Hoe god verdween uit Jorwerd door Geert Mak

Beoordeling 5.8
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas havo | 1702 woorden
  • 22 augustus 2006
  • 10 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.8
  • 10 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1995
Pagina's
367
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
3 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Hoe god verdween uit Jorwerd
Shadow
Hoe god verdween uit Jorwerd door Geert Mak
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Leesverslag

Beschrijving van het boek
1. - Geert Mak
- Geen pseudoniem
- HOE GOD VERDWEEN UIT JORWERD
- Geen ondertitel
- b. Wolters-Noordhoff, Amsterdam, 2002
- c. Geen druk
- d. Zie volgende bladzijde (motto)
- e. 335 bladzijden
- f. paperback
- g. geen bijzonderheden

2.
Alles wat ik vind dat erin moet staan, staat erin. Natuurlijk is het erg moeilijk om dit verhaal binnen de 200 woorden samen te vatten; dat is eigenlijk bijna onmogelijk, omdat hij ieder hoofdstuk over iets anders saais vertelt. Kortom, dit boek is te saai om het kort samen te vatten.

Samenvatting
In een klein boerendorpje in Friesland vindt een soort van stille revolutie plaats. Het dorp verandert van een ouderwets boerendorp in een modern dorp voor mensen uit de stad en recreanten. Na 1945 begint dit proces te versnellen. De eerste machine (een eenvoudige melkmachine) komt dan in het dorp. Het gevolg is dat de boerenknecht wordt ontslagen en de andere boeren verplicht zijn om ook een melkmachine te kopen om de concurrent bij te blijven. Er komt een zogenaamde ‘import’ van mensen die uit de stad komen en een rustig leven willen gaan leiden in het dorp op gang. Ze worden in het begin maar moeilijk in de gemeenschap opgenomen, vooral diegene die geen Fries praat. Maar dit is niet de enige verandering. De buslijn bijvoorbeeld komt niet meer door Jorwerd, de politieagenten die in Jorwerd surveilleren komen niet meer zo vaak en de dorpsgracht wordt gedempt. Als in 1951 de kerktoren instort, versnelt de stille revolutie nog meer. Door concurrentie vanuit steden verdwijnen de slager, het postkantoor en de kruidenier uiteindelijk ook. Door de modernisatie houdt de smid het voor gezien en een aantal boeren houdt ermee op. De mensen in het dorp gaan ook steeds minder met elkaar om.

De enkele katholiek (het aantal gelovigen nam trouwens ook af) die er woonde werd gewoon normaal behandeld. De stad kreeg steeds meer invloed op de jongeren waardoor ze de bedrijfjes in het dorp niet meer willden overnemen maar naar de stad trokken. De koeien kregen oormerken (van die gele plaatjes) wat de boeren al helemaal niet beviel. De overheid dwingt de boeren tot verdere investeringen en modernisatie. Er moeten melkmachines komen en gekoelde melktanks. Er wordt een melkquotum en een mestquotum ingesteld. Alles zit de boeren tegen. De meeste boeren stoppen dan ook.
De hechtheid tussen de dorpsbewoners komt steeds meer op losse schroeven te staan. Niet alleen door de “import”, maar ook door het gaan kopen van spullen en werken in de steden waardoor mensen in het dorp elkaar steeds minder vaak zien. Eerst lieten de inwoners hun voordeuren gewoon open staan en werden de fietsen niet op slot gedaan, maar toen er eenmaal een paar keer ingebroken was en een paar fietsen waren gestolen, keek men steeds wantrouwiger en werden de huizen als forten afgesloten.
Er was alleen nog maar sociaal contact tussen de inwoners van Jorwerd op “de merke” (de kermis) en “het Iepenloftspul”(het openluchtspel) (elk jaar wederkerende toneelopvoering, ook gebruikt om geld voor het herbouwen van de kerktoren te verzamelen).
De kruidenier kreeg steeds meer concurrentie van de Miro een supermarkt in de stad. Vroeger kwamen de mensen trouw bij de kruidenier en andere winkeltjes in het dorp kopen, nu gaan ze alleen langs als ze iets bij de supermarkt zijn vergeten. Ook de kruidenier kan dus niets anders dan sluiten. Door verandering in de bevolkingsgroei, mechanisatie en transport verdween God uit Jorwerd.

3. - Tot na de oorlog had de kerk elke zondag vol gezeten, vertelde hij. Daarna verdween god geleidelijk uit het dorpsleven. De oudere kerkgangers waren overleden, anderen verhuisden naar elders en de meeste nieuwkomers hadden geen enkele affiniteit meer met het godshuis.

- Het motto is in het fries geschreven, dat is al een van de dingen waarom het met het boek te maken heeft, want het boek speelt zich af in Friesland. En het gaat over dingen opbouwen, maar ook over dingen afbouwen(!) en over de mooie dingen van een dorp.

4. Er zijn eigenlijk bij ieder hoofdstuk wel een stuk of tien personages. Natuurlijk heb je wel wat namen die wat vaker in het boek voorkomen dan anderen, zoals Peet, Folkert, Hendrik Meinsma (hij had als beroep schilder; hij heeft zelfmoord gepleegd, omdat hij over heel veel dingen tobde, maar vooral over zijn werk, omdat het niet zo ging zoals hij het wilde. Dat kwam weer omdat hij zich aan de ‘’tradities’’ wilde houden maar de mechanisatie ging te snel voor hem). Verder zijn het voornamelijk flatcharacters. De persoon die het verhaal vertelt, daar hoor je ook niet erg veel over maar dat komt omdat hij vooral een verteller is, je hoort natuurlijk wel dat hij met sommige mensen meerijdt, maar dat is dan ook alles.


5. Het is een auctoriale vertelsituatie gekoppeld aan een ik-vertelsituatie: Hij vertelt het verhaal grotendeels, maar houdt ook gesprekken met personen waardoor je niet weet of hij wel echt meespeelt. In sommige delen van het verhaal is dat ook niet zo, omdat het voor Geerts Mak tijd plaatsvond, maar het is best een rare manier waarop hij dit schrijft, eigenlijk lijkt het gewoon een geschiedenisboek over het dorp Jorwerd.

6.
• Het verhaal speelt zich de hele tijd af in het dorp Jorwerd, in Friesland.
Je komt bij boeren binnen, in de kerk, op het land, in winkeltjes, in het café, in de tuin van de Notaris, kort gezegd: tussen de weilanden.

Het is een godsdienstig milieu, maar dat verzwakt in de loop van het verhaal. Maar de kerk staat er nog steeds!

• Er wordt alleen duidelijk over het weer verteld in de winter van ’79, alles raakt ondergesneeuwd en alles bevriest. Maar er wordt niet op het weer in gegaan als er iets leuks of iets ergs gebeurt. (zie ook het stukje onder ‘’10’’)

• In het begin van het verhaal is de sfeer nog normaal, iedereen is gelukkig en iedereen leidt zijn eigen leventje.
Als de mechanisatie komt wordt het voor iedereen moeilijker en iedereen krijgt een beetje een ‘’egoïstische’’ inslag, iedereen gaat zijn eigen weg.
Aan het einde van het boek is de sfeer weer verbeterd, omdat iedereen er dan aan gewend is.

7. Het verhaal speelt zich af in de periode tussen 1945 tot 1995. Het verhaal duurt dus ongeveer 50 jaar, maar je maakt regelmatig sprongen in de tijd dus je krijgt niet alles mee anders zou het boek en aantal keer dikker moeten zijn! Er is in de stukken die je dus wel meekrijgt sprake van een tijdsvertraging want er wordt over een korte periode verteld terwijl het heel veel bladzijdes inneemt. Er is soms wel sprake van een terugverwijzing, hij vertelt dan wel eens hoe het dorp er dan vroeger uitzag.
Het boek heeft een opening-in-handeling omdat je eigenlijk midden in het leven van de dorpsbewoners valt en er dus al het een en ander gebeurt is.
Het verhaal heeft een epiloog; die wordt gebruikt als toevoegsel waarin de verdere gang van het verhaal wordt aangeduid (van Dale).
In het verhaal zitten heel veel keerpunten voor het dorp, de ene keer gaat het weer slechter de andere keer gaat het weer beter.
Het verhaal heeft een gesloten einde, want alle vragen zijn beantwoord en hij is gewoon echt af.

8.
Het Thema: Verandering en het verleden loslaten.

Het Motief: De veranderingen van tijd en ruimte door bevolkingsgroei, mechanisatie en transport.

9.
Het is een kruising tussen een dagboek en een geschiedenisboek. Omdat hij eigenlijk verteld wat hij allemaal heeft meegemaakt en wat hij allemaal doet per dag. Daarnaast hoor je erg veel van de geschiedenis van personen en de geschiedenis van het dorp en sommige gebouwen hiervan. Daardoor vind ik het een soort mengelmoesje geworden van deze twee genres.

10. De maanden waren voorbij gegaan in mijn Jorwerter huis, en er was een tussentijd aangebroken, een niemandsland tussen winter en lente. Er woei een koude wind over de velden. De lucht was helder. Er zat nog geen blad aan de bomen, het riet was geel, de sloten waren grijs van de modder. De eenden die op de weilanden graasden hielden hun koppen plat tegen de kilte uit het noorden. Tussen de blonde wolken rolde de ene bui na de andere op het dorp af, golf na golf, roetzwart soms, hagel en regen kletterden neer, en dan scheen de zon weer, fel en hard.

Hier in dit stukje kan je goed zien hoe erg Geert Mak op de details ingaat, en hoe moeilijk het dus soms kan zijn om dit boek te lezen. Hij heeft soms ongelofelijk lange zinnen waar alleen maar details instaan. En soms staan er ook dictaten uit het Fries in waar je niks van begrijpt, maar dan staat de vertaling er gelukkig wel bij.

11. Zijn boek is een prachtvoorbeeld van het feit dat een contemporaine integrale microgeschiedenis wel degelijk mogelijk is.
Ik ben het hier niet mee eens omdat het zeker geen contemporaine geschiedenis is omdat het zich niet alleen maar in deze tijd afspeelt, maar er ook over eerdere eeuwen verteld wordt

Hij laat zeer mooi de wisselwerking tussen de lange-termijn factoren en de evenementiele dorpsgebeurtenissen zien.
Ja, deze wisselwerking laat Geert Mak heel goed zien, door alles zo goed te beschrijven krijg je een heel goed beeld van wat invloed heeft op het dorp, op lange en korte termijn.

12. Ik vond dit boek erg moeilijk om doorheen te komen omdat er zo erg veel details instaan, en het zo ongelofelijk langdradig is. Het verhaal werd daardoor ook een stuk minder leuk.
Als het boek een beetje uitgedund zou worden dan zou het verhaal me misschien ook veel meer aanspreken.

13.

- http://www.ertussenuit.com/plaatsen/4214.htm

- Het boek: Hoe God verdween uit Jorwerd, Wolters-Noordhoff, Amsterdam, 2002

Keuze opdracht 3
Dit is wat extra informatie over het dorp Jorwert wat je dus eigenlijk met een T schrijft!

Jorwert
Een aantrekkelijk dorp met een fraaie oude kerk, ten dele uit tufsteen opgetrokken. Het schip is vroeg 12e eeuws. Tijdens de restauratiewerkzaamheden in 1951 stortte de toren in elkaar, maar werd spoedig herbouwd. Dat dankzij een actie, waaraan nu nog de traditionele openluchtspelen in de notaristuin zijn te danken. Deze bijzonder populaire spelen worden opgevoerd in de maanden augustus en september. Binnen het kerkgebouw zijn het houten tongewelf en een interessant kerkmeubilair de moeite van het bezichtigen waard.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Hoe god verdween uit Jorwerd door Geert Mak"