ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
Auteur: A. Japin
Jaar uitgave: 1997
Jaar eerste druk: 1997
Uitgever en plaats: Uitgeverij de Arbeiderspers te Amsterdam

Arthur Japin
Arthur Japin werd geboren op 1956 in Haarlem. Hij studeerde twee jaar Nederlandse Taal- en
Letterkunde en volgde daarna een opleiding aan de Amsterdamse Theaterschool. In 1987 ontdekte hij het historische, tot dan toe onbekende verhaal van twee Afrikaanse prinsjes. Dit leidde, na 10 jaar onderzoek in Afrika, Weimar en Indonesië, tot de roman "De zwarte met het witte hart". Gedurende deze tien jaar schreef hij ook vele scenario's voor hoorspelen en toneelstukken, waarvoor hij diverse literaire prijzen ontving. In 1996 debuteerde hij met de bundel "Magonische Verhalen".

Waar speelt het verhaal zich af?
Het verhaal speelt zich af Afrika, daar begint het verhaal mee, waar de twee prinsjes zijn geboren. Daarna gaat het verder naar Nederland. Hier gaan de twee naar school. Na hun schoolperiode gaat Kwame terug naar Afika en Kwasi gaat naar Weimar. Verder speelt het boek zich ook af op de plaatsen waar Kwasi nog heeft gewoond, Java en Nederlands-Indië

Personages:


TITELVERKLARING:


Aquasi heeft een zwarte huidskleur, maar zijn gedrag is meer het gedrag van een blanke, en zo voelt hij zich ook. Hij probeert zo snel mogelijk zijn oude cultuur te vergeten en zich aan te passen aan de Nederlandse. Zo wordt hij dus een beetje een zwarte met een wit hart.

THEMA:


Wat er gebeurt als je moet kiezen tussen een cultuur die je eigen is, maar ver weg en een cultuur die vreemd is maar dichtbij.

Kwame koos voor zijn eigen cultuur, maar hij werd door de Nederlandse cultuur toch zo veel beïnvloed dat hij zijn eigen cultuur verleerde en Kwasi koos er zelf voor om zich aan te passen, maar vergat zo de gezichten van zijn geliefden. Het is moeilijk kiezen tussen twee kwaden.

Kwasi: Kwasi is de zoon van de koning van het Ashantijnse rijk. Als klein kind is hij iemand die zoveel bij wil horen. Kwasi is meer het type om zich te willen aan passen, en hij verdringt het verdriet en het heimwee door het weg te stoppen, zodat hij op het laatst alleen nog vage herinneringen heeft.

Deel een.
In deel een is Quasi Boachi, een prins van het rijk Ashanti, drieenzeventig jaar en woont hij op Java. Hij is een beetje een brommerige oude man die niet aardig doet tegen zijn bediende, Ahim. Adeline Renselaar wil een feest geven ter ere van de eeuwwisseling, het is het jaar 1900. Bovendien is het ook het jaar waarin Quasi een halve eeuw op Java woont. Quasi heeft absoluut geen zin in het feest. Nu volgt er een flashback naar West-Afrika in 1836-1837.  De vader van Quasi is koning van het Ashantijnse rijk. Hij is koning geworden omdat zijn broer dood is gegaan bij een slag. Zijn broer had een zoon, Quame, die de hartsvriend van Quasi is. Soms komen er aan het hof van de Ashanti Europeanen die slaven komen halen, omdat de slavernij officieel is afgeschaft. Ze noemen het rekruten. Op een gegeven moment komen er een aantal Nederlanders naar het hof. Een van hen is commissaris Van Drunen. In ruil voor de 'rekruten' leveren ze wapens aan de koning. De koning krijgt een voorschot, en besluit daarom om zijn zoon Quasi en neef Quame mee te geven. Quame is de troonopvolger.

Deel twee.
De twee prinsen worden door Van Drunen naar de kostschool van Van Moock in Delft gebracht. Ze krijgen van Van Moock veel bijlessen en halen hierdoor hun achterstand heel snel in. Quasi en Quame worden veel gepest door de andere leerlingen op de kostschool. Er is een jongen die voor ze opkomt. Hij heet Cornelius de Groot. Hij geeft Quasi bokslessen, zodat hij zich beter kan verdedigen. Quame gaat zich steeds meer terugtrekken, en vlucht voor de andere jongens, terwijl Quasi terugvecht. Tijdens een van de sessies voor een portret van Quasi en Quame ontmoeten ze Anna Paulowna en haar dochter Sophie. Hierna krijgen ze een uitnodiging om sinterklaas te vieren aan het hof. Als Willem (Willem III) speelt voor zwarte piet, schrikt hij zich een hoedje als hij ineens recht tegenover de twee zwarte kinderen staat. Quasi krijgt ook ruzie met Cornelius en vanaf dat moment heeft hij op de kostschool geen vrienden meer.

Deel drie.
Quasi wordt verliefd op Sophie. Quasi en Quame komen steeds vaker op het hof. Maar door de liefde tussen Quasi en Sophie wordt de afstand tussen Quasi en  Quame, die tot dan toe heel klein was, steeds groter. Als Quasi later besluit zelf voor zwarte Piet te gaan spelen, leidt dit tot de eerste echte ruzie tussen Quasi en Quame. Quasi is heel verdrietig als hij hoort dat Sophie gaat trouwen met Carl Alexander. Het jaar daarop gaat Quasi studeren op de Koninklijke Academie. Hij heeft een vreselijke ontgroening. Ook worden Quasi en Quame gedoopt, en heeft Quasi nog een gevecht met Cornelius, waaraan hij een slecht oog overhoudt. Quame gaat van de Koninklijke Academie weg, en gaat daarvoor in de plaats naar de Militaire Academie. Als Quasi een speech moet houden, vernedert hij zijn eigen volk en verlaat Quame kwaad de zaal.

Deel vier.
Quame is naar Afrika gegaan, in de hoop dat hij weer opgenomen wordt in de Ashantijnse cultuur. Als hij probeert schriftelijk contact te zoeken met zijn oom, de  koning, wil deze hem pas zien als hij het Twi kent. Dit is de taal die daar gesproken wordt, maar die de prinsen volledig verleerd waren. Er is niemand die het hem kan leren in het fort waar hij verblijft. Uit brieven van Quasi merkt hij dat die in een soort paradijs zit in Weimar, tussen allemaal adellijke mensen, bij Sophie. Hij verlangt steeds sterker naar Quasi. Als hij op een gegeven moment hoort dat niet hij, maar iemand anders is aangewezen als troonopvolger, wordt het hem allemaal teveel. Hij weet dat zijn leven tot dan toe vrij nutteloos is geweest. Hij pleegt zelfmoord.

Deel vijf.
Er volgt een flashforward naar Java in 1900. Quasi gaat samen met Adeline Renselaar naar het kantoor van Adeline's man. Ze lezen de officiële papieren waaruit blijkt dat Quasi werd gedwarsboomd in zijn carrière. Ook komen ze erachter dat Van Drunen ontslag heeft genomen van zijn functie, omdat hij het hier niet mee eens was. Hierna gaat de schrijver terug naar Nederlands-Indië in 1850-1855. Hier is Quasi heengegaan als aspirant-ingenieur. Hier blijkt dat hij secretaris wordt van Cornelius de Groot. Deze man vernedert Quasi zo veel mogelijk. Quasi moet bijvoorbeeld met de bedienden mee-eten. Als hij op een dag samen met Cornelius gaat dineren bij Douwes Dekker, wil Cornelius een jonge Indiër slaan met de zweep. De jongen gehoorzaamt namelijk niet. Quasi vangt de zweepklap op. De jongen blijkt de jongste bediende te zijn van Douwes Dekker. Hij heet Ahim, en verzorgt de wond van Quasi. Op een dag wordt Quasi zo erg door Cornelius mishandeld, dat hij opstapt en naar Nederland teruggaat. Daar blijkt de situatie erg veranderd te zijn. Het hof staat nu  meer tegenover Quasi dan vroeger. Dit komt door Raden Saleh. Deze schilder was namelijk in het geheim rapporteur van het Nederlandse hof. Hij heeft een keer een negatief rapport naar Den Haag gestuurd, omdat Quasi verkeerde dingen had gezegd over de koninklijke mensen in Nederland. Quasi gaat naar Java, en krijgt daar een stuk eigen grond aangewezen. Hij verwacht een mooi land te krijgen, maar dat valt erg tegen. Er is niks mee te beginnen. Niemand wil Quasi helpen, omdat hij zijn werknemers niet genoeg kan betalen (hij heeft zelf bijna geen geld). Dan herkent hij een man aan zijn stem. Dit is Ahim, de bediende die een tijd geleden zijn hand heeft verzorgd. Met hem bouwt hij samen alles op. Nu komt er weer een flashforward naar 1900. Het feestje gaat door en Van Drunen komt over. Die vertelt Quasi waarom hij werd tegengewerkt, toen hij eindelijk carrière kon maken. Dit was omdat mensen vonden dat het schadelijk was voor de samenleving als iemand met een zwarte huid een belangrijke functie zou hebben. Quasi wordt niet boos of verdrietig, want hoort deze dingen al zijn leven lang.
                
Mening:
Ik vind het een prachtig boek, omdat het zo goed laat zien wat een indruk  een wisseling van cultuur kan hebben op mensen en hoe het bepalend kan zijn voor de rest van hun leven. Maar ook dat een cultuur waar je eens tot behoorde je niet zomaar terugneemt, en dat je misschien wel helemaal niet meer in die cultuur past, ondanks je verwoede pogingen je cultuur trouw te blijven. Maar ook je cultuur zonder meer buiten de deur zetten heeft ook zijn nadelen, je vergeet wat je ooit lief was en dus ook je geliefden. Je hebt al je energie nodig om je in te weven in een cultuur waar je toch altijd buiten zult vallen. Kortom het is niet gezond voor een mens om gedwongen zijn of haar cultuur te moeten verlaten, en dit boek laat dit prachtig zien.

Extra opdracht interview

Omdat het boek over Kwame en Kwasi gaat zal ik ze beiden interviewen. Ik heb Kwame geïnterviewd een paar dagen na zijn aankomst in Afrika. Terug in zijn geboorteland heb ik hem de volgende vragen gesteld.

Hoe is het om terug te zijn?

"Nou prima, het bevalt me goed. Alleen jammer dat ik me niets meer herinnert, alles is verandert. Ik heb me al die jaren hier naar uit geleefd, om ooit terug te kunnen keren naar dit land.

Maar waarom ben je eigenlijk terug gekomen. Waarom nu ?

Ik zal je zeggen waarom. Als eerst is het leven in Holland als een Afrikaan niet prettig, het is dramatisch.Ik al die jaren daar in vernedering geleefd.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

A.

A.

Hoi,
Ik maak ook eev verslag van de zwarte met het witte hart.Ik vind het een fantastische boek. Ben je Ghanees? Schrijf terug. Dag

15 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

I.

I.

ook al heeft het een slechte waardering gekregen ik vind dit een van de beste

15 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast