Bacteriën
Bacteriën
Een bacterie is een relatief eenvoudig eencellig organisme. Het heeft geen celkern en dus ook geen celmembraan. Hierdoor is het kernplasma en het cytoplasma niet gescheiden. Een bacterie bevat alle informatie voor erfelijke eigenschappen in één streng DNA. Dit heet een ringvormig plasmide, waar ook vaak één of meerdere chromosomen omheen zitten.
Bacteriën planten zich voort door celdeling. De snelheid van deze deling hangt af van de soort bacterie en de omstandigheden. Sommige bacteriën delen zich elke 20 minuten.
Er zijn goede en slechte bacteriën. Goede bacteriën zitten bijvoorbeeld in je darmen, en denk maar aan de reclame van Yakult. Slechte bacteriën kunnen ziektes verwekken.


Nu weten we wat bacteriën zijn. Bacteriën kun je tegen gaan door schoon te maken en door goede hygiëne. Je doodt dan de bacteriën en ze kunnen zich niet meer vermenigvuldigen.
In dit experiment gaan wij onderzoeken welke schoonmaakmiddelen (het meest) bacteriedodend zijn.
Observatie (waarnemingen)
Als je niet schoonmaakt, zie je dat iets vies wordt. Als je je niet goed wast, kun je ziek worden of kun je ontstekingen krijgen. Een dokter moet goed schrobben voorafgaand aan een operatie, anders zou hij de patiënt kunnen besmetten. We weten dat dit komt door bacteriën.
Doel van het onderzoek
Wij vragen ons af met welk bacteriedodende middel je het beste zou kunnen werken.
Probleemstelling
We willen onderzoeken welk desinfecterende middel (het meest) bacteriedodend is.
Onderzoeksvraag
Bij welke van deze acht schoonmaakmiddelen ontstaan het minste aantal bacteriën?
Hypothese
Hoe meer bacteriedodende middelen erin zitten, hoe effectiever het werkt.
Verwachting
We verwachten dat bij het schoonmaakmiddel Stirillium het minste aantal bacteriën zullen ontstaan. Bij de controleproeven verwachten we veel bacteriën aan te treffen.
Als je Stirrilium gebruikt, dan zullen (bijna) alle bacteriën worden gedood.


DE SCHOONMAAKMIDDELEN
• Amo T0tal Care solution lenzenvloeistof. Voor harde lenzen.
De actief werkende stof is polyhexamethyleen biguanide (PHMB) 0,0005% en dinatrium edetaat 0,010%
De andere ingrediënten zijn:
Steriele wateroplossing
Natriumchloride
Chloorhexidine gluconaat (0,0003%)
Zouten (natrium)
Gebruik:
De lenzen bevochtigen, desinfecteren en bewaren.
• Tendo’s gedenatureerde alcohol 70%
De actief werkende stof is alcohol, waarvan er 70% in zit.
De andere ingrediënten zijn:
Spiritus ketonatus dil.
Gebruik:
Niet voor inwendige desinfectie, licht ontvlambaar en in goed gesloten verpakking bewaren, niet roken, verwijderd houden van ontstekingsbronnen, toepasbaar in cosmetische preparaten en als desinfectiemiddel voor o.a. medische instrumenten (niet gebruiken bij optische instrumenten).
• Baktolin basic
De bacteriedodende ingrediënten van Baktolin zijn alle ingrediënten met sodium erin.
(ze zijn onderstreept) Sodium is namelijk een bacteriedodende stof.
Ingrediënten:
Aqua, sodium laureth sulfate, sodium chloride, PEG-7 glyceryl cocoate, cocamidopropyl betaine, glycerin, disodium laureth sulfosuccinate, PEG-120 methyl glucose dioleate, sodium benzoate, sodium salicylate, propylene glycol, 5-bromo-5-nitro-1,3-dioxane, sodium citrate, parfum.
Gebruik:
Op de natte huid aanbrengen en daarna met water afspoelen.
Baktolin is voor de grondige, zeepvrije reiniging van handen en lichaam.
Baktolin is een huidvriendelijke waslotion voor de grondige reiniging van handen en lichaam. De pH-waarde is 5,5.
• Sterillium
De bacteriedodende ingrediënten in Sterillium zijn isopropanol en n-propanol.
Ingrediënten:
45g isopropanol, 30g n-propanol, 0,2g ethyl-hexadecyl-dimethylammonium-ethylsulfat.
Overige stoffen: myristylalcohol, 85% glycerol, geurstof, patentblauw (E131), gezuiverd water.
Gebruik:
Je moet eerst je handen wassen met water en zeep, en daarna afdrogen. Neem minimaal 5 ml. Sterillium uit het flesje. Dat smeer je dan over je handen en onderarmen. Blijf wrijven totdat de huid droog is. Als je dit hebt gedaan, mag je niet meer je handen wassen, want dan zijn je handen niet meer bacterievrij.
Sterillium is voor desinfectie bij algemeen en pre-operatief gebruik.
Sterillium wordt gebruikt om de handen bacterievrij te maken. Anders kan bijvoorbeeld een arts een patiënt besmetten met een bacterie, virus of schimmel. Binnen 30 sec. zorgt Sterillium ervoor dat je hand vrijwel niet meer zweet. De desinfecterende ingrediënten werken heel snel en ook lang(3 uur). De huidverzorgende bestanddelen beschermen de handen ook als ze bezig zijn. Dat is vooral belangrijk omdat een verzorgde, gladde huid minder bacteriën kan bevatten dan een ruwe, beschadigde huid.
Sterillium is een huidvriendelijke desinfectielotion op basis van alcohol die je huid niet uitdroogt.
De pH-waarde is neutraal.
• Sterilon applicatievloeistof
De actief werkende stof is chloorhexidinegluconaat.
Ingrediënten:
pramocaïnehydrochloride, zinkoxide, benzalkoniumbromide, 8-hydroxychinoline (als conserveermiddel), wolvet, witte vaseline, arachide-olie, sojalecithine.
Gebruik:
Wonddesinfectie: de vloeistof in en om de wond druppelen, wond eventueel afdekken. Huiddesinfectie: met een in de vloeistof gedrenkt watje op de aangetaste huiddelen aanbrengen.
Sterilon is een doorzichtige vloeistof en een algemeen verkrijgbaar geneesmiddel.
• WC-eend
De actief werkende of bacteriedodende stof is hier moeilijk te bepalen. Aangezien er ook alcohol in zit, en we weten dat dit bacteriedodend is, gaan we ervan uit dat dat ook hier de actief werkende stof is.
Ingrediënten:
Water, hydrochloric acid, (Z)-Octadec0-9-enylamine, ethoxylated, polyethoxylated alcohols, parfum, benzalkonium chloride, 2-brom o-2-nitroprpane-1,3-diol, colorants, methylchloroisothiazolinone.
Gebruik:
De dikke gel moet je onder de rand van de toiletpot spuiten, om zo daar de bacteriën te bestrijden.
WERKPLAN (PROEF 1)
Benodigdheden
- 8 petrischalen met een voedingsbodem
- 8 schoonmaakmiddelen
- een stift
- water
- pen en papier
Toelichting op de benodigdheden
Met de stift schrijven we de namen en letters op de bakjes. Het water is voor een natte vinger en met pen en papier maken we aantekeningen.
Overzicht schoonmaakmiddelen
We hebben geen verdunningen gebruikt, maar alles puur en rechtstreeks uit het flesje. We hebben de volgende materialen gebruikt en op de volgende manier genummerd:
A = Sterillium
B = Baktolin
C = Total Care
D = Alcohol
E = Sterilon
F = WC-eend
G = Controle
H = Controle
Zoals je ziet hebben we twee controleproeven. Dit is onze blancoproef. We gebruiken twee controleproeven, zodat we na afloop van het experiment kunnen kijken of het schoonmaakmiddel wat als beste uit de resultaten komt ook echt door de actief werkende stof zo’n schone petrischaal heeft. Het zou namelijk ook goed kunnen dat er gewoon weinig bacteriën op de voedingsbodem zijn aangebracht. Met een controleproef kun je zien of de vinger bijv. erg schoon was (veel bacteriën op bakje G/H) of dat het schoonmaakmiddel goed werkt (weinig bacteriën op bakje G/H)
We nemen twee controleproeven, zodat je nog meer zekerheid hebt.
Werkwijze
- Eerst schrijven we op de bakjes onze namen en de letters A t/m H. We schrijven dit op de bodem. Niet op de deksel, want als je bijvoorbeeld de schalen laat vallen zou je de verkeerde deksel op de verkeerde bodem kunnen doen. Het experiment is dan mislukt omdat je niet de goede resultaten bij de goede bakjes hebt. Daarnaast schreven we alles op de zijkant, zodat we straks goed konden tellen en de bodem niet volgeschreven stond.
- Hierna deed één persoon uit ons groepje zijn vinger onder de kraan, zodat deze nat was. Vervolgens bracht deze persoon een met deze vinger een aantal bacteriën aan op de voedingsbodems. We zorgden dat er overal bacteriën zouden zitten, goed verspreid.
Dit lieten we door één en dezelfde persoon doen, zodat we de resultaten na het experiment eerlijk zouden kunnen vergelijken. Een belangrijk punt hierbij is, dat deze persoon vooraf niet zijn handen mag hebben gewassen! Deze zouden dan te schoon zijn en de proef zou niet goed kunnen slagen.
- Vervolgens gieten we in bakje A t/m F de juiste schoonmaakmiddelen. In bakje G en H doen we niet.
- We laten alles 5 min. staan en gieten daarna de overmaat schoonmaakmiddel uit de kweekplaat.
- We doen de deksels erop en zetten de bakjes omgekeerd op een stapel in lokaal 212. We zetten zo op elkaar, omdat er misschien condens zou kunnen ontstaan. Als deze druppeltjes op de voedingsbodem terecht zouden komen, zou je niet meer eerlijk vergelijk en is het experiment mislukt. Als we de bakjes omgedraaid neerzetten kan dit niet gebeuren.
Reproduceerbaarheid
Je kunt onze proef ook uitvoeren als je onze werkwijze hebt gelezen. We hebben alles namelijk nauwkeurig stap voor stap beschreven. Als dit niet goed gebeurd kun je niet eerlijk onze proef met de andere proef vergelijken.
Wij zijn dus van mening dat onze proef goed reproduceerbaar is.
RESULTATEN (PROEF 1)
Resultaten na 2 dagen:
Na twee dagen gaan wij naar onze bacteriën kijken. We tellen ze en krijgen hier de volgende resultaten uit:
A = 0
B = 0
C = 80
D = 0
E = 0
F = 0
G = 3
H = 2
Waarnemingen:
We nemen verschillende dingen waar. Allereerst merken we op dat er erg weinig bacteriën zijn ontstaan. Zelfs de controle proeven hebben er weinig. Bij de controleproeven zien we echter nog wel veel kleine witte stipjes. Dit zou eventueel kunnen wijzen op bacteriën in ontwikkeling.
Ten tweede heeft bakje C meer bacteriën dan de controleproeven. Dit is vreemd, maar komt misschien doordat er nog meer bacteriën op de vieze vinger zaten dan toen we bij het laatste bakjes (G en H) waren aanbeland.
Een andere reden zou kunnen zijn dat er al bacteriën in de lenzenvloeistof waren ontwikkeld door bijv. een vieze dop/spuit. Ook was de lenzenvloeistof over de datum (dec. 2006). Misschien heeft dit er ook mee te maken.
Omdat we graag af willen wachten of de kleine, witte stipjes zich nog tot bacteriën ontwikkelen, laten we de petrischalen nog een paar dagen staan.
Resultaten na 6 dagen:
Vier dagen later, in totaal dag 6 van de proef, gaan we weer naar onze bacteriën kijken. We tellen ze weer en krijgen hieruit de volgende resultaten.
A = 0
B = 0
C = ± 200
D = 0
E = 0
F = 0
G = ± 160
H = ± 250
Waarnemingen:
Alle oude bacteriën zijn nu veel groter en oranje/bruin. De bacteriën die nieuw zijn ontstaan, zijn veel kleinere stipjes. In bakje H zit ook een ophoping van bacteriën, en bakje C bevat ook een groot wit stuk aan de rand. We zien nu dus dat de controleproeven al een stuk dichter in de buurt komen van bakje C, al blijft het een bijzonder hoog aantal.
De bakjes waar bij 2 dagen een bacterieaantal van 0 was, zijn nu nog steeds 0 bacteriën.
Meetonnauwkeurigheden
Bij deze proef kan er zeer gemakkelijk sprake zijn van meetonnauwkeurigheid. Het tellen van bacteriën is namelijk vrij lastig. Als een bacterie zich deelt en vermenigvuldigt, ontstaan kolonies. Deze tellen we en gebruiken we als meetresultaten. Hierin kun je je echter gemakkelijk vergissen en daarbij gebruiken we afgeronde getallen.
Eén van de andere onnauwkeurigheden in de proef is het aantal bacteriën wat je aanbrengt op de voedingsbodem. Je hebt hier geen controle over. Je zou bij de meer bacteriën kunnen hebben aangebracht dan bij de andere.
Definitie veel/weinig
Bij onze meetresultaten spreken we vaak over veel en weinig. Veel en weinig verschilt in ieders ogen en daarom geven wij daar hier een toelichting op.
Bij deze eerste proef spreken we van veel/weinig/niets bij het volgende:
Na 2 dagen Na 6 dagen
Veel > 50 > 200
Weinig > 1 < 200
Niets 0 0
Conclusie
Na deze eerste proef trekken wij nog geen definitieve eindconclusie. Onze hypothese is deels beantwoord, maar hier komen we later op terug. Waar we nu nieuwsgierig naar zijn, is of er uit de Total Care Lenzenvloeistof vanzelf bacteriën kunnen ontstaan. We gaan hiervoor een tweede proef doen.
PROEF 2
Aanleiding van deze tweede proef
Aangezien wij bij proef 1 een zeer verrassend resultaat hadden, doen wij een tweede proef. Hierbij volgen wij weer alle stappen wan een natuurwetenschappelijk onderzoek.
Observatie (waarnemingen)
Bij proef 1 ontstonden onverwacht veel bacteriën nadat wij de lenzenvloeistof als schoonmaakmiddel hadden gebruikt.
Doel van het onderzoek
Wij vragen ons af of er ook uit de lenzenvloeistof zelf ook bacteriën kunnen ontstaan, aangezien de lenzenvloeistof wel over de datum was.
Probleemstelling
We willen onderzoeken of er uit de lenzenvloeistof bacteriën ontstaan.
Onderzoeksvraag
Ontstaan er vanzelf bacteriën uit de lenzenvloeistof?
Hypothese
Er ontstaan bacteriën uit de lenzenvloeistof als deze over de datum is.
Verwachting
Als lenzenvloeistof over de datum is, ontstaan er bacteriën die zich vermenigvuldigen op een voedingsbodem. We verwachten dus dat er bij deze proef bacteriën zullen ontstaan.
WERKPLAN (PROEF 2)
Benodigdheden
- 2 petrischalen met een voedingsbodem
- Total Care Lenzenvloeistof
- een stift
- water
- pen en papier
Toelichting op de benodigdheden
Met de stift schrijven we de namen en letters op de bakjes. Het water is voor een natte vinger en met pen en papier maken we aantekeningen.
Overzicht petrischalen
We hebben bij deze tweede proef maar twee petrischalen nodig. We hebben geen verdunningen gebruikt. We hebben de volgende materialen gebruiken en op de volgende manier genummerd:
A = Total Care
B = Controle
Werkwijze
Hierbij tellen alle toelichtingen die zijn gegeven bij proef één ook nog steeds.
- We nummeren de petrischalen A en B en schrijven onze namen er weer op.
- In dit geval brengen we géén bacteriën aan met een natte vinger, aangezien we juist willen testen of er uit zichzelf bacteriën ontstaan bij de lenzenvloeistof. De controleproef is in dit geval om weer te vergelijken met iets waar geen lenzenvloeistof op is aangebracht. Ook op de controleproef brengen we ook geen bacteriën aan met de vinger.
- We gieten bakje A vol met lenzenvloeistof en gieten dit na 5 minuten weer af.
- Vervolgens doen we de bakjes dicht, draaien we ze om en zetten we ze in een droogstoof. Dit is een verwarmde ruimte waardoor de bacteriën sneller delen. Hierdoor hoeven we ze niet tot dag 6 te laten staan, maar weten we na 2 dagen al wat het resultaat zal zijn.
Reproduceerbaarheid
Je kunt onze proef ook uitvoeren als je onze werkwijze hebt gelezen. We hebben alles namelijk nauwkeurig stap voor stap beschreven. Als dit niet goed gebeurd kun je niet eerlijk onze proef met de andere proef vergelijken.
Het is wel van belang dat je proef 1 dan ook hebt gedaan, anders heeft deze opdracht geen nut. Dit is namelijk een vervolgonderzoek naar aanleiding van vreemde resultaten.
Maar over het algemeen zijn wij van mening dat onze proef goed reproduceerbaar is.
RESULTATEN (PROEF 2)
Resultaten na 2 dagen:
Na twee dagen gaan wij naar onze bacteriën kijken. We tellen ze en krijgen hier de volgende resultaten uit:
A = 1
B = 1
Waarnemingen
Wij nemen vrij weinig tot geen bacteriën waar bij beiden bakjes.
Meetonnauwkeurigheden
Bij deze tweede proef is er minder sprake van meetonnauwkeurigheid dan bij proef 1. Er zit in beide petrischalen maar één bacterie, dus deze is makkelijk en nauwkeurig te tellen.
In deze tweede proef hebben we ook geen last van het aanbrengen van bacteriën, wat onnauwkeurig zou zijn. We kunnen dus stellen dat deze proef zeer nauwkeurig is uitgevoerd.
Definitie veel/weinig
Bij onze meetresultaten spreken we vaak over veel en weinig. Veel en weinig verschilt in ieders ogen en daarom geven wij daar hier een toelichting op.
Bij deze tweede proef spreken we van veel/weinig/niets bij het volgende:
Na 2 dagen
Veel > 50
Weinig > 1
Niets 0
Conclusie
We komen later in de eindconclusie nog eens terug op deze resultaten.
Terugkijkend op de proef zelf is deze wel geslaagd maar is de hypothese niet bevestigd. We zullen dus een nieuwe hypothese moeten vormen.
Een nieuwe verklaring voor de vele bacteriën in bakje C van proef 1 zou het volgende kunnen zijn. In proef één brachten wij met onze vinger bacteriën aan op de voedingsbodem. In de lenzenvloeistof zitten bepaalde stoffen. Iedere bacterie is anders en iedere bacterie “eet” ander dingen. Het zou zo kunnen zijn dat de bacteriën die wij hebben aangebracht dingen eten die in de lenzenvloeistof zitten en daardoor zichzelf snel vermenigvuldigen.
Om dit te testen doen we een nieuwe proef, proef 3.
PROEF 3
Aanleiding van deze derde proef
Bij proef één hadden wij een zeer verrassend resultaat bij bakje C. In proef 2 hebben we een mogelijke verklaring hiervoor getest. De hypothese die bij dat experiment hoorde was echter niet bevestigd. Daarom doen wij nu een derde proef om een andere verklaring te testen.
Observatie (waarnemingen)
Bij proef 1 ontstonden onverwacht veel bacteriën nadat wij de lenzenvloeistof als schoonmaakmiddel hadden gebruikt.
Doel van het onderzoek
Wij vragen ons af of er in de lenzenvloeistof bepaalde stoffen zitten die bacteriën eten en waardoor ze dus in proef één op de voedingsbodem ontstonden.
Probleemstelling
We willen onderzoeken of er in de lenzenvloeistof bepaalde stoffen zitten die bacteriën eten en waardoor ze dus in proef één op de voedingsbodem ontstonden.
Onderzoeksvraag
Zitten er in Total Care Lenzenvloeistof stoffen waarvan bacteriën leven en waardoor ze ontstaan?
Hypothese
In de Total Care Lenzenvloeistof zitten stoffen waarvan bacteriën leven en waaruit ze ontstaan.
Verwachting
Als er in de lenzenvloeistof stoffen zitten waarvan bacteriën leven, dan zullen er op de voedingsbodem opvallen veel bacteriën ontstaan.
WERKPLAN (PROEF 3)
Benodigdheden
- 2 petrischalen met een voedingsbodem
- Total Care Lenzenvloeistof
- een stift
- water
- pen en papier
Toelichting op de benodigdheden
Met de stift schrijven we de namen en letters op de bakjes. Het water is voor een natte vinger en met pen en papier maken we aantekeningen.
Overzicht petrischalen
We hebben bij deze derde proef weer maar twee petrischalen nodig. We hebben geen verdunningen gebruikt. We hebben de volgende materialen gebruiken en op de volgende manier genummerd:
A = Total Care
B = Controle
Werkwijze
Hierbij tellen alle toelichtingen die zijn gegeven bij proef één ook nog steeds.
- We nummeren de petrischalen A en B en schrijven onze namen er weer op.
- We brengen nu wél bacteriën aan met een natte vinger.
- We gieten bakje A vol met lenzenvloeistof en gieten dit na 5 minuten weer af.
- Vervolgens doen we de bakjes dicht, draaien we ze om en zetten we ze weer in een droogstoof.
Reproduceerbaarheid
Je kunt onze proef ook uitvoeren als je onze werkwijze hebt gelezen. We hebben alles namelijk nauwkeurig stap voor stap beschreven. Als dit niet goed gebeurd kun je niet eerlijk onze proef met de andere proef vergelijken.
Het is wel van belang dat je proef 1 dan ook hebt gedaan, anders heeft deze opdracht geen nut. Dit is namelijk een vervolgonderzoek naar aanleiding van vreemde resultaten.
Maar over het algemeen zijn wij van mening dat onze proef goed reproduceerbaar is.
RESULTATEN (PROEF 3)
Resultaten na 2 dagen:
Na twee dagen gaan wij naar onze bacteriën kijken. We tellen ze en krijgen hier de volgende resultaten uit:
A = 40
B = 47
Waarnemingen
Er is een klein verschil tussen het aantal bacteriën, maar dit is eigenlijk verwaarloosbaar. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat in beiden bakjes (ongeveer) evenveel bacteriën zitten. En dit valt onder ‘veel’ bacteriën.
Meetonnauwkeurigheden
Bij deze derde proef is er weer meer sprake van meetonnauwkeurigheid. Er zijn weer meer bacteriën, dus het tellen wordt moeilijker. Dat is ook de reden waarom we onder ‘Waarnemingen’ zojuist hebben aangegeven dat het verschil verwaarloosbaar is.
Ten tweede brengen we bij deze derde proef weer bacteriën aan met de vinger. Dit zou weer voor verschil kunnen zorgen in de hoeveelheid aangebrachte bacteriën.
Deze proef is minder nauwkeurig uitgevoerd dan proef 2.
Definitie veel/weinig
Bij onze meetresultaten spreken we vaak over veel en weinig. Veel en weinig verschilt in ieders ogen en daarom geven wij daar hier een toelichting op.
Bij deze derde proef spreken we van veel/weinig/niets bij het volgende:
Na 2 dagen
Veel > 40
Weinig > 1
Niets 0
Conclusie
We komen later in de eindconclusie nog eens terug op deze resultaten.
Terugkijkend op de proef zelf is deze wel geslaagd, maar is de hypothese is nog steeds niet bevestigd. Desondanks hebben we besloten om dit punt te laten rusten. Deze onderzoeksvraag gaat duidelijk boven onze kennis, we kunnen geen verklaring bedenken voor het grote verschil in bakje C bij proef 1.
CONCLUSIE
Omkijken naar het experiment
Als we in de conclusie omkijken naar het experiment, kunnen we zeggen dat we ons best hebben gedaan zoveel mogelijk gegevens te verzamelen en een zo compleet mogelijk resultaat te leveren. We hebben twee extra experimenten gedaan om een oorzaak te vinden voor het vreemde resultaat van proef 1.
Verder kijken we of we alles goed hebben uitgevoerd en of alles goed is verlopen. We vinden dat we op de meetonnauwkeurigheid na alles vrij goed hebben gedaan. De resultaten waren niet altijd wat we hadden verwachten, maar dat was ook aan andere dingen te wijden.
Resultaten
Onze hypothese was: Hoe meer bacteriedodende middelen erin zitten, hoe effectiever het werkt.
Onze verwachting daarbij was: We verwachten dat bij het schoonmaakmiddel Stirillium het minste aantal bacteriën zullen ontstaan. Bij de controleproeven verwachten we veel bacteriën aan te treffen.
Als je Stirrilium gebruikt, dan zullen (bijna) alle bacteriën worden gedood.
We kunnen stellen dat onze hypothese is bevestigd. De meeste schoonmaakmiddelen hadden na 6 dagen nog steeds 0 bacteriën. Hierbij kunnen we dus concluderen dat Sterillium, Baktolin, alcohol, Sterilon en WC-eend bacteriedodend zijn!
De grote vraag blijft natuurlijk de lenzenvloeistof, Total Care. Wij kregen bij proef 1 hierbij een bijzonder hoog aantal bacteriën, al na 2 dagen. Hierop deden wij een vervolgexperiment, proef 2.
Onze hypothese daarvoor was: Er ontstaan bacteriën uit de lenzenvloeistof als deze over de datum is.
Onze verwachting daarbij was: Als lenzenvloeistof over de datum is, ontstaan er bacteriën die zich vermenigvuldigen op een voedingsbodem. We verwachten dus dat er bij deze proef bacteriën zullen ontstaan.
Deze hypothese is niet bevestigd. Daarom deden we nog een derde experiment, proef 3.
Onze hypothese daarvoor was: In de Total Care Lenzenvloeistof zitten stoffen waarvan bacteriën leven en waaruit ze ontstaan.
Onze verwachting daarbij was: Als er in de lenzenvloeistof stoffen zitten waarvan bacteriën leven, dan zullen er op de voedingsbodem opvallen veel bacteriën ontstaan.
Deze hypothese is niet bevestigd. Hierna hebben we dit zij-experiment opgegeven en besloten dat wij met de kennis waarover we nu beschikken dit vraagstuk niet kunnen oplossen.
Om nog even in te gaan op de resultaten van proef 2: Die ene bacterie die we dus wel aantroffen na twee dagen is in principe verwaarloosbaar. Tijdens de 5 minuten waarin we wachtten op het afgieten van de lenzenvloeistof zouden deze er onverhoopt in kunnen zijn gekomen.
Bij proef 3 kregen we weer veel bacteriën, maar deze keer verschilde het niet veel met de controleproef. We kunnen dus stellen dat Total Care Lenzenvloeistof niet bacteriedodend is.
Eindconclusie:
Bacteriedodend:
Sterillium Ja
Baktolin Ja
Total Care Nee
Alcohol Ja
Sterilon Ja
WC-eend Ja
LITERATUUR
Deze bronnen hebben we geraadpleegd:
- Het boek Biologie voor jou B1
Thema 1; Inleiding in de biologie
- Het boek Solar, deel 1
Hoofdstuk 1; Ziek en gezond
- http://www.zelfzorg.nl/product.php?id=455
- http://proto5.thinkquest.nl/~lle0446/afbeeldingen/bacterie.jpg
- http://www.boltonhomecare.com/nl/product.asp?BrandId=37&ProductId=2162
- www.wikipedia.nl
- www.google.nl
NAWOORD
We vonden dit een leuk experiment. Het was leuk om te zien hoe snel bacteriën zich eigenlijk ontwikkelen als je het niet bestrijdt met schoonmaakmiddelen, dus als je je niet zou wassen.
Als we experiment over zouden mogen doen, zouden we proberen om toch nog achter de oorzaak te komen van het vreemde resultaat in bakje C bij proef 1. Daarnaast had er hier en daar misschien wat nauwkeurig geteld kunnen worden, maar dit blijft altijd moeilijk.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.