ADVERTENTIE

Als ik moet kiezen, dan ga ik het liefst:

Titel: De Rekening

Auteur: Boudewijn Büch

1e druk: 1989

Uitgeverij: De Arbeiderspers, Amsterdam



Inhoud van het boek:



Als Lothar Mantoua zo’n twaalf jaar oud is, gaat zijn vader er vandoor. Zijn moeder weigert allimentatie, en vanaf dat moment leiden zij, samen met zijn twee broertjes, een armoedig bestaan. Ieder vrij uur probeert Lothar zich verdienstelijk te maken met bollen pellen en auto’s wassen. Hij begint ook te stelen. Via vrienden krijgt hij een baantje bij Frankforts Imitatiekoffie Onderneming, waar hij de beschermeling wordt van ‘ome’ Cor Frankfort. Diens nichtje Hetty wijdt Lothar in de geheimen van de seksualiteit in.

Daarna werkt hij nog zo’n vijf jaar bij een warenhuis in een Zuidhollandse studentenstad. Hier wil hij zijn studie verdienen. Eerst is de spoelkeuken zijn werkterrein. Hij wordt er goede maatjes met een andere keukenhulp, de homofiele Joep. In die tijd krijgt hij een telegram met de boodschap dat Mieke, een vriendinnetje-voor-één-nacht, een zoon van hem ter wereld heeft gebracht. Ze noemen hem Sandor.



Veel heeft Lothar moeder en zoon niet te bieden. Zijn werk in de spoelkeuken brengt niet veel op; veel van zijn geld gaat naar zijn studie én naar de boeken die hij in grote hoeveelheden koopt. Zijn schulden blijven dan ook groeien. Als gevolg daarvan is het een komen en gaan van deurwaarders, maar Lothar houdt zich niet-thuis. Ook bij Mieke maakt hij schulden. Wanneer hij bovendien verslaafd raakt aan verdovende middelen, lijkt zijn ondergang helemáál onafwendbaar. Vrienden zorgen er echter voor, dat hij met zijn problemen bij een psychiater aanklopt. De behandeling zal vele jaren duren.

Inmiddels wordt Lothar van de spoelkeuken overgeplaatst naar het speelgoedmagazijn. Stelen lijkt hier helemaal geen probleem, en al gauw steelt hij allerlei zaken die een cafébaas, bij wie hij flink in het krijt staat, bij hem ‘bestelt’.

Dan verliest hij in één jaar tijd zijn vader en zijn zoon. De eerste pleegt zelfmoord en zijn zoon raakt op onverklaarbare wijze in een coma, waarop ouders en artsen besluiten aan het zinloze lijden van het joch een einde te maken. Lothar raakt hierdoor nog dieper in de put dan hij al was. Het zijn vooral schuldgevoelens die hem kwetsen. Wat hij precies schuldig is, kan hij niet duidelijk maken.

Uiteindelijk komt het er toch van dat hij failliet wordt verklaard. Al zijn spullen worden bij hem weggehaald en voortaan moet hij, tot alle openstaande rekeningen vereffend zijn, curator Otto Liphorst als ‘voogd’ naast zich dulden. Zijn psychiater is verontwaardigt dat hij zo is behandeld, maar kan het faillisement niet meer ongedaan maken.

Lothar raakt als “failliet’ snel in een isolement. Zelfs goede bekenden behandelen hem met achterdocht, en zelfs officiële financiële transacties kunnen niet meer plaatsvinden. Bij het warenhuis wordt hij ontslagen. Een geluk bij een ongeluk is, dat hij door geldgebrek wel gedwongen is de drugs vaarwel te zeggen.

Lothar houdt zich in deze tijd op de been met dromen en leugens. Zo verzint hij een dienstbetrekking bij een gerenommeerd reclamebureau om aan geschikte woonruimte te komen. Wanneer zijn bedrog ontdekt wordt, liegt hij zich onmiddellijk in een ander appartement tot hij ook hier als bedrieger wordt ontmaskerd. Dan is er plotseling de louche zakenman Ton van Dak. Hij neemt het huis van Lothars huurbaas over en hoort verontwaardigd de financiële geschiedenis van de jongeman aan. Dat faillissement heeft nu wel lang genoeg geduurd, meent hij en hij vraagt een bevriend jurist zich met de zaak te bemoeien. Deze slaagt er inderdaad in van Lothar weer een financieel vrij man te maken.

Het blijkt dat daar wel wat tegenover moet staan. Van Dak heeft een aardig pand aan de Amsterdamse Keizersgracht in de aanbieding. Dat zou net wat voor Lothar zijn. Over de prijs worden ze het na wat touwtrekken eens: vierhonderd vijfentwintigduizend gulden. Het is slikken of stikken, want als Lothar niet op het aanbod ingaat, zet Van Dak hem onmiddellijk op straat. Over de financiële lasten hoeft hij zich geen zorgen te maken, want een notaris bericht hem juist in deze dagen, dat zijn vader hem meer dan een miljoen gulden heeft nagelaten. Lothar voelt er echter niets voor de erfenis te aanvaarden. Het geeft hem het gevoel of hij daarmee één of andere schuld goedmaakt. Wel vraagt hij zich af waar al dat geld vandaan komt. Hij herinnert zich de onderwijzer op de lagere school die weleens vage toespelingen maakte op de heldenrol van zijn vader. Zijn moeder weigert echter ook maar iets over het verleden te vertellen.

Na verloop van jaren maakt Lothar werkelijk naam in de reclamewereld. Tijdens een bezoek aan Nieuw-Zeeland, waar een belangrijk congres gehouden wordt, brengt hij ook een bezoek aan zijn enige, nog in leven zijnde, nicht Mary, die in Christchurch woont. Zij ontvangt hem in alle opzichten zeer liefdevol. Ze vertelt hem onder meer over de brieven die zijn vader haar vroeger schreef. Ze heeft ze nog allemaal bewaard, en natuurlijk mag Lothar ze kopiëren. Hiermee krijgt hij uiteindelijk de sleutel in handen van zijn vaders geheim. Het blijkt dat tijdens de oorlog heel diens familie en zijn verloofde in de gaskamers zijn omgekomen. Zelf was hij de dans ontsprongen door naar Engeland te vluchen. Dat laatste heeft hij zich altijd kwalijk genomen. Daardoor werden de jaren na de bevrijding een kwelling voor hem. Hij probeerde in zijn vrouw zijn verloofde te ontdekken, maar ze was het niet. Bij de geboorte van zijn zoons dacht hij iets van zijn broers in het kind te herkennen, maar uiteindelijk herinnerden ze in niets aan hen. Hij heeft geprobeerd van zijn gezin te houden, maar het lukte niet. Al zijn denken en doen werd beheerst door de vlammen en het vuur in de oorlog. Uiteindelijk heeft hij, geestelijk gesloopt, zijn gezin verlaten. Maar die echtscheiding heeft niets geholpen. Het enige wat hij wist te doen om zijn schuldgevoelens te verzachten, was het aanvragen van oorlogspensioenen. Overal waar geld te krijgen viel had hij aangeklopt. Hij beet zich vast in het idee dat geld zou helpen. Dat, als ze hem maar schadeloos stelden voor het verlies van zijn familie, geliefde, het landgoed, enzovoorts, het leed en het gemis alsnog te dragen zouden zijn. De paar miljoen die hij gekregen heeft, heeft hij goed belegd en het enige waar hij na de oorlog mee bezig is geweest, is het vermeerderen van zijn kapitaal. Hoe meer geld, hoe minder hij aan zijn omgekomen familieleden hoefde te denken. Het omgekeerde was natuurlijk het geval. Had een psychiater er niets aan kunnen doen? Uit de brieven van zijn nicht Mary maakt Lothar op dat zij dat eens gesuggereerd heeft, maar dat zin vader van mening was dat hij volkomen normaal was en de hele wereld getikt, volslagen krankzinnig.

Vóór zijn zelfmoord heeft hij een laatste brief geschreven aan zijn lievelingszoon – Lothar:

Hij werd in de jaren zestig steeds treuriger, en opeens werden de oorlogsmisdadigers vrijgelaten. Zíj konden weer pret maken in Duitsland terwijl hij steeds dieper wegzonk in zijn ellende en oorlogsherinneringen. Zijn zwaarmoedigheid heeft hem uiteindelijk tot de daad gebracht.

Nadat Lothar de brieven gelezen heeft, voelt hij zich onvoorstelbaar schuldig. Had hij dat allemaal maar geweten; wie weet was het dan anders gelopen en had hij zijn vader nog kunnen helpen. ‘Ik heb niets gedaan om hem van zijn waanidee af te helpen’, zegt Lothar met verstikte stem tegen zijn vriend Emile, die met hem is meegereisd naar Dominica, waar hij in alle rust de geheimen omtrent zijn vader kan ontrafelen. ‘Het zal me niet gebeuren dat jij nu ook begint!’ roept Emile, ‘Op die manier gaat de Tweede Wereldoorlog door tot in het jaar tweeduizend!’ ‘Dat gaat ze ook’, antwoordt Lothar.

Bij wijze van solidariteit weigert Lothar zíjn schuldgevoelens vaarwel te zeggen.



Soort Boek:
'De Rekening' is een psychologische roman over een zoon die op zoek is naar zijn vader. De vader heeft zijn gezin na de oorlog verlaten en met name zijn oudste zoon met veel vragen en een groot schuldgevoel achtergelaten.



Fantasie of realiteit:
Het verhaal is gebaseerd op realiteit. Het is een autobiografisch getint verhaal over twee obsessies: de vader-figuur en geld.



Vertelwijze:
De hoofdfiguur in het verhaal treedt op als ik-verteller. De nadruk van wat Lothar vertelt ligt meer op wat hem overkomt dan op hoe hij dit ondergaat.



Hoofdpersonen:
Lothar Mantoua is een jongen die nieuwsgierig blijft naar wie zijn vader is en was. De jongen voelt zich schuldig en eenzaam vanaf het moment dat zijn vader vertrekt tot het moment dat hij hem, via zijn brieven, ‘terugvindt’.



Einde: Het boek heeft een gesloten einde. Lothar heeft de geheimen rondom zijn vader ontdekt en diens erfenis geweigerd. Uit solidariteit met zijn vader probeert hij zo iets van zijn schuldgevoel kwijt te raken.



Tijd:
Het verhaal heeft een niet-chronologisch tijdsverloop. Er wordt regelmatig van het heden naar het verleden heen en weer gesprongen.



Thema:
‘De Rekening’gaat over geld, schulden en de loden last van het verleden. Door de gebroken vader-zoon relatie is Lothar niet in staat om zelf een behoorlijk leven op te bouwen.



Titelverklaring:
De titel van het boek is duidelijk. Lothar krijgt de rekening van het verleden gepresenteerd. De titel had volgens mij ook ‘Kind van de Rekening’ kunnen zijn.



Info over de schrijver:
Büch, Boudewijn, voluit: Boudewijn Maria Ignatius (Wassenaar 14 dec. 1948), Nederlands publicist, studeerde Duitse en Nederlandse letteren te Leiden. Nadat zijn ouders waren gescheiden, bleef hij bij zijn moeder wonen. Met zijn vader, die lijdt aan een oorlogstrauma, had hij geen contact meer. Hij is gek op reizen naar afgelegen gebieden en heeft een bijzondere belangstelling voor eilanden.

Büch schrijft poëzie, romans en essays. Bekend werden o.a. zijn reisverhalen over eilanden. Hij werkte voor talloze tijdschriften, weekbladen en kranten. Zijn oeuvre is grillig. Er lijkt voor Büch weinig verschil te bestaan tussen amusement, journalistiek en literatuurkritiek. De vroege dood van een zoontje, liefde voor jongens en voor de taal zijn terugkerende motieven in zijn werk. De kleur blauw fungeert daarbij als symbool voor dood en verlangen. Ook schreef hij meer dan eens over psychiatrische inrichtingen, een motief waarvan de wortels in een problematische jeugd gezocht moeten worden. In 1995 startte hij het eenmanstheaterprogramma Büch denkt hardop.

WERK: (o.a.): Nogal droevige liedjes voor de kleine Gijs (1976); De taal als blauw (1977); De sonnetten (1978); Eilanden (1981); De blauwe salon (1981); Het androgyn in ska (1982); Dood kind (1982); Literaire omreizen: een idioticon (1983); Bibliotheken (1984); Weerzien, een verhaal (1984); Het land der letteren (1984; samengesteld met L. Zonneveld); Het androgyn in ska en andere gedichten (1985); De kleine blonde dood (1985; verfilmd in 1993); Büch's boeket 1 (1985); Büch's boeket 2 (1986); April love (1986); Links! Een rode burleske (1986); Blauw: een reisverhaal (1987); Brieven aan Mick Jagger (1988); De rekening (1989); Openbaar boekenbezit: over verre leeszalen, kille bibliotheken en vergeten pennevoerders (1991); Het ijspaleis (1993); Blauwzee (1994); De hel (1994); Geestgrond (1995); Leeg en kaal (1995); Verzamelde gedichten (1995); De bocht van Berkhey (1996); Voorgoed verliefd (1997).



Eigen mening: Ik heb ‘De Rekening’ met plezier gelezen. Ondanks dat het eigenlijk een bijzonder triest verhaal is, is het op een leuke manier geschreven, met grappige voorvallen. Dit maakte dat de triestheid van het verhaal niet de overhand kreeg en het prettig bleef om door te lezen.


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.