ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
Titel
Nooit meer slapen.

Auteur
Willem Frederik Hermans.

Eerste druk
De eerste druk van Nooit meer slapen kwam in 1966 uit bij uitgeverij de Bezige Bij te Amsterdam. Voor dit verslag heb ik de 15de, uitgebreide druk gelezen.

Inhoud
Alfred Issendorf, een student geologie, gaat naar Noorwegen om in Oslo professor Nummedal te bezoeken. Alfred is naar Noorwegen gestuurd door professor Sibbelee, die Alfred op onderzoek wil sturen om een bepaalde theorie te bewijzen. De theorie komt erop neer dat bepaalde kraters in het Noord-Noorse landschap veroorzaakt zouden zijn door meteorieteninslagen. Met deze theorie heeft Sibbelee zich de hoon van de geologische wereld op de hals gehaald, maar Alfred wil er desondanks onderzoek naar doen. Alfred ontmoet Nummedal in zijn instituut in Oslo. Hoewel Nummedal zelf een brief heeft gestuurd aan Sibbelee over deze ontmoeting, blijkt er meteen een misverstand te zijn over het tijdstip van ontvangst. De portier van het instituut blijkt blind, en ook het gezichtsvermogen van Nummedal blijkt zeer slecht.
Wanneer Alfred en Nummedal in gesprek raken, blijkt dat Nummedal minder sympathie heeft voor Sibbelee dan dat de laatste zelf deed voorkomen. Er blijkt bovendien een taalprobleem te zijn: Nummedal spreekt het liefst Duits, terwijl Alfred liever Engels spreekt. Alfred heeft voor zijn onderzoek luchtfoto's nodig van het landschap dat hij gaat onderzoeken, en hij gaat er vanuit dat Nummedal hem die kan verstrekken. Op een vraag van Alfred over deze foto's gaat Nummedal echter niet in. Nummedal stelt Alfred voor om de omgeving van Oslo te gaan bekijken. Alfred voelt hier niet veel voor, maar gaat hier toch op in, misschien kan hij, door meegaand te zijn, alsnog de luchtfoto's bemachtigen.
Behalve van Sibbelee blijkt Nummedal de hele Nederlandse wetenschap niet erg hoog in te schatten; hij beweert dat het Nederlandse landschap helemaal niet geschikt is voor geologisch onderzoek. Aan het eind van de rondleiding vertelt Nummedal dat Alfred de luchtfoto's op kan halen bij de geologische dienst in Trondheim, als hij naar Finnmarken (Noord-Noorwegen) vertrekt. De persoon die hem hiermee verder kan helpen is een zekere directeur Hvalbiff. Alfred is teleurgesteld over zijn ontmoeting met Nummedal: hij heeft de hele tijd naar diens verhalen moeten luisteren zonder ook maar iets verder te zijn gekomen. Hij besluit om Sibbelee hierover een boze brief te schrijven, maar uiteindelijk schrijft hij alleen een nietszeggend kaartje. Op zijn hotelkamer ziet Alfred een Nederlands programma over de luchtsnelheid in een fluit. Vroeger wou Alfred zelf graag fluitist worden, maar omdat hij niet de geschikte fluit had, kon hij niet in een orkest spelen. Hij slaapt slecht die avond, hij besluit om zijn spullen nog eens te inspecteren. Als hij zijn kompas heeft gevonden, dat hij van zijn zus heeft gekregen, bedenkt hij een theorie over het spiegelbeeld in de geschiedenis van de mens; zijn dubbelganger in de kompasspiegel zal zijn proefschrift schrijven. Alfred vertrekt per vliegtuig naar Trondheim. Hij wil het liefste een meteoriet vinden van een nieuwe steensoort; hij wil deze 'Issendorfiet' noemen. Als hij een krantenverslag leest van een expeditie door de Himalaya, beseft hij hoe zwaar de tocht door Finnmarken zal worden. In Trondheim aangekomen bezoekt Alfred daar de Geologische Dienst. 'Directeur Hvalbiff' is er niet, een zekere Oftedahl staat Alfred te woord. De luchtfoto's blijken wederom niet beschikbaar: door een recente verhuizing zijn de foto's wel ergens in het nieuwe gebouw, maar zijn ze onvindbaar. Alfred vertelt Oftedahl dat hij in Amsterdam de Noorse student Arne Jordal heeft leren kennen, hij heeft Alfreds belangstelling voor Finnmarken gewekt. Oftedahl vertelt Alfred dat Nummedal een chauvinist is en dat Hvalbiff een enorme hekel aan hem heeft. Alfred vertrekt met het vliegtuig naar Tromsø. In Tromsø merkt Alfred dat door de middernachtzon niemand gaat slapen. Als hij een cruiseschip ziet aankomen denkt hij in een van de opvarenden Arne te herkennen, later blijkt dit een misverstand te zijn. Alfred ontmoet een Amerikaanse vrouw die hem vertelt met over de 'arctische safari' die zij met haar man heeft gemaakt. Als Alfred een Italiaan was geweest, had hij haar een oneerbaar voorstel gedaan. Alfred vertrekt per vliegtuig naar Alta, onderweg peinst hij over de luchtfoto's die hij niet heeft kunnen krijgen, de rol van Sibbelee en de gebeurtenissen van de afgelopen dagen. In Alta aangekomen denkt hij wederom zijn vriend Arne in iemand te herkennen, maar hij zit er weer naast. Uiteindelijk ontmoet hij Arne toch. Ze hebben het even over taalproblemen en andere eigenaardigheden in kleine landen, pakken hun spullen en gaan op weg naar Skoganvarre, waar ze hun derde reisgezel, Qvigstad zullen ontmoeten. In het noordelijke gebied waar Alfred onderzoek wil doen, wemelt het van de muggen, die Alfred voortdurend lastigvallen. Alfred vertelt Arne over de luchtfoto's die hij eigenlijk nodig heeft, en over zijn vader. Alfreds vader was botanicus, bij een expeditie in Zwitserland verongelukte hij na een val, vlak voor de afronding van zijn hoogleraarsopleiding. Alfred vertelt dat hij door zijn moeder altijd is opgevoed in de gedachte dat Alfred het werk van zijn vader moest voltooien. Alfred heeft echter nooit interesse voor planten gehad. Volgens Arne wordt de meteorietentheorie van Sibellee door Nummedal allesbehalve serieus genomen.
Alfred en Arne overnachten in de serre van een houten huis, maar Alfred kan de slaap niet vatten vanwege de muggen. Hij leest een brief van zijn moeder waarin staat dat hij als kind altijd al een meteoriet wou hebben. De volgende ochtend ontmoet Alfred Qvigstad voor het eerst. Er blijkt nog een vierde persoon me te gaan: Mikkelsen. 's Avonds vertrekken ze naar Lievnasjaurre. De bagage wordt over vijf rugzakken verdeeld; een Lap zal meegaan als drager. Alfred overpeinst zijn grote wens: meteorieten vinden; professor worden en met een vriendin van zijn zus trouwen. In gedachten noemt hij het meisje Dido. De rugzak die Alfred draagt is zwaar; bovendien heeft hij erge honger en dorst. Alfreds kompas doet het alleen als het horizontaal ligt, hij is bang een modderfiguur te slaan bij zijn drie medereizigers. Alfred bedenkt hoe Dido verliefd was op Aeneas, en hoe diens vader nog zwaarder op de rug woog dan zijn rugzak. Hij concludeert dat alle wetenschapsspecialismen relatief zijn. Hij herinnert zich een foto van een groot botanisch congres in Genève, zijn vader stond daar als enige zonder naamsvermelding op. 'Alfred de Eerste' mompelt hij, waarna hij in de spiegel kijkt.
Qvigstad legt aan Alfred en Arne uit waarom hij het alleen met negerinnen kan doen. Als het viertal bij de bivakplaats is aangekomen, betalen ze de Lap en gaan eten. Alfred kan weer niet goed slapen, dit keer door Arne, die bij hem in de tent ligt en nogal luid snurkt. Alfred leest zijn aantekeningen. Hij is erg bang dat hij zonder resultaat terug zal komen van de expeditie. Qvigstad discussieert met Mikkelsen over God, het heelal en het scheppingsverhaal uit de Edda. Qvigstad beweert dat het onzinnig is God als een alwetende wiskundige voor te stellen. Alfred en Arne praten over hun beide vaders, Arne legt uit waarom hij bij het maken van een foto altijd 'perhaps' zegt. Alfred maakt een val; zijn been ligt open van enkel tot knie. Arne vertelt dat hij wel dood had kunnen zijn, Alfred denkt terug aan de noodlottige val van zijn vader. Alfred vertelt Arne over zijn moeder, die recensies over boeken samenstelt a.d.h.v. recensies uit internationale bladen; eigen inbreng komt hierbij niet aan de orde. Maar, stelt hij, overal komen bedriegers voor. De tent waarin Arne en Alfred slapen raakt doorregend, hierdoor wordt Alfreds donzen slaapzak nat, wat rampzalig is. Alfred wordt wakker, doodsbang dat hij onverrichter zake moet terugkeren. Alfred maakt een tocht van twintig kilometer om kraters te gaan bestuderen, maar vindt niets van belang. Arne maakt een goede tekening van het landschap, en Alfred concludeert dat ook Arne's aantekeningen beter zijn dan die van hemzelf. het viertal reist door naar de volgende plaats waar ze zullen bivakkeren. Alfred doet een belangrijke ontdekking: Mikkelsen heeft de door hem begeerde luchtfoto's. Alfred begint een samenzwering te vermoeden: door bewuste tegenwerking inzake de luchtfoto's wil Nummedal zich wreken op zijn vijand Sibbelee.
Alfred fantaseert hoe hij Mikkelsen doodschopt, de foto's steelt en meteorieten vindt. Toch laat hij voorlopig nog niets van zijn woede aan Mikkelsen merken.
'Hvalbiff', zoals Nummedal de directeur van de Geologische Dienst noemde, blijkt 'walvissenvlees' te betekenen, en bovendien een in het Noors niet bestaande naam te zijn. Qvigstad regelt voor Alfred dat hij de luchtfoto's van Mikkelsen mag bekijken. Op de foto's is niets van meteorietensporen te zien. Alfred beseft dat Sibbelee hem voor niets naar Noorwegen heeft laten vertrekken. Alfred wil de tocht desondanks voortzetten.
Alfred kan niet slapen, in het gezicht van Arne ziet hij dat van een oude man. Alfred kan zijn rechterbeen niet goed meer bewegen. 's Ochtends blijken Qvigsted en Mikkelsen te zijn vertrokken om een andere route te gaan volgen. Arne en Alfred maken een tocht in de buurt van een ravijn, Alfred moet hiervoor doodsangsten doorstaan. Bijna zakt hij weg in de modder, zijn spullen worden bovendien nat. Later discussieert Alfred met Arne over het boekhouden van alles wat zich in de wereldgeschiedenis heeft afgespeeld, en de problemen die hierbij naar voren komen. Ook hebben ze het over de filosoof Wittgenstein. Omdat de kompassen van Arne en Alfred verkeerde richtingen aanwijzen, raken ze elkaar kwijt, Alfred blijkt zijn kompas verkeerd te hebben afgelezen. Als hij zijn kompas ook nog kwijtraakt, is hij helemaal verdwaald door vocht doen zijn horloge en zijn camera het ook niet meer. Nu hij alleen is , voelt Alfred zich voor het eerst weer vrij. Nadat hij heeft geslapen blijken zijn spullen weer droog te zijn. Alfred besluit daarop terug te gaan naar de berg waar Mikkelsen en Qvigsted naar toe zijn gegaan. Zijn voetstappen tellend, gaat Alfred terug naar Arne. Als hij is aangekomen, blijkt dat Arne dood is: hij is in een kloof gevallen.
Alfred neemt Arne's aantekeningen mee, en gaat terug naar Ramnastua. Alfred heeft diarree, de regen maakt het hem nog moeilijker. Alfred keert na een lange tocht terug in de bewoonde wereld: bij een huis, door Lappen bewoond, zorgt hij ervoor dat Arne's lichaam wordt geborgen. Op weg naar de rivier de Karasjokka hoort Alfred een hevige knal, maar kan de oorzaak niet ontdekken. Een Lap vaart hem terug naar Karasjok waar hij na een hotelovernachting terug gaat met de bus. In de bus ontmoet Alfred een Noors meisje, Inger-Marie. Hoewel het contact aanvankelijk moeilijk verloopt, krijgt hij haar zover de aantekeningen van Arne te vertalen. Arne blijkt veel respect te hebben gehad voor Alfred, omdat hij zich niet liet kennen bij de tegenslagen van de tocht. Alfred keert uiteindelijk terug bij het huis waar hij met Arne is vertrokken. Hij licht zijn moeder via een telegram in over zijn thuiskomst; en besluit Nummedal in zijn huis in Bergen te ontmoeten. Weer stelt Alfred zich nederig op tegenover Nummedal, deze wordt echter boos. Nummedal krijgt Arne's aantekeningenboekjes, maar hij zal ze door zijn blindheid nooit kunnen lezen. Nummedal vertelt hoe Hvalbiff hem altijd heeft tegengewerkt. Alfred begint te vermoeden dat Hvalbiff een soort spotnaam van Nummedal voor Oftedahl zou kunnen zijn, hij wil het niet uitzoeken. Alfred ontmoet Wilma, de Amerikaanse vrouw uit Tromsø weer, en rijdt met haar naar het huis van Edvard Grieg. Ze vertelt hem dat ze muziekrecensies schrijft en dat Europeanen volgens haar altijd op belachelijke wijze Amerikaanse gewoonten over proberen te nemen. In haar hotelkamer aangekomen, trekt zij een pyjama met ritssluiting aan. Volgens haar vinden mannen dit sexy vanwege hun verdrongen homoseksualiteit. Hun samenzijn wordt echter verstoord door Wilma's man ( 'Fred Flintstone'). In het vliegtuig naar huis leest Alfred een krant, waarin de knal bij Karasjok een meteorieteninslag wordt genoemd, hij drinkt een halve fles whisky leeg. Later bedenkt Alfred zich hoe het er bij de begrafenis van Arne uit zal zien en hoe Qvigsted en Mikkelsen het maken. Van zijn moeder krijgt Alfred twee manchetknopen, waarin stukjes meteoriet zijn verwerkt. Alfred neemt het zich zeer kwalijk dat hij de steentjes niet meteen als zodanig herkende, hij denkt aan een expeditie met zijn studiegenoot Brandel. Toen deze met hem door een zeer helder meer waar je de boden kon zien, zwom, deed hij van alles, behalve naar de bodem kijken. Alfred concludeert dat hij zijn moeder en zijn zus nooit uit zal kunnen leggen waarom hij verdrietig is, hij heeft de meteorietenhypothese niet kunnen bewijzen.

Hoofdpersoon
Alfred Issendorf: een student geologie, die erop uit wordt gestuurd om een nogal wankele theorie van professor Sibbelee over doodijsgaten in Noorwegen te gaan bewijzen. Alfred is eerzuchtig; hij moet en zal de theorie bewijzen. Dit is deel van zijn grote ideaal: meteorieten vinden, proefschrift schrijven en trouwen. Alfreds drijfveer voor het wetenschappelijke gedeelte van dit ideaal is niet alleen uit hem zelf afkomstig. Alfreds vader, die botanicus was, kwam tijdens een expeditie om, vlak voordat hij zijn hoogleraarsopleiding kon voltooien. Bij een groepsfoto van een internationaal botanisch congres staat zijn vader's naam niet vermeld, dit is voor Alfred symbolisch voor de wetenschappelijke mislukking van zijn vader.
Alfreds moeder heeft hem opgevoed in het idee dat Alfred het mislukte werk van zijn vader moet voltooien; Alfred heeft echter geen interesse voor planten. Toen Alfred nog jong was, wou hij fluitist worden en in een orkest spelen, maar zijn moeder raadde hem dat af, omdat muziek maken in een orkest volgens haar enkel het naspelen van het werk van anderen inhield. Alfred mist echter een aantal belangrijke eigenschappen om de expeditie in Noorwegen tot een mogelijk succes te brengen. Ten eerste heeft hij zich opvallend slecht voorbereid. De luchtfoto's die nodig zijn voor het onderzoek moet hij nog bestuderen als hij al in Oslo is, als die foto's er niet blijken te zijn, betekent dit de eerste belangrijke mislukking. Alfred heeft bovendien nog nooit een meteoorkrater in het echt gezien.
Alfred is verder bijzonder onhandig; hij noemt zichzelf "de kruk der krukken". Hij vergeet belangrijke dingen aan te schaffen, laat de briefkaart aan Sibbelee in zijn hotelkamer liggen, struikelt vaak, is geneigd tot verdwalen, enz. Van zijn onhandigheid is Alfred zich sterk bewust, hij is ervan overtuigd dat zijn medereizigers hem belachelijk vinden en bespotten. Als Alfred een val maakt waarbij hij gewond raakt, laat hij zich niet kennen. Zijn wantrouwen jegens Mikkelsen en Qvigsted groeit naarmate de expeditie vordert, en bereikt een hoogtepunt wanneer hij ontdekt dat Mikkelsen de begeerde luchtfoto's heeft. Vanaf dat moment begint Alfred verschijnselen van paranoia te vertonen, zo fantaseert hij hoe hij Mikkelsen doodschopt en vervolgens de foto's steelt om meteorieten te vinden. Aan de andere kant begint Alfred steeds vaker te beseffen dat zijn zoektocht tot mislukken gedoemd is naarmate de tocht vordert; hij wordt bijv. angstig wakker wanneer hij heeft gedroomd dat hij de meteorieten niet vindt.
Alfred is een type, een invulling van Hermans' filosofie dat de mens tot mislukken gedoemd is. Alfred ontwikkelt zich, hij begint in de loop van het verhaal steeds sterker te vermoeden dat de expeditie op niets uit zal lopen. Als Alfred, wanneer hij Nummedal de tweede keer ontmoet, aangeeft een tweede leven te willen beginnen, wordt hij door hem ontmoedigd: een nieuw leven is alleen maar een voortzetting van het oude, volgens Nummedal. Binnen de stijl van Hermans is Alfred een type, hij typeert de de mens in Hermans' visie: een wezen zonder echt houvast binnen de kosmos die hij desondanks probeert te ordenen en te begrijpen. Alfred ontwikkelt zich niet echt, zijn karaktertrekken blijven constant of worden sterker, bijv. zijn wanhoop m.b.t. het niet vinden van meteorieten.

Bijfiguren
Alle belangrijke bijfiguren in dit boek zijn, zoals vaak bij Hermans, sterk, om de hoofdpersoon zwakker te doen overkomen. Dit wordt het sterkst duidelijk in de persoon van Arne Jordal.

Alfred ontmoet Arne als eerste, en heeft een zekere sympathie voor hem. Arne is het voorbeeld van een sportieve, intelligente jongeman, hij mag dan ook op de afgunst van Alfred rekenen. Arne tekent bijv. beter dan Alfred, en is beter voorbereid op de tocht door het ruige landschap. Als Mikkelsen en Qvigsted plotseling verdwijnen zijn Alfred en Arne alleen. Door navigatiefouten raken ze elkaar kwijt, later blijkt Arne te zijn overleden door een val in een ravijn. De vermeende spot van de kant van Arne die Alfred altijd vermoedde, blijkt later onwaar: uit diens aantekeningen blijkt Arne een zeker respect te koesteren voor Alfred omdat hij zich nooit liet kennen bij de vele tegenslagen.

Verdere bijfiguren: Mikkelsen, Qvigsted en professor Nummedal. Mikkelsen en Qvigsted reizen met Alfred mee, en vertonen evenals Arne de eigenschappen die Alfred mist. Ze gaan efficiënt te werk, en zijn goed voorbereid. Mikkelsen grossiert in algemeen filsofisch uitspraken en standpunten.
Professor Nummedal zou Alfred eigenlijk moeten helpen, maar is hiervoor niet geschikt. Hij is blind, heeft een hekel aan Sibbelee, en zadelt Alfred met verhalen op die hem niets interesseren. Zelfs wanneer Alfred zou slagen in zijn zoektocht naar meteorieten, zou deze informatie in een archief van Nummedal verdwijnen, waar deze door zijn blindheid toch niets aan heeft, de aantekeningen van Arne blijven ook in zijn bezit.

Plaats en tijd
Nooit meer slapen speelt voornamelijk in het noorden van Noorwegen, waar Alfred onderzoek wil doen. De vertelde tijd bedraagt enkele weken, er is een chronologisch tijdverloop met flashbacks. Tussen veel hoofdstukken zit een tijdsprong. Opvallend in het verhaal is de manier waarop Alfred zich bewust is van de tijd en het verstrijken ervan, hij kijkt vaak op zijn horloge en deelt bij veel stadia van de tocht de tijd mee. Daarbinnen valt op dat bepaalde tijdstippen terug blijven keren: vooral de tijdstippen half elf en drie uur komen bijv. opvallend vaak in het verhaal voor. Het ruige landschap van Finnmarken is een voorbeeld van hoe Hermans de allegorie opbouwt: hij plaatst zijn hoofdpersonen bewust in een omgeving waar zij zich moeilijk kunnen handhaven.

Opvallende vormaspecten
De bouw van Nooit meer slapen is cyclisch, het verhaal eindigt in meerdere opzichten zoals het is begonnen. Alfred reist naar Noorwegen, ontmoet Nummedal en later Arne, maakt de expeditie, verliest Arne en ontmoet later Nummedal weer. Het doel van de expeditie wordt niet bereikt, maar door de filosofie van Hermans is dit geen echte ontwikkeling, maar meer een constant gegeven, alle wetenschap is volgens Hermans immers gedoemd te mislukken.

Thema
In Nooit meer slapen komen de bekende thema's van Hermans duidelijk naar voren: miscommunicatie tussen de hoofdpersonen, chaos, paranoia, misverstand, kortom: allemaal factoren die één gezamenlijk doel hebben: het mislukken van de hoofdfiguur, in dit geval Alfred.
Alfreds grote droom is om meteorieten te vinden in het landschap van Finnmarken, hierover proefschrift te schrijven, professor te worden en te trouwen. Eén van de drijveren van Alfreds ideaal is het 'opvolgen' van zijn vader, die vlak voor de voltooiing van zijn hoogleraarsopleiding omkwam bij een expeditie. Alfreds moeder heeft hem ook voortdurend in die gedachte opgevoed. Voor de voltooiing van dit ideaal maakt hij het zichzelf al bij voorbaat moeilijk door de wankele theorie van Sibbelee te gaan bewijzen. De hele geologische wereld neemt Sibbelee niet serieus, zelfs professor Nummedal niet, die Alfred verder moet helpen met de luchtfoto's. Deze foto's zijn absoluut noodzakelijk voor een goed onderzoek: Alfred moet ze echter nog bestuderen als hij al in Noorwegen is, bovendien blijkt Nummedal hem niet verder te kunnen helpen. De Geologische Dienst is een voorbeeld van de chaos die Hermans in zijn verhalen verwerkt. Door de recente verhuizing van de Dienst zijn de foto's daar wel ergens, maar zijn ze op dat moment niet te achterhalen. De directeur van de Dienst, Oftedahl, blijkt bovendien een rivaal van Nummedal. Alfred wantrouwt zijn medereizigers voortdurend. Door zijn onhandigheid komt hij tijdens te tocht vaak in problemen, hij denkt dat Arne, Mikkelsen en Qvigsted hem maar een lastpak vinden die de tocht onnodig vertraagt. Zodra Alfred ontdekt dat Mikkelsen de foto's heeft, raakt hij in een paranoïde toestand en meent het slachtoffer te zijn van een complot waarin Nummedal en Mikkelsen betrokken zijn. Hij fantaseert dat hij Mikkelsen doodschopt en met de foto's alsnog zijn meteorieten vindt.
Er is echter niets dat in die richting wijst te zien op de foto's. Na de dood van Arne komt Alfred tot de pijnlijke conclusie dat zijn wantrouwen jegens Arne onterecht was, uit diens aantekeningen blijkt dat Arne helemaal niet zo negatief over Alfred dacht als deze verwachtte. Als Alfred met lege handen thuiskomt, maken zijn moeder en zijn zus een enorme blunder door hem manchetknopen te geven waarin meteorietstukjes zijn verwerkt. Ook hieruit blijkt hoe slecht de personages elkaar aanvoelen. Het hoofdthema van deze roman is dan ook de onvermijdelijke mislukking van de zoektocht van Alfred.

Titelverklaring
De titel, Nooit meer slapen , verwijst ten eerste naar de dood. Als Alfred Arne dood in het ravijn ziet liggen, vertelt Alfred hierover: "Zijn gezicht is precies zoals ik het gezien heb in zijn slaap: onbegrijpelijk oud en moe, gerimpeld als de schors van een eik. Maar dit is geen slapen. Dit is nooit meer slapen.". Op de tweede plaats houdt de titel verband met Alfreds ervaringen tijdens de expeditie: door de muggen, de middernachtszon en het gesnurk van Arne kan hij slecht in slaap komen. Dit bemoeilijkt de tocht voor Alfred, zeker gezien zijn toch al slechte conditie. Een factor dus die bijdraagt tot de onvermijdelijke mislukking van Alfreds onderzoek. Ook heeft de titel te maken met de constante waakzaamheid en achterdocht van Alfred, met name tegenover zijn reisgenoten.

Over W. F. Hermans
Willem Frederik Hermans werd op 1 september 1921 geboren in Amsterdam. Hij groeide op in een streng onderwijzersgezin, op het Gymnasium in Amsterdam was hij desondanks bepaald geen briljante leerling. Hierna koos hij voor een studie fysische geografie, en werd later hoogleraar aan de Universiteit Groningen. Hermans' werk kenmerkt zich door een pessimistisch wereld- en mensbeeld, en in de literaire wereld werd hij door velen als een dwarsligger beschouwd.
Naast Nooit meer slapen schreef Hermans o.a. Onder Professoren, waarin hij de wetenschap eveneens op de korrel neemt, De tranen der Acacia's en De Donkere kamer van Damocles, waarin de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol speelt. Ruzie maken zat Hermans in het bloed, dit blijkt uit werken als Mandarijnen op Zwavelzuur, waarin de Nederlandse literaire wereld ervan langs krijgt, en enkele processen tegen hem vanwege schokkende passages in zijn werken. Hermans stierf in 1996.

Autobiografisch / Niet autobiografisch
Alle plaatsen in Nooit meer slapen bestaan echt, en Hermans heeft in het Noord-Noorse gebied ook expdedities ondernomen. Bovendien vertoont het vakgebied van Alfred, geologie, overeenkomsten met dat van Hermans: fysische geografie. Zelfs bepaalde persoons namen, zoals Nummedal, blijken echt bestaand te hebben, al is Hermans vrij losjes met de werkelijkheid omgegaan. Het kranteartikel dat Alfred leest over de Himalaya-expeditie, is echt geschreven, de expeditie had echter in werkelijkheid een succesvolle afloop, in tegenstelling tot in het verhaal.

Genre
Nooit meer slapen is een licht ironische ideeënroman, met een sterk allegorisch karakter. De allegorie is kenmerkend voor Hermans' werk, niet de gebeurtenissen op zich, maar de betekenis van de personages is belangrijk. Binnen de filosofie van Hermans is de betekenis, of eigenlijk het lot van alle personages de mislukking; Alfred Issendorf is daar een duidelijk voorbeeld van. Verder worden de typische personages en gebeurtenissen zodanig met elkaar in contact gebracht dat miscommunicatie en chaos onvermijdelijk zijn: Alfred en Nummedal, Alfred en Arne, Alfred en Mikkelsen/Qvigsted, Alfred en zijn moeder en zus bij thuiskomst.

Bronvermelding
Voor dit leesverslag heb ik gebruik gemaakt van de volgende bronnen:

  • Over Nooit meer slapen van W.F. Hermans, A.H. den Boef, pagina's 9 t/m 11, 15 t/m 22, 24 t/m 30, 44-45, 66 t/m 68.

  • Kees & Co, H. Werkman, pagina's 58 t/m 63.

  • Uitgelezen dl. 1 , H. Werkman, pagina's 51 t/m 54.

  • Panorama van de Nederlandse Letterkunde, pagina's 145 t/m 147.
  • REACTIES

    Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

    N.

    N.

    Misschien is een samenvatting van de smaenvatting van het boek wel handig...veeeeel te lang!

    15 jaar geleden

    Antwoorden

    Victoria

    Victoria

    Hoe langer hoe beter. Als je niet van lezen houd, waarom ga je dan naar deze site? Zeker om boekverslagen van anderen te printen!

    6 jaar geleden

    gast

    gast