WIN EEN STUDIEBEURS T.W.V. €1.500 MET JE PWS!

Stuur voor 1 februari je profielwerkstuk in naar de Junior Fellowship wedstrijd van het Rijksmuseum. 

 


Meer info


Auteur:

Maarten 't Hart



Titel:

Een vlucht regenwulpen



1e jaar uitgave:

1978



Deze druk:

1991, Amsterdam, Uitgeverij De Arbeiderspers



Motto:

Zondag 10



Vraag 27: Wat verstaat gij door de voorzienigheids Gods?



Antw: De almachtige en alomtegenwoordige kracht Gods, door welke Hij hemel en aarde, mitsgaders alle schepselen, gelijk als met zijn hand nog onderhoud, en alzo regeert, dat loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, spijze en drank, gezondheid en krankheid, rijkdom en armoede, en alle dingen, niet bij geval, maar van zijn vaderlijke hand ons toekomen.



Samenvatting:

Aan het begin van het verhaal is de dertig - jarige Maarten aan het terugdenken aan zijn jeugd: zijn schoolcarrière, zijn vader, zijn moeder en hoe hij uiteindelijk op 30 jarige leeftijd hoogleraar in de weefselkweek is geworden. Zo zou je een geliefd iemand weer kunnen opwekken uit de dood, je kopieert die persoon. Je zou ook jezelf kunnen namaken en aan je kopie, die natuurlijk jonger is dan jij, ervaring kunnen doorgeven, Die avond zit hij op de bruiloft van zijn beste vriend Jackob en daar ziet hij een meisje en hij denkt dat zij Martha is. Martha is zijn vroegere jeugdliefde, die hem afwees en waar hij nooit overheen is gekomen. Het meisje blijkt niet Martha, maar de zus van Martha te zijn. Hij praat wat met haar en komt erachter dat ze dezelfde interesses hebben en hij maakt een afspraak met haar om naar een concert te gaan, maar eerst moet hij nog naar een congres in Zwitserland. Een paar dagen later krijgt hij een visioen en in dat visioen ziet hij zijn eigen dood, vanaf dat moment weet hij zeker dat hij niet meer dan twee weken te leven heeft. Vanaf dat moment denkt hij veel na over vroeger, zoals de dood van zijn moeder en over Martha en hoe hij haar bewonderde. Zij was de enige, op zijn moeder na, waar hij zich een klein beetje opende en waar zijn afstandelijke gevoelens verdwenen.Tot nu toe was dat bij niemand anders gelukt en juist omdat zij hem afgewezen had, was hij nog geslotener geworden. In zijn laboratorium op de universiteit, waar hij uit een paar cellen organismen probeert te kweken, struikelt hij en bijna wordt hij geëlektrocuteerd, doordat er een lamp in een bak met water valt. Hij is nu helemaal overtuigd dat hij binnenkort doodgaat. Toch gaat hij gewoon naar het congres in Zwitserland. Onderweg stopt hij in een klein Duits stadje, waar zojuist groot feest aan de gang is. In zijn eentje gaat hij in de dringende mensenmassa op zoek naar een restaurant, waar het niet overbezet is. Hij wordt volkomen genegeerd door iedereen in de vriemelige massa en zelfs de ober die zijn bestelling opneemt negeert hem. Maarten vindt het prettig om in zichzelf gekeerd te zitten en naar de anderen te kijken. De volgende dag komt hij aan in Bern, waar het congres plaatsvindt. Als hij de auto heeft geparkeerd, kan hij de uitgang van de garage bijna niet meer vinden en als hij boven op het dakterras komt en in de verte de bergen ziet, vergeet hij voor enkele momenten de wereld om zich heen. Zoiets moois had hij nog nooit gezien, alle natuur die hij thuis had gezien vervaagde. Hier ontmoet hij Adrienne Ponchard, een collega van hem, die hij op een eerder congres ontmoet had. Zij brengt hem naar zijn hotel en die avond gaan ze samen iets eten. Zij doet hem denken aan Martha, terwijl ze er helemaal niet op lijkt. Zoals ik twee dagen eerder naar Martha had gekeken, zo keek ik nu naar Adrienne, niet omdat ze op Martha leek, maar omdat ze ook een vrouw was behoorde tot de sekse van Martha, De volgende morgen als ze naar het congres gaan, ontmoeten ze professor Ernst Bitzius, de woordvoerder van het congres. Hij raakt bevriend met de professor en ze gaan met z'n drieën iets eten. Ze trekken nu veel met z'n drieën op en aan het eind van het congres nodigt Ernst Maarten en Adrienne uit om bij hem thuis nog een paar dagen te blijven logeren. Maarten weet het nu zeker, hij zal in Zwitserland sterven. Ze besluiten om een berg te gaan beklimmen, maar Maarten heeft dit nog nooit gedaan. Als ze op de helft van een berg staan, merkt hij dat Ernst en Adrienne meer oog voor elkaar hebben dan normaal. Eigenlijk durft hij niet af te dalen, maar hij doet het toch, omdat Adrienne erbij is en hij eigenlijk toch meer dan vriendschap voor haar voelt. Alleen doet hij iets te erg zijn best. Hij glijdt uit en valt naar beneden in de richting van de puntige stenen onder hem. Hij kan zich nog net vastpakken in zijn val, glijdt dan met zijn vingers weg en valt weer. Pas als hij een tiental meters omlaag gegleden is over de helling, tezamen met het meeglijdende steengruis, denkt Maarten verbaasd: "ik val omlaag." Nog altijd is hij niet bang. Hij ziet diep onder zich de steeds breder wordende steenhelling met steeds grotere, puntigere stenen tot diep in het dal waar ze nog slechts hier en daar verspreid op een groene weide liggen. Als hij op de grond ligt, beseft hij dat hij nog niet dood is en dat hij ook niet dood zou gaan. Zijn visioen betekende dat hij een nieuw leven zou krijgen. Met zijn val had hij Ernst en Adrienne dichter bij elkaar gebracht (Alles is onwezenlijk, bevindt zich achter glas en juist daarom weet ik dat Adrienne en Ernst van elkaar houden, hoewel zij het zelf nog niet weten) en zichzelf op de goede weg gebracht in zijn nieuwe leven, waarin hij opener zou zijn.





Titelverklaring:

Wanneer Maartens moeder sterft, vliegt er net een vlucht zeer zeldzame vogels, regenwulpen, over. Hij blijft echter bij zijn moeder en kiest dus voor haar boven zijn studie. Doordat zijn moeder een belangrijke rol in zijn leven speelt, bestrijkt de titel een groot deel van het boek.



Thema van het boek:

Iemand die nogal geïsoleerd is opgegroeid, is niet in staat dit isolement in een jeugdliefde te doorbreken.



Motieven:

* teruggetrokken. - Maarten heeft geen contact met andere kinderen. Hij trekt veel naar zijn moeder. Dit heeft te maken met het feit dat hij geïsoleerd is opgegroeid en opgevoed.

* natuur - doordat Maarten geen contact met anderen heeft, trekt hij zich vaak terug in de natuur. De natuur is een soort vluchtplek.

* onbereikbare liefde - Maarten is verliefd op Martha, maar aangezien zij getrouwd is en twee kinderen heeft, kan hij geen relatie met haar. Ook dit is een rede voor het isolement. Toen hij vroeger met Martha was, kon hij wel met haar praten. Ze was de enige met wie hij kan praten, maar toen zij hem dumpte kwam hij weer terug in zijn isolement.



Personages:

Maarten is een jongen die in zijn jeugd al geïsoleerd was. Hij maakt moeilijk contact met anderen en leeft een vrij teruggetrokken bestaan. Hij is 30 jaar en hoogleraar celbiologie. Toen zijn ouders nog in leven waren, haatte hij zijn vader en hield hij zielsveel van zijn moeder, zoals hij later ook van Martha zou houden, een meisje van zijn school. Hij is erg geïnteresseerd in vogels en de natuur. Mede door zijn eenzaamheid, heeft hij last van pleinvrees en dwanggedachten, die hem wijs weten te maken dat hij binnen twee weken dood zal zijn. Hij is over het algemeen uiterst rustig, maar kan plotseling een woedeaanval krijgen. Vaak maakt hij vaar - of schaatstochten door het rietland vlak bij zijn huis, waar hij alleen kan zijn met zijn gedachten. Over zijn uiterlijk staat weinig in het boek vermeld.



Maartens moeder is een rustige, teruggetrokken vrouw. Ze praat weinig en gehoorzaamt vooral aan de wil van haar man. Ze doet haar taak zonder te klagen. Maarten kijkt graag naar hoe ze haar haren borstelt en verbaast zich dan over haar schoonheid. Ze sterft, vlak nadat Maarten zijn doctoraal examen gedaan heeft, aan keelkanker. Maarten krijgt door de wrede dood van zijn moeder een afkeer van God en het geloof.



Martha is een meisje van Maarten's school. Maarten is vreselijk verliefd op haar maar durft haar dit niet te vertellen. Hij kon wel goed met haar praten. Hij verzint allerlei manieren om dichter bij haar in de buurt te komen, maar zij wijst hem af. Ze loopt heel rustig, iets wat Maarten zo buitengewoon bijzonder aan haar vindt. Ze heeft krulhaar en een blos op haar wangen. Meisjes die op haar lijken, ook al is het maar een beetje, hebben een grote aantrekkingskracht op Maarten. Doordat het verhaal in de ik - vorm geschreven is kom je niets te weten van haar gevoelens, maar lees je alleen hoe Maarten naar haar kijkt.



Adrienne is een collega van Maarten. Ze is een Frans - Zwitserse celbiologe met "guitige, donkere ogen". Ze heeft kort, krullend, zwart haar en een scherp profiel. Ze is vriendelijk en hartelijk. Op een gegeven moment merkt Maarten dat hij verliefd op haar is, maar tot zijn spijt gaat zij steeds hechter om met een andere collega.



De relatie tussen de personen:

De band tussen Maarten en zijn moeder is groot, maar je zou daarentegen kunnen zeggen dat de band tussen Maarten en zijn vader ontbreekt. Maarten houdt veel van zijn moeder, net zoals hij later van Martha zal houden. Maarten heeft weinig contact met anderen en alleen zijn moeder, Martha en Adrienne kunnen hem echt bereiken. Hij houdt zoveel van hen, dat het andere onbelangrijk voor hem is en hij zijn isolement aanvaardt, om op die manier alle ruimte in zijn leven aan hen te wijden. Hij zal iets opener willen worden.



Mijn mening over de personen:

Ik herken mezelf niet in hem, maar ik leef wel met hem mee. De manier waarop hij met die gevoelens omgaat zijn mij echter wat vreemder. Dit neemt niet weg dat ik hem uiterst sympathiek vind.



Maarten's vader is een erg norse man. Hij is, net als Maarten, teruggetrokken, maar hij is ook echt alleen maar op zichzelf gericht, wat hem voor mij antipathiek maakt. Hij praat weinig en laat niets van zijn gevoelens merken.



Verteller:

De verteller is de ik - persoon Maarten. Daardoor kom je veel te weten over de gevoelens en de eigenschappen van de ikpersoon.



Tijd:

Het boek is chronologisch geschreven, met vele flashbacks erin verwerkt. Het heden van het boek duurt ongeveer twee weken, maar met de flashbacks meegerekend beslaat het boek een periode van 24 jaar. Deze manier van schrijven is denk ik aangehouden om het verband tussen dingen aan te geven. Als iets in het heden gebeurt, volgt daarop een gedachte van Maarten die weer een flashback oplevert. Zo zie je welke invloed het verleden heeft op het handelen van Maarten in het heden.



Ruimte:

De plaats waar het in het heden van het boek om draait is Bern, een plaats in Zwitserland waar Maarten voor een congres naartoe gaat. In de flashbacks komen een aantal plaatsen voor zoals de rietlanden bij het ouderlijk huis van Maarten, waar hij uren doorheen kan varen op zoek naar vogels. Ook komen de basisschool en middelbare school voor in de flashbacks en nog een aantal andere ruimtes die niet verder beschreven worden.



Stijl:

Het boek is gemiddeld qua moeilijkheidsgraad. Er worden niet veel moeilijke woorden gebruikt, maar de zinnen zijn af en toe vrij lang, met meerdere bijzinnen. Dit heb ik overigens niet als storend ervaren, want het is op dusdanige manier geschreven dat het toch prettig leest. Er is vrij veel sprake van symboliek en beeldspraak. Er zijn niet veel dialogen, omdat de nadruk vooral gelegd wordt de gevoelens van de ik - persoon en de beschrijvingen die hij geeft van wat in het heden en verleden heeft plaats gevonden.



Tijd:

Het verhaal speelt zich in ongeveer twee weken af en is niet chronologisch opgebouwd, want het boek is bijna een grote flash©back. Maarten denkt terug aan zijn jeugdjaren.



Wanneer:

Tegenwoordige tijd, dus in het jaar wanneer het boek geschreven is.



Stroming:

Nieuwe zakelijkheid. Bij nieuwe zakelijkheid is het belangrijk dat de sterke inhoud een uitdrukking moeten zijn van een sterke persoonlijkheid. Het is ook direct en sober taalgebruik. Ook heb je heel erg cynisme. Bij dit verhaal heeft Maarten een sterke persoonlijkheid, namelijk zijn constante isolement. Hij komt er nooit helemaal uit. Er zijn maar een paar mensen waar hij uit zijn isolement raakt, maar ook dit is beperkt. Het verhaal vind ik ook heel sober geschreven. Zoals b.v. ook die visioenen. De visioenen geven nog meer het beeld van zijn persoonlijkheid. Heel erg met de dood bezig, pleinvrees, eenzaamheid, isolement, dwanggedachten, afkeer tegen god en het geloof en zijn driftaanvallen.



Mening:

Ik vind het een heel mooi boek, er zit veel gevoel in, maar het is ook soms moeilijk te lezen doordat niet echt duidelijk wanneer het heden en verleden is of wanneer het werkelijkheid is of wanneer het zich allemaal in Maartens hoofd afspeelt. Ik kon me op sommige momenten best inleven in Maarten, maar op sommige momenten begreep ik echt niet waar hij mee bezig was, ik vond hem soms wat te extreem.




REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

R.

R.

Beste lia ik hebt een vraagje: hoort dat ene over god bij het boek of is dat iets wat je er aan hebt toegevoegd. ik heb as donderdag 4juli mijn spreekbeurd en ik zie dus je andwoord met spanning tegemoet. Groetjes Reinier

17 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast