ADVERTENTIE
Wil jij exposeren in het Rijks?

Heb jij een goed oog voor mooie beelden? Het Rijksmuseum zoekt jonge fotografen die hun talent durven laten zien. De prijzen: een tentoonstelling in het Rijksmuseum en je eerste betaalde foto-opdracht! Klik voor meer info over het thema en de wedstrijd.

Meer info

Feitelijke gegevens

  • 1e druk, 2020
  • 246 pagina's
  • Uitgeverij: De Bezige Bij

Flaptekst

Op de dag dat Hugo Tempelman een brief ontvangt van zijn arts neemt hij zonder de envelop te openen een rigoureus besluit. Jan Siebelink volgt hem vanaf dat moment op de voet. Hugo Tempelman is een vertrouwd personage dat feilloos past in het rijke oeuvre van de auteur, waar hedonisme en calvinisme minder ver uit elkaar liggen dan het lijkt. Het zijn geen wetten of praktische bezwaren die Tempelman in de weg staan, maar angst. Angst voor het Oordeel, maar vooral ook voor zichzelf.

Eerste zin

Dit verhaal begint in het RMC, Rijnstate Medisch Centrum, het voormalige gemeenteziekenhuis. Hier ben ik geboren en hier stierf mijn moeder.

Samenvatting

Proloog
Hugo Tempelman zit op een juni-ochtend in de wachtkamer van het Rijnstate medisch Centrum (Arnhem). Hij wacht op een afspraak met de specialist Kort die echter niet doorgaat. Diens assistente geeft hem een envelop met de uitslag van een biopsie. Hugo maakt die niet open, omdat hij vreest dat er slecht nieuws in staat. Hij verlaat bang en in zijn eentje het ziekenhuis. Zijn vrouw Ankie is al vijf jaar dood, kinderen heeft hij niet  en hij heeft een week ervoor zijn zieke hond Diderot laten inslapen. 

I
(verleden)
De kleine Hugo wacht in 1955 op zaterdagavond bij een viaduct op een koetsier die hem altijd een envelop meegeeft. Als zijn moeder op haar sterfbed ligt, bekent ze dat dit zijn echte vader is.

(heden)
Hugo rijdt langs zijn huis en zoekt de revolver op die hij thuis verbergt. Hij heeft die  nog steeds uit zijn militaire diensttijd overgehouden. Hij besluit die dag een einde aan zijn leven te maken, maar ook wil hij nog één keer langs diverse plaatsen en mensen rijden. Hij toert in zijn ietwat decadente cabriolet rond en  oefent zijn schietvaardigheid op een boom in een nabijgelegen bos. 
Hij begint zijn reis bij het bordeel 'Serre Chaude" (=Hete broeikas) waar hij na de dood van zijn vrouw Ankie op aanraden van zijn huisarts Ben Sadijn zijn seksuele toevlucht heeft gezocht. Maria (!) is daar zijn favoriete prostituee uit Midden-Amerika.  Gênant is dat zijn huisarts ook op Hugo zelf viel. Nadat Hugo eens een keer Maria had bezocht, ging zijn huisarts (die het bordeel ook bezocht) direct na hem bij haar naar binnen. Zo werd hij feitelijk ook een deel van Hugo.
Hugo geeft Maria bij het afscheid een extra hoge beloning, zodat ze een week niet hoeft te werken of een vlucht naar Santo Domingo kan boeken. Je kunt het beschouwen als een aflaatbrief voor zijn zondige handelingen.

II
(verleden)
Hugo vertelt  dat hij toen hij van zijn moeder had gehoord dat de koetsier zijn vader was, op zoek wilde gaan naar zijn halfbroer Henk, die in de buurt praktiserend magnetiseur was. Hij moet lang wachten in de drukbezette kleedkamer, maar uiteindelijk wil zijn broer niets van hem weten. 

In het heden rijdt hij naar de plantenkwekerij in Velp, waar een stagiaire liefde voor de bloemen toont. Het is Adam (!) Voerman. Die bekent dat hij homoseksueel is, maar omdat hij  Hersteld Hervormd is geen seksuele handelingen met zijn vriend wil plegen. Hugo vindt dat eigenlijk maar raar. Hij denkt ook na over zijn hond Diderot die hij een week geleden heeft laten inslapen, omdat hij een hersentumor had.

III
(verleden)
Dit deel begint met een flashback. Na de dood van zijn stiefvader Sievez wilde Hugo een paar dagen in retraite in een Brabants klooster. Als hij daar op 29 december uitkomt, ontmoet hij  toevallig bij een bushalte een mooie, jonge vrouw, Pauline Wijnhout. Ze komen in gesprek en ze blijken nogal wat raakvlakken te hebben. In plaats van naar Arnhem reist hij met haar mee naar Amsterdam en hij blijft bij haar overnachten. Even daarvóór had hij nog indruk willen maken op Pauline, door een dronken cafébezoeker (Jules, kunstenaar) een klap te verkopen.
Het is het begin van een opwindende relatie, ook seksueel gezien. Hugo en zijn vrouw Ankie hebben de laatste jaren geen behoefte aan seks meer. Toch houdt hij de relatie maar liever voor zijn vrouw verborgen.

IV 
Hugo rijdt verder door de omgeving. Hij ziet een man aankomen die hem doet denken aan een studievriend van vroeger, Hans Miserius. (verleden) Dat is een vreemde knakker met wie hij  een reisje naar Brussel had gemaakt. Hij was 20 en werd door een hoer uitgenodigd om seks te hebben, maar hij deed het niet omdat Hans er bij was. Het zou z'n eerste keer seks hebben betekend.

Als hij verder rijdt, komt hij een onbekende jogger tegen die hem iets toeroept over een God die waarlijk is opgestaan. Even daarna wordt de man door een trein aangereden.  Daarna bezoekt hij nog de koetshouderij waar zijn biologische vader koetsier was. Een vrouw van 104 jaar leidt hem nog een keer rond.

V
Hugo rijdt naar Amsterdam om zijn ex-minnares weer te ontmoeten, maar ze is niet thuis.
Hij denkt terug aan het verleden waar de bizarre situatie ontstond dat bij een Bach-concert in Amsterdam zijn vrouw Ankie en Pauline elkaar weer bij toeval hebben ontmoet. Ankie blijft  ook slapen bij Pauline. Bij thuiskomst was Ankie erg boos en wilde liever niets zeggen over wat er voorgevallen was. Ze voelde zich al die tijd door hem bedrogen.
Als hij overweegt om terug te rijden naar huis, komt Pauline aanlopen met een schaatsmutsje op. Is ze ziek? 

VI
Het blijkt dat ze kort ervoor haar hoofd heeft laten kaal scheren, omdat ze ingewijd wilde worden als monnik bij een soort Bhagwanbeweging. Ze heeft vanaf nu ook alle seksuele geneugten afgezworen. Ook masturbatie is voor haar eigenlijk verboden, want je moet je als mens volledig in jezelf keren en geen lichamelijk genot weer ervaren.

(verleden) De twee vrouwen Pauline en Ankie kunnen goed met elkaar opschieten (o.a. door hun gedeelde voorliefde voor muziek ) en ze gaan later met zijn drieën op reis. In Rome hebben ze uitgebreid seks met een triootje. 

(heden) Pauline moet die avond nog een vergadering bijwonen, maar ze gaan nog wel wat eten. Hugo wrijft met zijn hand over haar kaalgeschoren hoofd. Een gesprek over de angst voor de dood en over het zich alle genot ontzeggen volgt. Ook vertellen ze elkaar over de ergste momenten van schaamte die ze hebben meegemaakt. Bij de condoleance bij  Ankies dood  had Hugo zijn lusten niet kunnen bedwingen en hij had Pauline ingefluisterd dat ze nu voor altijd van hem was. Ook Pauline was in die tijd over de schreef gegaan, omdat ze terwijl Ankie doodziek in huis lag, Hugo had proberen te verleiden door niets onder haar jurk aan te trekken. 
Ten slotte biecht Hugo nog een ander moment van schaamte op, toen hij zag dat een collega van hem werk wilde maken van een studente met wie Hugo 'iets had.' (Daar wijst de titel van de roman op )

VII
Hugo blijft nog in Amsterdam ronddolen. Hij ziet een heel lange, zwarte  begrafenisstoet met koetsen (die ook al eens in een voorspellende droom van Ankie was voorgekomen). Hij gaat naar het café waar hij vaak met Pauline kwam. Daar ontmoet hij zijn cafévrienden Bob (barkeeper) en Jules (kunstenaar) weer. Hij ziet de tijd naar het middernachtelijk uur kruipen. Hij had gehoopt dat Pauline toch naar hem was teruggekomen. Dan haalt hij zijn revolver voor de dag en mikt in een vol café op een lamp. Het wordt een hels kabaal, maar in de herrie hoort Hugo toch nog net dat er een fiets tegen de pui van het café wordt aangegooid.

Personages

Hugo

Hugo Tempelman moet ongeveer 74 jaar zijn als hij op een juni-ochtend de gesloten envelop met de uitslag van de biopsie van zijn specialist krijgt. Hij vreest dat hij terminaal is en wil nog één dag leven. Hij pakt een verborgen revolver en reist de plekken van zijn leven achterna. Het begint bij zijn jeugd. Hij had eigenlijk geen vader en nadat zijn moeder ook gestorven was, wordt hij opgevoed door een godsdienstig echtpaar dat wel een kwekerij heeft maar geen kinderen. Dan begint het tweede deel van zijn leven (de kweekschool, de studie Frans, zijn privébestaan) Hij is bang dat hij straks voor de troon van God zal staan en niets belangrijks kan vertellen van wat hij aarde deed. Hugo is docent geweest, op een middelbare school en later aan de universiteit. Hij heeft de twintig jaar jongere leerling Ankie ontmoet en is met haar getrouwd. Maar hij heeft haar ook bedrogen met Pauline uit Amsterdam. Alle drie personen komen bij elkaar bij een reis naar Rome. Ankie wordt later ziek maar daarvóór heeft Pauline al besloten geen seks meer te willen met een man. Ze wil haar oude godsdienstige ideeën ontvluchten en een nieuw leven beginnen via het boeddhisme. Daarvoor moet ze onthechten. Hugo blijft zich op de laatste dag van zijn leven afvragen op welke manier hij aan alles kan ontsnappen. Hulp van God is een mogelijkheid, (heeft hij vroeger wel geleerd, vgl. de moordenaar aan het kruis op Golgotha) maar waar zijn de hulpmiddelen die de mensen in de Bijbel wel hadden? Of moet toch Pauline hem redden?

Ankie

Ankie is leerling geweest van Hugo. Ze heeft hem versierd en is ongeveer twintig jaar jonger dan Hugo. Wat ze doet, is niet bekend. Ze heeft twee zwangerschappen achter de rug, maar beide kinderen zijn kort na de geboorte overleden. Op een bepaald moment komt seks niet meer in de relatie tussen hen voor. Hugo gaat vreemd met Pauline en bij toeval ontdekt Ankie dat. Beide vrouwen zijn Bach-liefhebbers en bij een concert in Amsterdam ontmoeten ze elkaar. Ze kunnen het echter goed met elkaar vinden. Ze hebben ook seks met elkaar en zelfs één keer met zijn drieën. Hugo ontdekt ook dat zij en Pauline een keer veel plezier beleven aan het gelijktijdig spelen van een muziekstuk op de piano. Ankie wordt terminaal ziek en is vijf jaar geleden gestorven. Ze zal dus op dat moment nog geen vijftig jaar zijn geweest.

Pauline

Ook Pauline is twintig jaar jonger dan Hugo. Ze ontmoet hem bij toeval en neemt hem mee naar Amsterdam, waar hij de nacht doorbrengt. Ze krijgen een relatie. Pauline heeft een ook godsdienstige opvoeding achter de rug en dat betekent dat ze ook met een zondebesef is opgegroeid. In tegenstelling tot Hugo ontworstelt ze zich aan het geloof en bekeert ze zich in Amsterdam later tot het boeddhisme. Ze laat zelfs haar hoofd kaal scheren om monnik te worden, terwijl ze bij de kennismaking met Hugo heeft gezegd dat ze nooit d'r haar zou willen laten afscheren, omdat ze dat vernederend vindt. Op een bepaald moment onthoudt ze zich van alle seksualiteit, zelfs het genot van masturbatie ontzegt ze zich. Je moet immers in het leven alles kunnen loslaten.

Quotes

"Er is geen hulp, noch in me, noch buiten me. De brief in de witte envelop, met zijn kale feiten over de biopten, heeft me beet. Ik zie het bijna onleesbare doktershandschrift voor me. Een angstscheut schiet door mijn nierstreek. De brief luidt mijn einde in. Het is zeker dat ik ongeneeslijk ziek ben."

Bladzijde 15

"Van een vitale, fitte oudere, gebruind , sportief, altijd vol plannen, belangstellend ben ik in een welhaast ondeelbaar ogenblik omgetoverd in een radeloze, oude man die geen toekomst meer heeft, die het gevoel heeft dat zijn blik de hem omringende wereld al echt niet meer bereikt."

Bladzijde 35

"Dat was ongetwijfeld mijn geweten geweest, een leven lang beïnvloed door de zendbrieven van de apostel Paulus waarin hoererij als buitengewoon zondig wordt gezien."

Bladzijde 45

"Pauline Wijnhout had ik op een dag, vroeg in de ochtend, ontmoet bij de bushalte in het Brabantse Oosterhout. Om de dood van mijn pleegvader te verwerken was ik twee weken in retraite gegaan bij de benedictijnen."

Bladzijde 81

""Zonet moest ik ook aan de novice denken die zich vrijwillig liet kaalscheren. Het is helemaal niet aan de orde, maar zoiets zal mij nooit overkomen, ik wil anders gaan leven, dat is zeker."

Bladzijde 99

"Lief Huugje, dat zie ik. Je vindt het vreemd. Mijn haar ben ik kwijt. Ik ben ingewijd. Ik heb geprobeerd je te bereiken. Ik wilde jou voor de ceremonie uitnodigen. Jij hoorde erbij te zijn. Ik ben monnik geworden."

Bladzijde 173

"We hadden kennelijk behoefte aan het totaal ongeremde. Zelfs ik liet het passieve varen. Op dat grote, zachte bed kroop ik onder jullie door, terwijl ik een diepgaand betoog hield over de essence van Huysmans’ hoofdfiguur Des Esseintes. Ik was afwisselend in Ankies mond en die van haar en ik citeerde die zo vermaarde slotzin uit À rebours, waarin de hoofdfiguur zijn diepe angst uit voor een godloos universum. Ik bevredigde hen met al mijn vingers tegelijk vaginaal en anaal, het zogenaamde minollen, argot uit de pornowereld. Zij waren mijn pornomeisjes."

Bladzijde 183

Thematiek

Angst voor de dood
Hugo Tempelman is met zijn zwaar christelijke opvoeding bang voor de dood. Als hij na een biopsie voor prostaatkanker op een afspraak van de behandelend specialist een brief krijgt, durft hij die niet te openen. Hij is bang voor de dood, hoewel de specialist eerder heeft gezegd dat 90 % van de mannen van die leeftijd prostaatkanker heeft en dat "ze er niet dood aan gaan, ze gaan ermee dood." (blz. 13) Maar Hugo weet het zeker. Hij zal nog één dag willen leven hebben en hij gaat zijn revolver thuis ophalen die hij voor dit doel bewaard heeft. Hij is bang voor het oordeel van de strenge God die hij uit zijn gelovige opvoeding kent. Welke dingen heeft hij verkeerd gedaan? Hij heeft overspel gepleegd, hij bezocht hoeren. Wat zal God van hem vinden als hij voor Zijn troon staat? Op blz. 194 overdenkt hij : "Ik ben bang. Voor het sterven, voor wat er daarna komt. Er is zoveel dat mij aangerekend kan worden. Voor de mensheid heb ik niets betekend. Wel was ik een trouwe bezoeker van bekenden die in het ziekenhuis waren opgenomen en doneerde ruimschoots aan goede doelen. Maar er is geen enkele zekerheid dat daarginds een beschermende Vader op mij wacht. Zag Hij van verre toe of ik, Hugo Tempelman, wel op het goede pad bleef? Wanhopig zoekt hij naar zijn verlossing, maar daar waar zijn minnares Pauline haar godsdienstig besef van schuld en zonde van zich af heeft gegooid, door naar het boeddhisme over te stappen, is dat Hugo niet gelukt. "Vanwaar moet de hulp komen? (Psalm 121 ) Waar is de engel van Bethesda die het water in beroering brengt en de eerst aangekomen zwemmer van zijn kwaal geneest, waar is de genezende balsem van Gilead? Waar zijn de beschermende armen van Pauline? Komt de hulp van Bob (barkeeper) of Jules (de stamgast) of van de andere luidruchtige gasten in het café die hun angsten proberen te bezweren? Zwaar gelovige christenen met hun zondebesef, hun schuld-en schaamtegevoelens hebben het er maar moeilijk mee.Ook Jan Siebelink zelf die in een interview naar aanleiding van het Boekenweekgeschenk van 2019 ( Een jas van belofte) aangaf dat hij ondanks zijn leeftijd (en ook de inmiddels aanwezige prostaatkanker) het middel van het boeken schrijven gebruikt om de angst voor de dood weg te drukken. "Zo lang ik blijf schrijven aan een boek, ga ik niet dood."

Motieven

Prostitutie
Na de dood van zijn vrouw Ankie gaat Hugo op advies van zijn huisarts naar het bordeel Serre Chaude waar hij Maria, een favoriet hoertje uit de Dominicaanse Republiek heeft. Op zijn laatste dag gaat hij afscheid van haar nemen. Bij haar seksuele kunsten verstond deze Maria de kunst ook de vergelijking te maken met de Bijbelse hoer Rachab, een verhaal waarin ze bloed aan de deurposten moest smeren zodat de vijand aan de Israëlieten voorbij zou gaan. Dan zouden ze van de dood gered kunnen worden. Geldt dat van de dood redden ook voor Hugo? In 1958 (zie opm. onder Bijzonderheden) was Hugo in Brussel en daar werd hij als 20-jarige jongeman (die nog nooit 'een vrouw bekend' had-Bijbelse taal voor seks hebben met een vrouw) bijna verleid door een hoertje. Verbonden aan dit motief is dus het koppel Eros en Thanatos. De dood kan door de geile lust misschien verdreven worden.

Overspel
Hugo is getrouwd met Ankie, dus als hij seks bedrijft met Pauline, is dat overspel. Het spel wordt nog bizarder wanneer later ook Ankie Pauline ontmoet en ook seks met haar heeft. Het komt allemaal samen in een Romeins menage à trois. Ook zijn huisarts Ben Sadijn pleegt overspel. Die vertelt bovendien een verhaal dat een winkelier die hij kent elke week vreemd gaat in een club, terwijl zijn vrouw denkt dat hij naar het café gaat . Hij ziet haar onderweg met pech langs de snelweg staan, maar rijdt door, anders komt zijn overspel aan het licht. Bij thuiskomst hoort hij dat ze overreden is. De volgende dag knoopt hij zich in zijn winkel op uit schuldgevoel.

Zelfmoord
De zelfmoord van de overspelige man is niet de enige zelfmoord in het verhaal. Wanneer Hugo rondrijdt in zijn cabrio, ontmoet hij een jogger, die hem nog toeroept dat de Heere waarlijk is opgestaan. Een paar minuten later gooit hij zich voor de trein. Maar de manier waarop dat door |Hugo verteld wordt, is ongeloofwaardig. Een trein ontspoort toch niet door de zelfmoord van één jogger. Deze passage op blz. 132 geeft een pathetische beschrijving van de gevolgen van de sprong van de jogger. "Dan, het snerpende remmen, het door merg en been dringende schrapen van ijzer op ijzer, het kabaal van de ontsporende trein, die zich vastloopt in de rivierklei van de akker, de machinist die uit zijn cabine springt, op de grond valt en begint te huilen. Een moment later, in verbijsterende stilte, is het plofje van een voet met een roze gymschoen te horen, op het rood-witte beschermhekje. Vlak daarop het gillen van passagiers, het gebons op de ruiten."

De dood zelf
De dood zit is in de roman stevig opgenomen. De ouders van Hugo (de koetsier en zijn eigen moeder) zijn dood. Zijn pleegvader Hans Sievez is ook gestorven. Hugo 's vrouw Ankie is aan kanker overleden, vijf jaar geleden. Hugo heeft zijn hond Diderot een week voor zijn slechte bericht laten inslapen. Hugo beleeft zijn laatste dag. Hij weet dat hij aan het einde van de dag van plan is zelfmoord te plegen.

Ongeneeslijk ziek
Ankie was ongeneselijk ziek. Net als Hugo's moeder. Hans Sievez was ongeneeslijk ziek, zijn hond had een ongeneselijke hersentumor en Hugo denkt dat in de brief staat vermeld dat ook hij een ongeneselijke prostaatkanker bij zich draagt.

Kindertijd en armoede
Hugo heeft feitelijk geen vader gehad, hij is een buitenechtelijk oorlogskind van een koetsier. Zijn moeder heeft het arm en moet extra baantjes aannemen om zich financieel staande te houden. De koetsier geeft Hugo elke zaterdagavond een envelop met geld. Hij moet daarvoor angstig afwachten onder een viaduct en wachten of de koetsier daadwerkelijk komt. De man heeft een baantje als koetsier voor bruiloften en begrafenissen moeten nemen om dat geld aan Hugo's moeder te kunnen geven.

Godsdienst
Volop problemen zijn er bij de personages over de godsdienst. Zie voor een belangrijk deel voor deze informatie onder thema "Angst voor de dood." Ook de jonge stagiaire in de kweekkas die homoseksueel is (Adam Voerman) , mag van zijn kerkgenootschap (de Hersteld Hervormde Kerk) geen seks hebben met zijn vriend , omdat homoseks als zondig wordt beschouwd. Hugo worstelt zijn leven lang met zijn eigen problemen: leven tussen genot en zonde. Hoe zal God over hem oordelen na de dood?

Kinderloosheid
Ankie en Hugo hebben geen kinderen. Twee pas geboren kinderen zijn overleden. Ook Pauline heeft geen kinderen gekregen. Ze had wel een dochter van Hugo willen hebben en die zou dan Hannah hebben geheten. Hugo komt na de dood van zijn moeder bij het echtpaar Sievez dat ook geen kinderen heeft.

Jaloezie alom
Pauline is jaloers op Ankie en Ankie op Pauline. Maar Hugo is toch ook jaloers als hij ziet en weet dat de beide vrouwen ook seks met elkaar hebben. Wanneer Hugo nog een keer aan Pauline onthult dat hij een vriendinnetje onder de studenten had, zegt ze dat ze dan alsnog jaloers is, omdat ze altijd had gedacht dat ze de enige voor Hugo was. . Hugo was op zijn beurt weer jaloers op de collega-docent die iets met dat vriendinnetje zou willen proberen.

Zonde, schuld en schaamte
Deze trits van begrippen hoort hier min of meer bij elkaar. Wie zonde begaat, kan zich daarover schuldig voelen en zich ervoor schamen. Overspel is een zonde, daarover kun je je tegenover je partner schuldig voelen. Ook kun je je schamen voor de dingen die je hebt gedaan. In één van de laatste gesprekken tussen Pauline en Hugo vertellen ze elkaar hun ultieme schaamtemomenten. Dat was voor Hugo het moment dat hij tijdens de condoleance van Ankie nog bij de kist aan haar vroeg of ze nu voortaan van hem wilde zijn. Paulines schaamte bestond er in dat ze terwijl Ankie doodziek in haar kamer lag, Hugo tegemoet trad in een jurk waaronder niets zat.

Androgynie
Hugo Tempelman heeft wel iets van een androgyn over zich: iets van zowel een man als een vrouw. Wie Siebelink zelf kent, weet dat hij wel het type van een man is die zich ook vrouwelijk kan voelen. Er zijn diverse verwijzingen in de roman naar androgynie. Op blz. 106 beschrijft de verteller een schilderij "Liefkozingen" van Fernand Knopff waarin een androgyn zich vlijt tegen een sfinx met het soepele, zeer vrouwelijke lichaam van een jachtluipaard. Naar aanleiding van dat schilderij filosofeert Hugo op blz. 107: "In deze afbeelding voel ik de vermenging van het profane en het heilige , het verdorvene van de schoonheid...[ ... ] De gedachte is weleens in mij opgekomen: tegelijk in één lichaam, volledig man en vrouw zijn. het zou een hoop tijd schelen. " Ook heeft Hugo in Rome een ménage à trois (triootje) met Paiuine en Ankie, waarin hij op blz. 183 aangeeft dat ze toen eigenlijk alle drie tot het einde waren gegaan. En in dit opzicht kun je ook denken aan huisarts Ben Sadijn die hem na de dood van Ankie naar het bordeel stuurt. Op een keer gaan ze samen. Hugo bezoekt zijn favoriete Maria en als hij bij haar weggaat, komt Sadijn direct na hem binnenlopen om seks te hebben met Maria. in de auto terug vertelt hij dat hij zelf op Hugo valt en dat hij op die manier heeft geprobeerd dat gevoel van penetreren bij Maria te beschouwen als het penetreren van Hugo.

Toeval
Er is ook een rol weggelegd voor het toeval. Hugo ontmoet Pauline bij toeval bij een bushalte in Oosterhout. Later ontmoet Pauline bij toeval Hugo's vrouw als ze een Bach-concert in Amsterdam bezoeken en Ankie merkt dat er iemand anders op haar plaats zit. Pauline geeft ook toe dat ze bij toeval de ex-huisarts van Hugo, Ben Sadijn, heeft ontmoet in Amsterdam en dat ze met hem bevriend is geraakt.

Motto

"Les sources d'un écrivain, ce sont ses hontes"
- Cioran-
(let. De bronnen voor een schrijver, zijn z'n  schaamtes) In de roman komt inderdaad heel vaak het woord "schaamte "voor. Iemand die zijn leven overziet, weet dat er genoeg momenten zijn, waarvoor je je later zou moeten schamen.

En helemaal achter in het boek, eigenlijk nog een motto.
Älle dingen zijn door het Woord geworden, en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is. In het Woord was leven, en het leven was het licht van de mensen.
(Het evangelie naar Johannes 1;2-4 

Opdracht

Voor mijn kinderen
Anneleen Jeroen Janneke

Titelverklaring

De titel komt letterlijk voor aan het einde van deel VI. (blz. 216)  Hugo biecht  aan zijn minnares Pauline nog een geval van schaamte op. Hij was ooit verliefd op een studente en toen hij zag dat een collega ook werk van haar wilde maken, ging hij jaloers op hem af.

"Je schiet onder mijn duiven."
De man had blond, krullend haar, een bleek gezicht en helblauwe ogen.
Hij keek om zich heen en zei verbaasd:
"Maar waar zijn die duiven dan?
Hij keek nog eens. "Nee hoor, geen duiven."


Structuur & perspectief

Heel bijzonder is dat Jan Siebelink in deze roman  gebruik maakt van een ik-figuur. Hij schrijft zijn boeken meestal in de hij-vorm. In het verhaal wisselt Hugo Tempelman de o.t.t (verhaalheden) en o.v.t (het verleden) af.
De roman begint met een proloog, waarin Hugo een envelop krijgt overhandigd van een doktersassistente in het Arnhemse ziekenhuis. Daarin staat de uitslag van zijn biopsie voor prostaatkanker. Hij maakt de envelop niet open, voelt dat het bericht zo slecht is, dat zijn einde komt en besluit nog één dag te leven.
De rest van de roman wordt onverderdeeld in VII delen, waarbij de ik-verteller een afscheidsreis maakt van belangrijke plaatsen en mensen in zijn leven. 

Decor

De tijd
Zijn moeder vertelt aan Hugo dat hij in 1944 geboren is  en een kind van de koetsier die hij elke zaterdagavond ( bijv. in 1955)  opwacht om een envelop in ontvangst te nemen. Wanneer Hugo zijn biopsie laat doen, is hij al op leeftijd. In juni krijgt hij uitslag  en vervolgens beleven we zijn laatste dag mee. Dat moet op zijn laatst in 2019 zijn geweest. In dat geval is Hugo 74 jaar. De vertelde tijd is dus precies een dag.

De decors
Hugo Tempelman is in Velp geboren. In die omgeving rondom de Veluwe heeft hij zijn leven lang gewoond. Op zijn laatste dag bezoekt hij plaatsen die in zijn leven van belang zijn geweest. Hij begint de dag in het Arnhemse ziekenhuis, hij rijdt daarna langs de oude kwekerij van zijn stiefvader in Velp. Hij neemt afscheid van zijn favoriete prostituee, Maria, in een bordeel in een plaatsje vlak bij de Duitse grens (Kleve).

Daarna gaat hij terug naar de tijd waarin hij zijn minnares Pauline heeft ontmoet. Dat gebeurt bij toeval bij een bushalte in Oosterhout. Hij rest met haar naar haar woonplaats Amsterdam en daar speelt ook een stevig deel van de rest van de roman zich af. Omdat ook zijn vrouw Ankie een seksuele relatie met Pauline krijgt, reizen ze met zijn drieën naar Rome. In Amsterdam eindigt de roman met het 'schot.' 

Stijl

De roman is geschreven in de typische Siebelink-stijl. Het boek staat daasrom vol met verwijzingen naar de Bijbel. Dat komt zeker door zijn Gereformeerde opvoeding. Er zijn daarnaast verwijzingen naar literatuur (o.a. de gedichtenbundel Serre Chaude van Maeterlinck) en naar muziek (Bachs compositie  'De Profundis'), zoals dat in elke roman tot nu toe het geval was. 

Wat de Bijbel betreft zijn er verwijzingen naar of citaten uit de Bijbel over de apostel Paulus (blz. 45), de hoer (!) Rachab (blz. 46), de voor Herodes dansende Salomé (blz. 48). Tot twee keer toe komt de verwijzing naar de kale profeet Elia in het Oudtestamentische verhaal voor. Hij noemt de kaalgeschoren Pauline dan ook 'kaalkop.'
Maar ook verwijzingen als "Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren."(blz 142) en het scheurende voorhangsel in de tempel (!) op Goede vrijdag als Christus op Golgotha sterft (blz. 211)  
(Blz. 188) Ankie kwam uit de badkamer, voegde zich bij ons. We hoorden bij elkaar. Liefde en seksualiteit waren volkomen gekoppeld. Het was het paradijs. De slang was in ons." 

Ook worden Bijbelse verwijzingen wat implicieter vermeld.
Wanneer Bachs "De Profundis" wordt genoemd in de tekst , verwijst dit ook naar Psalm 130 "Vanuit de diepte roep ik u aan , mijn God"
Op blz. 122 staat: Ik kijk omhoog. Vanwaar zal mijn hulp komen."   Dat is echt niets anders dan een vrijwel letterlijke verwijzing naar psalm 121 "Ik hef mijn ogen op naar de bergenvanwaar mijn hulp komen zal."
Tempelman acht zichzelf terminaal. Op blz. 117. " Ik kan mijn hoop niet stellen op een engel die in oude tijden het water in het bad van Bethesda met haar teen aanraakte en geneeskrachtig maakte. Haar vleugels waren in staat alle ziekte weg te vangen.
Dit is verwijzing naar Johannes 5 vers : 4. "Want een engel daalde neder op zekeren tijd in dat badwater, en beroerde het water; die dan eerst daarin kwam, na de beroering van het water, die werd gezond, van wat ziekte hij ook bevangen was."
In Jeremia 8 vers 22 staat: Voorbij is de oogst, ten einde de zomer en we zijn niet verlost. Is er dan geen balsem in Gilead. Zij spannen hun tong als een leugenboog
. Ook in dit citaat wenst Hugo een vorm van genezing te verkrijgen, omdat de balsem van Gilead geneeskrachtige uitwerking had..

Bijna overbodig om hier te zeggen dat de namen van Maria (het hoertje) Adam Voerman, Pauline ( Paulus) Hannah (het nooit geboren kind van Pauline)  en Tempelman (het jongetje Hugo bezoekt op zondag altijd met zijn moeder in Ede de Tabernakel- een ander woord voor tempel) wel  Bijbelse verwijzingen zijn.

Maar overdaad schaadt.  

Slotzin

De stilte die na mijn woorden losbarst is een explosie, sterker dan het meest helse kabaal. Het is de stilte van het spoorwegviaduct na zes uur 's avonds. In die stilte, meen ik, veraf en verflauwd, te horen dat een fiets gehaast tegen de pui van het café wordt gezet.

Bijzonderheden

1. Siebelink schrijft zijn familieromans meestal met een personale verteller uit de familie Sievez. Dat is bijvoorbeeld het geval in het meest bekende werk "Knielen op een bed violen."  De Siebelink-kenner zal het daarom best vreemd vinden dat in dit boek wordt verteld dat vader en moeder Sievez zelf geen kinderen konden krijgen en o.a. daarom Hugo hadden geadopteerd.


2. Siebelink maakt in deze roman m.i. een vreemde tijdfout. Op blz. 21 staat dat zijn moeder op haar sterfbed heeft gezegd dat Hugo als kind van een koetsier in 1944 was geboren. In 1955 haalt hij de enveloppen met geld van zijn koetsier-vader op. Maar dan gaat de schrijver in de fout. Hij stelt in deel IV (blz. 125) dat hij in 1958 met zijn vriend Hans Miserius een reisje naar Brussel had gemaakt en dat hij toen maagd en al 20 jaar was (blz. 128). Dat kan dus niet, als hij in 1944 is geboren, is hij in 1958 nog maar veertien jaar en kan hij bovendien niet op de kweekschool hebben gezeten.
Hier maakt de schrijver wellicht een vergissing tussen zijn alter ego en zijn eigen persoon. Siebelink zelf  is namelijk in 1938 geboren en  zou  dus wel 20 haar  zijn ls hij in Brussel zou zijn.  (Niet goed geredigeerd!)


3. Van een verkeerde redactie is er nog een voorbeeld aan te wijzen:
Op blz. 13 staat dat Hugo veertien dagen geleden een biopsie door de arts heeft laten uitvoeren, nota bene vrijwel pijnloos. Dat is dus veertien dagen voordat hij zijn laatste dag beleven zal. Maar op blz. 141 vindt de vertelller het ineens 'een nogal onaangenaam urologisch onderzoek." Gekker wordt het en m.i. een vertelfout dat op blz. 225 staat dat dokter Kort de biopsie uitvoert met een soort revolver en zegt dat er wel wat bloed bij de volgende zaalozing kan voorkomen. Hugo besluit dan "Voor alle zekerheid drie weken te wachten voor hij Maria weer wil bezoeken. Dat kan niet want dat tijdstip ligt een week na de uitreiking van de envelop. Heel frivool beschrijft hij de handeling van het Domicaanse hoertje "poco prostaatfucking". Ook na diverse keren doorlezen begreep ik niet hoe dit kon.

4. Ook de volgende gegevens zijn vreemd. Nadat Ankie gestorven is, raadt zijn huisarts Ben Sadijn op blz.42  Hugo aan om eens hoeren te gaan bezoeken in Serre Chaude in de buurt van de Duitse grens. Van die mededeling is Hugo nogal ondersteboven, hij denkt dat het een nieuw soort broeikas in het Westland is. Maar na de eerste  kennsimaking met Pauline maakt hij een grap door te suggereren dat ze best in de buurt van Kleef een leuk betaalde baan zou kunnen nemen en hij bedoelt dan duidelijk een baan in een seksclub. (blz. 99) Ook die twee gegevens rijmen niet met elkaar, omdat Ankie op dat moment nog niet gestorven is en Hugo dus eigenlijk niet kan weten hoe het in die seksclub reilt en zeilt. (blz. 46 en 47) Nergens wordt gesuggereerd dat Hugo al eerder een bordeel heeft bezocht. Dat was ook niet nodig, want hij had voor zijn genot immers Pauline.

5. In de roman komen enkele 'motieven in engere zin'  voor: voorwerpen of situaties die door de roman heen een symbolische rol spelen.
I. De brief 
Er zijn heel veel verwijzingen naar de brief. Be belangrijkste brief is de brief die Hugo van zijn specialist krijgt. Hij verwacht dat daarin zijn doodvonnis zit. Hij neemt die brief de hele dag mee zonder hem open te maken. Hij komt er in zijn reisverhaal steeds op terug.
Een andere brief (envelop) is de envelop die Hugo elke zaterdagavond bij het viaduct moet ophalen bij een koetsier die zijn vader is. In die envelop/brief zit geld.
Hugo besluit ook een brief te schrijven naar Pauline die hij nog op die laatste ochtend post in Velp.(blz. 67) Het vreemde is dat hij daar niet meer op terugkomt als hij haar in Amsterdam ontmoet. 
Weer een ander type brief wordt gevormd door de zendbrieven van de apostel Paulus in het Nieuwe Testament, waarin die schrijft dat hoererij buitengewoon zondig is. Op die manier worden dus alle brieven in verband gebracht met óf schuld óf boete /straf.

II De revolver.
Hij heeft het wapen achtergehouden uit militaire dienst en haalt hem op om aan het einde van de dag zelfmoord te plegen. Hij noemt die revolver een aantal keer in het verslag van die dag. Hij oefent op een boom in het bos. Hij wil ook een kogel afvuren op het vervallen huis van zijn halfbroer, die hem niet wilde erkennen (blz. 68) Eigenlijk weer een afrekening dus. Uiteindelijk lost hij toch een schot op een lamp in het café. Als je nog eens terugleest dan merk je dat Hugo het biopsie-apparaat van de specialist ook als een soort revolver beschouwt, die pijltje in zijn penis jast. (blz. 225)

III  Het schaatsmutsje
Pauline heeft dat op wanneer het december wordt (blz. 111) Het krijgt een andere dimensie wanneer Pauline heeft besloten om monnik te worden. In tegenstelling tot wat ze eerder heeft beweerd, laat ze d'r haar afscheren en ze zet om dat te camoufleren een rood schaatsmutsje op. (blz. 170) Als ze het in een café weer afzet, kan Hugo haar kale hoofd aaien. En de kleuren van het mutsje:  eerst blauw en later rood. Verwijzen die niet naar de kleur van de onschuld en Maria (blauw) en de kleur van het genot en de hoer Rachab)  

IV De kwekerij.
In vrijwel alle boeken van Siebelink komt de kwekerij van zijn vader in Velp terug. In deze roman hebben zijn pleegouders de bloemenkas in Velp. Hugo gaat op de laatste dag ook de kas weer bezoeken en ontmoet daar de jonge homoseksueel Adam Voerman.

V. De droom
Drie keer komt de droom van de zwarte begrafenisstoet terug. Ankie heeft die droom als ze bij Pauline slaapt, Hugo vertelt er later weer over als hij bij Pauline is. In hoofdstuk 7 wanneer hij eenzaam door Amsterdam loopt, ziet hij zo'n  zwarte begrafenisstoet maar hij weet niet wie er begraven moet worden. De begrafenisstoeten wijzen ook terug naar de koetsier die Hugo's vader was. Die reed namelijk bruiloften en begrafenissen. In deze droom speelt het thema, de angst voor de dood, natuurlijk wel een belangrijke rol. 

Beoordeling

Allereerst een compliment, want het boek van Siebelink is fraai  (gebonden) uitgegeven en het boek heeft naast een mooie cover een lekker leesbare bladspiegel. Vooropgesteldkan ik zeggen  dat ik vanaf zijn debuut een grote fan van Siebelink ben. Maar deze  roman valt me toch tegen.
Siebelink heeft voor het eerst sinds jaren weer voor een ik-verteller gekozen, hij grijpt ook terug naar bekende personages in vorige boeken (Hans en Margje Sievez uit 'Knielen op een bed violen" em "Margje.".) 'Dat is raar voor een Siebelink-kenner. Ook het thema van de roman is Siebelinks: best origineel maar aan de andere kant ook wat  erg pathetisch. Waarom wil je meteen jezelf voor je kop schieten als je nog geen brief over de uitslag gelezen heb? Misschien was die uitslag heel positief, immers de dokter had twee weken geleden al gezegd dat  je niet "door prostaatkanker dood zou gaan. Zo dodelijk is prostaatkanker bij oude mannen niet.

Het verhaal heeft overigens voldoende spanning,  maar het is teveel overladen met thema's en motieven en ook nog met teveel personages die daardoor niet uitgewerkt kunnen worden. Ongeloofwaardig is de manier waarop Ankie en Maria elkaar ontmoeten en nog verbazingswekkender de situatie dat ze beiden Hugo in het klassieke Rome in een ménage à trois (eigenlijk een platvloers triootje) op fysiek gebied verwennen. Maar die seksscène is potsierlijk beschreven.

Niet al te geloofwaardig komt ook de spirituele ommekeer van Pauline Wijnhout over. Een vrouw die een paar jaar geleden nog erg aan d'r mooie krullen hechtte en d'r haar nooit zou willen afscheren, doet dat onder invloed van een Boeddhameester ineens wel. Het lijkt allemaal teveel bij elkaar gezocht en daarna gestopt in een kleine roman.

Maar wat me het meeste stoort, is dat het lijkt alsof er grote haast gemaakt moest  worden met het uitgeven van de roman. Er staan namelijk pertinente fouten in. Die heb ik al aangegeven onder het kopje 'Bijzonderheden' (zie aldaar) Zo'n  fraai uitgegeven boek van een bestsellerauteur mag je niet met dergelijke onzorgvuldigeden de wereld in sturen. Het is daarom te hopen dat het niet Siebelinks laatste roman is, hij verdient een mooier afscheid van de Nederlandse literatuur. Misschien bij een vervolgdruk toch eens kijken naar de gemaakte fouten.

Recensies

"Misschien is het grootste manco wel dat Jan Siebelink er steeds minder goed in slaagt om de dragende personages in zijn romans van elkaar en van hun schepper te onderscheiden, waardoor (hun) levens elkaar beginnen te overlappen. De consequentie is dat zij putten uit wat ten onrechte voorgespiegeld wordt als een gezamenlijk verleden. Zij delen uitgesproken voorkeuren, voorliefdes – ook in Maar waar zijn die duiven dan duiken Joris-Karl Huysmans en Claude Debussy (in hoeveel titels van Jan Siebelink zou Prelude à l’après-midi d’un faune inmiddels voorkomen) op – angsten en preoccupaties, waardoor het idee dat het uiteindelijk om een en hetzelfde personage gaat, een personage dat ook nog eens terug te voeren is op de schrijver, wordt versterkt."
https://www.hanta.nl/hant...siebelink/

"Maar wat Siebelink te vertellen heeft doet ertoe, en gaat de schaamte voorbij. Hij maakt het zijn ijdeltuit moeilijk, vooral bij het bezoek aan Pauline, de bijvrouw, inmiddels ingewijd als mystieke monnik. Zij blijkt écht verlicht: ‘Het gaat erom jezelf te verliezen’, weet zij – en dat is alles wat hij heeft. Hun gesprek is het hoogtepunt van de roman én op het weeïge af zweverig. Dat lijkt me de bedoeling, want die ambivalentie schuurt, bij Tempelman en bij de lezer."
https://nrcwebwinkel.nl/a...w/id/3157/

"Wat zien die vrouwen in deze Tempelman? Hij is egocentrisch, ijdel, doet stoer maar zwelgt in zelfbeklag. Zijn het toch die linnen pakken, die zweem van sensitiviteit? Hoeveel hij ook praat en denkt, de zelfgenoegzame Hugo komt niet uit de verf in dit rommelige boek. Hij zegt wel dat hij een radeloze oude man is, maar we voelen het niet. Ten slotte moet dat pistool natuurlijk afgaan, volgens de ijzeren theaterwet van Tsjechov. Het wordt een schot in de lucht, net als deze roman."
https://www.trouw.nl/cult...ogle.nl%2F

"Siebelink laat zijn hoofdpersoon vanuit de eerste persoon vertellen, vaak in de tegenwoordige tijd. Dat is geen gelukkige keuze. Zo’n vertelperspectief brengt je idealiter heel dicht bij de hoofdpersoon. Je zit in zijn hoofd, beziet de wereld met zijn blik. In Maar waar zijn die duiven dan vertelt Tempelman juist over zijn leven alsof hij er van bovenaf over spreekt, zonder de grote woorden tot leven te wekken met sprekende beelden. Het is meer uitleggen dan invoelbaar maken, en dat uitleggen gebeurt vaak op een toon die elke spanning of betekenis doodslaat."
https://www.parool.nl/kun...ogle.nl%2F

"Door bizar toeval krijgt Tempelmans vrouw Ankie (die hem ‘meer dan wie ook ter wereld liefheeft’) zelf óók een affaire met Pauline. Tempelman denkt in alle ernst terug aan een triootje waarbij hij ‘een diepgaand betoog’ hield over ‘de essence’ van Huysmans’ hoofdfiguur Des Esseintes. ‘Ik was afwisselend in Ankies mond en in die van haar en ik citeerde die zo vermaarde slotzin uit À rebours.’ Potsierlijker kan niet."
https://www.volkskrant.nl...ogle.nl%2F

"Je zit de hele dag in het hoofd van Hugo en dat is geen pretje. Het wemelt van de citaten, al dan niet uit de Bijbel. Dat continue gekoketteer met seks, geloof en eindigheid levert in dit geval een draak van een boek op. Maar dus wel ongewild humoristisch."
https://www.tzum.info/202...uiven-dan/

Bronnen

Afbeelding van het schilderij Liefkozingen

https://okv.be/sites/defa...resses.pdf

Overhoor jezelf

Op de laatste dag van zijn leven onderneemt Hugo Tempelman een reis naar zijn 'verleden' Welke voorwerpen zijn daarbij onafscheidelijk voor hem?
Meerdere antwoorden mogelijk
Hugo lijdt aan teelbalkanker.
Bewering I : Hugo bezoekt na de dood van zijn vrouw regelmatig een bordeel in de buurt van de Duitse grens.
Bewering II : Hij heeft daar seks met vrijwel alle meisjes.
bewering III : Zijn favoriete hoertje is echter Eva, een meisje uit de Dominicaanse republiek.
Bewering I : De roman heeft een proloog en een epiloog.
Bewering II : De roman is onderverdeeld in zeven delen.
Bewering III: De roman wordt chronologisch verteld.
Het toeval speelt een rol van betekenis in het verhaal van Hugo.
Welke plaatsen spelen een belangrijke rol in het verhaal?
Meerdere antwoorden mogelijk
Wie bepaalt het perspectief in de roman?
Welke drie begrippen zijn in deze roman onlosmakelijk met elkaar verbonden?
Meerdere antwoorden mogelijk
Wat is het thema van deze roman?
Welke motieven herken je in het boek?
Meerdere antwoorden mogelijk
De roman heeft een gesloten einde: Hugo schiet zichzelf dood in een Amsterdams café.
Hugo leeft met de vraag of hij - als hij voor Gods troon staat- wel goed genoeg geleefd heeft?
Een belangrijk stijlkenmerk in deze Siebelink roman is dat de verteller .....
Ankie en Pauline vinden elkaar in hun liefde voor de klassieke muziek. Van welke componist zijn ze beiden fan?
Welk personage in de romen stelt de vraag van de titel?
Welke beweringen over het huwelijk van Hugo en Ankie zijn waar?
Meerdere antwoorden mogelijk

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit ZekerWetenGoed-verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.