Tekstbeleving

· Het onderwerp
Ik vind het onderwerp niet erg interessant, Alfred (de hoofdpersoon) wil gaan bewijzen dat de ronde gaten in het noorden van Noorwegen zijn ontstaan door meteorietinslagen. Ik heb hier zelf nooit over nagedacht en het boek heeft me ook niet aan het denken gezet. Ik vind het wel een origineel onderwerp.

· De gebeurtenissen
De gebeurtenissen in het verhaal zijn niet belangrijk, de houding of plaats van de mens is veel belangrijker. De gebeurtenissen zijn wel geloofwaardig al is het wel toevallig dat Arne een dodelijke val maakt tijdens de tocht de vader van Alfred was namelijk ook overleden door zo’n val. Al de gebeurtenissen samen vind ik onwaarschijnlijk, het is veel te pessimistisch en er lukt niks.
De afloop is niet echt naar mijn zin. De hele tocht is voor niks geweest en dan krijgt hij ook nog een meteorietsteentje dat hij niet eens herkent.

· De bouw
De eerste zin is; “de portier is een invalide”. Dit geeft gelijk de toon aan voor de rest van het boek. Het boek is niet ingewikkeld opgebouwd. Het is chronologisch opgebouwd met enkele flash-backs. De terugblikken gaan vooral over de vader van Alfred die ook nooit zijn doel heeft kunnen verwezelijken. Er zitten saaie stukken in het verhaal, wanneer Alfred bijvoorbeeld aan zijn tocht bezig is en de hele tijd denk aan de mislukkingen. Ook zitten er een paar spannende stukken in, bijvoorbeeld als Alfred Arne kwijt is.

· De personages
Ik kreeg een goed beeld van de hoofdpersoon. Ik kon het me niet goed voorstellen dat Alfred zich zo slecht op de tocht had voorbereid, hij had vooraf geen luchtfoto’s bekeken en hij had ook nog nooit een echte meteoorkrater gezien, hij kon niet eens een meteorietsteentje herkennen. Ik raakte niet echt betrokken bij wat de peronages overkwam.

· Het taalgebruik
Het taalgebruik is niet hoogdravend. Er wordt veel aandacht gegeven aan het weergeven van de (pessimistische) gedachten van de hoofdpersoon. Ook bevat het verhaal redelijk veel dialoog.

Tekstbestudering

Samenvatting
Alfred wil in Noorwegen de hypothese ( dat de grote ronde gaten in het noorden van Noorwegen meteoorkraters zijn) van zijn hoogleraar, Sibbelee bewijzen om zo bekend te worden in de wetenschap en zijn vader te rehabiliteren, die bij een andere expeditie verongelukt is. Alfred probeert in Noorwegen om luchtfoto’s van het gebied te krijgen bij de prof. Ornulf Nummedal (een rivaal van Sibbelee). Nummedal laat zich nog al kritisch uit over de Nederlandsche wetenschap. Hij vertelt dat de luchtfoto’s er niet zijn en verwijst hem door naar de geologische dienst in Trontheim waar Oftedahl hem te woord staat (directeur:Hvalbiff)die hem vertelt dat de foto’s daar ook niet zijn. Alfred gaat met Arne, Qvigstad en Mikkelsen op expeditie. Alfred is onvoldoende getraind, heeft last van slapenloosheid door de lichte nachten, heeft last van muggen en heeft last van het gesnurk van Arne. Alfred en Arne liggen in een erg slechte tent omdat Arne zichzelf geen nieuwe spullen gunt. Ook haalt Alfred bij een val z’n been open waardoor hij meer moeite heeft met het lopen. Hierdoor wordt de tocht voor Alfred een ware marteling.

Alfred komt erachter dat Mikkelsen de luchtfoto’s bezit en mag ze bestuderen maar wordt er niet veel wijzer. De volgende dag gaan Qvigstad en Mikkelsen op eigen gelegenheid verder. Later die dag gaat Alfred na een meningsverschil de andere kant op, er van uitgaande dat Arne wel zou volgen, wat hij niet doet. Na dagen zoeken vindt Alfred Arne dood terug, hij is van een rots gevallen.

Alfred geeft de expeditie op en gaat naar Ramnastua om hulp te halen. Op weg naar Karasjokka ziet hij een fel licht en hoort hij een harde klap. Alfred brengt nog een bezoek aan prof. Nummedal en geeft hem Arnes aantekeningen (die Nummedal nooit zal lezen, hij is namelijk bijna blind). In het vliegtuig naar huis leest hij in de krant dat er waarschijnlijk een meteoriet is ingeslagen bij Karasjokka. Thuis krijgt hij van zijn moeder manchetknopen, van een gesteente dat hij niet herkent, het blijken meteorietsteentjes te zijn.

Analyse en Interpretatie

· Titel, ondertitel en motto

Titel: nooit meer slapen

Ondertitel:geen

Titelverklaring: De titel verwijst de dood van Arne, Arne ligt erbij zoals in zijn slaap, maar dat is geen slapen dat is nooit meer slapen. Ook verwijst de titel naar de slapeloosheid van Alfred naar de waakzaamheid van Alfred en naar zijn onvermogen om andere mensen te vertrouwen.
Motto:I do not know what I may appear to the world, but to myself I seem to have been only like a boy playing on the sea-shore, and diverting myself in now and then finding a smoother pebble or a prettier shell than ordinary , whilst the great ocean of truth lay all undiscovered before me.
Sir Isaac Newton
Newton beschreef hierin dat hij niet in staat was om grote ontdekkingen te doen terwijl de waarheid (nog door niemand ontdekt) gewoon voor hem lag. Alfred kon ook geen grote ontdekking doen, terwijl hij toch in het gebied van de kraters gelopen heeft.

· Genre
Het boek is een licht ironische psychologische roman.

· Thema, motief, idee en wereldbeeld
Het thema is de zoektocht van de mens naar zekerheid en orde in de chaotische wereld waar de mens als klein nietig wezentje centraal staat. Alfred zoekt naar zekerheid en orde door de hypothese te proberen te bewijzen en zo carrière kunnen maken maar er gaat heel veel mis (het is een chaos), Motieven zijn reizen (expeditie, zoektocht), gebrek aan communicatie, slapen (door de lichte nachten, de muggen en het gesnurk van Arne slaapt Alfred niet goed) , minderwaardigheidscomplex (Alfred voelt zich steeds schuldig tegenover Arne omdat hij vindt dat Arne veel meer doet en kan), meteorietstenen en luchtfoto’s (die Alfred niet in bezit kan krijgen).

Wereldbeeld: Volgens W.F Hermans is de mens een nietig wezen, dat met veel pijn en moeite door het leven ploetert, maar zijn doel nooit bereikt, omdat er geen weg is om op te gaan.

· Symbolen, beelden en verhaallagen
Symbolen en beelden: Het slapen staat symbool voor levenskracht en dood. Ook staan veel namen in het boek ergens voor. Bijvoorbeeld Mikkelsen:de zoon van Mikkel ( Noors voor een vos) hij zou dus listig en onbetrouwbaar zijn.
Verhaallagen: In het boek zijn twee verhaallagen, de eerste verhaallaag beschrijft de gebeurtenissen en in de tweede verhaallaag wordt de zoektocht van de mens naar zekerheid en orde in de chaotische wereld waar de mens als klein nietig wezentje centraal staat.

· Structuur, samenhang en spanning
Structuur: het verhaal verloopt chronologisch met enkele flash-backs over de jeugd van Alfred.
Bijna alle motieven hangen samen met het thema: De zoektocht van de mens naar zekerheid en orde (reizen en carriére maken) in de chaotische wereld (gebrek aan communicatie, vervolgingswaanzin) waar de mens als klein nietig wezentje( minderwaardigheidscomplex) centraal staat.
Het boek is opgebouwd uit één verhaallijn.

Spanning: Er zit niet veel spanning in het verhaal maar er is toch een korte spanningsboog als Alfred Arne kwijt is.

· Personages:
Alfred: hij is ambitieus en had een ideaal: een meteoriet vinden en carriére maken. Hij wil beroemd worden; als jongetje wilde hij fluitist worden maar dat geeft hij op als zijn moeder zegt dat hij daar nooit wereldberoend mee kan worden. Hij is erg onzeker, hij twijfelt sterk aan zijn kwaliteiten. Ook is hij onhandig, vergeetachtig en onsportief. Wel heeft hij een groot uithoudingsvermogen, en begrijpt hij snel wat er in een boek staat, waardoor hij al zijn examens vlug en heel goed heeft afgelegd.

Arne: hij is een noorse collega en vriend van Alfred, hij is sportief, praktisch en intelligent.

Qvigstad: hij is een collega van Alfred. Hij is een rustige werker.

Mikkelsen: Hij is ook een collega van Alfred. Hij had wel de luchtfoto’s die Alfred wilde hebben. Hij verkondigt vaak algemeen gangbare ontwikkelingen.

· tijd
Periode: het verhaal speelt zich af in de jaren ’60.

Vertelde tijd: het verhaal begint op 15 juni en einigd in september. De vertelde tijd is dus ongeveer 4 maanden.

Verteltijd: de verteltijd is korter dan de vertelde tijd, het boek heeft 285 bladzijdes.

Tijdsvolgorde: het verhaal wordt chronologisch verteld, met enkele flash-backs.

Tijdsperspectief: De verteller weet net zo min als de lezer hoe het afloopt, hij beleeft mee wat er gebeurt (vision avec).

· Perspectief en vertelsituatie
Je ziet het verhaal door de ogen van een ik-persoon het is dus een ik-vertelsituatie.

· Ruimte
Het verhaal speelt zich vooral af in het uiterste noorden van Noorwegen en ook voor een deel in Nederland.

· Taalgebruik en stijl
Het taalgebruik is niet moeilijk, er zit redelijk veel dialoog in. Er worden korte zinnen gebruikt.
In het boek wordt gebruik gemaakt van zeer precieze beschrijvingen van lokaties en gebeurtenissen .

Achtergrondinformatie

· Achtergronden van de schrijver
Willem Frederik Hermans is geboren in 1921 in Amsterdam. Zijn zusje pleegde samen met een neef bij het uitbreken van de tweede wereldoorlog zelfmoord. In 1940 ging hij ,na de gymnasiumopleiding, sociografie studeren maar na een jaar schakelde hij over op fysische geografie in Amsterdam. In 1943 deed hij kandidaatsexamen, net voordat de duitsers van de studenten een loyaliteitsverklaring eisten. Na de oorlog kon hij zijn studie weer opvatten, maar zijn literaire activiteiten zorgden ervoor dat hij pas in 1950 afstudeerde.Hij promoveerde in 1955 op de resultaten van een bodemonderzoek in Luxemburg.Drie jaar later werd hij benoemd tot lector fysische geografie in Groningen. Hij ging in 1973 in Parijs wonen en later in Brussel (in 1991). Hij overleed op 27 april 1995. Hermans was getrouwd en had een zoon.

Het grondthema in zijn werk is zijn levensbeschouwing, volgens hem is de werkelijkheid een chaos waarbinnede mens tevergeefs waarheid, identiteit, orde en zin probeert te ontdekken.
Hermans schrijf alleen in depressieve buien, daardoor laaat hij in al zijn boeken een negatief mensbeeld zien.
Bepaalde facetten van het leven ontbreken in al zijn boeken, zoals hartelijkheid, vriendschap en liefde. Er is verder vrijwel nooit sprake van een religieus of humanitair ideaal.
Bij herdrukken worden er vaak belangrijke correcties aangebracht door Hermans, die erg perfectionistisch is.
J.G.M. schreef in het Limburgs dagblad:”Hermans houdt ons een chaotische wereld voor. Hij schrijft daarover zo indringend, dat die chaos, die we ook via de t.v. en de krant ontmoeten, ons dreigt te overweldigen”.

· Achtergronden van het boek
In “nooit meer slapen” komen Hermans zijn negatieve opvattingen uit over mens en menselijke contacten. Het boek is niet autobiografisch, maar het herinnert wel sterk aan het vakgebied van Hermans (fysische geografie), de geologie, en aan één van zijn tochten door Finnmarken, in het noorden van Noorwegen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.