Heb jij spreekangst? Voor een item van RTL Nieuws doen we onderzoek naar spreekangst. Laat ons weten of jij nerveus wordt van spreken voor een groep. Meedoen duurt maar 2 minuutjes.

 


Naar de vragenlijst


ADVERTENTIE
Open Avond = ontdekken of jij hier past Leren is keuzes maken. Continu blijven zoeken, twijfelen, vallen en opstaan. Dát leren, dat leer je bij Hogeschool Inholland. Tijdens onze Open Avond op woensdag 30 oktober staan onze studenten en docenten klaar om al je vragen te beantwoorden. Kom langs en ontdek of jij hier past.

Meer info!

Leesverslag Nederlands

Het Behouden Huis, 1951

  1. 1.       Samenvatting

Het hoofdpersonage, wiens naam we niet kennen, is een Nederlandse soldaat die in het partizanenleger vecht tegen de nazi Duitsers. Het verhaal opent met een oorlogsscène waar de chaos heerst. Na het offensief loopt de soldaat naar een dichtgelegen stadje, een luxe badplaats. Daar trekt hij in het mooiste huis, verhaast achtergelaten door zijn vorige eigenaars. Hij doet zijn smerige uniform uit en na een inkwartiering van de Duisters die het plaatsje heroverd hebben , doet hij zich voor als de rechtmatige eigenaar. Hij voelt zich helemaal thuis en adopteert zelfs een zwart kat. Maar deze kat herinnert het hoofdpersonage er steeds aan dat hij hier niet helemaal thuishoort: de deuren van deze ene kamer blijven dicht. Net wanneer de soldaat een ladder pakt om via het raam naar binnen te gaan, komen de eigenaren van het huis terug. Maar de soldaat voelt zich te erg verbonden met het huis om het weer af te moeten staan- hij schiet de man dood en wurgt diens echtgenote. Wanneer hij weer op de gang komt ziet hij dat de deur van de kamer op een kier staat. Binnen staat een oude man zijn paradijsvissen te verzorgen, hij leeft compleet in zijn eigen wereldje, omringd door zijn geliefde vissen. Kort daarop komen de partizanen weer het stadje binnen. De Duitsers zijn gevlucht behalve de kolonel, die de soldaat, na zijn pak weer aangetrokken te hebben, opsluit in de kelder. Daarna loopt hij de partizanen tegenmoet, waaronder de Spanjaard zich bevindt, een bekend gezicht. Alle partizanen komen mee naar het huis, waar ze vervolgens het hele huis verwoesten en alle bewoners bloederig vermoorden, behalve de soldaat die er met een paar klappen vanaf komt. Het boek eindigt zoals het begonnen is: met een explosie. Het huis, de droom zijn voorgoed verdwenen.

  1. 2.       Verklaar de titel

De titel van het boek is “het behouden huis”. Behouden heeft twee betekenissen: hetzelfde blijven en beschermen. Huis staat voor orde, regelmaat. De badplaats, het stadje, het huis zijn hetzelfde gebleven ondanks de oorlog en dit huis behoedt de soldaat voor de chaos van de oorlog. De soldaat vindt niet alleen onderdak maar ook een thuis. Hij wil nooit meer weg uit dat huis en doet er dan ook alles aan om de eigenaar te blijven. Helaas is dit gevoel van veiligheid misplaatst. Dit huis is net zo wankel als alle andere gebouwen en uiteindelijk zal het dan ook “verkracht” worden, voordat de soldaat het zal opblazen. Het huis staat voor mij dus ook symbolisch voor de menselijke illusie. Men kan leven in zijn gedachtes, zich een ander leven verbeelden, maar uiteindelijk zal de werkelijkheid er altijd zijn om men weer tot orde te roepen. Het huis zou misschien dus kunnen verwijzen naar de geest. In mens hoofd kan het leven mooi zijn en ook al lijkt dat leven los van de werkelijkheid de werkelijkheid heeft wel degelijk een uitwerking op de geest, deze is niet schokbestendig. De illusie van een veilig thuis zal de oorlog niet overleven voor de soldaat.

3.      

A. basisbiografie

Willem Frederik Hermans werd geboren op 1 september 1921 te Amsterdam. Hij was afkomstig uit een onderwijsgezin. Willem Frederik Hermans volgde een gymnasiumopleiding en daarna begon hij met de studie sociografie, maar schakelde over naar fysische geografie waar hij afstudeerde aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam. In 1958 is hij aangesteld als rector van de Rijksuniversiteit van Groningen, maar in 1973 nam hij ontslag en richtte zich vanaf toen fulltime op het schrijversberoep. hiervoor verhuisde hij naar Parijs. Hermans hield veel van reizen, hij verzamelde schrijfmachines en fotografeerde ook veel. Zijn laatste jaren bracht hij door in Brussel. Hij stierf 27 april 1995.

B. biografie die betrekking heeft met het onderhavige boek

Algemene thema’s in Hermans oeuvres zijn: wereldliteratuur beschouwing, werkelijkheid-chaos. Binnen de chaos probeert de mens tevergeefs waarheid, identiteit, orde en zin te ontdekkern. Het werk van Hermans werd beïnvloedt door Multatuli(1820-1887), Kafka(1925, Der Prozesz), Bordewijk(1884-1965) en L.Wittgenstein. In 1995 schreef hij nog het boekenweekgeschenk: “in de mist van het schimmenrijk”.

Enkele aspecten van de visie van Hermans over de mens en zijn bestaan:

A. Het menselijk bestaan wordt gekenmerkt door onzekerheid: de mens weet niet wie zijn vriend is, en die nu zijn vijand is kan het volgende moment zijn helper zijn.

B. De mens leeft onder voortdurende bedreiging, een dreiging die te erger is doordat hij ze niet kent.

C. De mens kan zichzelf niet kennen: hij ziet zichzelf anders dan de anderen hem zien. Hij weet niet wat hem drijft om bepaalde dingen te doen en andere te laten. Hij speelt het leven niet, het leven speelt hem. 

D. De mens leeft niet in een geordend bestaan, in een logisch verband, maar in een chaos. Hij kan misschien menen dat er enig systeem in zijn bestaan zit, maar dit is niet zo.

E. Dit alles maakt het leven tot een absurd en doelloos iets. Het belangrijke is natuurlijk niet het wereldbeeld, maar het feit dat Hermans dit wereldbeeld met een uiterst suggestieve kracht weet waar te maken. Citaat: ‘Er zijn geen goede schrijvers.’ Soms ontstaat in ons land een goed boek, dat op het gemiddelde peil geen invloed heeft. De goede boeken zijn meestal afkomstig van zonderlingen, liefhebbers die stiekem schrijven in het holst van de nacht en niets te maken hebben met het literaire leven, met de levende literatuur als geheel.’( uit: “Mandarijnen op zwavelzuur”, 1964).

Dit thema van chaos, onzekerheid vindt men terug in “het behouden huis”.

4.       Wat is het thema van dit verhaal?

Zoals we hebben gezien bij de vorige vraag zijn werkelijkheid-chaos, onzekerheid, en de aspecten van Hermans erg belangrijk in deze novelle. De soldaat, die onbekend blijft en zo dus makkelijker volstaat als figuur van de mens in het algemeen, zoekt naar een vredige plek, weg van de chaos van de oorlog. Hij denkt dit te vinden in het huis. Maar hij wordt constant lastig gevallen, zijn illusie van veiligheid, rust wordt langzaam doorbroken, of het nu door de Duitsers, de terugkomst van de eigenaren of de partizanen is.

 Oorlog is volgens mij ook een thema dat hoort bij chaos. Vooral de oorlogsgeluiden zijn belangrijk. Ze herinneren het hoofdpersonage eraan dat er gevaar dreigt, zijn gevoel van veiligheid, rust, orde is een illusie.

Deze oorlog en chaos zullen uiteindelijk de soldaat tot waanzin drijven. Hij doodt de eigenaar en vrouw om de chaos uit huis te houden, begint op sommige momenten nerveus te lachen (“mijn lachbui werd nu iets als de hik, ik kreeg er kramp van in mijn buikspieren, ik wenste wanhopig dat het op zou houden”, “ik barstte in lachen uit, maar moest mij bedwingen om hem niet te slaan” ), heeft rare beelden van sommige scenes (“het was of een octopus een bioscooporgel bespeelde”, hij ziet zijn moeder voor zich terwijl die “gisteren begraven werd” en amuseert zich bij het zien van een luchtgevecht) en voert een absurde dialoog met de oude man.  Het grote thema is dus chaos, door de oorlog, in het hoofd van het hoofdpersonage.

Deze chaos staat in tegenstelling tot de cultuur (de kolonel is een groot voorstander van de cultuur, “cultuur is eenheid! […] Wie aan buitengewone omstandigheden toegeeft, nah! Die is al eenvoudig geen cultuurmens meer.”). Met de komst van de partizanen dringt de chaos ook het huis binnen, waarna de soldaat zich weer voegt bij zijn leger. Ze verwoesten de piano, die symbolisch is voor cultuur. De chaos is teruggekeerd. Het hoofdpersonage gooit een handgranaat het huis binnen om de chaos te vervolmaken.

  1. 5.       Tot welk (sub-)genre hoort dit verhaal? Leg uit waarom je dat denkt.

Ik denk dat dit verhaal een novelle is. Het bezit namelijk de kenmerken van een novelle:           

  1. hoofdpersoon komt direct in één beslissende (conflict)situatie:

na het heroveren van een badplaats, loopt het hoofdpersonage het stadje binnen en trekt daar bij een huis in;

  1. karakter hoofdpersoon direct duidelijk:

de hoofdpersoon wil rust, orde en is tot alles bereid om dat zo te houden.

  1. weinig personen;

hoofdpersonage, de yesero, de kolonel, een paar Duitsers, de eigenaar en zijn vrouw, de oude man, een paar partizanen (,de kat); 

  1. beperkte omvang (bv. max. 100 blz.):

het boek is 79 bladzijdes lang;

  1. het is in proza geschreven.

6.              Komen er motieven voor in het verhaal? Welk(e)?

Een motief zijn de oorlogsgeluiden. Wanneer de rust verstoord wordt of wanneer er chaos heerst zijn er bommen, mitrailleurs, pistolen e.d. te horen. Ook zijn deze geluiden aanwezig om aan te geven dat de chaos in aanloop is. Zo komt de oorlog steeds dichterbij naarmate het einde van het verhaal nadert : “de bommen vielen nu dichtbij. Ik kon ze horen fluiten. Misschien zou er straks een bom op het huis vallen.” Dit heeft als gevolg dat de spanning toeneemt voor de lezer, net als trommelgeluiden in een film. De lezer leeft mee met het hoofdpersonage, voelt zelf ook de trillingen, het gillen van de bommen, het brommen van de motors.

Een ander motief is contrast. In het begin is er een contrast tussen zijn dorst en de aanwezigheid van bronnen in de badplaats. (Betekent dit misschien dat het hoofdpersonage op zoek is naar iets maar niet goed uitkijkt? ) Ook is het contrast tussen de chaos van de oorlog en de rust van het huis erg belangrijk, tussen het vechten en eigenaar zijn ( contrast tussen de hoge naaldhakken en het vieze uniform). Dit contrast zoekt de ik-figuur juist op, hij gaat de chaos uit de weg. Maar het, in mijn ogen, pessimistische eindbeeld laat wel blijken dat dit contrast minder groot is dan wat hij hoopte. De chaos is het huis binnengelopen tegelijk met de partizanen.

Vergetelheid, ontkenning of juist onveranderlijkheid zijn ook motieven vind ik. Zo verbeeldt het hoofdpersonage zich soms dat “de oorlog nooit werkelijk had plaatsgevonden”, “zich verbeelden nooit ergens anders geweest te zijn dan hier, of zich indenken dit huis, deze heuvel veroverd te hebben als de oplossing van een raadsel; dit, uit alles wat er op de wereld bestaat.” Wanneer hij zich in de spiegel bekijkt, ontdekt hij niks : “wat ik had beleefd was verdwenen zonder tekens achter te laten”. Daarnaast verandert het water zijn lichaam bijna in een zwavelgele mummie. De ik-figuur probeert de oorlog te vergeten, voor eeuwig in dat huis te blijven: “ik zal er niks van merken als de hele wereld verdwijnt, als alleen maar dit huis, dit gras, alles wat ik om me heen kan zien hetzelfde blijft.”

  1. Komt er een symbool voor in het verhaal? Welk(e)?

Het huis: een symbool is de gesloten deur van de onbekende kamer. Het hele verhaal lijkt te draaien rond deze kamer, de kat herinnert de soldaat er constant aan: “maar van tijd tot tijd krijste mijn kat ’s nachts urenlang. […] Hij liet mij geen rust”. Het hoogtepunt is de ontdekking van deze kamer: “ik naderde het einde, het was altijd in die kamer geweest en nu was het aangebroken: als een kist dynamiet.” Het verstoort de rust van de soldaat omdat hij wil weten wat er is. En als hij het ontdekt, is de kamer het centrum van de rust met het beeld van een oude man die zijn vissen liefelijk verzorgt. Het verhaal lijkt op een perzik die je zou doorkruisen: hoe verder je binnendringt, hoe meer rust je vindt. De buitenkant zou de oorlog zijn en de kamer de pit. Maar de soldaat loopt door en komt er uiteindelijk aan de andere kant weer uit: terug bij de partizanen. Het verschil is dat hij nu inziet dat de daadwerkelijke rust niet bestaat, de werkelijkheid zorgt daar wel voor. Deze kamer staat dus symbool voor illusie, de droom van het hoofdpersonage.  De laatste zinnen illustreren goed de desillusie van het hoofdpersonage: “het was of het ook aldoor komedie had gespeeld en zich nu pas liet zien zoals het altijd was geweest: een hol, tochtig brok steen, inwendig vol afbraak en vuiligheid.” De soldaat hield zichzelf voor gek, hij is zelf ook gewoon ongedierte.

De kat en de oude man zouden als symbool beschouwd kunnen worden omdat ze een soort metafoor zijn van het hoofdpersonage. De kat heeft dezelfde drang de kamer binnen te dringen en de oude man gedraagt zich net als de soldaat. Het hoofdpersonage heeft geen werkelijke gesprekken met mensen (taalbarrière met de Spanjaard, vermijding van de Duitsers). Hij is er zelf van bewust dat woorden geen nut hebben: “ik wist al bij het uitspreken van die kranige woorden  dat ze niet helpen zouden”. Hij wil net zo doof zijn voor de buitenwereld als de oude man die zich alleen bekommerd om zijn vissen en voor wie de oorlog een probleem vormt omdat hij dan moeilijker aan vissenvoedsel  komt. Ook wil hij het liefst alleen zijn. Wanneer de oude man en de soldaat geconfronteerd worden, is de dialoog dan ook compleet absurd. De soldaat bekent de moorden op de eigenaar en diens vrouw terwijl de oude man er geen notitie van neemt en gewoon doorgaat met het voeren van zijn vissen. Hij heeft het zelf over zijn vissen en de soldaat gaat steeds harder schreeuwen (“je weet er alles van. Maar je bent bang voor mij! Je denkt dat ik je zal doodslaan en vierendelen”) totdat hij uiteindelijk de man opsluit. Opvallend is dat de oude man hem “Herr Hauptmann” blijft noemen, denkend hem zo te vriend te houden, net als de soldaat ook de kolonel te vriend probeert de houden (hij laat de Duitsers binnen).

Het uniform is voor mij symbool van de oorlog, de bestialiteit van de mens. In het begin draagt de soldaat zijn uniform. Wanneer hij het huis betreedt, neemt hij ten eerste een bad: hij wast zijn vorige leven af om een nieuw leven te beginnen, als huiseigenaar. Het uniform staat dus ook voor het verruilen van werkelijkheid.  Zijn uniform verstopt hij. Hierdoor wordt hij beschouwd als deserteur. Hij lijkt het leven te lijden waar hij naar zocht maar dit mislukt uiteindelijk. Aan het einde doet hij zijn smerige uniform weer aan. Hij hoort weer bij het partizanenleger, gaat grove grappen uithalen ( het huis laat hij ontploffen): “ik voelde dat ik heel populair zou worden.”

  1. 8.              Bespreek de personages

De protagonist, de ik-figuur, heeft geen naam;  zijn leeftijd is onbekend. Ik vind het persoonlijk een vrij complex personage al lijkt het niet zo op het eerste zicht. We weten dat hij Nederlands is en een tijd in Duitsland heeft gezeten, eerst als spion en later als gevangene. Hij heeft echter weten te ontsnappen en zit nu in het partizanenleger waarin hij vecht tegen de Duitsers. Al hoort hij bij deze groep, de soldaat is echter een geïsoleerde eenling (hij vergelijkt zichzelf met Robinson Crusoe op zijn eiland). Hij kan niet communiceren met de andere soldaten omdat ze allemaal verschillende talen spreken (“ook uit de mensen kwamen alleen geluiden. [...] Maar ze zijn niet in staat een stom woord met elkaar te spreken. Soms begreep ik de bevelen niet eens.”) De enige persoon waarmee hij een paar woorden mee weet uit te wisselen is de Spanjaard, later yesero genoemd (gipsbrander). Wanneer hij later dorstig aankomt in het dorp wordt hij gelijk doorgestuurd met als enige indicatie “boobytrap”. (Deze initiale dorst, de woede die bij hem opkomt omdat hij het café niet binnengelaten wordt, leiden ertoe dat hij uiteindelijk het huis binnengaat.) Ook verder in het verhaal heeft hij geen werkelijke gesprekken: de kolonel ergert hem, van de eigenaar wil hij zo snel af en de oude man is doof, afwezig. “Ik wilde alleen zijn, volstrekt alleen.”

Hij stemt in wanneer de Duisters toestemming vragen voor inkwartiering maar blijft het liefst alleen en gaat ze uit de weg. Hij bouwt een nieuwe routine op: “meestal was ik op de slaapkamer, in bed, ik werd niet eerder dan ’s middags wakker en sliep soms al weer in voor het donker was. […] Elke dag bleef ik in bad liggen, tot de zouten uit het water geheel bezonken waren.” Hij adopteert verschillende katten. Hij hoopt dat aan de oorlog geen einde komt, dat de stad “altijd verboden terrein zal blijven, behalve voor hem.” Hij noemt zichzelf de zoon des huizes, “ik heb hier altijd gewoond. Het is mijn huis.” De eigenaar ziet hij als een indringer. Hij vermoordt hem en zijn vrouw. Wanneer de partizanen dichterbij komt, sluit hij de kolonel op in de kelder maar probeert wel de oude man te helpen door hem een briefje te schrijven waarop staat dat hij zich niet meer pro-Duits moet voordoen. Na de partizanen het stadje weer hebben overgenomen doet hij zijn uniform weer aan en gaat ze tegenmoet. Ze komen met hem terug naar het huis dat ze compleet verwoesten, net als de inwonenden ( de soldaat wordt zwaar geslagen). Aan het einde keert hij terug naar de oorlog, het leger. Het lijkt net alsof de rollen worden omgedraaid: eerst was de oorlog chaos en het huis rust: nu is het huis ook chaos en daarom moet het vernietigd worden terwijl de oorlog bijna afgelopen is. Het huis speelde komedie terwijl de oorlog “eerlijk” chaotisch is. De ik-figuur is een round character.

De Duitse kolonel blijkt een gecultiveerde man te zijn. Hij lijkt bijna vriendelijk. Hij vraagt om toestemming bij het hoofdpersonage en verontschuldigt zich wanneer zijn soldaten zich misdragen. Ook geeft hij papieren aan de ik-figuur zodat die vrij kan circuleren. Uiteindelijk spaart de soldaat zijn leven. Hij blijft achter om het hoofdpersonage te waarschuwen voor de komst van de partizanen en stelt voor samen te vluchten. De ik-figuur sluit hem op in de kelder. De kolonel probeert zich nog te scheren, een uiterst belangrijke traditie voor hem die hij nooit overslaat omdat “wie aan buitengewone omstandigheden toegeeft al eenvoudig geen cultuurmens meer is.” De kolonel is zo een karikatuur van de cultuur, met zijn Duitse grondigheid: “zolang ik in dienst ben heb ik mij elke ochtend geschoren, precies om half zeven, met warm water, oorlog of geen oorlog! Dat is wat ik onder cultuur versta!” Hij probeert daarna nog zijn slagader door te snijden maar dit mislukt. Hij wordt later, na zware marteling ondergaan te zijn, opgehangen. Hij is een flat character.
De Spanjaard is ook een van de partizanen. De ik-figuur heeft contact met hem. Ze praten over het verleden in het Frans. De Spanjaard vecht nu al acht jaar: “ik uit Spanje toen burgeroorlog. Ik communist. Gepakt door Fransen. In kamp. Dan gevlucht. Op schip. Turkije. Rusland.” Het dialoog blijft echter vrij oppervlakkig en eindigt met de Spanjaard die meerdere malen “moi yesero” blijft herhalen. De ik-figuur haalt hier zijn schouders voor op. Wanneer ze elkaar aan het eind van het verhaal weer ontmoeten, verlangt de Spanjaard naar een vrouw. Hij laat zich meenemen door de ik-figuur, die beweert dat er in het huis een vrouw aanwezig is. Hij is een flat character.

De oude man is een wezenloze, dove vissenverzamelaar. De ik-figuur komt hem tegen in de afgesloten kamer. Hij heeft enkele aquaria met zeldzame vissen, paradijsvissen. Hij belichaamt in zekere mate het ideaal van de ik-figuur. Hij is geheel gelukkig omringd door zijn geliefde vissen (het hoofdpersonage heeft zich omringd met katten).  Hij denkt dat de ik-figuur een Duitser is, want hij praat vol lof over het Duitse leger, dat het huis behouden heeft. Hij wordt door de partizanen uiteindelijk vermoord. Dit vind ik persoonlijk vrij triest omdat hij de hele oorlog heeft weten te overleven voor zijn vissen en nu is zijn levensoeuvre vernietigd. Dit stelt weer een parallel tussen hem en de ik-figuur: beiden hebben een droom die in diggelen valt. Hij is een flat character.

De eigenlijke bewoners zijn echte verstoorders van de illusie dat de ik-figuur verlost is van de chaos. De man klinkt vrij ironisch wanneer hij spreekt tegen het hoofdpersonage (“bent u de glazenwasser?”). Hij wijst de ik-figuur erop dat diens broek hém beter zou staan. Ook wijst hij de ik-figuur er als eerste op dat zijn accent “eigenaardig” is, laat zo zijn twijfels blijken over de identiteit van het hoofdpersonage. Daarom moeten hij en zijn vrouw dood. Het zijn dus antagonisten.

De relatie tot de vrouw is echter een beetje dubbelzinnig. Hij wurgt haar zonder haar aan te kijken maar raakt haar later wél aan: “ik voelde aan haar wang”, “ik stak mijn hand onder haar jas, onder haar rok en legde hem p haar dij”. Uiteindelijk gaat hij in bed liggen “naast de vrouw”. Hij probeert een reactie op te wekken maar ze reageert niet op hem. Beide man en vrouw zijn flat characters.

9.              Vanuit welk(e) vertelstandpunt(en) wordt het verhaal verteld?

Het verhaal wordt verteld vanuit het ik-perspectief. We delen de gevoelens, de gedachtes van de ik-figuur en volgen zijn handelen. Hierdoor voelt de lezer meer betrokken tot het personage.
10.          Bespreek de ruimte

a. geografische ruimte

Het verhaal speelt zich af in bebergt gebied. De eerste vechtscène speelt zich vermoedelijk af in een dal omdat daar een rivier loopt. Vervolgens klimt de ik-figuur steeds hoger tot een dorpje, een luxe badplaats. We weten niet in welk land maar waarschijnlijk ergens in West-Europa. Vervolgens speelt het verhaal zich af in een mooi huis: “het huis was op zichzelf niet groot, maar alle onderdelen ervan waren groot. De ramen bestonden uit ononderbroken spiegelglas, de deuromlijsting was zo hoog als twee verdiepingen; er was een balkon over de gehele breedte van de gevel.” Het huis intrigeerde de soldaat door de weerkaatsende ramen, bij iedere stap veranderend in “een groot blad gepolijst rood koper. En toen glansden de ramen alleen nog maar diepzwart.” Er is een tuin voor en achter. Binnen lijkt het huis vrij modern omdat er gewoon warm en koud water toevoer is.

b. sfeerscheppende ruimte

Vanaf het moment dat het hoofdpersonage het huis binnenkomt, weet hij dat het anders is: het leeft. Er ligt namelijk geen stof. De soldaat wordt zo bijna verwelkomd. Hij voelt zich er gelijk op zijn gemak al wordt hij later wel een beetje lastiggevallen door de Duitsers. Maar verder leeft hij vreedzaam naast ze. Toch is er veel spanning. Een kamer blijft namelijk dicht. De ik-figuur voelt zich er immens door aangetrokken maar kan niet naar binnen. Ik denk dat hij de ruimte wel zou willen negeren maar hij wordt er constant aan herinnerd door de kat die ervoor gaat liggen of ’s nachts krijst. Dit krijsen lijkt net de climax van het verhaal: de ik-figuur besluit een ladder de pakken en via het raam naar binnen te gaan. Dan komen de eigenaren opeens terug. Vanaf dat moment gaat alles bergafwaarts (ook letterlijk). Op het einde is de sfeer is huis vrij macaber door de aangerichte verwoestingen, de doden.

c. symbolische ruimte

Het dorp ligt boven op een berg. Meerdere malen vindt de lezer aanwijzingen van de klim van de ik-figuur, zowel letterlijk als figuurlijk. Het huis, dat een soort paradijs had moeten worden (met de bijna idyllische tuin), is een leeg hol (“de engeltjes van het plafond braken los uit hun hemel en vlogen voor het eerst sinds zij bestonden”).

d. sociale ruimte

De lezer vermoed dat het huis vrij luxueus is. De ik-figuur zegt namelijk dat het een luxe badplaats is en de Duitsers kiezen ook dat huis voor inkwartieringen (meestal zochten zij het mooiste huis uit). Er ligt nog veel eten en wijn en de kelder. Ook beschrijft hij damesmantel wanneer hij binnenkomt. Wanneer de huiseigenaar terugkomt heeft hij meerdere fototoestellen hangen rond zijn nek. Ik denk dus dat de soldaat zich in het huis bevindt van rijkere mensen. Dit staat in sterk contrast tot de armzaligheid van de partizanen (al lijkt de ik-figuur wel verschillende talen te spreken wat duidt op hoger onderwijs en dus misschien ook een bourgeois afkomst).
11.          Bespreek de tijd

a. historische tijd

Het verhaal speelt zich af gedurende de Tweede Wereldoorlog, tegen het einde ( de ik-figuur is al vier jaar weg, sinds november 1940, we zijn dus in het jaar 1944, 1945).

b. vertelde tijd

Het verhaal speelt zich af gedurende meerdere maanden (“ik wist wat ik zou zeggen, wanneer zij vroegen waar ik al die maanden as geweest”). Voordat hij het huis binnengaat, verstrekken een paar uur. Vervolgens blijft hij daar tot aan de verovering  van het dorp door de partizanen.

c. verteltijd

De verteltijd is 79 bladzijdes en het duurt ongeveer twee à drie uur om het uit te lezen.

d. chronologie, versnelling, vertraging

Het verhaal is chronologisch, al zit er wel een duidelijke flashback in op blz. 10. Hier vertelt de hoofdpersoon wat er met hem allemaal in de oorlog is gebeurd aan een Spanjaard. Er is wel sprake van een tijdversnelling op blz. 10 als de hoofdpersoon dus verteld wat hij al heeft meegemaakt in de oorlog: “Gevangen door Duitsers. Gevangenis. Veroordeeld. Drie jaar. Tuchthuis. Op weg naar andere gevangenis ontsnapt. Dan weer gevangen. Concentratiekamp. Strellwitz. Ken je Strellwitz? Zes maanden. Weer gevlucht. Gepakt, vlak bij Zwitserse grens. In Saksen uit trein gesprongen. Gelopen, aldoor gelopen naar het oosten.” Dit leest de lezer in een halve minuut, maar het omvat een beschrijving van vier jaar. Op blz. 40 is er sprake van een versnelling: “toen ik er nog wat langer had gewoond, verliet ik het huis bijna niet meer.” Daarentegen wordt de moord op de vrouw erg vertraagd,

wat hoogstens een of twee minuten duurt, neemt twee bladzijdes in beslag.

Daarnaast wordt de ontdekking van de kamer geretardeerd, tussen het moment dat de ik-figuur de ladder pakt en ook werkelijk de kamer binnenkomt, zijn er twaalf bladzijdes. Dit bouwt de spanning op, de lezer leest hoe de ik-figuur de moeilijkheden uit de weg ruimt, smacht naar het moment waarop de ik-figuur de kamer ontdekt.

e. Het verhaal begint in medias res. De lezer valt het verhaal binnen, gelijk omringd door vallende bommen, explosies, actie! Vanaf dat moment verloopt het verhaal chronologisch.
12. bespreek de stijl van de auteur

Het behouden huis is geschreven in eenvoudige Nederlandse taal. Hermans heeft voor het ik-perspectief gekozen waardoor de lezer zich makkelijk inleeft in het hoofdpersonage. In het boek komt veel beeldspraak voor zoals we hebben kunnen zien in eerder besproken vragen met onder andere veel vergelijkingen, of metaforen (beeld van de moeder, de octopus, de engeltjes). Het verhaal eindigt met een personificatie: “het was of het (huis) aldoor komedie had gespeeld.”

13. observaties bij het lezen

Wat mij het meest is opgevallen aan dit boek is de cyclische structuur. De ik-figuur is als dorstige soldaat begonnen en wordt vervolgens eigenaar van een prachtig huis in een luxe badplaats. Hij leeft daar vreedzaam naast Duitse soldaten nadat die het plaatsje weer heroverd hebben van de partizanen. Het middelpunt zou de scène met de ladder zijn, of de ontdekking van de kamer. Vanaf dat moment gaat het bergafwaarts. De ik-figuur wordt een beetje krankzinnig en vermoordt de eigenaren. Wanneer de partizanen (met wie hij in het begin vocht) het stadje weer overnemen trekt hij zijn vieze uniform weer aan: “daar stond ik, precies zoals ik begonnen was, een smerige soldaat op de tapijten tussen de marmerwanden van een vreemd huis. De tijd had de helling niet kunnen nemen en rolde terug.” Dit beeld illustreert goed de omgekeerde evolutie die het personage meemaakt: hij raakt steeds meer vervreemd met het huis, zijn vorige leven als eigenaar, zijn droom. De tweede zin doet mij een beetje denken aan de mythe van Sisyphus die als straf een steen op een berg moet duwen. De rots rolt echter telkens weer terug als hij bijna bij de top is waardoor Sisyphus voor eeuwig moet lijden. We weten dat het huis op de berg staat, de ik-figuur heeft zijn zoektocht naar rust en orde bijna volbracht wanneer hij de kamer ontdekt, en de rots figuurlijk weer naar beneden rolt. Wat vrij paradoxaal lijkt omdat het net lijkt alsof alles naar die aquaria toevloeit: dit is de rustigste plek in de chaotische wereld.

Wanneer hij vervolgens de partizanen tegenmoet loopt, denkt hij: “ik stond op hetzelfde punt waar ik de sergeant het laatst had gezien, voor het café dat nu ingestort was. Jazeker, op precies hetzelfde punt.”  Dan komt hij de Spanjaard tegen die vraagt: “heb je nog dorst? ” alsof er geen tijd verlopen is tussen het begin en nu. Na de verwoesting loopt hij in het huis rond, zoekt naar de oude man: “het eigenaardige gevoel voor humor van de partizanen had mij toen al zover te pakken gekregen, dat ik niet anders verwachtte dan hem te zullen vinden in het bad, verdronken.” De ik-figuur wordt weer een gewone soldaat, met dezelfde humor, handelswijze als de andere partizanen, de “eindgrap” is hier het bewijs van: “ik voelde dat ik heel populair zou worden.” Ook de kat is voor hem weer een vreemde geworden, hij spartelt en krabt wanneer het hoofdpersonage hem oppakt. Hij neemt voor hij het huis definitie verlaat nog eerst de twee fototoestellen en het gouden polshorloge van de eigenaar. Dit doet mij denken aan de zin wanneer hij voor het eerst voor het huis staat en denkt: “wie weet wat er viel te halen!”

Het verhaal eindigt met een explosie, alleen is het nu een huis en geen boom.
14. is dit boek een kind van zijn tijd?

De visie in dit boek is vrij pessimistisch. De soldaat bevindt zich in een hostiele omgeving en probeert daaraan te ontsnappen, gedreven door angst (en dorst). Hij probeert een ordelijk leven op te bouwen maar wanneer hij het laatste puzzelstukje wil neerleggen (de kamer is een bron van onzekerheid omdat het potentieel gevaarlijk zou kunnen zijn), verandert de situatie: hij komt langzaamaan weer bij zijn beginpunt. Dit maakt het verhaal bijna nutteloos, absurd, en dat is nu precies wat Hermans ons wil vertellen: het hele leven is absurd, doelloos, het bespeelt de mens en niet andersom. Verschijnselen als verwarring en chaos beperken zich niet tot oorlogssituaties, ze zijn kenmerkend voor de menselijkheid. Deze visie lijkt op die van het existentialisme. In dit opzicht is het boek dus een kind van eigen tijd.

De visie in dit boek is vrij pessimistisch. De soldaat bevindt zich in een hostiele omgeving en probeert daaraan te ontsnappen, gedreven door angst (en dorst). Hij probeert een ordelijk leven op te bouwen maar wanneer hij het laatste puzzelstukje wil neerleggen (de kamer is een bron van onzekerheid omdat het potentieel gevaarlijk zou kunnen zijn), verandert de situatie: hij komt langzaamaan weer bij zijn beginpunt. Dit maakt het verhaal bijna nutteloos, absurd, en dat is nu precies wat Hermans ons wil vertellen: het hele leven is absurd, doelloos, het bespeelt de mens en niet andersom. Verschijnselen als verwarring en chaos beperken zich niet tot oorlogssituaties, ze zijn kenmerkend voor de menselijkheid. Deze visie lijkt op die van het existentialisme. In dit opzicht is het boek dus een kind van eigen tijd.

Daarnaast is het boek geschreven na de Tweede Wereldoorlog. Het past zo ook wel bij zijn tijd. Toen waren er meer schrijvers die over die bloederige oorlog schreven en de gevolgen ervan (Mulisch, het stenen bruidsbed bv.). Het verschil is dat de ik-figuur hier vreedzaam met de Duitsers woont. De kolonel belichaamt de cultuur en de partizanen worden als barbaren, monsters beschreven. Dit was erg bijzonder in een tijd waar het wereldbeeld er erg zwart-wit uitzag: de moffen waren de enige schuldigen en de geallieerden waren allemaal helden. Hier zijn de rollen omgekeerd. Daarnaast is het hoofdpersonage een deserteur! Een deserteur die met welopgevoede Duitsers samenwoont en de partizanen (als bevrijders gezien door de Nederlanders) brengen chaos, bloed, onnodig geweld met zich mee! Ongehoord! Dat vond men dan ook erg gênant toen het boek uitkwam, het kreeg veel kritiek.

15. leeservaring

Ik had ook al de tranen der acacia’s en de donkere kamer van Damokles van dezelfde auteur gelezen. Die verhalen spelen zich ook af tijdens de oorlog en hebben ook soortgelijke thema’s: angst, eenzaamheid, confrontatie met de werkelijkheid. Het was dus een ander verhaal met een soortgelijk doel. Deze verschillende invalshoeken vond ik wel interessant.

Dit boek is echter simpeler qua opbouw. Het is veel korter en er komen minder personages voor. Ook zijn de handelingen makkelijker te volgen. Toch heeft dit boek mij veel gebracht. Al heb ik zelf nog nooit een levensbedreigende situatie meegemaakt, ik snap dat de ik-figuur wou vluchten naar veiliger oorden. Ik snap zijn zoektocht naar rust, orde. Maar ik ben het er niet helemaal eens met het einde ( vraag r. ). Die zoektocht maakt van het hoofdpersonage een mens, hij gaat de chaos, de bestialiteit uit de weg. Ik vind de terugkeer naar dat beginpunt niet nodig. Ik denk dat het beeld van Hermans té pessimistisch is. Het samenwonen met de Duitsers laat goed zien dat oorlog iets absurds is. Individuen kunnen goed met elkaar overweg, al spreken ze niet dezelfde taal, hebben ze niet dezelfde politieke opvattingen ( de Spanjaard is communist in tegenstelling tot de ik-figuur). Oorlog is iets wat van hogerop komt, bevolkingen worden daarna door de staten via propaganda tegen elkaar opgehitst. De transitie had dus gemakkelijker, vreedzamer kunnen lopen, de oude man, de kolonel hadden niet dood gehoeven.

In het algemeen vond ik het lezen prettig. Dankzij de makkelijke woordenschat, de korte zinnen, ging het lezen erg gemakkelijk. Ook weet Hermans genoeg spanning op te bouwen om het ook voor de wat minder literaire lezer spannend te houden. Het boekje is gecondenseerd en de visie van Hermans erg aanwezig. Voor wie deze auteur dus wil leren kennen, zou ik dit boek dus zeker aanbevelen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

H.

H.

Top

3 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast