Havisten uit de bovenbouw gezocht! Vul deze korte vragenlijst over jouw studiekeuze in en maak kans op een Bol.com bon t.w.v. 15 euro.

Doe mee


Basis informatie van het boek.
Titel: De Rode Strik van Mensje van Keulen.
Uitgave: Eerste druk, september 1994.
Uitgeverij: Atlas en maakt deel uit van uitgeverij Contact.
Gelezen druk: Tweede druk, december 1994.

Titelverklaring.
De beestenman aan vertelt aan Bee en Maria dat konijnen worden vermoord met een strik en dan rood wordt van het bloed. Bee en Maria hebben dan net een konijntje, en Bee draagt altijd een strik die op dat moment rood was. Als iemand haar strik los trekt wordt ze woedend.
Het boek is een: roman


Genre: psychologische roman.
Motto van het boek: niet aanwezig.


Samenvatting van het verhaal:

Maria Talberg leidt met haar zusje een behoorlijk zelfstandig leven, haar moeder moet vroeg weg om te poetsen en haar vader is weggelopen. Zij en haar zusje trekken veel met de buurtkinderen op en halen veel streken uit. Hun moeder krijgt een nieuwe vriend waar ze een zodanig hekel aan hebben dat ze hem dood wensen. Hij heeft een dierenwinkel en gedraagt zich als een beest en ze noemen hem dan al snel de beestenman. Maria’s moeder krijgt tijdens het eten een bloeding en moet naar het ziekenhuis en Bee en Maria weten niet wat er aan de hand is en geven de beestenman de schuld, ze denken dat hun moeder dood gaat. Wanneer hij ’s avonds thuiskomt en het konijn van hun de nek om wil draaien slaat Maria hem met een pan op zijn hoofd. Hij stort in elkaar en Maria sleurt hem samen met Bee de gang in en laat hem daar van de trap rollen, ze willen het laten lijken dat hij van de trap is afgevallen. Ineens staat Bee te schreeuwen en ziet ze de beestenman omhoog komen en Maria doet haar hand voor Bee’s gezicht en begint op zijn hoofd te trappen. Hij valt weer naar beneden en Maria belt mevrouw Mees, de buurvrouw om alles verder te regelen. Bee raakt in shock en wordt in het Sint- Theresia, een inrichting geplaatst waar het boek ook mee begint.


Verhaallijnen.

Er is maar één verhaallijn; het komen en gaan van de Beestenman in het leven van Maria Talberg.


Chronologisch?

Het verhaal is niet chronologisch, want het normale tijdsverloop is doorbroken door een flash- back, die begint op bladzijde zeventien en eindigt op bladzijde 195. Het begin van het verhaal, dat Bee in de inrichting zit is eigenlijk het eind van het verhaal. Er is dus geen gewoon tijdsverloop, het is niet- chronologisch verteld. Een duidelijke vooruitwijzing is als Maria vooruit verwijst dat de beestenman dood zou gaan. Citaat: Van een foto wou ik dat hij had bestaan, omdat ik hem zou hebben bewaard. Maar op de dag dat ik die zelf had kunnen nemen, dacht ik er niet aan. Het was de dag dat de beestenman dood, morsdood was. (blz. 7) Er is één duidelijke terugverwijzing in het verhaal. Dat is als Maria vertelt over hun enige familielid waar ze een keer zijn geweest. Hier verwijst ze naar terug. Citaat: Mijn moeder had alleen een nicht die ergens in een dorp woonde. We waren er een keer met de trein naartoe gegaan, over lange bruggen. (blz. 40) Nog een terugverwijzing is als Maria de dokter vergelijkt met iemand die ze eerder heeft ontmoet. Citaat: Hij draaide weer terug in zijn stoel en keek me aan zoals mère Van Geuzau ooit naar me gekeken had.


Tijd:

Het verhaal speelt zich af rond de jaren ’55- ‘60. Dat zie je aan de manier hoe er met de oorlog wordt omgegaan. Je ziet dat er niet heel lang geleden een oorlog is geweest, maar Maria en Bee hebben het zelf niet meegemaakt. Ze zijn er wel heel erg bang voor. Je ziet dat ze al redelijk modern zijn, maar nog niet zo modern als nu, bijvoorbeeld aan de spelletjes die ze op straat doen, de snoep die ze eten(ouwel). Aan dat soort dingen zie je ook dat het rond de jaren ‘55- ’60 afgespeeld moet hebben.


Een aantal tekstbewijzen waaraan je ziet dat het verhaal zich in de jaren ‘55-’60 heeft afgespeeld:
Op zaterdagavond was er lang televisie.
Hier zie je dat er al televisie was, dus het kan niet veel langer geleden zijn geweest dan ‘55- ’60
‘Schorem! Uitvaagsel! Ik hoop dat jullie een oorlog meemaken!’ Dat betekende hetzelfde als: jullie hebben de oorlog niet meegemaakt, dus je weet niets, hou je koest, lazer op en val maar liever helemaal dood.
Aan dit citaat zie je dat de kinderen de oorlog zelf niet meegemaakt hebben, want een man schreeuwt dit tegen ze. Maria is elf jaar, dus het moet wel minstens elf jaar na 1945 zijn geweest.
‘Alsof ik niet bang was voor de oorlog. Ik was doodsbang wanneer ik ’s avonds een vliegtuig hoorde. Ik luisterde, wachtte op de bommen en bad: God, niet op onze staat, niet op de kinderboerderij, als het moet dan op de school of het zwembad.’ (blz. 22)
Je ziet hier dat Maria heel erg bang was voor de oorlog en voor vliegtuigen die over vliegen. Ze heeft zelf de oorlog niet meegemaakt. Maar dat zou niet ver voor haar geboorte gebeurd zijn, want anders zou ze niet zo bang voor de oorlog zijn.
‘Je moet bij mère van Geuzau komen, Maria’ (blz.104)
Ze kregen toen nog les van de nonnen dat nu helemaal niet meer gebeurt in Nederland.


Belangruimte, speelruimte.

Er is in dit boek niet echt een belangruimte of speelruimte. Er zitten geen hoofdstukken tussen belangrijke onderwerpen om over na te denken.


Opbouw van het boek.

Het boek heeft 205 bladzijdes. De rode strik begint met een proloog van Maria over de beestenman waarin ze vooruitwijst naar het einde van het verhaal. Daarna begint het verhaal dat een cirkelstructuur heeft: het begint en eindigt met een bezoek van Maria aan Bee in Sint-Theresa, de inrichting waarin Bee geplaatst is na de dood van oom Leen. Het verhaal heeft veertig vrij korte hoofdstukken: sommige zijn zelfs maar een halve pagina lang. Het langste hoofdstuk is dat waarin Maria vertelt over de vakantie ven Leen, hun moeder, Bee en zichzelf. Dit hoofdstuk telt veertien bladzijden.
De hoofdstukken geven ieder een gebeurtenis aan zoals de vakantie met de beestenman. Ze zijn niet genummerd en ook niet getiteld.

Manipulatietechnieken
Het boek bevat een grote spanningsboog die wordt opgevoerd door kleine toevoegingen waardoor het verhaal weer even wat spannender wordt.


Het vertelperspectief.

Het vertelperspectief is het ik- perspectief waaronder het achteraf vertellende ik –perspectief valt. Dit perspectief is onbetrouwbaar omdat je alleen maar de gevoelens en meningen te horen krijgt van de ik-persoon de feiten kunnen dus zijn verdraaid.


Taalgebruik

Je merkt aan de manier van schrijven dat het boek zich afspeelt rond je jaren ’55 ’60. Door de ouderwetse manier van schelden zoals ‘schorem’. Het boek is gemakkelijk te lezen en goed te begrijpen. Ik vind dat de schrijfster de link tussen de gedachten en gesprekken prima heeft gelegd want vaak weet je meteen tijdens een gesprek wat ze denkt. De manier van spreken past wel bij het verhaal maar niet bij het hoofdpersonage want die is pas elf jaar oud. Maar het zijn geen ingewikkelde zinnen met moeilijke woorden. Er staan vaak wat kortere zinnen wat wijst op het terplekke bedenken van een reactie op een actie. Door de manier van schrijven krijg je een goed beeld van het verhaal. Er zit ook humor in ondanks de vervelende gebeurtenissen. De humor komt vooral uit de gedachte gang van Maria, die de humor inziet van vervelende dingen.


Thematiek.

Twee jonge meisjes die de komst van een man in het leven van hun moeder niet kunnen accepteren, en daar zelf een stokje voor steken voordat ze nog meer verdriet en angst wordt aangedaan.
Ik heb voor dit thema gekozen omdat ik dit de grondgedachte van het boek vind, want het verhaal gaat vooral over een man die in een kinderleven verschijnt, terwijl het kind dit niet accepteert. Ik heb de motieven angst, verdriet en dood (stokje voor steken) en drama in dit thema verwerkt.


Motieven.

Machteloosheid(wanneer Maria weer eens word beschuldigd van iets waar zij niet alleen schuld aan heeft), haat (de haat die Maria en Bee voor Leen Talberg voelen), vriendschap (de vriendschap tussen Maria en haar vriendinnen word vaak duidelijk gemaakt als ze elkaar geheimen vertellen, etc.), Stiekemheid (het stiekeme roken van Maria en haar vriendinnen, en de plannen die Maria en Bee samen stiekem maken), dood ( de dood van leen, en de wil van de zusjes om hem te vermoorden. Ook dacht Maria veel aan de dood.) citaten:
‘Mijn weggelopen vader die nooit meer terug kwam. Die misschien wel dood was. Die vast en zeker dood was.’ (blz. 23)
‘Maria’s vader was toen ze klein was weggelopen. Maria denkt dat hij dood is.
Ik wou zelf dood, maar van dat idee werd ik ook gelijk helemaal misselijk. ‘(blz. 22) ‘Een uur later is hij in het ziekenhuis dood gegaan.’
Maria zag hier een jongetje van twee jaar overreden worden door een tram. Later is het jongetje overleden in het ziekenhuis.‘Als ik zijn slaap geraakt heb, is hij dood.’ (blz. 186) Hier heeft Maria net de beestenman op zijn hoofd geslagen met een koekenpan. Ze dacht dat hij dood was. De strik van Bee (het voorwerp komt meerdere malen terug in het verhaal) Citaten:
‘Ik kon haar strik, haar kinderachtige meisjesstrik, lostrekken; daar werd ze wild van. Vandaag had ze een groene in, een dergelijke harde die ging glanzen als hij gestreken werd. (blz. 73)’ ‘Bee had altijd een strik in, elke dag weer een ander kleurtje. Als die los werd getrokken werd ze woedend.
Bee had zelfs geen oranje strik. (blz. 158) ‘De meisjes hielden van allerlei kleuren, alleen niet van oranje.
‘De strik van de stroper. Als die een vosje of konijntje strikt, wordt hij rood.’ (blz. 137)
De beestenman vertelt hier waarvoor een strik dient. Dat hij een strik van de stroper bedoelt, waarin dieren doodgaan als ze erin lopen. Als dat gebeurt dan wordt de strik rood.
Bee heeft ook een rode strik. De strik komt veel voor in het verhaal. De extra betekenis van strik is denk ik de ‘dood’, want de beestenman loopt in de strik van de meisjes en gaat dood. Als een dier in een strik loopt gaat hij dood, en Bee heeft altijd een strik in en die zit nu bijna ‘dood’ in een inrichting omdat ze niet meer praat of echt reageert. Rood is de kleur van bloed en de hel, in het boek komt god aan bod waardoor het rood op de hel kan slaan.
Beestenman haar gaf.

Personages.
Maria Talberg

Maria is een round- character, omdat er veel karaktertrekken van haar worden beschreven. Die karaktertrekken zie je vooral aan de gebeurtenissen die ze meemaakt, en hoe ze daarmee omgaat. Ze moest bijvoorbeeld lachen toen Bee een dartpijltje in haar hoofd had zitten. Zo zie je dus dat ze eigenlijk wel gemeen is. Maria is ook erg zorgzaam, meedogenloos, bang voor sommige dingen, eigenwijs, grappig en ook soms boosaardig. Kijk maar naar toen ze een gieter leeg goot op het hoofd van Leida en haar hele schrift bekraste, toen ze haar waarschijnlijk verklikt had, terwijl dit helemaal niet zeker was. In het hele verhaal worden deze karaktertrekken beschreven. Ook zie je in het hele verhaal de gedachtes en gevoelen van het meisje. In de loop van het verhaal verandert het karakter van Maria. In het begin van het verhaal verdient ze nog vele erekaarten, ze gedroeg zich goed op school, en later in het verhaal sloeg ze de reinste schuttingtaal uit. Ze is dus in negatieve zin veranderd. Ook is ze veel boosaardiger geworden na de komst van Leen, de beestenman. Want nu hij er was dacht ze veel aan hoe ze hem kon vermoorden, en daarvoor had ze niet zulke boosaardige gedachtes. Dus het heeft met de komst van de beestenman te maken dat haar karakter veranderde.
Maria is een meisje van elf jaar, maar lijkt al een meer volwassen in het verhaal, omdat ze rookt, en soms ook drinkt. Ze is bepaald geen lieverdje en ze speelt veel buiten met haar zusje en met de buurtkinderen. Dan halen ze vaak kattenkwaad uit. Ze houdt erg van dieren, en krijgt daarom samen met haar zusje Bee een konijntje, Nino. Ze is een dun meisje, met een gezicht waarvan ze zeiden: ‘Zeg, kom jij net van een begrafenis?’ Ze vindt haar zusje Bee vaak irritant, maar toen Bee in de inrichting zat was ze er ook heel erg zorgzaam voor. Ze kan goed opschieten met haar moeder waar ze zelden ruzie mee heeft. Ze vindt de beestenman een indringer, en ze vindt hem vies, eng en wilde gewoon dat hij zou ophoepelen. Verder is ze bang voor de oorlog, voor pijn, voor de dood, en bang dat haar moeder iets zou overkomen. Maria is in het verhaal de verteller, de ik- persoon, en dus erg belangrijk.

Bee Talberg:
Bee is een flat- character, waar een beetje round doorheen zit. Want er worden maar een paar karaktertrekken van haar beschreven, wel door het hele verhaal heen. Je ziet niet echt een karakterverandering. Ze blijft het hele verhaal hetzelfde. Dat komt ook doordat je alles door de ogen van de ik- persoon ziet, en dus Bee’s gevoelens en gedachtes niet kan zien. Ook is alles wat je ziet van Bee heel erg subjectief, omdat je het ziet door de ogen van Maria. Bee’s echte naam is eigenlijk Cornelia Talberg, genoemd naar haar vader Cor. Ze is een nogal stil meisje van negen jaar. Ze hangt heel erg aan haar twee jaar oudere zus Maria. Ze houdt ook erg van dieren maar is doodsbang voor wormen. Ze heeft lang krullend haar. Meestal doet ze voor spek en bonen mee met spelletjes, omdat ze nog te klein is in de ogen van de andere kinderen. Ze heeft altijd een strik in het haar, en als je die los trekt wordt ze woedend.
Ze heeft een redelijk goede relatie met haar zus Maria. Ze hebben soms kleine ruzietjes, maar dat is normaal bij zusjes. Ook hangt ze erg op haar zus, die ze waarschijnlijk als voorbeeld ziet. Met haar moeder heeft ze een gewone moeder en dochter relatie, en net als haar zus haat ze de beestenman, maar hier merk je minder van, omdat je haar gevoelens en gedachtes niet ziet. Dus je kunt je niet helemaal in haar inleven.

Marie Talberg:

Marie Talberg in een flat- character. Ze komt niet echt heel veel voor in het verhaal, en is ook niet heel belangrijk in het verhaal. Er worden soms een paar karaktertrekken beschreven, en er is ook wel een klein karakter verandering, maar ze is overwegend flat. Bij haar zie je ook geen gevoelens en gedachtes, dus je kunt je niet echt inleven in haar. Marie is een vrouw van ongeveer dertig à vijfendertig jaar. Ze heeft twee dochters; Maria en Bee. Haar man is weggelopen na de geboorte van Bee, en later krijgt ze een relatie met Leen Talberg, de neef van haar ex-man. Ze zingt graag, maakt bijna nooit ruzie en vloekt nooit. Ze werkt als schoonmaakster in een kantoor. Ook is ze altijd heel aardig en zorgzaam tegenover haar kinderen, en ze houdt niet van mensen die plat praten, alcohol drinken of roken. De beestenman doet dit allemaal, maar toch valt ze op hem. Eerst lacht ze veel om Leen, maar later niet meer, en later maakt ze ook steeds vaker ruzie met hem, wat ze vroeger ook bijna nooit deed.

Leen Talberg (de beestenman):

Leen zit tussen een round- en een flat- character in, maar is toch iets meer flat dan round. Er worden veel karaktertrekken beschreven die verspreid staan in het verhaal. Er treedt ook een kleine karakterverandering op in het verhaal. Leen is een man die heel erg grof, vies, pesterig, spottend, gemeen, jaloers en achterbaks is. Hij is groot en breed, en heeft veel tatoeages. Toen hij Marie pas ontmoet had, was hij nog netjes, aardig en hij gedroeg zich beschaafd. Naarmate ze langer bij elkaar waren werd hij steeds grover, werd steeds minder beschaafd, en deed steeds minder in het huis. Hij liet gewoon winden in huis, maakte zijn bed nooit op, en ruimde ook nooit was op. Hij vindt de twee meisjes wel leuk, en probeert bevriend met hen te raken door ze vaak geld toe te stoppen, en aardige dingen te zeggen. Maar dit vatten ze juist niet goed op. Later begint hij de meisjes steeds meer te pesten. Hierdoor kregen ze nog meer een hekel aan hem. Hij heeft een eigen dierenwinkel. Daarom gaan de meisjes hem de beestenman noemen. Hij houdt wel van Marie, maar laat dit niet echt blijken. Als er een oude kennis langskomt, een man, jaagt hij de man weg, omdat hij denkt dat die Marie in wilde pikken. Hij kwam alleen op visite, dus je ziet dat Leen heel erg jaloers is.


Tijd:

Het verhaal speelt zich af rond de jaren ’55- ‘60. Dat zie je aan de manier hoe er met de oorlog wordt omgegaan. Je ziet dat er niet heel lang geleden een oorlog is geweest, maar Maria en Bee hebben het zelf niet meegemaakt. Ze zijn er wel heel erg bang voor. Je ziet dat ze al redelijk modern zijn, maar nog niet zo modern als nu, bijvoorbeeld aan de spelletjes die ze op straat doen, de snoep die ze eten(ouwel). Aan dat soort dingen zie je ook dat het rond de jaren ‘55- ’60 afgespeeld moet hebben.
Een aantal tekstbewijzen waaraan je ziet dat het verhaal zich in de jaren ‘55-’60 heeft afgespeeld:
Op zaterdagavond was er lang televisie.
Hier zie je dat er al televisie was, dus het kan niet veel langer geleden zijn geweest dan ‘55- ’60
‘Schorem! Uitvaagsel! Ik hoop dat jullie een oorlog meemaken!’ Dat betekende hetzelfde als: jullie hebben de oorlog niet meegemaakt, dus je weet niets, houd je koest, lazer op en val maar liever helemaal dood.
Aan dit citaat zie je dat de kinderen de oorlog zelf niet meegemaakt hebben, want een man schreeuwt dit tegen ze. Maria is elf jaar, dus het moet wel minstens elf jaar na 1945 zijn geweest.
‘Alsof ik niet bang was voor de oorlog. Ik was doodsbang wanneer ik ’s avonds een vliegtuig hoorde. Ik luisterde, wachtte op de bommen en bad: God, niet op onze staat, niet op de kinderboerderij, als het moet dan op de school of het zwembad.’ (blz. 22)
Je ziet hier dat Maria heel erg bang was voor de oorlog en voor vliegtuigen die over vliegen. Ze heeft zelf de oorlog niet meegemaakt, dus het zal wel niet heel lang voor haar geboorte zijn geweest, want anders zou ze niet zo bang voor de oorlog zijn.
‘Je moet bij mère van Geuzau komen, Maria’ (blz.104)
Ze kregen toen nog les van de nonnen dat nu helemaal niet meer gebeurt in Nederland.


Argumenten:
Vernieuwingsargument.

Ik denk dat Mensje van Keulen wel vernieuwend heeft geschreven maar geen taboe heeft doorbroken. Er zijn niet veel boeken die gaan over een meisje van elf die een moord pleegt.

Realistisch argument
Het boek is realistisch geschreven. In principe zou het allemaal echt gebeurd kunnen zijn. Ook al is de kans klein dat een meisje van elf haar stiefvader vermoord.

Emotioneel argument.

Ik denk niet dat het boek heftige gevoelens oproept omdat de kans dat lezers in een dergelijke gelijke situatie zitten of hebben gezeten klein is. Maar het is wel een pittig verhaal, want wie verwacht een kind van elf instaat om haar stiefvader te vermoorden.

Moreel argument.

Er worden niet duidelijk normen en waarden genoemd. Maar het zou in onze samenleving nooit worden geaccepteerd dat een meisje van elf een moord pleegt. Maar dit werd in de jaren ’55 ’60 ook niet geaccepteerd. De waarden en normen zijn dus ongeveer gelijk aan de onze van nu.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.