ADVERTENTIE
Is jouw geschiedenisleraar de allerbeste?

Geef hem of haar dan op voor de titel Geschiedenisleraar van het jaar van het Rijksmuseum. De deadline voor aanmeldingen is 31 maart 2020.

Geef je leraar op!

Beschrijvingsopdracht:



Titelbeschrijving:



A) auteur: Jos Vandeloo

B) titel: de vijand

C) ondertitel: -

D) druk, plaats, jaar van uitgave: 14e druk, Antwerpen, 1988

E) jaar van eerste uitgave: 1962



Korte motivatie boekkeuze:



Ik ben dit boek gaan lezen, omdat ik niet wist welk boek ik anders zou moeten lezen. Een reden was ook wel dat het geen dik boek was en korte hoofdstukken had.

Ik had ook gehoord dat het boek niet in moeilijke taal was geschreven, dus voor mij ook weer een reden meer om dit boek te gaan lezen.



Persoonlijke reactie:



Ik vond het in het begin een beetje een saai boek, want het gaat dan alleen maar over hoe hij met die soldaten omgaat, maar later begrijp je wel dat het nodig was dat je wist hoe die relaties in elkaar zaten. Later vond ik het wel spannender worden en ook het taalgebruik was niet zo moeilijk waardoor het makkelijk las.





Korte samenvatting:



De ik-persoon, een 15-jarige jongen, woont in een klein dorp waar de huizen slordig aan een straatweg staan. Aan de overkant van de straat is een veld waar Amerikaanse soldaten hun tenten hebben opgeslagen. Hij vindt de Amerikanen vreemde kerels, maar toch kan hij goed met ze opschieten. Hij krijgt wel eens iets te eten van ze. In ruil daarvoor geeft hij ze steenkool, het enige waar de bewoners van de huizen geen gebrek hebben. Het gezin van de jongen bestaat uit zijn moeder, een zusje en twee broers. Zijn moeder lacht de laatste nogal vermoeid, vindt hij. De oorlog heeft haar moe en oud gemaakt. Zijn zusje zingt veel Amerikaanse liedjes en zijn broers eten volgens hem alleen maar. In het soldatenkamp zijn vier soldaten: 'Paps', Houston, Mac (Mac-Donald) en Karl. Hij is veel bij Paps en Houston. De soldaten maken vreemde grappen over de vrouwen en meisjes uit het dorp waar hij iets van begrijpt. Veel vrouwen en meisjes spreken al Engels en zitten een beetje achter de Amerikanen aan. Ze krijgen ook chocola en sigaretten.

De jongen mag af en toe bij Paps in de uitkijktoren zitten en met de verrekijker naar de boeren in de omgeving kijken. De boeren die je wegsturen als je om wat te eten vraagt of die verschrikkelijk veel geld vragen. De soldaten doen niet veel. Ze lezen, zitten in de uitkijktoren of doen niets. Op een dag ziet hij vanuit de uitkijktoren Bea komen, een meisje waarmee hij samen is opgegroeid. Ze komt vaak in het kamp. Ze hebben vaak samen in de schuilkelder gezeten. Als de jongen de tent ingaat, ziet hij dat een van zijn Amerikaanse vrienden op Bea neerstrijkt, behoedzaam en geruisloos als een grote vogel. De vader van de jongen en de andere vaders in de buurt moesten een schuilkelder graven om hun gezinnen en henzelf te beschermen, want ze woonden in de vlieglijn. Ze woonden net in een niemandsland, dat nu eens door de Amerikanen bezet was en dan weer door de Duitsers. Soms was het rustig tijdens de nachten. Soms verontrustend kalm. Dan gingen hij en Bea dicht bij elkaar zitten en hielden ze elkaars hand vast. Ze zaten met ongeveer dertig personen in de schuilkelder. Tijdens het slapen legen ze met de hoofden in het midden, zo dat zijn hoofd dat van Bea raakte. Hij droomde ervan later als ze ouder waren te vrijen met Bea.

De mannen zaten 's morgens in een kring en bespraken een of ander plan. Iedereen had om de beurt wacht. Ondanks de regen kwamen de schoten steeds dichterbij. Toen alles weer rustig was, klonk er nog één schot, vlak bij de schuilkelder.

Na veel aarzelingen gaat de vader van de jongen en een andere vader naar buiten om te kijken wat er is. Het duurt lang voor ze terug zijn. Als ze terug zijn, zeggen ze dat er een Duitser neergeschoten is. Ze hebben hem in een schuurtje gelegd. De bewoners van de schuilkelder konden niet veel meer doen voor een dodelijk gewonde Duitse soldaat. Een paar mensen gaan ondanks het schieten nog naar hem toe om te proberen de pijn te verminderen. Hij sterft en ze denken eraan dat niemand hem uit het schuurtje zal weghalen. Iedereen zou aan de dode denken als hij het schuurtje binnen zou komen. Het schieten verminderde. Toen de vader van de jongen en een andere vader net terug waren van de dode Duitser, was er rumoer op de straat dat steeds heviger werd. Plotseling werden de zakken die de ingang van de kuil bedekten weggerukt. De wacht sprong op maar kroop direct terug. Er stak een geweerloop naar binnen. Iedereen moest eruit. Er waren veel Duitse soldaten. Ze hadden de dode gevonden en riepen en scholden op iedereen. Ze dachten dat zij de soldaat gedood hadden. Plotseling werden de mannen apart genomen. De jongen en zijn broers stonden bij hun moeder. De mannen werden afgevoerd. De vader van de jongen liep vooraan. "In dit ene ogenblik, nu hij zo kwetsbaar was, hield ik bijzonder veel van hem."



Verdiepingopdracht 1:



Vertelsituatie:



Het verhaal heeft een ik-verteller. Alles wordt gezien vanuit de ogen van een vijftienjarige jongen. Je leest hoe hij het einde van de oorlog beleeft en zo krijg je een duidelijke indruk over hoe iemand van vijftien over de oorlog denkt. Hij is verliefd op Bea en laat dit duidelijk merken door steeds over haar te fantaseren. Hij denkt bijvoorbeeld over hoe hij een relatie met haar zal krijgen over een paar jaar. Hij is vrij stil in het boek en vertelt bijna niets aan anderen. Hij praat vaak in zichzelf over anderen. Hij bepraat met zichzelf over hoe hij denkt over Karl, die bijna nooit iets zegt tegen hem en over Paps die hij erg aardig vindt. Je komt door de gedachten van de jongen te weten wat de karakters zijn van de Amerikaanse soldaten en hoe ze eruitzien. Het karakter is immers wel de mening van de jongen zelf, en zie je de karaktereigenschappen van de soldaten vanuit zijn ogen.

Bijvoorbeeld wanneer de jongen Paps 'erg aardig begint te vinden', omdat hij steeds vaker door de verrekijker mag kijken.



Thematiek:



-Thema: vijanden in de oorlog en vijanden in de liefde en vertrouwen.

De jongen wordt in het boek verliefd op Bea. Hierdoor wordt hun vriendschap beter en praten ze veel met elkaar. Als ze slapen in de schuilplaats dan liggen ze ook dicht bij elkaar, omdat ze elkaar kunnen vertrouwen en om warmte bij elkaar te zoeken. De jongen raakt ook bevriend met de Amerikaanse militairen en krijgt eten en drinken mee voor thuis, hij vertrouwt ze. Hij praat ook veel met ze en zo heeft hij toch vrienden tijdens de oorlog. Hij ziet echter op een keer één van de Amerikanen met Bea vrijen, waardoor hij het vertrouwen in hen kwijtraakt. Ook vertrouwt hij het Duitse leger niet, omdat zij iedereen de schuld geven, ze geven bijvoorbeeld zijn vader de schuld dat hij een Duitse soldaat heeft gedood. Hierdoor wordt hij opgepakt samen met de andere vaders.



Een ander thema dat het boek karakteriseert is oorlog. Het verhaal speelt zich af tijdens de Tweede wereld oorlog. In deze tijd was het voor de Nederlandse bevolking moeilijk om in leven te blijven. Er werd fel gevochten tussen het Duitse leger en de geallieerden en voedsel was nauwelijks te krijgen. Jos Vanderloo laat op een sobere manier zien hoe men in die tijd overleefde en hoe men de dagen doorbracht. In het voorwoord zegt hij dan ook 'Voor de vrienden van vroeger', waarmee hij aangeeft dat hij de oorlog niet vergeten kan en dat het nooit vergeten mag worden.



Motieven:



-de regen,

-vriendschap met de Amerikaanse soldaten

-de gevechten tussen de Duitsers en de Amerikanen

-het feit dat de vader van de ik-persoon er niet meer is.



Het belangrijkste motief is de regen. Wanneer het regent hangt er onheil in de lucht. Het hoofdpersonage ondervindt dit zelf. Het regende bijvoorbeeld toen de Duitse soldaat vlakbij hun bunker neergeschoten werd. Wanneer hij zag dat Bea verkracht werd regende het ook.

De soldaten en de angst zijn tevens motieven zoals in de meest oorlogsromans. De angst komt veel voor wanneer ze in de bunker zitten en niet weten wat er gebeuren zal. De Amerikaanse soldaten komen voor als vrienden. Nadat de Duitser neergeschoten is, gaat het hoofdpersonage hem ook als een soort vriend beschouwen omdat ze beiden slachtoffers geworden zijn van de oorlog. De verteller vindt dit heel verwarrend, hij heeft het moeilijk om zijn vijanden van zijn vrienden te scheiden. "Wie is tenslotte de vijand? Iedereen is vijand en niemand is vijand. Ik geloof dat vrienden en vijanden aan dezelfde tafel zitten, soms op dezelfde stoel



Motto:



Het boek heeft een voorwoord en een motto.



Voorwoord:



'Voor de vrienden van vroeger'



De gebeurtenissen in dit verhaal kwamen vroeger bij veel gezinnen voor. Ze moesten schuilen voor de Duitsers en voor de bommen. Ze wilden het liefst dat de oorlog voorbij was. Deze 'vrienden' zijn de mensen die de oorlog ook meegemaakt hebben.



Het tweede voorwoord in het boek is:



'On entre en guerre, en entrant dans le monde'



Voltaire, Epitre, XXXIV




vertaling:



'Men komt in oorlog bij het betreden van de wereld'



Deze zin heeft te maken met de ontdekking van de schuilplaats door een Duitse soldaat.

De schuilplaats is 'de wereld' waarin de mensen zich verschuilen. De mensen zijn 'men'

die in oorlog komen wanneer ze ontdekt worden door deze Duitse soldaat. Ze willen niet meegenomen worden en verweren zich vervolgens tegenover de soldaten.



Motto:



'Als het regent moet ik altijd aan de vijand denken., zoals ook nu weer, nu het water in lange strepen neerstort, een koud, grauw gordijn over het land spant en alles roerloos, natglimmend op iets ligt te wachten.

Eeuwig op iets ligt te wachten'.



Tijdens de dagen waarin de mensen zich schuilen tegen de bommen en de Duitsers, regent het onafgebroken. Dit zegt het vijftienjarige jongetje ook in het verhaal. Hij werd er treurig van.

Met de regen wordt ook de vijand bedoeld die afwacht tot te kunnen toeslaan op slachtoffers en macht. Met de regen kan ook de gewonde soldaat bedoeld zijn. Hij is ook de vijand, die ligt te wachten op iets, op hulp.



Ruimte:



Het verhaal speelt zich voornamelijk af op het platteland, in een schuilbunker, van een Belgisch grensdorpje. Ook speelt het verhaal zich af in het korenveld bij het dorpje, waar vier Amerikaanse militairen zich gevestigd hebben. Ze moesten uitkijken naar mogelijke aanvallen van Duitse troepen. Het verhaal speelt zich af rond het eind van de Tweede Wereldoorlog, omdat de Duitsers vanaf dat moment onder druk werden gezet door de geallieerden. In het boek wordt verteld dat het dorpje bezet wordt door Duitse troepen en dat ze door Amerikaanse militairen in de gaten gehouden worden. De ruimte creëert een bepaalde sfeer in het boek, bijvoorbeeld de schuilkelder schept een sfeer van opgesloten te zijn, te wachten op betere tijden en machteloos staan tegenover de vijand.



Evaluatie:



Over het boek:



Ik vond het heel duidelijk waar de tekst over ging. Je kon goed merken dat het over de WO2 ging, omdat het ten eerste in 1944/ 1945 afspeelde en het over de Duitsers en Amerikanen ging.

Ik heb zelf weleens nagedacht over hoe het zou zijn als je in de oorlog leefde, maar je kan je er eigenlijk geen voorstelling van maken want je hebt het nog nooit meegemaakt.

Ik ben door dit boek niet anders over het onderwerp gaan denken, ik denk dat je gewoon een eigen mening hebt over iets en dat het door een boek niet verandert.

Ik heb van dit boek geen film gezien, ik weet trouwens ook niet of die er is.



Er zijn wel meerdere belangrijke gebeurtenissen in het boek, namelijk dat hij goed bevriend is met de Amerikanen zodat ze eten krijgen. Een belangrijke gebeurtenis is ook dat ze in de schuilkelder zitten, want dan groeit hij dichter naar Bea toe. En ook een belangrijke gebeurtenis is dat zijn vader dood wordt geschoten.

Ik vind dat het verhaal wel genoeg gebeurtenissen bevat om mij te blijven boeien, anders was ik er al mee gestopt.

Ik vind verder gebeurtenissen: spannend, dramatisch, geloofwaardig. Omdat dit wel echt gebeurt zou kunnen zijn en het is ook spannend als ze in die schuilkelder zitten.

De gebeurtenissen hebben niet echt een indruk op mij gemaakt, waarmee ik bedoel dat ik ’s avonds er niet wakker van lig en nadenk over wat ik nou helemaal precies heb gelezen. Maar ik zag de personen wel voor me, maar dat heb ik meestal als ik een boek lees.

Ik heb verder wel vaker films en boeken gelezen over de Tweede Wereldoorlog, maar nog nooit heb ik een boek gelezen of een film gezien over zo’n situatie.



Over verdiepingsopdrachten:



Ik vond deze verdiepingsopdracht niet zo moeilijk omdat we wat over mochten slaan en ik had het natuurlijk al vaker gedaan. Ik vond de motieven vinden nog het moeilijkst om te vinden. Ik ben verder niet zoveel problemen tegen gekomen bij het maken van de verdiepingsopdrachten. Ik vond deze verdiepingsopdracht makkelijker dan de vorige opdrachten, want je hoefde hier minder te doen.

Als je verdiepingsopdrachten maakt krijg je inderdaad wel een beter inzicht in het boek, alleen vind ik wel dat ze steeds hetzelfde vragen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

R.

R.

Super bedankt , nu hoef ik niet de rest van het weekend achter de computer te zitten !!!

18 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

J.

J.

Hoeveel bladzijden bevat het boek "De Vijand" van Jos Vandeloo.
Wil je a.u.b zo snel mogelijk antwoorden.
Liefst vandaag nog.

Jo

18 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

I.

I.

He poepie!!!!!
Bedankt voor het gebruiken van je uittreksel!!
Ik kwam het toevallig tegen, was op zoek naar een uittreksel, ik pakte de beste (ahum, grapje) en dat was deze opeens stond er onderaan NIENKE!!
echt lachen.
Nou xxxx
nog bedankt he!!!!!
doeii
Tineke

18 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

S.

S.

Ik vind dit een zeer goed boekverslag.
Het is bijna precies hetzelfde als in mijn boek staat hoe het moet.

groeten van mij!

16 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

J.

J.

Top Bedankt
bijna alles wat ik nodig heb zit er in

5 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast