ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
A) Analyse

1) Inleiding

Ik heb dit boek gekozen omdat het kleine verhaaltje op de achterkant mij erg aan sprak. In de zomervakantie had ik een paar boek mee op vakantie genomen waaronder dit boek. Eerst wou ik het eigenlijk niet gaan lezen omdat het z’n dik boek was maar na 2 weken had ik al mijn boeken uit en ben ik toch maar met dit boek begonnen.
Arthur Japin schreef in 1996de bundel Magonische verhalen maar zijn echte grote doorbraak is toch De zwarte met het witte hart.Dit boek, inmiddels een bestseller waarvan de rechten wereldwijd zijn verkocht, werd genomineerd door de ECI- en de Generale Bankprijs en werd bekroond met onder andere de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs 1998.

2) Het uittreksel

2.1) Titelbeschrijving

Arthur Japin. De zwarte met het witte hart. . Groningen. 2002 (1997)

De omslag van het boek is geel met een zwarte man erop. Deze zwarte man is heel chique aangekleed en daarmee wil de tekenaar een zwarte man laten zien de zich kleedt als een witte. Verder is het een boek uit de Grote Lijsters collectie van 2002 en het heeft een zachte voorkant.

2.2) Voorwerk

“Aquasui Boachi als student” staat voorin met daarboven een foto van een donkere man die niet helemaal scherp is. Ik denk dat de schrijver dit in het boek heeft gedaan omdat hij zo kan laten zien dat het een waargebeurd verhaal. Dit zegt hij ook in zijn nawoord.

2.3) Inhoud

Het verhaal begint op het moment dat Aquasi op drieënzeventig jarige leeftijd op Java woont, samen met zijn bediende Ahim. Mevrouw Renselaar wil een jubileumfeest voor hem geven, maar Kwasi voelt hier weinig voor.
Hij besluit om voor haar al zijn dagboekfragmenten samen te voegen, bij alle andere gegevens over zijn leven.

West-Afrika 1836-1837
Kwasi en Kwame zijn twee Ashantijnse prinsen. Kwame is de neef van Kwasi, en de toekomstige koning. Op een dag komt er een Nederlands gezantschap langs, en Kwasi en Kwame gaan met hen mee naar Nederland. De koning wil dat ze daar een goede scholing krijgen. Eerst komen ze bij het Fort Elmina, waar ze voor het eerst in aanraking komen met meerdere blanken. Van daaruit gaan ze met de boot naar hun nieuwe ‘vaderland’.

Java 1900
Ondertussen blijft Renselaar aandringen op een feest, een idee wat uit medelijden is geboren. Er bestaan rapporten waaruit blijkt waarom de carrière van Aquasi in Indië gedwarsboomd werd.

Delft 1837 - 1839
De twee prinsen worden naar kostschool Van Moock in Delft gebracht. Hun namen worden meteen gelatiniseerd tot Aquasi en Quame. Van hun klasgenoten ondervinden ze veel weerstand. Meneer, en vooral mevrouw, Moock zijn echter zeer gecharmeerd door de prinsen. Binnen korte tijd hebben Aquasi en Quame dankzij meneer Moock, hun grote achterstand weggewerkt. Aquasi ondervindt veel vernederingen op lichamelijk en geestelijk niveau. Een medeleerling (Cornelius) komt vaak voor hem op, en maakt hem weerbaar door hem bokslessen te geven. Quame distantieert zich steeds meer van zijn neef, en zijn held Cornelius.
Na enige tijd ontmoeten de prinsen de grootvorstin Anna Paulowna, en haar dochter Sophie bij een fotosessie. Tussen de prinses Sophie en de prinsen ontwikkelt zich al snel een vriendschappelijke relatie, hoewel dit meer op Aquasi van toepassing is dan op zijn neef.

Delft 1839 - 1847
De prinsen brengen steeds meer tijd door aan het hof. Aquasi begint steeds meer voor Sophie te voelen. De liefde voor Sophie zorgt voor een nog grotere verwijdering tussen de neven, wat zich uit in het feit dat Aquasi een slaapkamer aanvraagt, apart van Quame. Aquasi wil zich zoveel mogelijk aanpassen, terwijl Quame de eigen tradities in ere wil houden. Zo is de laatste zeer teleurgesteld als Aquasi voor Zwarte Piet speelt op een koninklijk feest.
Niet lang hierna blijkt dat Sophie trouwplannen heeft. Dit stemt Aquasi zeer bedroefd, maar zoals altijd kiest hij ervoor op zich bij de gebeurtenis neer te leggen.
Aquasi gaat naar de Koninklijke Academie om verder te studeren, Quame volgt een jaar later; hij heeft teveel achterstand opgelopen. In deze jaren worden beiden gedoopt, waarmee ze ‘heiden-af’ zijn. Als de prinsen achttien zijn, bezoeken ze met een groepje vrienden voor het eerst een bordeel. Op de terugweg gebeurt een incident, waardoor er een echte vijandschap ontstaat tussen Cornelius en Aquasi. Aquasi neemt een hoertje in bescherming tegen een ruwe klant, en deze blijkt Cornelius te zijn. Een paar dagen later wordt Aquasi in een hinderlaag gelokt, en door Cornelius en zijn kornuiten in elkaar geslagen. Hierbij verliest hij een deel van zijn gezichtsvermogen. Hij maakt de daders echter niet bekend, omdat hij zich schaamt Cornelius teleurgesteld te hebben. Al snel na dit incident verruilt Quame de ‘Koninklijke Academie’ voor de ‘Militaire Academie’ in Den Haag.
Aquasi is de hemel te rijk als hij wordt uitgekozen voor het prestigieuze bestuur van de studentenvereniging. Bij het toelatingsfeest houdt hij een speech, waarin hij zijn eigen volk en haar gebruiken bekritiseerd. Quame is verbijsterd dat hij zijn eigen volk en opvoeding verloochend, en verlaat woedend de zaal.

West-Afrika 1847-1850
Quame houdt in brieven zijn neef op de hoogte over zijn verblijf in Afrika. Hij wil terugkeren naar zijn geboorteland, om daar op de troon te stijgen. In antwoord op zijn brief aan de koning wordt hem echter de toegang tot het land ontzegd, omdat hij de plaatselijke taal verleerd is. Tegen de tijd dat hij die weer heeft aangeleerd is hij weer welkom. Er is in Fort Elmina echter niemand die hem het Twi weer kan leren, een uitzichtloze situatie dus.
Ondertussen blijkt uit brieven dat Aquasi een paradijselijk leven leidt in Weimar. Hij zit daar voor zijn studie, maar tevens om dichtbij zijn geliefde Sophie te zijn.
Als Quame het bericht ontvangt dat een ander tot troonopvolger is benoemd, realiseert hij zich dat zijn reis naar Nederland uiteindelijk zinloos is geweest terwijl hij er niets goeds heeft ervaren. Dit besef maakt hem gek, en uiteindelijk pleegt hij zelfmoord.

Java 1900
Door een list komen Adeline Renselaar en Aquasi in het kantoor van meneer Renselaar. Daar weten ze de hand te leggen op enkele belangrijke officiële papieren. Uit verschillende documenten blijkt dat Aquasi van hogerhand tegengewerkt is. Van Drunen heeft om deze reden ontslag genomen, staat in een van de brieven. Verder blijkt dat zijn vader, de toenmalige koning van Ashanti, in een brief om een bezoek van zijn zoon heeft gevraagd. Aquasi had dit nooit te horen gekregen, en het feit dat zijn vader hem kennelijk afgeschreven had heeft hem veel verdriet bezorgt.

Nederlands-Indië 1850-1855
Aquasi is in eerste instantie zeer bedroefd door het nieuws dat zijn neef zich van zijn leven heeft beroofd. Maar geleidelijk komt ook het besef dat hij zijn geliefde Quame altijd bij zich zou blijven dragen, nooit kon er iets nog tussen hen komen. Met deze opvatting stapt hij vol goede moed op de boot om als bijzonder aspirant-ingenieur te gaan werken in Nederlands-Indië. (Dat dit woordje bijzonder geen goede betekenis heeft, doorziet hij pas aan het eind van zijn leven.) Ter plaatse wacht hem een onaangename verrassing. Hij wordt als secretaris in dienst gesteld van Cornelius, in plaats van werk te verrichten waar hij voor is opgeleid. Cornelius is de oude schoolvete nog niet vergeten, en vernederd Aquasi zo vaak hij kan. Aquasi schikt zich wederom in zijn lot. Tijdens een expeditie neemt Aquasi het echter op voor de Indische bediende Ahim. Ahim zoekt hem later op, en blijft zijn zwarte meester zijn hele leven trouw dienen.

Java, Delft, Weimar, Java 1856-1962
De relatie tussen Cornelius en Aquasi loopt steeds meer uit de hand. Aquasi begint te ervaren dat hij gedwarsboomd wordt, en wil hiervan de reden ondervinden. Hiertoe vertrekt hij naar het Nederlandse Hof, waar hij afgepoeierd wordt. In Delft hoort hij dat zijn oude leraar Moock overleden is. Vervolgens reist hij naar Weimar, om Sophie te spreken. Van haar krijgt hij nog wel te horen dat een geheime rapporteur van de regering zich negatief over hem heeft uitgelaten. In zijn rapportage staat dat Aquasi zich laatdunkend uit over de Nederlandse staat, en zijn geboorteland ophemelt. Sophie is erg veranderd, en de vriendschap lijkt van weinig waarde meer.
Op Java krijgt Aquasi uiteindelijk ter schadeloosstelling een stuk land toegewezen. Dat land is nauwelijks vruchtbaar en zeer verwaarloosd, maar Aquasi zet zich met alle macht aan de aanplant van koffie. Hij heeft grote moeite om personeel te vinden, aangezien de Indonesiërs niet voor een zwarte willen werken. Op het dieptepunt komt echter de redder in nood; Ahim, de trouwe bediende.

Java 1900
Uiteindelijk heeft Aquasi de plannen om een feest ter ere van hem te geven goedgekeurd, omdat Renselaar zo haar best gedaan heeft voor hem. De dag van het feest krijgt Aquasi bezoek van Van Drunen, de officier die de prinsen oorspronkelijk naar Nederland heeft begeleid. Deze vertelt hem de reden van de tegenwerking die Aquasi op Java heeft ondervonden, wat in een brief genoemd werd. “Het principe van noblesse de peau, de verhevenheid van de blanke huid boven een andere, en van de morele en intellectuele superioriteit van het witte ras boven het bruine, waarop onze overheersing berust, zou een ernstige klap worden toegebracht, wanneer Aquasi Boachi zou worden aangesteld in een aan blanken voorbehouden functie met welke bevoegdheid dan ook.”
Aquasi reageert hier schamper op, en voegt Van Drunen slechts toe dat dit nieuws vijftig jaar oud is.

3) Structuur

Het boek is ingedeeld in vijf delen, en bevat een nawoord dat de historische feiten over de hoofdpersoon belicht. Deel een heeft drie hoofdstukken, deel vijf vier, en deel twee tot en met vier heeft elk een hoofdstuk. De lengte van de delen verschilt sterk, net zo als de lengte van de hoofdstukken. In totaal bestaat het boek uit 420 bladzijden, inclusief nawoord.

4) Belangrijkste Personen

Kwasi/ Aquasi
Kwasi is een Afrikaanse prins, die naar Nederland komt om daar westers opgeleid te worden. Hij probeert zich zo goed mogelijk aan te passen. Zelfs de grootste vernederingen ondergaat hij liever dan in opstand komen. Zoals hij zijn neef in een brief mededeelt; ‘Jij verweet me dat ik een te dikke huid heb en me alles maar laat welgevallen. Het tegendeel is waar. Het schild dat mij beschermt, is te dun. Het laat de kleinste gevoeligheden door. Ik heb alleen afgeleerd kwaad te worden, waardoor het voor anderen lijkt of je niet te kwetsen bent.’
In Indië begint hij zelfs een soort kameraadschap te voelen voor Cornelius, zijn ‘beul’. Door de jaren heen blijft hij naïef, en pas aan het eind van zijn leven komt hij erachter dat hij ‘doodnormaal’ gediscrimineerd werd. Hij blijft zijn hele leven alleen, zelfs zijn goede vriendin Sophie verraad hem. Ook met de Indonesische vrouwen trouwt hij niet, echter heeft hij wel kinderen bij enkelen. Uiteindelijk legt hij zich bij zijn lot neer.

Kwame/ Quame
Kwame is de neef van Kwasi, en kroonprins. Kwame is het tegenovergestelde van zijn neef. Hij heeft veel kritiek op de Nederlandse cultuur, en wil zich eigenlijk helemaal niet aanpassen. Hij verwijt Kwasi dat hij zijn eigen volk vergeet, en is vastbesloten naar Afrika terug te keren. Zodra hij daar aankomt blijkt hij zeer vervreemd te zijn geworden van zijn land, zelfs zijn moedertaal is hij verleerd. Hierdoor wordt hij door zijn oom verbannen en wordt ontzegt van zijn troon. Na dit bericht gaat het steeds slechter met hem, en uiteindelijk pleegt hij zelfmoord.

5) Tijdverloop

De gebeurtenissen spelen zich af tussen 1836 en 1862, en in 1900. Dit zijn eigenlijk twee verhalen die door elkaar lopen, 1900 is het nu, de daarvoor genoemde periode bestaat uit herinneringen (flashbacks). Deze tijdsopbouw heeft een spanningverhogende functie. Door in Java 1900 te beginnen wordt de interesse van de lezer gewekt; hij wil erachter komen hoe het kan dat een zwarte prins eenzaam en verlaten in Indië zit. Door telkens meer te vertellen over het verleden wordt er steeds meer inzicht in de geschiedenis van Aquasi gecreëerd, en wordt het bedrog dat jegens hem wordt begaan stukje bij beetje ontrafeld.

6) Ruimte/sfeer

Het verhaal speelt zich deels in Afrika, (daar begint het verhaal) deels in Nederland, en deels op Java en Nederlands indië af.
De ruimte is heel bepalend voor het verhaal, en speelt een grote rol in het leven van de hoofdpersonen. Voorbeeld: de hoofdpersonen zitten in een strijd om Afrika (de ene ruimte) op te geven voor Nederland (de andere ruimte).

7) Motieven

Een van de belangrijkste motieven in dit boek is het verschil tussen zwart en wit. Zelfs in de titel wordt dit motief naar voren gebracht. “De zwarte met het witte hart.” Het verschil tussen zwart en wit leidt tot discriminatie van de eersten.
In het boek zelf zijn ook veel verwijzingen te vinden naar deze tegenstelling:
· “De eerste tien jaar van mijn leven was ik niet zwart. Ik was op veel manieren anders dan de mensen om mij heen, maar donkerder was ik niet. Dat weet ik. Er is een dag geweest waarop ik een verkleuring gewaarwerd. Later, toen ik eenmaal zwart wás, ben ik weer verschoten.“
(blz. 11)
· “Het principe van noblesse de peau, de verhevenheid van de blanke huid boven een andere, en van de morele en intellectuele superioriteit van het witte ras boven het bruine, waarop onze overheersing in Indië berust, zou een ernstige klap worden toegebracht, wanneer Aquasi Boachi zou worden aangesteld in een aan blanken voorbehouden functie met welke bevoegdheid dan ook…” (blz. 383)

10) Thema

Het thema in het boek is discriminatie. Discriminatie vooral omdat de naïeve Kwasi er op het einde eindelijk achter komt dat hij zijn hele leven al gediscrimineerd is en daarom zijn carrière nooit helemaal gelukt is.

11) Perspectief

Het perspectief van het verhaal is de ikvorm. Het grootste gedeelte van het verhaal wordt verteld door Kwasi, deel vier (West-Afrika 1847-1850) wordt alleen door Kwame’s ogen geschreven.

12) Titel

De titel slaat op Kwasi/ Aquasi. Hij wordt in Nederland duidelijk als een zwarte ervaren, terwijl hij al het mogelijke doet om maar zo Nederlands/ wit mogelijk te worden. Hij wil zijn Afrikaanse verleden het liefst compleet vergeten. Dit wordt vaak in het boek beschreven:
· “Zwart, wit, zwart, wit, lacht ze. De buitenkant is nog uit Afrika en binnenin zit Holland al. Is het zo niet?” (blz. 170)
· “De eerste tien jaar van mijn leven was ik niet zwart. Ik was op veel manieren anders dan de mensen om mij heen, maar donkerder was ik niet. Dat weet ik. Er is een dag geweest waarop ik een verkleuring gewaarwerd. Later, toen ik eenmaal zwart wás, ben ik weer verschoten.“(Blz. 11)
· Letterlijk komt de titel voor op blz. 85, waar een Indisch meisje tegen Aquasi zegt: “Jij, zwarte met je witte hart.”

B) Lezers en verhaal

1) Stilistisch/ Esthetisch

Het taalgebruik is over het algemeen goed te begrijpen als je het goed leest. Er komen wel vaak ouderwetse woorden in voor, omdat het boek over de geschiedenis gaat. Dat is soms wel lastig, omdat ik niet altijd de woorden ken.
Het is een heel uitgebreid boek. Soms zijn er weinig dialogen, maar soms ook heel veel. Bijvoorbeeld toen de vriendschap tussen Kwame en Kwasi wat minder was.
De beschrijvingen zijn altijd heel goed uitgebreid.
De tekst leverde bij het lezen geen problemen op. Als er een flashback volgde, werd dat altijd goed aangeduid met een grote kop.

Het verhaal wordt verteld door Kwasi als hij al een oude man. Ik vind het taalgebruik in het boek goed bij de oude man passen omdat hij veel ouderwetse woorden gebruikt en hij daarom nog ouder lijkt. Er zijn me geen bijzonderheden opgevallen. Ik vind het erg logisch dat er ouderwetse woorden gebruikt worden als je kijkt naar de tijd waarin het verhaal zich afspeelt, dus is dat eigenlijk geen bijzonderheid.

2) Structuur

Ik vond de opbouw van het boek in het begin even wat verwarend maar als je het boek een tijdje leest wen je daaraan. Het hele boek is natuurlijk een grote flashback maar ik vind dat de schrijver dat toch heel overzichtelijk heeft gedaan.
Elke nieuwe periode in het leven van Kwasi wordt aangegeven door de tijd ( het jaar waarin het zich afspeelt en tot wanneer) en de plaats (bijv Java, West-Afrika of Delft).

3) Realistisch

Het boek is gebaseerd op een echt leven, de schrijver heeft informatie van de echte Kwasi gebruikt en daarom vind ik dit boek heel erg realistisch. In het schrijft de schrijver ook dat alle informatie die hij kon vinden over Kwasi in onder andere het archief van de universiteit in Delft en loonstroken van de Nederlandse werknemers op Java. Hij vertelt wel dat de informatie die hij niet kon vinden, dat hij daar zelf een passend verhaal voor heeft geschreven. Ook heeft hij het verhaal wat aangedikt om het zo wat meer spanning te geven.

4) Emotivistisch

Het boek is geschreven zoals een opa verteld over de dingen die hij vroeger allemaal heeft meegemaakt. Voordat Kwame zelfmoord pleegt is het nog een aardig gezellig boek maar daarna wordt Kwasi heel droevig.

5) Moreel

Ik vond het boek helemaal niet choquerend. Integendeel zelfs, ik denk dat het in die tijd een hele normale zaak was dat een zwarte het gewoon niet ver kon schoppen als werknemer voor de Nederlandse regering. Ook al was je dan een heel erg hoog op geleide zwarte je bleef een zwarte. Natuurlijk is dit tegenwoordig verschrikkelijk als je op je huidskleur wordt beoordeelt of je het ver kan schoppen in de wereld of niet.

6) Vernieuwend

Ik vond het een heel vernieuwend boek omdat ik eigenlijk geen ander boek ken dat over racisme en verraad in die tijd ken. Ik vond dit wel iets heel leuks aangezien veel literatuur boeken (die ik gelezen heb) meestal over de dood gaan of over seks.

7) Intentioneel

De recensent, Jeroen Vullings, schrijft in zijn recensie over dit boek: “ Mogelijk wil Japin kwijt dat racisme perspectiefbepaald is, dat aanpassen aan een andere cultuur in feite onmogelijk is”. Ik zelf heb dat tijdens het lezen er iet uit kunnen halen maar ik snap wel wat de recensent er mee bedoelt.

8) Personages

Ik krijg een goed beeld van de personages. Ze worden erg goed beschreven en er stond ook een portret van Kwasi in het boek, zodat je nog een beter beeld van hem krijgt. De personages staan ver van mijn belevingswereld af, dit komt omdat het verhaal in 1836 en 1900 speelt. Toch raakte ik wel betrokken met de personages, door alle beschrijvingen en gedachten van de personen die veel in het boek voorkwamen. De personen reageren niet voorspelbaar. De gevoelens van de personages hebben mij een beetje beïnvloed, vooral Kwame heeft me beïnvloed, ik zie nu heel goed in dat het heel moeilijk is om je aan te passen aan een andere cultuur. Ik vond Kwasi en Kwame heel sympathiek, maar een aantal van die zeekapiteins vond ik zeer gemeen. Ze hielden geen rekening met de verschillen in culturen. Van Drunen daarentegen was wel sympathiek en wilde de 2 prinsen graag helpen.
Met alle beslissingen van de prinsjes kon ik begrijpen waarom ze het deden. Wat ik wel wat lastiger vond was om me te verplaatsen in de prinsjes, want ik heb zelf nog nooit echt meegemaakt om me aan te passen aan een andere cultuur. Door de gedachten van de personages, kreeg ik wel meer een beeld van hen en kon ik me steeds beter in hen verplaatsen.

C) Achtergrondinformatie

3.1) Recensies

A1) Jeroen Vullings. Van zwarte prinsjes en wit cynisme. Vrij Nederland. 12-07-1997.

D1) De mening van de recensent is dat het een goed boek is maar dat de schrijver er te veel opgezochte informatie in wou verwerken. Hij noemt de rapporten, brieven, reisverslagen, enz. van historische figuren zoals Anna Paulowna, Willem 1e & 2e, prinses Sophie, enz. erg knullig overkomen.

A2)

D2)

D) Slot

1) Conclusie

De mening van de recensent Jeroen Vullings vond ik heel erg opmerkelijk. Ik ben het hier dus totaal niet mee eens. De recensent schrijft over de brieven en rapporten van belangrijke personen uit de geschiedenis : “Hij wil het zo keurig volgens de regels doen, waardoor het eindresultaat schools uitpakt”. Ik vind juist dat deze verhalen het boek weer vanaf een hele andere kant zien. Soms beleef je het zelfde moment 2 keer maar vanaf 2 verschillende oogpunten waardoor het toch weer een heel ander verhaal wordt.

2) Eindoordeel

Ik vond het een fantastisch boek om te lezen! Heel erg mooi beschreven, ik wilde gewoon elke keer niet stoppen met lezen, omdat ik me dan weer afvroeg hoe het verder zou gaan met Kwasi en Kwame. Het is mijn eerste hele dikke literatuurboek wat ik heb gelezen. Ik heb wel gemerkt dat ik niet meer zo’n dik boek ga lezen om daar een boekverslag van te maken, want als je alleen al kijkt naar de samenvatting, daar alleen al ben je uren mee bezig. Tot slot vond ik het een leerzaam boek, omdat je door dit boek iets meer leert van de Nederlandse geschiedenis. Het laat je kritisch naar de eigen geschiedenis kijken en dat vind ik erg knap gedaan.

E) Bronvermelding

· www.arthurjapin.nl
· LiteRom (op school)
· Uittrekselbank (op school)

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

A.

A.

Het eerste deel van de samenvatting is niet juist, Aquasi schrijft de verhalen op voor zijn nageslacht, en met name, Aquasi Junior, voor als hij ooit wilt weten over de geschiedenis van zijn vader

5 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

Simone

Simone

Fotosessie???? In die tijd?? Heb je het boek echt wel gelezen? Het was geen fotosessie. Ze werden geschilderd, dat is heel wat anders.

6 jaar geleden

Antwoorden

J.

J.

Ja, er werden toen al foto's gemaakt. Het plaatje in het begin van de zwarte man is zo een foto.

4 jaar geleden

gast

gast