ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
Beschrijvingsopdracht.

Titelbeschrijving.
W.F. Hermans, Nooit meer slapen. Amsterdam 1966.

Motivatie.
Ik heb ervoor gekozen om dit boek te lezen omdat ik nog niet eerder een boek van Hermans had gelezen en omdat ik het zoek zelf heb (van de Lijsters). Ook vond ik het onderwerp interessant, het gaat namelijk over een reis door Noorwegen. Ik ben zelf twee keer in Noorwegen geweest en ik vind het een heel mooi land. Daarom vond ik het leuk om ‘Nooit meer slapen’ te gaan lezen.

Korte samenvatting van de inhoud.
De 25-jarige Nederlandse geoloog Alfred Issendorf onderneemt met zijn Noorse vriend Arne en twee andere Noren een expeditie door Finnmarken. De hoogleraar van Alfred, Sibbelee, heeft de hypothese bedacht dat bepaalde ronde gaten in de bodem ontstaan zijn door de inslag van meteorieten. Men dacht namelijk altijd dat het doodijsgaten waren uit de ijstijd. Alfred gaat mee op de expeditie om te bewijzen dat de hypothese van Sibbelee waar is. Ook doet hij het voor zijn vader die ook geoloog was en bij een expeditie dodelijk verongelukte.
Voor zijn onderzoek heeft Alfred luchtfoto’s nodig van het gebied, maar als hij in Noorwegen komt zijn die onvindbaar en hij gaat zonder foto’s mee op de expeditie. De Noren met wie hij meegaat zijn Arne (zijn vriend), Qvigstad en Mikkelsen.
Door gebrek aan training kan Alfred moeilijk met de anderen meekomen. ’s Nachts kan hij niet slapen omdat het daar niet donker wordt en hij wordt lekgeprikt door de muggen.
Onderweg ontdekt hij dat Mikkelsen de luchtfoto’s heeft, maar Alfred kan er niks op vinden dat erop duidt dat de doodijsgaten meteoorinslagen zijn.
Qvigstad en Mikkelsen gaan op een gegeven moment een andere route volgen, zonder Alfred gedag te zeggen. Later raakt Alfred Arne ook nog kwijt, omdat hij zo koppig was de kant op te gaan waar hij dacht dat ze heen moesten. Dagen later vindt Alfred Arne terug, gedood door een val van een rots. Alfred besluit terug naar de bewoonde wereld te gaan.
Onderweg ziet hij een lichtschijnsel en hoort een harde klap. In het vliegtuig naar Nederland leest hij in een krant dat er waarschijnlijk een meteoriet ingeslagen is.
Thuis krijgt hij van zijn moeder manchetknopen, gemaakt van een doorgezaagd meteorietsteentje, dat zijn vader hem voor zijn zevende verjaardag had willen geven.

Uitgewerkte persoonlijke reactie.

Onderwerp
Het gaat over de expeditie van Alfred Issendorf. Hij wil zijn vader ‘wreken’ die ook geoloog was en is omgekomen bij een ongeluk om een expeditie. Zijn moeder zegt ook in haar brief aan Alfred: ‘Ik voel het als een soort revanche op het noodlot: dat jij zult voortzetten wat hij niet heeft kunnen voltooien’. Belangrijke onderwerpen in het boek zijn de wetenschap (geologie) en Noorwegen. Alfred wil onderzoeken of de ronde gaten in de bodem veroorzaakt zijn door ingeslagen meteorieten. Vaak vergelijkt Alfred het kleine platte Nederland met het grote bergachtige Noorwegen. Een ander onderwerp dat steeds terugkomt zijn ontdekkings-reizigers. Columbus wordt twee keer genoemd in het boek, maar hij heeft het nog vaker over de Engelsman Scott en de Noor Amundsen. De onderwerpen in het boek vind ik interessant. Hermans heeft de verschillende onderwerpen leuk gecombineerd, zodat het een afwisselend verhaal is om te lezen. Omdat ik zelf ook in Noorwegen geweest ben kan ik me de omgeving die Alfred beschrijft goed voorstellen en ik vind het leuk om te lezen wat hij van Noorwegen vind.

Gebeurtenissen
Een belangrijke gebeurtenis in het boek is wanneer Alfred Arne kwijtraakt doordat Alfred zijn kompas verkeerd afleest en zeker weet dat ze de andere kant op moeten. Hij gaat dan ook die kant op en Arne de andere kant. Arne blijkt gelijk te hebben, maar als Alfred dat doorheeft, is hij de weg al kwijt. Hij weet niet meer welke kant hij opmoet en is ook nog zijn kompas kwijt. Arne blijft op de plek waar ze het laatst hebben overnacht wachten tot Alfred terugkomt. Als Alfred Arne terugvindt ligt Arne dood op de grond, hij is van een rots gevallen. Als Alfred Arne niet kwijtgeraakt was, was Arne waarschijnlijk ook niet van de rots gevallen, dan was Alfred niet naar huis gegaan en dan had hij misschien toch meteorietgaten gevonden. Het kwijtraken van Arne is dus een gebeurtenis die de loop van het verhaal bepaalt, al heb je dat op het moment dat je het leest niet meteen in de gaten. De gebeurtenissen in het boek spelen een minder belangrijke rol dan de gedachten en gevoelens van de personen. Omdat het in de ik-vorm geschreven is, voel je mee met de gedachten en gevoelens van de hoofdpersoon Alfred. Alfred denkt veel na over dingen, vooral als hij niet kan slapen. Daardoor kom je duidelijk zijn denkwijze en zijn manier van handelen te weten. De gebeurtenissen in het boek bleven me wel boeien, het was niet saai om verder te lezen. Dit kwam waarschijnlijk ook doordat de gebeurtenissen niet voorspelbaar waren, je werd elke keer weer verrast met gebeurtenissen die je niet had verwacht. Zo had ik niet verwacht dat Mikkelsen de luchtfoto’s had en ook niet dat Arne van een rots was gevallen en dood was.

Personages
Alfred Issendorf is de hoofdpersoon van het boek. Hij wilde eigenlijk fluitist worden, maar zijn moeder wou dat hij wetenschapper werd zodat hij wraak kon nemen op de dood van zijn vader, die hem verhinderde een beroemde geleerde te worden. Alfred wil graag zijn moeder tevreden stellen. Hij heeft een hechte band met haar. Alfred is ambitieus om zijn droom waar te maken. Hij wil namelijk ook naam maken in de wetenschap de hypothese van Sibbelee te verklaren. Maar ook is hij bang dat het zal mislukken. Hij heeft faalangst. Het is niet moeilijk om mee te leven met Alfred, omdat het verhaal in de ik-persoon is geschreven. Alfred denkt veel na over verschillende zaken en het wordt zo geschreven dat je goed zijn gedachtegang kan volgen. Ook beschrijft hij duidelijk hoe de omgeving eruit ziet en hoe hij zich voelt. Je merkt dat hij nog steeds met de dood van zijn vader zit en dat hij zich wil bewijzen. Op sommige momenten was ik het niet met hem eens. Hij vindt bijvoorbeeld dat hij helemaal niet goed met de anderen mee kan komen, terwijl het eigenlijk heel goed gaat voor iemand die niet zo’n bergachtig landschap gewend is. De personages in het boek zijn realistisch en herkenbaar, daarom zijn de beslissingen van de personages begrijpelijk. De personages in het boek reageren niet voorspelbaar. Ik had bijvoorbeeld helemaal niet verwacht dat Alfred echt de andere kant zou opgaan toen Arne zei dat ze daar niet heen moesten.

Opbouw
De opbouw van het verhaal is niet ingewikkeld, want het is op een paar flashbacks na helemaal chronologisch. Het verhaal is niet spannend. Je ziet het verhaal door de ogen van Alfred, die het verhaal in de ik-vorm vertelt. Ik vind de ik-vorm wel een fijne manier van lezen, ook al kom je niet de gedachten van alle personages te weten. Daar was ik trouwens ook niet nieuwsgierig naar, omdat je helemaal met Alfred meeleeft, aangezien je het verhaal door zijn ogen ziet. Het boek begon me pas te boeien toen ze echt aan de reis begonnen. Dat gedoe met die luchtfoto’s vond ik een beetje saai, omdat ik toen nog niet duidelijk de noodzaak van het hebben van die foto’s zag. Ik vond het niet zo leuk om te lezen hoe Alfred van de één naar de ander werd gestuurd, terwijl niemand de luchtfoto’s had. Aan het eind van het boek bleef ik niet met vragen zitten, omdat het een gesloten einde heeft en ik vond het allemaal wel duidelijk.

Taalgebruik
Het taalgebruik in het boek is niet moeilijk. Soms wordt er in het verhaal Duits (met professor Nummedal waar Alfred de luchtfoto’s moet ophalen) en Engels (als Alfred met de Noren praat) gesproken. In beide gevallen wordt dit in het Nederlands weergegeven, met uitzondering van korte zinnetjes als ‘Are you professor Nummedal?’ en ‘I understand you are a stranger here?’. Dit was niet verwarrend omdat het in die gevallen altijd makkelijk te begrijpen zinnetjes waren en zo liet Hermans merken dat er in een andere taal gesproken werd. Er komen niet bijzonder veel dialogen in het boek voor, het gaat meer om datgene wat Alfred ziet (en beschrijft) en denkt. Er is me wel wat opgevallen in het weergeven van de dialogen. Voor elke zin die iemand maakt staat namelijk een streepje, in plaats van (zoals gebruikelijk is) aanhalingstekens. Er staat ook niet wie wat zegt, maar dat werd uit de tekst meestal wel duidelijk. Aan het begin van het boek stoorde ik me nog wel eens aan die manier van schrijven, maar later was ik er aan gewend en viel het me niet meer op.

Verdiepingsopdracht.

Relatie met politieke achtergronden.
In kan in het boek niets terugvinden wat met de politieke situatie in Nederland in die tijd te maken heeft. In het boek komt bijvoorbeeld niet de tweede wereldoorlog of de verwerking ervan voor, zoals wel gebeurt bij andere schrijvers in de tijd van Hermans (bijvoorbeeld Carl Friedman en Marga Minco).

Relatie met sociaal-economische achtergronden.
Van de samenleving in die tijd komt niet iets terug in het boek, geen taboe-onderwerpen, feminisme, aspecten uit de jeugdcultuur of de consumptiemaatschappij na de wederopbouw en de multiculturele samenleving. Dit komt denk ik omdat het grootste gedeelte van het boek zich in een ander land afspeelt. Het enige wat over Nederland wordt gezegd is dat er alleen moerassen, modder en klei is en dat er weinig mogelijkheden zijn om het beroep geoloog uit te oefenen.

Relatie met culturele achtergronden.
In de jaren zestig werd de filosofie van het existentialisme populair, waarbij de mens als middelpunt wordt gezien van een wereld die geen vooraf gegeven zin of doel heeft. Volgens Hermans is de mens een nietig wezen, dat met veel pijn en moeite door het leven ploetert, maar nooit zijn doel bereikt, omdat er geen weg is om op te gaan. Dit komt redelijk overeen met de filosofie van het existentialisme. Hermans noemt de mens een nietig wezen, maar dan kan het nog wel in het middelpunt staan, ook al is het moeilijk voor hem om zijn doel te bereiken. Hermans zegt dat de mens een onbereikbaar doel wil bereiken en het existentialisme suggereert dat de wereld zélf geen doel heeft. Als je dit combineert dan kom je uit op een onzinnige wereld met mensen in het middelpunt die een onbereikbaar doel willen bereiken.
Dit komt in ‘Nooit meer slapen’ ook wel voor. Alfred is het middelpunt van het boek, logisch want het is in de ik-vorm geschreven. Alfred wil een onbereikbaar doel bereiken, namelijk de theorie van Sibbelee bewijzen en zijn vader wreken. In het boek komt niet echt duidelijk naar voren dat de wereld geen doel heeft. Je kan je wel afvragen wat het voor zin heeft dat de natuur ervoor zorgt dat er mensen gedood worden. Had het een doel dat de vader van Alfred van en zijn vriend Arne moesten sterven? Dit komt ook wel overeen met sommige gedachten van Alfred zelf.

Relatie met literaire stromingen en ontwikkelingen.
Hermans heeft zich altijd verzet tegen de opvatting van sommige critici dat hij bij de schrijvers van zijn tijd hoorde, zoals Mulisch en Reve. Dit omdat in sommige van hun werken de oorlogsjaren de achtergrond vormen. Hermans wil zichzelf meer vergelijken met schrijvers als Marcellus Emants en J. van Oudhoorn waarbij hij hun pessimistische levensbeschouwing waardeert. Het komt er dus op neer dat Hermans’ wereld- en mensbeeld in zijn verhalen met geen enkele andere schrijver of stroming te vergelijken is. In een interview zegt hij ook dat hij één van de weinige schrijvers is die alleen maar met zichzelf is te vergelijken.
Toch komen er een kenmerk van naoorlogs proza is zijn boek voor, namelijk de anti-held. De hoofdpersoon in dit boek, Alfred, vindt zichzelf een anti-held. Hij kan niet goed met de Noren meekomen en kijkt tegen ze op. Hij is jaloers op de manier waarop zij rivieren oversteken, bergen beklimmen en hoe ze de weg kunnen vinden in een land waar nergens aanwijzingen zijn welke kant je opmoet. Hij is bang om te falen en te vallen, want zijn doel is om af te maken wat zijn vader niet gelukt is. Gedurende de reis krijgt hij er steeds minder vertrouwen in dat de reis zal lukken.

Thematiek.
Volgens Hermans is de mens een nietig wezen, dat met veel pijn en moeite door het leven ploetert, maar nooit zijn doel bereikt, omdat er geen weg is om op te gaan. Die zoektocht naar iets om je aan vast te houden komt ook in dit boek terug. De wereld wordt voorgesteld als een chaotisch geheel, waarin iemand orde probeert te vinden. Chaos is dus ook een thema in het boek. Slecht voorbereid begint Alfred de excursie en alle toevallige omstandigheden brengen het tot een grote mislukking.
Tegenover chaos staat de orde die Alfred vinden wil. Hij heeft een paar ‘dromen’ van dingen die hij in zijn leven wil meemaken of bereiken: meteoorkraters vinden, een proefschrift schrijven, cum laude promoveren, met de vriendin van zijn zus trouwen en professor worden.
Een ander thema in de boeken van Hermans is miscommunicatie tussen de hoofdpersonen. Alfred wantrouwt zijn medereizigers voortdurend. Door zijn onhandigheid komt hij tijdens te tocht vaak in problemen, hij denkt dat Arne, Mikkelsen en Qvigstad hem maar een lastpak vinden die de tocht onnodig vertraagt. Zodra Alfred ontdekt dat Mikkelsen de foto’s heeft denk hij het slachtoffer te zijn van een complot waarin Nummedal en Mikkelsen betrokken zijn. Hij fantaseert dat hij Mikkelsen doodschopt en met de foto's alsnog zijn meteorieten vindt. Er is echter niks op de foto’s te zien dat in de richting van meteorieten wijst. Na de dood van Arne komt Alfred tot de conclusie dat zijn wantrouwen jegens Arne onterecht was, uit zijn aantekeningen blijkt dat Arne helemaal niet zo negatief over Alfred dacht als deze verwachtte. Als Alfred met lege handen thuiskomt, maken zijn moeder en zijn zus een enorme blunder door hem manchetknopen te geven waarin meteorietstukjes zijn verwerkt. Ook hieruit blijkt hoe slecht de personages elkaar aanvoelen.
De thema’s in het boek dragen allemaal bij aan het mislukken van de expeditie van Alfred. Het hoofdthema is dan ook de onvermijdelijke mislukking van de zoektocht van Alfred.
De titel is op twee manieren te verklaren. Ten eerste verwijst hij naar de dood. Als Alfred Arne in het ravijn ziet liggen, zegt hij hierover: “Zijn gezicht is precies zoals ik het gezien heb in zijn slaap: Onbegrijpelijk oud en moe, gerimpeld als de schors van een eik. Maar dit is geen slapen. Dit is nooit meer slapen.”. Wat hij hier zegt is dat als je dood bent, je nooit meer zal slapen, je bent al in een toestand van eeuwige rust. Op de tweede plaats verwijst het naar de ervaringen van Alfred tijdens de expeditie: door de middernachtzon, de muggen en het gesnurk van Arne kan hij slecht in slaap komen. Dit draagt ook bij tot de mislukking van de expeditie voor Alfred. Eigenlijk heeft de titel nog een derde betekenis. Het heeft te maken met de constante waakzaamheid en achterdocht van Alfred, met name tegenover zijn reisgenoten.

Relatie met literatuuropvatting van de auteur.
Hermans heeft verschillende keren gezegd aan welke maatstaven een roman volgens hem moet voldoen. In ‘Het sadistisch universum’ van 1964 zegt hij dat hij de voorkeur heeft voor de ‘klassieke roman’. Daaronder verstaar hij een roman die in hoge mate ‘eenheid van handeling’ vertoont: ‘Ik versta daaronder een roman waarin het thema volledig is verwerkt in een verhaal, waarin een idee wordt uitgedrukt door handelingen, waarin de optredende personages desnoods eerder personificaties zijn dan psychologische portretten. Een roman waarin alles wat gebeurt en alles wat beschreven wordt doelgericht is.’
Het boek draait helemaal om het thema: het mislukken van de reis van Alfred. Het thema is dus verwerkt in het verhaal, doordat het steeds weer benadrukt wordt. Steeds gebeuren er weer dingen waardoor Alfred steeds minder hoop heeft dat zijn expeditie succesvol zal zijn.
In ‘Nooit meer slapen’ worden de ideeën van Alfred niet allemaal uitgedrukt in handelingen. De ideeën van Alfred nemen een belangrijke plaats in het boek in, daarom is het ook wel een psychologische roman. Alfred heeft namelijk twee kanten. De onhandige en afhankelijke kant, waarin hij zich verbonden voelt met zijn ouders en zusje. En de denkende en scherpzinnige kant, waarin hij vaak ideeën heeft die overeenkomen met de ideeën van de schrijver.
Toch is het boek een eenheid. Je beleeft het verhaal echt mét Alfred, doordat alles wordt beschreven tot in de details. Het verslag van de reis en de beschrijvingen van de omgeving zijn heel uitgebreid en nauwkeurig. Dat kon Hermans ook zo doen, omdat hij zelf tochten heeft gemaakt in de gebieden die in het boek beschreven worden.

Plaats gelezen werk in het oeuvre van de auteur.
Het vergeefse zoeken neemt vaak een plaats in in de werken van Hermans. In ‘De god denkbaar, denkbaar de god’ is er een speurtocht naar geheime papieren en in ‘Conserve’ kan een antropoloog ook geen bewijs voor z’n theorie vinden.
Nog iets wat vaak terugkomt in de boeken van Hermans, is een mislukkeling als hoofdpersoon. De verteller Bahloul uit ‘De ontvoogding’is een mislukte pottenbakker en Lodewijk Stegman uit ‘Ik heb altijd gelijk’ is geen goede soldaat.
Ook de verhouding met de vader is in andere boeken van hem belangrijk. In sommige van z’n boeken is de relatie van de hoofdpersoon met de vader slecht (‘Uit talloos veel miljoenen’ en ‘Onder professoren’) en in andere boeken zorgt de relatie voor veel problemen (‘Moedwil en misverstand’).
Hermans gebruikt vaak bêta-figuren in zijn boeken. Er komen geologen (Alfred in ‘Nooit meer slapen’), archeologen (‘Het fossiel’), chemici (‘Moedwil en misverstand’) en chirurgen (‘Paranoia’) in zijn boeken voor.
Zo zijn er dus best veel overeenkomsten in onderwerpen die niet alleen in ‘Nooit meer slapen’ voorkomen: het vergeefse zoeken, een mislukkeling als hoofdpersoon, de relatie van de hoofdpersoon met de vader en bêta-figuren die een (hoofd)rol spelen.

Recensie.
Het was moeilijk om een recensie van dit boek te vinden, hoewel er toch veel over geschreven is. De meeste recensies zijn niet lang na het uitkomen van het boek geschreven en die kon ik niet terugvinden. In de secundaire literatuur die ik heb gebruikt stonden een heleboel titelbeschrijvingen van recensies, maar allemaal óf van onbekende kranten óf zo oud dat het moeilijk was om ze te vinden. Ook in de archieven op sites van kranten op internet heb ik niks kunnen vinden. Daarom heb ik de mening van een aantal lezers (die ik dus wél op internet kon vinden) gebruikt om te vergelijken met mijn eigen mening.
De eerste recensie die ik heb gevonden is van Karin Spaink en ze heeft het “Nooit meer dezelfde Doodgewoon, herfst 2000” genoemd. Daarin vertelt ze dat ze na het lezen van ‘Nooit meer slapen’ nooit meer hetzelfde las en bedacht werd op dubbele lagen in boeken. Ze vertelt dat de figuren in het boek ook voor figuren uit de Griekse mythologie staan. Dido, de naam van de droomvrouw van Alfred, was de geliefde van Aeneas die met zijn kreupele vader op zijn rug aan een lange reis begon. Ik weet eigenlijk niet van de Griekse mythologie en daarom vond ik het leuk om deze recensie te lezen, ik had dat nooit achter Hermans’ verhaal gezocht. Spaink noemt ‘Nooit meer slapen’ een hervertelling van Vergillus’ klassieke epos. Ik vind het heel knap van Hermans om een verhaal te schrijven, wat eigenlijk uit twee verhalen bestaat. Daar was ik zelf bij het lezen van het boek niet op gekomen.
De tweede recensie is van Jolien Achterveld en het heeft geen titel. Het was leuk om haar mening te lezen omdat er veel dingen overeenkomen met mijn eigen mening. Ik vond bijvoorbeeld ook dat het een duidelijk verhaal is omdat het chronologisch verteld wordt. Verder zegt ze dat het boek van begin tot eind blijft boeien, ook al is de sfeer niet altijd even vrolijk. Daar ben ik het mee eens, de thema’s van het boek keren steeds terug en toch wordt het niet saai. Ook heeft ze nog een opmerking over dat het moeilijk te volgen was wie wat zei door de manier waarop de dialogen opgeschreven zijn. Dat was me ook al opgevallen tijdens het lezen van het boek, maar ik had er niet meer aan gedacht tijdens het maken van het boekverslag. Aan het begin van het boek stoorde ik me daaraan, maar later was ik eraan gewend en las ik gewoon verder. Het enige waarin ik het niet met haar eens ben is over de afloop van het verhaal. Ze zegt ervan te balen, omdat ze liever had gezien dat Alfred terugging om de meteorietinslag te bekijken. Ik vond het een beter einde hoe het was, omdat Alfreds reis zo echt geëindigd was, zonder dat hij iets had gevonden. Met naar die meteorietinslag gaan, zou hij nog niet de theorie van Sibbelee bewijzen en daarom ging hij ook niet.
De laatste recensie is van Wieteke Klaver en het heeft ook geen titel. Ze begint ermee te vertellen dat ze ‘behoorlijk depressief’ van het boek werd, maar dat ze het wel ‘prachtig’ vond. Ik werd niet depressief tijdens het lezen van het boek, omdat ik steeds maar bleef denken dat Alfred de meteorietgaten nog wel zou vinden en toen hij Arne kwijt was dat hij hem wel weer zou vinden. Misschien ben ik wat positiever ingesteld dan de schrijfster van de recensie, maar het boek zal op iedereen wel een andere uitwerking hebben. Ze zegt dat het boek haar niet echt aan het denken heeft gezet, terwijl dat het bij mij juist wél heeft gedaan met al die filosofische passages. Zij vindt dat het boek meer over hoop en mislukking gaat. Verder vertelt ze dat ze zich vaak ergerde aan Alfred, terwijl ik juist wel weer goed met hem mee kon leven doordat het verhaal door zijn ogen werd verteld.

Ik vond het leuk om deze drie recensies te lezen, ze met mijn eigen mening te vergelijken en ze met elkaar te vergelijken. De meningen van deze drie personen over het boek verschillen in veel opzichten, hoewel ze toch alledrie erg positief zijn. Zo is Karin Spaink de enige die opgemerkt heeft dat het boek nog een ‘onderlaag’ (zoals zij het noemt) heeft. Jolien Achterveld zegt zelfs dat het boek haar niet aan het denken heeft gezet, zij zou maar eens de recensie van Karin Spaink moeten lezen! Ook was Jolien Achterveld niet tevreden over het slot, terwijl Wieteke Klaver het juist ‘erg mooi en origineel’ noemt.

Evaluatie.

Ik vond het een mooi boek om te lezen en geen moeilijke klus. Hoewel het boek niet echt dun is, had ik het zo uit. Dat kwam doordat het interessant blijft en gebeurtenissen elkaar snel opvolgen. Daarbij worden de gedachten van Alfred uitgebreid beschreven en het taalgebruik was ook niet ingewikkeld. Ook de omgeving wordt tot in alle details beschreven zodat je je goed kan inleven in het verhaal. Je ziet alles door de ogen van Alfred en gaat op een gegeven moment zijn (filosofische) gedachten begrijpen, dat komt ook door de terugkerende thema’s in het boek. Ik vond het leuk dat ik die recensie gevonden had waarin werd uitgelegd wat de diepere betekenis van het verhaal was, want dat had ik tijdens het lezen helemaal niet doorgehad. Ik denk dat ik nog wel meer boeken van Hermans wil lezen, want mij bevalt zijn manier van schrijven wel. Anderen kunnen het pessimistisch vinden, maar ik vond dat er nog genoeg spanning in het boek zat zodat je bleef hopen op een goede afloop.
Het maken van de beschrijvings- en verdiepingsopdracht over het boek vond ik soms best moeilijk en vooral veel werk. Sommige onderdelen waren moeilijk te vinden zoals de relatie met de politieke, sociaal-economische en culturele achtergronden en natuurlijk de recensies. Verder heb ik veel gehad aan de secundaire literatuur die ik heb gebruikt.
Ik ben wel tevreden over de uitwerking van de opdrachten voor dit boekverslag, alleen vond ik het jammer dat ik geen recensies kon vinden, hoewel ik het reageren op recensies van lezers van het boek die ik van internet heb gehaald ook wel leuk vond.

Gebruikte secundaire literatuur:
  • scholieren.com
  • collegenet.nl
  • Encarta Encyclopedie
  • J. van de Sande, W.F. Hermans Nooit meer slapen. Vaassen / Apeldoorn 1983.
  • A.H. den Boef, over Nooit meer slapen van W.F. Hermans. Amsterdam 1984.
  • REACTIES

    Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

    L.

    L.

    Eigenlijk is het niet zo vreemd dat Alfred niet slaagt.

    Hoe is het mogelijk dat een jonge man die gaat promoveren, hij is dus al drs. zo onvoorbereid op pad gaat.

    Gedurende zijn tocht is hij bezig om een wandeltocht te overleven, lijkt het. Waar neemt hij monsters mee? Niet, hij gooit ze weg, waar is de systematiek?

    Hoe kan het dat hij als geoloog zich afvraagt waarom Qvigstad zich nooit zorgen maakt over het volume van de stenen die hij verzameld heeft? (H29)

    Als wetenschapper zou je je dat niet moeten afvragen. Het is de basis voor het onderzoek dat je thuis in het laboratorium verder gaat verrichten.

    Verder: de vader is bioloog. (H7), nader aangeduid hij is botanicus (H16).

    Als ik het boek na 30 jaar herlees vraag ik me af of Hermans wel weet wat een geoloog nu precies doet.

    Een kapstok voor zijn verhaal. Een karikatuur die correspondeert met de waanvoorstellingen van de leken voor wie de lectuur is bestemd. Om Hermans zelf even aan te halen (H30)

    8 jaar geleden

    Antwoorden

    gast

    gast

    J.

    J.

    wie ben jij. bedankt voor je verwerking echt toppie...

    15 jaar geleden

    Antwoorden

    gast

    gast

    B.

    B.

    MY HERO :) Tnx alot

    17 jaar geleden

    Antwoorden

    gast

    gast