ADVERTENTIE
1500 euro winnen met je pws of sectorwerkstuk?

Check de online masterclasses van het Rijksmuseum waarin experts hun kennis en tips delen, zodat jij tot een goed onderwerp komt. En wist je dat je mee kunt doen aan de Rijksmuseum Junior Fellowship wedstrijd? Je maakt dan met jouw pws of sectorwerkstuk kans op 1500 euro en een traineeship!

Feitelijke gegevens

  • 53e druk, 2010
  • 387 pagina's
  • Uitgeverij: De Arbeiderspers

Flaptekst

In 1837 worden Kwasi en Kwame, twee Afrikaanse prinsjes, aan koning Willem I geschonken als onderpand voor de illegale slavenhandel van de Nederlandse regering. In Delft worden de zwarte jongens als Hollanders opgevoed. Terwijl Kwasi zich uit alle macht aanpast en een echte Nederlander wil worden, vecht Kwame om zijn Afrikaanse identiteit te behouwen en op een dag te kunnen terugkeren naar zijn volk.

Jaren later, aan het begin van de twintigste eeuw, kijkt de bejaarde prins Kwasi Boachi vanaf zijn Javaanse theeplantage terug op hun buitengewone levens. Pas dan ontdekt hij het complot waarmee de Nederlandse regering zijn Indische carrière heeft gedwarsboomd.

Eerste zin

De eerste tien jaar van mijn leven was ik niet zwart. Ik was op veel manieren anders dan de mensen om mij heen, maar donkerder was ik niet.

Samenvatting

De zwarte met het witte hart bestaat uit vijf delen. In deel één en twee is zowel het heden en het verleden beschreven, in de rest van het boek gaat het enkel over het verleden. Hieronder wordt per deel weergegeven wat het verhaal is.

Deel één
In 1900 woont Kwasi Boachi al bijna een halve eeuw op het eiland Java. Hij is dan bijna 73 jaar oud. Hij slijt zijn dagen in het district Buitenzorg waar een van de oude slaven voor hem zorgt, namelijk Ahim. Adeline Renselaar wil zijn jubileum vieren, maar hier ziet Kwasi tegenop. Toch wekken haar plannen gedachten op het verleden die hij vervolgens beschrijft in zijn dagboeken. Uiteindelijk stemt hij toch in met de plannen om zijn jubileum te vieren, ondanks dat hij het geen prettig idee vindt. Allereerst vertelt Kwasi dat hij in Goudkust is geboren, opgevoed werd in Delft en nu op Java woont. Daarbij leeft hij nu voor zijn drie kinderen die uit de vrouwen zijn geboren die bij hem op de plantage werken.

Het is 1836 wanneer er een handelsdelegatie aanwezig is in de stad Kumasi, dit ligt in de Goudkust. Kwasi en Kwame zijn dan 10 jaar oud. De prinsen zijn onafscheidelijk sinds de broers van Kwasi zijn meegegeven aan een Engelse gazent. Van Drunen, de adjunct-commissaris van de Nederlandse zending, beschrijft in zijn reisverslag hoeveel moeite het kost om de vader van Kwasi, namelijk Kwaku Dua te spreken. Verveer is hierbij ook aanwezig. Er wordt hier een contract opgesteld: in ruil voor vuurwapens voor Ashanti, krijgt Holland ieder jaar duizend mannelijke rekruten. Terwijl deze onderhandelingen bezig zijn, vermaken de prinsjes zich met spelletjes. Al vrij snel blijkt dat Kwaku hen naar Nederland stuurt als onderpand voor de illegale slavenhandel van de Nederlandse regering. De opdracht is om ‘witte kennis mogen gaan vergaren’, maar zij dienen alles achter te laten. Op 24 april 1837 vertrekken Kwasi en Kwame per schip met de Hollandse handelsdelegatie naar Nederland.

Deel twee
Wanneer Kwasi en Kwame in Nederland aankomen, leven zij eerst in een kazerne te Hellevoetsluis. In het najaar worden zij ondergebracht op de kostschool van Van Moock in Delft. Hier maken ze intensief kennis met het Nederlandse leven en cultuur. Kwasi wil nergens voor onderdoen in vergelijking met zijn Nederlandse leeftijdsgenootjes. Kwame ergert zich ongelofelijk aan de veranderingen ten opzichte van zijn thuis. Meneer Van Moock geeft de neefjes dagelijks bijles, zodat ze gauw hun taalachterstand wegwerken. Echter is dit niet genoeg om aan de sluiten bij Kwasi’s en Kwame’s leeftijdsgenootjes, want zij vormen een front tegenover hen. Kwasi wordt gedwongen door klasgenoot Verheeck op de vraag ‘Wat ben je?’ te antwoorden: ‘Ik ben een domme, vieze, vuile zwartjakker’. De enige vriend die Kwasi wel heeft, is Cornelius de Groot. Hij wil helpen om de prinsen te verdedigen tegenover de pesterijen. Kwasi wil hier iets niets van weten, maar als hij erachter komt dat Kwame ook wordt lastiggevallen, schakelt hij de hulp van Cornelius in.

In de tijd dat Kwasi en Kwame op de kostschool zitten, wordt er een schilderij van hen met Verveer in het midden gemaakt, bestemd voor Kwaku. Tijdens een van de sessies, komt grootvorstin Anna Paulowna langs samen met haar dochter Sophie. Kwasi en Kwame worden uitgenodigd voor een Sinterklaasviering en de verjaardag van de kroonprins in Scheveningen. Het feest is echter niet echt een succes, hoewel Kwasi en Sophie wel vrienden worden. Ook leidt het ertoe dat de jongens zich nog meer terugtrekken vanwege jaloezie van hun klasgenoten. Kwasi wordt tevens ziek, waarna bronchitis wordt geconstateerd.

Deel drie
De band tussen Kwasi en Kwame wordt steeds slechter, aangezien Kwame het enkel wil hebben over hun vaderland. De prinsjes hebben nog veel contact met Sophie, die erg geïnteresseerd is in hun verhalen. Als Sophie’s broer Willem III gaat trouwen, en haar moeder daar niet bij wilt zijn, houdt zij haar moeder thuis gezelschap. Ze nodigt de neefjes uit, ook omdat ze dan (voor het eerst) Kwame’s verjaardag kunnen vieren. Kwame gedraagt zich echter verschrikkelijk, waar Kwasi zich voor schaamt. Na een bezoek aan het circus waar blijkt dat er zwarte mensen worden getoond ‘in hun natuurlijke toestand’. Hierna zondert Kwame zich nog meer af van Kwasi (en Sophie), zeker als Kwasi accepteert om zwarte piet te spelen op sinterklaasfeesten. Kwasi en Kwame slapen vanaf dit moment ook niet meer samen. Kwasi ontwikkelt daarna gevoelens voor Sophie die hij tevens uit naar haar. Ze reageert hier niet echt op, maar later blijkt dat zij is uitgehuwelijkt aan de Erfgroothertog van Saksen-Weimar. Op 8 oktober zwaaien beide prinsen Sophie uit.

In september wordt Kwasi samen met medestudenten overvallen en ‘gegijzeld’. Hun belagers laten ze vernederende handelingen uitvoeren. In plaats van Cornelius dat te laten doen, doet Kwasi het voor hem. Hun band verbetert hierdoor echter niet. Wanneer Kwame een jaar na Kwasi ook wordt toegelaten tot de Koninklijke Akademie, gaan beide prinsjes met vrienden naar een bordeel waar zij zich niet op hun gemak voelen. Onderweg naar huis komen zij Cornelius tegen die ruzie maakt met een prostituee en Kwasi springt tussen beide. Dit wordt hem niet in dank afgenomen, waarop enkele dagen Kwasi op een ruwe manier wordt beroofd en mishandeld door Cornelius en zijn vrienden. Kwame treedt uiteindelijk toe tot de Militaire Akademie tot ieders verbazing. Kwasi wordt verkozen tot het nieuwe erelid van het dispuut De Vijf Kolommen. Met zijn speech maakt hij Kwame totaal overstuur, aangezien Kwasi een negatief beeld van zijn oude volk schetst. Die avond krijgt Kwasi ook zijn portret. Hij komt erachter dat er, afhankelijk van de lichtinval, twee jongemannen te zien zijn: een blanke met een zwarte schaduw en een donkere met een witte zielenschim.

Deel vier
In dit deel wordt weergegeven dat Kwame terugkeerde naar West-Afrika. In brieven van 31 oktober 1847 tot 21 februari 1850 die hij schreef naar Kwasi, wordt duidelijk hoe zijn visie is en wat hij meemaakt. Kwasi was op dit moment aan het studeren in de buurt van Sophie, namelijk in Freiberg in Weimar. Kwame is ontzettend blij om terug te zijn in zijn vaderland en het liefst zou hij hebben dat Kwasi ook terug zou keren. Kwame verblijft in hetzelfde kamertje in fort Elmina waar zij ook sliepen op de nacht voor hun vertrek naar Nederland. Het portret van de twee prinsjes hangt in de eetzaal, omdat Kwaku hem heeft teruggestuurd. Wanneer Kwame zijn aankomst in het Nederlands aankondigt, krijgt hij bericht terug van Kwaku dat hij niet welkom is zolang hij het Twi niet meer beheerst. Helaas is er niemand die Kwame die taal weer goed aan kan leren.

Dan bereikt Kwame het bericht dat in Kumasi de christenen gruwelijk vervolgd werden: een offensief tegen de westerse wereld. Aangezien Kwame en Kwasi in Nederland gedoopt zijn, en dus christen zijn, wordt Kwames situatie uitzichtlozer. Hij leeft wel weer op als hij een ontmoeting met zijn moeder heeft, waarvan niet helemaal duidelijk is of dit nou echt zo was of niet. Dan krijgt hij bericht krijgt dat Kwasi’s vader een van zijn jongere broers als troonopvolger heeft aangewezen. Hoewel zijn Twi erop vooruit gaat, is zijn hoop vervlogen: hij pleegt op 22 februari 1850 in zijn slaapkamer zelfmoord met het jachtgeweer. Op het moment dat hij zelfmoord pleegt, weet hij ook dat hij Kwasi niet meer terug zal zien.

Deel vijf
Na afronding van Kwasi’s studie, keert hij terug naar Delft. Echter doet de dood van Kwame hem besluiten om een aanstelling op Indië aan te vragen als ingenieur. Kwasi stapte op 9 september 1850 aan wal te Batavia. Hertog Bernard van Saksen, commandant in het Oost-Indische Leger, had logies voor hem geregeld, maar de plotseling opgedoken Cornelius de Groot gooide roet in het eten: de grillige Cornelius bleek Kwasi's baas te zijn en wilde dat hij als zijn secretaris op zijn erf kwam wonen. Cornelius wilde dat Kwasi sliep in een simpele kamer en at met de bedienden. Later kwam hij bij een Duitse familie in en vroeg hij om overgeplaatst te worden, maar de Nederlandse regering liet niets van zich horen. De familie behandelde hem zeer hoffelijk.

Met Cornelius maakte Kwasi tal van inspectiereizen door mijndistricten. Op een van die reizen, in juni 1852 naar Amboina, nam hij het op voor Ahim, de brutale inlandse bediende van de assistent-resident, waarbij hij zijn hand verwondde. Ondanks de vernederingen ontstond er toch een bijna vriendschappelijke band met Cornelius. Aan Kwasi's positie veranderde echter niets en op zijn verzoeken om zelfstandigheid kwam geen antwoord. Op 24 mei 1856 vertrok hij daarom naar Holland om zijn zaak bij Willem III te bepleiten. Onder de passagiers bevond zich de afgetreden gouverneur-generaal Duymaer van Twist, met wie Kwasi al eerder enkele keren had gepraat over Cornelius' brute optreden. Duymaer van Twist had ervoor gezorgd dat Kwasi vanaf april 1854 zeven maanden van het jaar werd vrijgesteld om zelfstandig onderzoek te doen. In die maanden schreef hij wetenschappelijke artikelen, maakte hij dagboeknotities en blies hij zijn correspondentie met Sophie nieuw leven in. In augustus 1856 trok Kwasi opnieuw bij Van Moock in, hoewel haar man intussen was overleden. Zijn talloze brieven aan Willem III werden niet beantwoord, dus gaf hij het na een jaar op. Op uitnodiging van Sophie woont hij een onthulling van een standbeeld. Tevens praat hij die avond met haar. Zij weet hem te vertellen dat Raden Saleh al jaren informant was voor de Nederlandse regering en negatief over Kwasi gerapporteerd had. Kwasi besloot hierna huur op landerijen te Java op te eisen als schadevergoeding voor het onrecht dat hem werd aangedaan. In 1858 keerde hij terug in Batavia, maar in 1862 kreeg Kwasi pas een stuk land toegewezen. Hier wordt maanden hard aan gewerkt, ook door Kwasi zelf. Wanneer de werkers te hoge eisen stellen, biedt Ahim zijn diensten aan. Cornelius ontmoette Kwasi slechts nog eenmaal.

Op 3 augustus 1900 neemt Adeline Renselaar Kwasi mee naar het kantoor van haar man in Batavia omdat daar documenten liggen over Kwasi. Van Drunen blijkt ontslag te hebben genomen aangezien de Nederlandse regering de carrière van Kwasi heeft gedwarsboomd. Een verzoek van zijn vader om naar Kumasi terug te keren hebben ze nooit doorgegeven aan Kwasi. Van Drunen brengt hem later, op Kwasi zijn jubileum op 9 september, een bezoek. Tijdens dit bezoek vertelt Van Drunen over zijn wederwaardigheden: hij had zich altijd verantwoordelijk gevoeld voor Kwasi en Kwame. Hij wilde hun lot verbeteren, maar had hier geen kans toe. Uit het document dat hij Kwasi overhandigt, bleek echter dat de Nederlandse staat Kwasi tegengewerkt had omdat hij tot het zwarte, inferieure ras behoorde.

Personages

Kwasi

Kwasi Boachi is de hoofdpersoon in het boek. In het boek wordt hij ook wel Aquasi genoemd, de naam die hij kreeg toen hij in Nederland arriveerde. Als jongen van 10 jaar werd hij als onderpand voor de illegale slavenhandel geschonken aan de Nederlandse regering samen met zijn neefje Kwame, omdat zij hecht zijn. Wanneer Kwasi en Kwam aankomen in Nederland, probeert Kwasi zich uit alle macht aan te passen aan de cultuur in tegenstelling tot Kwame. Hij leert de taal snel aan en blijkt al snel een excellente student te zijn, iets wat zijn neef niet kan waarderen. Helaas worden de inspanningen van Kwasi niet door iedereen gewaardeerd. Door verschillende medestudenten wordt hij gepest. Cornelius de Groot helpt Kwasi zichzelf te verdedigen tot op het moment dat Kwasi een privilege vanuit de Nederlandse staat lijkt voorgetrokken te worden. Dit blijkt ook uit wanneer Kwasi na zijn opleiding voor Cornelius komt te werken, hoewel de Nederlandse staat tegen die tijd heeft besloten dat een zwarte niet een hoge functie mag hebben. Om deze redenen kunnen vroegere vrienden van Kwasi uit Nederland hem niet helpen. Cornelius behandelt hem als oud vuil. Kwasi heeft tijdens zijn verblijf in Nederland niet door dat hij wordt gediscrimineerd vanwege zijn uiterlijk, ondanks dat hij zich wel een echte Hollander voelt. Kwasi vermoed tijdens de dienstperiode bij Cornelius wel dat er iets aan de hand is, maar komt er pas achter wat het is wanneer hij zijn dagboeken schrijft.

Kwame

Kwame Poku, oftewel Quame zoals hij in Nederland wordt genoemd, is de neef van Kwasi. Hoewel het verhaal in principe gaat over twee Afrikaanse prinsjes die worden meegegeven aan Hollanders als onderpand van de slavenhandel, komt het leven van Kwame niet tijdens het gehele verhaal aan bod. Kwame en Kwasi hebben een hechte vriendschap als kind opgebouwd, maar deze komt in het geding zodra zij arriveren in Nederland. Kwame vecht namelijk om zijn Afrikaanse identiteit te behouden, in tegenstelling tot Kwasi. Om deze reden lijkt er een afstand tussen de neefjes te worden ontwikkeld, aangezien zij niet met dezelfde dingen bezig zijn. Hoewel de strijd van Kwame duidelijk wordt terwijl Kwasi aan het woord is, worden de redenen hiervoor pas weergegeven in de brieven die Kwasi van Kwame ontvangt. Hierin staan de gedachten en gevoelens van Kwame weergegeven. Uiteindelijk pleegt Kwame zelfmoord doordat hij niet meer wordt toegelaten tot zijn geboortestad in West-Afrika en hij weet dat hij Kwasi niet meer zal zien.

Sophie

Sophie is een prinses in Nederland, zij behoort toe tot de familie van Oranje. Wanneer Kwasi en Kwame een keer het koningshuis bezoeken, ontmoeten zij haar. Kwasi ontwikkelt een mooie vriendschap met Sophie. Hij wordt zelfs verliefd op haar, maar het was uit den boze dat een zwarte en een blanke een relatie hadden met elkaar in die tijd. Sophie wordt uiteindelijk uitgehuwelijkt en komt in Weiner te worden. Toch houden Kwasi en Sophie veel contact per brief. Af en toe zien zij elkaar nog. Sophie heeft altijd voor Kwasi klaar gestaan als hij haar nodig had. Zo heeft ze ook verschillende verzoeken gedaan aan haar familie om Kwasi bepaalde privileges te geven.

Cornelius

Cornelius de Groot is één van de studenten die samen met Kwasi en Kwame naar school gaat. Wanneer hij merkt dat Kwasi wordt gepest door klasgenoten, zorgt hij ervoor dat het stopt. Sterker nog, hij helpt Kwasi om van zich af te bijten. Echter verandert dit wanneer Kwasi mee mag in een koets om ergens heen te gaan en hij niet. Vanaf dat moment wil Cornelius geen vrienden meer zijn met Kwasi. Dit blijkt ook uit hoe Cornelius Kwasi behandelt wanneer Kwasi aan het werk gaat in Nederlands-Indië. Cornelius is zijn werkgever en hij laat Kwasi allemaal vervelende klusjes doen.

Quotes

"De eerste tien jaar van mijn leven was ik niet zwart. Ik was op veel manieren anders dan de mensen om mij heen, maar donkerder was ik niet. "

Bladzijde 13

"Ik liet twee van de kinderen, een jongen en een meisje, die daar altijd aan het spelen waren, paardjerijden op mijn knie. Het meisje streelde mijn wang en zei: ‘Jij, zwarte met je witte hart.’ Ik wist niet wat te antwoorden van ontroering. Toen keek ze in de palm van haar hand of ik niet had afgegeven. "

Bladzijde 87

"Enerzijds verloor ik opnieuw iets uit Kumasi dat mij eigen was en dierbaar, anderzijds vond ik het opwindend dat ik mij met een nieuwe term verrijkt had. Ik besloot me ook de rest van die taal toe te eigenen. "

Bladzijde 104

"Twee jaar nadat Kwame en ik de Goudkust verlieten, keerden wij dus als portretten terug. Mijn hart rilde bij de gedachte dat mijn vader en onze moeders ons binnenkort zouden aanschouwen, maar Sophie stond naast me. "

Bladzijde 155

"‘Zwart, wit, zwart, wit,’ lacht ze. ‘De buitenkant is nog uit Afrika en binnenin zit Holland al.’"

Bladzijde 172

"Toen Kwame in augustus, een jaar na mij, werd toegelaten tot de Koninklijke Academie, had onze vriendschap een volwassen vorm aangenomen. Dat wil zeggen: zij was rustig en vertrouwd en niet langer onderhevig aan emoties. "

Bladzijde 205

"Maar wat ik ook probeerde, ze bleven allebei zichtbaar, Kwasi en Aquasi. Zwart, wit, zwart, wit, zwart, wit. Zo draagt die ene afbeeldingen twee jongemannen in zich, een blank met een zwarte schaduw, een donkere met een witte zielenschim. Twee mannen, de één gedoodverfd door de ander, in één portret vereeuwigd. Die mannen ben ik allebei geweest. "

Bladzijde 225

"Toen ik antwoordde dat ik Nederland beschouwde als mijn vaderland en niet anders verlangde dan mij er nuttig voor te maken, lachte hij schamper. "

Bladzijde 307

"Eerst verzocht ik herplaatsing, later onderzoeksbevoegdheid, maar zonder resultaat. Altijd kwam er antwoord, waarin een of andere klerk serieus op mijn klachten inging, maar hun oplossingen draaiden telkens fijntjes om de zaak heen. "

Bladzijde 325

"'Het principe van noblesse de peau, de verhevenheid van de blanke huid boven een andere, en van de morele en intellectuele superioriteit van het witte ras boven het bruine, waarop onze overheersing in Indië berust, zou een ernstige klap worden toegebracht, wanneer Aquasi Boachi zou worden aangesteld in een aan blanken behouden functie met welke bevoegdheid dan ook…’ "

Bladzijde 385

Thematiek

Discriminatie en racisme
Hoewel Kwasi en Kwame dienden opgevoed te worden volgens de Nederlandse normen en waarden, zijn zij nooit volledig geaccepteerd door de maatschappij in Nederland. Kwame heeft dit gevoeld vanaf het moment dat zij arriveerden en verzette zich dus om zich te acclimatiseren. Kwasi doet er daarentegen alles aan om zich aan te passen, maar helaas zonder resultaat. Hij wordt namelijk voortdurend gezien als de zwarte. Dit blijkt uit de pesterijen die binnen de kostschool plaatsvinden, maar voornamelijk wanneer Kwasi zijn diploma heeft gehaald en in dienst van Cornelius de Groot is. Op zijn verzoeken voor promotie en/of onderzoek wordt ontwijkend gereageerd, want immers: een zwarte kan onmogelijk meer macht hebben dan een blanke. In de Gouden Eeuw was dit nog een duidelijk statement, ook in verband met de slavenhandel.

Motieven

Familie
Kwasi en Kwame zijn neefjes van elkaar. Naast dat zij familie van elkaar zijn, zijn zij ook beste vrienden. De vriendschap heeft pieken en dalen, maar uiteindelijk hebben ze wel grote steun aan elkaar. Nadat Kwasi en Kwame uit West-Afrika met de Nederlanders vertrekken, hebben zij amper contact meer met hun familie. Kwame heeft na zijn terugkeer wel contact met zijn oom, dus de vader van Kwasi, maar alleen via een tussenpersoon en brieven.

Machtsverhoudingen
Hoewel Kwasi en Kwame beiden van Koninklijke stand zijn, hetzij dan wel in West-Afrika, hebben zij vrijwel geen privileges zodra zij in Nederland aankomen. Uiteraard worden de jongens goed opgevangen op een kostschool, maar eigenlijk wordt hun leven door de Nederlandse regering bepaald. Wanneer Kwasi ouder wordt, merkt hij dat zijn verzoeken niet worden ingewilligd en dat zijn opleiding er eigenlijk niet toe doet zodra hij aan het werk gaat als ingenieur. Kwame wil hier zo snel mogelijk uitkomen en keert daarom terug naar West-Afrika zodra dat mogelijk is.

Heden en verleden
Kwasi vertelt het verhaal van Kwame en zichzelf in zijn dagboeken die hij in 1900 schrijft. Hoewel het verhaal van de Afrikaanse prinsjes voornamelijk gaat over hun avontuur en ervaring, beschrijft Kwasi ook hoe zijn leven er momenteel uit ziet.

Cultuurverschillen
Wanneer Kwasi en Kwame als onderpand voor de slavenhandel worden meegegeven naar Nederland, moeten zij eerst acclimatiseren op het gebied van taal en cultuur. In de periode dat de Afrikaanse prinsjes net aan zijn gekomen in Nederland, worden de verschillende culturen beschreven. In de tijd dat Kwame weer terugkeert naar het geboorteland, komt hij erachter dat hij de taal en gewoonten is verleerd. Hij moet zich opnieuw aanpassen, terwijl Kwame er altijd voor heeft gevochten Afrikaan te blijven.

Identiteitsverlies
Kwame is bang om zijn identiteit als Afrikaan te verliezen en vecht tegen alle principes van Nederland. Toch is hij de taal en de gewoontes zo verleerd wanneer Kwame weer terugkeert naar Afrika, dat hij niet meer wordt toegelaten tot zijn oude woonplaats. Bij Kwasi geldt identiteitsverlies evenzogoed, aangezien hij zijn Afrikaanse identiteit steeds meer verliest naar mate hij zich meer Nederlander voelt. Echter is dit alleen voor Kwasi zijn gevoel, want de Nederlanders zien hem als zwarte.

Trivia

Het boek is een van de hoogtepunten uit de naoorlogse Nederlandse literatuur en betekende de definitieve doorbraak van Arthur Japin.

Het verhaal is deels gebaseerd op het traumatische verleden van Arthur Japin en deels op geschiedenis research.

Titelverklaring

Kwasi, degene waar het boek over gaat en vanuit wie het verhaal is geschreven, is een Afrikaanse jongen die wordt vervoerd naar Nederland samen met zijn neefje Kwame als offer van zijn vader. Kwasi doet zijn best om zich aan te passen, maar Kwame wil er niets van weten. Dit wordt ook duidelijk voor andere mensen, aangezien er wordt opgemerkt: ‘De buitenkant is nog uit Afrika, maar binnenin zit Holland al’ en ‘Jij, zwarte met je witte hart’. De titel gaat dus over de verandering die Kwasi doormaakt. Ook herkent Kwasi het bij zichzelf, zeker wanneer hij een schilderij ziet hangen waarop hij zichzelf ziet met twee verschillende identiteiten. 

Structuur & perspectief

Doordat het verhaal in dagboekvorm is, wordt er vanuit de ik-vorm geschreven. Degene die aan het woord is, is Kwasi. Hij schrijft zijn ervaringen op vanuit zijn invalshoek. De gedachten en gevoelens van andere personages komen eigenlijk vrijwel niet naar voren, tenzij dit duidelijk in het gedrag of houding van degene is te zien vanuit het oogpunt van Kwasi. Een voorbeeld: ‘maar Kwame was erdoor beledigd en dacht dat het haar niet kon schelen dat wij vonden omdat wij maar Afrikanen waren.’ (p. 164). Het enige deel in het boek waarin een ander aan het woord is, is deel vier. Hierin vertelt Kwame vanuit zijn optiek in brieven aan Kwasi, waardoor in dit stuk eigenlijk pas duidelijk wordt wie Kwame precies is en waarvoor hij staat. Hoewel het verschil in acclimatiseren tussen Kwasi en Kwame eerder wel wordt beschreven, komt hier pas aan de orde wat erachter zit bij Kwame.

Het boek is opgedeeld in vijf delen. Ieder deel beschrijft een bepaalde levensfase van Kwasi en Kwame in een bepaalde plek op de wereld, waarbij deel één en deel twee ook in het heden plaatsvinden. Het heden is hierbij het jaar waarin Kwasi de dagboeken heeft geschreven, namelijk 1900. In het eerste deel wordt beschreven wat de procedure is geweest van het onderpand voor de illegale slavenhandel waarbij Kwasi en Kwame aan koning Willem I worden geschonken. Het tweede deel gaat over het acclimatiseren in Nederland waar Kwasi en Kwame worden ondergebracht in een kostschool en het derde deel hoe het leven na de kostschool er voor Kwasi in Nederland uit zag. Het vierde deel gaat vervolgens over het leven van Kwame in de tijd dat hij terugkeerde naar West-Afrika tot zijn dood. In het laatste deel wordt beschreven hoe Kwasi zijn leven was toen hij in dienst van Cornelius de Groot was. In dit deel wordt tevens duidelijk gemaakt hoe het kwam dat zijn carrière gedwarsboomd werd door Nederland, de rode lijn van het verhaal. 

Decor

Het verhaal speelt zich af in de 19e eeuw. Dit is te merken aan de jaartallen die worden weergegeven als tijdlijn door het boek heen, maar ook aan de inhoud van het boek. Zo worden er verschillende onderwerpen uit die tijd benoemd, zoals de Koninklijke familie en de (slaven)handel. Deze twee thema's zijn tevens van belang voor het verhaal van Kwasi en Kwame, aangezien hun leven hierdoor werd bepaald. Het leven van Kwasi wordt verteld vanaf 1836 tot 1900, met een onderbreking van 1863 tot 1899. Op deze manier kan de lezer de geschiedenis van Kwasi volgen vanaf dat hij een jongen van 10 jaar was totdat hij een adolescent van 26 jaar was. Tevens vertelt Kwasi in zijn dagboeken over het heden, waarin hij bijna 73 jaar is. Overigens is het boek gebaseerd op echte gebeurtenissen met de twee Afrikaanse prinsen, waardoor de periode waarin het verhaal zich af speelt ook niet gewijzigd kan worden.

Het leven van Kwasi, maar ook zijn neef Kwame, speelt zich af in meerdere delen van de wereld. De verschillende plaatsen staan allemaal weergegeven in de inhoudsopgave en zodoende ook bij de hoofdstukken zelf. Het gaat hierbij om Java, West-Afrika, Delft, Nederlands-Indië en Weimar. Java is de plek waar het verhaal over Kwasi zijn verleden eindigt, omdat hij daar zijn leven verder op gaat bouwen. Op 64-jarige leeftijd vertelt hij in dagboeken vanaf Java zijn verleden en wat er momenteel in zijn leven speelt. West-Afrika is de plek waar Kwasi en Kwame hebben gewoond totdat zij als 10-jarigen naar Nederland werden gestuurd. Daar verbleven zij in Delft. Op 21-jarige leeftijd keerde Kwame terug naar West-Afrika, maar werd niet toegelaten tot zijn geboorteplaats Kumasi. In Weimar woonde Sophie, een vriendin van Kwasi die hij daar op zocht. In Nederlands-Indië verbleef Kwasi toen hij in dienst van Cornelius de Groot was.

Stijl

Hoewel het boek over de Gouden Eeuw gaat, is in de schrijfstijl niet terug te vinden dat de auteur het taalgebruik van toen heeft toegepast. Alleen bij documenten zoals reisverslagen en brieven wordt ouderwets taalgebruik gebruikt, wat logisch is gezien het historische stukken zijn. Dit niet alleen: er worden in deze documenten ook lange zinnen gebruikt waardoor de context onduidelijk kan zijn voor de lezer. Volgens Jeroen Louis zijn deze stukken uit het boek wijdlopig. Er hadden delen geschrapt kunnen worden waardoor de vaart in het verhaal behouden zou worden.

In het verhaal worden vrij veel bekende namen uit de geschiedenis rondom de Gouden Eeuw gebruikt, zoals Oranje, Hans Christian Andersen en Michiel de Ruyter. Hoewel enkele namen ook qua personages terugkwamen in het boek, worden historische figuren veel genoemd waarbij het niet echt op zijn plaats is. Verder komen er veel wijsheden in allerlei varianten voor, voornamelijk in de eerder genoemde documenten, zoals: ‘Onze bagage bestaat uit niets dan een herinnering. Die valt lichter te dragen naarmate wij haar meer waarde toelichten’ (p. 173). 

Slotzin

Waarom ook niet? Vanavond zal ik eens vertellen hoe van de kuma-boom twee takken werden afgebroken.

Beoordeling

Het thema van het boek sprak me aan toen ik de achterflap las. Ik was wel benieuwd naar het verhaal van de prinsjes, voornamelijk op het gebied van acclimatiseren in Nederland. Dit komt echt pas na een flink aantal bladzijden aan bod en daardoor komt voor mijn gevoel het verhaal pas laat op gang. Ook vind ik het einde erg abrupt en onverwacht, er is niet echt een conclusie gevormd. Ik had hier meer van verwacht, omdat er wel spanning in het boek wordt opgebouwd rondom het complot wat betreft de carrière van Kwasi. Hoewel het thema eromheen duidelijk is, had ik een beter antwoord verwacht op de vraag waarom alles wordt gedwarsboomd. Daarbij vond ik het verwarrend dat een deel van het boek ineens is geschreven vanuit het perspectief van Kwame, terwijl dit niet duidelijk wordt vermeld. Het gaat om de brieven die Kwame aan Kwasi schreef, maar hier moet je als lezer zelf achter komen. Jammer, want de brieven zijn zeker wel van toegevoegde waarde! Ik leerde namelijk zo ook Kwame een beetje beter kennen.

Recensies

"Het boek komt wat moeizaam op gang - Japins grote stilistische zorgvuldigheid neigt bij tijden überhaupt tot iets dat in de buurt van omslachtigheid komt - maar ontwikkelt zich allengs tot een sterke roman à thèse, met als centraal thema de onmogelijkheid van volledige acculturatie."
http://www.volkskrant.nl/...s~a496658/

"Zo heeft Arthur Japin een kloeke historische roman geschreven, in de traditie van Louis Couperus en Hella Haasse."
http://www.trouw.nl/tr/nl...wasi.dhtml

Overhoor jezelf

Stelling: Kwame heeft het leven in Nederland nooit volledig geaccepteerd.
Op welke dag wordt Kwasi zijn verjaardag gevierd?
Hoe oud is Kwame wanneer hij terugkeert naar West-Afrika?
Wat is de reden van Kwames zelfmoord?
Hoe reageert Kwasi op het pesten van verscheidene mensen door het boek heen?
Stelling: Sophie is het enige meisje van wie Kwasi ooit echt heeft gehouden.
Welke plaats is voor Kwasi het meest thuis?
Wie heeft er het meeste voor Kwame en Kwasi gezorgd?

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

P.

P.

toch niet helemaal 'zeker weten goed'
het is gedwarsboomd, niet gedwarsboomt.
voor de rest prima hoorr

5 jaar geleden

Lotte

Lotte

Dankjewel voor je feedback! Het is ondertussen aangepast! :-)

5 jaar geleden

G.

G.

Er zitten een aantal taalfouten in. Verder staat het volgende in de tekst: 'In de Gouden Eeuw was dit nog een duidelijk statement, ook in verband met de slavenhandel.' en 'Hoewel het boek over de Gouden Eeuw gaat (...)'. Dit boek speelt zich af tussen 1836 en 1900. De Gouden Eeuw duurde echter tot 1672. Dit boek speelt zich dus NIET af in de Gouden Eeuw, maar 200 jaar daarna!!! De Gouden Eeuw was nog de periode waarin J.P. Coen talloze mensen liet vermoorden voor de handel in nootmuskaat en Jacatra verwoestte, om vervolgens Batavia te bouwen. Het was de periode waarin nog veel mensen die met de VOC naar Indië reisden onderweg stierven en destijds was het zeker niet gewoon om in Indië te gaan wonen, dat kwam pas in de 19de eeuw op. Het was de tijd van Maurits van Oranje en niet Willem III. De Nederlandse kolonisatie en handel met andere werelddelen bleef dus niet beperkt tot de Gouden Eeuw, maar bleef ook in de eeuwen daarna bestaan, zoals dit boek laat zien (Indonesië zou pas op 27 december 1949 onafhankelijk worden). Dit verslag zou dus 'zeker weten goed' zijn als er beter onderzoek naar de historische context was gedaan.

4 jaar geleden

P.

P.

Er zit een aantal taalfouten in*

2 jaar geleden

B.

B.

samenvatting deel vijf; bedoeld wordt Batavia en niet Bavaria, dit is Beieren of het biermerk..

3 jaar geleden

T.

T.

Inderdaad vind ik een aantal behoorlijke missers terug in dit verslag, zoals ook al eerder aangegeven. Wat bepaald, dat dit verslag 'zeker weten goed' is? Want dan verwacht ik ook een verslag, dat echt goed is.

3 jaar geleden

F.

F.

Jullie houden echt van zeiken allemaal.

3 jaar geleden

T.

T.

Dit boek is echt kut

2 jaar geleden

B.

B.

'Hoewel het boek over de Gouden Eeuw gaat,'

Dit gaat niet over de gouden eeuw maar speelt zich een kleine 200 jaar LATER af!

2 jaar geleden

M.

M.

Ik heb een stelling nodig die gekoppeld is aan nu over het boek. Iemand ideeë?

2 jaar geleden

W.

W.

Heel erg goede analyse!! Ik ben hier heel blij mee!!!

2 jaar geleden