Hoofdstuk 2A De Griekse Beeldhouwkunst

1. Beelden Alom

techné -> de term die de grieken gebruikten voor vakmanschap, hieronder vielen dokters en schipbestuurders, maar ook kunstenaars vielen hieronder.

Functie Griekse Beeldhouwkunst:
tempels stonden vol met beelden als dankbetoon voor de goden
er waren schathuizen waar burgers kostbare wijgeschenken voor Zeus konden opstellen
Op begraafplaatsen stond het helemaal vol met beelden van de overledenen
Belangrijke burgers werden geëerd door beelden van hen neer te zetten op de agora (grote plein in centrum van de stad)
Belangrijke boodschappen werden in platen gehakt en ook op de agora gezet
Overwinningen werden in reliëfs weergegeven.
Beelden herinnerden de mensen aan de aanwezigheid van de goden

2. De Archaïsche periode (650-480 v. Chr.)

grote monumentale sculptuur -> het maken van grote, vrijstaande beelden van marmer (begon rond 650 v.Chr.)

grieken hebben het afgekeken van egyptenaren. Verschillen tussen egyptische en Griekse beelden:
griekse beelden hadden een voetstuk nodig omdat ze heel realistische waren gemaakt en konden niet alleen op voeten rusten.
Egyptische beelden hadden een ruggensteun of rustten tegen muur, waardoor ze konden blijven staan. Hierdoor zagen ze er onbeweeglijk uit.

Koré -> vrouwenbeelden
Korai -> (mv. vrouwenbeelden) meisjesbeelden
Kouros -> mannenbeelden
Kouroi -> (mv. mannenbeelden) jongemannenbeelden

Mensen lieten zich als ideaalbeeld jong afbeelden

Stijlkenmerken vroege Griekse kouros:
amandelvormige ogen
“slakkenhuis krullen” (de haarstrengen)
lichaamsdelen die met lijnen in elkaar overlopen, en dus niet vloeiend.
De archaïsche glimlach -> dat vonden de beeldhouwers waarschijnlijks e makkelijkste manier om een mond weer te geven (in 500 v.Chr. is de glimlach verdwenen)

De grieken experimenteren veel en boeken veel vooruitgang in de beeldhouwkunst.

480 v Chr. -> einde van de Archaïsche periode (ill. 5), de zogenaamde Kritios-jongen maakt een eind aan deze periode. Het is een beeld met meer beweging en opgerold haar.
3. De klassieke perdiode (480-323 v.Chr.)

de strenge stijl (480-450):
men streeft naar een natuurgetrouwe, samenhangend geheel als beeld.
Ogen liggen diep in kassen
Dikke oogleden
Een zware, stoere kin
Zeer gestileerd haar
Kijkt toeschouwer droefgeestig aan

De blonde jongen is hier een voorbeeld van. (ill. 6)

De discuswerper van Myron (ill.8) maakt eind aan strenge periode. Er zit veel beweging in het lichaam, maar torso volgt de bewegingen niet, dus lijkt het beeld nog steeds veel te stil te staan. Het originele Griekse versie van dit beeld was van brons en dus steviger dan de marmeren kopie van de Romeinen.

Gieten van bronzen beelden:

Indirecte methode
eerst wordt een kneedbaar beeld gemaakt
daar wordt een mal van gemaakt en aan de binnenkant met was bekleed
de mal word over een kleibrouwsel heen gedaan
het geheel wordt verhit en de was loopt eruit
in de lege holte wordt brons gegoten

directe methode:
beeld wordt tot in de details gemaakt
hier wordt was omheen gedaan
het geheel wordt in een mantel van gips en gravel gezet en het wordt verhit
het was loopt eruit en in de lege holte wordt brons gegoten

nadeel directe manier -> als het mislukt is er geen mal, want die is niet gemaakt.

Beelden van Riace:
twee beelden bij Riace (zuid-Italië) gevonden in de zee in 1972
beelden zijn van brons en zeer gedetailleerd uitgewerkt.
Op directe manier gemaakt
Standbeen-speelbeen houding, S-curve in rug, gehele houding wordt contraposto genoemd.
Beelden niet in zelfde tijd gemaakt

Polyclitus:
beste contraposto houding.
Schreef een boek over goede lichaamsverhoudingen
Maakte het werkelijkheid in zijn beeld: Doryphorus (450 v Chr.)
Maakt gebruik van idealisme (alles is perfect en niets uit verhouding)

Tot in de 4e eeuw: vrouwen gekleed afgebeeld
Eind 4e eeuw: beeldhouwer Praxiteles maakt naakt beeld van Aphrodite. Iedereen vindt het mooi, het wordt een trend.Vanaf 340 ook veel naakte vrouwenbeelden.

Vrouwen worden met doek afgebeeld. Plooien accentueren bepaalde lichaamsdelen.
Eind 5e eeuw: Natte stijl, lichaamsvormen tekenen zich duidelijk door de kleding af.

4. Het Hellenisme (327-23 v.Chr.)

De tijd vanaf de dood van Alexander de Grote tot Augustus, de eerste Romeinse koning.

Alexander de Grote:
zoon van Philippus, de koning van Macedonië.
Werd leider van de Grieken
Versloeg ook Perzië en andere volken en werd ook hun leider.
Hij wilde de Perzische en Griekse cultuur mengen. Als voorbeeld trouwde hij de Perzische prinses.
Na zijn dood valt rijk uit elkaar.

Hellenisme:
Na dood Alexander, veel oosterse invloed op Griekse beelden.
Burgers werden erg op zichzelf aangewezen en niet meer met z’n allen beschermt -> individualisme. Ook beelden kregen daar sporen van mee.
Er komt meer aandacht voor emoties, normale omstandigheden waar een beeld zich in kan bevinden, en ook kinderen en oude mensen en niet-Grieken worden afgebeeld.

Vier stijlen van het Hellenisme:
Realisme: Een beeld van de werkelijkheid, zonder idealisme
Barok: Benadrukking van emoties en dramatiek door gezichtsuitdrukkingen, houdingen, bewegingen, spierbundels of zware plooien.
Rococo: luchtige stijl vol humor en erotiek. Vaak spelende kinderen of Eros.
Classicisme: Nabootsing van de klassieke periode.

Hoofdstuk 4. Het Atheense toneel: Tragedie en Komedie

1. Het toneelfestival

De Grote Dionysia:
vijfdaags toneel festival, om het begin van de lente (het leven) te vieren. Rond eind maart gevierd.
Dionosustheater (17000 plaatsen) werden de stukken in opgevoerd.
Drie dagen lang, drie tragedies per dag, per schrijver. Afsluitend met satyrspel en komedies.
Festival was ook een wedstrijd en winnende schrijvers en dichters kwamen op een monument te staan.
Rijke Atheense burgers moesten het festival grotendeels bekostigen.
Werden ook gedichten voorgedragen.

Het publiek:
het publiek was vroeger belangrijker dan nu, toen gingen er veel meer mensen naar zo’n festival
iedereen was welkom, van vrouwen tot slaven tot vreemdelingen. (entreegeld voor de armen werd gesubsidieerd)

De jury:
Na afloop van de voorstellingen werd door een, uit het publiek gekozen, jury de winnende dichter uitgekozen.
De jury ging op reacties van het publiek af, maar werd ook vaak geïntimideerd.
Ook beste hoofdrolspeler kreeg een prijs
De winnende sponsor kreeg een drievoet als prijs

44 toneelstukken:
stukken werden nooit opnieuw opgevoerd (op die van Aeschylus na, die werden van tijd tot tijd nog wel eens opgevoerd)
men schat dat er in de 5e eeuw in totaal 900 tragedies en 300 komedies zijn opgevoerd op de Dionysia en ze waren (bijna) allemaal nieuw.
Er zijn lijsten met namen van schrijvers en titels, maar van slechts vier schrijvers zijn nog volledige stukken over (Aeschylus, Sophocles, Euripides, de tragedie schrijvers en Aristophanes een komedieschrijver)
Zij hebben in totaal 350 stukken geschreven waar er 44 van over zijn.

Hoe ging stukken verloren:
omdat bijna alles op papyrus werd geschreven en dat was niet bestemd voor meervoudig gebruik en verandering van vochtigheidsgraad.
Stukken werden vaak na één keer niet meer gebruikt en daarom niet overgeschreven
Die van de ‘vier’ zijn nog veel in scholen voorgelezen gebleven en daarom veel overschreven en vaak verdubbeld.

2. De grote drie

Aeschylus (525-456)
90 tragedies geschreven, 7 bewaard gebleven, waaronder één trilogie (samenhangend geheel van drie tragedies), de Oresteia.
Hij hield ervan indruk te maken op zijn publiek met mooie kostuums, een koor en mooie dansen en bewegingen.
Er zijn twee toneel spelers en het koor is belangrijk
Zijn gedachte achter toneelstukken was dat niks door toeval gebeurde maar alles door de goden.

Sophocles (495-406)
173 stukken, zeven bewaard gebleven. 24 maal de eerste prijs gewonnen, dus met 96 stukken succes gehad.
Zeer geliefd bij stadgenoten
Voerde als eerste drie toneelspelers in
Liet zijn mening door het koor naar voren komen
Besteed veel aandacht aan zijn karakters, die zijn standvastig, wat hun ook gebeurd.
Zijn mening over Euripides: “Euripides beeld de mensen uit zoals ze zijn, ik zoals ze moeten zijn.”

Euripides (480-406)
92 tragedies, 18 bewaard
groeide op in de tijd van de strijd tegen de Perzen en in het vrije Athene was een nieuw tijdperk aangebroken
door zijn stukken schemert de geest van de Griekse Verlichting
werd de filosoof van het toneel genoemd
zijn karakters waren als een echt mens en geven de stukken een psychologische inslag.
Won 5 keer de eerste prijs
Na zijn dood bleven zijn tragedies het populairst

3. De stof van de Tragedie

vaak mythologische verhalen
veel zelfde onderwerpen door verschillende dichters behandeld
dichter kon de teksten veranderen en zijn eigen ideeën in het stuk kwijt, maar de kern moest het zelfde blijven.
Dichter kon met mythe als uitgangspunt een eigen plot verzinnen.

4. Het theater

Voorstellingen vonden plaats in het Dionysustheater.
In de vijfde eeuw, de dansvloer en houten zitplaatsen en tijdelijk decor gebouwd.
330, het stenen theater gebouwd.
Vooraan waren banken gereserveerd voor de leiders van Athene en de priester.
Iedereen nam plaats op het theatron, het koor zong in de orchestra, acteurs speelden voor de skènè (gebouw om je om te kleden.
Het theater had een goede akoestiek

5. De uitvoering

Oorsprong tragedie:

Ontstaan uit een choros (koor). Bestond uit mannen en jongens en bij wedstrijden kregen ze een bok (tragos) als prijs.

Tragoidia: bokkenzang

Op een gegeven moment ging een solist tegenover het koor staan en ontstond een samenspraak. Deze solist was de eerste toneelspeler, die het verhaal uitbeeldde.
Dat is de oorsprong van drama, dat eigenlijk ‘handeling’ betekend.

Aeschylus voegde een tweede acteur toe en Sophocles de derde. Nog steeds traden alleen mannen op.

De speler met een dubbele fluit leidde het koor/muziek.

Structuur van de tragedie:
speelde zich op één plaats af (meestal tempel of koninklijk paleis)
gebeurtenissen die op andere plaatsen gebeurden werden door bodes aan de acteur verteld (bodeverhalen)
tijd zat aan elkaar vast, dus geen tijdsprongen
proloog: daarin wordt verteld wat er is gebeurd voor het toneelstuk begon
koor blijft het hele stuk op dezelfde plaats (orchestra)
koor afgewisseld door dialogen/monologen
exodos: slot van de tragedie. Iemand brengt een oplossing.

De taal van de tragedie:
geschreven in verzen (rijmen niet!)
ritme en woordkeuze maken het tot Griekse poëzie

De opvoering:

We weten alleen wat er in de teksten stond, maar van de muziek, kostuums, decors en dansen weten we niets. Allen kostuums en decors kunnen we van sommige vazen afkijken, want daar stonden soms scènes uit stukken afgebeeld.

Toneelmachines:
Stukken speelden zich overdag af.
Moorden werden achter het decor gepleegd en daarna werd het lijk het podium opgedragen.
Deus ex machina: ‘god uit de machine’ -> een god die aan het eind een situatie kwam oplossen, die het theater in kwam ‘vliegen’ met behulp van een hijskraan.
Geluidseffecten werden met makkelijke hulpmiddelen gemaakt. Bv. Hoefgetrappel: blokjes hout tegen elkaar slaan

6. De komedie

Oorsprong: komos -> feestelijke optocht ter ere van Dionysus, waar werd gezongen, gedanst en grappen gemaakt.
Dat is uitgegroeid tot een mengeling van: grappen, dans, toneel vol woordspelingen, schunnige grappen, zang en satire.
Vanaf de vijfde eeuw v.Chr. werden ook politici en actuele gebeurtenissen op de hak genomen.
Stuk is vaak een absurd verhaal.
In de vierde eeuw: blijspelen -> humor van misverstanden in huiselijke kringen

Aristophanes (450 –385)
40 blijspelen, 11 bewaard
De vogels: 1 van bekendste stukken -> twee mensen stichten nieuwe staat tussen hemel en aarde, waar geen ellende meer is.
De wolken: 1 van bekendste stukken -> onderwijs van bekende Socrates belachelijk gemaakt. Koor verschijnt in wolkachtige pakken, die net zo zweverig zijn als de theorieën van Socrates.
De kikkers: bekend stuk -> Dionysus gaat naar onderwereld om tragedieschrijver terug te halen. Hij keert terug met Aeschylus. Kikkers vallen Dionysus lastig als hij de Styx (rivier in onderwereld) oversteekt.
Opvalland aan alle stukken: Parabasis -> geeft via het koor mening over actuele kwesties.

7. De Poëtica van Aristoteles

Poëtica: boek van Aristoteles een filosoof en geleerde.
handboek met richtlijnen om een goede tragedie te schrijven

Tragedies als vorm van uitbeelding (mimesis)
mimesis -> uitbeelding of nabootsing
beeldende kunst moest de werkelijkheid afbeelden en hoe meer het op het ‘echt’ lijkt hoe beter het stuk is

verschillen epos en tragedie/komedie
epos -> geen muziek, alleen woorden
epos -> alleen verteller aan het woord, tragedie/komedie -> acteurs en koor aan het woord

verschillen epos/tragedie en komedie
epos/tragedie -> personages moeten serieus genomen worden, komedie -> personages moeten je aan het lachen maken

Volgens Aristoteles vormt een poëtische uitbeelding een beter beeld van de geschiedenis, dan de registratie van de geschiedenis zelf en heeft dus een grotere, algemene geldigheid n is ook ‘filosofischer’ .

Voornaamste element van de tragedie: het plot (mythos)
belangrijkste element van tragedie is het verloop van de handelingen van de personages: het plot
Belangrijke onderdelen van het plot:
 peripeteia -> radicale veranderng van een gebeurtenis, bijv. van geluk naar ongeluk
 anagnorisis -> herkenning van iemand ware identiteit, of het probleem onder ogen zien, dus herkenning van iets.
als deze twee goed zijn verwerkt is het volgens Aristoteles de beste tragedie

Tragisch effect: medelijden en angst

Aristoteles zegt dat plot zo in elkaar moet zitten dat niet alles duidelijk is dus dat het plubliek medelijden (eleos) en angst (phobos) meevoelt met de personen.

Het moet niet overdreven, medelijden wordt verwekt door het ongeluk dat iemand krijg wat hij niet verdient. Angst word verwekt doordat dat ongeluk ons ook makkelijk kan overkomen. Om dat te bereiken is een peripeteia nodig, en wel van geluk naar ongeluk.

Tragische effect is het grootst als het fatale ongeluk te wijten is aan een vergissing of beoordelingsfout van de karakter zelf -> wordt hamartia genoemd.

Aristoteles zegt dat mensen sterker worden door het kijken naar een goede tragedie, omdat ze hun eigen brein reinigen van heftige emoties, omdat ze de emoties van het stuk voelen en hun eigen emoties opzij kunnen zetten.

Hoofdstuk 5: Mythe en Rite

2. Acropolis, Agora en Kerameikos

Het Parthenon en Erechtheum:

De Acropolis, de tafelberg in Athene waarop het religieus centrum van de stad stond, is in 480 v. Ch. verwoest in de oorlog met de Perzen. De grote Athenetempel ging hierbij verloren. De Atheense leider Pericles wilde, toen Athene eenmaal de machtigste stad van Griekenland was, van de Acropolis het religieus centrum van het land maken.

Phidias, beroemde beeldhouwer, stond aan de leiding van de wederopbouw. Het Parthenon (letterlijk: “In het maagdenhuis”) diende als woning voor Athene en was de mooiste tempel die de Grieken ooit gebouwd hebben. De Fries (rondlopend beeldhouwwerk) is door de Brit Lord Elgin grotendeels naar London gebracht.

Ander bekend bouwsel op de Acropolis is het Erechtheum, de oudste en heiligste tempel van Athene. Hier stond onder andere de olijfboom die Athene geplant had, en de afdruk van de drietand van Poseidon.

Christenen maakten in de eerste eeuwen na Christus van het Parthenon een kerk, in de middeleeuwen verviel de Acropolis deels. Na de overwinning van de Turken op de Grieken in 1458 werd het Parthenon een Moskee, en het Erechtheum een huis voor de harem van de vorst. In de 17e eeuw vochten de Venetianen tegen de turken om Athene. De Turken hadden van het Parthenon een kruitopslag gemaakt, een Duitse officier in dienst van Venetië gooide er een kogel in en… boem… dagdag Parthenon.

De Agora
Agora ‘Verzamelplaats,’ groot marktplein met daaromheen overheidsgebouwen. De Atheense Agora was omgeven door een zuilengallerij, Stoa, die schaduw bood.

De Kerameikos
De Kerameikos, pottenbakkerswijk, lag binnen de oude stadsmuren. Belangrijker was het zogenaamde ‘Buiten-Kerameikos,’ dat de grootste en belangrijkste begraafplaats herbergde.

Hoofdstuk 8: Socrates en zijn voorgangers

3. Presocraten

Presocraten: filosofen voor Socrates.

Jonische natuurfilosofen: uit Jonie (west-Turkije). Hadden wetenschappelijke interesse.

Eleaten: uit Elea (zuid-Italië). Houden zich bezig met wat zich achter waarneembare processen van de natuur afspeelt.

Heraclitus: zijn filosofie is die van het ‘worden’.

Eerste filosofen geïntrigeerd door:
natuur onderhevig aan verandering
iets laat alle veranderingen tot stand komen
Oudste filosofen maken meer gebruik van zintuigen.
Vanaf vijfde eeuw: het verstand wordt het belangrijkst, zintuiglijke kennis wordt niet hoog ingeschat.

Eleaten: Belangstelling voor wat er achter zichtbare werkelijkheid schuilgaat. Zij zeggen dat alles wat veranderd niet bestaat en dat alleen verstandelijk denken de enige weg is. Verandering was een bedrog van de zintuigen volgens hun.

Door deze denkwijze filosofie in een impasse geraakt: als alles wat veranderd niet echt is, is de wereld dat ook niet.

Jongere natuurfilosofen: geloven dat werkelijkheid twee verschillende aspecten heeft:
de veelheid (veranderd voortdurend)
het constante
Ze hadden als antwoordt op kritiek van de Eleaten op Jonische filosofen: alles wat veranderd blijft hetzelfde alleen samenstelling (elementaire bouwstenen) wordt anders.

Anaxagoras (499-429)
een van de jongere natuurfilosofen
tijdgenoot van Socrates
afkomstig uit Clazomenae (westkust Turkije), maar leefde in Athene, opgenomen in vriendenkring van staatsman Pericles.
Door hem natuurfilosofie naar Athene gekomen.
Zegt dat basiselementen van wereld gelijk zijn aan spermata. (oneindig veel en bevatten alle eigenschappen, maar zijn toch allemaal weer verschillend. Zaden zelf onveranderlijk, maar mengen en daardoor ontstaan weer nieuwe dingen.
Gaf dus antwoord op vragen zoals: hoe kan het een in het ander veranderen.
Zegt ook dat de wereld is ontstaan door:
o Eerst was er een ongeordende massa stoffen
o Een Nous (geest) zorgde dat het ging draaien
o Bepaalde stoffen gingen mengen of zich afscheiden
o Zo ontstond de wereld.
o De Nous heeft de wereld na de ‘duw’ met rust gelaten.

6. Socrates: de bronnen

Vier belangrijkste bronnen waardoor we Socrates kennen zoals we hem kennen:

Aristophanes (450-385)
komedie ‘de Wolken’ geschreven waarin Socrates centraal staat;
komedie bedoelt om bekend mensen te bespotten: Socrates kennelijk bekend genoeg om grappen over te maken en ook nog een overwinning te halen met het stuk ook.
Het beeld is niet alleen door grappen vertroebeld, het moet ook herkenbaar zijn geweest voor het publiek, dus er zullen ook wat gekarikaturiseerde trekjes van Socrates in hebben gezeten.
Sjofele ‘filosofenmantel’
Geringe belangstelling voor inwendige van de mens.
Uithoudings- en doorzettingsvermogen
Verlaagde zich nooit tot vleierij

Xenophon (430-354)
leerling van Socrates en 40 jaar jonger
kwam toevallig met hem in contact. Socrates versperde hem de weg in een steeg en vroeg waar hij eten kon kopen en daarna waar alle mensen goed waren, Xenophon wist het laatste niet en Socrates zei: ‘kom dan bij mij in de leer.’
Heeft vier boeken over Socrates geschreven: Memorabilia (herinneringen aan Socrates), Oeconomicus (vraag hoe men een landgoed moet runnen), Symposium (een drinkgelag, feestje), Apologie (verdedigingsrede van Socrates)
Belangrijkste werk is Memorabilia:
o Socrates voert vragenderwijs gesprekken met uiteenlopende mensen uit de maatschappij die gaan over Ethische onderwerpen.
o Socrates voert deze om morele eigenschappen van de mens te onderzoeken en wilt tegenargumenten weerleggen.
o Rode draad in het boek: Socrates is niet schuldig aan waar ze hem voor veroordeeld hebben.
o Socrates komt naar voren als brave, moraliserende burger, die juist veel personen van slechte daden heeft afgehouden.

Plato (427-347)
leerling Socrates en 40 jaar jonger.
Was 20 en Socrates 60 toen hij leerling werd.
Maakt in zijn oeuvre gebruik van dialogen tussen 2 of meer personen, in bijna alle dialogen is Socrates aanwezig, de vraag is:
o Heeft Plato niet een deel zelf bedacht?
o Waarschijn bouwt Plato voort op wat hij geleerd heeft
o Vroegere dialogen leggen meer linksmet Socrates dan latere dialogen
Apologie geschreven door Plato: redevoering van Socrates vlak na zijn veroordeling
Critio: Gesprek met Socrates vriend Critio die voorstelde om de vrienden van Socrates hem naar het buitenland te laten vluchten, maar Socrates wilde zich aan de wetten houden en zijn lot ondergaan.
Phaedo: gesprek tussen Socrates en zijn vrienden op de dag van de executie

Aristoteles (384-322)
leerling van Plato
geeft antwoordt op wat Platoons en wat Socratisch was in Plato’s dialogen.
Werken van Aristoteles hebben geen dialogen, maar zakelijke, scherpzinnige betogen die veel vraagstukken analyseren. Komen ook veel opvattingen van Socrates en Plato aan bod.
Levert commentaar op werk van zijn voorganger en weerlegt argumenten van hun.

7. Socrates’ optreden en het proces

Socrates’ optreden
werd in 399 veroordeeld door een jury voor het drinken van een gifbeker en stierf.
Heeft bijna zijn hele leven in Athene doorgebracht
Werd door een van zijn volgelingen een sater genoemd (doordat hij lelijk was -> grote mond, platte neus, uitpuilende ogen)
Zijn vrouw heet Xantippe
Was bijna altijd te vinden op de agora (markt) en knoopte gesprekken met jongen/oude/rijke/arme mensen aan.
Typerend voor zijn gesprekken is dat hij vragen stelt en aan te tonen dat mensen die denken kennis te bezitten geen echte kennis is.

Aanklacht en het proces
werd beschuldigd een vrijdenker te zijn op godsdienstig gebied en een slechte invloed te hebben op de jeugd
drie aanklagers. Belangrijkste was de leider Anytus van democratische politieke partij.
Socrates wilde tijdens het proces niet door medelijden voor zijn gezin maar door de kracht van zijn argumenten vrijgesproken worden.
Aanklager stelde verbanning of doodstraf voor, Socrates stelde wonen en eten op koste van de staat -> hierdoor kreeg hij toch de doodstraf.
Hij wilde niet ontsnappen omdat hij niet bang was voor de dood en hij dacht in de Hades te komen en daar interessante mensen te ontmoeten.

Hoofdstuk 13 De Orpheus-Figuur en zijn doorwerking

1. Inleiding

Vergilius en Ovidius hebben gemaakt dat Orpheus een van de bekendste figuren uit de Europese literatuur en beeldende kunst is geworden.

Orpheus: minnaar, musicus, priester:
hield zoveel van zijn geliefde dat toen zij dood gng hij haar terug uit de onderwereld probeerde te halen
betoverde als Apollinisch zanger de natuur.
Werd verbonden met bepaalde godsdienstige mysteriën en met de god Dionysus en werd als een soort priestertovenaar gezien.

2 Orpheus in de mythologie

Deelname aan de tocht van de Argonauten
Jason keerde terug naar zijn vaderland om zijn oom die zijn vader van de troon had verdreven te verjagen en zelf koning te worden. De oom zou dit alleen doen als Jason het Gulden Vlies in Colchis zou gaan halen, dit was een gevaarlijke tocht. Jason verzamelde een groep helden (Heracles, Castor, Pollux, Lynceus, Boreaden en Orpheus) om een schip (de Argo) te bouwen en de tocht te maken. De Argonauten vertrokken en Orpheus stelde met zijn betoverende muziek ze goden gunstig waardoor de zee kalm werd.

Afdaling naar de onderwereld
Orpheus werd verliefd op Eurydice (of Agriope) en trouwde haar, maar kort daarna werd ze gebeten door een giftige slang en stierf. Orpheus was ontroostbaar en besloot haar terug te halen uit de onderwereld. Hij ging naar het zuiden van Griekenland, waar een ingang naar de onderwereld was. Daar betoverde hij Charon die doden over de Styx moet zetten. Vervolgens betoverde hij de driekoppige hond Cerberus en toen zong hij een klaaglied voor Hades en Persephone in hun paleis. Orpheus mocht, als hij geen een keer omkeek voor hij weer bij het licht was, zijn vrouw weer meenemen. Hij was ongerust of zijn vrouw hem wel volgde en keer per ongeluk toch om. Toen was hij zijn geliefde wéér kwijt.

De dood van Orpheus
Hij was ontroostbaar en sloot zich aan bij een mannengemeenschap. De mannen waren blij met hem en zijn muziek.
Één van de versies van Orpheus’ dood:
Hij wilde de god Dionysus niet meer vereren en wel Apollo, Dionysus voelde zich beledigd en stuurde zijn volgelingen (bacchanten: vrouwen die onder zijn invloed gruwelijke dingen doen) op hem af en zij verscheurden hem. De muzen hadden heb bij elkaar geraapt en begraven in Thracië.

Het hoofd van Orpheus
Het hoofd was in de rivier gegooid door de bacchanten en dreef naar Lesbus en werd daar in een grot die aan Apollo was gewijd gelegd. Het hoofd orakelde dag en nacht en gaf antwoord op vragen en werd populairder dan de orakels in Delphi en Clarus. Apollo liet het hoofd ophouden. Zijn lier werd als sterrenbeeld aan de hemel geplaatst.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Koen

Koen

Hoofdstukken staan niet op volgorde, in mijn boek is hoofdstuk 4 hoofdstuk 8 bijvoorbeeld. Misschien ligt het aan mij. Verder heel goed en bedankt.

6 maanden geleden

Antwoorden

gast

gast