Politiek en Ruimte

Beoordeling 6.4
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas havo | 1066 woorden
  • 15 juli 2008
  • 3 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.4
  • 3 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Politiek en Ruimte
Examenkatern havo
HOOFDSTUK 1 RUIMTELIJK GEDRAG EN POLITIEK

PARAGRAAF 1 HET AFBAKENEN VAN DE GEDRAGSRUIMTE
Dagelijkse gebruiksruimte - gedragsruimte
1. functionele gedragsruimte – (woon-werk, commerciële diensten) - primaire gedragsruimte
2. Mentale gedragsruimte – Mensen voelen zich met elkaar verbonden.
a. zelfde gewoonten/tradities (zelfde identiteit)
b. verbonden met woongebied (trots - regionaal bewustzijn, alleen voor eigen groep - exclusiviteit)
Mensen verplaatsen zich voor werk:

- ontwikkeling in wonen: 1960 - suburbanisatie + groei van de steden
- ontwikkeling in werken: bedrijven weg uit de steden - door slechte bereikbaarheid (ruimtelijk-uitschuifproces), hierdoor nam de woon-werkafstand toe.
• Commerciële diensten - bedrijven die winst willen maken
de gedragsruimte bepaalt:
1. Verzorgingsgebied: het gebied waar de klanten vandaan komen. Minimaal aantal klanten dat nodig is - drempelwaarde. Omzet - nodig voor het bedrijf (in aantal klanten) heet het draagvlak.
2. Spreidingspatroon centrale plaatsen: overal zijn diensten aanwezig voor de bevolking (centrale plaatsen). Hiërarchie: rangorde naar belangrijkheid
3. Reikwijdte commerciële diensten: de afstand die klanten af willen leggen voor een dienst - reikwijdte.
• Niet-commerciële diensten - winst maken niet hoofddoel

Worden beïnvloed door de overheid
twee soorten situaties:
1. Geen vastgesteld verzorgingsgebied: dit kan concurrentie veroorzaken. (school moet een minimaal aantal leerlingen hebben)
2. Niet-commerciële diensten binnen rayons: vastgesteld verzorgingsgebied: rayon. (administratief vastgesteld). Gedragsruimte + rayongrens vallen samen.
PARAGRAAF 2 DE POLITIEK-RUIMTELIJKE ORGANISATIE
Politiek-ruimtelijke organisatie: indeling van het land in gebieden met een eigen bestuur
Plan: Beschrijving:
Nota Erg vaag
Streekplan Preciezer
Structuurplan Precies
Bestemmingsplan exact
Ruimtelijke ordening - planmatig omgaan met de ruimte:
Vanaf jaren ’60 - suburbanisatie
nieuwe samenwerkingsverbanden ontstaan: stadsgewesten.
Er komt meer een streven naar minder, maar wel grotere gemeenten + stedelijke netwerken
Gemeentelijke herindeling
Grote gemeenten - kleine gemeenten annexeren (inlijven) (kleine gemeenten willen zelfstandig blijven).
Wordt gestimuleerd door de overheid.
Meten van samenballing van activiteiten op twee manieren:
1. Stedelijkheid - dichtheid van menselijke activiteiten (wonen, werken etc.)
2. Omgevingsadressendichtheid - alles heeft een adres, hoe dichter deze bij elkaar liggen des te
groter de menselijke activiteiten.
Aangrenzende gemeenten groeien aan een stad - agglomeratie
Stedelijk netwerk - verstedelijkte zones die een vorm van een netwerk aannemen.
Motieven voor gemeentelijke herindeling (samenvoeging):
- meer mensen: grotere bestuurskracht
- door samenvoeging wordt het voorzieningenniveau op peil gehouden
- kostenbesparing: door minder burgemeesters etc.
- steden krijgen goedkopere ruimte voor uitbreidingsplannen
- grotere steden: relatief meer mensen met een minimuminkomen, daardoor hogere uitkeringen.
Grotere steden zitten ook vaak met problemen:
^ gemeenten hebben te weinig macht om bovengemeentelijke problemen aan te pakken
^ aantrekken van handel, industrie en diensten is lastig
^ geldproblemen kunnen verkleind worden door behalve de lusten ook de lasten te delen met
gemeenten in de regio
In stedelijke netwerken - centrumvorming rond knooppunten essentieel (goed voor economische ontwikkeling)
PARAGRAAF 3 WANNEER IS GEMEENTELIJKE HERINDELING EEN SUCCES?
Samenvoeging van gemeenten hebben positieve en negatieve effecten:
+ × meer invloed bij provincies en in Den Haag.
× grotere ambtenarenapparaat
- × kwaliteit gemeentebesturen, is die nog wel goed?
× kleine gemeente is overzichtelijker en minder moeilijk te besturen
× bestuur in een kleine gemeente is voor de burgers veel toegankelijker
Kleine gemeenten willen niet geannexeerd worden omdat:
- verliezen autonomie (zelfbestuur)
- bewoners gaat het extra geld kosten (instandhouding van voorzieningen, die eerst gratis waren)
- mentale gedragsruimte komt vaak niet overeen met de grotere stad
HOOFDSTUK 2 ECONOMIE EN POLITIEK-RUIMTELIJKE ORGANISATIE
PARAGRAAF 1 IS NEDERLAND DEEL VAN EUROPA?
Global village - wereld lijkt op een klein dorp.
Ontwikkeling in communicatie en transport
Wereldmarkt
Europa - éénwording door integratie vervlechting gebieden of landen krijgen steeds meer relaties met elkaar.
Op politiek, economisch en cultureel gebied.
1958 - oprichting EU
dit zorgde voor een integratie proces, kenmerken:
- uitbreiding samenwerkingsverband: steeds meer landen worden lid
- intensivering v/d integratie: relaties worden intensiever, economische vervlechting wordt sterker:
a. handelsrelaties: veel import + export naar/uit de EU
b. investeringsrelaties: veel EU landen investeren in andere EU landen
economische integratie is groter als de afstand kleiner is.
Europese landen zijn politiek en economisch geïntegreerd
geen handelsbelemmeringen meer.
toenemende concurrentie.
Comparatief voordeel: producten produceren + verhandelen die ze in verhouding beter/goedkoper kunnen voortbrengen - regionale specialisatie
Nederland - gespecialiseerd in tuinbouw (marktaandeel schommelt), andere landen concurreren sterk met Nederland (Spanje en Marokko):
- Spanje: lid van de EU. Uit vrees voor concurrentie werd Spanje niet meteen gelijkgesteld, dat is nu niet meer zo.
- Marokko: toegang tot de EU markt, d.m.v. een regeling:
* tomaten kregen toegang
* EU kreeg meer invloed op de politieke ontwikkelingen in de Arabische wereld
Nederland - geen goede positie (door dure grondstoffen en dure arbeid).
Concurrentiekracht - positie van een product op de markt:
- productiefactoren (klimaat, grondstoffen)
- ondernemersgeest (houding van de ondernemer)
- marktorganisatie (afzet)
- overheid (maatregelen om ontwikkeling van de concurrentiekracht te stimuleren of af te remmen)
- toevalsfactoren (koerswisselingen, oorlogen)
PARAGRAAF 2 SAMENWERKING OF PROTECTIE
Europese samenwerking - Landbouwbeleid (GLB) Landbouwproducten zonder enige belemmeringen van het ene EU land naar het andere vervoerd kunnen worden.
Gaat uit van vier doelstellingen:
1. Productiviteitsverhoging - grond, kapitaal + arbeid zo goed mogelijk benutten. Lagere kosten - hogere omzet
2. Verzekeren redelijk levenspeil boeren - inkomenspariteit: boeren zelfde levensstandaard als andere werkers
3. Evenwicht tussen vraag en aanbod - stabielere landbouwprijzen
4. Voldoende voedsel - redelijke prijs: veiligstellen voedselvoorziening consumenten
Markt- en prijsbeleid: betreft maatregelen waardoor de markt en dus de prijsvorming beïnvloed wordt:
- basisrichtprijs: richtprijs
- interventieprijs: garantieprijs
Als de werkelijke prijs hieronder zakt grijpt de overheid in. Wordt het product van de markt gehaald en wordt dus schaarser, daardoor stijgt de prijs van het product weer.
Landbouwbeleid - wordt onbetaalbaar, deels door exportsubsidies, twee manieren om te verlagen:
1. Verminderen van de productie: quotum (bepaalde maximale hoeveelheid per jaar), elk dat meer werd geproduceerd - superheffing.
braaklegging: middel om productie mee te verminderen. Voor elke hectare krijgt de boer een vergoeding.
2. Verminderen van de prijssteun: verlaging van de garantieprijzen + exportsubsidies
Nadelen markt- en prijsbeleid:
* noodzaak protectie: garantieprijzen - producten d.m.v.
Import: invoerrechten heffen. Aan de EU grens geldt ook een drempelprijs.
Export: exportsubsidies - verschil tussen de prijs voor landbouwers en de wereldmarktprijs wordt door de EU vergoed.
* productieoverschotten - boeren waren verzekerd van hun afzet
EU - goed afgeschermd
Ontwikkelingslanden - liberalisering van de wereldhandel
vrijmaken van de internationale handel
WTO - landen onderhandelen over toegang tot diverse markten.
ACP - 77 ontwikkelingslanden in Afrika, Caribisch gebied en Pacifisch gebied. (voormalig Europese koloniën)
- Lomé-akkoord: ACP landen kregen vrije toegang tot de EU
- Contonou-overeenkomst: handel + ontwikkelingshulp moeten samengaan
PARAGRAAF 3 EVEN EEN REGIONAAL VLEKJE WEGWERKEN
Regionale gelijkheid - grote verschillen in welvaart tussen de EU landen.
wegwerken - Europees fonds voor regionale ontwikkeling
kan dit?:
- sterke economische groei nodig
- om concurrentie aan te kunnen, worden ook de sterke gebieden economisch benaderd aantal gebieden met oude stagnerende industrieën - EU probeert daar een economische omschakeling te realiseren.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.