De zwarte met het witte hart door Arthur Japin

Beoordeling 4.3
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas havo | 2427 woorden
  • 15 augustus 2006
  • 9 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.3
  • 9 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1997
Pagina's
416
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
3 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover De zwarte met het witte hart
Shadow

In 1837 worden Kwasi en Kwame, twee Afrikaanse prinsjes, aan koning Willem I geschonken als onderpand voor de illegale slavenhandel van de Nederlandse regering. In Delft worden de zwarte jongens als Hollanders opgevoed. Terwijl Kwasi zich uit alle macht aanpast en een echte Nederlander wil worden, vecht Kwame om zijn Afrikaanse identiteit te behouwen en op een dag te …

In 1837 worden Kwasi en Kwame, twee Afrikaanse prinsjes, aan koning Willem I geschonken als onderpand voor de illegale slavenhandel van de Nederlandse regering. In Delft worden de …

In 1837 worden Kwasi en Kwame, twee Afrikaanse prinsjes, aan koning Willem I geschonken als onderpand voor de illegale slavenhandel van de Nederlandse regering. In Delft worden de zwarte jongens als Hollanders opgevoed. Terwijl Kwasi zich uit alle macht aanpast en een echte Nederlander wil worden, vecht Kwame om zijn Afrikaanse identiteit te behouwen en op een dag te kunnen terugkeren naar zijn volk.

Jaren later, aan het begin van de twintigste eeuw, kijkt de bejaarde prins Kwasi Boachi vanaf zijn Javaanse theeplantage terug op hun buitengewone levens. Pas dan ontdekt hij het complot waarmee de Nederlandse regering zijn Indische carrière heeft gedwarsboomd.

De zwarte met het witte hart door Arthur Japin
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Zakelijke gegevens.

Titel: De zwarte met het witte hart
Naam auteur: Arthur Japin
Druk: 18e (1e druk mei 1997)
Jaar van uitgifte: 2001
Omslagontwerp: Nico Richter
Omslag Foto: Aquasi Boachi (1847/ 1849)
Naam uitgever: De Arbeiderspers
ISBN nummer: 90 295 2288 7
NUGI nummer: 300

Aantal bladzijde: 441 bladzijden

Bijzonderheid: De auteur dankt het Fonds voor Letteren voor werk- en reisbeurzen die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van deze roman.

Informatie over de schrijver:

Arthur Japin werd in 1956 geboren in Haarlem. Zijn vader schreef toneelrecensies, hoorspelen en detectives, maar maakte - ten gevolge van een psychiatrische stoornis - een eind aan zijn leven toen Arthur twaalf jaar oud was. Arthur had een eenzame jeugd. Er kwamen in het ouderlijk huis nauwelijks mensen over de vloer en op school werd hij gepest. Het feit dat hij als jongen op ballet zat, maakte het er niet beter op. Na de middelbare school ging hij voor een jaar naar Londen, waar hij studeerde aan de School of Dramatic Arts. Terug in Nederland begon hij in Amsterdam aan de studie Nederlandse Taal en Letterkunde, die hij echter niet afmaakte. Toen hij vervolgens, ook in Amsterdam, ging studeren aan de Kleinkunstacademie, had hij meer succes. Hij haalde er zijn diploma in 1982.

In de jaren tachtig speelde hij onder meer bij toneelgroep Centrum, de Nederlandse Opera en had hij een rol in de film De illusionist van Freek de Jonge. Na enige tijd voelde hij zich echter ook op het toneel niet thuis en verhuisde hij naar Rome, waar hij begon te schrijven: toneelstukken, hoorspelen, scenario¿s en korte verhalen. De verhalen werden in 1996 gebundeld in Magonische verhalen, zijn prozadebuut; een deel van deze verhalen werd in 2001 onder de titel Magonia verfilmd.
In diezelfde tijd werkte hij ook al aan De zwarte met het witte hart, zijn op ware gebeurtenissen gebaseerde historische roman over de twee Ghanese prinsjes die in 1837 bij wijze van koninklijk geschenk naar Nederland worden gestuurd. Het boek verscheen in 1996 en leverde hem zowel de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs als de ECI-literatuurprijs op; er zijn inmiddels vertalingen van verschenen in het Engels, Duits, Frans, Italaans, Noors en Deens. Een jaar later volgde de bundel De vierde wand, met essays en reisverhalen. Zijn meest recente werk is De droom van de leeuwM, ook al een lijvige roman. In dit boek blikt de stervende Italiaanse filmregisseur Snaporaz - die trekken vertoont van de beroemde filmreisseur Federico Fellini - terug op zijn leven en op zijn verhouding met zijn laatste grote liefde Gala Vandemberg - die op haar beurt weer een zekere gelijkenis vertoont met Rosita Steenbeek, de Nederlandse schrijfster die over haar relatie met Fellini het boek De laatste vrouw schreef.
© Wolters-Noordhoff bv

Verdere informatie Over de schrijver.

Arthur Japin auteur Boekenweekgeschenk 2006 04-04-2005

Arthur Japin zal het Boekenweekgeschenk 2006 schrijven. Het motto van de 71ste Boekenweek die wordt gehouden van woensdag 15 tot en met zaterdag 25 maart 2006, is BOEM Paukeslag. Schrijvers en muziek.

Arthur Japin (Haarlem, 1956) debuteerde in 1996 met Magonische verhalen. In 1997 volgde de roman De zwarte met het witte hart, het levensverhaal van twee Afrikaanse prinsjes die als Hollanders werden opgevoed in het 19de-eeuwse Nederland. Hij deed hiervoor gedurende tien jaar onderzoek in onder meer Afrika en Indonesië. In 1998 verscheen de verhalenbundel De vierde wand, in 2002 gevolgd door De droom van de leeuw (2002), een roman over liefde en verbeelding. Het jaar daarop (2003) werd de roman Een schitterend gebrek uitgebracht. Die werd zowel bekroond met de Libris Literatuur Prijs 2004 als met de Inktaap 2005, de publieksprijs van Vlaamse en Nederlandse jongeren.

Japin studeerde Nederlandse taal en letterkunde aan de UvA en studeerde in 1982 af aan de Theaterschool Amsterdam. Hij schreef tevens scenario’s, hoorspelen, liedteksten en toneelstukken. Zijn werk wordt in zestien landen uitgegeven. Ook speelde hij rollen bij onder meer Toneelgroep Centrum en de Theaterunie en zong hij een kleine rol bij de Nederlandse Opera. Voor de opera naar De zwarte met het witte hart schreef hij het libretto (première in 2007).


Het motto BOEM Paukeslag is ontleend aan het gelijknamige gedicht van Paul van Ostaijen. Het onderwerp schrijvers en muziek zal vanuit twee perspectieven worden belicht: vanuit de band die schrijvers met muziek hebben én vanuit boeken met muziek als onderwerp. Onder deze laatste categorie vallen zowel romans en biografieën als gebundelde songteksten en fotoboeken. De CPNB geeft als voorbeelden de biografie Wagner : de buikspreker van God van Martin van Amerongen, de romans Kreutzersonate van Margriet de Moor en De laatste dichters van Christine Otten (over de rapscene in de VS, genomineerd voor de Libris Prijs 2005), Kronieken van Bob Dylan, de bundels Help! The Beatles van Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes en Laat me niet alleen van Jacques Brel en het fotoboek U2 van Anton Corbijn.

Bron: www.literatuurplein.nl

Samenvatting.

Deel een
Java 1900 – Aquasi Boachi, prins van het rijk Ashanti, is drieënzeventig jaar en woont op Java. Hij is een wat brommerige oude man die in zijn dagboek de alledaagse voorvallen beschrijft. Zo doet hij nogal narrig tegen Ahim, zijn enig overgebleven bediende. Uit zijn dagelijkse sluimerbestaan wordt hij wakker gemaakt door Adeline Renselaar die speciaal voor hem een feest wil geven. Aquasi wil niet, zijn vijftigjarige ambtsjubileum betekent ook dat zijn neef vijftig jaar geleden Kwame stierf.

West-Afrika 1836-1837
De vader van Kwasi is koning van het Ashantijnse rijk. Dit is hij geworden nadat de vader van Kwame is omgekomen bij een slag. Aan het hof komen soms Europeanen die sinds de slavernij is afgeschaft andere wegen zoeken om aan mensen te komen. Kwasi en Kwame vinden vooral troost bij elkaar. Kwasi, omdat zijn broers zijn meegegeven aan de Engelsen en Kwame, omdat hij de dood van zijn vader te betreuren heeft.
Een Nederlands gezantschap, waarin adjunct-commissaris Van Drunen zit, maakt zijn opwachting bij de koning. In ruil voor ‘rekruten’ (lees slaven) leveren de Nederlanders vuurwapens aan de koning. Hij krijgt alvast tweeduizend geweren en goud. In ruil daarvoor besluit de koning om zijn zoon Kwasi en zijn neef Kwame, de troonopvolger, mee te geven aan de Hollanders als onderpand.
Kwasi en Kwame gaan allereerst naar het fort, waar ze in plaats van hun eigen kleding onhandig schurende kleren aan moeten trekken. Ze leren alvast een psalm, die ze half zo leuk niet vinden als hun eigen liedjes. Alhoewel Van Drunen hen vol eerbied blijft behandelen zien ze ook de andere kant van de Hollanders, als ze een zwarte koning in het gevang geworpen zien worden. Als Kwame hem wil bezoeken wordt hij bespuugd.

Java 1900
Adeline Renselaar blijft erop aandringen dat het jubileum van Aquasi gevierd moet worden. Uit haar hele houding spreekt medelijden. Haar eigen man staat sceptisch tegenover het hele feest. Er bestaan rapporten waaruit moet blijken waarom de carrière van Aquasi in Indië gedwarsboomd werd.

Deel twee

Delft 1837 - 1839
De twee prinsen worden door Van Drunen naar kostschool Van Moock in Delft gebracht. Hun namen worden meteen gelatiniseerd tot Aquasi en Quame. Dankzij de warme aandacht van mevrouw van Moock en de bijlessen van meneer van Moock weten de twee prinsen hun achterstand in recordtijd in te halen. Onder hun klasgenoten ontmoeten ze vooral weerstand. Vooral Verheeck treitert en pest hem voortdurend. Kwasi en Kwame worden bij voortduring lichamelijk en geestelijk vernederd. De enige jongen die openlijk tegen Verheeck durft in te gaan is Cornelius de Groot. Hij geeft Aquasi bokslessen, zodat hij zich beter kan verdedigen. Quame trekt zich steeds meer terug.
Er moet een portret gemaakt worden van de twee prinsen. Raden Saleh, de hofschilder van die tijd, gaat het maken. Hij doet nogal ongeïnteresseerd tegenover zijn modellen. Generaal majoor Verveer vormt uiteindelijk het hart van het schilderij, waarin de prinsen een onderdanige positie innemen.
Bij één van de sessies ontmoeten de prinsen grootvorstin Anna Paulowna en haar dochter Sophie. Niet lang daarna krijgen ze een uitnodiging om Sinterklaas te vieren aan het hof. Willem, de kroonprins die speelt voor Zwarte Piet, is hevig geschokt als hij oog in oog komt te staan met de twee zwarte prinsen.
Aan het verbond tussen Aquasi en Cornelius de Groot komt een eind als De Groot niet en Aquasi wel in het rijtuig van Van Drunen mag meerijden. Vanaf die tijd heeft Aquasi, die niets aan die vernedering deed, een vijand erbij.

Deel drie

Delft 1839 - 1847
Aquasi voelt een steeds grotere liefde voor Sophie. De twee prinsen zijn nu vaak op het hof. De liefde voor de prinses zorgt ook voor een steeds grotere verwijdering tussen Aquasi en Quami. Aquasi vraagt zelfs een aparte slaapkamer. Tot nog grotere onenigheid komt het als Aquasi later besluit om voor Zwarte Piet te gaan spelen. Terwijl Aquasi zich steeds meer aanpast, wijst Quame steeds meer op de verschillen. Die blijken overduidelijk als ze tijdens een circusvoorstelling zien hoe zwarte mensen aan het gillende publiek worden getoond: ‘Denkt u eraan dat het ten strengste verboden is ze te voederen, ze komen namelijk zo uit het wild en eten slechts elkaar…’.
Het verdriet bij Aquasi is groot wanneer hij bemerkt dat Sophie trouwplannen heeft met de Duitser Carl Alexander.
Aquasi gaat naar de Koninklijke Akademie om verder te studeren, Quame volgt een jaar later; hij heeft teveel achterstand opgelopen. Aquasi ondergaat een vreselijke ontgroening. Hij neemt zelfs een vernedering van Cornelius de Groot over, maar die kan daarvoor slechts minachting opbrengen.
De twee prinsen worden gedoopt in de Oude Kerk in Delft.
Als de prinsen achttien jaar zijn gaan ze samen met een aantal studenten naar de hoeren. Er gebeurt weinig. Op de terugweg ontzet Aquasi echter een straatmeid die lastiggevallen wordt door een man. Dat blijkt Cornelius de Groot te zijn.
Niet lang daarna wordt Aquasi in een hinderlaag gelokt. Hij wordt in elkaar geslagen. Ondanks dat hij weet wie de daders zijn (hij ruikt het schapenvet van De Groots laarzen, net als bij het opstootje bij de straatmeid) houdt hij zijn mond tegenover de veldwachters. Aan de vechtpartij houdt hij een slecht oog over.
Quame verruilt de Koninklijke Akademie voor de Militaire Akademie in Den Haag. De carrière van Aquasi neemt een hoge vlucht als hij wordt uitgekozen voor het prestigieuze bestuur van de studentenvereniging. Bij zijn belangrijke eerste speech neemt hij afstand van zijn eigen volk en haar gebruiken. Quame die onder het gehoor bevind, verlaat woedend de zaal.

Deel vier

West-Afrika 1847-1850
Quame houdt in brieven zijn neef op de hoogte van zijn terugkeer naar hun oude dorp. Aquasi zit in Weimar voor zijn studie; bovendien houdt hij zo contact met Sophie. Uit de antwoorden van Quame op Aquasi blijkt het leven in Weimar vaak paradijselijk. Beter in ieder geval dan het Quame vergaat. Hij wordt niet door de koning ontvangen, omdat blijkt dat hij zijn oude taal verleerd is. Tot hij het Twi weer kent moet hij op het fort blijven en kan hij niet terug naar Kumasi.
Hij brengt zijn dagen schilderend door. Zijn verlangen naar Aquasi is groot. Steeds vaker krijgt hij een hallucinerende drom waarin zijn moeder hem bezoekt. Als uiteindelijk blijkt dat niet hij, maar en ander de troonopvolger wordt weet hij dat zijn leven tot dan toe vrij nutteloos is geweest. Hij pleegt zelfmoord.

Deel vijf

Java 1900
Door een list komen Adeline Renselaar en Aquasi in het kantoor van meneer Renselaar. Ze lezen de officiële papieren mee waaruit blijkt dat Aquasi wordt tegengewerkt. Uit een brief van Van Drunen blijkt dat hij zijn ontslag aanbood, omdat Aquasi van hogerhand wordt tegengewerkt.

Nederlands-Indië 1850-1855
De rouwplechtigheid in de Oude kerk loopt uit op een deceptie. Van Drunen, die zichzelf verwijten maakt, is daar aanwezig, maar het hof laat verstek gaan. Pas in de preek blijkt waarom: ‘zelfmoordenaars wacht de hel’.
Aquasi gaat naar Nederlands-Indië als aspirant-ingenieur. Daar wacht hem een onaangename verrassing. In plaats van het werk te doen waarvoor hij geleerd heeft, wordt hij de secretaris van Cornelius de Groot, die hem vernedert waar hij maar kan. Aquasi moet bijvoorbeeld mee-eten met de bedienden. Aquasi schikt zich in zijn lot.
De Groot heeft vaak woede-aanvallen. Soms richten zich die op ondergeschikten. Zo wil hij tijdens een expeditie inslaan op een jonge Indiër. Aquasi vangt de zweepslag op. De jongste bediende hoort bij Douwes Dekker waar De Groot en Aquasi gaan dineren. Mevrouw Douwes Dekker nodigt de prins nadrukkelijk wel uit voor het diner. Douwes Dekker maakt een nogal afwezige indruk. De jongste bediende, Ahim, verzorgt uiteindelijk Aquasi’s hand.

Java, Delft, Weimar, Java 1856-1962
De relatie tussen De Groot en Aquasi loopt steeds meer uit de hand. Op een keer mishandelt De Groot Aquasi zo erg, dat hij denkt dat hij de prins vermoord heeft. Hij laat Aquasi achter en geeft hem later als vermist op. Aquasi komt echter terug, maar hij doet niets tegen zijn baas. Duymaer van Twist, de gouverneur-generaal gelast een onderzoek. De uitkomsten van dat onderzoek schaden de carrière van De Groot zeer.
Aquasi wil erachter komen waarom hij zo gedwarsboomd wordt en hij vertrekt naar Nederland om te pleiten bij de koning. Aan het hof wordt hij afgepoeierd. In Delft leert hij dat mijnheer van Moock is overleden.
In Weimar is de sfeer binnen een aantal jaren veranderd; er hangt een patriottistische sfeer. De gedichten van Goethe en Schiller worden op een oneigenlijke manier vereerd. Ook Sophie moet zich schikken naar de nieuwe mores in het land. Aquasi krijgt nog wel van haar te horen waarom het hof negatiever over zijn zaak is gaan staan. Het blijkt dat Raden Saleh jarenlang een soort geheim rapporteur was voor de Nederlandse regering. Hij heeft een negatief rapport naar Den Haag gestuurd, omdat Aquasi zich een keer laatdunkend had uitgelaten over de machthebbers in Nederland.
Op Java krijgt Aquasi na jarenlang gesoebat om een schadeloosstelling een stuk land toegewezen. Dat land is nauwelijks te gebruiken, maar Aquasi zet zich met alle macht aan de aanplant van koffie. De bevolking is erg weigerachtig en gaat zelfs staken voor een loonsverhoging. In blinde woede ranselt Aquasi de oude leider van hen af. De enige die hem helpt is een man waar hij meteen de stem herkent: Ahim

Java 1900
Heft feest gaat door. Speciaal voor deze gelegenheid heeft Adeline Renselaar Van Drunen laten overkomen. Deze vertelt hem over de uiteindelijke reden van de tegenwerking die Aquasi ondervond. ‘Het principe van noblesse de peau, de verhevenheid van de blanke huid boven een andere, en van de morele en intellectuele superioriteit van het witte ras boven het bruine, waarop onze overheersing berust, zou een ernstige klap worden toegebracht, wanneer Aquasi Boachi zou worden aangesteld in een aan blanken voorbehouden functie met welke bevoegdheid dan ook.’ Dit schrijft Pahud, de opvolger van de humane Duymaer van Twist.
‘Uw nieuws is vijftig jaar oud,’ zegt Aquasi.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "De zwarte met het witte hart door Arthur Japin"