Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

Duitse Eenwording Historische Context

Beoordeling 6.5
Foto van Femke
  • Samenvatting door Femke
  • 6e klas vwo | 2136 woorden
  • 21 april 2018
  • 4 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.5
  • 4 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

Samenvatting HC Duitsland





De Pruisische rijkskanselier Bismarck wist Duitse staten en staatjes bijeen te brengen in het Duitse keizerrijk door de vele Duitse staten te laten samenwerken tijdens de Frans-Duitse Oorlog (1870- 1871). Het Duitse keizerrijk werd uitgeroepen in Frankrijk, in de Spiegelzaal van het paleis van Versailles. Door de plechtigheid in het buitenland te houden werd niet één van de Duitse staten bevoordeeld.



De Rijksdag had geen zeggenschap over de benoeming van de Rijkskanselier en zijn ministers. En hij mocht de Rijkskanselier en zijn ministers niet ter verantwoording roepen of hen tot aftreden dwingen.



Drie belangrijkste politieke stromingen in Duitse keizerrijk:




  • Conservatieven en nationaal-liberalen

  • Het Centrum

  • Socialisten



Weltpolitik Wilhelm II: overzees imperialisme. De Weltpolitik had geen succes. Groot-Brittannië en Frankrijk bleken te sterk. Duitsland ging zich meer richten op Europa.



Oostenrijk-Hongarije, Duitsland en Turkije stonden tegenover Rusland, Frankrijk, Engeland en (later) Italië en de VS in de 1e wereldoorlog. Dieper liggende oorzaken van de 1e wereldoorlog waren:




  • Toenemend militarisme

  • Imperialisme

  • Nationalisme

  • Bewapeningswedloop (door militarisme, imperialisme en nationalisme)

  • Bondgenootschappen



Aanleiding: de moordaanslag op Frans-Ferdinand, de troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije, en zijn vrouw, gepleegd door een groepje Bosnisch-Servische nationalisten in Sarajevo (Bosnië) in juni 1914. Want die aanslag leidde tot een kettingreactie van mobilisaties en oorlogsverklaringen. Dieper liggende oorzaken: nationalisme en bondgenootschappen.



Enthousiasme voor oorlog in 1914 ontstond door nationalisme en militarisme, deze factoren hadden vaderlandsliefde en strijdlust aangewakkerd. Ook dacht men in elk land in korte tijd te zullen winnen.









Von Schlieffenplan:



Doel: de sterke Franse verdediging aan de Frans-Duitse grens omzeilen. De hoofdmacht van het Duitse leger moest daarom door België naar Noord-Frankrijk trekken.



Waardoor mislukt: snelheid viel tegen, een deel van de Duitse troepen aan het westfront moest naar oostfront en tijdens de Slag bij Marne wonnen de Britten en Fransen van de Duitsers.



Verandering voor Duitsland tijdens de oorlog: Rusland sloot een vrede met Duitsland: de vrede van Brest-Litovsk. Ook kon Duitsland nu met meer troepen een nieuw offensief aan Westfront beginnen. KEERPUNT: Door de deelname van de VS aan de oorlog: vanaf zomer 1918 ging een groot aantal troepen uit de VS aan de strijd deelnemen. Daar konden de Duitsers geen nieuwe troepen tegenover stellen.



Hoe kwam het keizerrijk ten val:



Wilhelm II benoemde een nieuwe regering die vredesonderhandelingen moest beginnen. Daarop braken overal in Duitsland opstanden uit. De Duitse regering trad af en droeg de macht over aan de socialisten. De socialistische regering riep de republiek uit en tekende een wapenstilstand. De communistische partij en een radicaal-conservatieve staatsgreep probeerden de socialistische regering ten val te brengen en zelf de macht in handen nemen. Beide staatsgrepen mislukten: het leger kwam de regering te hulp en er was een staking.



Verdrag van Versailles



Bepalingen



- Duitsland kreeg de schuld van de oorlog en moest een enorme schadevergoeding betalen aan de Geallieerden.



- Duitsland moest grondgebied afstaan:



• een klein gebied aan België,

• een groot gebied aan Polen waardoor Oost-Pruisen los kwam te liggen van de rest van Duitsland. (Duitsland werd dus in twee stukken verdeeld),

• Elzas/Lotharingen aan Frankrijk,

• de Duitse koloniën werden verdeeld onder Geallieerden.



- Duitsland moest ontwapenen: het mocht alleen kleine oorlogsschepen en een klein beroepsleger hebben.















De volgende bevolkingsgroepen geloofden niet in de Republiek van Weimar en de democratie:



- De communisten (KPD): deden alleen mee om propaganda voor de eigen zaak te maken, wilden zelf alle macht in handen hebben.



- Nationalisten en conservatieven: zij wilden het keizerrijk terug met minder macht voor de politieke partijen en meer macht voor henzelf. Zij gaven hun de schuld van de val van het keizerrijk en van het Verdrag van Versailles. En zij hadden een afkeer van en angst voor het communisme, dat volgens hen niet goed door de regeringen van de Republiek van Weimar werd bestreden.



- Veel teleurgestelde ex-soldaten: zij vonden geen baan, gaven de Republiek van Weimar daarvan de schuld en sloten zich aan bij een van de groepen die tegen de Republiek van Weimar waren: communisten, conservatieven of fascisten.





Regeringen met een parlementaire meerderheid waren moeilijk te vormen. De Coalitie van Weimar bestond uit de socialistische SPD, de katholieke Centrumpartij en de vooruitstrevend liberale DDP. Maar de DDP verloor in de jaren ’20 veel zetels. Zo had de Republiek nog maar twee steunpilaren over: de socialisten en de katholieken. De socialisten wantrouwden echter de macht van de katholieke geestelijkheid. En de katholieken bleven de socialisten nog altijd zien als ‘rode atheïsten’, die het christendom bedreigden. Hun onderlinge vertrouwen was daardoor niet groot.





Wel ontstond er inflatie in Duitsland in 1923: Wegens achterstand in de herstelbetalingen bezetten Franse en Belgische troepen in 1923 het Ruhrgebied. Daarop gingen de arbeiders in staking, maar de Duitse regering betaalde hun lonen door. Om dat te kunnen doen liet de regering op grote schaal bankbiljetten bijdrukken, wat leidde tot een enorme inflatie.



Dawesplan (1924): het jaarlijkse aandeel in de aflossing van de herstelbetalingen werd gekoppeld aan de economische draagkracht van Duitsland en de VS gingen vanaf 1925 leningen aan Duitsland verstrekken om de Duitse economie weer op de been te helpen.



In oktober 1929 daalden de waarde van de aandelen op de beurs van New York plotseling zeer sterk. Een economische crisis was het gevolg: talloze faillissementen van banken en bedrijven, sterke daling van de productie en van de handel, grote werkloosheid.

Deze crisis sloeg over naar landen in Europa en andere landen in de wereld die nauwe economische banden met de VS hadden. De crisis bleef jaren voortduren. De Duitse economie was meer dan de economieën in andere Europese staten afhankelijk van leningen uit de VS. Als gevolg van de crisis vroegen de VS leningen terug. Daardoor gingen veel Duitse bedrijven failliet en moesten andere bedrijven hun productie beperken. Daardoor groeide het aantal werklozen tot grote hoogte.









De economische crisis werd ook een politieke crisis. De coalitie van SPD en het Centrum viel uiteen door discussie over werkloosheidsuitkeringen. Er kon in het parlement geen meerderheid gevonden worden voor een nieuwe regering. De nieuwe Rijkskanselier ging toen regeren met noodverordeningen. De NSDAP (fascistische partij van hilter, die streefde naar een totalitaire ideologie) bood een duidelijk alternatief voor de parlementaire democratie, waarin de heersende partijen het niet eens werden over de bestrijding van de economische crisis.



Kenmerken fascisme in Duitsland:



- De rassenleer:

• Eén hoogwaardig ras: het ‘Arische’ ras, waartoe de blanke volken van Europa behoorden, met uitzondering van de Slavische volken. Alleen het Arische ras was in staat de mensheid vooruit te helpen.

• Minderwaardige rassen: de Slaven in Oost-Europa en de gekleurde bevolking in de niet- westerse wereld. Het was de taak van deze minderwaardige volken dienstbaar te zijn aan de hoogwaardige volken.

• Verderfelijke rassen: zigeuners en vooral de Joden; de volken die tot deze verderfelijke rassen behoorden, probeerden de hoogwaardige volken voor zich te laten werken of ze te vernietigen; de nationaal-socialisten noemden deze rassen ‘parasietenrassen’.

- ‘Leefruimte’ voor Duitsers in Oost-Europa.





De conservatieven maakten zich niet veel zorgen, zij hadden de meerderheid in de regering. De NSDAP wist de communisten vervolgens uit te schakelen: door de communisten te beschuldigen van het in brand steken van het gebouw van de Rijksdag en door de communisten hun burgerrechten te ontnemen. Hitler liet de KPD toch meedoen aan de verkiezingen omdat de stemmen van de communisten zouden dan niet naar de socialisten of andere partijen kunnen gaan. Het zou daardoor gemakkelijker worden voor de NSDAP om in het parlement een tweederde meerderheid te behalen om een wet als de Machtigingswet aangenomen te krijgen. Deze wet zou zowel de Rijksdag als de grondwet buiten spel zetten. De NSDAP wist verder mogelijk verzet uit te schakelen:



- De vakbonden: in mei 1933 werden alle vakbonden opgeheven en vervangen door één nationaal-socialistische organisatie, het Deutsche Arbeitsfront (DAF).



- De andere politieke partijen: KPD en SPD werden verboden en hun leiders, voorzover niet gevlucht, werden gearresteerd. De overige partijen werden gedwongen zichzelf ‘vrijwillig’ op te heffen.



- Een deel van de SA: hoge SA-mannen werden overal in het land op bevel van Hitler vermoord in de ‘Nacht van de lange messen’, omdat hij vreesde dat zij een revolutie tegen hem zouden beginnen.



- President Hindenburg: toen deze overleed, nam Hitler al zijn bevoegdheden over en werd ‘Führer’ (Leider) van het Duitse rijk.



- Het leger: Hitler liet het leger een eed van trouw aan hem persoonlijk afleggen.



- De Kerken: Hitler probeerde hen tot bondgenoten te maken.





Ook de jeugd werd genazificeerd. Nieuwe schoolboeken, de arbeidsplicht en de Hitlerjugend en BdM werden opgericht. Ze namen grip op kunst en publiciteit: ‘ministerie voor volksvoorlichting en propaganda’ werd opgericht en er werd een ‘rijkscultuurkamer’ ingesteld. Goebbels (propagandaleider) wist door censuur en propaganda de Duitse bevolking zeer goed te bereiken.



De industrie en landbouw werden voorbereid op de oorlog. Vrouwen werden gediscrimineerd.



Doelen terreur van de nazi’s:



- gevaarlijke tegenstanders direct uitschakelen

- weifelaars en toekomstige tegenstanders zodanig schrik aanjagen dat ze niet aan verzet zouden durven denken.





Vier taken SS:



- Bescherming van de leiders van de NSDAP.



- Bescherming van de nationaal-socialistische staat door het uitschakelen van tegenstanders, in het bijzonder het beheer van de concentratiekampen.



- Met een eigen troepenmacht, de Waffen-SS, in WO II deelnemen aan de strijd aan het front.



- Het in WO II vermoorden van miljoenen mensen in vernietigingskampen.





Voor de oorlog was het doel van de rassenpolitiek de joden tot immigratie dwingen, door de joden stap voor stap het leven in de samenleving steeds moeilijker maken.



Tijdens de oorlog veranderde dat doel: nu was het doel het vermoorden van Joden door eerst te laten executeren en vervolgens te vergassen.



Verzet tegen het Hitler-regime in duitsland zelf was veel moeilijker:



- Overal in Duitsland hielden gewone leden van de NSDAP en leden van de SA en SS de bevolking in de gaten.

- Een zeer groot deel van de bevolking stond achter Hitler, waardoor de kans op verraad ook door niet-nazi’s groot was.



- In de oorlog zagen de meeste Duitsers die niet of niet meer in het nationaal-socialisme geloofden, verzet tegen Hitler toch als landverraad.





Onder verschillende stromingen en groeperingen ontstond verzet, vooral onder de socialisten en communisten. Ook studenten en het leger kwamen in opstand. De dominees en katholieke geestelijken bleken daarentegen bereid tot het einde van de oorlog te bidden voor het welzijn van Hitler.









DE 2E WERELDOORLOG



Aanleiding: In september 1939 viel Duitsland (onder leiding van Hitler) Polen binnen. Engeland en Frankrijk verklaarden daarop Duitsland de oorlog. Daarmee begon de Tweede Wereldoorlog in Europa.



Verschillende visies over de schuldige aan de oorlog:



- De Franse en Engelse leiders hadden veel eerder hard moeten optreden tegen Hitler.



- Stalin maakte door zijn verdrag met Duitsland de weg vrij voor Hitler om Polen aan te vallen



- Het Verdrag van Versailles was de belangrijkste oorzaak voor het uitbreken van de oorlog. Hitler probeerde terug te winnen wat Duitsland afgenomen was. Daartoe hoorde ook een deel van Polen.



- Frankrijk en Engeland lieten Hitler lange tijd zijn gang gaan. Hitler verwachtte daarom niet dat deze landen hem de oorlog zouden verklaren, als hij Polen zou aanvallen.



- Frankrijk en Engeland hadden Rusland niet zo moeten wantrouwen. Er was dan een verdrag mogelijk geweest tussen Frankrijk, Engeland en Rusland.





Weer andere onderzoekers zochten de oorzaak in Hitler en zijn politieke ideeën en in zijn grote aanhang onder de Duitse bevolking. Zij namen het op voor Engeland en Frankrijk:



- Engeland en Frankrijk hadden terecht een schuldgevoel over het Verdrag van Versailles. Daarom lieten zij toe dat Hitler de onrechtvaardigheden van dat Verdrag probeerde te herstellen.



- Op de conferentie van München gaven zij toe aan Hitlers eisen, omdat zij het terecht vonden dat het zelfbeschikkingsrecht ook voor Duitsers moest gelden.



- Hard optreden tegen Hitler zou ongetwijfeld tot oorlog hebben geleid. En die zou nog verschrikkelijker zijn dan WO I. Daarom waren Engeland en Frankrijk bereid tot concessies aan Hitler.



- Het wantrouwen van Engeland en Frankrijk tegen het communistische Rusland was zeker gerechtvaardigd: het communistische ideaal was een volledig communistische wereld.





Hitler had er niet op gerekend dat Engeland en Frankrijk de oorlog zouden verklaren aan Duitsland. Hij besloot tot een Blitzkrieg in West-Europa en hoopte zo Frankrijk en Engeland tot vrede te dwingen. Vervolgens vergiste Hitler zich opnieuw: Vichy-Frankrijk ging met Duitsland samenwerken, maar andere Fransen zetten onder leiding van generaal De Gaulle vanuit Engeland de strijd voort. Ook zette Engeland tegelijkertijd de strijd voort en Duitsland verloor de slag om Engeland.



Keerpunten voor Duitsland in WO2:




  • Het deelnemen van de VS aan de oorlog vanaf december 1941

  • De nederlaag bij Stalingrad februari 1943

  • De invasie in Normandië juni 1944




REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door Femke