ze zag het touw van het raampje en Hedwig wist toen zeker dat ze dood wilde. Ze klom op een tafeltje en bond het touw om haar nek en schopte het tafeltje weg. Ze viel, maar het raampje brak.



Hedwig gaat de eerst volgende zomer dan weer naar Merwestee en ontmoet daar Johan. Johan was een wees en verbleef nu bij zijn oom, de tuinman.

Een jaar later werd Johan verliefd op haar.. Op een morgen kuste zij elkaar. De dagen werden nu lichter voor Hedwig. Ze ging die zomer ook naar haar nicht Hella en neef Henri. Na een paar dagen was Henri verliefd op haar. Toen ze alleen waren kuste hij haar op de mond en gaf een gouden ringetje. Als ze dan meerjarig zou zijn, zouden ze gaan trouwen. Weer thuis schreef ze een briefje dat ze het ringetje niet kon blijven dragen.



Hedwig had een vriendin Leonora, die een dagboek bij hield. Leo was heel rein en kon geen slechte dingen denken. Dit waren de redenen dat Hedwig toen ook een dagboek ging bij houden. Ze schreef hier wel alleen de goede dingen die ze deed in op.



Hedwig was nu zeventien en was op een feest. Toen ze buiten in de tuin liep met een heer zag ze Johan. Hij stond achter het hek. Hedwig zag hem die week toen twee keer, één keer bij het weeshuis en de andere keer stond hij een ruit te schilderen. Hij zag er niet goed uit en ze vroeg wat er was. Johan zei dat zijn zus ernstig ziek was. Hedwig ging een paar keer bij naar opbezoek en de zus van Johan vond dit erg prettig. Ze was ook bij de dood van het meisje in april 1873.



Als Hedwig naar huis ging moest ze wel eens door een steegje waar een kroegje zat. Ze altijd sneldoor als er iemand naar buiten kwam. Op een keer kwam er iemand naar buiten en Hedwig liep toen hard door. De voetstappen bleven haar volgen en toen ze thuis kwam, hoopte ze dat de man door zou lopen. Hedwig begon te gillen en zag, dat degene de deur probeerde open te maken met een sleutel en herkende toen pas haar vader.



Hedwig praatte veel met Johan vanaf dat moment, maar het kwam toch tot een breuk.

Hedwig ging een keer naar een studentenfeest, waar ze jonge mannen dronken zag. Ze kon dit niet aanzien en verlangde naar de koele, donkere dood, als verlossing.

Ze maakten in die dagen veel kennis met studenten. Ze ontmoette toe ook haar aanstaande man Gerard. Hij was een notaris zoon en kwam dus uiteen goed gezin. Dit was in juli 1875.



Gerard zag in Hedwig iets heel anders dan in alle andere meisjes. Zij was zijn engel. Gerard was erg rein en verafschuwde al het onreine. Hij sprak niet over het lijfelijke geslachtsleven. Dit vond Hedwig erg fijn.



Gerard en Hedwig verloofden. Ze kochten een huis in een nieuwbouw en richtten het huis naar hun smaak in. Op een dag toen Gerard en Hedwig door de stad liepen kwamen ze Johan tegen. Ze vertelde aan hem dat Gerard en zij verloofd waren. Een paar dagen later kreeg ze een brief van Johan, waarin hij haar uitmaakte voor hoer. Ze kreeg nog twee brieven, maar die waren onleesbaar. Johan had een tekening van haar gemaakt en bij de boekhandel in de etalage laten zetten. Het was een sfinx. In deze tekening liet hij zien hoe hij over haar dacht, omdat de sfinx moest Hedwig voorstellen.

Het was juni 1876 en Hedwig ging trouwen. Er waren feesten, maar ze kon er niet van genieten hoe ze dat anders deed. De eerste dagen waren vreselijk. Hedwig en Gerard gingen op huwelijksreis naar Duitsland. Hedwig voelde zich erg ellendig, omdat er niet gebeurde wat ze er zich van voorgesteld had.



In augustus 1876 wilde Johan haar nog een keer spreken waar ze vorige keer ook gepraat hadden toen hij in het gras lag. Hedwig kon niet wachten, want dan kon ze zich eindelijk verontschuldigen. Hij lag in het gras op zijn buik net als de vorige keer. Ze wachtte totdat hij wakker zou worden. Op een gegeven moment zag ze een donkere plek in het gras, die steeds groter werd. Hij had zelfmoord gepleegd met een pistool. Hij had een blaadje in zijn handen waarop stond: "Nu heb je dan je zin". Johan werd begraven op hetzelfde kerkhofje als waar haar moeder lag.



Hedwig wilde nu zelfmoord plegen met een pistool, maar ze wist niet hoe ze aan een pistool moest komen. Ze heeft het niet geprobeerd, omdat Gerard het uit haar hoofd heeft gepraat.



Hedwig ging toen weer naar Merwestee. Ze ging toen naar de buurvrouw, mevrouw Harmsen. Ze had pas een baby en ging haar helpen met het huishouden. Ze vond daar bij de armen even veel vrede als ze ooit bij haar nicht Hella vond. Hedwig kwam zo tot de conclusie dat vrede in haarzelf zat.



In augustus 1877 voelde zich steeds rotter. Ze zocht dingen op die haar kwelde, zoals een sjaaltje van Johan. Gerard haalde de dokter erbij. Deze kwam vier maanden elke dag. Hij kon haar niet helpen met zijn middeltjes. Aan het einde gaf hij haar als raad dat ze van lucht moest veranderen. Ze ging toen naar een professor die zei dat ze naar een instituut moest gaan waar ze koude stortbaden gaven en een eiwit-dïeet. Ze knapte hier erg van op. In de herfst van ging ze terug naar huis. Na een half jaar was er al weer die hopeloze toestand. Ze werd nu geholpen met elektriciteit. Deze dokter kuste haar, waardoor ze de behandeling nooit afgemaakt heeft.



Hedwig ging toen naar Leo, want haar man was dokter. Deze gaf als raad dat ze lange tijd van haar man moest leven. Hedwig was het hier mee eens. Ze ging naar zee en Gerard zou elke zondag komen. Op een dag hoorde ze iemand piano spelen. Het was Ritsaart die haar vroeger had geleerd om muziek te vertalen. Elke keer als ze hem hoorde spelen deed dat haar goed.

De eerste zondag dat Gerard kwam, ontving ze hem hartelijk en vertelde van Ritsaart. Voordat Gerard vertrok herinnerde hij haar aan Johan. Hedwig voelde zich toen gelijk weer ongelukkig. Ritsaart kwam weer en ging weer voor haar piano spelen. Hij wilde nooit meer bij haar weg. Hedwig was de vrouw van zijn leven.



Op een zondag ontmoette Gerard en Ritsaart elkaar. Ze konden het best goed met elkaar vinden, omdat ze allebei dezelfde persoon lief hadden.

Hedwig ging weer naar huis. Thuis gekomen vertelde ze Gerard, dat ze meer van Ritsaart hield dan van hem.



Hedwig werd weer ongelukkig, omdat ze Ritsaart niet meer zag. Toen Ritsaart terug was van zijn reis, stuurde hij Hedwig een briefje, waarin hij vroeg of ze langs wilde komen. Hij woonde nu bij een vriend. Ze is naar hem toe gegaan. Hij ontving haar alleen en zij wilde ook zijn vriend Joop leren kennen. Dit was in januari 1879. Joop vertelde haar hoe hij over het leven en de dood dacht. Joop was ernstig ziek.



Op een avond toen Hedwig kwam, dacht Ritsaart dat hij haar eindelijk mocht beminnen. Dit was niet zo en Hedwig wilde vanaf dat moment geen vrienden meer met hem zijn. Ze maakte dit later weer goed. Hedwig ging weer met Joop praten. Gerard ging twee dagen weg met zijn vader. Hedwig vertelde dit aan Ritsaart, die daarop antwoordde tot vanavond dan. Hedwig ging weer met Joop praten over wat nu eigenlijk goed en slecht is. Ze wil dan een keus maken tussen Gerard en Ritsaart. Hedwig kiest dan voor Gerard en laat hem een brief lezen die ze aan Ritsaart wilde geven. Gerard zei dat ze nog wel vrienden met hem kan blijven, omdat hij haar vertrouwde. Maar zij kon dit niet aan. Hedwig zei toen opeens dat ze getrouwd was met Ritsaart. Gerard wilde hem toen vermoorden, maar deed het toch maar niet. Hedwig ging naar boven om te baden. Gerard hoorde niks en ging naar boven om te kijken het was ook donker in de douche. Ondertussen stond Ritsaart voor de deur. Gerard sloeg de ruit in en rook toen ontsnapt gas en zag later ook dat ze geprobeerd had haar polsen door te snijden. Ritsaart kwam naar boven en hielp Gerard. Gerard vond dat hij te veel hielp, hij kleedde haar uit. Gerard ging weg en vroeg of ze binnen drie dagen wilden vertrekken niet zeggend waar heen. Na drie dagen kon Hedwig niet weg, want ze mocht nog niet reizen. Gerard ging naar zijn vader mededelend dat hij zijn vrouw niet meer wilde zien. Dit was in september 1879.



Ritsaart en Hedwig vertrokken naar Engeland. Ritsaart moest voor het koninglijk huis spelen. Ze verbleven dus in een paleis, waar Hedwig Lady Clara leerde kennen. Hedwig vertelde aan haar, haar verleden, omdat ze dacht dat ze haar kon vertrouwen. Hierdoor konden ze daar niet blijven en moesten ze dus weg. Dit was in oktober 1879.



Ritsaart huurde nu een huisje aan de zuidkust van Engeland. Hedwig was in verwachting. Ze hadden ook een meisje in huis. Doordat Hedwig zwanger was en erg prikkelbaar ging Ritsaart steeds minder van haar houden. Hij bleef ook steeds langer weg voor zijn werk. Ritsaart was hierdoor ook niet bij de geboorte van hun dochtertje Charlotte. Het was toen maart 1880. Hedwig kreeg toen dromen van een man met één oog en wist niet wat dit betekende. Na 23 dagen overleed het kindje, omdat het erg mager was en niet wilde eten. Ritsaart wist hier niks van, omdat hij in die tussentijd niet thuis geweest was.



Hedwig ging op reis en deed het kindje in een koffertje. Vanaf dat moment wordt ze helemaal gek. Ze verwarde Gerard met Ritsaart en wil naar Nederland. Ze ging met een rijtuig naar het station van Londen. Ze vraagt dan of ze daar Gerard gezien hebben. Opeens zag ze een man met één oog en denkt dan dat Gerard hem gestuurd heeft en ging naar hem toe. Ze ging met hemmee naar éénvan de slechte buurten van Engeland. Om van haar af te komen en haar koffer in bezit te krijgen, gaan ze eerst met de boot naar Frankrijk (met een vriend van die man met één oog). Daar aan gekomen koopt hij een ticket naar parijs. Hij steelt haar koffertje en Hedwig denkt dan dat ze alleen verder moet reizen en gaat met de trein. In Parijs waren ze gewaarschuwd dat er een geestenszieke in de trein zat en wachten haar daar dan op.



Hedwig gaat naar een gesticht. Ze laten haar zes weken in een cel zitten. Ze werd steeds rustiger en op een dag is ze beter, maar moet daar nog steeds blijven. Ondertussen gaat Ritsaart opzoek naar haar, maar het spoor liep dood. Hij gaf als signalement een vrouw met een baby, maar ze had geen baby bij zich. Ritsaart wist natuurlijk niet dat de baby dood was.



In het begin toen ze genezen was, ging ze bij de dokter wonen, maar dit was niet voor lang. Omdat de dokter bang was dat ze weer ziek zou worden, gaf hij haar morfine. Hier raakte ze verslaafd aan. Hij zette haar uit huis en Hedwig ging bij een magazijn wonen en werken. Ze had niet veel geld en de morfine was duur. Toen Hedwig door had dat ze verslaafd was, probeerde ze te stoppen. Als ze de huur niet meer betaalt, omdat ze geen geld heeft, wordt ze het huis uitgezet. Hedwig ging weer een dagboekbij houden. Op een dag viel ze flauw en werd ze naar het zieken huis gebracht. Ze ontmoet daar zuster Paula aan het begin van 1881. Zuster Paula brengt haar er weer bovenop, door te vertellen over god en de dood.



In mei 1881 is Hedwig genezen en wil ze terug naar Nederland. Ze ontmoet in Frankrijk op het postkantoor een man die de neef van Johan blijkt te zijn. Hij meent dat haar vader dood is. Ze weet nu zeker dat ze terug wilt en schrijft Gerard een brief, waarin ze hem terug wilt en geld voor de terugreis wilt, omdat ze blut was. Hij stuurt een brief terug, waarin staat dat hij haar wilt zien en een bankbiljet van 1000 gulden.



Ze gaat dan terug naar Nederland en gaat bij de familie Harmsen wonen, waar ze een stuk aan het huis laat bouwen. Ze is daar erg gelukkig en de familie is ook blij met haar. Joop sterft twee jaar na haar terug komst. Hedwig in november 1888 aan longontsteking. Ze werd begraven bij haar moeder en vrindje Johan.



18 maart 1856: geboren.

Mei 1869: moeders dood.

Februari 1872: eerste zelfmoordpoging.

Mei 1872: ontmoeting met Johan.

April 1873: dood van Johans zuster.

Juli 1874: scheiding van Johan.

Juli 1875: ontmoeting met Gerard.

Juni 1876: huwelijk.

Augustus 1876: Johans dood.

Augustus 1877: toenemende droefgeestigheid.

Juli 1878: verblijf aan zee. Ritsaart.

Januari 1879: bezoek bij Joob.

September 1879: tweede zelfmoordpoging. Vertrek naar Engeland.

Oktober 1879: Lady Clara.

Februari 1880: geboorte van Charlotte.

Maart 1880: manie. Tocht naar Parijs.

Februari 1881: zuster Paula.

Mei 1881: terugkeer naar Holland.

November 1888: dood.



G De auteur



Frederik Willem van Eeden, (Haarlem 3 april 1860 – Bussum 16 juni 1932), Nederlands schrijver, zoon van de gelijknamige plantkundige, studeerde medicijnen te Amsterdam, promoveerde aldaar in 1886 (Kunstmatige voeding bij tuberculose), bestudeerde in Parijs de psychiatrie, vestigde zich als arts te Bussum en stichtte samen met A.W. van Renterghem een psychotherapeutische kliniek te Amsterdam (1887). In zijn studententijd kwam hij in aanraking met Willem Kloos, Frank van der Goes, Lodewijk van Deyssel, Albert Verwey e.a. en schreef hij verscheidene gedichten en enkele blijspelen. Hij was een der oprichters van Flanor, een letterkundig genootschap waaruit De Nieuwe Gids is voortgekomen (1885). In de eerste drie afleveringen van dit tijdschrift publiceerde hij De kleine Johannes, een symbolisch sprookje dat in boekvorm (1887) grote opgang heeft gemaakt. Het wordt gekenmerkt door een sterke natuurliefde, eenvoud en frisheid; deze eigenschappen moeten de beide vervolgdelen (1905–1906) ontberen, met hun nadrukkelijke strekking en geforceerde allegorie. In de vroege Nieuwe Gids-tijd schreef Van Eeden ook een bundel vermakelijke parodieën op de gangbare huiselijke en stichtelijke dichtkunst: Grassprietjes (1885), onder het pseudoniem Cornelis Paradijs. Mede door de opmerkelijke studies en essays die hij in De Nieuwe Gids publiceerde (o.a. over Gorters Verzen en over Van Gogh), deed Van Eeden zich kennen als een veelzijdig auteur, ongelijkmatig en onevenwichtig, maar boeiend en dikwijls verrassend. Zijn veel retorischer boek Johannes Viator (1892) was aanleiding tot een onder het pseudoniem Lieven Nijland ingezonden zelfkritiek: een mystificatie die een breuk met Kloos tot gevolg had. Tot zijn belangrijkste werken behoort het diepzinnige en tegelijk ironische drama De broeders (1894; later o.d.t. De broederveete) en de psychologische roman Van de koele meren des doods (1900; toneelbewerking 1976; verfilming 1982).

In 1898 stichtte Van Eeden te Bussum de productiecoöperatie Walden, genoemd naar Walden, or life in the woods (1854) van Henry David Thoreau. In een geruchtmakende lezing Waarvan leven wij? (1898) formuleerde hij zijn kritiek op de kapitalistische maatschappij en zijn streven naar een ethisch-communistische gemeenschap. Na de grote spoorwegstaking in 1903 richtte hij de spaarkas De Eendracht op. Door interne spanningen, maar vooral door financiële moeilijkheden met De Eendracht, ging Walden in 1907 te gronde. Het jaar daarop reisde Van Eeden naar de Verenigde Staten om daar zijn denkbeelden en kolonisatieplannen te propageren; allengs echter achtte hij zelf deze methode minder geschikt. Hij zocht een weg in de significa (de leer van de psychische associaties die aan het taalgebruik ten grondslag liggen), tezamen met mannen als Luitzen Egbertus Jan Brouwer, Gerrit Mannoury en Jacob Israël de Haan. Gekant tegen de sociaal-democratische partijvorming en de vakbeweging, verwachtte hij de maatschappelijke ommekeer van geniale leiders, ‘koninklijken van geest’, van wie hij er zelf één zou zijn. Kort voor de Eerste Wereldoorlog kwam zo'n kring, waartoe figuren als Martin Buber en Walther Rathenau hebben behoord, in Berlijn bijeen. Door de politieke gebeurtenissen daarna, maar evenzeer door persoonlijke omstandigheden, raakte de oudere Van Eeden gedesillusioneerd, omdat hij zich miskend voelde als auteur en als hervormer. In 1922 hoopte hij voor zijn rusteloos zoekende geest vrede te vinden in de Rooms-Katholieke Kerk. De laatste jaren van zijn leven kregen door psychische ziekteverschijnselen, die hij zelf als vakman in heldere uren ten volle doorzag, een tragische inslag. Op historische afstand beschouwd, blijft Van Eeden tot de belangrijkste en meest begaafde auteurs van zijn generatie behoren. Ervaringen met patiënten zijn verwerkt in de roman Van de koele meeren des doods (1900). Van Eedens denken had zich in een meer elitaire richting ontwikkeld: de 'koninklijken van geest' moesten de mensheid leiden tot het goede.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

Jij zat zeker op Piter Jelles montessori want wij moeten precies zoon verslag schrijven, met dezelfde vragen!

9 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast