ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
1. Praktische gegevens
Annejet van der Zijl – Sonny Boy
Uitgeverij Nijgh & van Ditmar
235 bladzijden
Februari 2005

2. Inhoud en opbouw

2.1 Typering
Sonny Boy is een non-fictionele roman. De bedoeling was om er een historische roman van te maken.

“Maar naarmate ik me meer in de hoofdpersonen verdiepte en er steeds meer materiaal boven kwam drijven, besefte ik dat tegen het leven zelf niet op te verzinnen valt – in ieder geval niet door mij.” (blz. 223, Nawoord)

Het boek gaat ook over de geschiedenis, over de slavenhandel en de jodenvervolging, maar toch is het een echt gebeurd verhaal, en ook in die vorm geschreven. Het is een soort van biografie van het leven van een paar personen in de geschiedenis, maar dan in verhaalvorm.

“Als elke reconstructie was Sonny Boy een puzzel, slechts mogelijk gemaakt door degenen die me hielpen zoeken naar de stukjes ervan.” (blz. 223, Nawoord)

2.2 Samenvatting

Rika Hagenaar-van der Lans is vijfendertig jaar als het verhaal begint, dan kijkt ze terug op het leven voor haar. Als de jonge rooms-katholieke Rika van der Lans en de protestantse Willem Hagenaar in 1911 trouwen tegen de wil van hun families, is het schandaal niet te overzien. Toch komt het wel weer een beetje goed en wonen Rika, haar man en hun vier kinderen binnen enkele jaren gelukkig samen in Den Bosch. De sfeer slaat echter om als Willem voor zijn werk moet verhuizen naar het dorp Goeree. Rika kwijnt er weg van verveling en mist de zwierigheid van de grote stad. Als haar man, niet wetende wat hij met zijn steeds opstandigere vrouw aanmoet, zijn handen niet meer thuis kan houden pakt ze in 1926 haar spullen en vertrekt naar Den Haag. Hier woont ze enige tijd onder primitieve omstandigheden samen met haar kinderen. Ondanks de moeilijke tijden stemt Rika er in toe Waldemar Nods in huis te nemen, een Surinaamse jongen die voor het grote geld naar het rijke Nederland is gekomen. Ondanks het leeftijdsverschil van ongeveer twintig jaar bloeit er snel iets op tussen het tweetal en het duurt niet lang voor Rika merkt dat ze zwanger is. Haar kinderen vatten dit nieuws minder blij op dan gehoopt. Haar oudste zoon Wim loopt samen met zijn broertje Jan zelfs weg, terug naar hun vader. Willem, nog steeds onwillig de scheidingswens van zijn vrouw te accepteren, barst na het aanhoren van het verhaal van jaloezie. Rika is ondertussen om haar relatie met een zwarte man compleet verstoten door haar omgeving, en ondanks de pijn die het doet ziet ze zich snel genoodzaakt haar overige twee kinderen, Bertha en Henk, ook naar hun vader te sturen. Deze verbiedt hun vervolgens echter elk contact met hun moeder.
Vol verdriet over het “verlies” van haar kindjes verhuist Rika met Waldemar en hun zoontje Waldy naar Scheveningen, waar het haar ondanks de crisisjaren dertig lukt een goedlopend pension te starten. Eind jaren dertig treedt het paar in het huwelijk en begint het contact met Rika’s kinderen langzaam weer redelijk op gang te komen.
Als de Tweede Wereldoorlog begint komt Rika snel in de LO terecht, de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers. Het opvangwerk zet ze door, ook nadat het gezin door de Duitse evacuatie van Scheveningen opnieuw terug moet verhuizen naar Den Haag. De Duitse overheersing begint steeds een grimmigere omvang aan te nemen. Maar door stom toedoen van een van haar onderduikers, de SS-deserteur Gerard van Haringen, wordt haar gezin januari 1944 verraden en worden al haar Joodse gasten op de trein gezet. Rika, Waldy en Waldemar worden opgesloten in een gevangenis voor mensen uit het verzet, het Oranjehotel in Scheveningen. Waldy is snel vrij en wordt in afwachting van de vrijlating van zijn ouders opgevangen door verschillende gezinnen.
Door haar verbeten koppigheid wordt Rika gedurende haar verblijf in het Oranjehotel sterk mishandeld door haar woedende ondervragers. Waldemar wordt snel naar het werkkamp in Vught gestuurd en ook Rika verhuist daar na enkele maanden heen. Hun wegen worden echter opnieuw gescheiden als Waldemar naar het concentratiekamp Neuengamme wordt verplaatst. Door zijn kennis van de Duitse taal weet hij daar een baantje in de kampadministratie te bemachtigen, waardoor hij het er naar omstandigheden redelijk heeft. Rika wordt later op transport gezet naar het vrouwenkamp Ravensbruck. Hier overlijdt ze februari 1945 aan de gevolgen van dysenterie.
Ook Waldemar overleeft uiteindelijk de oorlog niet. Na de bevrijding van zijn kamp worden de overlevenden opgevangen op het schip “Cap Arcona” aan de Oostzee. De Britse veiligheidsdienst vermoedt echter dat de haven vol SS’ers zit en bombardeert de plaats 3 mei 1945. Duizenden van de zwaar ondervoede ex-kampleden weten het slechts enkele minuten uit te houden in het ijskoude water. Waldemar lukt het zwemmend de kust te halen, maar hij wordt op het strand neergeschoten door Duitse soldaten.

Via ooggetuigen van de dood van zijn ouders weet Waldy na de bevrijding snel dat zoeken geen zin heeft. Hij krijgt het zeer moeilijk met het verlies en tot grote opluchting van de familie van Rika nemen naar Nederland geëmigreerde familieleden van Waldemar de opstandige jongen in huis. Om zijn worsteling te doorbreken probeert Waldy na vijftig jaar zijn leven op papier te zetten, maar zonder bevredigend resultaat. Het heeft hem zonder meer geholpen dat uiteindelijk Annejet van der Zijl het verhaal reconstrueerde.

2.3 Tijd

1. In welke tijd spelen de gebeurtenissen zich af?
Het verhaal speelt zich af in de 20ste eeuw, van het begin, ongeveer 1910, tot ongeveer 1970.

“Het leven van Waldemar raakt aan twee van de zwartste, meest met taboes bladzijden in de Nederlandse historie, namelijk de slavenhandel en de jodenvervolging.” (blz 221, Nawoord)

2. Wat is de verhaaltijd? Wat is de leestijd?
Het verhaal begint ongeveer in 1910, en eindigt in ongeveer in 1970. Het is dus ongeveer zestig jaar. De leestijd is ongeveer tien uur. Ik heb het niet precies bijgehouden, maar ongeveer zo lang.

3. Geef op zijn minst een voorbeeld van een belangrijke vertraging, en van een versnelling. Leg ook uit waarom de vertraging belangrijk is in het boek.

Vertraging:
Een belangrijke vertraging is in het begin van het boek, in de proloog ‘De Rivier, 1923’, waarin het gaat over Waldemar die zwemt in de rivier.

“En Waldemar dook het zilte water in en zwom naar huis. Slag na slag, meter na meter, tot hij in zijn ritme kwam en als vanzelf door het water kliefde. Alles spoelde van hem af en uiteindelijk was het enige wat nog overbleef hijzelf, zoon van Suriname, groot geworden met de rivier. Zij droeg hem, het water was zijn vriend.” (blz. 11)

Deze vertraging is belangrijk omdat het een van de motieven van het boek bevat (zie ook andere vragen), en het ook in verbintenis staat met het eind van het boek.

Versnelling:
“Dankzij een gelukkige ontmoeting met een leraar pakte hij zijn schoolcarrière alsnog op, en slaagde er in 1951 in om, inmiddels tweeëntwintig jaar oud, zijn hbs-diploma te halen.”
(blz. 210)

4. Zijn er flashbacks? Zo ja, geef een voorbeeld. Vermeld daarbij de bladzijde en licht de functie van de flashback toe.

Ja, af en toe zijn er flashbacks.

“Rika Hagenaar-van der Lans had wel honderd redenen om moe te zijn, die herfst van 1928.” (blz. 13)

Hierna komt een heel stuk van haar levensverhaal voor de herfst van 1928. De functie van deze flashback is te om te weten te komen wie Rika is.

2.4 Ruimte

1. Waar spelen de gebeurtenissen zich af?

De gebeurtenissen spelen zich af in Paramaribo in Suriname, in de tijd dat Waldemar daar nog woonde. Verder in Nederland, in verschillende plaatsen: in Den Haag, Scheveningen, Goeroe, Den Bosch en Vucht. Als de oorlog zich afspeelt belanden Waldemar en Rika zich in Duitsland, in de concentratiekampen in Neuengamme en ook op de Cap Arcona in Ravensbruck. Dit zijn ongeveer de belangrijkste plaatsen.

2. Zijn er plaatsen waar je van belangenruimte kunt spreken? Geef een voorbeeld en licht de betekenis toe.
Bijvoorbeeld op het eind van het boek, als Waldemar sterft kan je spreken van een belangenruimte. De zee speelt daar een belangrijke rol, het heeft dan ook een dubbelzinnige betekenis. De zee is hier een belangenruimte omdat dit hier ook het verhaal typeert. Zie ook persoonlijke mening.

2.5 Personages

1. Beschrijf het karakter van de hoofdpersoon.


Rika Hagenaar-van der Lans
Ze trouwt eerst als katholieke meid met de protestantse Willem. Dit huwelijk loopt op de klippen. Rika is een uiterst zorgzame vrouw, die goed voor haar kinderen zorgt en ook perfect voor de kostgangers in haar pensions. Ze is een tamelijk rebelse vrouw, omdat ze gewaagde relaties aangaat en voor niets of niemand terugdeinst. Zelf de beruchte NSB’er Kaptein kon niets uit haar krijgen, wat hem ook frustreerde. Ze houdt ontiegelijk veel van haar kinderen en het is een van de zwaarste straffen die je haar kon geven, dat ze haar kinderen niet meer mocht zien. Ze is heel gastvrij, en ze was heel sociaal. Ze had hele levendige ogen en was aardig voor iedereen.

2. Geef een schematisch overzicht van de hoofdpersonen en hun verhoudingen ten opzichte van de achtergrondfiguren.

Waldemar Nods
Komt uit een rijk Surinaams gezin. Is een van de weinig rijke negers in Suriname en wordt al bijna als blanke aangezien. Hij gaat studeren in Nederland. Het valt hem toch wel tegen om in Nederland te integreren: het klimaat, de mensen die hem als een exotisch wezen aankijken, enzovoorts. Hij raakt verliefd op Rika en ze krijgen samen een kind. Hij houdt van zwemmen. Hij is een hele nette, keurige en sympathieke man. Hij steunt zijn vrouw Rika altijd. Op de foto’s ziet hij er keurig uit, zoals hij ook was.

Waldy / Sonny Boy
Kind van de blanke Rika en de donkere Waldemar. Hoewel het boek naar hem vernoemd is, is het niet de hoofdpersoon. Hij is een tamelijk avontuurlijk ventje, die erg tegen zijn vader opkijkt. Daarom zwemt hij ook graag en houdt hij van de zee. Als hij ouder is en zijn ouders overleden zijn, heeft hij het moeilijk met het verwerken van het verlies. Als hij hoort dat ook zijn vader is overleden, trekt hij zijn scoutingkleren aan en loopt fluitend door de kamer. Typerend voor zijn karakter waarschijnlijk. Hoofdstuk 9 heet koekoeksjong en gaat over Sonny Boy. Dit slaat op het feit dat hij van hot naar her gesleept toen zijn ouders gearresteerd waren. Hij heeft bij verschillende familieleden ingewoond, maar eigenlijk heeft er niemand zich echt goed over hem ontfermd.

Willem Hagenaar
De eerste man van Rika. Ze trouwden al heel vroeg, maar door de verhuizing naar Goeroe komt er ruzie en gaan ze scheiden. Hij kon het niet hebben dat Rika met een zwarte man een kind kreeg, en liet het niet toestaan dat zijn kinderen naar Rika gingen. Het was een jaloerse man.

Bertha Hagenaar
De dochter van Rika. Ze wordt ook wel ‘Zus’ genoemd. Zij is de enige die haar moeder wilt zien, en nog met haar contact wil houden. Ze vindt het moeilijk om haar moeder te missen, en probeert haar zoveel mogelijk te steunen.


Het was een echte moksi-moksi, zoals ze dat in Suriname noemden: een bruin kindje met donkere krullen en knalblauwe ogen.

3. Welke personen zijn uitbouwkarakters? En welke personen zijn gegeven karakters?

Waldy (Sonny Boy)
“Zo onbevangen als Waldy als jongetje de camera van zijn vader in keek, heeft hij nooit meer op foto’s gestaan. Altijd zat er iets verbijsterds in zijn blik, iets beschaamds bijna. Het hechte eilandje dat hij en zijn ouders hadden gevormd te midden van een sceptische, soms vijandige wereld was verdwenen en hun ‘Sonny Boy’ was een koekoeksjong geworden, iets waar een oplossing voor gevonden diende te worden.” (blz. 207)

“Ondertussen dwaalde Waldy door het leven, op zoek naar een houvast dat hij nooit helemaal vond.” (blz. 210)

Zoals je leest is het met Waldy na de dood van zijn ouders nooit helemaal meer goed gekomen, hij is veranderd, maar wel op een negatieve manier. Alsof hij nog steeds ergens naar opzoek is.

Waldemar
Waldemar is sinds hij uit Suriname is gekomen veranderd van iemand die tot de elite behoort tot een arme man. Hij heeft zich ook aan moeten passen, en zich telkens maar weer moeten bewijzen naar de mensen die vooroordelen hebben. Van een avontuurlijke jongen die tot de elite in Suriname behoorden is hij iemand geworden die zich telkens keurig gedraagt om zichzelf te moeten bewijzen.

“Hoeveel minder rijk de Nodsen in de loop der jaren ook geworden waren, in Paramaribo had Waldemar nog altijd onmiskenbaar tot de elite behoord. Maar hier was hij opeens een arme zwarte sloeber te midden van alle welvaart om hem heen.” (blz. 53)

En wat Waldemar betreft: die was, zoals sommigen niet moe werden te benadrukken ‘toch’ – oftewel, ondanks zijn huidskleur – ‘zo’n keurige man’.” (blz. 80)

De andere personages zijn voornamelijk gegeven karakters.

2.6 Vertelwijze: Vermeld de vertelwijze (perspectief), en licht deze toe.

Het wordt geschreven in de alwetende vorm. Soms laat ze ook citaten van brieven of dagboeken in het verhaal voorkomen, en die staan wel in de ikvorm. Er wordt al schrijvend informatie gegeven.

Het was Waldemar meteen duidelijk dat in het enorme, overbevolkte Neuengamme totaal andere wetten golden dan in het in vergelijking bijna vriendelijke vucht.” (blz. 160)

2.7 Structuur

1. Hoe is het boek ingedeeld? Is het chronologisch verteld of niet? Licht toe.

Het boek begint met een soort proloog ‘De Rivier, 1923’, waarna negen hoofdstukken met titels worden geschreven, en daarna heb je nog een epiloog ‘De Zee, 1945’ en dan een nawoord en verantwoording met bronnen. Elk hoofdstuk wordt nog verdeeld in een aantal stukjes zonder titels.

Je hebt vier duidelijke verhaallijnen. De verhaallijnen zijn: de geschiedenis van Waldemar Nods; het verhaal van Rika van der Lans; het verhaal van Waldemar en Rika in de vooroorlogse jaren; het verhaal over de oorlogsjaren.

Het boek is niet helemaal chronologisch verteld, af en toe wordt verwezen naar andere tijden, en sommige dingen staan door elkaar. Het begint bijvoorbeeld in 1923, daarna ga je naar 1928, en van daaruit wordt teruggekeken op de tijd ervoor.

2. Welke opening heeft het boek? Licht je antwoord toe.

Het begint met een proloog over Waldemar in Suriname, ‘De Rivier, 1923’, en daar wordt verteld over Waldemar in Paramaribo, dat hij een zwemmer is en dat hij van water houdt. Dit slaat ook een beetje terug op het eind van het boek, waarin diezelfde Waldemar sterft in het water.

3. Is het einde open of gesloten? Leg uit.

Het is een gesloten einde, er is duidelijk gemaakt hoe Waldemar en Rika zijn gestorven, en er wordt ook nog verteld over Waldy na de oorlog. Alles is bijna duidelijk. Het is ook een non-fictionele roman, waarin een waar gebeurd verhaal wordt verteld dat terugslaat op feiten en ware gebeurtenissen en dan is er geen open einde nodig vind ik.

3. Thema en motieven

1. Formuleer het thema in een of twee zinnen.

Liefde door weer en wind.

Rika, Waldemar en Waldy maken veel dingen mee, doorstaan veel problemen, en hebben elkaar nodig tot het laatste moment. Maar toch proberen ze dat opgebouwde eilandje in een wereld vol problemen in stand te houden.

2. Onderscheid in het thema de verschillende motieven. Noem deze motieven, licht ze toe en geef enkele tekstgegevens.

Water:
Waldemar voelt zich vrij als hij zwemt. Als kind hing hij achter de grote schepen in Paramaribo, door het geluid van de branding komt hij tot rust in Scheveningen en hij zal uiteindelijk in de golven sterven.

Slag na slag, meter na meter, tot hij in zijn in zijn ritme kwam en als vanzelf door het water kliefde. Alles spoelde van hem af en uiteindelijk was het enige wat nog overbleef hijzelf, zoon van Suriname, groot geworden met de rivier. Zij droeg hem, het water was zijn vriend.”
(blz. 11)

”Bloed mengde zich met ijskoud water, maar Waldemar voelde al geen pijn meer. Hij wiegde op de golven, en de zee spoelde alle vuil en ellende van hem af. Het water was zijn vriend, zoals het dat altijd was geweest.” (blz. 219)

Het grijsbruine, warme water van de rivier klotste loom tegen de steigers en Waldemar zwom, hij zwom naar huis”. (blz. 220)

Verboden liefde:
Als Rika zich aan de “normen en waarden” van haar omgeving had gehouden waren de twee mannen met wie ze haar leven gedeeld heeft nooit haar partner geweest. Ook blijkt later in het boek dat het merendeel van haar kinderen niet zonder schandalen zal trouwen. Ex-man Willem trouwt uiteindelijk met de huishulp, ver benenden zijn stand dus.

Hun liefde leek echter weinig toekomst beschoren, want Willems vader was een protestantse hoofdonderwijzer die een diepe afkeer koesterde jegens alles wat paaps was. Daarbij vond hij de Van der Lansen maar ordinaire middenstanders. Rika´s ouders op hun beurt gruwden al evenzeer van de gedachte dat hun dochter buiten haar geloof zou trouwen. Een huwelijk met een protestant zou haar, zo meende zij, onherroepelijk in staat van doodzonde brengen.”
(blz. 16)

Verplaatsen:
De gezinnen van Rika veranderen in elke vorm vaak van woon- of verblijfplaats. Waldemar wisselt zelfs van werelddeel. Zelfs hun laatste maanden in de concentratiekampen brengen Rika en haar man elk op verschillende locaties door.

De meeste Surinamers die naar Nederland kwamen vestigden zich in het kosmopolitische, losse Amsterdam, waar in de matrozencafés rond de Zeedijk en in het havengebied veel landgenoten te vinden waren.” (blz. 54)

Donderdag 10 mei 1944

In de trein
Dag lieve kindren
Dag Vadertje en Moedertje
Dag lieve broers en zusters
allemaal een dikke zoen
ik ga naar Vught
naar mijn lieve man
bid veel voor ons
houd goeden moed
ik zal flink zijn hoor
jullie liefhebbende moeder
Rika”

(blz. 158)

Het beloofde land waar Waldemar en zijn vriendjes, schommelend in de buigzame takken van de guaveboom over gefantaseerd hadden was vanaf het moment dat hij voet aan wal zette totaal anders dan verwacht.” (blz. 52)

Hoop:
Ondanks de tegenslagen blijven de personages hopen op een goede afloop. Dit geldt voor Rika in het begin en tegen het eind van het boek voor de hereniging met haar kinderen, maar ook wordt flink gebeden voor een spoedig einde van de oorlog.

Toch laat ik mij niet down slaan. Keep smiling, hoor! Ik lach nog steeds. Wij moeten immers nog sterk staan, als de mannen terugkomen. En eens zal zat zijn!” (blz. 176)

Zwart en wit:
Er is veel sprake van racisme tegen de donkere Surinamers en antisemitisme tegen joden, maar ook blijkt de Nederlandse samenleving allesbehalve zwart en wit gehandeld te hebben in oorlogstijd. In die tijd, vooral nog in de tijd van het begin van het boek (ongeveer 1925) was een zwarte in Nederland heel raar. Er waren toch veel tegenstellingen.

Want hij was ondanks al zijn geld en praatjes met zijn door zon gelooide zwarte huis toch niet meer dan een goudzoeker, een rabauw, terwijl zijn een echte dame was- zo goed opgevoed, zo keurig, zo blank vooral.” (blz. 30)

“Alleen voor overplaatsing naar de gevreesde buitencommando’s hoefde De Kom niet bang te zijn: kleurlingen mochten het kamp onder geen beding het kamp verlaten, dit vanwege het risico dat ze in geval van ontsnapping Duitse vrouwen zouden verkrachten en het arische ras met hun bloed besmeuren.” (blz. 184)

Soms probeerden mensen hem stiekem aan te raken om te kijken of hij af zou geven en in de tram staarden kinderen naar hem alsof hij de boeman in hoogsteigen persoon was.” (blz. 54)

Noordnoordoost:
Waldemar vertrekt van Suriname naar Nederland met deze koers. Later zullen Waldemar en Rika nogmaals deze koers aannemen. Dit keer in een compleet andere situatie: bij het vertrek naar de concentratiekampen in Duitsland. Weer een barre tocht, maar dit maal met een veel sombere bestemming

De koers was noordnoordoost - ze voeren weg van de zon, de invallende duisternis tegemoet.” (blz. 48)

Rika en haar achthonderd lotgenotes reden verde noordwaarts, ruwweg dezelfde richting volgend die Waldemar een half jaar eerder gegaan was: noordnoordoost.” (blz 171)

3. Verklaar de titel van het boek

When there are grey skies
I don't mind the grey skies
You make them blue, Sonny boy
Friends may forsake me
Let them all forsake me
You pull me through, Sonny boy
You're a sent from heaven
And I know your worth
You've made a heaven
For me right here on earth
And then the angels grew lonely
Took you 'cause they're lonely
Now I'm lonely too, Sonny boy

‘Sonny Boy’ uit de film The Singing Fool, gezongen door Al Jolson, 1928 (Voorin het boek)

Sonny Boy is de naam van het kind van Waldemar en Rika en tevens de naam van het lied in het motto. ‘When there are grey skies, I don’t mind the grey skies. You make them blue, sonny Boy’ past wel goed bij het boek. Er zit ook veel hoop in dit boek, en vandaar de title. Vooral Rika, kon waarschijnlijk nog enig hoop en doorzettingsvermogen halen uit het feit dat ze iemand had om voor te strijden. Alles wat ze wou was Sonny Boy en Waldemar nog levend terugzien. Wat niet lukte.

Opvallend is wel dat Sonny Boy geen hele grote rol vervult in het boek. Geen grote actieve rol dan.

4. Persoonlijke mening

1. Wat vind jij het meest treffende of mooiste gedeelte en waarom?

Ik vind het mooiste én meest treffende gedeelte het stuk dat Waldemar sterft. Ik kreeg er een soort van gevoel van wanhoop en medelijden van. Hij had net vier kilometer gezwommen om zichzelf te redden, en wordt dan op de kant neergeschoten. Het wordt ook mooi beschreven. Verder vond ik het ook een mooi stuk omdat het ook nog terugslaat op andere delen van het boek. In het begin staat:

Alles spoelde van hem af en uiteindelijk was het enige wat nog overbleef hijzelf, zoon van Suriname, groot geworden met de rivier. Zij droeg hem, het water was zijn vriend.” (blz. 11)

En op het einde staat dit:

”Bloed mengde zich met ijskoud water, maar Waldemar voelde al geen pijn meer. Hij wiegde op de golven, en de zee spoelde alle vuil en ellende van hem af. Het water was zijn vriend, zoals het dat altijd was geweest.” (blz. 219)

“Het grijsbruine, warme water van de rivier klotste loom tegen de steigers en Waldemar zwom, hij zwom naar huis”. (blz. 220)

Het is ook een mooi einde voor een toch wel apart levensverhaal, en dit einde vond ik wel typerend voor het boek.

2. Ken je andere boeken over (ongeveer) hetzelfde thema? Welke?

Ik dacht van te voren dat dit boek meer over vreemdgaan en bedrog zou gaan, zoals dat op de achterkant van het boek verteld werd. Ik dacht dat dit zou aansluiten op De Passievrucht, wat ik al eerder heb gelezen. Maar dat vond ik niet heel erg, dat was wel jammer. Verder vind ik het moeilijk om nog meer boeken met ongeveer hetzelfde thema te bedenken. Het is overigens ook moeilijk om dit boek een thema te geven, en al helemaal een thema dat bij andere boeken aansluit.

3. Geef je mening over het en licht deze mening uitvoerig en nauwkeurig toe.

Ik vond het een heel mooi, en aangrijpend verhaal. De moed en de hoop die telkens wordt volgehouden. Twee mensen die veel van elkaar houden, maar een liefde die niet door iedereen wordt geaccepteerd. Mensen die zich inzetten voor de medemens en worden verraden. Je telkens moeten aanpassen, en maar alles slikken wat er wordt gezegd. En toch de moed, het doorzettingsvermogen en de hoop blijven houden tot het bittere eind.
Het is een waar gebeurd verhaal, en het is knap geschreven. Er zitten veel historische feiten in, maar er wordt toch een beetje een verhaal in verteld.
Ik vond het boek makkelijk lezen, en sommige dingen grepen me wel aan. Ik vond het mooi om te lezen hoe er bijvoorbeeld tegen zwarte mensen aan werd gekeken in die tijd. Ik vond het mooi om te lezen hoe onbekende burgers de tweede wereldoorlog aanvaarden, en ik vond het mooi om te lezen hoe er telkens weer moed en hoop werd gehouden in een liefde die niet werd geaccepteerd.
Aan de ene kant vond ik het wel jammer dat het niet echt een verhaal was. Er zat natuurlijk wel een beetje verhaal in, maar het is was meer ook historische feiten, en een biografie. Maar aan de andere kant gaf dat juist ook weer iets speciaals, iets wat ook weer leuk is om te lezen. Ik zou dit boek wel aanraden, want het grijpt je wel aan.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

Eeh man 'negers'? Waarom zo racistisch?

3 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

Z.

Z.

goedzo

6 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast