ADVERTENTIE
Is jouw geschiedenisleraar de allerbeste?

Geef hem of haar dan op voor de titel Geschiedenisleraar van het jaar van het Rijksmuseum. De deadline voor aanmeldingen is 31 maart 2020.

Geef je leraar op!

Auteur: Jos Vandeloo

Titel: De Vijand

Plaats van uitgave: Antwerpen; Amsterdam

Uitgever: Manteau

Eerste druk: 1962

Gelezen: 19e druk 1998



Literaire vorm



Genre: epiek, oorlogsroman. Het verhaal speelt zich af in en rond WO II, het dorp waarin de jongen woont wordt afwisselend door Duitsers en Amerikanen bezet.



Taalgebruik: Omdat het een best oud boek is, had ik niet verwacht dat het taalgebruik zo eenvoudig zou zijn.



Titel: Het boek heet: De Vijand. Het verhaal speelt zich af in en rond WO II in een dorp in België, vandaar dat de Duitsers bedoeld worden met de vijand. Alle door Duitsland bezette, aangevallen en bedreigde gebieden en de rest van de geallieerden beschouwden Duitsland als de vijand. Maar voor de hoofdpersoon zelf was er nog een persoonlijke vijand, waar je meer over gaat lezen in dit boekverslag.





Motto: ‘’On entre en guerre, en entrant dans le monde’’

Voltaire, Etipres XXXIV.

Vertaling: Wanneer men de wereld binnenkomt, dan komt men de oorlog binnen



Opbouw: Het boek bestaat uit 22 hoofdstukken, met ieder een eigen titel.



Opdracht: “Voor de vrienden van vroeger.”



Thema: De ikpersoon heeft het al moeilijk genoeg, omdat hij in een tijd van oorlog leeft. En net als in iedere oorlog hebben de gewone burgers het meeste te lijden aan zo’n situatie. De hoofdpersoon moest samen met zijn familie (en natuurlijk alle andere burgers) het hoofd boven water houden. Dat was qua voedsel heel moeilijk, want de boeren maakten misbruik van de situatie, door de prijzen van levensmiddelen telkens te verhogen.

Wanneer de gevechten echt in de buurt waren, ging de familie samen met andere dorpsbewoners de schuilkelder in. Deze was zelf door de vaders gemaakt met behulp van o.a. houten balken en stro. Natuurlijk kun je je voorstellen dat het daarbinnen alles behalve luxe was. Je kon er niet meer vinden dan kruiken met drinkwater, wat voedsel (meestal brood), een paar dekens en zwakke verlichting. Kortom: niet meer dan je nodig had om puur te overleven. Natuurlijk bood zo’n bunker wel wat bescherming, maar een oorlog blijft een oorlog. Met andere woorden: je blijft in onzekerheid en gevaar leven.

Het probleem wat hierboven staat beschreven is natuurlijk niet veel anders dan in andere oorlogen. Maar er was nog iets waar de ikpersoon veel mee worstelde. Hij had het namelijk veel moeilijk met de vraag: Wie zijn nou de vijanden? Waren dat alleen de Duitsers? Of toch ook zijn Amerikaanse “vrienden”. Deze vragen kregen een belangrijke rol nadat hij de Amerikaanse soldaat Karl in bed zag met Bea, het meisje waar hij verliefd op was.



Aan deze citaat kun je zien dat hij niet meer wist wie nou de vijand is:



"Wie is tenslotte de vijand? Iedereen is vijand en niemand is vijand. Ik geloof dat vrienden en vijanden aan dezelfde tafel zitten, soms op dezelfde stoel."



Aan deze citaat kun je zien dat hij de Amerikaan Karl niet meer als vriend beschouwde:



“Misschien komt er een nieuwe zondvloed en wordt alles langzaam en geleidelijk één groot moeras, dat alles opslokt, de huizen en de mensen, de tanks, de bomen, de tent, en Bea en mij en de soldaten en Karl, vooral Karl.”



Ook raakte hij in de war toen ze erachter kwamen dat er een zwaargewonde Duitse soldaat net buiten de bunker lag. Hoewel hij bij de vijand hoorde, gingen de vaders om de beurt er naartoe om hem te verzorgen. Was hij nu geen vijand meer?



Toch denk ik dat hij later wel inzag dat de Duitsers in ieder geval geen vrienden zijn. Want zij waren het die alle vaders afvoerde nadat ze de dorpelingen ervan beschuldigden hun man (de Duitse soldaat dus) gedood te hebben. Dit alles terwijl de vaders er alles aan deden om hem zo min mogelijk te laten lijden.



Motieven: Het belangrijkste motief is de regen. Die keerde steeds terug als er iets niet goed zat. Het regende bijvoorbeeld op het moment dat hij Bea en Karl in bed zag en toen de Duitse soldaat vlakbij hun bunker neergeschoten werd.



Citaten die aangeven dat de ikpersoon (dus waarschijnlijk de schrijver) aan de vijand moet denken wanneer het regent:



“Als het regent moet ik altijd aan de vijand denken, zoals ook nu weer, nu het water in lange strepen neerstort, grauw gordijn over het land spanten alles roerloos, natglimmend op iets ligt te wachten. Eeuwig op iets ligt te wachten.”

(Deze stond aan het begin, nog voor Hoofdstuk 1.)



“Het regent nog altijd. Net als op die dag, nu zes

weken geleden, juist voor de Amerikanen kwamen.

Daarom moet ik altijd aan de vijand denken, omdat

het die dag zonder ophouden bleef regenen.

Maar wie is tenslotte de vijand? Iedereen is de vijand

en niemand is de vijand.

Ik geloof dat vrienden en vijanden aan dezelfde tafel

zitten, soms op dezelfde stoel.

Misschien zijn wij onze eigen vijand?

Toen regende het ook, net als nu. Is het een toeval dat

het vandaag ook regent zonder ophouden?

Vandaag, nu Bea en die Amerikaan…”



Nog een motief is, net zoals in iedere oorlogsroman, de angst. Tijden van oorlog zijn tijden van onzekerheid, je weet niet wat komen zal. Vooral wanneer de hoofdpersoon in de schuilkelder zat was er sprake van angst. Ten eerste zat hij niet voor niets in zo’n kelder, hij zat er omdat er buiten gevaar was. Ten tweede liep de onzekerheid in zo’n bunker op, want je hoorde de oorlog alleen maar, je kon niet zien of het gevaar echt in de buurt is. Misschien waren de gevechten wel bovenop de bunker…..



Ten slotte zijn de Amerikaanse soldaten ook een motief. Paps, Mac

(Mc-onald), Houston en karl kwamen in het verhaal telkens terug als vrienden. De ikpersoon vond het fijn om bij ze te zijn. Vooral Paps en Mac kon hij volledig vertrouwen. Hij beschouwde Paps zelfs als een soort vader. Met Karl en Houston praatte hij niet zo veel, want Houston het het te druk met zijn vriendin en Karl was gewoon erg stil. Later begon hij, oals ik al zei, Karl als een soort vijand te beschouwen.



Verteltechniek



Perspectief: Het verhaal wordt in de ik-vorm vertelt. Je beleeft alles mee met de ikpersoon. Je komt net zo veel/weinig te weten als deze 15-jarige jongen.



Tijdsaspect: Je kan het boek in tweeën delen. Het eerste deel speelt zich af wanneer het dagelijks leven weer langzaam opgepakt werd. De 4 Amerikaanse soldaten (Paps, Houston, Mac en Karl) zijn dan nog in het dorp om het te beschermen, zodat het normale leven in rust terug kon keren. In dit deel komen er veel flashbacks terug van tijdens de oorlog.

Het tweede deel speelt zich vooral af in de schuilkelder, wanneer ze erachter kwamen dat er een gewonde Duitse soldaat net buiten de bunker lag. En wanneer de vaders uiteindelijk afgevoerd werden.

Als het boek in een chronologische volgorde geschreven zou zijn, zou het tweede deel voor het eerste deel verteld worden.



Hoofdpersoon: De ikpersoon is een stille, magere jongen. Hij wil vrienden, maar sluit niet zo gemakkelijk vriendschap. Dit komt vooral omdat hij in zichzelf gekeerd is.Hij voelt zich lang niet zo dapper en hard als zijn vader. Wel voelde de ikpersoon zich een echte man telkens wanneer Bea angstig was en hij haar gerust moest stellen.(Dit gebeurde vaak in de schuilkelder.)



Opvallende personages:



Vader ikpersoon:

De vader van het hoofdpersonage is een man met gezag, andere mensen hadden veel respect voor hem en luisterde graag naar wat hij te zeggen had. Hij bleef altijd kalm, ondanks de slechte situatie waarin ze leefden. In plaats van te klagen probeerde hij in alle rust oplossingen te vinden. Heeft hij een mening, dan verdedigt hij die fel.

De soldaten:



Paps:

Is klein, dik en heeft een rood gezicht. Het is de oudste van de vier soldaten en is een fanatieke en moedige Amerikaan. Hij is chauvinistisch : alleen wat uit Amerika komt is goed. Hij is mild en goedhartig, een vader voor de andere drie soldaten. Maar ook de ikpersoon beschouwt hem als een vader.



Mac:

Is lang en mager. Hij heeft een vriendelijk gezicht en lacht gemakkelijk. Hij praat vlug en voor de hoofdpersoon onduidelijk Engels. Hij brengt veel tijd door met een meisje die speciaal voor hem naar het kamp kwam. Vandaar dat hij de enige soldaat was die veel op zijn uiterlijk lette.



Karl:

Heeft een bleekgezicht, is erg stil, slungelachtig en graatmager.

Citaat: "Hij is zo dik als zijn geweer". Karl is ongeveer 21 jaar oud.



Houston:

Is nog niet zo oud, maakt veel grapjes en lijkt op de jongens uit het dorp.

Houston is blond, niet overdreven groot, zwijgzaam en heeft een fijnbesneden gezicht.



Bea:

Bea is het meisje waarmee de ikpersoon opgegroeid was. De hoofdrol was verliefd op haar en vond haar erg mooi. Bea is even ous ald de ikpersoon en heeft een vrouwelijk lichaam, donker haar en bruine benen. Ze is slank, vaak vrolijk en volgens de ikpersoon kinderlijk.



Inhoudelijke samenhang



Situering: Het hele verhaal speelt zich af in een grensdorp tussen België en Nederland. (ze gingen wel eens naar Nederland om graan te halen dat daar goedkoper was dan in België zelf.) De hoofdpersoon woont in een kleine gemeenschap van zes huizen even buiten het dorp. In het eerste deel is de hoofdpersoon veel bij de Amerikaanse soldaten. Die verbleven in een tent op een veld.

Het tweede deel speelt zich vooral af in en rond de schuilkelder.

De sfeer die het verhaal bij je oproept hangt af van waar de hoofdpersoon zich bevond. Wanneer hij bijvoorbeeld in de schuilkelder was kreeg je een machteloos en onzeker gevoel. Je zit dan opgesloten en hoopt op een beter tijd.



Tijd: Het hele verhaal speelt zich af in en rond WO II.



De invloed hiervan kun je opmaken uit deze citaat:



“ We hadden een bijzonder scherp zicht in de duisternis. Onze zintuigen waren gescherpt door de omstandigheden waarin wij leefden, door het dierlijke waarmee wij dagelijks te maken hadden, de dood, de grond, het stro, de duisternis, de honger, de angst. Wij waren aan tal van dingen gewoon geraakt, wij hadden ons voortreffelijk aan de moeilijke omstandigheden aangepast. Zoals onze voorouders in het beging der tijden leefden wij onafgebroken in gevaar en in duistere, ondergrondse holen.”



Ze wisten dat het gevaar overal loerde en moesten daardoor overal en altijd op hun hoeden zijn. En als ze iets hoorde was het niet meer gewoon geluid, nee ze konden nu oorlogsgeluiden onderscheiden.



Dit kun je merken aan deze citaat:



“Gespannen zaten wij te luisteren. Alle geruchten werden in stilte ontleed en gelocaliseerd. Dat was een machinegeweer bij de heg. Nu een geweer, een eind weg in het veld. De motor van een auto. De scheurende inslag van een handgranaat.”



Milieu: De ikpersoon komt uit een arbeidersfamilie. Dus rijk waren ze niet. Hierdoor hadden ze het tijdens de oorlog extra moeilijk. De boeren maakte namelijk misbruik van de situatie door voedselprijzen telkens te verhogen. Als je uit een rijke sociale laag kwam, had je daar geen last van. Kwam je uit een arbeidersgezin, dan deed je er alles aan om het graan zo goedkoop mogelijk te krijgen.



Einde



In de eerste instantie lijkt het een open einde te hebben. Maar dat denk je alleen maar omdat je het deel waarbij de vaders afgevoerd worden als laatst leest. Maar in het begin wordt er verteld dat zes weken later het dagelijks leven terug aan het keren was. Dus het heeft een gesloten einde, want je wordt verteld wat er gebeurd na het incident bij de bunker. Je weet alleen niet waar de vaders nu zijn, maar dat weet de hoofdpersoon ook niet.



Samenvatting



Het is 1944 en in een grensdorpje tussen België en Nederland wordt er hevig gevochten door Amerikanen en Duitsers. Een 15-jarige jongen doet er samen met zijn gezin alles aan om deze tweede wereldoorlog te overleven. Dat is natuurlijk erg moeilijk in zo’n situatie. Vooral omdat de jongen uit een arbeidersgezin komt, dus erg breed hadden ze het niet.

Alleen bij de boeren kun je terecht voor voedsel. En die maken misbruik van de situatie, door de prijzen extra hoog te maken. De mensen zijn noodgedwongen om het toch te blijven kopen om te overleven, dus betalen doen ze toch wel, ongeacht de prijs. Het graan is bijvoorbeeld erg duur. De broers van het hoofdpersonage moesten soms helemaal de grens over naar Nederland, om het toch goedkoper te krijgen. Hoewel het niet veel scheelde (Want de Nederlandse boeren wouden ook profiteren van de omstandigheden.), was al die moeite het toch wel waard.

Wanneer de strijd hevig woedde moesten de dorpelingen de schuilkelder in. Deze bunker was zelfgemaakt door alle vaders van het dorpje. Ondanks de oorlog voelde de ikpersoon zich soms heel goed in de kelder, want dan kon hij lekker bij Bea zijn. Dit was het meisje waar hij verliefd op was.

Op een nacht werd er, ook bovenop de bunker, hard gevochten. Zo hard dat een Duitse soldaat ernstig gewond raakt. En hulp was er voor hem niet, in ieder geval niet van Amerikanen of andere Duitsers. Ondanks het gevaar voelde de vaders zich toch wel verplicht om de Duitser te helpen. Ze zagen hem niet meer als vijand maar als een mens, een slachtoffer van de oorlog. Ze deden er alles aan om deze jonge soldaat zo min mogelijk te laten lijden. Maar de verwondingen waren te erg om het nog te overleven.

Wanneer de Duitse soldaten “eindelijk” hun man vinden, geven ze de burgers de schuld van zijn dood. Als straf worden alle vaders opgepakt en afgevoerd, ook de vader van het hoofdpersonage.

Zes weken later is de rust al zo’n beetje teruggekeerd. Ook de Amerikanen zijn er dan al. Paps, Mac, Housten en Karl verblijven in het dorpje van de ikpersoon. Hoewel zij vreemde gewoontes hebben, kan de hoofdpersoon het goed met ze vinden. Hij beschouwt ze als vrienden en Paps zelfs als een soort vader.

Op een dag komt ook Bea naar de tent van de vier Amerikaanse soldaten. De ikpersoon ziet haar vanaf de uitkijktoren en gaat ook naar de tent toe. Maar wanneer hij binnenkomt ziet hij dat zijn “vriend” Karl bovenop Bea ligt. Hoewel hij er heel boos om is, doet hij er niks aan. De ikpersoon dacht alleen maar aan een ding: hoorde Karl nu ook bij zijn vijand?



Persoonlijk oordeel



Natuurlijk zijn er veel boeken die over WO II gaan. Dus je zou denken dat dit boek niet origineel is. Maar iedereen maakt de oorlog op zijn manier mee. Ik heb bijvoorbeeld ook “Een eiland in zee gelezen”. Dit boek ging ook over de tweede wereldoorlog, maar je maakte het mee via een Joods meisje. De ouders van het meisje zorgde ervoor dat zij de oorlog niet echt hoefde mee te maken. Ze stuurde haar namelijk naar een Zweeds pleeggezin. Zo zie je dat dit meisje hele ander dingen meemaakte dan de hoofdpersoon van “De Vijand”. Vandaar dat de boeken over de tweede oorlog allemaal op een andere manier origineel zin. Dit boek dus ook.



In het begin is er weinig spannend, daarom verveelde het boek me soms. Maar toch bleef ik doorlezen in de hoop dat er nog iets zou gebeuren wat het boek een andere wending zou geven. Gelukkig gebeurde dit op het eind ook. Het werd spannend wanneer er een Duitse soldaat ruw de bunker binnen komt en iedereen dwingt de bunker te verlaten. Buiten zagen de vrouwen en kinderen de dode Duitse soldaat (waar de vaders voor gezorgd hadden) voor het eerst. Je zag het al aankomen dat zij de schuld kregen van zijn dood, maar toch bleef het spannend.



Aan de ene kant raad ik dit boek aan aan mensen die van verhalen over de tweede oorlog houden. Want, zoals ik al zei, iedereen maakt het anders mee, waardoor je elke keer weer iets origineels te lezen krijgt.



Aan de andere kant raad ik het af. Want een belangrijke reden waarom ik van verhalen hou die over WO II gaan, is omdat ze erg spannend zijn. In dit boek wordt het op het eind pas spannend. Het begin was dus best saai, omdat er vooral dingen verteld werden die je in elk oorlogsverhaal aantreft.


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.