Het gouden ei door Tim Krabbé

Beoordeling 6.5
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • Klas onbekend | 3717 woorden
  • 28 juni 2016
  • 15 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.5
  • 15 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1984
Pagina's
97
Geschikt voor
bovenbouw vmbo/havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Onderwerpen
Verfilmd als

Boekcover Het gouden ei
Shadow

Rex pakte het polaroid-toestel uit Saskia’s mand en maakte een foto van het benzinestation. Een grapje voor zometeen, maar hij zag ook de blikken al voor zich die kennissen, Saskia en hijzelf elkaar nog jaren later zouden toewerpen als ze het onderschrift in het album zagen: TOTAL-tankstation met daarin Saskia, enkele minuten voordat zij voor het eerst op de Aut…

Rex pakte het polaroid-toestel uit Saskia’s mand en maakte een foto van het benzinestation. Een grapje voor zometeen, maar hij zag ook de blikken al voor zich die kennissen, …

Rex pakte het polaroid-toestel uit Saskia’s mand en maakte een foto van het benzinestation. Een grapje voor zometeen, maar hij zag ook de blikken al voor zich die kennissen, Saskia en hijzelf elkaar nog jaren later zouden toewerpen als ze het onderschrift in het album zagen: TOTAL-tankstation met daarin Saskia, enkele minuten voordat zij voor het eerst op de Autoroute zal chauffeuren. De foto aan een punt houdend keek hij hoe het TOTAL station en de geparkeerde auto’s, haast of ze even leefden, uit de chemicaliën opdoemden.

Het gouden ei door Tim Krabbé
Shadow



 



Samenvatting

Rex Hofman en Saskia Ehlvest zijn op weg naar hun vakantiebestemming aan de Middellandse Zee. Op een gegeven moment stopt Rex bij een benzinestation aan de Autoroute om te tanken. Saskia gaat naar het benzinestation om wat blikjes drinken te halen. Rex wacht buiten en maakt een foto. Hij denkt terug aan 3 jaar geleden. Toen gingen ze voor het eerst op vakantie en kwamen ze zonder benzine te staan. Saskia had drie uur in de auto moeten wachten en was toen erg in paniek geweest. Ze moest toen denken aan haar droom. In die droom zat ze opgesloten in een gouden ei dat door de ruimte zweefde.

Rex wacht buiten al een tijdje op haar. Hij wordt ongerust omdat Saskia nog steeds niet terug is gekomen. Hij besluit haar te gaan zoeken in het benzinestation. Niemand heeft Saskia gezien, ze is spoorloos verdwenen.

Raymond Lemorne is altijd al een vreemd figuur geweest. Toen hij 16 jaar oud was sprong hij van een flatgebouw af, om te voelen of hij de mogelijkheid had om te springen. Eenentwintig jaar later kwam er weer zo´n soort idee in hem op. Hij was leraar Scheikunde, was gelukkig getrouwd en hij had twee dochters. Op een dag redde hij toevallig een klein meisje dat bijna verdronk. Na dit toeval vroeg Raymond zich af of hij ook in staat was om een misdaad te plegen. Hij besluit het te proberen en begint met de voorbereidingen van de perfecte misdaad. Eerst bouwt hij een vakantiehuisje, waar hij zijn slachtoffer in zou kunnen opsluiten. Ook maakt hij een pot chloroform waarmee hij zijn slachtoffer bewusteloos kan maken. Hij koopt een oud matras en een pistool. Dan begint hij met het echte werk. Het oefenen en voorbereiden van de moord zelf. Eerst wil hij kijken hoe het is om te moorden. Dit doet hij door twee kampeerders dood te schieten die op zijn grasveldje waren gaan staan.

Zijn plan was om bij een tankstation langs de Autoroute, met zijn ene arm in een mitella, aan een buitenlandse vrouw te vragen of zij hem wilde helpen bij het aankoppelen van zijn aanhangwagentje. Dan zou hij haar bewusteloos maken met behulp van het chloroform. Hij oefent dit plan een paar keer, en als hij eenmaal klaar is om het te proberen, heeft hij gelijk beet. Saskia spreekt hem aan omdat ze geïnteresseerd is in de sleutelhanger met de letter R, die hij bij zich heeft. Op dat moment is Saskia verloren.

Acht jaar nadat Saskia spoorloos was verdwenen, vraagt Rex tijdens een vakantie in Italië zijn huidige vriendin Lieneke ten huwelijk. Een gewonnen badmintonwedstrijd gaf daarvoor de doorslag. De verdwenen Saskia blijft toch een rol spelen in de relatie van Rex en Lieneke. ’s Nachts heeft Rex een enge nachtmerrie over het gouden ei. Dezelfde droom als die van Saskia indertijd.

Eenmaal terug gekomen uit Italië, begint Rex een zoektocht naar Saskia. Er komen weinig reacties op de advertenties die hij in Franse kranten had laten plaatsen. Op 1 reactie na. Deze reactie was afkomstig van Raymond Lemorne. Hij komt naar Amsterdam om Rex aan te bieden al zijn vragen te beantwoorden. Er was wel één voorwaarde. Rex moest hetzelfde ondergaan als wat Saskia had moeten doorstaan.

Rex herkent Lemorne nog wel. Hij herinnerde hem als de man met de mitella. Rex stemt toe en weet dat hij daarmee zijn doodvonnis tekent.

Rex en Raymond rijden naar het benzinestation. Hier moet Rex koffie met een slaapmiddel drinken. Hij valt langzaam in een diepe slaap, terwijl Lemorne vertelt wat er met Saskia is gebeurd. Toen Rex wakker werd, lag hij op een matras in een doodskist.

Lieneke zoekt Rex, maar ze komt erachter dat hij spoorloos verdwenen is. Van Saskia en Rex is nooit meer iets vernomen.



Interpretatie



Thematiek

Het toeval speelt een grote rol in dit boek; meer dan eens wordt verwezen naar de toevalligheden die zich soms in het leven voordoen en waarvoor geen enkele verklaring lijkt te bestaan. Een goed voorbeeld hiervan is het badminton-partijtje dat Rex en Lieneke, zijn nieuwe vriendin, spelen tegen enkele Franse toeristen. Rex is zich ten volle bewust van de gekke score: 'Het werd 15-15 en 16-16; alsof ze een dubbelgesternte waren geworden zweefde de ploegen samen een steeds hoger uitslag in. (...) 18-18, 19-19, 22-22, het was volkomen belachelijk, maar het leek of er niets aan te doen was. (...) 25-25, zou een dergelijke stand ooit eerder zijn voorgekomen? Het was griezelig, alsof het toeval een loopje met ze nam (...)'. (p. 37-38).Dat geloof in vreemde toevalligheden manifesteert zich bij Saskia in bijgeloof: zij heeft geluksgetallen, begraaft muntjes en probeert een interpretatie te geven aan die gewoontes, alsof ze de toekomst wil lezen: 'Hij telde; het was de achtste paal van het einde van het hek. Er kwam een glimlach op zijn gezicht: acht was haar geluksgetal. Rozen waren het mooist als het er acht waren, en ze vond het jammer dat hij niet een jaar jonger was - dan zouden ze acht jaar schelen'. (p. 12).Het toeval is een van de meest mysterieuze aspecten van het leven en door de confrontatie ermee, durft Rex sommige dingen te gaan interpreteren, terwijl hij weet hoe onzinnig dat is: 'Verder stonden er alleen cijfers op, altijd dezelfde: 75.07.29., met puntjes ertussen alsof iemand bang was dat je er geen datum in zou zien. Die scheelde een dag met haar verdwijning -het was het telefoonnummer van het publiciteitsbureau dat die muren verhuurde'. (p. 78). Hij probeert later ook de namen van Sandra en Saskia op onnavolgbare wijze te interpreteren en ziet overal boodschappen: 'Op een blocnotevelletje schreef hij de namen Saskia en Sandra onder elkaar. Evenveel letters. Zelfde initiaal. Zelfde tweede letter, zelfde zesde letter. Als je de gelijke letters wegstreepte bleef er over: NDR en SKI. Rex keek er een tijdje naar en schreef toen: DR.NIKS. En daarna: KIND R&S.' (p. 83).Lemorne, die minutieus zijn plan heeft voorbereid, laat de selectie van het slachtoffer gedeeltelijk aan het toeval over. Maar ook hij ontkomt niet aan de grotere impact van het toeval: de dingen gebeuren niet zoals hij het zo zorgvuldig had gepland en eigenlijk is het 'stom geluk' dat hij erin slaagt Saskia te ontvoeren.

 



Titel en motto's

'Het gouden ei' refereert aan een droom die Saskia had in haar jeugd: 'Toen ze klein was had ze eens gedroomd dat ze opgesloten zat in een gouden ei dat door het heelal vloog. Alles was zwart, er waren niet eens sterren, ze zou er altijd in moeten zitten, en ze kon niet doodgaan. Er was maar één hoop. Er vloog nog zo'n gouden ei door de ruimte, als ze tegen elkaar botsten zouden ze allebei vernietigd zijn, dan was het afgelopen. Maar het heelal was zo groot!' (p. 12). De twee gouden eieren zijn echter ook symbool voor de relatie tussen Rex en Saskia; ze pesten elkaar namelijk veel en hebben soms een heuse haat-liefde verhouding. Nochtans zitten ze daar niet erg mee, misschien gaan ze er wel vanuit dat dat erbij hoort: 'Dat kinderachtige geruzie, daarin uitte zich juist hun verbondenheid, ze gaven zich er aan over om te voelen hoeveel ze van elkaar hielden...' (p. 10). Het is duidelijk dat Saskia voor Rex de ware is en zijn grootste verlangen is werkelijk één te zijn met haar (p. 13). Het is ook een typische droom voor gevoelens van eenzaamheid en claustrofobie en als Saskia verdwenen is, voelt Rex zich, paradoxaal genoeg, inniger met haar verbonden: 'Het was alsof hij voelde wat zij nu voelde - de angst en de eenzaamheid van het Gouden Ei, en alsof daarmee zijn wens eindelijk in vervulling was gegaan: één met haar worden'. (p. 25). In het tweede hoofdstuk heeft Rex zelf de droom over het gouden ei. Later zal blijken dat je dat als een voorspellende droom kan interpreteren. Uiteindelijk wacht hem namelijk hetzelfde lot als Saskia; opnieuw een paradox: de twee gouden eieren zijn gebotst, ze delen nu hun lot en misschien - zo leek de droom te suggereren - is dat de beste oplossing.

 



Structuur en techniek

Het boek telt vijf hoofdstukken, een indeling die enigszins refereert aan de structuur van de Griekse tragedie. De eerste vier hoofdstukken zijn ongeveer gelijk in lengte, het laatste is een soort nawoord van de verteller. De gruwel speelt zich af in hoofdstuk 1, wanneer we Rex en Saskia volgen, en in hoofdstuk 3, waar we Lemorne volgen. Hoofdstuk 2 lijkt een rustmoment in de roman; het biedt ruimte voor Rex' overpeinzingen en onderbouwt psychologisch zijn vernieuwde ijver in het zoeken naar Saskia en - dus ongewild - zijn eigen ondergang. Hoewel erg eenvoudig, is het verhaal toch hecht onderbouwd. Krabbé, een meer dan verdienstelijk schaakspeler, weet dat aan een schaakmat ingewikkelde combinaties ten grondslag liggen ,maar weet ook dat die zich dikwijls pas achteraf manifesteren. Het hele verhaal wordt bovendien verteld door een auctoriële verteller die zeer afstandelijk en objectief de gebeurtenissen registreert. Wat de ruimte betreft, is het Total-benzinestation het belangrijkste element. Daar verdwijnt Saskia en daar moet Rex naartoe om het raadsel op te lossen; een regelrechte cirkelbeweging dus. Die wordt geëxpliciteerd door een parallel: de tweede rit van Rex - met Lemorne - naar Frankrijk waarbij sommige aspecten terugverwijzen naar die eerste rit, bijvoorbeeld de muntjes die Saskia en hij hadden begraven. De plaatsen die Lemorne aandoet verdienen ook aandacht. Er is een scherp contrast tussen zijn gezinsleven - in zijn gewoon huis - en zijn plannen en daden in het buitenhuisje. Dat huisje verwordt van icoon van lieflijkheid tot een oord van griezeldaden. Lemorne bestrijkt met zijn Autoroute-abonnement ook alle Franse snelwegen. Zijn beslissing om van benzinestations zijn jachtterrein te maken, was een goede vondst van de auteur: 'En ineens zag Lemorne hoe elegant deze oplossing was: niet alleen zou hij in de benzinestations duizenden buitenlandse vrouwen vinden, ieder uur nieuwe, maar ze waren daar ook als zodanig herkenbaar door de nummerborden van hun auto's.' (p. 59).De gebeurtenissen spelen zich af, gespreid over een periode van verscheidene jaren. Saskia's verdwijning is omgerekend ergens gesitueerd in het midden van de jaren '70, de moord op Rex acht jaar later. In het hoofdstuk dat aan Lemorne is gewijd, is het tijdsverloop iets grilliger: in een lange flash-back gaan we terug tot 1950, toen hij 16 jaar was, blijven even hangen in 1971,om dan vanaf 1974 systematisch zijn plannen te volgen die hij enkele jaren later (een dag vroeger of later dan 29 juli 1975) kan concretiseren in de moord op Saskia. Dat is dus een erg elliptische tijdsbeleving, die zorgt voor een behoorlijke vaart in het verhaal, waarbij nog eens versneld wordt - als een onomkeerbare vaart van het noodlot - in de passages van de twee misdaden.

 



Personages

Krabbé zet ook enkele boeiende personages neer. Rex is een erg tragische figuur: hij koestert een grote liefde voor Saskia, maar kan die niet altijd goed uiten. Pas na haar verdwijning wordt, door de mate waarin hij haar mist, duidelijk hoezeer ze verbonden waren. Zijn tragiek ligt niet alleen in het feit dat hij Saskia verliest, maar vooral dat hij de oplossing van het raadsel pas krijgt door er met zijn leven voor te betalen. Vreemd - maar door de opbouw van het boek erg overtuigend (en bovendien heel romantisch) - is dat hij niet twijfelt aan Lemornes voorstel: het raadsel heeft tenslotte acht jaar lang zijn leven beheerst. Lemorne is eigenlijk het interessantste personage. Hij is uiteraard licht krankzinnig, maar het lugubere zit juist in het feit dat hij zo niet overkomt. Hij is de brave huisvader, de intelligente leraar met - als wetenschapper - een grote drang naar experiment. Meer dan eens krijg je ook het gevoel (wat hij zelf ook heeft) dat de dingen buiten hem om gebeuren: 'Hoe kreeg de man wiens voorbereidingen hij stap voor stap naspeelde zijn slachtoffer in het huisje?' (p. 54). Een erg gevaarlijke situatie, omdat dat gelijk staat aan het ontkennen van eigen verantwoordelijkheid en hem letterlijk gewetenloos maakt. Lemorne schakelt zijn geweten uit. Dat contrasteert met Rex, die in het begin van het verhaal foute gedachten heeft over Saskia, maar ze weet te verdringen als zijn geweten in opstand komt. Rex reageert zoals de gemiddelde mens: hij laat zijn geweten toe om zijn taak te volbrengen en handelt daarnaar. Lemorne heeft die controle uitgeschakeld. Zonder bijgedachte, zonder emotie, gebruikt hij alle informatie en situaties die zich voordoen en integreert ze in zijn voorbereiding en meesterplan: de kennis dat het gegil van zijn dochters niet ver genoeg reikt bijvoorbeeld of het lumineuze idee dat hij krijgt door zijn verjaardagscadeau. Het kilst komt hij over bij de moord op de twee jonge toeristen. Die ziet hij slechts als een onderdeel en een oefening van zijn echte plan. Voor hem is de voorbereiding en planning een spel waarvan de afloop fataal zal zijn. Het is echter des te zinlozer omdat hij met zijn activiteiten niets te winnen heeft. Als hij uiteindelijk Rex voorstelt om hem alles te verklaren, wil hij diens leven in de plaats. Dat zijn duivelse trekken.

 



Taal en stijl

'Het gouden ei' is eigenlijk een gruwelverhaal dat niet in de geijkte stijl is gegoten; dat is het originele en het verrassende van dit boek. De onderkoelde, afstandelijke stijl van de verteller is daar de oorzaak van. Krabbé heeft ook een sober-realistische aanpak gehandhaafd en suggereert meer dan dat hij vertelt. Net als Lemorne speelt de auteur een spel, door vooruitwijzingen, woordspelletjes (p. 83) en dubbele bodems. De tweede rit naar Frankrijk houdt bijvoorbeeld duidelijk reminiscenties in aan de eerste. Enkele vooruitwijzingen: op een bepaald ogenblik krijgt Lemorne een sleutelhanger met een R cadeau van zijn kinderen; die zal hij later misbruiken om Saskia mee te lokken (zij wou hem kopen voor Rex); Lemorne komt al in beeld tijdens de eerste rondblik van Rex als hij denkt Saskia kwijt te zijn, alleen besteed je als lezer dan nog geen aandacht aan de man met de mitella. Met Saskia's lievelingscijfer 8 speelt Krabbé ook een spel: hij laat het regelmatig opduiken, onder meer op p. 82 ("8000 gulden", "zeven achtste"), de acht jaar die verstrijken tussen de twee moorden, enz. Saskia's geluksgetal blijkt in grote mate een ongeluksgetal; dat is nu juist het horror-aspect van het boek: Krabbé keert de dingen om en put uit de alledaagsheid om griezeleffecten te bereiken.





Analysevragen:




  1. Waarom heb je dit boek gekozen?



We hebben dit boek met de klas gelezen.




  1. Waar gaat het verhaal over?  Formuleer je antwoord in drie of vier zinnen.



Het verhaal gaat vooral over Lex, die zijn vrouw (Saskia) is kwijtgeraakt op een benzinestation. Een paar jaar later meldt de ‘moordenaar/ ontvoerder’ zich en gaat Lex eindelijk ontdekken wat er met Saskia is gebeurd door het zelf te moeten ondergaan.




  1. Wat is het belangrijkste thema in het boek? Licht je antwoord kort toe in een of twee zinnen.



Er zijn 2 thema’s: liefde en dood. Ik vind liefde het belangrijkste thema omdat de liefde tussen Rex en Saskia zo sterk is dat Rex na acht jaar nog niet van een andere vrouw kan houden en de liefde van Rex voor Saskia wordt Rex’ dood.




  1. a) Wie is de hoofdpersoon (-personen) in het boek? Geef een korte karakterbeschrijving. Vermeld daarbij ook de belangrijkste drijfveren van het personage (Wat wil iemand en waarom?)




  • Rex Hofman: eerst Saskia’s vriendin en later Lieneke’s vriendin. Hij is medewerker van een jeugdtijdschrift. Hij is erg geïnteresseerd, blij met wat hij heeft, plagerig, houdt van spelletjes en heeft veel inlevingsvermogen.

  • Raymond Lemorne: een keurige Fransman, scheikundeleraar, gelukkig getrouwd en heeft twee dochters. Hij wordt geobsedeerd door de gedachte dat hij dingen zou kunnen doen die je normaal niet doet. Hij is erg doelgericht, perfectionistisch, slim en heeft geen inlevingsvermogen.



b) Vergelijk twee hoofdpersonen: wat is (zijn) hun overeenkomst(en), wat is (zijn) hun verschil(len)?




  • Overeenkomsten:




  • Ze hebben allebei een vriendin/vrouw.

  • Ze houden allebei van gedachten spelletjes.




  • Verschillen:




  • Lemorne weet al wat er met Saskia is gebeurd, Rex moet daar nog achter komen.




  1. a) In welke tijd speelt het verhaal? Licht je antwoord toe.



Het verhaal speelt zich tussen 1975 en 1983 af, want op 28 juli 1975 wordt Saskia door Lemorne ontvoert en na acht jaar, in 1983, vraagt Rex Lieneke ten huwelijk en zet hij een opsporingsactie op om Saskia te vinden.

b) Wat gebeurde er in die tijd in de realiteit? (Geschiedenis kennen!)



- Oliecrisis in 1973 en 1979



- Koude oorlog 1945-1991

 




  1. Hoe eindigt het verhaal voor de hoofdpersoon/-personen? Is het een positief of negatief einde? Licht toe.

    Het verhaal eindigt dat Lieneke de brief van Rex leest.




  • Het is een negatief einde voor Rex, want hij wordt levend begraven.

  • Het is een positief einde voor Lemorne, want hij komt ermee weg.




  1. a)Wat is het motto van het boek?



Het boek heeft geen motto.



b)  Wat betekend dit motto in relatie tot het boek: waarom heeft de auteur voor dit motto gekozen?



Niet van toepassing




  1. Verklaar de titel van het boek. Vaak zijn er meerdere verklaringen voor een titel!



Het gaat om de droom van Saskia, waarin ze droomt dat ze opgesloten zat in een gouden ei, dat door het heelal vloog. Alles was zwart, er waren niet eens sterren, ze zou er altijd moeten zitten en ze kon niet doodgaan.




  1. a) Bij wie ligt het perspectief? Welke gevolgen heeft dat voor het taalgebruik en de zinsbouw?



Bij de verteller, hij vertelt niet alleen over het leven en de gedachten van Rex maar ook hoe de ontvoerder zich voelt en wat er in hem om gaat.



b) Misschien is er sprake van een wisselend/ meervoudig perspectief. Leg uit dat de perspectiefwisseling bijdraagt aan de spanning die het verhaal oproept.



Omdat je het verhaal vanuit verschillende kanten ziet en als het perspectief ineens omslaat zou je je als lezer kunnen afvragen: ‘Maar wat gebeurd er nu met …?’




  1.  a) Wat is er opmerkelijk aan de stijl (het taalgebruik en de zinsbouw) van het boek? (Zijn er bijvoorbeeld veel emotionele beschrijvingen of is het juist heel koel en zakelijk verteld.



Het is zo kort mogelijk opgeschreven en geen woord te veel. Er zit niet heel veel emotie in, maar wel een beetje.



b) Wat is het effect van dat taalgebruik en die zinsbouw?



Alles is meteen duidelijk en helder.




  1.  a) Noem een belangrijk motief (= regelmatig terugkerend verhaalelement) uit het boek.



Het getal 8.



b) Geef twee momenten in het boek aan waarin dat motief een rol speelt.



- Saskia wordt in augustus (maand 8) rond 8 uur ontvoerd.



- Saskia en Rex verbergen de twee munten bij de 8e paal.




  1.  a) Het verhaal kent meerdere verhaallijnen. Geef elke lijn kort aan. Dit wordt in uitreksels vaak expliciet verteld: verhaallijnen via personages en/of tijdsverhaallijnen (bijvoorbeeld heden/verleden).



In het verhaal is er sprake van twee verhaallijnen. De eerste verhaallijn staat Rex Hofman centraal en zijn zoektocht naar zijn levenspartner Saskia Ehlvest. In de tweede verhaallijn staat Raymond Lemorne centraal die achter de verdwijning van Saskia zit. Later in het verhaal kruisen de twee verhaallijnen elkaar wanneer Rex overweegt aan Raymond uit benieuwdheid hetzelfde lot te ondergaan als die van Saskia zodat Rex precies weet wat er met haar is gebeurd. In het verhaal is er sprake van twee verhaallijnen. De eerste verhaallijn staat Rex Hofman centraal en zijn zoektocht naar zijn levenspartner Saskia Ehlvest. In de tweede verhaallijn staat Raymond Lemorne centraal die achter de verdwijning van Saskia zit. Later in het verhaal kruisen de twee verhaallijnen elkaar wanneer Rex overweegt aan Raymond uit benieuwdheid hetzelfde lot te ondergaan als die van Saskia zodat Rex precies weet wat er met haar is gebeurd. 



b) Hoe begint het verhaal? In medias res (midden in de handeling) of ab ovo (vanaf het begin)? Licht je antwoord toe.



Ab ovo, want het verhaal begint niet meteen met de ontvoering maar dat Rex en Saskia richting Frankrijk rijden met de auto.




  1.  a) Wordt het verhaal chronologisch verteld of zitten er duidelijke flashbacks in? Licht je antwoord toe.



Er zitten duidelijke flashbacks in, zoals dat Lemorne als kind van het balkon afsprong wordt duidelijk verteld.



b) Welke functies hebben de flashbacks?



De flashbacks hebben de functie om het verhaal nog beter te begrijpen.




  1.  Waar speelt het verhaal zich af? Heeft dat extra betekenis? Heeft de schrijver speciaal voor die plaats gekozen? Leg uit. (In de theorie spreken we in dit verband over ‘ruimte’).



De belangrijkste gebeurtenis vindt plaats in Frankrijk, op het benzinestation van Total. Ook de plaats bij het meertje Marina di Camerota in Italië speelt een deel van het verhaal zich af, hier gaat Rex met Lieneke. Verder speelt het verhaal zich nog af bij het huisje van Raymond en het huis van Rex.




  1.  Vergelijk twee gelezen boeken met elkaar. Noem een belangrijke inhoudelijke overeenkomst en een belangrijk inhoudelijk verschil. Bijvoorbeeld wat betreft thema, hoofdpersonen, stijl en tijd waarin de verhalen spelen.




  • Overeenkomst tussen Het gouden ei en Buitenstaanders:het speelt zich allebei af  tussen eind 20e eeuw en begin 21e eeuw.

  • Verschil: In Buitenstaanders zijn er psychiatrische patiënten die aan een experiment meedoen, wat ze zelf niet weten. En in Het gouden ei zijn gewone mensen die niks mankeert.




  1.  Wat vind je het leukste boek, wat het slechtste? Waarom?



Tot nu toe heb ik maar 1 boek gelezen, wat ik een leuk boek vindt omdat er veel spanning is en pas op het einde duidelijk wordt wat er nou is gebeurd.




  1.  Geef je mening over het door jou gelezen boek. Geef er argumenten voor.



Ik vind ‘Het Gouden Ei’ een leuk en spannend boek, omdat het erg realistisch geschreven is. Ook wilde ik steeds blijven doorlezen om erachter te komen wat er met Saskia gebeurd was. Ik vond het interessant dat ik achteraf pas de samenhang van sommige dingen zag.




  1.  Wat ben je door het lezen van de secundaire literatuur meer te weten gekomen? Waardoor ben je het boek beter gaan begrijpen?



Dat het getal 8 er heel vaak in voorkwam en nog speciale betekenissen had waardoor ik dingen beter begreep.

 




  1.  Welke boeken zou je nog meer willen lezen? Licht je antwoord toe.



N.v.t.




REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Het gouden ei door Tim Krabbé"