Hoofdstuk 6 Zuidoost-Azië Actueel

Beoordeling 5.5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas vwo | 2471 woorden
  • 31 maart 2010
  • 59 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.5
  • 59 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Hoofdstuk 6 Aardrijkskunde SET.
6.1

Vegetatie in Zuid-oost Azie verdwijnt snel.
Ontbossing in ZO-A
Natuurlijke vegetatie
Het grote deel van ZO-A is tropisch regenwoud. Dit komt door de ligging rond de evenaar. Bomen houden 90% van het zonlicht tegen, hierdoor overleven kleine planten die veel licht nodig hebben niet op de bodem, die groeien op de bomen. In regenwoud is enorme biodiversiteit door:
- Veel eilanden met verschillende omstandigheden. Planten specialiseren en evolueren zich naar deze omstandigheden.
- Landen liggen op de grens van twee biogeografische regio’s(Aziatisch en australisch). Biografische regio’s zijn regio’s met specifieke planten- en diersoorten die alleen in die regio voorkomen.

- Landen hebben veel hoogteverschil > planten passen zich aan aan hoogtes > meer soorten.
Menselijk gebruik van de vegetatie
Vroeger toen er weinig mensen woonde in ZO-A werden er bos gekapt voor landbouw. Dit was echter niet veel. Door verhoogde bevolkingsdruk(Verhouding tussen aantal mensen en aantal bestaansmiddelen) werden er steeds meer bossen gekapt voor landbouwgrond en voor brnadhout/bouwmateriaal. Ook zwerflandbouw(Boeren leven op akker > akker word onvruchtbaar door verdwijnen van voedingsstoffen in bodem en ontbreken van humus > boeren trekken verder en kappen nieuw stuk bos) is een balngrijke bijdrage aan de ontbossing.
De regeneratietijd, tijd waarin het oerwoud zich weer in oorspronkelijke staat hersteld, duurt eeuwen.
Ook door ongelijke verdeling wordt ontbossing gestimuleerd; Dit zijn transmigratieprojecten. Politiek wil overbevolking van Java voorkomen en spoort veel mensen aan om naar perifere gebieden(niet centrale gebieden) te gaan. Hier wonen echter al mensen met landbouw grond, er word dus snel veel nieuw bos gekapt voor ruimte, terwijl er misschien plekken zijn waar nog landbouwgrond over is in ZO-A.
Export
Voornaamste oorzaak van ontbossing is hout kappen voor de westerse landen en europa. ook toenemende vraag naar deze landen naar producten als koffie, rubber, bananen en palmolie zorgt voor ontbossing. Voor het verbouwen van deze producten word bos gekapt. Maleisië en Indonesië zijn de twee grootste palmolie producenten van de wereld. Palmolie word is toenemende mate ook gebruikt voor het produceren van groene stroom en biobrandstof.

Kappen gebeurd vaak illegaal dus er is geen controle over. Er worden ook begroeiingsresten weggebrand die hinderlijk zijn voor landbouw met grote bosbranden tot gevolg. ook toerisme en infrastructurele werken hebben ruimte nodig > ontbossing.
Gevolgen ontbossing..
..voor planten, dieren en bewoners.
- Biodiversiteit word minder. Doordat de regeneratietijd lang is, duurt het eeuwen voordat alleen weer is zoals het was. Tweederde van de tien miljoen plant- en diersoorten leven in het tropische regenwoud.
- Door verdwijnen van bepaalde plantsoorten verdwijnt ook een vooraad aan geneesmiddelen. Wetenschappers komen erachter dat sommige planten uit het tropische regenwoud ons verder kunnen helpen om AIDS en kanker te bestrijden. Ook Ibuprofen(pijnstiller) en Kinine(Geneesmiddel voor malaria) komen uit het tropische regenwoud. Er komen elke dag veel soorten planten bij, de kans dat daar een nu nog onbekend geneesmiddel bij zit is dus groot. Cacao, suikerriet enz. gaan ook verloren, maar deze zijn gecultiveerd en worden ook in andere landen verbouwd.
- Oorspronkelijke bewoners hielden de natuur erg goed in evenwicht(weinig kappen van bossen, lieten grond ook herstellen) dat kan nu niet meer.
..voor klimaat, waterhuishouding en bodem.
- Minder regen. Planten nemen water op > groot deel hiervan verdampt weer op bladoppervlak > lucht wordt vochtiger > rond de evenaar is het warm en warme lucht stijgt > door stijgen van lucht koelt de lucht af > waterdamp condenseert en er ontstaan regenwolken. Als er minder bomen zijn, is met minder bladoppervlak en verdampt er minder dus minder regen.
- Na een regenbui houden bomen regen vast. Dit drupt in droge tijden naar de grond, die krijgt genoeg water. Maar als er minder bomen zijn gaat het niet alleen minder regenen, er drupt ook minder naar beneden dus grond word droog. Er zijn nu minder plekken waar putten gemaakt kunnen worden voor drinkvoorzieningen. Dit alles heet bufferwerking.
- Door bufferwerking geven bomen ook water af aan rivieren in kleine hoeveelheden. maar als die bomen gekapt worden stroomt de regen direct naar de rivieren in grote hoeveelheden. De regen spoelt ook de bodem weg. Dit heet bodemerosie. Rivieren kunnen verstopt raken door modder. Waterplanten of dieren die schoon water nodig hebben gaan dood. Wanneer er erg veel regen valt in een korte tijd overstromen rivieren. Wanneer er dus teveel bos is gekapt en er op de vrijgemaakte grond bijv. alleen graan word verbouwd, kunnen er bij heftige regenbuien modderstromen en soms zelfs aardverschuivingen ontstaan. Ontbossing leidt uiteindelijk tot verwoestijning.
- Bomen nemen energie op van de zon om water op te nemen en te laten verdampen. Hierdoor word die energie dus niet omgezet in warmte > minder warm. Regenwolken die ontstaan door verdampen van water zijn er ook minder door ontbossing. Regenwolken reflecteren zonlicht en dus warmte, dit heet het albedo-effect. Door ontbossing word het warmer.
- Door hitte en droogte neemt kans op bosbranden toe. Er komt meer CO2, dus versterkt het broeikaseffect.
Oplossingen
Er zijn al veel projecten en organisaties die ontbossing tegen willen gaan en meer bomen willen planten.
1) Verplaatsen van houtwinning naar ander land zoals Scandinavië en Canada waar speciale bosgebieden zijn geplant voor houtkap.
Nadeel - Die bosgebieden hebben geen hardhout (misschien kan dit genetisch gemanipuleerd worden).
- Landen waar houtwinning plaats vindt verliezen inkomen van houtwinning.
2) Met fairtrade producten hopen ze de illegale houtkap te minderen.
3) Geboortebeperking, minder bewoners dus minder landbouw grond nodig.
Filipijnen
1985 – kwart van oorsprokelijke bos over.
Regering zorgde ervoor dat de gekapte gebieden herbebost werden. Ze leende hiervoor veel
geld. Door corruptie werd veel geld in eigen zak gestoken zonder ook maar een
boom te planten. De bomen die wel geplant waren bestonden uit een monocultuur van
snelgroeiende en niet-oorspronkelijke boomsoorten. Biodiversiteit werd niet hersteld. Erosie
werd niet voorkomen > planten waren niet diep genoeg geplant. Uit de nieuwe bomen komen
geen zaden die voor nieuwe bomen zorgen.
2006 – 10% van oorspronkelijke bos over.
Andere oplossingen in Filipijnen zijn:
- Lokale gemeenschappen moeten centrale rol spelen in herbebossingsprojecten.
- Er moeten premies komen die zwerflandbouw en het platbranden van beboste gebieden voorkomen.
- Voor de productie van comercieel te exploideren hout moeten plantages worden opgezet waar onder strikte voorwaarden wordt gewerkt.
- aan mijnbouwbedrijven moeten beperkingen worden gesteld.
Indonesië
Het lijkt alsof Indonesië ontbossing beter tegen gaat. Ze hebben veertig nationale parken en honderden natuurreservaten ingericht. Er is wetterlijk verboden om te kappen daar. Er ontbreekt alleen geld en geschikte mensen om wettelijke maatregelen geheel uit te voeren.
Maleisië
Vroeger was Maleisië helemaal tropisch regenwoud, nu nog maar voor 75%. 25% zijn Oliepalm plantages en 50% tropisch regenwoud. rubber en palmolie zijn de twee belangrijkste marktgewassen.
6.2 Natuurrampen
Natuurrampen in ZO-A.
Geologisch geraleerde rampen.
In ZO-A liggen twee tektonische platen. Hierdoor is de geologische activiteit daar enorm. Zeebevingen, aardbevingen, vulkanen, tsunami’s, etc.
Krakatau (1883) bij een enorme vulkaan uitbarsting implodeerde het eiland; het zakte de aarde in en verdween. er waren 30 000 doden.
26 december 2004 – tsunami.
Weergerateerde rampen
Tyfoons en zware regenbuien waardoor grote overstromingen ontstaan.
Natuurrampen versterkt door de mens
Aardverschuivingen worden ook wel landslides genoemd. Deze ontstaan door regenval in gebieden waar veel bomen weggekapt zijn.
Tijden de El Niño is het erg droog. Boeren maken hier gebruik van en branden tijdens de ontbossing meer bossen plat. Hierdoor is er meer CO2. Meer CO2 betekend later een heftigere El Niño. Tijdens die El Niño word er dan weer bos plat gebrand, etc.
Veenbranden zorgen voor uitstoot van CO2. Ze zorgen voor 30% van de totale uitstoot. Dit komt door dat boeren gebieden platbranden die vrij zijn gekomen doordat water is gaan dalen. Deze brand gaat snel over naar droge veengebieden. Door veen drassig te houden voorkom je veenbrand, maar dit is ongunstig voor de landbouw.
De enorme overstromingen in Indonesië worden medeveroorzaakt door de mens. Bij zware regenval moet het water weg. Maar door de open riolering van de stad in Jakarta kan al het water niet dus dan overstroomt de hele stad.
Gevolgen verschillen
Bevolkingsdichtheid
Zuidoost-Azie telt 580 miljoen mensen. Het valt op dat er een ongelijkmatige bevolkingsspreiding is. De steden met de meeste mensen zijn op de gebieden die juist erg kwetsbaar voor vulkanen en aardbevingen zijn, omdat die grond erg vruchtbaar is. Dit is gunstig voor de landbouw. Dat is vooral aan de kust en op een klein aantal eilanden.
Welvaart
Als het tsunami van 2004 was geweest, zou dit veel minder slachtoffers hebben gegeven. Daar zijn ze veel beter op alles voorbereid met apparaten. Op school is er voor iedereen een helm, iedereen word regelmatig geïnstrueerd over wat je moet doen tijdens een aardbeving, er zijn trillingmeters voor tsunami’s die de trilling in de zee meten en alarm slaan bij een bepaalde meting, en nog meer dingen die het 24/7 in de gaten houden. ZO-A heeft hier geen geld voor. Alle boeren keren na een ramp ook weer terug, na een ramp is de grond vaak vruchtbaar (slib of lava).
Bij rijke landen is de materiële schade na een ramp groot, maar zijn er weinig slachtoffers.
In arme landen hebben ze weinig materiële schade, waarde van infrastructuur en gebouwen is lager, maar erg veel slachtoffers door dat de hulpverlening er te laat bij is.
Wonen in risicogebieden
Door economische redenen blijven mensen vaak in de rampgebieden wonen. Na een vulkaan uitbarsting of een overstroming is de grond vaak vruchtbaar. Dit levert meer geld op voor de boeren. Ook aan de kust waar tsunami’s komen is het gevaarlijk, maar vissers werken daar.
Ook de risicoperceptie speelt een rol. Hoe groot is de kans dat precies jou dorpje getroffen word? De kans op een tsunami is erg klein. De kans op een tyfoon is groot, maar dat precies jou dorp getroffen word..?
Mensen in arme landen zijn zich ook niet bewust van de gevolgen van een ramp. Er is geen geld voor een risicoanalyse. In rijke landen meten ze tot waar de ramp erg is, hoevaak hij voor komt, wat de kans is…
Soft States
Soft states betekend dat een land een slecht bestuur heeft. Er is dan bijvoorbeeld veel corruptie in een land. Ze laten zich leiden machtwellust en geld. Landen zijn dan nog kwetsbaarder voor natuurrampen. Te veel geld van het geld voor de slachtoffers van het tsunami is in verkeerde handen terecht gekomen. Bijv bij het verhaal van de moddervulkaan; Het bedrijf die het gat maakte zou geld moeten geven aan de slachtoffers. De regering doet hier alleen niks aan omdat die afhankelijk zijn van de olie inkomsten en spelen onder een hoedje met het bedrijf.
6.3 Stad en platteland in ZO-A.
Wat verstedelijkt het platteland?
Veranderingen
In de 20e eeuw gingen steeds meer mensen verhuizen naar de stad. Daar was veel werkgelegenheid. De overheden gingen ook meer in de stan investeren en niet meer in de perifere gebieden.
Deagrarisatie in ZO-A
Het proces van deagrarisatie
Deagrarisatie – Een serie veranderingen in plattelandsgebieden.
Het meest opvallende is mensen die de landbouw verlaten.
Veranderingen die daarbij een rol spelen:
- Verandering in beroepen
- Verandering in inkomen
- Sociaal-culturele verandering
- Ruimtelijke verandering
Invloeden die dit proces van deargrarisatie stimuleren zijn onder meer:
- Economische: in de stad zijn betere lonen en er zijn meer banen.
- Sociale en culturele: verschuiving van ambities, jongeren gaan naar school. Daarna willen ze doorstuderen en niet meer terug naar het platteland. Er is daar ook vertier.
- Politieke: de overheid stimuleert de mogelijkheid voor bedrijven en fabrieken om zich in de plattelandsgebieden te vestigen.
- Infrastructurele: door de aanleg van wegen komt er woon-werk verkeer(forensisme/pendelen). Er komt hierdoor ook werk om die mensen te vervoeren.
Circulaire migratie = veelvuldige, maar tijdelijke afwezigheid, voor langer dan één dag.
Boeren zijn bijvoorbeeld langer weg om producten op de markt te verkopen. Platteland raakt uit isolement.
Verstedelijking van drie ZO-Aziatische megasteden
Kenmerk van ZO-Aziatische steden is snelle bevolkingsgroei. Het gevolg daarvan is ongecontroleerde stadsuitbereiding, tekort aan huisvesting en daardoor enorme toename van krottenwijken.
Jakarta
Jakarta is hoofdstad van Indonesië. 8,5 miljoen inwoners. Op de helling ten zuiden van de stad was ontbossing en verstedelijking. dit zorgde voor veel overstromingsgevaar. Na een overstroming raakten 200000 mensen hun huis kwijt.
Ook luchtvervuiling is een probleem. Er rijden ongeveer 14 000 motortaxi’s(Bajajas).
Veel krottenwijken worden nu gesloopt, maar vroeger werd illegale woningbouw gedoogd.
Bangkok
Bangkok is de hoofdstad van Thailand. Het is een primate city(- Stad die met belangrijkheid en in omvang ver boven alle andere steden van het land uitsteekt). Naast Mexico-stad en Jakarta hoort Bangkok tot de meest vervuilende steden ter wereld. De motorisering leidde ook tot enorme suburbanisatie(=Bevolking verlaat de stad. Ze gaan buiten de stad wonen maar reizen wel naar de stad voor hun werk. Dit doen ze door criminaliteit, geluidsoverlast, enz.). Dit veroorzaakt files.

Manila

Hoofdstad van filipijnen. Er wonen 10 miljoen mensen.
Trends
Doordat mensen aangetrokken worden tot de stad en in de buurt willen wonen, word de stad verder uitgebreid. Dit leidt tot grotere bevolkingsspreiding.
Suburbanisatie
Mensen die buiten de stad willen wonen ivm criminaliteit, geluidsoverlast, drukte etc nemen het platteland in beslag voor woonwijken. Die woonwijken trekken weer supermarkten, scholen en andere dingen aan. Boeren verkochten hun land aan projectontwikkelaars. Sommige boeren vertrokken naar ander stuk land, andere gingen rentenieren van het kapitaal of gingen heel ander werk doen.
Subcontractering = Een onderneming( de contactant) een andere onderneming (onderaannemer) inhuurt om een product te produceren die door de contractant op de markt word gebracht. De onderaannemer kan weer ene heel thuiswerkers inhuren. Er ontstaat een enorm netwerk aan thuiswerkers en onderaanwerkers.
6.4 Chinese minderheden in ZO-A.
Koloniaal verleden
Afhankelijkheid
ZO-A was lang afhankelijk geweest van andere landen. Er waren in ZO-A meer arbeiders nodig, die kwamen vanuit china al verbood de chinese keizer de chinezen het land uit te gaan.
Er was een grote chinezen immigratiegolf.Singapore – 78% chinees, Thailand slechts 12%. Eind jaren 90 woonden er ruim 5 miljoen chinezen, dat is ongeveer 3% van de bevloking van het gebied.
Aanwezigheid van de chinezen
Aanwezigheid van chinezen leidde tot spanningen. De chinezen waren in Thailand, Indonesië en in de Filipijnen culturele en etnische minderheden.
Culturele minderheden = Groepen mensen die andere gewoontes, andere taal en andere godsdienst hebben dan de meerderheid van de bevolking.
Etnische minderheden = Groepen mensen die zich door afkomst onderscheidt van de meerderheid van de bevolking.
Integratie = Toenemende samenwerking tussen groepen mensen op verschillende terreinen.
Etnische chinezen in Indonesië
Het integratieproces van de chinezen liep in indonesië dramatisch. Ze werden gediscrimineerd. 1955 – toenmalige president Soekarno wilde nauwe banden met China. Beide landen tekende het dubbele nationalisteitsverdrag, waarin de ZO-A overheid beloofde de rechten van de etnische chinezen veilig te stellen.
Toen kwam Suharto die begon een anticampagne tegen de etnische chinezen. Chinezen gingen hierdoor Bahasa leren spreken.Toch maakte Suharto gebruik van rijke chineze zakenlieden.
Later werden etnische chinezen weer aangewezen als zondebok van de mislukte regering van Suharto. 1200 etnische chinezen kwamen om.
Etnische chinezen in de Filipijnen
Er zijn veel chinezen in de filipijnen. Er kwamen vooral veel mannelijke chinezen naar de Filipijnen en die trouwde met een lokale filipijnse vrouw. Er wonen vandaag de dag nog veel Chinese mestizos (Chinees-filipijns mix in het bloed).


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Z.

Z.

te lang.

11 jaar geleden

M.

M.

ik vind hem prima, alleen jammer dat het niet heel hoofdstuk 6 is, maar hier schiet ik al een heel stuk mee op!

11 jaar geleden

W.

W.

Er zit veel overbodige informatie in, en soms ontbreekt er wat in de samenvatting, en vooral veel spelfouten. Misschien even spelcheck?

11 jaar geleden