A BESCHRIJVING EN ANALYSE

1. Technische gegevens
Jeroen Brouwers, Bezonken rood, 10e druk 1988, 1e druk 1981.

2. Motto en opdracht
Er worden twee motto’s gegeven die beide betrekking op zijn moeder hebben:

‘Er aber, in seiner gewöhnlichen Art, hüllte sich in Geheimnisse, indem er ich met grossen Augen anblickte und mir die Worte wiederholte: die Mütter! Mütter! 's klingt so wunderlich!’ (Hij echter, op zijn gewone manier, hulde zich in geheimzinnigheid, doordat hij mij met de grote ogen aankeek en mij de woorden herhaalde: Moeder! Moeder! Het klinkt zo wonderlijk!)
In dit motto komt naar voren hoe de hoofdpersoon tegenover zijn moeder is gaan staan en waardoor hij van haar vervreemd is geworden. Voor Jeroen is het roepen om je moeder verwonderlijk en vreemd, want dat deed hij immers nooit.

‘Zoek mij terwijl ik er ben. Leer mij kennen, omdat ik er ben. Ik ben er immers. En toch is zeker dat ik er niet ben.’
Het tweede motto geeft aan dat bij de dood van zijn moeder de schrijver zich weer de gebeurtenissen die tot een verwijdering tussen hen geleid hebben herinnert. Hij wil zijn moeder weer zien en kennen, hoewel hun onderlinge band weg is.

3. Verklaring van titel en ondertitel
De titel ‘Bezonken rood’ staat in verband met een aantal zaken. Als eerste verwijst de rode stip op de Japanse vlag naar de titel. Volgens de schrijver is de rode stip het teken van bloed. In het boek worden veel gruwelijke gebeurtenissen beschreven waar vaak bloed wordt vergoten. Bloed heeft een rode kleur. De schrijven heeft zijn oorlogsjaren laten bezinken. Door te gaan drinken en het slikken van pillen wil hij alles laten bezinken, waardoor het leven weg zal vagen, want hij wil de schandelijke dingen die hij gedaan heeft vergeten.

4. Soort literatuur
‘Bezonken rood’ is een autobiografische psychologische roman.

5. Structuur
In het boek lopen het heden en het verleden lopen door elkaar, waardoor het boek soms ingewikkeld wordt. Brouwers beschrijft het Jappenkamp(hfdst. 5, 6, 8, 9, 12, 14 en 16), zijn relatie met liza (hfdst. 4, 7, 10, 11, 13, 15 en 17) en zijn situatie op het moment dat hij het boek schrijft(hfdst. 2, 3, 5, 7, 10, 13, 15 en 17). Deze gebeurtenissen hebben een verband met elkaar. Het verhaal heeft een fragmentarisch karakter.

6. Een samenvatting van de inhoud
Ik heb het verhaal niet per hoofdstuk samengevat, maar zodanig dat de samenhang van het verhaal voor mij duidelijker is. Dit was niet het geval als ik het per hoofdstuk had samengevat, omdat alle gebeurtenissen door elkaar heen zijn verwerkt in de hoofdstukken en hierbij geen rekening wordt gehouden in welke tijd van het verhaal het zich afspeelde.
Ik heb de samenvatting van internet gehaald, maar hier zelf heel veel aan veranderd en toegevoegd.

De hoofdpersoon in het verhaal is Jeroen Brouwers. Zijn moeder stierf eind januari 1981. Ze woonde alleen in een bejaardenthuis. Hij heeft haar daar nooit opgezocht. Ze belden hem wel af en toe maar hing meteen op. Het overlijden van zijn moeder werd hem ’s ochtends telefonisch bericht. Hij was niet aanwezig op de crematie, maar heeft deze wel tot in alle details laten beschrijven. Tijdens de crematie, zou hij uit het boekje hebben willen lezen waarmee zijn moeder hem heeft leren lezen. ‘Daantje gaat op reis,’ van L. Roggeveen, maar door het vele verhuizen is hij dat kwijtgeraakt.

De hoofdpersoon lijdt aan plotselinge aanvallen, waarbij hij krankzinnig van angst wordt. De ‘angst- en emotiedempers’ die hij er tegen slikt, maken hem rustig en onverschillig, denken wordt onmogelijk voor hem en er treedt een vervreemding van zichzelf op.

Zes à zeven jaar geleden, toen hij een tamelijk onevenwichtig leven leidde, heeft hij Liza ontmoet. Hij is slechts drie dagen in haar gezelschap geweest. Toch is ze zeer belangrijk in zijn leven. Dit komt doordat hij een moederfiguur in haar ziet. Na deze korte relatie is hij getrouwd met een andere vrouw. Ze schonk hem een kind.

Na de dood van zijn moeder moet hij zowel aan zijn moeder als aan Liza denken, in dezelfde hoeveelheid van liefde als van afkeer (hartstochtelijk en onhartstochtelijk). Hij voelt niks en wil ook niks voelen.

Brouwers heeft samen met zijn grootmoeder, moeder en zus in het Jappenkamp Tjideng gezeten, waar Kenitji Sone de commandant was. Jeroen woonde er van zijn derde tot en met zijn vijfde leefjaar.

De ellende van het kamp is voor hem pas later realiteit geworden. Destijds heeft hij, als ‘egoïstische levenslustige kleuter’, helemaal niet geleden. Zo heeft hij geen slechte herinnering aan de psychologische foltering. Deze bestond eruit dat, van tijd tot tijd alle jongetjes afscheid van hun moeder moesten nemen ze vervolgens werden opgehaald met onbekende bestemming, waarna ze soms dagenlang wegbleven. Jeroen was altijd makkelijk te herkennen aan zijn legerhelm en ze vonden elkaar dan ook atijd terug in het kamp.

Voor Jeroen was de tijd na de oorlog pas traumatisch. Zijn moeder liet hem achter in een pensionaat. Hij voelde zich verraden. Bij de afscheidszoen viel de voile van zijn moeder voor zijn lippen. Dit ‘voorval’ was tekenend voor de rest van zijn leven: ze kussen elkaar door een traliewerk van spinnenweb.

Hij stelt zich enkele keren voor wat zijn moeder en hijzelf gedaan hebben op het moment dat ze overleed. Zo beschrijft hij uitvoerig wat er te zien was op de televisie.

Toen Jeroen Brouwers nog een kampbewoner was, overleed zijn grootmoeder. Vele kampbewoners overleden, maar hij had geen enkele gevoelens, zelfs niet toen zijn kampvriendjes overleden, zoals Nettie Stenvert.

Hij heeft geschaterd als vrouwen door de Jappen mishandeld werden. Volgens Brouwers hebben zijn kampervaringen geleid tot de wroeging die hij in het heden heeft. Als kleuter deed het hem namelijk niks. Nu blijft het hem achtervolgen.

Jeroens moeder is ook mishandeld geweest door de Jappen. Zij moest eens voor straf een nacht lang naakt in het licht van schijnwerpers staan, met mitrailleurs op zich gericht.
Op een dag moesten de vrouwen in het kamp grote kuilen graven, naar bleek om daar voedselzendingen van het Rode Kruis in te gooien, waarna alles vernietigd werd. Zijn moeder smokkelde voedsel voor hem mee en werd betrapt. Sone, commandant in het kamp, traptte haar tot bloedens toe in het kruis. Volgens de schrijver stoptte hij, op dat moment, om van zijn moeder te houden en wil hij een andere moeder. Dit gevoel krijgt hij opnieuw bij de geboorte van zijn dochtertje, want dan is zijn vrouw ook kapot en wil hij een nieuwe.

Brouwers herinnert zich vooral de urenlange kampappèls in de brandende zon. Hij leerde toen als vanzelfsprekend aanvaarden dat vrouwen moeten worden gefolterd en gestraft. Het ergste was als Sone kwam en er in hurksprongen gekikkerd moest worden tot bij sommigen de ontlasting naar buiten kwam, samen met losgeschoten organen in bloed en blubber.
Hij heeft een associatie met de walging die hij voelde bij de 'duurzame beschadiging van de schoonheid' toen zijn dochtertij met een keizersnede ter wereld kwam.

Jeroen reed op de dag van zijn moeders crematie rond en dacht onder meer aan Liza. Toen hij zijn auto stopte en een stukje in een mistig bos rond liep, voelde hij diezelfde mist in zijn hoofd.
Na de tijd waarop de crematie geweest was, reed hij terug naar huis en ging verder aan zijn boek over zelfmoord. Hij krijgt weer een angstaanval en ziet zijn gezicht in de mist in vloeibaarheid ontbinden. Hij gaat drinken.

7. Tijd
De verteltijd is 129 bladzijden. De vertelde tijd in ‘Bezonken rood’ is ongeveer veertig jaar, van 1943 tot 1981. Het verhaal wordt niet-chronologisch verteld. Er wordt veel gebruik gemaakt van flash-backs, die de samenhang tussen de beschreven gebeurtenissen uit zijn verleden moeten duidelijk maken. Hij beschrijft namelijk het Jappenkamp, waar hij zijn kleuterjaren heeft doorgebracht, zijn relatie met Liza en zijn leven op het moment dat hij het boek schrijft. In deze periode sterft ook zijn moeder.

8. Ruimte
Het verhaal speelt zich voornamelijk af op drie plaatsen. Deze zijn, het kamp Tjideng te Batavia op Java, het stadje waar Liza woont, en in de woning van de ik-figuur. Deze woning staat te Exel in de Achterhoek.

Tjideng was een vrouwenkamp, waar ook jongetjes tot tien jaar zaten. Het kamp was een speciaal ingerichte wijk. Er was veel te weinig ruimte voor de mensen. Men leefde met tientallen mensen in een huis. Deze te kleine ruimte legde Jeroen handelingsbeperkingen op en zorgde voor een beknelde sfeer, de Jappen zorgde ook voor die beknelde sfeer door hun ruw gedrag en zij legde de kampbewoners beperkingen op door middel van orders.Via de ruimte wil de schrijver dus de sfeer en handelingsmogelijkheden duidelijker naar voren laten brengen.

Liza woont boven een klokkenwinkel, wat de korte relatie tussen Liza en Jeroen Brouwers weergeeft.
In het boek komt vaak mist voor, wat de beklemmende en triestige sfeer in het boek versterkt. Het symboliseert de verwarring en het isolement van de geest van de ik-figuur. Verder duidt de mist op de onduidelijke relatie tussen Jeroen en zijn moeder. Op het einde van het boek wordt de mist door de wind vervangen, wat in het boek vergeleken wordt met het leven, verdreven.

9. Figuren
De hoofdpersoon is de schrijver Jeroen Brouwers. Zijn kampervaringen als kleuter hebben zijn verdere sterk beїnvloed. Hij is zijn gevoel kwijtgeraakt. Hij vindt zichzelf bang en asociaal.

De moeder van Brouwers is eind januari 1981 gestorven. Haar werkelijke naam is Henriette Maria Elisabeth van Maaren. Ze leed aan de ziekte van Parkison. Ze was volgens haar zoon de mooiste vrouw op de wereld. Maar nadat ze in elkaar was geschopt door Sone, de hoofdcommandant, hield haar zoon op van haar te houden. Ze was kapot. Zijn verdere leven is hij opzoek geweest naar een moederfiguur. Door de kampervaringen heeft hij schuldgevoelens en last van angstaanvallen en gekregen.
Zijn vader is in 1964 gestorven.

Liza is ook een van de personen die een belangrijke invloed heeft op zijn leven heeft gehad. Zes of zeven jaar geleden had ze een korte relatie met de hoofdpersoon. Deze duurde drie dagen. Liza is onderwijzeres die in een onbekend plaatsje woont.
De schrijver laat Liza als de Heilige maagd Maria overkomen. Liza heeft vaak blauwe kleding aan, de kleur van Maria. Tevens loopt Liza mee in een Maria-processie. Maria heeft de bijnaam Troosteres der bedroefden en Eerwaardige maagd. Liza probeert de ik-figuur te troosten tijdens hun ontmoetingen en als Liza met de ik-figuur gaat vrijen, is ze nog maagd. Tijdens het vrijen spreken ze over de Toren van David en Ivoren Toren, wat met de Bijbel te maken heeft.
De herinnering aan Liza en de nieuwe verliefdheidgevoelens voor haar, vallen samen met de rouwgevoelens om de dood van Jeroens moeder. Enerzijds wekken deze gevoelens zijn weerzin op, hij heeft geen zin meer in nieuwe drama’s en het liefst wil hij met rust gelaten worden, sterven desnoods. Anderzijds merkt hij dat deze gevoelens, toch een zekere betekenis voor hem hebben. Deze gevoelens zouden hem namelijk kunnen helpen te ontsnappen aan de toestant van onbeweegelijkheid. Aan het eind van het boek geeft Brouwers aan dat hij niet meer terughoudend staat ten opzichte van zijn gevoelens.

10. Vertelwijze
‘Bezonken rood’ is geschreven vanuit de ik-verstelsituatie. De schrijver Jeroen Brouwers is tevens ook de hoofdpersoon die het hele verhaal meemaakt. Het ik-perspectief versterkt de beklemmende sfeer van het boek.

11. Stijl
In het boek worden veel gebedjes opgezegd. De schrijver ontwikkelt in de loop van het verhaal zijn levensbeschouwing. Brouwers gebruikt veel dubbelzinnigheid in zijn boek. Dit doet hij door middel van symbolen en uitdrukkingen. Ook geeft hij een aantal filosofische zinnen, waar je goed over na moet denken wil je de rest van het verhaal nog volgen. Dit past wel bij een psychologische roman.

12. Thema
Jeroen Brouwers heeft zijn gevoelloosheid te danken aan de Jappenkampen die hij als kleuter mee maakte, hierdoor is hij voortdurend op zoek naar het ideaalbeeld van zijn moeder.

Henriette was het ideaalbeeld voor de Brouwers. In het kamp is hij sterk aangewezen op zijn moeder, zijn vader is afwezig. Het ideaalbeeld dat hij van zijn moeder heeft, blijft hij houden totdat ze door de Japanners wordt mishandeld. Vanaf dat moment wil hij niet zien hoe zijn liefde en de schoonheid die hij koestert, worden verwoest of beschadigd.
Na het verraad van zijn moeder, als hij in pensionaten wordt gestopt, slaat zijn liefde om in haat.

Zijn verdere leven blijft Brouwers op zoek naar dit verloren ideaalbeeld, maar hij is bang dat, dat beeld opnieuw verloren zal gaan, of dat het beschadigd zal worden. Zo wordt de schoonheid van zijn vrouw volgens hem beschadigd wanneer ze een kind krijgt; daarom wil hij niet bij de geboorte van zijn kind aanwezig zijn. Dit is tevens de reden waarom hij een nieuwe vrouw wil. Ook wil hij de aftakeling van zijn moeder niet meemaken; het liefst denkt hij terug aan zijn moeder van voor de mishandeling, toen ze nog de mooiste was.

Het ideaalbeeld van de schrijver die hij tegenover de ‘gewone’ vrouw zet laat duidelijk de gevoelloosheid van de schrijver blijken.

Er zijn een aantal zaken verwijzen naar het thema, namelijk de dood, omdat iedereen in de omgeving van de hoofdpersoon overlijd. Zijn moeder, vader, oma, vrienden enz. overlijden allemaal. Ook werkt hij nu aan een boek over zelfmoord.

Liefde verwijst ook naar het thema, omdat hij telkens een moederfiguur zoekt die hem liefde en bescherming kan bieden. Ook bij Liza zoekt hij deze liefde. Het is zijn liefde voor drie dagen. Hij vergelijkt haar met zijn moeder, maar vindt het ideale beeld ook niet bij haar. Toch haalt hij Liza steeds samen met zijn moeder voor de geest.

Angst is een ook motief, omdat hij bang is om weer zijn moederfiguur kwijt te raken.

Er is sprake van een spiegelmotief. Door het spiegel effect is de hoofdpersoon zichzelf maar ook iemand anders; iets is werkelijkheid en niet-werkelijkheid. Zijn moeder leert hem, bijvoorbeeld, dat hij zich bij bepaalde situaties iets anders moet voorstellen, dit lukt hem nooit. Daardoor heeft hij ook problemen met film en televisie. Iets onwerkelijks kan Brouwers zich niet voorstellen. Ook ziet zichzelf vaak door de ruit, maar zijn spiegelbeeld is vaak het tegenovergesteld van hoe hij is of hoe hij zich ziet.

Zijn kampherinneringen als kind, kunnen later in de vorm van schuldbesef en wroeging; onbewogenheid van de ik-figuur bij het zien van de gruwelijkheden, worden teruggevonden.

13. Bio- en bibliografie
Jeroen Brouwers is op 30 april 1940 geboren te Batavia, de hoofdstad van de toenmalige Nederlandse kolonie Oost-Indië (thans Djakarta, Indonesië). Zijn vader, Jacques Brouwers, was boekhouder bij een architectenbureau in Batavia, zijn moeder Henriëtte van Maarsen, was de dochter van de componist, violist en dirigent Leo van Maaren. Door de Japanse bezetting werd Jeroen gescheiden van zijn vader en samen met zijn moeder en zus opgesloten in het Tjideng-kamp (1943-1945). Na de oorlog volgde de hereniging en in 1948 de repatriëring. Als tienjarige kwam Jeroen terecht in een internaat te Zeist, St. Josef van de Fraters van Utrecht. Zijn middelbare studies begon hij in het jongenspensionaat Sint-Maria ter Engelen te Bleijerheide, maar hij voltooide zijn opleiding niet. Van 1959 tot 1961 vulde hij zijn militaire dienst bij de Marine Inlichtingendienst, waarna hij als journalist aan de kost kwam. Eerst werkte hij anderhalf jaar bij De Gelderlander, daarna even lang bij Romance (het latere Avenue). In 1964 trouwde hij en werd hij secretaris van uitgeefster Angèle Manteau. Met zijn vrouw en twee zonen ging hij in Brussel wonen. Hoewel hij opklom tot redacteur en tenslotte tot hoofdredacteur, vond hij het herschrijfwerk waarmee hij belast werd beschamend. Bovendien kwam hij herhaaldelijk in conflict met Angèle Manteau en met de nieuwe directeur Julien Weverbergh. In 1976 nam hij ontslag en schreef hij een verbitterd afscheid ('J. Weverbergh en ergher',opgenomen in ‘Mijn Vlaamse jaren’). Zijn huwelijk liep spaak. Hij vestigde zich in een afgelegen hoeve in de buurtschap Exel (bij Laren, Gelderland) en werd voltijds schrijver. Uit zijn tweede huwelijk werd in juli een dochter, Anne, geboren, maar later zou ook deze verbintenis mislukken. In 1991 vestigde Brouwers zich op een woonboot in Uitgeest. Sedert augustus 1993 woont hij in het Belgisch-Limburgse Zutendaal, vlak over de grens bij Maastricht.
Brouwers debuteerde in het najaar van 1960 met het verhaal 'De ring', dat verscheen in het tijdschrift Kentering en dat later uitgebreid en herwerkt werd tot 'Dode vrucht'. Verder publiceerde hij verhalen, essays en polemieken in Komma, Soma, Tirade, De Revisor, Maatstaf, Nieuw Wereldtijdschrift, Bzzlletin en De Vlaamse Gids. Hij werkte mee aan De Volkskrant, NRC Handelsblad en De Morgen. Ook in Vrij Nederland, De Tijd en Haagse Post verschenen bijdragen van zijn hand. Brouwers vertaalde werken van Robert Walser, Kurt Tucholsky en G.A. Bürger. 'Ik heb ze vertaald uit geldnood', schrijft hij aan Koos Hageraats. In 1967 ontving Brouwers de Vijverbergprijs voor ‘Joris Ockeloen en het wachten’. In 1980 ontving hij de Multatuliprijs voor ‘Het verzonkene’, in 1981 de Dr. Wijnaendts Franckenprijs voor ‘Kladboek’, in 1989 de F. Bordewijkprijs voor ‘De zondvloed’, en in 1993 de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre.

14. Symboliek
Liza is een symbolisch figuur die sterk op Maria lijkt, door onder andere de kleur blauw en erenamen als 'Morgenster', 'Heil van de zieken', 'Troosteres van de bedroefden'. Liza woont boven de klokkenwinkel; ze staat boven de tijd. Ook verwijst de klokkenwinkel naar de korte relatie tussen Liza en Jeroen.

De dood wordt in het verhaal gesymboliseerd als mist, de dood staat tegenover de wind, wat het leven is. Op het eind van het boek wordt de mist verdreven door de wind. Het spinnenweb, waardoor Brouwers moeder hem kust en bos symboliseren verwarring en angst.

Het belletje onder aan de broek van de ik-figuur tegenover de rinkelende sporen aan de laarzen van de Japanse kampbeul Sone geven de machtsverhoudingen weer.

Vliegen hebben voor hem met de dood te maken. Je moet ze verjagen en doden om te voorkomen dat ze op iemand blijven zitten zodat die sterft. Hij was bedreven in het dood drukken van vliegen.

De vrouw in de oven in het kamp symboliseert de crematie van de moeder.

Er zijn een aantal zaken die in zijn jeugd zijn voorgekomen en die in zijn later leven opnieuw voorkomen, zoals de kinderkaravaan in het kamp en die bij Liza, de vliegen, Daantje op stap, de rozenkrans en 'laat ons bidden' in het kamp en die bij de prosessie tocht in het stadje van Liza, 'tjoepen' in het kamp met 'tjoepen' na de dood van zijn moeder, de onbeweeglijkheid van de ik-figuur in het kamp (als hij toekijkt hoe zijn moeder mishandeld wordt), met zijn onbeweeglijkheid nu.

Deze zaken symboliseren dat zijn leven niet veel veranderd is, maar dat maakt zijn leven ook weer vertrouwd. Hij wil dat zijn ‘décor’ blijft staan, want daar voelt hij zich veilig.

B EVALUTATIE

Het boek wordt, zo lijkt het, vanaf een afstand beschreven op een erg onverschillige manier. Dit zorgt enerzijds voor minder betrokkenheid met de hoofdpersoon, maar anderzijds geeft het wel een kil en verlaten gevoel, hetzelfde verlaten gevoel dat Brouwers heeft. De schrijver betrekt je zo op een originele manier bij het verhaal.
De gruwelijke gebeurtenissen die beschreven worden, kunnen je ook niet onbetrokken laten bij het verhaal. Het zorgde er wel voor dat ik me niet met de hoofdpersoon kon identificeren. Ik kon niet begrijpen hoe deze gruwelijkheden, zoals de ‘geintjes’ en straffen die de Jappen de kampbewoners oplegden, hem zo koud lieten. Bij mij riep het namelijk gevoel van afschuw op.

‘Bezonken rood’ is op een orginele manier geschreven. Er wordt vaak veel dubbelzinnigheid gebruikt in het boek, wanneer je hierover nadenkt, wordt je nog meer bij het boek betrokken. De schrijver legt op deze manier vaak zijn gevoelens bloot.
Het boek is vooral in het begin langdradig en leest niet lekker, door de vele herhalingen van gebeurtenissen uit zijn leven en al de dubbelzinnigheid die hij gebruikt. Bovendien lees je er gemakkelijk overheen, waardoor andere passages in het boek weer onbegrijpelijk worden..

Het boek brengt het verschil tussen goed en kwaad goed naar voren. De schrijver beschrijft gebeurtenissen uit zijn verleden en geeft hier zijn gedachten bij. Achteraf schaamt hij zich vaak voor deze gedachten en gevoelens, bijvoorbeeld dat hij als kleuter moest lachen bij de verkrachting van de moeder van Nettie. Al de reacties als kleuter waren voor mij volledig onbegrijpelijk. In die situaties had hij anders moeten reageren, maar als kleuter ziet men niet in wat goed en kwaad is. Achteraf ziet Brouwers dit ook en wordt het verschil tussen goed en kwaad bevestigd.
Door het boek realiseerde ik me, dat ik echt van geluk mag spreken. Ik heb nog geen van dit soort mishandelingen en geestelijke kwellingen hoeven meemaken, in tegenstelling tot vele andere kinderen die het op de dag van vandaag nog ondergaan. Iets wat echt verschrikkelijk is.

Het verhaal is erg realistisch geschreven. Je kunt je de passages in het boek erg goed voorstellen en het leven van de hoofdpersoon volgen. Alles wordt vaak tot in de detail beschreven en uitgelegd. Hierdoor ben ik ook veel meer over de Jappenkampen te weten gekomen.
Het is waar wat Brouwers zegt, mensen willen vaak de waarheid niet zien en verschrikkelijke dingen proberen ze goed te praten. Je wordt in het boek geconfronteerd met de werkelijkheid, zoals deze was. Hoewel ik me niet altijd met de hoofdpersoon kon identificeren, leefde ik me wel in het verhaal in. Hoewel je het kamp vanuit één persoon ervaart, kan ik me toch inleven in het verhaal. Ook al kan ik me niet met de ik-figuur identificeren. De schrijver heeft de gebeurtenissen, zo lijkt het, objectief beschreven en laat hierdoor ruimte, zodat je de verschrikkelijke waarheid onder ogen ziet. De waarheid zorgt juist voor de kille betrokkenheid bij ‘bezonken rood’. Het legt de nadruk op het verschrikkelijke, waar alle mensen in het kamp mee te maken hebben gehad.

De inhoud en vorm hangen erg nauw met elkaar samen. De schrijver is niet altijd even duidelijk met wat hij wil zeggen. Hij laat fragmenten uit het verleden, gemengd met zijn leven nu, helemaal door elkaar lopen. Hierdoor was ik vaak de draad van het verhaal kwijt. Ook worden veel fragmenten juist herhaald, maar dit alles zorgt juist ook voor de spanning en sfeer van het boek.

De bedoeling van de schrijver was denk ik om zijn verhaal op te schrijven, waardoor hij kan analyseren wat er tijdens het kamp met hem gebeurd is en wat dat voor effect op de rest van zijn leven heeft gehad. Hij hoopt het uiteindelijk te kunnen vergeten. Jeroen Brouwers wil zijn gruwelijk verleden achter zich laten.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

A.

A.

Bedankt! Ik had veel moeite met het lezen en begrijpen van dit boek, maar dankzij je uitgebreide analyse van het boek snap ik 'm helemaal!

2 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

A.

A.

is dit meer literatuur of lectuur? waar baseer je dat op?

3 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

B.

B.

heel netjes

5 jaar geleden

Antwoorden

Barty

Barty

tantu lauw

1 jaar geleden

gast

gast

T.

T.

Goed verslag.
Alleen één opmerking: bij titelverklaring zeg je dat de stip op de Japanse vlag verwijst naar het boek. Dit zou betekenen dat de vlag zo is ontworpen dat hij verwijst naar het boek. Juist zal zijn als je zegt dat de titel verwijst naar de Japanse vlag.

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

M.

M.

Dankjewel! Een hele hulp.
Eén ding: krijgt hij geen kind met Liza? Op een gegeven moment heeft hij het over de geboorte van zijn dochtertje...

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

M.

M.

Zeer goed! Tot in de details perfect.

8 jaar geleden

Antwoorden

Barty

Barty

wie heet er nou Matthij.....

1 jaar geleden

gast

gast

Jelle

Jelle

Bedankt, ik heb er veel aan gehad aan dat uitrekksel van Bezonken rood!

14 jaar geleden

Antwoorden

Barty

Barty

Doe is even rustig man!!!!

1 jaar geleden

gast

gast