Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

Allemaal willen we de hemel door Els Beerten

Beoordeling 6.7
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas vwo | 4769 woorden
  • 4 juni 2012
  • 95 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.7
  • 95 keer beoordeeld

Eerste uitgave
2008
Pagina's
498
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Prijzen
Gouden Uil (2009 Winnaar)

Boekcover Allemaal willen we de hemel
Shadow

Een aangrijpend verhaal over oorlog in tijden van liefde, en over de verwoestende keuzes waarvoor een oorlog mensen stelt.

Jef droomt ervan om een held te worden, liefst samen met zijn beste vriend Ward. Voor zijn zus Renée hoeft dat heldendom niet zo nodig. Zij heeft genoeg aan Ward, zijn hemelse saxofoonspel, en zijn fluwelen blik. Maar het is 1943. Midden in…

Een aangrijpend verhaal over oorlog in tijden van liefde, en over de verwoestende keuzes waarvoor een oorlog mensen stelt.

Jef droomt ervan om een held te worden, liefst samen met …

Een aangrijpend verhaal over oorlog in tijden van liefde, en over de verwoestende keuzes waarvoor een oorlog mensen stelt.

Jef droomt ervan om een held te worden, liefst samen met zijn beste vriend Ward. Voor zijn zus Renée hoeft dat heldendom niet zo nodig. Zij heeft genoeg aan Ward, zijn hemelse saxofoonspel, en zijn fluwelen blik. Maar het is 1943. Midden in de oorlog. Aan het oostfront wordt een bikkelharde strijd gevoerd tegen de Russen. De Duitsers lijden er grote verliezen en hebben dringend dappere jongemannen nodig om hen bij te staan. Voor de jongens een gedroomde kans om held te worden. Voor volk en vaderland. Voor een betere wereld. Ward vertrekt liever vandaag dan morgen. Maar zo denkt lang niet iedereen er over.

 

Allemaal willen we de hemel door Els Beerten
Shadow
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!

Formele gegevens:
1. Schrijver: Els Beerten
2. Biografische gegevens: Els Beerten werd geboren op 27 maart 1959. Ze bracht haar kindertijd en jeugd door in Koersel. Beerten studeerde Germaanse filologie (Nederlands en Engels) aan de Katholieke Universiteit Leuven en vatte tevens de Toneelacademie in Maastricht aan. Het was daar dat een docent haar stimuleerde boeken te schrijven en les te geven en de opleiding niet te voltooien.
In 1987 verscheen Scènes, haar debuut over een meisje dat les volgt aan een toneelschool maar daar niet voldoende vooruitgang kan maken. Er volgden nog veertien kinder- en jongerenboeken. In het donker is het veilig uit 1998 verhaald over twee jongens die een fantasiewereld opbouwen, verscholen in een kast, waar ze niet geconfronteerd worden met hun steeds ruziënde ouders. Het meermaals bekroonde Allemaal willen we de hemel uit 2008 verhaalt het leven en de keuzes van twee jongeren in en na de Tweede Wereldoorlog. De ene, Jef, kiest voor het verzet maar sleept een geheim met zich mee, de andere, Ward, voor het Vlaams Legioen.
Els Beerten is naast schrijfster ook lerares Engels, Nederlands en Expressie in het secundair onderwijs in Vlaanderen en doceert aan de schrijversacademie van Antwerpen creatief schrijven. Aanvullend gaf ze workshops creatief schrijven in Suriname en Zuid-Afrika.
In 2004 ontving Els Beerten voor Lopen voor je leven de Gouden Zoen en in 2005 was ze de laureate van de Vlaamse Kinder- en Jeugdjuryprijs en de Kleine Cervantesprijs. In 2009 volgde de jeugdpublieksprijs van de De Gouden Uil Literatuurprijs, de Boekenleeuw en de Nienke van Hichtumprijs, alle drie voor Allemaal willen we de hemel.
Titel: Allemaal willen we de hemel
Ondertitel: -
Opdracht: -
Motto: ‘For us there is only the trying. The rest is not our business.’ T.S. Eliot, Four Quartets
Dit betekend ‘Voor ons is er alleen het proberen. De rest is niet onze zaak.’ Het boek gaat over het leven van verschillende mensen tijdens en na de oorlog. Door iets te ondernemen en te proberen kwam je verder, door niets te doen blijf je stil staan of kom je zelfs in moeilijkheden (volgens het boek). Om wat van je leven te maken moet je dus wat ondernemen. Verder moet je je niet te veel met de problemen van anderen bezighouden. Er gebeurden zoveel nare dingen in de oorlog, de mensen wilden dit niet zien en de mensen die aan een kant, bijvoorbeeld de kant van Duitsland staan, willen niet zien wat voor slechte dingen de Nazi’s doen.
De ouders van Jef, Renée en Remi vinden ook dat ze gewoon hun best moeten doen om de te overleven, maar je moet je niet met de oorlog bemoeien.
1e druk: 2008
Inhoud:
8. Samenvatting:
Het deel van Ward: Het eerste echte hoofdstuk van deel I begint in 1945, en begint met een stuk over Martin Lenz. Martin Lenz vertelt dat iedereen die hij kent om gekomen is bij een bomaanslag, en hij is op weg naar Keulen met Isa Hofmann, zijn vriendin. Martin Lenz is een Duitser en zal nooit meer aan het front komen omdat hij gewond aan zijn rechterbeen is. Er komt een merkwaardige zin in het hoofdstuk voor: ‘Ik haper niet meer. IK heb het verhaal al zo vaak verteld, ooit zal het helemaal van mij zijn.” (blz. 18) Dit doet de lezer denken dat Martin Lenz niet helemaal als hij zich voordoet.
Als Martin en Isa in Keulen aankomen, wachten Isa’s vader en moeder daar op hen. Isa’s vader heeft een long verloren in de eerste wereldoorlog. Martin Lenz vindt werk in Keulen en denkt veilig te zijn. Isa gaat een dagje met hem mee naar de muziekschool waar Martin lesgeeft. Als de les is afgelopen, en ze op weg naar huis zijn wordt Keulen gebombardeerd, en Martin Lenz raakt buiten bewustzijn. Hij wordt wakker en ziet een man over Isa gebogen; ze is dood. Martin wil dit niet geloven, en hij brengt haar naar haar huis. Weer raakt hij bewusteloos, en wordt wakker gemaakt door een man die Martin aanziet als Isa’s vader. Martin weigert met de man mee te vertrekken, en hij keert terug naar zijn ‘slapende’ Isa. Ze wordt erg koud en als Martin haar vingers probeert te verwarmen breekt hij haar vinger. Nu beseft hij dat ze dood is. Hier laat de schrijver weten dat Martin Lenz eigenlijk Ward Dusoleil is.
Ward’s vader had aan het begin van de tweede wereldoorlog zelfmoord gepleegd. Ward zat ook bij de fanfare, Ons Verlangen, waar Renée Cleassen en Jef Cleassen, twee andere hoofdpersonen uit het boek ook in spelen. Renée en Ward krijgen een relatie. Ward speelt saxofoon en Renée speelt trompet.
Op school wordt er door een leraar, Albrechts, over de oorlog tussen de Duitsers en de russen verteld. De Russen zouden alle katholieken willen vernietigen en om België en de Vlaamse taal te verdedigen moesten er helden komen. Dit verhaal werd zo geloofwaardig neergezet en de jongens die zouden gaan helpen in Duitsland zouden helden zijn. Jef en Ward, die bij elkaar in de klas zaten, wilden enthousiast gaan helpen. Ze zouden immers alleen voor hun eigen land vechten, voor hun eigen taal en onder Vlaamse officieren. De vader van Jef, Sander, dacht echter heel anders over hun plan. Jef werd verboden te gaan.
Ward ging echter wel, en als gevolg daarvan werd hij door de rest van het dorp wantrouwend aangekeken. Hij was immers een landverrader.
Ward vertrok met nog 19 anderen naar Sennheim, waar hij overgedragen zou worden aan Vlaamse officieren.
Dit bleek echter niet het geval, want er waren te veel doden gevallen om nog een Vlaams legioen te vormen. Op een dag moesten Ward en de 19 anderen de Hitler eed afleggen. Eerst protesteerden ze, maar er was geen andere keuze meer, dus stemden ze in. Ward wordt gepromoveerd, en komt uiteindelijk als Sturmann terecht bij het oostfront. Hij heeft al lang genoeg van de oorlog, maar hij houd zich voor dat er moed voor nodig is om te blijven.
Hij blijft totdat Friedrich, een gestrafte ss-officier hem de kans biedt om weg te vluchten. Samen met 3 andere jongens van 15 wil Ward vertrekken, zogenaamd om vluchtelingen in het westen te helpen. Net voor hun vertrek worden ze echter gebombardeerd door de Russen en twee van de jongens, Leon en Jan, zijn onvindbaar. Ward vertrekt met Hendrik. Ze zwerven lang door het bos en stelen kleding, voedsel en water overal waar ze het kunnen vinden. Ze verblijven vaak in leegstaande huizen. Op een dag zien Hendrik en Ward in de verte een boer en boerin staan. Ward stuurt Hendrik naar hun toe, zodat Hendrik door hun opgevoed kon worden. Zelf trekt hij verder naar Dresden.
Voordat Ward, nu bekend als Martin Lenz, daar aankomt, snijdt hij de tattoo (zijn bloedgroep) die hem markeerde als Sturmann uit zijn arm, en schiet zichzelf in zijn knie.
Hij strompelt het laatste eind naar het veldhospitaal, waar hij door Isa Hoffman wordt verzorgd.
Zoals eerder in het boek wordt beschreven vertrekt hij met haar naar Keulen. Na de bombardementen dwaalt hij moedeloos door Duitsland verder, hij weet niet waar hij naartoe trekt.
Tijdens zijn trektocht komt hij bij Katrina. Katrina’s man is in de oorlog omgekomen. Ze wonen samen in het huis van Katrina, ook al wordt er over hun geroddeld in het dorp. Ward (nog steeds onder de naam Martin Lenz) geeft muzieklessen aan de kinderen van de bakker en slager. De bakker brengt hem aan een baan bij een meubelmaker. Als Martin daar 2 jaar werkt wordt de meubelmaker ziek en hij draagt Martin op om de meubelzaak over te nemen. Martin beseft dat hij als baas niet ongehuwd met Katrina samen kan wonen, want dat is slecht voor de zaken. Hij doet een huwelijksaanzoek, maar Katrina wordt boos en verdwijnt.
Ward beseft dat hij terug wilt, om uit te zoeken wat er nog van zijn leven als Ward Dusoleil is. Hij wil geen lafaard meer zijn.
Hij trekt met de trein naar Bonn en geeft zichzelf aan. Ward wordt overgeplaatst naar Brussel, waar hij zijn moeder weer ziet en een advocaat voor zijn proces krijgt.
Zijn advocaat verteld hem dat hij aansprakelijk wordt gesteld voor de moord op Theo Verlaak. Ward zou hem dood hebben geschoten tijdens een aanslag op 5 leden van de geheime dienst tijdens Ward’s twee weken verlof. Ward weet dat dit een leugen is, want Jef Cleassen heeft Theo neergeschoten, maar dit verteld hij niet aan zijn advocaat, Bielen.
---------------------------------------
In hoofdstuk 2 is Remi Cleassen de hoofdpersoon. Hij verteld dat zijn broer Jef een echte held is, en er zelfs een medaille heeft gekregen. Er wordt bij hem thuis taart uit gedeeld, en opeens word de naam ‘Ward’ genoemd, en dat hij maar beter niet terug kan komen naar het dorp. Remi is tien jaar oud, en als hij vraagt waar zijn ouders en zus het over hebben, word zijn vraag niet beantwoord. Remi begrijpt er niets van en boos loopt hij naar buiten. Ward had hem op zijn vingers leren fluiten en was zijn vriend.
Hoofdstuk 3 heeft een ander hoofdpersoon: Renée. Renée is de grotere zus van Remi, en kan goed trompet spelen. Ook zij herinnert zich Ward, als haar eerste liefde. Hier denkt zij aan terwijl ze op haar tram wacht. De tram arriveert en ze stapt in. Een paar haltes verder komt een man naast haar zitten. Dit is het begin van Renée’s tramreizen waarbij de man, die later Emile blijkt te heten, steeds naast haar komt zitten, en uiteindelijk haar hart voor zich weet te winnen.
Jef is het laatste hoofdpersoon van het boek, en hij is verteller van hoofdstuk 4. Het is september 1944, en de oorlog is net afgelopen. Jef heeft een week eerder zijn medaille gekregen, nadat hij zijn heldendaad 5 maanden had verzwegen. In het hoofdstuk wordt het moment omschreven dat hij ondervraagd werd over zijn heldendaad. Deze heldendaad wordt niet omschreven in het verhaal, en dat creëert spanning. Het enige dat je als lezer te weten krijgt is dat Jef een actie van de collaborateurs had gesaboteerd, en daarmee 4 mannen had gered. Bepaalde zinnen in het hoofdstuk doen echter denken dat Jef niet de held is die hij zegt dat hij is: ‘Mijn haren waren in één klap recht omhoog gaan staan. Het moment van de waarheid was aangebroken. Nooit eerder had ik verteld wat er die avond gebeurd was. Het was mijn geheim, ik zou het mee in mijn graf nemen. (blz. 27)’, ‘Ik trilde op mijn benen terwijl ik hen naar buiten volgde.’, ‘Ik hoop dat Ward veilig ginder blijft, want hier gaan ze hem kapotmaken. Wij allemaal. (blz. 29)’ Jef heeft een afkeer van alle aandacht die hij krijgt door zijn medaille. De week voordat Jef zijn medaille krijgt, doet hij alsof hij hele erge hoofdpijn heeft, en niet meer op zijn benen kan staan. Zijn hele familie is ongerust. Remi maakt een liedje voor Jef, omdat hij denkt dat het liedje Jef beter zal maken.
Jef vertelt wat over het verleden. In september 1942 kwam Ward, een jongen uit zijn klas die goed saxofoon speelde, op hem af, en vroeg of hij mee mocht naar een repetitie van de fanfare, ‘Ons Verlangen’, waar Jef in meespeelde. Renée was gelijk verliefd op hem. Renée en Ward krijgen een relatie.
Jef heeft geen echte vrienden, en hij wil heel graag dat Ward zijn vriend wordt.
Ward en Jef gaan, na de toespraak van Albrechts over de Russen, ’s avonds naar een bijeenkomst van de VNV. Ward en Jef willen zich aansluiten bij de Duitsers. Zoals eerder vermeld gaat Jef niet mee.
Als Renée erachter komt dat Ward van plan is om zich bij de Duitser aan te sluiten is ze erg boos op hem. Ze probeert hem te overtuigen niet te gaan, maar het is tevergeefs.
Als Ward twee weken verlof heeft en naar het dorp terugkeert, gaan Jef en hij vissen. Ward is nog steeds verliefd op Renée, maar Renée wil hem niet meer zien.
Ward en twee anderen nemen actie tegen 5 leden van het geheime leger. ’s Avonds sluipen ze naar de kantine van V.C. Kapelleke. In de kantine zitten vijf mensen van het verzet. Ward en de twee anderen, Mon en Mon’s broer Lom, hebben de opdracht om ze te vermoorden. Ward’s taak was om de bewaker uit te schakelen waarna Mon en Lom de vier mensen binnen konden vermoorden. Ward staat op het punt om te doen wat hem was opgedragen als hij ziet dat de bewaker Theo Verlaak is. Theo is familie van Ward, en bovendien een vriend van Jef’s vader. Theo is goed volk en dus vuurt Ward 3 waarschuwingsschoten om te zorgen dat de actie mislukt en Theo blijft leven. Ineens wordt Theo in zijn rug geschoten. Jef was Ward gevolgd, en als hij denkt dat Ward misgeschoten heeft schiet hij.
Jef verzwijgt dit heel lang, en als hij na de oorlog ondervraagd wordt verdraaid hij de details. Jef heeft de drie waarschuwingsschoten gelost, en Ward heeft Theo neergeschoten. Jef wordt een held gevonden, en krijgt een medaille waar Jef zelf een hekel aan heeft, omdat hij weet dat hij deze niet verdient.
Jef gaat werken in de mijn, waar hij Nicola ontmoet. Nicola heeft een appartement waar Jef gaat wonen, samen met nog meer buitenlanders. Nicola en Jef krijgen een relatie, maar dit vertelt Jef aan niemand.
Bielen, Ward’s advocaat klopt aan bij de Claessens, Jef’s familie om te melden dat Jef in Ward’s proces tegen Ward moet getuigen. Jef woont echter niet meer bij de Cleassens, dus Bielen gaat ook langs de woning van Jef en de andere mijnwerkers. Na Jef ondervraagd te hebben vertrekt hij. Jef blijft dagenlang liggen op zijn bed. Blondine, zijn moeder, komt langs en Jef verteld haar dat hij de moordenaar van Theo is. Zijn vader, Sander en zus, Renée zijn woedend. Zijn medaille wordt verbrand.
Jef gaat weer bij zijn familie wonen en moet daar elke dag helpen met de bouw van de schuur. De rechtszaak komt steeds dichterbij.
Op de rechtszaak schiet Jef schiet zijn beste vriend Ward neer. Ward is de verdachte, de aanklacht is de moord op Theo Verlaak en landverraad. Ward neemt de schuld van de moord op zich, maar Jef merkt dit niet en schiet Ward in zijn hoofd voordat deze iets kan zeggen.
Ward had in de gevangenis nog een brief geschreven aan Jef, die na het proces bij hem zou aankomen. De boodschap komt erop neer dat Ward een goede vriend is gebleven en dat Jef beseft dat hij Ward niet dood hat moeten schieten.
Jef blijft weer dagenlang liggen op zijn bed.
Later is Jef een pater op missie in Congo, waar hij les geeft aan kinderen.
Thema: Het thema van het boek is de tweede wereldoorlog. Het leven van de familie Claessen wordt omschreven, evenals Ward’s tijd als soldaat. Het hele boek draait om de gebeurtenissen die tijdens de tweede wereldoorlog gebeurt zijn en de gevolgen daarvan.

Motieven
:
 - Familie: 3 van de 4 hoofdpersonen waren familie van elkaar. Familie speelt een grote rol in de keuzes van Jef, Remi en Renée, en aan het eind van het verhaal heeft Remi een gezin gesticht. Ook Ward is zeer gehecht aan zijn moeder, en ook zijn vader, voor wie hij een afkeer heeft blijft in zijn gedachten spoken.Ik vond het opvallend dat Sander en Blondine (de vader en moeder van Jef, Renée en Remi) 3 kinderen hadden, Ward de drie 15-jarige jongens Leon, Jan en Walter in dienst neemt en Remi en Jeanne later ook drie kinderen hebben.
 - Liefde: Renée was eerst verliefd op Ward, later op Emile en aan het eind van het boek had ze een relatie met Victor. Remi was al vanaf zijn kinderjaren een beetje verliefd op Jeanne, en later zijn ze getrouwd en hebben ze 3 kinderen. Jef was verliefd op Nicola. Ook Ward was verliefd, eerst op Renée en later in het verhaal op Isa.
 - Muziek: Muziek speelt een belangrijke rol in het verhaal. Ward speelt zelf saxofoon, en leert Remi op zijn vingers fluiten. Ook Jef en Renée spelen trompet. Remi leert ook trompet spelen, maar uiteindelijk is Renée de enige die een opleiding gaat volgen aan een conservatorium.
 - Vriendschap: Remi denkt dat Ward, nadat Ward is vertrokken, nog steeds zijn vriend is. Jef is ook bevriend met Ward, en schiet zelfs voor hem Theo Verlaak neer.
 - Leugens: Ward liegt over zijn identiteit, en Jef liegt over de werkelijke gebeurtenissen van zijn ‘heldendaad.’
 - Trots: Ward is trots als hij gaat vechten en Jef’s ouders zijn trots als Jef een medaille krijgt. Zelfs Remi is trots dat hij op zijn vingers kan fluiten.
 - Schuld: Jef voelt zich schuldig omdat hij diegene is die Theo vermoord heeft en omdat hij leugens heeft verteld aan zijn familie.
 - Angst: Jef was bang dat de waarheid van zijn ‘heldendaad’ tijdens het proces uit zou komen, dus schoot hij Ward dood. Ook Ward was tijdens zijn gevangenschap bang voor zijn proces.Angst komt nog meerdere malen voor, zoals Renée die bang is dat Ward weggaat, Ward die bang is tijdens de oorlog.
 - Dood: Meerdere mensen gaan dood tijdens het verhaal. Ward, die vele mensen heeft doodgeschoten tijdens de 2e wereldoorlog, wordt doodgeschoten door Jef. Jef heeft ook Theo Verlaak vermoord. In het proloog en epiloog blijkt dat Jef zelf ook dood is door een auto-ongeluk op Congo. De ouders van Jef, Renée en Remi zijn ook dood in het epiloog en proloog.
 - Homoseksualiteit: Jef heeft een relatie met Nicola, maar houd dit verborgen voor zijn familie. Ook werden homo’s in de 2e WO naar concentratiekampen weggevoerd.
 - Idealisme: Uit idealisme trekt Ward naar het front. Theo Verlaak was ook een idealist en zat in het verzet.


De Idee: De waarheid komt altijd aan het oppervlak, hoe lang het ook mag duren. Uiteindelijk kwam na al die jaren de waarheid tevoorschijn: Jef had Theo doodgeschoten, en niet Ward. Ook komt de ware identiteit van Martin Lenz uiteindelijk te boven.
Verteltechniek:
Historische tijd: Het verhaal speelt zich af tijdens en na de tweede wereldoorlog. De eerste gebeurtenis speelt zich ongeveer in 1944 en 1945 af, de epiloog en de proloog gaan over een gebeurtenis in 1967. Bij tijdsprongen tussen hoofdstukken staat het jaartal boven de hoofdstukken.

Tijdsduur:
De vertelde tijd is ongeveer twee jaar van 1944 tot 1945, en het proloog en epiloog spelen zich af in 1967.

Tijdsvolgorde
: Het verhaal is niet-chronologisch. De opening van het verhaal is in medias res, en daarna spelen de hoofdstukken zich steeds in een andere tijd af. De tijdsvolgorde klopt niet en de hoofdstukken staan door elkaar. Het hele verhaal draait om het verleden
Het verhaal heeft een gesloten einde, want je weet wat er met Jef is gebeurd, hoe Ward’s leven is beëindigd. Je komt te weten dat Remi en Renée gelukkig zijn en dat ze het verleden geaccepteerd hebben. Er blijven bijna geen onbeantwoorde vragen over.
Perspectief: Het verhaal heeft een ik-perspectief vision par derriere, hoewel het ik-personage steeds wisselt tussen Jef, Remi, Renée en Ward.

Personages:

 - Jef: Jef wordt door elk personage in het boek (behalve zichzelf) omschreven als een schikschijter. Jef wilde graag bewondering en aandacht, het liefst van zijn ‘vriend’ Ward. Jef is homo. Jef kan trompet spelen, maar hij heeft ondanks dat niet erg veel met muziek.
 - Ward: Ward is familie van Theo, en net als hem een idealist. Ward weet wat hij wil en laat zich daarom niet gauw ompraten. Hij heeft doorzettingsvermogen, want hij blijft in de oorlog vechten, ook al heeft hij er al lang geen zin meer in. Ward wilt een held worden, hij wil worden geprezen. Bang voor de meningen van anderen is hij niet, en Ward’s vader had aan het begin van de oorlog zelfmoord gepleegd. Zijn vader blijft Ward heel lang achtervolgen. Ward wil niet zoals zijn vader opgeven, hij heeft wel doorzettingsvermogen. Ward is erg gehecht aan zijn moeder. Zijn saxofoon betekend veel voor Ward.
 - Renée: Renée weet niet altijd precies wat ze wilt. Ze begon een relatie met Emile, maar toen ze verloofd waren, vertrok ze naar een conservatorium. Renée is bang om iets verkeerd te doen, maar ze heeft een sterker karakter dan haar broer Jef. Muziek betekent veel voor Renée. Het doet haar denken aan Ward en aan de fanfare ‘Ons Verlangen.’ Renée speelt trompet.
 - Remi: Remi was in het verhaal nog jong, pas 10 jaar. Hij keek erg naar zijn broer Jef op. Ward beschouwde hij nog als zijn vriend, tot hem verteld werd dat Ward aan de kant van de Duitsers vocht en dat Ward Theo had vermoord. Remi wilde graag zijn broer helpen door een liedje voor hem te spelen op zijn trompet. Remi had veel talent voor muziek.


Structuur: Het verhaal heeft heel veel korte hoofdstukken van meestal drie bladzijdes en een proloog en epiloog, die zich afspelen op Jef’s begrafenis.
Literaire achtergronden:
 Invloed van biografische gegevens van de auteur op het werk: Els Beerten is te jong om de oorlog meegemaakt te hebben. In haar dankwoord is te lezen dat ze onderzoek naar de oorlog heeft gedaan en naar verhalen van andere mensen heeft geluisterd. Ze heeft wel vrijwilligerswerk in het buitenland gedaan en Jef doet dit in Congo.
Het geloof is belangrijk in het boek, de mensen gaan naar de kerk en willen naar de hemel. Ik weet niet of Els Beerten gelovig is opgevoed.
Relatie tussen inhoud en tijd van ontstaan: Het verhaal speelt zich volledig af in het verleden, en heeft eigenlijk niets te maken met de tijd van ontstaan.
Waardering (recensies):
Bas Beerten schreef een recensie voor ‘Trouw’ op 10 januari 2009
Het heeft even geduurd voordat de jeugdliteratuur toe was aan genuanceerder oorlogsboeken dan 'De Engelandvaarders' van K. Norel en 'Reis door de nacht' van Anne de Vries. Pas in de jaren zeventig werd het beeld van patriotten contra verraders enigszins doorbroken door Evert Hartman en Jan Terlouw. Hartmans 'Oorlog zonder vrienden' gaat over de zoon van een NSB'er, en Terlouw vroeg in zijn recent verfilmde 'Oorlogswinter' ook aandacht voor het schemergebied tussen goed en fout.
Toch werd dat grijze gebied in een jeugdboek bij mijn weten nooit eerder zo secuur en invoelbaar onder de loep genomen als in de vuistdikke roman 'Allemaal willen we de hemel' van Els Beerten.
Het boek beschrijft hoe de Vlaamse tieners Renée, haar broers Jef en kleine Remi en hun gezamenlijke vriend Ward tijdens de oorlogsjaren opgroeien. Jef en Ward willen helden worden en zien een mogelijkheid als ze in aanraking komen met het Vlaams Nationaal Verbond. Die groepering ronselt jongens om samen met de Duitsers aan het oostfront tegen de Russen te vechten. Jef en Ward zijn naïef genoeg om te geloven dat het bolsjewisme een groter gevaar voor katholiek Vlaanderen vormt dan de Duitse bezetter.
Jef wordt door zijn ouders onmiddellijk teruggefloten, maar Ward is niet op andere gedachten te brengen. Zelfs Renée, zijn lief, kan niet voorkomen dat hij vertrekt
Zelf heeft Ward pas door dat hij erin geluisd is, als hij in Duitsland de Hitler eed moet afleggen en door de SS wordt ingelijfd. Maar dan is het te laat om terug te keren; deserteren is zijn eer te na, bovendien kan hij dan de kogel krijgen.
In zijn dorp is hij als foute jongen natuurlijk niet meer welkom. Jef daarentegen groeit daar uit tot een held. Ten onrechte, maar dat weten alleen Ward en hij
Om beurten komen de vier jongeren aan het woord: elk als ik-persoon in eigen hoofdstukken. Een vorm die aanvankelijk verwart, maar die de lezer de kans geeft de gebeurtenissen van alle kanten te bekijken. Het leidt tot prachtig uitgediepte karakters, die je zowel door de ogen van anderen als van binnenuit leert kennen.
Beerten roert ook in de chronologie: het verhaal springt heen en weer tussen de oorlogsjaren. De ene keer reconstrueert ze een gebeurtenis, de andere keer schrijft ze er naar toe. Zo bouwt ze een ontregelend drama over vriendschap en loyaliteit, over de vraag wanneer een keuze verwijtbaar is en over de onmacht als het noodlot je te grazen neemt. Een aangrijpende roman voor jeugdige en volwassen lezers.
-------------------------------------------------------------------------------------
Lenteren Pjotr scrheef een recensie voor ‘De Volkskrant’ op 12 september 2008
In de literatuur voor volwassenen werd in de jaren vijftig al afgerekend met het idee dat er in een oorlog helder onderscheid te maken is tussen goede en slechte mensen, tussen winnen en verliezen. Jeugdboeken over de oorlog beperken zich doorgaans tot spannende verhalen of geschiedenislessen. Dat levert zelden hoogstaande literatuur op.
Tunnelkoorts van André Boesberg en Allemaal willen we de hemel van de Vlaamse Els Beerten laten de lezer dit gemis in één klap vergeten. In hun boeken is de oorlog teruggebracht tot een hoogst persoonlijke belevenis waar indringend over wordt verteld.
Het resultaat is grimmig, vooral in Tunnelkoorts. Vlaamse boerenzoon Willem ziet zijn ouders uiteen scheuren door een zwerfgranaat. Zijn vroegere schoolvriend Karel neemt hem mee naar het front bij Mesen. Daar in de loopgraven is geld te verdienen voor handige jongens en dat is heus niet gevaarlijk.
Vooral het tweede deel, waarin Boesberg beschrijft hoe Karel en Willem zich in een bataljon Britse tunnelers een weg door de Vlaamse klei trappen naar de Duitse stellingen bij Mesen, maakt indruk. Ze getroosten zich nauwelijks moeite om zich af te vragen waarvoor ze hun leven eigenlijk wagen, terwijl om hen heen duizenden soldaten de gehaktmolen van de dood in worden gejaagd.
Minpunt van Tunnelkoorts is de rommelige opzet van de eerste helft en de daar niet altijd overtuigende stijl. Boesberg benoemt grote emoties zonder ze voelbaar te maken. Maar het beeld van een verwoest modderlandschap zonder wegen, even troosteloos als de harten van twee jongens die nergens meer in geloven, maakt veel goed.
Doordachter en daardoor misschien nog aangrijpender is Allemaal willen we de hemel van Els Beerten . Hier loont zich een tijdrovend proces van schaven en poetsen. Op de vijfhonderd bladzijden staat geen woord te veel.
De hoofdpersonen zijn twee broers, een zus en hun gemeenschappelijke vriend Ward. Die laatste kiest de 'foute' kant door aan het Oostfront de Duitsers te gaan helpen in hun strijd tegen de bolsjewistische horden. Jef kiest na lang twijfelen en een paar draaien om zijn oren van zijn vader de 'goede' kant, maar blijkt een lafbek die bij toeval held wordt. Na de oorlog komt Ward terug naar Vlaanderen en staan de gewezen vrienden opnieuw tegenover elkaar.
Daardoorheen speelt het alledaagse leven van de boerenfamilie Claessen. De kinderen zijn trompettist bij de plaatselijke fanfare, gaan naar school en twijfelen wat ze met hun leven willen. Moeten ze wachten tot de oorlog voorbij is voor ze beginnen met leven? Jef, Ward, Renée en Remi hebben daarop elk hun eigen antwoord, soms met ontroerende, soms met schokkende consequenties.
Beerten neemt lekker veel tijd om haar verhaal te vertellen. Indrukwekkend zijn de korte, spreektalige zinnen van de goed van elkaar te onderscheiden vertellers. De roman zit complex in elkaar en toch treden de verschillende ik-personen geloofwaardig naast elkaar op.
Het meest te waarderen aan Allemaal willen we de hemel is dat de knappe vorm zo onnadrukkelijk is en de ronduit spannende ontknoping niet in de weg zit. Tussen de personages ontwikkelt zich een klassiek noodlotsdrama van liefde en loyaliteit waar Shakespeare zich niet voor geschaamd zou hebben.
Beerten (1959), net als Boesberg (1949) docent aan een middelbare school, publiceert sinds eind jaren tachtig druppelsgewijs jeugdboeken. Waar Boesberg nog iets te veel blijft hangen in het verlangen om jongeren te boeien, wil Beerten haar stijl steeds verder zuiveren van overdaad. En dat lukt.
Voor Lopen voor je leven (2003) werd ze al beloond met een Gouden Zoen. Het dwingt bewondering af dat ze meteen daarna helemaal opnieuw begint en een boek aflevert dat nog veel beter is. Tot nu toe was Els Beerten een tamelijk onbekende jeugdauteur. Daar moest maar eens verandering in komen.
 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

een scholier

een scholier

dit verslag is zo slecht dat ik het het liefst uit mij netvlies wil verwijderen.

1 jaar geleden

Andere verslagen van "Allemaal willen we de hemel door Els Beerten"