Havisten uit de bovenbouw gezocht! Vul deze korte vragenlijst over jouw studiekeuze in en maak kans op een Bol.com bon t.w.v. 15 euro.

Doe mee


Algemene gegevens
• Titel De grote zaal
• Auteur Jacoba van Velde
• Jaar en plaats van uitgave 1953, Querido
• Gelezen druk uitgave van de Stichting CPNB ter gelegenheid van Nederland Leest 2010

Samenvatting van het boek
De 74-jarige Geertruida van der Veen slaat haar ogen op in de kleine zaal van een verpleegtehuis. Een verpleegster (Van Maarle) vertelt haar dat ze een beroerte (attaque) heeft gekregen. Ze kan niet goed lopen met haar ene been, een gevolg van de beroerte. Ze weet dat haar dochter Helena (38) is overgekomen uit Parijs. Daar woont ze als een kunstenares die getrouwd is met de kunstenaar Jean van Hasselt. Ze heeft het niet breed en dat kun je ook zeggen van haar moeder. De kosten van de verpleging komen daarom voor rekening van Sociale Zaken, maar een eigen bijdrage van de patiënten is wel noodzakelijk. In het verpleeghuis zitten eigenlijk alleen maar arme, oudere vrouwen. Op de kleine zaal van Trui liggen er zes en op de grote zaal met een serre liggen er nog 19. Wie op de grote zaal ligt, is er slecht aan toe, behalve drie vrouwen die er alleen liggen, omdat er geen plaats meer is in de kleine zaal. Daar ligt o.a. mevrouw Blazer, die zelf ook in Parijs gewoond heeft en een luxe leven heeft geleid. Daarover vertelt ze graag tegen de andere vrouwen, die haar daarom niet goed kunnen uitstaan en haar een opschepper vinden. Op de kleine zaal ligt o.a. mevrouw Jansen die maar één been heeft, mevrouw Diepenhorst die nooit bezoek krijgt van haar zoon, mevrouw De Waal die al acht jaar lang niet meer praat na de dood van haar man.
Trui heeft een eenzaam bestaan achter de rug. Ze is getrouwd geweest met Willem, die in de oorlogsdagen van 1942 overleden is. Haar dochter was toen al met de kunstenaar Jean van Hasselt naar Parijs vertrokken en zij had pas na de oorlog weer contact gezocht. Trui van der Veen is daarom een eenzame en min of meer zielige vrouw.
Helena verblijft intussen op de kamer van haar moeder bij de verhuurster mevrouw Lindemans. Er komt straks controle van Sociale Zaken en dat alle spullen van haar moeder dan zullen worden verkocht om daarvan nog iets te kunnen terugbetalen aan Sociale Zaken.
Met Trui gaat het in het verpleeghuis steeds slechter: het wordt duidelijk dat ze daar niet meer uitkomt en ze moet een verklaring daartoe ondertekenen. Ze vertelt over kleine zaken die in het tehuis spelen: de patiënten pikken eten van elkaar, ze roddelen over elkaar. Ze denkt na over haar hele leven, waarin ze anderen nooit tot last wilde zijn. Dat is wel eens een ergernis geweest voor haar dochter Helena die juist uit het bekrompen milieu wil breken en daarvoor de kunstenaar Jean als haar partner heeft gekozen. Ze was van mening dat haar moeder na de dood van Willem een doel moest zoeken in haar leven en dat Helena dat doel niet zelf was. Trui is ook geschrokken van een gesprek dat ze eens had opgevangen tussen Helena en een vriendin. Een bevriend stel was uit elkaar gegaan, omdat de vrouw geen seksualiteit meer wilde. Trui had dat zelf na de geboorte van Helena ook niet meer gewild met Willem. Ze had nooit iets van seks begrepen. Een andere vrees van Trui is die voor de dood. Ze had altijd haar kinderangsten behouden: o.a. angst voor donkere ruimten en ze is nu bang om naar de grote zaal te worden overgeplaatst.
Helena vertelt in een flashback hoe ze “streetwise” is geworden. Ze was met een vriendinnetje meegegaan naar de zondagsschool en had daar verhalen gehoord over Jezus, maar ook over de zondvloed en de kruisiging. Ze had zich God voorgesteld als een wrede God. Op de lagere school had ze kennis gemaakt met valsheid en verraad, toen een vriendinnetje haar een tekening had laten zien van een man met een grote piemel. De juf had gedacht dat het Helena het was geweest die de tekening had gemaakt en ze was gestraft met nablijven. Haar vriendinnetje had later niet opgebiecht dat zij de tekening had gemaakt en Helena had op deze wijze kennis gemaakt met verraad. Ze had daarna het meisje op haar gezicht geslagen, weer straf gekregen, maar de bovenmeester had alles met haar besproken. Ziek as ze daarna veertien dagen niet naar school gegaan.
Ze beseft dat ze ook een beetje aan oplichting heeft gedaan. Ze krijgt van mevrouw Lindemans 200 gulden voor de verkochte spullen van haar moeder. Die kan ze goed gebruiken om de terugreis naar Parijs te betalen, maar ze geeft 100 gulden aan de directrice van het verpleeghuis om af en toe een extra ei en extra fruit te kopen voor haar moeder. Ook haalt ze haar moeder op voor een rijtour naar het strand. Haar moeder geniet hier erg van. Dan komt het emotionele moment van het afscheid. Ze gaat terug naar haar man in Parijs.
Trui mist haar dochter. Nu die weg is bij Lindemans, kan ze zich niet goed voorstellen hoe Helena leeft. Ze vertelt de lezers over de dingen die in het verpleeghuis gebeuren. Ze heeft er erg weinig privacy. Wanneer ze naar het toilet wil, kan de deur niet op slot. Ook is er de tragedie van mevrouw Diepenhorst die een zoon heeft die niet op bezoek komt. Ze heeft kanker en het gaat steeds slechter met haar. De directrice waarschuwt hem van haar toestand en hij komt op een dag met een veel jongere vrouw om haar te bezoeken. Kort daarna sterft ze.
Trui voelt de eenzaamheid steeds groter worden. Ze gaat op een dag zelf naar de fraaie achtertuin en ontmoet daar een jongetje dat in de nabij gelegen tuin speelt. Hij is erg aardig voor haar. Daarna ontmoet ze er een verdrietige mevrouw Bijleveldt die aangeeft dat haar vroegere minnaar gestorven is. Ze had nooit met hem mogen omgaan van haar ouders en ze was eigenlijk een leven lang heel ongelukkig gebleven. Nu heeft ze bericht gekregen dat hij overleden is.
Mevrouw Jansen is op een dag jarig en ze vertelt over haar vorige verjaardag. Ze was uitgenodigd bij haar zoon, maar de dag was dramatisch verlopen. Kinderen en schoonkinderen waren ruzie zoekend over elkaar heen gevallen en ze had een heel slechte dag gehad. Daarom viert ze het nu in het tehuis. Ze krijgt bonbons die ze later wil uitdelen, maar dan blijkt dat mevrouw De Waal de helft van de doos heeft gestolen. De vrouwen van de afdeling pikken dat niet en schelden de vrouw voor alles en nog wat uit.
Maar ook mevrouw De Waal heeft een verdrietig leven achter de rug, nadat de man met wie ze zo veel leuke lieve dingen deed plotseling was gestorven.
Met Trui gaat het slecht. Ze krijgt heel veel pijn in haar buik. Dat moeten haar darmen zijn. Er komt een arts kijken, maar veel meer dan pijnstillers toedienen gebeurt er niet. Trui schaamt zich ervoor om teveel te klagen. Ze verzwijgt dat ze niet meer naar de wc kan, omdat ze vreest dat ze dan naar de grote zaal moet verkassen.
Mevrouw Lindemans komt op bezoek. Ze praat met wel Trui, maar echt geïnteresseerd is ze niet in haar. Als het erop aankomt zijn er maar weinig mensen die je daadwerkelijk helpen. De mens is eenzaam. Wanneer Trui ’s nacht een keer gegild heeft van de buikpijn, wordt ze overgebracht naar de Grote zaal. Het gaat steeds slechter met Trui op de grote zaal. Helena wordt opgeroepen over te komen naar Trui. Als Helena er is, sterft Trui.
Bron Samenvatting: http://www.scholieren.com/boekverslagen/31644

Mening over het boek
Ik vind dat dit een heel goed boek is dat iedereen zou moeten lezen.
Mijn argumenten hiervoor zijn dat ik het ten eerste een heel realistisch boek vind, het verhaal is best lang geleden geschreven, maar er staan dingen in die nog steeds in onze maatschappij gebeuren.
Ook vind ik dat het verhaal goed is opgebouwd; er wordt van beide kanten een inzicht gegeven in het verhaal.
En er staan veel dingen in die je beter laten nadenken over de dood en over later. Over verzorgingstehuizen. Het boek geeft je een heel goed beeld van onze maatschappij.
Het is ook een rustig boek, er is niet veel actie en spanning in het boek. Ik vind dit wel een nadeel want ik houd meer van spannende boeken. Maar aan de andere kant kun je je door de rustige dialogen wel goed inleven in het boek.

Recensies + uitwerking argumenten
Recensie
Gepubliceerd op : 23 oktober 2010 - 8:00 am | door Gerda den Hollander (foto's: cpnb)
Geen vrolijk verhaal, wel een indringende vertelling die tot nadenken stemt. Dat is 'De grote zaal' van (de nauwelijks nog bekende) Jacoba van Velde. Bezoekers van de bibliotheken krijgen dit boekje gratis tijdens de jaarlijkse leesbevorderingscampagne Nederland leest.
'Waar ben ik eigenlijk? Hoe ben ik hier gekomen? Ik kan het me niet herinneren. Het lijkt wel een ziekenhuis, want het was zeker een verpleegster die vanmorgen bij mijn bed stond. (...) Het zijn allemaal oude mensen zoals ik. Oude vrouwen, niet prettig om te zien.'
De eerste zinnen van dit boek geven het al aan: de plek waar Geertruida van der Veen buiten haar wil om terecht is gekomen, is verre van vrolijk. Het is het verhaal van een oude vrouw die aan het einde van haar leven de controle uit handen moet geven en haar dochter, die dat werkloos moet toezien.
Sociale Dienst
Om beurten doen de vrouwen hun verhaal: de 74-jarige vrouw kan na een beroerte niet meer terug naar de huurkamers, waar ze woont sinds de dood van haar man Willem. Haar pensioentje van 100 gulden per maand (het boek is uit 1953) is te klein om de kosten te dekken, daarom laat de Sociale Dienst haar spullen verkopen.
Dochter Helena, zelf getrouwd met een slecht verdienende kunstenaar, kan niet helpen. Ook in geestelijk opzicht niet, al houdt ze 'hulpeloos veel' van haar moeder. Deze beproeving moet de stervende vrouw alleen ondergaan.
De grote zaal
Alle vrouwen in het huis vrezen de Grote Zaal; wie daar heen moet, is bijna dood, zéker als het scherm om je bed wordt gezet. Tegelijkertijd is er de berusting. 'Allen komen we hier voor een poosje, maar als we eruit gaan, dan is het niet om bij familie te lezen'. Deze woorden van medebewoonster mevrouw Jansen keren een paar keer terug in deze novelle.
Het leven in het 'rusthuis' wordt in al zijn facetten beschreven: de saaie, lange dagen die niet omkomen; de onderlinge haat en nijd van vroeger tussen vroeger rijke dames en hun minder bedeelde lotgenotes; de diefstal van de verjaardagsbonbons door een van de vrouwen; het zou vermakelijk zijn, als het niet zo treurig was.
Geen sociale aanklacht
Een sociale aanklacht is het boek niet, al staan hier en daar mild-kritische opmerkingen over de verpleging; bijvoorbeeld over het vroege opstaan, omdat dat makkelijker is voor de verpleging. Dat is - net als de rest van het boek overigens - nu nog zeer herkenbaar.
Meer nog dan een moeder-dochter-verhaal, waarbij de moeder nu pas waardering kan opbrengen voor het eigenzinnige en moeilijke pad dat Helena gekozen heeft, gaat dit boek over de condition humaine. Ieder van ons zal er een keer aan moeten geloven. Of zoals de schrijfster zelf ooit zei: 'De grote zaal' is alleen maar een situering, we zitten allemaal in hetzelfde schuitje.'
Vergetelheid
Bij verschijning werd de roman goed ontvangen. De bekende dichter/criticus J. Greshoff schreef: '... dit kleine boek, ook al zou er geen meer op volgen, staat in onze hedendaagse letterkunde als een monument.' Er werden tijdens Van Veldes leven 75.000 exemplaren verkocht en dertien buitenlandse uitgeverijen kochten de rechten.
Toch was 'De grote zaal' in Nederland in de vergetelheid geraakt. Mogelijk doordat de publiciteitsschuwe Van Velde naast dit boek slechts één ander, minder goed ontvangen roman schreef: 'Een blad in de wind'. Zelfs een voormalig student Nederlands als Rosita Steenbeek kende het niet, zegt ze in de lofrede die ze schreef op dit hervonden kleinood.
Geschikt
Hoe lezenswaardig de roman 'over ons allemaal' ook is, de vraag rijst of het onderwerp geschikt is om meer mensen aan het lezen van literatuur te krijgen. De manier waarop Jacoba van Velde de doodsangst van zowel moeder als dochter beschrijft, kan niet anders dan de lezer naar de strot grijpen.
Zou zo'n boek met name jongeren niet juist afschrikken, om over ouderen maar te zwijgen: Schrijfster Mischa de Vreede, destijds werkzaam in een bibliotheek, herinnert zich dat werd afgeraden dit boek aan oude mensen uit te lenen: 'die zouden daar maar triest van worden'.
Luxe editie
Wie die bezwaren terzijde legt (en dat is aan te raden), doet er goed aan om voor een tientje de gebonden luxe-editie aan te schaffen. Dat bevat als extraatje een portret van Jacoba van Velde door Onno Blom onder de titel 'De eenzaamste mens'. Al is 'De Grote Zaal' ook heel goed te waarderen zonder de wetenschap dat de schrijfster zelf overleed in verzorgingstehuis Vreugdehof (!) in Buitenveldert.
De grote zaal - Jacoba van Velde, uitgave CPNB/Nederland leest, 10 euro

Uitwerking argumenten
• Het leven in het 'rusthuis' wordt in al zijn facetten beschreven: de saaie, lange dagen die niet omkomen; de onderlinge haat en nijd van vroeger tussen vroeger rijke dames en hun minder bedeelde lotgenotes; de diefstal van de verjaardagsbonbons door een van de vrouwen; het zou vermakelijk zijn, als het niet zo treurig was.
-Emotioneel argument
• Een sociale aanklacht is het boek niet, al staan hier en daar mild-kritische opmerkingen over de verpleging; bijvoorbeeld over het vroege opstaan, omdat dat makkelijker is voor de verpleging. Dat is - net als de rest van het boek overigens - nu nog zeer herkenbaar.
-Realistisch argument
• Hoe lezenswaardig de roman 'over ons allemaal' ook is, de vraag rijst of het onderwerp geschikt is om meer mensen aan het lezen van literatuur te krijgen.
-Vernieuwings argument
• De manier waarop Jacoba van Velde de doodsangst van zowel moeder als dochter beschrijft, kan niet anders dan de lezer naar de strot grijpen.
-Intentioneel argument, emotioneel argument
Het oordeel van deze recensie is dat het een herkenbaar boek is, het is ook een lezenswaardige roman ‘over ons allemaal’.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.