Homeros’ Odyssee
Vertaald door Frans van Oldenburg Ermke

Algemene informatie;
Het verhaal is 319 blz. lang en ik heb er ongeveer (ik heb het eigenlijk niet zo goed bijgehouden) 12 uur op gelezen.

Het hoofdpersonage in het boek is Odysseus, maar buiten hem spelen vooral Penelope en Telemachos ook een grote rol.

Verder zijn er nog Eumaios, Nausikaä, Alkinoös, Aeolos, Demodokos, Nestor, Menelaos, Theiresias, Elpenor, Theoclymenes, Antinoös en Laertes.

En dan natuurlijk nog de ‘wezens’ uit Odysseus’ avonturen; de Cycloop, Aeolos, de Laestrygonen, Kirke, de Sirenen, de Charybdis, Skylla en Kalypso (de Kikoniërs spelen een zeer beperkte rol).

En de Goden; Atnene, Poseidon, Hermes en Helios.

Samenvatting;
In de Odyssee wordt verteld over de terugkeer van Odysseus van Troje naar huis (naar Ithaka, waar hij koning is), de problemen die hij onderweg tegenkomt, maar ook die hij bij zijn thuiskomst aantreft om weer koning over zijn land te worden. Over zij terugtocht van Troje doet hij 10 jaar.

Het verhaal begint met een Godenvergadering waarin Athene voor de terugkeer van Odysseus pleit, die dan al 7 jaar lang vast wordt gehouden door de nimf Kalypso op haar eiland. Alle Goden gaan akkoord met zijn terugkeer (behalve Poseidon die afwezig is) en ze sturen Hermes om dit bericht aan Kalypso door te geven. Athene brengt dan een bezoek aan Telemachos, Odysseus’ zoon, (in de gedaante van een van zijn vrienden), die haar vertelt over de toestand waarin Odysseus’ huis verkeert, sinds de afwezigheid van zijn vader; edelen uit Ithaka en de naburige eilanden hebben zich in het paleis genesteld, maken Penelope het hof en dringen erop aan dat zij onder hen een echtegenoot zal kiezen. Drie jaar lang heeft Penelope hen achter op een afstand kunnen houden met de belofte met een van hen te trouwen, wanneer de lijkwade voor haar schoonvader Laertes aan het weven is, af zal zijn. ’s Nachts haalde ze telkens weer uit wat ze overdag had geweven, totdat een slavin haar bij de minnaars verraadde. Nu de minnaars van de list afwisten, kon ze het huwelijk niet langer meer uitstellen. In die tijd leiden de minnaars in het paleis een vrolijk leven en verbrassen Odysseus’ bezit. Slechts een paar dienaren zijn samen met Penelope en Telemachos, Odysseus trouw gebleven.

Athene spoort hem dan aan te vertrekken naar Nestor en Menelaos, om hen te vragen naar zijn vader. Aangezien zij tegelijk met Odysseus uit Troje waren vertrokken, wisten zij misschien iets meer over zijn vader.

In een volksvergadering klaagt Telemachos de minnaars met hun brutale gedrag aan, maar heeft geen succes. Ondanks hun verzet slaagt hij er toch in,met de hulp van Athene, te vertrekken naar de Penloponnesus om bij de oude strijdmakkers van zijn vader inlichtingen te winnen over zijn vader.

In Pylos wordt Telemachos hartelijk ontvangen door koning Nestor, van wie hij het verhaal over de bewogen terugkeer van de Grieken uit Troje hoort en over het tragische einde van Agamemnon, maar over zijn vader Odysseus kan Nestor hem niks vertellen.

Van Pylos reist Telemachos naar Sparta (over het land) om Menelaos te bezoeken, die nu weer in vrede leeft met Helena. Menelaos vertelt hem van zijn eigen terugkeer, maar over Odysseus weet hij haast niks. Hij zou voor het laatst door de zeegod Proteus bij de nimf Kalypso zijn gezien.

Tijdens Telemachos’ afwezigheid bereiden de vrijers op Ithaka een plan voor om hem op de terugreis te overvallen en te doden.
Het godenbesluit over het lot van Odysseus wordt door Hermes aan Kalypso overgebracht; zij moet Odysseus laten vertrekken. Kalypso geeft toe aan de eis van de goden en zoekt haar gevangene aan het strand op met de aankondiging van zijn besloten terugkeer. Odysseus eet dan nog voor de laatste keer samen met haar in haar grot, waarbij zij een laatste poging doet om hem te laten te blijven, maar tevergeefs. Van boomstammen bouwen ze dan samen een vlot e Odysseus vaart weg. De reis loopt naar behoren, maar dan krijgt Poseidon hem (en dus zijn vrijlating) in de gaten en ontketent een woeste storm. In deze storm duikt de nimf Ino op, die Odysseus haar sluier geeft en vertelt hem dat hij dankzij deze ‘wonder’-sluier later zwemmend redding zal vinden op het eiland van de Phaeaken. Odysseus besluit dan zijn vlot zo lag mogelijk te gebruiken, en na de verbrijzeling van zijn vlot door de storm zwemt hij twee dagen en twee nachten rond, tot hij eindelijk weer land ziet (het eiland Scheria). De kust is echter …. En het scheelt niet veel of hij wordt tegen de rotsen te pletter geslagen. Bij de riviermonding gaat hij aan land, waar hij volkomen uitgeput onder de struiken uitrust.

Athene verschijnt dan in een droom aan Nausikaä, de dochter van Alkinoös, de koning van de Phaeaken, en spoort haar aan bij de rivier de was te gaan doen. Odysseus wordt dan wakker door het geschreeuw van de meisjes en ontmoet Nausikaä (die als enige niet wegrent voor zijn gehavende verschijning). Zij laat hem zich wassen (en Athene schenkt schoonheid over hem heen) en geeft hem kleren en voedsel. Vervolgens wijst zij hem de weg naar het paleis van haar vader. In het paleis aangekomen, wordt Odysseus hartelijk ontvangen door de koning en koningin en ze beloven hem veilig naar zijn vaderland terug te brengen. Maar als dan tijdens een feestmaal de blind zanger Demodokos over de heldendaden van de Grieken tijdens de oorlog om Troje zingt, barst Odysseus in snikken uit (twee keer; de eerste keer tijdens het middagmaal als Demodokos over de twist tussen Achilles en Odysseus zingt en de tweede keer bij het avondmaal wanneer hij zingt over de list van het houten paard en de val van Troje); de koning vraagt hem dan naar zijn naam en lotgevallen.
Odysseus maakt dan zijn ware identiteit bekend en vertelt uitvoerig over alle beproevingen die hij heeft moeten doorstaan;

Met twaalf schepen was hij uit Troje vertrokken en hij was met zijn vrienden naar de stad Ismarus en nam deze in. Maar in de roes van de overwinning werden ze verrast en hij had met een aanzienlijk verlies aan manschappen op de vlucht moeten slaan. Zijn schepen werden door een storm uit de koers gedreven en na negen dagen kwamen zij aan bij de Lotophagen. Enkele van zijn mannen aten er van de geheimzinnige lotusvrucht, die hen alles deed vergeten en hun verlangen naar huis wegnam, zodat Odysseus hen met alle macht naar hun schepen terug moest drijven. Vervolgens voeren ze naar het eiland van de Cyclopen, een woest en wetteloos volk van éénogige reuzen. Daar kwam hij met 12 van zijn mannen vast te zitten in het hol van Polyfemus, de zoon van Poseidon. Daar maakten ze door een list de cycloop blind en wisten daarna, door aan de buiken van de schapen van Polyfemus te gaan hangen te ontsnappen. Van te voren had Odysseus de cycloop verteld dat hij ‘Niemand’ heette, met als gevolg dat toen de cycloop merkte dat Odysseus en zijn makkers wegwaren, schreeuwde dat ‘Niemand’ was ontsnapt. De andere cyclopen letten geen acht op hem en Odysseus wist te ontkomen. Als ze dan van de cycloop weg roeien, roept Odysseus de reus nog na, waarop Polyfemus een rotsblok naar het schip gooit, maar daarna houdt Odysseus zich nog niet stil en noemt zijn echte naam. Daarop bidt Polyfemus tot zijn vader Poseidon hem te wreken.
Vervolgens komen ze aan op het eiland van Aeolus, de god der winden, bij wie ze een maand te gast zijn. Bij het vertrek krijgt Odysseus een zak mee, waarin de ongunstige winden zitten opgesloten. Wanneer ze Ithaka al in zicht hebben, maken Odysseus’ makkers, wanneer hijzelf slaapt, de zak open, in de veronderstelling dat er kostbare schatten inzitten. De losgebroken winden drijven hen terug naar Aeolus, die hen dit keer niet meer wil helpen.

Vervolgens komen ze in Laestrygonië bij de reuzen kannibalen terecht, die de vloot van Odysseus vernielen met rotsblokken en de mannen doden. Alleen Odysseus weet met zijn schip en bemanning te ontkomen.

Daarna bereikt hij het eiland van de tovenares Kirke, die de helft van zijn mannen (21) in zwijnen verandert. Door een toverkruid dat hij van Hermes had gekregen, is hij immuun tegen de toverkunsten van Kirke en hij trotseert de godin en weet te bereiken dat zij zijn makkers weer terugtovert. Een jaar lang leiden ze een aangenaam leven op het sprookjeseiland, totdat hun verlangen naar huis weer naar boven komt. Tot zijn grote teleurstelling deelt Kirke hem nog mee dat hij eerst naar het Dodeneiland moet varen om de schim van de waarzegger Teiresias te raadplegen over wat hem nog te wachten stond.

Aan de grens van de onderwereld voert Odysseus de aanwijzingen die Kirke hem gegeven heeft om de doden op te roepen.

De eerste schim die hij tegenkomt is die van zijn jongste makker, Elpenor, die vlak voor het vertrek van Kirkes eiland van het dak gevallen was. Daarna ontmoet hij de schim van Teiresias, die hem vertelt over de rampspoed van Poseidon die hem nog te wachten staat. Verder vertelt hij hem met nadruk dat hij van de runderen van de zonnegod Helios op het eiland Thrinakia af moet blijven, omdat al zijn mannen anders om zouden komen. Verder verzekert hij hem zijn thuiskomst, maar vertelt hem ook dat als hij daar is, zijn problemen nog niet over zullen zijn, aangezien hij eerst met de brutale ‘vrijers’ af zal moeten rekenen.
(Op het verzoek van zijn gastheer Alkinoös vertelt Odysseus ook over zijn gesprekken met de overleden helden van de Trojaanse oorlog, Agamemnon, Achilles en Ajax)

Vervolgens kwamen ineens een ontelbare hoeveelheid schimmen naar hem toe, waarna hij wegvluchtte naar zijn schip en wegvoer.
Van het dodeneiland varen ze terug naar het eiland van Kirke om Elpenor te begraven (ze hadden zijn overlijden niet opgemerkt). Kirke vertelt Odysseus dan over de gevaren die hem nog te wachten staan; de sirenen, de Skylla, de Charybdis en de runderen van Helios.

Odysseus gaat op weg en komt als eerste de sirenen tegen. Al op een afstand stopt hij de oren van zijn makkers dicht, zoals Kirke hem had aangeraden. Zichzelf laat hij vastbinden aan de mast, zodat hij niet aan het verleidelijk gezang van de sirenen toe zou kunnen geven. Dan varen ze langs de sirenen, vrouwelijke wezens die met hun mooi gezang en gevlei alle zeelieden naar zich toe lokten, waar ze vervolgens hun ondergang zouden vinden. Maar de bemanning van Odysseus was immuun voor het gezang en op Odysseus verzoeken om hem los te maken, bonden ze hem nog steviger vast.

Vervolgens wisten ze ook aan de Charybdis, een gevaarlijke draaikolk te ontsnappen door er ver vanaf te gaan varen, maar aan de overkant hiervan was de Skylla, een zeskoppig monster dat zes leden van de bemanning greep en verslond.

Daarna kwamen ze op het eiland Thrinakia aan, waar Odysseus’ makkers, ondanks zijn talloze waarschuwingen, enkele runderen van Helios slachtten. De straf van Helios bleef niet uit; in een hevige storm wist alleen Odysseus zichzelf op een stuk wrakhout te redden en na negen dagen bereikte hij Kalypso, die hem dus zeven jaar bij zich hield.

Na dit alles verteld te hebben, verbleef Odysseus nog één dag in het paleis van Alkinoös en dan brengen de Phaeaken hem op hun ‘wonderschip’ in één enkele nacht naar Ithaka (nadat ze hem de nodige kostbaarheden hebben geschonken). Zij leggen Odysseus, die in een diepe slaap is gedompeld, op de oever neer, brengen zijn geschenken aan wal en gaan weer naar huis.

Als Odysseus dan weer wakker wordt, herkent hij zijn vaderland niet, maar Athene laat de nevel dan optrekken, die zij rondom hem had verspreid, en vol vreugde kust hij dan de aarde. Zij helpt hem bij het verbergen van de kostbaarheden in een nimfengrot en overlegt met hem hoe zij de vrijers onschadelijk kan maken. Allereerst moet hij onherkenbaar zijn en daarom verandert Athene hem in een oude bedelaar. Odysseus vertrekt dan Eumaios, die nog steeds trouw waakt over de zwijnen van zijn nu al 20 jaar afwezige meester. Hij ontvangt de bedelaar gastvrij en klaagt over de toestanden in het paleis. Hij heeft zelf de hoop al opgegeven om zijn meester nog ooit terug te zien.
Athene is dan inmiddels in Sparta aan Telemachos verschenen en voert hem veilig door de hinderlagen van de vrijers terug naar Ithaka. Daarna gaat hij naar de hut van Eumaios, waar hij ook hartelijk wordt ontvangen en kennis maakt met diens gast, de bedelaar. Als de zwijnenhoeder zich dan naar de stad haast om Penelope te vertellen dat haar zoon weer veilig thuis is, zorgt Athene ervoor dat vader en zoon elkaar herkennen. Daarna bespreken vader en zoon een pla om de vrijers te doden. Deze vrijers zijn teleurgesteld vanwege hun mislukte poging om Telemachos te doden, maar beramen alweer nieuwe plannen.

De volgende dag vertelt Telemachos zijn moeder over zijn reis en ook Odysseus gaat, door Eumaios begeleid, naar de stad voor een bedeltocht. Ze komen dan ook langs het paleis en Argus, Odysseus’ hond, ligt aan de poort, helemaal vuil en afgeleefd. Het dier herkent hem (ondanks zijn 20-jarige afwezigheid), maar heeft niet meer de kracht om naar hem toe te lopen. Kwispelstaartend verwelkomt hij zijn baasje en sterft. De zwerver gaat dan het paleis binnen en krijgt van Telemachos een maal, dat hij op de drempel van de feestzaal opeet. Daarna gaat hij rond om een aalmoes te vragen en de meesten geven hem iets, maar Antinoös, de voornaamste van alle vrijers, weigert het en maakt hem belachelijk.

Odysseus raakt dan ook nog in gevecht met een andere zwerver en wint van hem, iets wat hem populair maakt bij de vrijers en daardoor een vaste plek op de drempel krijgt. Penelope deelt dan mede dat zij snel een beslissing zal nemen.

’s Avonds brengen Odysseus en Telemachos de wapens uit de feestzaal weg, die bij de vergelding van de volgende dag voor de vrijers als verdediging konden dienen. Dan krijgt Odysseus (de zwerver) een gesprek met Penelope en hij verzint een verhaal van zijn hoge afkomst een beweert haar man ontmoet te hebben. Hij beweert ook dat haar man snel zal terugkomen, maar Penelope kan het niet geloven. Maar ze wil wel dat de zwerver verder fatsoenlijk behandeld wordt en gebiedt Eurykleia, de oude voedster van Odysseus, haar gast een voetbad te geven. De vrouw herkent haar meester dan aan een litteken op zijn voet, dat een everzwijn hem toe had gebracht, maar Odysseus gebiedt haar te zwijgen.

Odysseus kan die nacht niet goed slapen door alle gedachten die in zijn hoofd rondspoken.

De volgende dag is de ziener Theoclymenes, een vriend van Telemachos, aanwezig, maar rent weg, nadat hij de naderende slachting voorspeld had. De vrijers lachen om hen en gaan vrolijk verder met feesten.

Door een ingeving van Athene heeft Penelope besloten een wedstrijd te houden; wie de boog van Odysseus kan spannen en een speer door het steelgat van twaalf op een rij geplaatste bijlen kan schieten, zal haar echtgenoot worden.

Als de wedstrijd bezig is gaat Odysseus twee van de hem trouw gebleven dienaren achterna naar buiten en maakt zich aan hen bekend en vertelt hem over zijn krijgsplan. Intussen zijn de vrijers in hun pogingen tot het spannen van de oog gefaald, alleen Antinoös moet nog, maar hij stelt voor de rest van de wedstrijd naar morgen te verplaatsen en het dan allemaal nog een keer te proberen. Iedereen is enthousiast over het plan en feest verder. Maar dan vraagt de zwerver (Odysseus) of hij ook een poging mag wagen. De vrijers wijzen hem af, maar wanneer Penelope en ook Telemachos (die zijn moeder gebiedt te vertrekken, omdat het een mannenaangelegenheid is) het hem toestaan spant hij de boog, volbrengt een meesterschot en schiet daarna door op de vrijers. Hij schiet als eerste Alkinoös neer, die net zijn beker omhoog hief. Er ontstaat dan een hevige opschudding tussen de vrijers en Odysseus maakt zich bekend en schiet genadeloos verder. Als de pijlen op zijn, vecht hij verder met de wapens die Telemachos gebracht heeft en Athene staat Odysseus en zijn paar trouwe helpers terzijde. Alleen een zanger en een heraut worden gespaard. Als het gevecht dan beslist is, worden alle lijken uit de zaal verwijderd en worden de sporen van het bloedbad uitgewist. Tenslotte worden twaalf dienstmeisjes, die met de vrijers geheuld hebben, terechtgesteld, waarna Odysseus het huis me zwaveldamp zuivert. De aan hem trouw gebleven vrouwen worden in de zaal geroepen en omringen vol vreugde hun meester.

Wanneer Penelope van Eurykleia verneemt dat haar man weer thuis is en de vrijers heeft gedood, kan ze het nauwelijks geloven. Ze blijft gereserveerd tegenover hem staan, maar wanneer Odysseus dan alle details van hun (zelfgemaakte uit een olijfboom) bed vertelt, gelooft ze hem en sluit hem in haar armen.

Tenslotte brengt Odysseus nog een bezoek aan Laertes, die eenzaam en verwaarloosd zijn laatste levensdagen op zijn land slijt.

De Odyssee eindigt ermee dat Athene de aanhangers van de vrijers, die wraak willen nemen op Odysseus kalmeert.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

I.

I.

superrr!!

6 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

E.

E.

bedankt heel leuk om te lezen.

6 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

L.

L.

Zeer geslaagde samenvatting!

Lieve

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

I.

I.

hi!
ik moet 4 morgen een strip maken over odysseus en de sirenen, bleh, echt een kud opdr8. ik baal echt, heb nog nix gedaan... nou ja, thnx 4 het goede boekverslag, xxx inge

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

B.

B.

heel lang en goed hor (y)

15 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

B.

B.

eindelijk een beknopt en duidelijk relaas bedankt om het op het net te plaatsen.

16 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

N.

N.

ik vind het een erg goed verslag!!!!!!!!!!

13 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

T.

T.

In dit verslag van de Odyssee wordt het bezoek van Odysseus aan de Sirenen niet vermeld. Na het laatste bezoek bij Kirke stopt hij de oren van zijn makkers vol met was zodat ze niks horen en laat zich door hen vastbinden aan de mast. Als ze langs de Sirenen komen hoort alleen hij hun goddelijke gezang en kan er niet heen, ook al is het nog zo verleidelijk. Zijn makkers roeien gewoon door, omdat ze niks horen. Daarna komen ze langs Charibdis en Skylla.

12 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast