B) Samenvatting:
De hoofdpersoon is een Nederlandse soldaat, hij heeft de technische school doorgelopen en vocht nu al vier jaar aan het oostfront in de tweede wereldoorlog. Hij is gevangen genomen door de Duitsers, veroordeeld tot opname in het tuchthuis. Op weg naar een andere gevangenis is hij ontsnapt, wederom gevangen genomen en in een concentratiekamp(Strellwitz)ondergebracht. Weer gevlucht en gepakt bij de Zwitserse grens, in Saksen uit de trein gesprongen en gelopen naar het Oosten. Daar voegde hij zich tussen de geallieerden, de partizanen. Met hun leger moesten ze over een heuvel om het kuuroord aan de rivier te bereiken en de Duitsers die schoten van alle kanten. Hij sprak met een Spanjaard en over en weer vertelden ze wat ze in de oorlog al hadden meegemaakt.

Toen ze langs de rivier liepen moest de hoofdpersoon enkele Duitsers die hen beschoten, neerschieten. Toen kwamen ze aan in een dorpje, die de geallieerden dus veroverd hadden. Hij kreeg van de sergeant de opdracht om het dorp te doorzoeken op boobytraps. Hij kwam bij een huis dat hij binnentrad, het huis was verlaten. De ikfiguur was in een droomtoestand, hij besefte dat hij al drie jaar niet meer in een ‘normaal’ huis had geslapen. Het huis was achtergelaten, maar net alsof er net iemand snel weg was gevlucht, de soep stond namelijk nog op het vuur. Hij ging het hele huis na en verraste zich over de goede staat van het huis. Hij kon namelijk in bad, met warm water en hij trok de kleren aan die daar nog hingen. Voor de rest zag het huis er ook nog perfect uit, er lag er lag zelfs geen stof. Hij vergat de opdracht van de sergeant en maakte het huis eigen. Hij viel in slaap. Hij werd wakker, omdat er gebeld werd.
Er stond een Duitse kolonel voor de deur die vroeg of hij de eigenaar was van het huis, want hij wilde vragen of er namelijk Duitse officieren daar konden verblijven, de Duitsers hadden het dorp dus weer ingenomen. Hij deed zich voor als eigenaar en stemde in. Hij moest alleen nu het huis goed gaan bekijken, want hij moest wel alles afweten van het huis als de Duitsers hem iets er over zouden vragen. Hij vond een bibliotheek, met vele boeken over vissen.
Ook was er een kamer waar de deur op slot zat, dus daar kon hij op geen mogelijkheid binnen komen. De Duitsers maakten gebruik van het huis en de hoofdpersoon had ook zij eigen gedeelte, dat was boven. Toen de Duitsers wegwaren wilde hij toch wel weten wat er in de gesloten kamer was en dus had hij een ladder aan de buiten kant van het huis gezet.
Toen hij die beklom kwam de eigenaar van het huis thuis en sprak hem aan. Het bleek de echte eigenaar te zijn. Toen de eigenaar buiten in de tuin liep en hij naar boven was gegaan, heeft hij met een geweer hem doodgeschoten. De vrouw van de eigenaar had dit gezien en die heeft hij toen gewurgd. Zo graag wilde hij in het huis blijven.

De gesloten kamer was opeens open en er scheen licht, hij ontdekte een 96 jarige man, in een kamer met vele tropische vissen in aquariums. Hij was die vissen aan het voeren. De man vertelde hoeveel de vissen voor hem betekende en wat hij er allemaal mee deed. Toen is hij in zijn eigen kamer naast de dode vrouw in slaap gevallen en weer werd hij wakker door de bel. Het was de Duitse kolonel die kwam melden dat de stad omsingeld was door Bolsjewieken. Hij is toen zijn eigen uniform aan gaan trekken en pakte zijn geweer en heeft de kolonel opgesloten in de kelder. Daarna ging hij naar de oude man toe en heeft hem proberen uit te leggen dat hij nu niet meer voor de Duitsers moest zijn omdat de Russen er waren, maar de oude man wilde niet luisteren. Hij heeft zijn uitleg toen in het kort op een briefje geschreven: Duitsland is kapot en je mag geen heil Hitler meer zeggen. Daarna ging hij naar buiten en wilde hij zich weer melden bij het hoofdkwartier.
Hij kwam toen weer zijn vriend Yesero, de Spanjaard tegen, waar hij mee naar het huis wilde gaan, alleen toen gingen alle partizanen ook mee. Die plunderden alles.
Hij kon ze niet tegenhouden. De oude man werd opgehangen aan de plataan en de kolonel en de vrouw werden opgeknoopt. Hij heeft nog wat waardevolle spullen van de eigenaar meegenomen en heeft toen niemand meer aanwezig was een granaat in het huis laten ontploffen. Alles vernietigt. Hij keek nog naar het huis en liep weg. Het is dus een gesloten einde, de gebeurtenis is afgerond en de hoofdpersoon gaat weer verder et zijn leven.

Analyse:

Motieven:
- oorlog
- angst
- isolering/ eenzaamheid

Personages:
De hoofdpersoon is de soldaat, een naamloze Nederlander, die de technische school heeft doorgelopen. Hij had voor de oorlog geen beroep. Ik schat dat hij ongeveer 24 jaar oud is.
Het is natuurlijk een persoon in oorlogssituatie, dus ik kan alleen zijn karakter in die situatie beschrijven. Het is een asociale man, hij gaat een huis binnen zonder toestemming en maakt dat huis zich eigen. Hij drukt zijn sigaret uit op de sofa en dood de eigenaar en eigenares van het huis zonder enige echte reden. Eigenlijk heeft de hoofdpersoon een vlak karakter, je komt niet veel over hem te weten. Zijn uiterlijk wordt niet beschreven, alleen eigenlijk hoe hij in bepaalde situaties handelt. Hij kan zich wel verplaatsen in andere mensen, zoals hij zich in de oude man verplaatst en hem ervan probeert te overtuigen dat de Russen de Duitsers hebben verslagen en dat hij nu dus op moet passen. ”Nu komen de Sowjets. Nooit meer Heil Hitler zeggen. Denk eraan, anders maken de Russen je dood en vreten ze je als vissen op”
Het is iemand die veel waarde hecht aan orde, regelmaat. In een huis wonen, hij heeft een poes, doen wat hij zelf wil en niemand die hem stort. De oorlog bestaat vanaf dat moment niet meer voor hem.

Perspectief en verteller:
Dit boek is duidelijk geschreven in de ikvorm. Het lijkt of de ikfiguur al schrijvend verslag doet van de dingen die hij direct meemaakt, dus een ik-verteller.
BLZ 29. “Ik keek over hem heen, naar zijn motorfiets die tegen de plataan stond, ik keek naar de brand waarvan ik drie haarden kon zien. ‘Jawel,’ zei ik toen, ‘ik ben ziek’.”
Hieraan zie je duidelijk dat het in de ikvorm geschreven is door een ik-verteller.

Ruimte:
De hele gebeurtenis speelt zich af tijdens de tweede wereldoorlog aan het oostfront.
Het is van belang dat het in Oost- Europa afspeelt, want daar was het slechter geregeld dan op andere plaatsen, de oorlog, de omstandigheden en faciliteiten voor de soldaten en dat kan een reden voor de hoofdpersoon zijn geweest waarom hij in dat huis is getrokken. Maar het grootste gedeelte van het boek speelt zich af in het huis. Het is een groot huis, eerst kwam je door een zware deur naar binnen, waar je terechtkwam in de gang. Door de achterdeuren kan je het terras zien met een marmeren balustrade en een lange rechthoekige Franse tuin. Achterin stond een prieel. Er waren vele benedenkamers, waar zich zelfs een vleugelpiano bevond. Boven was een kamer met boekenkasten en een schrijfbureau. Er was een grote slaapkamer die door een zwaar gordijn werd afgescheiden van een nog grotere badkamer. Daar lag een marmeren vloer. Dan waas er ook nog een gesloten kamer waar de hoofdpersoon niet in kon komen. Helemaal beneden bevond zich ook nog een kelder, waar veel proviand was opgeborgen. Dit geeft aan dat de eigenaars toch wel van de hogere klasse kwamen. Dit is ook heel belangrijk voor het verhaal, omdat het oorlog was en eigenlijk alles vernietigd was, behalve dat huis, dat van binnen en van buiten nog in perfecte staat was. De hoofdpersoon wilde zich hieraan vastklampen, zodat hij geen gevoel van oorlog had, maar van een gewoon leven.

Stijl:
De auteur gebruikt korte zinnen, maar wel veel komma’s.
Hij heeft gebruikt gemaakt van modern woordgebruik en het is simpel geschreven. Er zijn geen moeilijke woorden in gebruikt, dus het is makkelijk leesbaar. Er zijn weinig dialogen, maar er zijn wel beeldende ruimtebeschrijvingen.
Dan vooral als het huis wordt beschreven, dit wordt beschreven in de ervaring van de hoofdpersoon.

Thema:
Werkelijkheid- chaos Binnen deze chaos probeert de mens tevergeefs waarheid, identiteit, orde en zin te ontdekken.

Tijd:
Het verhaal begint direct in een gebeurtenis, plotseling valt er een tak omlaag, toen de hoofdpersoon toen de hoofdpersoon als soldaat langs een boom liep. De auteur is in die gebeurtenis ‘binnengevallen’ en daarna loopt het verhaal gewoon verder. Het verhaal is chronologisch, al zit er wel een duidelijke flashback in op blz. 10, waar de hoofdpersoon vertelt wat er met hem allemaal in de oorlog is gebeurd aan een Spanjaard. Er is wel sprake van een tijdversnelling op blz. 10 als de hoofdpersoon dus verteld wat hij al heeft meegemaakt in de oorlog: “Gevangen door Duitsers. Gevangenis. Veroordeeld. Drie jaar. Tuchthuis. Op weg naar andere gevangenis ontsnapt. Dan weer gevangen. Concentratiekamp. Strellwitz. Ken je Strellwitz? Zes maanden. Weer gevlucht. Gepakt, vlak bij Zwitserse grens. In Saksen uit trein gesprongen. Gelopen, aldoor gelopen naar het oosten.” Dit lees je in een halve minuut, maar het fis een beschrijving van vier jaar. Ook is er sprake vaan tijdvertraging op blz. 29: “De Duitser maakte een gebaar om aan te duiden dat de herovering hem geen moeite had gekost. ”Het lezen duurt een paar secondes en als die Duitser dat gebaar maakt duurt dat hooguit een seconde. De vertelde tijd van het boek zal een paar maanden zijn. Het deel voor dat hij in het huis trekt zal een paar uur zijn en dan nog zijn verblijf in het huis en dat zijn enkele maanden, totdat het dorp bevrijd is door de geallieerden. De verteltijd is 79 bladzijden, maar het is een groot letterboek, dus zal het ongeveer 50 bladzijden beslaan en het duurt ongeveer 3 uur om het te vertellen.

Titelverklaring:
Het behouden huis:
Het huis staat voor orde en regelmaat, behouden betekent ook niet veranderen. Dit betekent dat alles in de oorlog vernietigd is, kapot en verbrand, maar dat er een huis was dat behouden bleef en dit staat dus voor alles wat de soldaat gemist heet in zijn vier jaar soldaat zijn. Het is ironisch bedoeld, want het huis is niet echt behouden gebleven het is namelijk door hem zelf vernietigd. Dus die orde, regelmaat en veiligheid zijn door de oorlog vernietigd. Vooral veiligheid, want dit heeft hij in de oorlog niet ervaren en aan het eind ziet hij pas dat het eigenlijk net was of het ook aldoor komedie had gespeeld en zich nu pas liet zien zoals het in werkelijkheid was geweest: een hol, tochtig brok steen, inwendig vol afbraak en vuiligheid. Het was meer een droom, waar hij de werkelijkheid eerst niet van zag.

C) Verwerkingsopdracht:

Ik doe verwerkingsopdracht 29:

Minibiografie van W.F. Hermans
Willem Frederik Hermans geboren op 1 september 1921 te Amsterdam. Hij was afkomstig uit een onderwijsgezin. Zijn zus Cornelia Geertruida heeft in 1940 zelfmoord gepleegd.
Willem Frederik Hermans volgde een gymnasiumopleiding en daarna begon hij met de studie sociografie, maar schakelde over naar fysische geografie waar hij afstudeerde aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam.
In 1958 is hij aangesteld als lector van de Rijksuniversiteit van Groningen, maar in 1973 nam hij ontslag en richtte zich nu fulltime op het schrijversberoep waarvoor hij naar Parijs verhuisde. Hermans hield veel van reizen, hij verzamelde schrijfmachines en fotografeerde ook veel. Zijn laatste jaren bracht hij door in Brussel, hij stierf 27 april 1995.
Hermans debuteerde met poëzie: “Kussen door een rag van woorden”( 1944) Daarna kwamen er recensies, essays en verhalen. Het eerste romandebuut was in 1947: “Conserve”. Op zijn naam staat een zeer omvangrijk oeuvre in alle mogelijke genres. Maar de meest gebruikte zijn toch wel: poëzie, roman, novelle, kort verhaal, column, toneel, scenario, televisiespel, essay, polemiek(pennenstrijd), autobiografie.
Algemene thema’s zijn: wereldliteratuur beschouwing, werkelijkheid-chaos. Binnen de chaos probeert de mens tevergeefs waarheid, identiteit, orde en zin te ontdekkern. Een bijzonderheid in Hermans schrijfcarrière is wel dat een gedeelte uit een roman: “Ik heb altijd gelijk”(1951)betiteld werk als kwetsend voor rooms-katholieken en er volgde toen een proces wegens belediging van een bevolkingsgroep. Hermans werd vrijgesproken. Het perfectionisme van Hermans leidt tot belangrijke correcties in herdrukken. Hermans had ook een pseudoniem: Age Bijkaart, hij publiceerde vanaf 1974 opstellen in Het Parool. Later zijn deze opstellen gebundeld in “Boze brieven van Bijkaart”. In 1977 aanvaardt Hermans de Grote Prijs der Nederlandse Letteren, nadat hij eerder de P.C. Hooftprijs geweigerd heeft. Het werk van Hermans werd beïnvloedt door Multatuli(1820-1887), Kafka(1925, Der Prozesz), Bordewijk(1884-1965) en L.Wittgenstein waarvan hij ook vertaalt. In 1995 schreef hij nog het boekenweekgeschenk: “In de mist van het schimmenrijk”

Enkele aspecten van de visie van Hermans van de mens en zijn bestaan:

A. Het menselijk bestaan wordt gekenmerkt door onzekerheid: de mens weet niet wie zijn vriend is, en die nu zijn vijand is kan het volgende moment zijn helper zijn.

B. De mens leeft onder voortdurende bedreiging, een dreiging die te erger is doordat hij ze niet kent.

C. De mens kan zichzelf niet kennen: hij ziet zichzelf anders dan de anderen hem zien. Hij weet niet wat hem drijft om bepaalde dingen te doen en andere te laten. Hij speelt het leven niet, het leven speelt hem.

D. De mens leeft niet in een geordend bestaan, in een logisch verband, maar in een chaos. Hij kan misschien menen dat er enig systeem in zijn bestaan zit, maar dit is niet zo. Dit heeft betrekking op “Het behouden huis”

E. Dit alles maakt het leven tot een absurd en doelloos iets. Het belangrijke is natuurlijk niet het wereldbeeld, maar het feit dat Hermans dit wereldbeeld met een uiterst suggestieve kracht weet waar te maken. Citaat: ‘Er zijn geen goede schrijvers.’ Soms ontstaat in ons land een goed boek, dat op het gemiddelde peil geen invloed heeft. De goede boeken zijn meestal afkomstig van zonderlingen, liefhebbers die stiekem schrijven in het holst van de nacht en niets te maken hebben met het literaire leven, met de levende literatuur als geheel.’( uit: “Mandarijnen op zwavelzuur”, 1964)

De bibliografie van Hermans ( beknopt):
1944 Kussen door een rag van woorden poëzie
1946 Horror coeli poëzie
1947 Conserve roman
1948 Moedwil en misverstand verhalen
1948 Hypnodrome poëzie
1949 De tranen der acacia’s roman
1951 Ik heb altijd gelijk roman
1952 Het behouden huis novelle
1953 Paranoia verhalen
1956 De God denkbaar, Denkbaar de God groteske
1957 Een landingspoging op Newfoundland verhalen
1957 Drie melodrama’s verhalen
1958 De donkere kamer van Damokles roman
1962 Drie drama’s toneel
1962 De woeste wandeling filmscenario
1964 Mandarijnen op zwavelzuur essays
1964 Het sadistisch universum polemische stukken (2e deel 1970)
1966 Nooit meer slapen roman
1967 Wittgenstein in de mode essay
1967 Een wonderkind of een total loss verhalen
1968 Overgebleven gedichten poëzie
1969 Fotobiografie autobiografie
1969 De laatste resten tropisch Nederland reisbeschrijving
1971 Herinneringen van een engelbewaarder roman
1972 King Kong televisiespel
1973 Het evangelie van O. Dapper Dapper groteske
1974 Periander toneel
1974 Machines in bikini essay
1975 Onder professoren roman
1976 De raadselachtige Multatuli biografie
1977 Boze brieven van Bijkaart
1979 Houten leeuwen en leeuwen van goud essays
1979 Ik draag een helm met vederbos essays
1980 Filip’s sonatine novelle
1980 Homme’s hoest novelle
1981 Uit talloos veel miljoenen roman
1982 Geyerstein’s dynamiek novelle
1983 Mandarijnen op zwavelzuur, Supplement polemische stukken
1984 De zegelring novelle
1984 Klaas kwam niet essays
1985 De liefde tussen mens en kat verhalen
1986 Koningin Eenoog fotoboek
1987 Een heilige van de Horlogerie roman
1988 Door gevaarlijke gekken omringd columns
1989 Au Pair roman
1990 Wittgenstein essays
1991 De laatste roker verhalen
1995 Ruisend gruis roman

D) Beoordeling:
Ik vond het een kort, maar krachtig boek. Er gebeurde in een korte tijd namelijk erg veel. Ik vind dat Hermans heel goed de vele gebeurtenissen die zich afspelen duidelijk heeft laten overkomen. Ze waren erg werkelijk, dit kwam denk ik door de grote en gedetailleerde beschrijving van de handelingen, zo kon je je helemaal voorstellen hoe die handeling of die situatie eruit zag. Dit maakt het boek levend en dat is fijn om te lezen. Al vond ik door die grote beschrijving van sommige situaties ook wel schokkende tussen zitten. Het speelt zich natuurlijk af in de oorlog en dat was vechten en veel doden. Hier was het ook in het huis niet echt fijn, dit waren de momenten toen de hoofdpersoon de eigenaar en eigenares om zeep hielp en toen later de oude man door de partisanen was opgehangen.
“En toen de partizanen uitrukten en ik op het grasveld voor het huis kwam, zag ik waar de oude man gebleven was. Ze hadden hem opgehangen aan de plataan en op zijn buik hadden ze het papier vastgespeld dat ik voor hem had geschreven: Deutschland kaputt. Jetzt kommen die Sowjets. Nie mehr Heil Hitler sagen. Sonst magen die Russen Sie tot und fressen Ihre Fische auf.”
Dit kan ik helemaal voor mij zien, de gruwel hiervan en dus hoe afschuwelijk die hele oorlog was. Er waren wel meer van ongeveer vergelijkende situaties die schokkend overkwamen.
Hier heeft het personage ook een rol in gespeeld. Doordat het in de ikvorm is geschreven krijg je ook alle gedachten en gevoelens van de hoofdpersoon te lezen en dat brengt spanning met zich mee. Je weet wat hij denkt, maar zal hij het ook uitvoeren? Het personage was in het algemeen wel heel ‘echt’, hij was namelijk lang niet perfectionistisch en wijs en goed. Hij was een echte soldaat ten tijde van de oorlog. In het huis was hij juist een beetje arrogant.
Dit maakt hem tot een echt personage, omdat ook de gewone mensen in het dagelijks leven ook niet perfect zijn en sommige ook arrogante trekjes hebben. Je kan je jezelf ook wel voorstellen dat iemand die in oorlogsituatie zit helemaal in de war raakt, psychisch. Daarom is het ook weer niet zo vreemd dat hij de eigenaar en de eigenares vermoordt, ik kan daar wel inkomen. De hoofdpersoon kwam voor de rest heel redelijk over en ook wel begrijpelijk, hij voelde zich veilig in dat huis, afgesloten van de oorlog, ik denk dat dit een hele menselijke reactie is. Ik zou mij alleen moeilijk kunnen identificeren met de persoon, omdat ik geen notie heb van een oorlogsituatie, de gevoelens die je dan hebt, als soldaat en hoe je dan zou handelen. De angst die hij heeft, voor het terug gaan naar de oorlog, het vechten, kan ik wel goed begrijpen, het is natuurlijk niet leuk om weer te gaan vechten en je zou er alles voor over hebben om dat tegen te houden.
Het boek was makkelijk te lezen, er zaten geen moeilijke woorden in en het waren korte zinnen. Het was heel logisch opgebouwd, want het liep gewoon chronologisch. Dit is ook een punt dat het boek voor een gedeelte ook spannend maakt, je bent benieuwd wat er daarna zou gebeuren. Toch spelen de gebeurtenissen in dit deel een belangrijkere rol.
Gelukkig heeft het boek een gesloten eind, de gebeurtenis is afgerond. Ik vind dit wel fijn
Anders moet je het zelf invullen en ik wel liever weten wat het werkelijk is. Bij dit eind kun je ook nog een aantal vragen stellen, maar je weet dat hij uit het huis is en dat die vernietigd is en dat hij dus dat afgesloten heeft.
Eigenlijk was het hele boek heel makkelijk te volgen

Bronnen:
www.scholieren.com/uittreksels
Literatuur geschiedenis en bloemlezing 2 H.J.M.F. Lodewick
Uitgever: L.C.G Malmberg ’s-Hertogenbosch 25e (herziene) druk

Algemene gegevens van ‘Het behouden huis’:
Uitgever: De bezige bij
Plaats uitgave: Amsterdam
Gelezen druk: negende druk
Jaar van uitgave: 1971
Eerste druk: 1951

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

gertje boerenkool

gertje boerenkool

je bent asociaal

1 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

RoadmanSosa

RoadmanSosa

Werd die oude man niet in het bad verdronken?

1 jaar geleden

Antwoorden

mark

mark



@RoadmanSosa: nee dat was de vrouw

1 jaar geleden

gast

gast

M.

M.

hij vermoorde de eigenaren omdat de duitsers er anders achter zouden komen dat hij niet de wettige eigenaar was

2 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast