Titelbeschrijving

Kees van Beijnum, De Ordening, uitgeverij Nijgh& Van Ditmar, Amsterdam 1998, Roman.



Recensie ( www.ad.nl en daar naar het menu boekrecensies en dan als boektitel, de ordening geven)

DE LITERAIRE thriller bestaat in ons land nauwelijks. Slechts een handvol auteurs, onder wie René Appel, accepteert het woord thriller als etiket voor zijn boeken. Appels thrillers hebben grote literaire kwaliteit en staan daarom op veel leeslijsten in het voortgezet onderwijs.

Dat geldt ook voor Tim Krabbé, nog zo'n prachtschrijver uit het denkbeeldige grensgebied van thriller en literatuur. Krabbé verafschuwt het als iemand zijn spannende boeken tot thriller bestempelt. Hij heeft niks met dat genre.



En Kees van Beijnum? Vlak voor de Maand van het Spannende Boek verscheen De ordening, Van Beijnums vierde en beste boek tot nu toe. De ordening is een literaire thriller van klasse. Van Beijnum, die in 1991 debuteerde met Over het IJ - de reconstructie van een moord, trekt je zo argeloos zijn steeds spannender wordende verhaal binnen dat je verontrust dezelfde vragen gaat stellen als hoofdrolspeelster Stella Verstarre. Het gaat in deze roman om een vraag die veel thrillers domineert: waarom?

Beknopt het verhaal: Stella, juist afgestudeerd filosofe, werkloos en zich vervelend in Amsterdam, gaat in op het verzoek van de weduwe Lotte de Heus Verolmen om haar archief van dagboeken, brieven en andere documenten te ordenen. De weduwe wil haar memoires schrijven ter rehabilitatie van haar kort na de oorlog gestorven echtgenoot, die een hoge NSB'er was.

Stella, wier broer links milieu-activist is, wier vader op Nieuw-Guinea in de rimboe papoeatalen bestudeert terwijl haar moeder als een overjarige hippie met jonge vriend door Marokko toert, komt in dat archief schokkende zaken tegen. Ene Andreas Bambach uit Duitsland duikt plotseling op en zal een cruciale rol spelen in dit verhaal vol vragen en mysteries over de Tweede Wereldoorlog en een gestolen portret van de Italiaanse meester Rafaël.

De ordening heeft een duidelijke relatie met de werkelijkheid van oorlogskunst, neo-fascisme en discussies over goed en fout. De weduwe uit het boek is gemodelleerd naar 'zwarte weduwe' Florrie Rost van Tonningen, weduwe van NSB-coryfee Meindert Rost van Tonningen. In het boek komt ook een Duitse kunstkoper voor, in wie Paul Rosenberg is te herkennen, leider van de Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg die vooral in Frankrijk kunst 'kocht' en roofde voor Hitler.

Kees van Beijnum is een meester in het schetsen van de karakters van zijn hoofdrolspelers. Moeiteloos ook typeert hij mensen en situaties: weduwe De Heus Verolmen spreekt 'met een onvervalste hogere-kringenintonatie', haar huishoudster Hanna 'had de gedresseerde mond van een interimmanager'. En als Stella kijkt naar Andreas, schrijft Van Beijnum: 'Minutenlang begluurde ik hem. Het was mijn manier om vertrouwd te raken met zijn gebaren en lichaam, zijn aanwezigheid. Het maakte me schuldig. Niets maakt zo schuldig als andermans argeloosheid'. En Andreas bestempelt ouderen die herinneringen ophalen als 'lijders aan de Ziekte van Vroeger'.

Een kernthema van De ordening is de vraag hoe jonge mensen, de 27-jarige Stella in dit geval, aankijken tegen het doen en laten van de generatie die bewust de jaren 30 en 40 heeft meegemaakt. Stella bewerkt het archief van de zwarte weduwe uit nieuwsgierigheid en omdat ze er geld voor krijgt, niet uit betrokkenheid bij haar fascistische gedachtengoed. Ze wil, gevormd door haar studie filosofie, de weduwe en haar geschiedenis begrijpen, zoals ze ook begrip zoekt van een bedelaar die herhaald opduikt.



Van Beijnum laat haarscherp zien dat iedereen geneigd is een nauwelijks te slechten façade voor zichzelf te bouwen, dat de waarheid van het verleden vaak niet gekend wil zijn. Dat geldt voor iedereen die in De ordening een rol speelt.

De grote kwaliteit van deze roman is dat Kees van Beijnum in een spannend verhaal twijfel zaait, veel vragen oproept, een beetje orde schept, maar geen pasklare antwoorden geeft. Die zijn er niet als het gaat om de Ziekte van Vroeger.



Samenvattingen( href="http://scholieren.samenvattingen.nl">www.scholieren.com) Kees van Beijnum werd vooral bekend door de drie jaar geleden verschenen roman Dichter op de Zeedijk, geïnspireerd op zijn Amsterdamse jeugd. Onlangs kwam een nieuwe roman uit, De ordening. Die titel mag no zo saai zijn, in het boek gebeurt véél. Het verhaal van de 26-jarige Stella Verstarre, net afgestudeerd in de filosofie, die nooit eens stelling neemt in haar leven. Kees van Beijnum speelt in De ordening een wonderlijk spel met fictie en realiteit. Verschillende figuren die in de roman voorkomen, leven eerder in de fantasie dan in de werkelijkheid. Andreas weet iedereen ervan te overtuigen dat hij iemand anders zou zijn dan hij is. Emiel, moordenaar, wietkweker en handelaar in oude boeken, doet alsof hij een knappe zwarte vrouw is in plaats van een zwarte man. Maar aan de andere kant dringt de realiteit nadrukkelijk de roman binnen. Iedereen die wel eens televisie kijkt, zal de vrouw herkennen die optreedt in de reclamespotjes voor een firma van snacks. Nog veel vervreemdender werkt de aanwezigheid van de zwarte weduwe in het boek. In het verhaal heet ze weliswaar Lotte de Heus Verolmen, maar ze valt nauwelijks te onderscheiden van de beruchte echtgenote van de vooraanstaande NSB'er Rost van Tonningen. Net als de échte weduwe werkt de fictieve weduwe aan haar memoires. Ook bij dat werk botsen trouwens de waarheid en de verdichting met elkaar. De documenten spreken haar herinneringen tegen, en andersom. Maar ze laat zich niet vermurwen. 'Ik herinner het me zoals ik haar dagboek. Zevenenveertig jaar later - De ordening speelt in 1994 - denkt ze er precies zo over. Of zoals Van Beijnum het in zijn weinig aantrekkelijke, clichématige stijl omschrijft: 'Ze had geweigerd om na de oorlog mea maxima culpa mee te zingen in het koor der spijtoptanten.' Alle opschudding in de media laat haar onverschillig. 'Het was een goede zaak waarvoor we streden', blijft ze volhouden. De zwarte weduwe is in dit opzicht de tegenvoeter van Stella Verstarre, de hoofdpersoon en de verteller van de roman. De Heus Verolmen maakt ondubbelzinnige keuzes en houdt daar voor altijd aan vast. Stella is juist iemand die géén partij wil kiezen. Overtuiging Misschien is dat de belangrijkste vraag die de lezer van deze rare, maar gewaagde roman zich gaat stellen: waarom besluiten wij bepaalde dingen te doen? Is het uit overtuiging of om niet uit de toon te vallen? Uit gemeend idealisme of berekenende zelfverheffing? Achter de meest oprechte woorden en daden kunnen valse motieven schuilgaan. En je kunt met de beste bedoelingen verschrikkelijke dingen doen. Nauw hiermee samen hangen morele dilemma's als: waar houdt onschuld op en begint medeplichtigheid, wanneer is het moment gekomen om in te grijpen in plaats van toe te kijken? De auteur wil met zijn boek zeggen dat op al zulke vragen eigenlijk geen ondubbelzinnige antwoorden mogelijk zijn. Er móet geschipperd worden. Een andere weg is onmogelijk, bewijst het geval van Stella én het geval van de beruchte weduwe. De jonge vrouw ervaart dat je óók door je altijd te drukken bij iets betrokken kunt raken. Ongewild staat ze op een dag tussen een groepje nazi's bij een herdenkingsplechtigheid. De oude vrouw kan haar rigide houding alleen volhouden door verraad te plegen. Willens en wetens negeert zij de feiten over haar man. Het goede en het foute worden in het boek met zoveel paradoxen verknoopt dat je ze niet meer kunt scheiden. Thriller In de zomermaanden heeft Stella voor De Heus Verolmen gewerkt. Ze is door een advertentie met de dame in aanraking gekomen en werd gevraagd om haar archief vol herinneringen aan de oorlog te ordenen. Enige maanden later - het loopt tegen kerst - blikt Stella terug op alles wat er is gebeurd. Die constructie maakt dat de spanning er lang in blijft, want Van Beijnums boek heeft iets weg van een thriller met een belangrijke rol voor een in de oorlog verdwenen schilderij van Rafaël. Aanvankelijk doet Stella het archiefwerk met haar gebruikelijke afstandelijkheid. Maar na enige tijd gaan de papieren haar interesseren. Ze krijgt een uniek beeld van de zwarte weduwe én haar echtgenoot. Wanneer ze klaar is met haar werk, besluit de weduwe alle stukken te verbranden. 'Het klopt niet', is haar verklaring. De meest veelzeggende papieren belanden echter niet op de brandstapel. Juist omdat de weduwe ze uit handen van Stella had willen houden, blijven ze bewaard. Het gaat onder meer om een brief die haar man kort voor zijn zelfmoord heeft geschreven en waarin hij zijn diepe spijt betuigt over alles wat hij in de oorlog heeft gedaan. Ook zijn er aanwijzingen dat z'n vrouw hem op het slechte pad heeft gebracht. Stella is de enige die het allemaal weet. Maar ook zij wordt meegesleurd in een tornado van werkelijkheid en verbeelding. Of je nu wilt of niet, je moet meedoen aan het spel dat in deze roman en aan het spel dat leven heet.



Nog een Samenvatting/Recensie href="http:samenvattingen.scholieren.nl">samenvattingen.scholieren.nl)

Het ouderwetse beschavingsideaal, zo heeft George Steiner gezegd, is definitief vergruizeld tussen 1933 en 1945. In die jaren traden academisch gevormde Schöngeister overdag op als kampcommandant, SS-officier of schrijftafelmoordenaar, om zich in de avonduren over te geven aan de etherische poëzie van Rilke en de niet minder hemelse muziek van Bach. Steiner's conclusie was snijdend: na Auschwitz kan niemand nog zeggen dat je van cultuur een beter mens wordt. Misschien is het zelfs wel zo dat Rilke en Bach je voor sommige kanten van het menselijk bestaan blind en doof maken. De geschiedenis van de twintigste eeuw heeft ruimschoots bewezen dat de intelligentsia niet hoeft achter te blijven bij gefrustreerde middenstanders en werkloze arbeiders in enthousiasme voor psychopaten met politieke ambities. Filosofen lieten zich net zo gretig voor de nationaal-socialistische ideeën ronselen als tuchthuisboeven. Romancier Kees van Beijnum portretteert in De ordening zo'n weldenkende en goedgevormde intellectueel die na 1945 als 'fout' gebrandmerkt zou worden omdat hij de kant van Hitler koos en een hoge functie aanvaardde in het collaborerende Nederlandse overheidsapparaat. Deze Edward de Heus Verolmen, een internationaal erkende Spinoza-specialist, sluit zich aan bij de NSB en krijgt tijdens de Duitse bezetting een hoog ambt bij de rechterlijke macht. Na de ineenstorting van het Derde Rijk komt hij in de gevangenis terecht, waar hij al na enkele weken onder onopgehelderde omstandigheden aan zijn einde komt. 'Zelfmoord', luidt de officiële lezing 'Geliquideerd', beweert de weduwe De Heus Verolmen, die haar hele naoorlogse leven in dienst stelt van de nagedachtenis van haar echtgenoot en de idealen waarvoor hij pal stond. Ze omringt zich met neofascisten van allerlei slag en provoceert keer op keer de media met tenenkrommende uitspraken. Wie de laatste jaren de kranten heeft bijgehouden, weet op welke bestaande personen en situaties Kees van Beijnum zich tijdens het schrijven van De ordening heeft gebaseerd. Het zijn het NSB-kopstuk Rost van Tonningen en zijn vermaarde 'zwarte weduwe' die hem als modellen voor ogen hebben gestaan. Tot in details heeft hij van hun biografie gebruik gemaakt. Dat De ordening desondanks geen sleutelroman is geworden, ligt aan de aanwezigheid van de andere personages. Zij, de ik-figuur Stella in de eerste plaats, zijn het product van Kees van Beijnums fantasie. Stella, afgestudeerd als filosofe, maar net als veel van haar vakgenoten werkloos, reageert op een advertentie waarin een oude dame iemand zoekt die haar kan helpen bij de voorbereidingen van haar autobiografie. Mevrouw De Heus Verolmen herbergt in haar Gooise villa vele strekkende meters archiefmateriaal, dat moet worden uitgezocht en geclassificeerd voordat ze de geschiedenis van haar leven te boek kan stellen. Stella weet bij wie ze in dienst treedt, maar voelt zich niet gehinderd door sentimenten van politieke correctheid. De oorlog is iets waar haar na 1945 geboren ouders zich nog druk over konden maken. Zelf is ze geneigd zich in te leven in de beweegredenen van intelligente, fijnzinnige en gecultiveerde mensen die kozen voor een nieuwe orde waarin onderscheid werd gemaakt tussen volksgenoten en volksvreemde elementen. Bij het doorwerken van de aan haar toevertrouwde papiermassa lijkt ze het antwoord te vinden op de vraag waarom juist Lotte de Heus Verolmen voor het nationaal-socialisme koos. Pas tijdens haar huwelijk met een 'foute' intellectueel ontdekte ze dat het in haar leven tot dan toe aan richting en perspectief had ontbroken. Ze zag in de idee van een nieuw Europa onder Duitse leiding een hogere roeping waarvoor ze zich wilde inzetten, als het moest tegen de verdrukking in. Ze vertoonde het gedrag van de latere bekeerling: ze werd rechtzinniger en fanatieker dan de gelovigen van het eerste uur. Ze ontpopte zich als de drijvende kracht achter de collaboratieloopbaan van haar man en werd de mystificerende en mythologiserende bewaarengel van zijn nagedachtenis. Ze wiste hem (en dus ook zichzelf) tot martelaar van antifascistische wraakacties te maken. Het psychologiserende portret van de zwarte weduwe is het zwaarte- en tegelijk ook het hoogtepunt van De ordening. Het mag een vondst heten om de rol van verteller en waarnemer toe te schrijven aan een gedesillusioneerde, haast cynische vertegenwoordiger van het fin de millennium, een jonge vrouw die van de hand in de tand leeft, zich met een mengsel van weerzin, walging en fascinatie het bed in laat lokken door abjecte kerels, dwars door mensen en hun motieven heen kijkt en moraal als een luxe-artikel voor hypocrieten beschouwt. Stella beschikt over een demaskerende blik, maar dat leidt er nooit toe dat ze de ontmaskerden beneden zich plaatst. Ze heeft zelfs sympathie voor mensen die de feiten zo weten te schikken dat ze naar hun hand gaan staan. Stella's vriend, die zich in contactadvertenties uitgeeft voor een vrouw, is zo'n illusionist, net als de Marokkaanse straatjongen die van een autowrak een heuse taxi maakt. De fabulerende oude mevrouw De Heus Verolmen hoort bij het gilde, maar ook de geheimzinnige Duitse jongeman die zich een tijdlang in de hofhouding van de zwarte weduwe ophoudt. Iedereen gelooft dat deze Andreas de kleinzoon is van de hoge nazi met wie de oude dame een speciale band had, maar pas aan het slot zal blijken dat het hier gaat om een gewiekste oplichter die zich bedient van een geleende identiteit om zo een (al eerder door de nazi's gestolen) schilderij van Rafael te bemachtigen. Dat het doek onder kunsthistorici aanleiding geeft tot discussie over de sekse van de geportretteerde, is de zoveelste ironische speling van het lot. Uiteindelijk zijn alle ficties, verschijningen en verdwijningen in deze historie te herleiden tot de arrangementen van de auteur. Van Beijnum heeft zoveel plezier in het spinnen van mogelijke scenario's uit het stro van de werkelijkheid, dat je bijna zou gaan twijfelen aan de ernst van de morele preoccupaties die hij her en der laat doorschemeren. Af en toe laat hij zich gaan in passages die zo barok zijn in hun stilistisch vertoon, dat je bijna gaat denken dat het zwart en wit van de bezettingsgeschiedenis hem vooral vanwege het artistieke effect heeft aangetrokken. Neem nu de passage waarin Stella en Andreas de hond van de weduwe De Heus Verolmen uitlaten. Op een zeker moment schiet het beest het struikgewas in om daar een zwaan de strot door te bijten. De witte vogel groeit zowaar uit tot het zinnebeeld van allen die aan het fascisme ten offer vielen: "Hij was gewond, uitgeput, verslagen, maar niet zonder waardigheid. Met strakke blik nam hij de geweldenaars die wij voor hem waren op. Nog niet alle moed was uit zijn ogen verdwenen, maar wel leek er iets essentieels veranderd, als gevolg van een vaag besef, een voorvoelen. We lagen elkaar in het droge gras tussen de struiken stil en intens te bekijken: die grote, schitterende vogel met zijn vredeskleed aan de ene kant en wij, boven op de hond, met onze gejaagde, verstikte ademhaling aan de andere (-). We staarden naar de zwaan alsof we oog in oog stonden met een vernield, beklad afgodsbeeld, een mysterie van genade dat ons samenbracht in een gemeenschappelijke nederlaag, in een schuld die met geen woorden uit te drukken viel." Dit is de valse toon van het oorlogsrequiem; gelukkig dat die in De ordening niet al te vaak te horen valt.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.