ADVERTENTIE
Is jouw geschiedenisleraar de allerbeste?

Geef hem of haar dan op voor de titel Geschiedenisleraar van het jaar van het Rijksmuseum. De deadline voor aanmeldingen is 31 maart 2020.

Geef je leraar op!

A. Zakelijke gegevens.



Titel: Tralievader.

Auteur: Carl Friedman

Uitgever: Uitgeverij Maarten Muntinga bv, Amsterdam

In samenwerking met: Uitgeverij G.A. van Oorschot, Amsterdam

Jaar van publicatie is: 2001

Ontwerp omslag: Barbara van Ruyven

Foto voorzijde opslag: Image Store / Photoníca

Foto achterzijde opslag: Bert Nienhuis



B. Inhoud.



Samenvatting.

Het boek begint met de vader die al een tijdje terug is nadat hij was bevrijd uit het kamp. Jochel, de vader van de hoofdpersoon gaat op elke ervaring die hij nu ervaart, een voorbeeld te geven uit zijn kampverleden die er op lijkt. Naarmate het boek vordert komen er steeds meer ervaringen boven, en worden de spanningen die er ontstaan heviger. En op het einde van het boek wordt het allemaal duidelijk.



Hoofdpersoon:

De ik-figuur, die de dochter is van een vader met ‘kamp’. De naam/identiteit van de hoofdpersoon is niet bekend.



De hoofdpersoon is deel van het gezin dat 5 personen telt. De hoofdpersoon heeft twee oudere broers, Max en Simon. De vader van het gezin heet Jochel. De ik-persoon in het verhaal wordt herhaaldelijk geconfronteerd met de kampervaringen die Jochel eindeloos herbeleeft en bespreekt. De kinderen van het gezin doen hun best om met vader Jochel mee te leven, maar hij blijft opgesloten in zijn eigen, onbereikbare wereld. De hoofdpersoon wordt verder nauwelijks beschreven.



De ik-persoon in het verhaal heeft, zoals in de meeste proza en novelles, een probleem. Een kind, dat haar vader eigenlijk heel hard nodig heeft, wordt opgezadeld met de taak haar vader te doorgronden en te begrijpen. Een haast onmogelijke opgave. Een vader, geestelijk opgesloten in het verleden, die regelmatig onbereikbaar, afwezig en hopeloos lijkt, wordt in dit verhaal sterk afgeschilderd tegen de belangen, gedachtespinsels en behoeftes van een opgroeiend kind.



Overige verhaalfiguren.



Jochel.

Jochel is de vader van de hoofdpersoon. Hij heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog in een arbeidskamp gezeten. Daar moest hij, samen met de andere kampgevangen, een fabriek bouwen. Jochel weigert te vertellen hoe het kamp heeft geheten en hoe lang hij daar heeft gezeten. Wel weet hij elke gelegenheid te grijpen om iedereen met schertsende opmerkingen en dramatische verhalen te bestoken.



Bette.

Bette is de moeder van de hoofdpersoon. Zij speelt in de ‘Tralievader’ niet zo’n overheersende rol. Bette is een lieve maar strenge moeder, die gehard is door de verbitterde gemoedstoestand van Jochel.



Max en Simon.

Max en Simon zijn de twee oudere broers van de hoofdpersoon. Max is de oudste van de twee, en is, afgezien van het feit dat hij niet echt een enorme portie verantwoordelijkheidsgevoel heeft meegekregen, dan ook het meest volwassen. Max is eigenlijk de enige die in opstand durft te komen tegen Jochel. De hoofdpersoon heeft de sterkste band met Simon, en trekt daar dan ook het meest mee op.



Nellie.

Nellie is een vriendin van de hoofdpersoon. Hoewel Nellie en de ik-persoon het samen goed kunnen vinden, is het voor Nellie onbegrijpelijk wat er met Jochel aan de hand is. Dit leidt tot spanningen tussen de twee vriendinnen, zeker omdat de ik-figuur haar vader niet wil verloochenen en het tegen Nellie opneemt.



Pink.

Pink is een poes, die Simon ergens helemaal vermagerd had gevonden. Moeder wilde hem niet houden, omdat je 'niet het leed van de hele wereld op je kan nemen'. Maar vader wou de poes wel hebben, omdat hij zo mager was geweest als vader bij zijn terugkomst uit het kamp. Vader denkt dat de poes wellicht nog het meest begrijpt van wat hij in het kamp beleefd heeft.



Het verhaal speelt zich in Nederland af, vlak na de Tweede Wereldoorlog. De vader van de hoofdpersoon heeft in een kamp gezeten tijdens WOII, en dat is waar het verhaal om draait. Dit verhaal is onder te verdelen in het genre autobiografie.



C. Mening.



Ik vond het boek ‘Tralievader’ een goed maar moeilijk boek. Je moet jezelf er echt in verdiepen om het verhaal te begrijpen. Vooral de manier waarop de gebeurtenissen zijn beschreven spreekt mij aan, bijvoorbeeld toen Max en Jochel ruzie kregen over de kampervaringen van Jochel. Dit kwam omdat Max vroeg wat het ergste was in het kamp en Jochel dat een onzinnige vraag vond. Beide waren overstuur maar Max zei iets wat niet kan. (Max: ‘Was er verdomme maar gebleven in dat kamp!’). Vlak nadat Max dit gezegd had kwam de rest van het gezin binnen. Die scène in het boek vond ik zielig voor Jochel en Bette, en ontzettend onaardig van Max .



D. Informatie over de auteur.



Carl (Carolina ) Friedman werd op 29 april 1952 geboren in Eindhoven in een joods gezin. Het gezinsleven stond sterk in het teken van de oorlogservaringen van haar vader, die in een concentratiekamp had gezeten. Hij was gearresteerd toen hij zich even buiten zijn onderduik adres waagde en keerde terug in juni 1945 moreel en fysiek gebroken in Nederland. Zijn vrouw, dochter en twee zoons werden vaak geconfronteerd met de verhalen over zijn ervaringen. De jonge Carl las dan ook veel boeken over de WO II , met name egodocumenten.



Carl Friedman groeide op in Eindhoven en Antwerpen en volgde na haar middelbare school een opleiding tot tolkvertaalster die zij echter niet afmaakte. Ze vestigde zich in Breda en werkte enige tijd als journaliste, o.a. voor de krant ‘De Stem’. Na de geboorte van haar zoon in 1979 hield ze zich bezig met vertaalwerk.



Hoewel haar tot dusver verschenen werk deels sterk autobiografisch getint is ten aanzien van haar jeugdervaringen, heeft Friedman, die inmiddels met haar zoon in Amsterdam woont, een

uitgesproken hekel aan publiciteit rond haar zoon.



In 1980 maakte Carl een reis langs enkele voormalige concentratiekampen, waaronder het kamp waar haar vader gevangen had gezeten. De indrukken die ze daar opdeed, verwerkte ze en een aantal sonnetten die ze ‘sonnetten voor het traliewerk’ noemde. Maar een uitgever overtuigde haar om over haar zo sterk in teken van de oorlog staande ervaringen te schrijven in de vorm van proza.



Bibliografie Carl Friedman:



1991 Tralievader (roman)



1993 Twee koffers vol (roman)



1996 De grauwe minnaar (verhalen)





E. Verwerking.



Bespreekopdrachten.



Nummer 1

De hoofdpersonen reageren soms anders dan jij gedaan zou hebben. Hoe zou jij gereageerd hebben in minstens twee situaties die in het boek voorkomen?



Situatie 1:

De scène waarin Max en zijn vader ruzie krijgen die uit de hand loopt. Max zegt dingen die niet kunnen en hij wordt niet gestraft. Als ik één van de ouders van Max was zou ik in ieder geval duidelijk maken dat zulke dingen niet gezegd mogen worden, door middel van een straf.



Situatie 2:

De scène waarin de hoofdpersoon ‘kamp’ ziet in de ogen van een wolf in de dierentuin. Ze roept Max en Simon erbij maar die schenken er nauwelijks aandacht aan. Ik zou als ik Max of Simon was er wel aandacht aan besteden omdat het toch over een moeilijk onderwerp gaat en omdat ze nog zo klein is.



Nummer 6.

Bespreek over welk onderwerp het verhaal gaat. Is het een onderwerp waarover je wel eens hebt nagedacht of waarover je iets hebt gelezen/gezien. Heeft het verhaal je nieuwe kanten van het onderwerp laten zien? Ben je het eens met de mening over het onderwerp dat uit het verhaal naar voren komt?



Eigenlijk heeft Tralievader twee onderwerpen.



· Ten eerste de gevolgen die de verhalen van de vader op de jeugd van de kinderen hebben. Bij alles wat de kinderen doen, denken ze aan hun vaders verhalen.

· Het tweede onderwerp gaat over de kampervaringen van de vader zelf, en de

moeilijkheid voor de vader dat hij zijn kampverleden zelf niet begrijpt, en daarom door

eindeloos verhalen te vertellen er greep op probeert te krijgen.



Het gaat eigenlijk dus allemaal over de kampervaringen na de Tweede Wereldoorlog van Jochel. Ik heb er af en toe wel eens bij stil gestaan hoe erg de terreur was in concentratiekampen. Ik heb er ook video’s van gezien, er met school al vaker over gehad en ik heb kamp Westerbork bezocht. Maar ik heb het nooit op zo’n manier bekeken als Tralievader. Het heeft me dus nieuwe kanten laten zien. Ook ben ik het eens met de manier waarop het boek het onderwerp beschrijft.



Schrijfopdrachten.



Nummer 11.

Schrijf een reclametekst voor het verhaal.



Nummer 13.

Schrijf een ander slot aan het verhaal.



Jochel buigt zich over mijn moeder heen.

‘Weet je het nog?’ zegt hij. ‘Jij vloog mij op straat om de hals, maar ik was zo zwak, ik sloeg steil achterover tegen de keien.’ Hij lacht. (…)



Ander slot: (gaat verder waar bovenstaande alinea is geëindigd)



Maar moeder niet. ‘Hoe kun je nou lachen op zo’n moment! Ik was toen zo vol emoties omdat ik zo lang op je gewacht had!’ Ze begint te huilen. ‘ Ik had zo veel kans om weg te gaan, ergens anders om een nieuw leven op te bouwen, maar iets hield me tegen, en zei dat je terug zou komen.Maar dat is niet zo, je bent niet meer de man van wie ik ooit hield. Laat mij gaan Jochel, laat mij gaan!’ Op dat moment pakt ze mij stevig vast en rent ze de deur uit. Steeds harder en harder, de tranen glijden over haar wangen. Ik wist niet wat me overkwam. Ik kijk achterom en zie nog net dat Max en Simon achter ons aan willen rennen, maar vader houdt ze tegen: ‘Ze is er niet meer, ze wil er niet meer zijn. Net als bij het kamp.’



En nu, nu woon ik samen met mijn moeder bij mijn oma, ver van papa, Max en Simon vandaan. We zijn met de trein vertrokken, nadat mama oma had gebeld. Ik heb het nu veel beter. Ik zie helaas niets meer uit mijn verleden terug, maar daar ben ik blij om. Want ik weet dat ik mijn verleden kan loslaten, in tegenstelling tot mijn vader.

Einde.



Onderzoeks-/zoekopdrachten.



Nummer 5.

Zoek in de bibliotheek of op internet achtergrondinformatie over de schrijfster. Ga na of het boek past bij het andere werk.



Carl Friedman heeft drie boeken geschreven. Tralievader en Twee koffers vol staan beide in het teken van haar vader met zijn oorlogservaringen. Het derde boek, De grauwe minnaar, heeft echter niets met haar vader en zijn oorlogservaringen te maken.



Het belangrijkste thema in haar sterk autobiografische werk is het jood-zijn of de joodse identiteit, gekoppeld aan antisemitisme en de trauma's van de holocaust. Ze behoort daarmee tot de tweede generatie slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, die na de oorlog geboren is, maar via de ouders met de oorlogsellende wordt geconfronteerd.






REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.