Samenvatting:
Dimitri woont met zijn familie in een primitief huis in het dorp Reetveerdegem. De vader van Dimitri is tegen alles wat kapitalistisch is en wil zo min mogelijk bezit hebben. Hij en zijn broers geven hun salaris voornamelijk uit aan alcohol of gok spelletjes.
Dimitri maakt een moeilijke jeugd door, vooral vanwege het alcoholisme van zijn ooms en vader.  Zijn overgroot moeder is eigenlijk de enige die voor hem zorgt en vriendjes zeggen dat ze niet meer met hem om mogen gaan vanwege het gedrag van zijn familie. Op school gaat het ook niet goed. Op een dag besluit de overgroot moeder van Dimitri om iemand van jeugd zorg in te schakelen en hij word uit huis geplaatst.
Als Dimitri ouder is krijgt hij een zoon die net als zichzelf ongewenst is en met een ongewenste vriendin. Hij keert met het zoontje terug naar het dorp en merkt dat hij zijn broers en dorp ontgroeid is.
Personages:
De uiterlijke kenmerken van de personages wordt niet beschreven in het boek
Dimmetrie (Dimitri) Verhulst
Dimitri is de hoofdpersoon in het verhaal, in het begin van het verhaal is hij 13 jaar. Hij is zo’n beetje de enige normale het huis waar hij woont, ook al gaat hij regelmatig met zijn nonkels en vader mee naar een kroeg. Hij woont met zijn ooms, vader en grootmoeder in een huis. Later heeft Dimitri zelf een zoon, zit zijn oma in een bejaardentehuis en is zijn vader gestorven. Als hij later terugkomt in Reetveerdegem voelt hij zich een vreemde eend in de bijt, hij voelt zich ontheemd van zijn geboortedorp en zijn familie.
Pie (Pierre) Verhulst
Pierre is de vader van Dimitri en heeft een ernstige alcoholverslaving. Hij ziet bezit als een belemmering en het getuigt volgens hem pas van echte mannelijkheid om zo moeilijk mogelijk te leven. De familie Verhulst woont dan ook in een bouwval. Pie heeft geen werk, of alleen als hij geen geld meer heeft om bier te kopen. Hij gaat elke avond naar de kroeg met zijn broers en zuipt zich daar dan helemaal klem. Op een dag ziet hij zelf ook in dat het zo niet langer kan en belt een instelling om af te kicken. Maar als hij dan weer thuis komt gaat het weer mis. Dankzij deze leefstijl haalt hij geen hoge leeftijd.
Potrel (Karel) Verhulst
Potrel is bijna even oud als Dimitri, maar toch zijn oom en dus de broer van Pie. Ondanks zijn leeftijd houdt hij er net als zijn broers een nogal uitzinnige levensstijl op na. Elke avond totaal dronken, veel vriendinnen. Omdat hij er de balen over heeft dat hij niet mee mocht doen aan het wereldkampioenschap zuipen, organiseert hij een tour de France, waar elke 5 km voor een biertje staat.
Grootmoeder Verhulst
Dimitri’s grootmoeder probeert zich een beetje over hem te ontfermen en zorgt er uiteindelijk ook voor dat hij uit huis wordt geplaatst door iemand van Jeugdzorg. Ze heeft al genoeg zoons die hun leven hebben verprutst.
Tijdslijn:
Het verhaal speelt zich af in de jeugd jaren van de 40 jarige Dimitri Verhulst. Het verhaal bestaat voornamelijk uit terugblikken van schrijver Verhulst op zijn jeugd.
Perspectief:
De verhalen in de roman worden verteld door een ikverteller, Dimitri Verhulst. In het begin van het boek lijkt hij ongeveer 13 jaar te zijn. Zijn nichtje Sylvie komt op bezoek en hij gaat met haar mee naar de kroeg. De ooms maken toespelingen op hun onderlinge verhouding.
De verteller groeit met de vordering van het boek mee. Hij wordt later blijkbaar (wordt niet verteld) in pleeggezinnen opgenomen, omdat het milieu waarin hij verkeert, slecht is voor de ontwikkeling van een kind. Later wordt zijn vader in een inrichting opgenomen en weer later heeft Dimitri het dorp reeds verlaten. Zijn vader is overleden en één keer per vijf jaar bezoekt hij diens graf. Inmiddels is hij zelf vader en zijn grootmoeder dement geworden. Hij houdt niet van de moeder van Joeri en eigenlijk ook niet van het jongetje zelf. In het laatste hoofdstuk is Joeri al vijf jaar en bezoekt hij met zijn zoontje Reetveerdegem opnieuw om te bekijken wat er van zijn ooms terechtgekomen is. De verteller heeft een cynische blik op het dorp: eigenlijk bestaat zijn familie (zijn ooms en zijn vader) uit zuiplappen. Hun voornaamste doel lijkt het om dronken te worden. Het lijkt erop dat de verteller steeds meer afstand wil nemen van zijn geboortedorp.
Titel:
De helaasheid der dingen is de titel. Helaasheid geen woord, maar als je helaas zegt betekend dit dat het jammer is, maar je kunt er niets aan doen. Dit is ook zo met het leven van Dimitri en heel Reetveerdegem. Dimitri kan er niets aan doen dat hij in een familie van zuiplappen is geboren.
Motto:
Er staan twee motto’s voor in het boek:
1 "Het verbaasde me dat je daaraan je leven kon wijden, de wereld nabootsen en daar niet helemaal in slagen, en wanneer je er wel in slaagt voeg je slechts het vergankelijke aan het vergankelijke toe, dat wat je niet kunt krijgen aan dat wat je niet hebt." Pierre Michon, Meesters en Knechten
2 "Waarom droom ik nu niet meer over mijn moeder? Misschien omdat ik te veel over haar geschreven heb, ik heb zelfs haar mooie profiel verspreid op de omslag van een boek, en ik heb haar aanwezigheid bezworen, zonder ook maar iets te willen bezweren. Mij viel mijn moeder niet lastig, ik heb haar zelf opgeroepen door zoveel over haar te schrijven, maar ik vermoed dat ik uiteindelijk een literair personage heb geschapen, complex, artistiek, ingewikkeld, en daarmee is me de echte moeder ontvallen, de dode moeder. Ik ben de wees van een dode moeder, omdat ik teveel over haar geschreven heb.” Francisco Umbral, Een wezen van verten
Het eerste motto wil denk ik zeggen dat Dimitri het beter wil doen dan zijn ooms. Het 2e was mij niet helemaal duidelijk wat er mee bedoeld word. Ik denk het beeld wat Dimitri ten aanzien van zijn moeder had.
Thema:
De auteur beschrijft in dit boek zijn geboortedorp, de dorpsbewoners en zijn familie. De thematiek in dit boek is de bewondering van Dimitri voor zijn vader. Ondanks zijn alcoholverslaving bewondert hij zijn vader, die hem meer dan eens teleur heeft gesteld. Als Dimitri later dan zelf vader wordt, vergelijkt hij zijn vaderschap met dat van zijn eigen vader. Dat is van een heel ander soort. Hij lijkt niet van zijn ongewenste zoon Joeri te houden, geboren uit een vrouw voor wie Dimitri geen liefde heeft.
In het laatste hoofdstuk keert hij met zijn zoontje terug naar Reetveerdegem, zijn vader is inmiddels al gestorven. Hij voelt zich niet thuis tussen zijn nonkels als hij ze vind in een café. Ook hun taalgebruik past niet meer bij Dimitri. Op de laatste bladzijde zitten Joeri en zijn vader in de auto terug naar huis en zegt Joeri tegen zijn vader dat hij moet zeiken. Zijn vader corrigeert hem, het is plassen, zeiken is een vies woord voor vieze mensen volgens Dimitri. Hij is blij als hij zijn zoontje weer bij zijn moeder kan afleveren.
De schrijver wilde met het boek het verhaal vertellen over zijn jeugd denk ik. Het verhaal word op een amuserende manier geschreven met humor, duidelijke boodschappen aan de lezer komen er niet in voor.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.