Au pair door Willem Frederik Hermans

Beoordeling 8
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 6e klas vwo | 9303 woorden
  • 8 augustus 2006
  • 22 keer beoordeeld
  • Cijfer 8
  • 22 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1989
Pagina's
445
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
4 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Au pair
Shadow
Au pair door Willem Frederik Hermans
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Titel: Au pair
Auteur: Willem Frederik Hermans
Genre: Bildungsroman, Psychologische roman
Literaire Stroming: Moderne Nederlandse Literatuur
Uitgeverij: De Bezige Bij, Amsterdam
Geschreven tussen: 27 augustus ’83 en 29 januari ’89 in Parijs
Eerste druk: 1989
Gelezen druk: Derde druk, november 1989
ISBN: 9023412214

Samenvatting
Het verhaal valt in twee delen uiteen, hoofdstuk 1 tot en met 20 en hoofdstuk 21 tot en met 96. De hoofdstukken zijn genummerd.

Hoofdstuk 1 tot en met 20
Na haar eindexamen gymnasium wil Paulina Frans en kunstgeschiedenis gaan studeren in Parijs. Studeren in Parijs is een onvervulde droom van haar vader, gemeentesecretaris van Vlissingen.

Ze krijgt gemakkelijk toestemming van haar vader. Er is immers geen betere plaats om Frans te leren én om kunstgeschiedenis te beleven. Omdat studeren in Parijs nu eenmaal duurder is dat studeren in Nederland, zal Paulina een baantje moeten nemen. Ze gaat als ‘au pair’ werken bij een Franse familie.
Ze wordt bij de advocatenfamilie Pauchard geplaatst. De familie woont in de rue Verniquet. Paulina krijgt een klein kamertje op de zevende etage. Paulina is een lang meisje; met haar 1.92 meter past ze haast niet in haar kamer. De andere kamers zijn verhuurd aan Arabieren die naar muziek luisteren. Paulina kan hierdoor niet goed slapen. Ze wordt ook lastiggevallen door een zwarte huurder.
Mevrouw Pauchard gedraagt zich zeer arrogant en onbeschaamd. Paulina's eerste 'dienst' loopt als volgt: mevrouw Pauchard doet naakt de deur open. Ze laat Paulina brood halen. Als Paulina terug komt doet meneer Pauchard naakt de deur open. Als het echtpaar de deur verlaat roept het zoontje van het echtpaar Pauchard, Hughes, Paulina. Hughes vraagt haar of ze zich even wil omkleden omdat hij beter zicht zou hebben als ze een rok aandeed. Als Paulina dit weigert krijgen ze een onenigheid. Op dat moment komt mevrouw Pauchard binnen lopen. Ze verwijt Paulina dat ze haar zoon heeft opgewonden terwijl hij ziek is. Paulina en mevrouw Pauchard krijgen ruzie en ze komen beiden tot de beste oplossing: Paulina doet er het beste aan vandaag nog te vertrekken.
Ze vraagt het bemiddelingsbureau om een ander adres. De dame van het bureau zegt Paulina dat ze bij aristocraten geplaatst zal worden; daar zal ze niet als voetveeg behandeld worden. Paulina krijgt het adres van generaal de Lune. Hij woont in een zeer luxe flat op de hoek van de rue Guynemer en de rue Vaugirard, tegenover Parc de Luxembourg. De butler laat Paulina door de telefoon weten dat ze van harte welkom is. Paulina raakt, op weg naar generaal de Lune, in gesprek met een Nederlandssprekende meneer die haar voorspelt dat alles van nu af aan beter zal gaan.

Hoofdstuk 21 tot en met 96
Als Paulina is aangekomen bij de flat van generaal de Lune, wordt ze naar een luxe zit- en slaapkamer gebracht. De bijbehorende badkamer heeft muren en een plafond bedekt met goudomlijste spiegels. De generaal heeft een brief achtergelaten waarin hij haar vraagt of ze tijd heeft om kennis te komen maken. Er wordt met geen woord gerept over haar taken als au pair. De huishoudster, Madame Le Dantec, veronderstelt dat Paulina de tekenaar van de tekeningen aan de wand wel zal kennen. Constantin Guys is namelijk geboren in Vlissingen. De generaal bewondert zijn werk. Aangezien Paulina nog nooit van Guys gehoord heeft besluit ze een encyclopedie te raadplegen. Guys blijkt in 1805 te Vlissingen geboren te zijn. Hij reisde door Europa om actualiteiten vast te leggen middels schetsen. Guys maakte voor ‘Illustrated London News’schetsen van de Krimoorlog ( Rusland vs Turkije, 1853-1856) om een duidelijker beeld te geven dan de foto’s uit die tijd. Charles Baudelaire noemde Guys later ‘le peintre de la vie moderne’. Paulina krijgt dan het vermoeden dat ze de generaal moet helpen om zijn verzameling Guys te ordenen omdat ze uit Vlissingen komt en kunstgeschiedenis studeert. Als ze eenmaal kennis gemaakt heeft met de generaal komt ze erachter dat de verzameling al perfect geordend is. Misschien is ze aangenomen om als luisterend oor te dienen. De twee zoons van de generaal wonen ook in het gebouw. Armand de Lune is de oudste. Hij is opmerkelijk lang, een mislukte dichter en een poëziecriticus. Hij woont met zijn vrouw Jacqueline op de vijfde etage. Ze zijn allebei aan de drank en spreken altijd de waarheid. Hun zoon, Edouard, laat zich haast nooit zien. Paulina krijgt het vermoeden dat Armand en Jacqueline haar een geschikte huwelijkskandidate vinden voor hun zoon. Ze zijn namelijk bijna even lang.
De andere zoon van de generaal woont ook in de flat, op de tweede etage. Ook hij is lang. Michel is een mislukte pianist en is een groot bewonderaar van de componist Alkan (1818-1888) die bekend staat om zijn moeilijke muziekstukken. Michel slaagt er niet in om de muziek foutloos na te spelen. Paulina ontmoet Edouard op een feestje van zijn ouders. Hij is de enige van de familie die zich niet schaamt voor zijn rijkdom. Hij komt er dan ook voor uit dat zijn levensdoel geld verdienen is. Hij is een succesvol beursspeculant. Hij voorspelt Paulina dat zijn grootvader binnenkort op zal houden te spreken over Guys. Ook vertelt hij haar dat zijn opa een kapitaal beheert waarvan de eigenaars al geruime tijd dood zijn. De beheerders hadden geen kinderen. De erfgenamen, familieleden in het buitenland, zijn nooit op de hoogte gebracht van het feit dat de beheerders overleden zijn. De generaal had hier goede redenen voor. Het oorspronkelijke kapitaal is belegd, en dat is zo succesvol gedaan dat het bedrag vertwaalfvoudigd is. Edouard heeft die beleggingen de afgelopen twaalf jaar geregeld. Omdat het geld nooit aan de belasting is opgegeven is er dus geen vermogensbelasting over betaald. Als het geld nu zou worden opgeëist, zou dat voor grote problemen zorgen.

Twee dagen later bezoekt Paulina de generaal en ze krijgt te horen over de zaak. Het Joodse echtpaar Crémieux waren de eigenaars van het kapitaal. Ze waren aan het begin van de Tweede Wereldoorlog buren van de generaal. In 1942 zijn ze gevlucht naar Spanje en ze hadden de generaal een koffer met geld en waardepapieren toevertrouwd. De generaal heeft na een briefkaart uit Biarritz niets meer van zijn vroegere buren vernomen. Na het einde van de oorlog heeft hij informatie opgevraagd bij het Rode Kruis. Mevrouw Crémieux, een half Joodse van Duitse afkomst, bleek op 22 november 1944 in het ziekenhuis van een vrouwengevangenis in Zuid-Duitsland te zijn overleden. Over haar man is hij nooit iets te weten gekomen. Het is echter aannemelijk dat hij inmiddels is overleden, als dat niet zo is, is meneer Crémieux nu 114. De generaal bekent aan Paulina dat hij zich al jaren bezwaard voelt. Hij weet niet wat hij met het geld moet doen. In zijn ogen is het even verwerpelijk om het nu nog aan de wettige erfgenaam te geven als het is om het geld zelf te houden. Terwijl de generaal over de erfgenaam spreekt krijgt hij een hartaanval. Paulina krijgt de generaal nu wekenlang niet te zien omdat hij bedrust moet houden. Paulina besluit Edouard te bellen, maar die is haast nooit aanwezig. Als ze hem toevallig een keer tegenkomt neemt hij haar mee uit eten. Hij vertelt haar dat de erfgenaam, Müller, de niet-joodse halfbroer van mevrouw Crémieux is. Hij was betrokken bij de Jodenvervolging en heeft in vier jaar in de gevangenis gezeten. De generaal wil daarom niet het geld aan de man geven. Maar dit is wel wetsovertreding, ook heeft hij het geld nooit opgegeven aan de belasting. Het is volgens Edouard niet onmogelijk dat Müller inmiddels weet dat hij geld tegoed heeft en waar dat geld zich bevindt. De generaal heeft nu het plan om het geld te schenken aan een Joodse organisatie voor kinderbescherming in Israël. Maar om dat voor elkaar te krijgen, moest het geld naar Zwitserland gesmokkeld worden. Paulina biedt zichzelf aan om dat te doen. Ze heeft dan de kans om wat terug te doen voor de generaal. Edouard accepteert het gulle aanbod en stelt haar voor aan notaris Corde. Als ze in de wachtkamer plaatsneemt komt ze Madame Pauchard tegen. Heeft dit iets met elkaar te maken?
Een week later maakt Edouard Paulina duidelijk wat het plan is. Ze moet het geld naar een Zwitsers adres brengen. Op de dag van vertrek moet ze moet een koffer met geld ophalen bij notaris Corde. Ze zal dan met de trein naar Basel gaan, de koffer afleveren en de volgende dag terugkeren naar Parijs. Het is wel uiterst belangrijk dat ze haar missie geheimhoudt.
Ze moet de huishoudster, Madame Le Dantec, wijsmaken dat ze naar Nederland gaat. Michel nodigt Paulina de avond voor vertrek uit om naar een opera te gaan. Ze gaan naar ‘Orphée et Euridyce’ van C.W. von Gluck. NA afloop drinken ze wat in het Rizhotel. Michel vertelt haar dat er al twee au pairs met de koffer op stap zijn geweest. Edouard vertrouwde hen niet en had de koffer volgestopt met krantenpapier. Het eerste meisje voerde haar opdracht goed uit en werd met een ‘fooi’ naar huis gestuurd. Edouard maakte zijn opa wijs dat ze niet durfde. De tweede au pair keerde nooit terug. De generaal kreeg te oren dat het meisje zonder koffer was verdwenen.
De volgende dag laat ze Edouard weten dat ze van de vorige au pairs afweet. Hij vertelt haar dat ze haar wel vertrouwen. Edouard neemt bij het kantoor afscheid van haar. De secretaresse van de notaris, een kleine vrouw met een Duits accent, ontvang haar. Paulina krijgt een envelop met vijftig reischeques à honderd dollar en moet een ontvangstbewijs tekenen voor de koffer. Paulina krijgt de sleutel van de koffer, een stapel Belgische bankbiljetten en een treinkaartje naar Luxemburg. Paulina is zo verbaasd dat ze vergeet de koffer te inspecteren. Nadat ze door de chauffeur van de generaal naar het station is gebracht, wordt ze door ene man met een Duits accent aangesproken. Hij vraagt of dit de trein naar Basel is.Later merkt Paulina dat hij toch in de trein is gestapt.
Alleen haar koffer met kleding wordt aan de grens gecontroleerd. Paulina wordt afgehaald door een bankmedewerker. Ze wordt verzocht te wachten in een vertrek met slechts één glas in loodraam. De tekst ABSTULIT QUO DEDIT. (wie gegeven heeft, heeft genomen.) Na meer dan een uur wordt ze eindelijk binnengelaten in een kantoor en moet ze de koffer afgeven. Er zijn verschillende mensen aanwezig waaronder een invalide man die als Herr Doctor wordt aangesproken. De koffer wordt gecontroleerd, maar de sleutel blijkt niet te passen. Een dame in het kantoor blijkt een passende sleutel te hebben. In de koffer zit geen krantenpapier, maar geld en effecten. Paulina tekent en haar missie is volbracht.
Paulina wil nog een ansichtkaart schrijven aan haar ouders. Dezelfde man die haar al gevraagd had welke trein ze instapte, leent haar een pen. De man vertelt haar dat hij de broer van de notaris is. Hij wilde haar in Parijs duidelijk maken dat ze in de verkeerde trein was gestapt. Na dit gezegd te hebben, staat de man op en laat Paulina verward achter. Plotseling ziet ze aan de overkant van de straat Michel lopen. De kleine man was gestuurd om haar te schaduwen. Het reisdoel was volgen Michel wel degelijk veranderd. Hij heeft een hotelkamer naast haar.
De volgende dag belt ze Edouard, hij reageert koel op het bericht dat de missie is geslaagd. Als Paulina laat merken dat ze verliefd op hem is, wordt hij beledigend.
Michel stelt haar voor om naar Londen te gaan. Paulina stemt toe. Michel belt in Boulogne met Parijs, daarna is het stil. In Londen delen ze een kamer en maakt Paulina zich op voor haar eerste liefdesnacht. Ze had alleen gehoopt dat het met Edouard zou zijn. Michel is echter niet in de stemming. Hij heeft namelijk door de telefoon te horen gekregen dat zijn vader er ernstiger aan toe is dan hij eerst dacht. Het blijkt ook dat Paulina de koffer aan Müller heeft overgedragen en niet aan de voorzitter van de Joodse vereniging Beth-abare. Notaris Corde heeft, zonder dat de generaal het wist, maar naar alle waarschijnlijkheid met medeweten van Edouard, een andere beslissing genomen omdat hij bang was dat er grote problemen zouden ontstaan.
Paulina voelt zich bedrogen. Michel vertrekt ’s nachts en laat een brief achter. Op de terugweg naar Parijs komt Paulina een oude schoolvriendin tegen. Zij vertelt haar over een Duitse au pair. Zij werd door een oude schatrijke man overladen met cadeaus om er later achter te komen dat ze was bespied in de badkamer door de halfdoorzichtige spiegels in de badkamer.
Paulina huurt een studio in Parijs en zet haar studie voort. Op de tv ziet ze de begrafenis van generaal de Lune. Paulina ontmoet Armand en krijgt van hem en zijn vrouw te horen dat Edouard besloten heeft om het geld aan Müller te geven. Edouard had de joodse vereniging bedacht om zijn opa rust te geven. Paulina krijgt haar spullen teruggestuurd en besluit zich helemaal op haar studie te concentreren.

Eerste reactie
Ik vond dit een goed boek van Willem Frederik Hermans. Ik heb ‘De donkere kamer van Damokles’ ook gelezen en ik vind Hermans een hele leuke schrijver. Ik heb ook interviews gezien en het is ook nog eens een leuke, cynische man.

Personages
Paulina: Paulina wordt door Hermans getypeerd als een kuise Diana-figuur. Diana was bij de Romeinen de beschermster van de kuisheid, de godin van de jacht en van de maan. Paulina komt uit Vlissingen, is negentien jaar en is 1 meter 92. Daar heeft ze soms moeite mee. Ze heeft lang blond haar en blauwe ogen. Ze kan niet geloven dat menig mannenhart sneller gaat slaan als ze gezien wordt. Ze is niet gelukkig met haar afstaande oren. Paulina is een round character, je kunt haar ontwikkeling volgen door het hele verhaal heen. Ze heeft een vriendelijke natuur, ze is leergierig, studieus en is in het bezit van een goede spreekvaardigheid, zelfs in het Frans ( ze ging altijd op vakantie naar een zomerhuisje in Frankrijk). Ze is naar Parijs gegaan om Frans en Kunstgeschiedenis te gaan studeren. Ze is alleen wat naïef in het beoordelen van mensen en situaties. Dat levert haar verschillende teleurstellingen op. Ze zet zich goed over deze teleurstellingen heen. Ze wordt steeds zelfverzekerder, ook wat betreft haar uiterlijk. Ze richt haar achterdocht vaak op de verkeerde persoon of situatie. Ze luistert soms ook niet naar wat haar intuïtie haar, soms in een droom, ingeeft. Je ziet soms de schrijver door Paulina heen schemeren; als Paulina de bibliotheek vergelijkt met een Nederlandse bibliotheek, dat is haast onmogelijk voor een meisje van 19.
Familie Pauchard: Een arrogante, welgestelde familie. Ze staan model voor een decadente Parijse familie. Ze zijn niet in staat hun eigen kind op te voeden. Monsieur et Madame zijn beiden advocaat en houden er rare gewoontes op na. Zo lopen zij op Paulina’s eerste dag naakt door het huis. Hun zoontje Hughes is een vreselijk dik en brutaal kind
Germaine en Emile de Lune: De generaal en zijn vrouw maken een statige indruk. Ze houden de familie eer hoog, zo lijkt het. Maar is de generaal wel echt zo hoffelijk? Of is hij een voyeur? Is hij geïntereseerd in de kunstenaar Guys of in de afbeeldingen van verleidelijke vrouwen? Heeft hij Paulina bespied? Armand en Michel zijn zoons van het echtpaar. De generaal heeft zich niet onopvallend zijn sporen verdiend in het verzet tegen de Duitsers. Hij heeft een grote interesse voor de prenten van Constatijn Guys, een negentiende-eeuwse kunstenaar die in Vlissingen geboren is.
Michel: Michel is de jongste zoon van de generaal en is net gescheiden van zijn vrouw. Hij is een musicus en speelt bijna uitsluitend pianostukken van de onbekende componist Alkan. Alkan heeft zulke moeilijke stukken gemaakt dat het haast onmogelijk is om ze te spelen, maar Michel probeert het toch. Hij woont nog bij zijn vader in huis, samen met zijn huishoudster.
Armand en Jacqueline: Armand is de oudste zoon van de generaal. Zijn droomwens is dichter worden. Dat is niet gelukt. Hij is met de steenrijke Jacqueline getrouwd. Hij werkt bij een energiebedrijf maar heeft het salaris niet nodig. Hij deelt dat om die reden ook altijd meteen uit aan de armen. Ze hebben een zoon, Edouard, die een geslaagd zakenman is. Door het mislukken van zijn droomwens drinkt het echtpaar dagelijks een fles Whisky.
Edouard: Een zoon van Armand en Jacqueline. Hij is een beetje het zwarte schaap van de familie. Hij geeft ronduit toe alleen om geld te geven. Hij is net zo doortrapt als de rest van de familie en ook nog grof op de koop toe. Zijn roofvogelkop past dan ook uitstekend bij hem. Hij heeft vermoedelijk een verhouding met Elaine, de paraplu-hoedenverkoopster. Paulina wordt op hem verliefd.
Notaris Corde: Hij is de financieel adviseur van de familie de Lune. Hij is een erg rijk en succesvol zakenman en heeft ook zijn eigen belangen bij het beheren van het vermogen van de familie.
Madame Le Dantec: is de huishoudster van de generaal en zijn vrouw. Ze is zeer toegewijd. De rest van het personeel wordt alleen maar genoemd. Zij is belast met de zorg voor Paulina.

Titelverklaring:
De titel spreekt voor zich, Paulina is een Au pair.

Opbouw:
De gebeurtenissen worden in chronologische volgorde verteld. De hoofdstukken sluiten bijna altijd perfect op elkaar aan. Het enige verschil is soms dat de plaats van het verhaal verandert.
Hermans had al eerder in zijn essay ‘Experimentele romans’ uit de essaybundel ‘Het sadistische universum’ uiteengezet dat een roman rechtlijnig moet zijn. Hij houdt een pleidooi voor de ‘klassieke roman’, een roman die in hoge mate eenheid van handeling vertoont. Elke zin moet een betekenis hebben. Er mag geen mus van het dak vallen zinder dat het een gevolg heeft.
In Au pair wordt het verhaal inderdaad door handelingen bepaald. Het verhaal bevat maar weinig details die niet bij de grote lijn van het verhaal passen.
In de hoofdstukken 1 tot en met 19 wordt beschreven hoe Paulina bij de familie Pauchard leeft. De rest van de roman gaat over haar belevenissen bij de familie de Lune. Hoofdstuk 20 is een overgang tussen de twee delen. Ze is dan op weg naar generaal de Lune. Ze ontmoet een Nederlandssprekende man die haar zegt dat alles vanaf nu beter zal gaan en dat hij daarvoor zal zorgen.
‘Misschien worden jouw gedachten je wel ingeblazen door mij,’zegt hij (p. 74)
Hieruit blijkt dat de verteller-auteur in het verhaal is gekropen.

Spanning:
De eerste 19 hoofdstukken zijn leuk en afwisselend. Ik vind niet dat er dan al sprake is van echte spanning. Dat komt pas vanaf hoofdstuk 20 als ze de mysterieuze man ontmoet. De gebeurtenissen worden steeds complexer en dubbelzinniger. Hoofdstuk 20 is dus een overgang.

Plaats:
Au pair speelt zich grotendeels af in Parijs. Hermans heeft hier een lange tijd gewoond. Doordat Hermans veel straatnamen en andere plaatsten noemt kan de lezer de plaats van de handeling goed volgen. Ook beschrijft Hermans de verschillende interieurs zeer nauwkeurig. Zo probeert hij de werkelijkheid meer te suggereren omdat het verhaal nog al fantastisch is.

Tijd:
Op pagina 235 zegt de generaal ‘We schrijven nu 1984’. Paulina vertrekt naar Parijs als de herfst eraan komt en wil met Kerst naar huis. In deze periode speelt het verhaal zich af. Hermans heeft het verhaal ook in die tijd geschreven. Achterin het boek staat namelijk de volgende datering:
Parijs, 27 augustus ’83 – 29 januari ‘89

Perspectief en vertelwijze:
Au pair heeft een autoriële vertelwijze. De auteur laat af en toe doorschemeren dat hij aanwezig is door commentaar te geven waarin zijn mening en opvattingen in doorklinken. Au pair begint als volgt:

Het eerste waar Nederlanders aan denken, als ze iets willen verkrijgen dat hun eigen land niet oplevert, is niet het zelf te gaan maken, maar het gaan zoeken in den vreemde. En de Zeeuwen onder hen doen dit misschien nog eerder dan de anderen. Het kwam hun goed van pas in het koloniale tijdperk, dat nu voorbij is. Maar de neiging naar elders te vertrekken, leeft nog altijd. (p. 5)

Na deze passage begint Hermans pas over Paulina. Hermans levert in meer van zijn werk kritiek op het Nederlandse volk. Als je dus meer van zijn werk gelezen hebt, is dit een punt van herkenning. Ook de volgende passage laat zien hoe Hermans zijn opvatting in de mond van zijn personages weet te leggen:

Jazeker, zo en niet anders moest het worden geëvalueerd! Geëvalueerd. Een term waarmee, had ze al lang begrepen, allerlei misstanden in een ander perspectief werden geplaatst, zodat je ermee kon leven, mits het geen rechtse misstanden waren, dus bijvoorbeeld de dictaturen in zwarte Afrikaanse landen wel, maar de apartheid in Zuid-Afrika niet.(p. 47)

Hier blijkt de kritiek van Hermans op het jargon en op de ‘maatschappijwetenschappers’. Paulina wordt, als enige personage, ook van ‘binnenuit’ beschreven. Hierdoor is het makkelijk om helemaal mee te leven in haar belevingswereld. Hermans laat je echter niet vergeten dat zij door hem is verzonnen.
Normaliter vertelt de auctoriële verteller het verhaal van buitenaf. In Au pair daarentegen komt de verteller, Hermans, tweemaal zijn verhaal binnen. In hoofdstuk 20 waarin hij Paulina voorspelt dat alles beter zal gaan, en in het laatste hoofdstuk. Ze zit dan op een terrasje te lezen in de beroemde roman Madame Bovary van de Franse schrijver Gustave Flaubert. Een bejaarde heer, in wie de lezer de heer uit hoofdstuk twintig en dus de verteller-auteur kan herkennen, is tegenover haar neergestreken en begint met haar, in het Nederlands, een gesprek over Madame Bovary. Hij noemt het een mooi, tragisch boek. Emma Bovary, die, evenals Paulina, niet erg gelukkig is in de liefde, pleegt immers suïcide aan het einde van de roman. Maar volgens de verteller had het niet zo af hoeven lopen. Flaubert had haar kunnen redden door als verteller zijn eigen verhaal binnen te stappen en een verhouding met haar te beginnen. Maar Flaubert wilde zijn zoals de Schepper zelf: alom aanwezig en toch machteloos. Daardoor heeft hij verzuimd Emma te redden. Paulina zegt dan, dat ze Flaubert niet zou moeten, zelfs als hij haar kwam redden. Zo laat ze haar eigen verteller weten, dat ze geen behoefte heeft aan zijn reddingspoging. Door haar ervaringen met mannen wijs geworden, ziet ze in haar verteller alleen maar de zoveelste bedrieger. Ze wil nu alleen haar studie afmaken en anders niets.

Hiermee kan Hermans zijn punt maken over de verhouding fictie en werkelijkheid. Naturalisten, zoals Flaubert, wilde dé werkelijkheid objectief en waarheidsgetrouw vastleggen. Hun romans kregen een wetenschappelijke bijsmaak door hun sociologische en psychologische studies. De auteurs wilden zich neutraal opstellen. Zij maakten gebruik van een alwetende, onzichtbare verteller. De roman vertelt zichzelf en er is dus geen sprake van persoonlijk commentaar van de auteur.
Zoals al eerder genoemd keert Hermans zich tegen de ‘wetenschappelijkheid’ van de naturalisten in zijn essay ‘Experimentele romans’. Naturalisten waren volgens hem slachtoffer van een illusie. Een roman moet niet naar waarheid proberen te streven. De auteur moet zoveel mogelijk waarschijnlijkheid creëren.
Door tweemaal in zijn eigen roman naar voren te komen wordt nogmaals benaderd dat Au pair een fictief verhaal is. Maar aan de andere klant lijkt het waarschijnlijk door de beschrijving van onder meer de stad.
Volgens Hermans is het ook belachelijk dat naturalisten geloven dat alles volgens een plan gaat. Erfelijke factoren, plaats en tijd zouden ook belangrijk zijn (determinisme). Hermans vindt echter dat toeval een belangrijker plaats heeft.

Genre:
Bildungsroman: de hoofdpersoon, een jong individu, staat op het punt van volwassenheid. Voordat hij / zij volwassen wordt, is er sprake van een inwijding. Paulina komt ‘sadder, but wiser’ uit de strijd, maar blijft redelijk ongeschonden.
Avonturenroman: de levendige afwisseling van gebeurtenissen en de vlotheid van vertellen.
Thriller: als Paulina haar opdracht uitvoert is er sprake van veel spanning in het verhaal.
Satirische zedenroman: zo krijgt de lezer te zien hoe er misbruik gemaakt wordt van een hulp in de huishouding, hoe schijn kan bedriegen (de nette, hoffelijke generaal bespiedt Paulina misschien)
Entertainment: Alles wordt op zo’n leuke, amusante manier verteld.

Taalgebruik
Het satirische karakter van Au pair komt ook tot uiting in parodiërend taalgebruik . In paragraaf 4. over de vertelwijze is daar al een voorbeeld van gegeven. Mooi is ook de parodie op de reclameclichés waarmee de verkoopster van schoonheidsmiddelen Paulina tracht in te palmen in hoofdstuk 40

'Overhaast u niet. Dat is niet nodig. Ik weet zeker dat u nog eindeloos veel jaren kunt nadenken, zonder gedwongen te zijn tot deze middelen uw toevlucht te nemen.'(p. 192)

In hoofdstuk 84, waarin het erop lijkt, dat Paulina met Michel haar eerste liefdesnacht zal doorbrengen, wordt de voorspelbaarheid van een liefdesdialoog uit een Boeketreeksroman geparodieerd:
Hij legde zijn hand op haar schouder. 'Vind je ze (de rozen) mooi?' Wat moest hij anders zeggen? Wat kon zij er anders op antwoorden dan haar armen om hem heen te slaan en hem een zoen te geven, dicht bij zijn mond, maar niet helemaal erop. Hij leek haast even verlegen als zij was. Zo stonden zij een ogenblik tegenover elkaar. 'Ga jij maar eerst naar de badkamer,' zei hij ten slotte, 'ik kleed me hier wel uit.' 'Tot straks.' (p. 373)

Dit parodiërend taalgebruik accentueert de tegenstelling tussen illusie en werkelijkheid en is dus functioneel m.b.t. de thematiek van Au pair.

Thematiek, wereldbeeld
De geciteerde essays van Baudelaire en Kant verwijzen naar het hoofdthema dat in Au pair gestalte krijgt: de tegenstelling tussen de schone schijn en de minder mooie werkelijkheid die daardoor gemaskeerd wordt. Goed beschouwd komt dat thema pas in het tweede deel van de roman echt aan de orde. In het eerste deel wordt Paulina geconfronteerd met het schaamteloze egoïsme, de geldzucht en de gierigheid van mevrouw Pauchard. Juist doordat die zo onverholen naar voren komen, kan Paulina zich er op tijd aan onttrekken. Maar ook aan de sprookjesachtige luxe en de verwennerij waarmee ze door de familie de Lune wordt omringd, blijkt een banale geldkwestie ten grondslag te liggen, waarvoor Paulina uiteindelijk door hen wordt misbruikt. Een van de eerste geschenken die ze van de generaal ontvangt, is een stel gloednieuwe koffers die haar later bij het vervullen van haar opdracht uitstekend van pas zullen komen! Zo beschouwd zijn alle hooggestemde gesprekken over kunst, literatuur en muziek die de de Lune's met Paulina voeren, slechts afleidingsmanoeuvres waardoor ze niet in de gaten heeft, waar het nu eigenlijk allemaal om begonnen is. Eigenlijk is de cynische Edouard, die rond voor zijn materialistische instelling uitkomt, nog de meest ondubbelzinnige persoon in het hele de Lune-gezelschap. Hij misbruikt Paulina weliswaar voor zijn materialistische doeleinden, maar wat hem betreft had ze gewaarschuwd kunnen zijn. Ook Paulina zelf, in deze roman toch het symbool van onbedorven natuurlijkheid, doet zich soms mooier voor dan ze is, met name tegenover Edouard. Ze liegt hem voor, dat ze in Nederland een minnaar heeft, alleen om indruk op hem te maken. Zo komt in deze schijnbaar zo luchtige roman toch weer Hermans' weinig opwekkende wereldbeeld naar voren. De 'boodschap' van Au pair lijkt te zijn: In de wereld draait alles om eigenbelang, om geld, macht en prestige. Mensen zijn van nature slecht, maar ze hebben de schone schijn nodig om hun werkelijke bedoelingen voor anderen te verbergen en misschien ook voor zichzelf. Ze zien zichzelf toch liever als mooier, deugdzamer en idealistischer dan ze in werkelijkheid zijn.

Literaire verwijzingen in Au pair
De roman Madame Bovary van Gustave Flaubert:
Essays van de dichter Charles Baudelaire:
Alice in Wonderland van Lewis Carroll: Paulina beleeft, net als Alice, vreemde dingen. Spiegels spelen in beide verhalen een belangrijke rol. Alice stapt zo de wondere wereld in en Paulina krijgt te maken met veel spiegels.
Gulliver's travels van Jonathan Swift: Net als in Gulliver’s travels is alles kleiner dan de hoofdpersoon.
Mythe over Diana, een godin: Paulina wordt qua figuur vergeleken met Diana. Diana is de beschermgodin van de jacht en van de kuisheid. Ze bewaarde haar maagdelijkheid dan ook ongerept. De jager Aktaion die haar, per ongeluk nog wel, naakt had gezien, toen ze met haar nimfen een bad nam, werd daarvoor ongenadig door haar gestraft: ze veranderde hem in een hert. Ook Paulina komt, wat haar maagdelijkheid betreft, ongerept uit de strijd met de de Lune's te voorschijn. En aan het einde geeft ze aan de verteller-auteur duidelijk te kennen dat ze het zo wil houden. Of zij, evenals Diana, bij het baden door een man, en dan niet per ongeluk, gadegeslagen is? Dat weet ze niet zeker. Maar de generaal, die daarvan verdacht kan worden, heet de Lune ('lune' is Frans voor 'maan'). Nu werd Diana óók vereerd als maangodin. Dan geeft de naam de Lune toch wel te denken!

Informatie over W.F.Hermans:
Willem Frederik Hermans werd op 1 september 1921 geboren in Amsterdam. Hij was het tweede en laatste kind van de hoofdonderwijzer Johannes Hermans (geb. 1879) en Hendrika Hillegonda Eggelte (geb. 1884), die voor haar huwelijk ook in het onderwijs gewerkt had. Het eerste kind, Cornelia Geertruida, was op 4 december 1918 geboren. In zijn Fotobiografie (1969) merkt Hermans op: 'Onze jeugd was niet vrolijk. Dit had allerlei oorzaken, algemene zoals crisistijd, waardoor mijn vaders salaris achteruitging, bijzondere, zoals het grote leeftijdsverschil tussen mijn ouders en hun kinderen.' Over de verhouding tot zijn zuster zegt hij: 'Ik mag er geen geheim van maken, dat ik, op mijn herinnering afgaande, slecht met mijn zusje kon opschieten. Zij werd mij door mijn ouders altijd ten voorbeeld gesteld. Haar rapportcijfers waren ook veel beter dan de mijne en zij ging elk jaar "cum laude'' over, wat toen nog bestond op het gymnasium.'
Beide kinderen bezochten het Barlaeusgymnasium, Willem Frederik vanaf 1933. In 1938 werd hij lid van de letterkundige vereniging D.V.S. en kreeg de eerste prijs in een opstellenwedstrijd. In deze periode las hij Multatuli, Slauerhoff, Nietsche, Kafka, Freud en Céline. In 1940 ging hij, op aandrang van zijn vader, maar tegen zijn zin, sociografie studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Een jaar later koos hij fysische geografie, een studie die meer overeenstemde met zijn belangstelling voor exacte wetenschapsbeoefening. In 1943 deed hij kandidaatsexamen.
Intussen had hij gedichten, verhalen en een roman (Conserve ) geschreven, en vanaf ongeveer 1944 slaagde hij erin min of meer regelmatig te publiceren (zie de bibliografie). Vanaf 1946 was hij redacteur van het tijdschrift Criterium, in 1950 van Podium. In dat jaar legde hij het doctoraal examen af. Naar aanleiding van de voorpublikatie van een fragment van zijn roman Ik heb altijd gelijk in Podium, jrg. 7, no. 3, juni 1951, werd er het jaar daarop een proces tegen hem gevoerd: één passage uit deze roman zou de strekking hebben gehad het rooms-katholieke volksdeel te beledigen. In dat proces werd hij vrijgesproken. In 1955 promoveerde hij cum laude op de resultaten van een bodemonderzoek in Luxemburg. Daarna werkte hij als fysisch geograaf o.a. in Scandinavië en in 1957 volgde zijn benoeming tot lector aan de Groningse Universiteit.
In datzelfde jaar verscheen de eerste druk van De donkere kamer van Damokles. Deze roman, waaraan hij vanaf 1952 had gewerkt, werd door vele critici een literair meesterwerk genoemd, al lieten sommigen hun literaire waardering van morele bedenkingen vergezeld gaan. De publieke belangstelling was groot: in 1959 verschenen al twee door Hermans herziene drukken. De vierde druk, in 1962, bracht Hermans in conflict met zijn uitgever Van Oorschot, omdat deze, in strijd met de waarheid, deze druk (...) spoedig gevolgd door andere (...) als 'herzien' liet verschijnen. Pas in 1970 werd dit conflict ten gunste van Hermans opgelost. Maar na 1962 liet hij zijn nieuwe werk bij De Bezige Bij verschijnen.
Een hoogtepunt na De donkere kamer van Damokles was de roman Nooit meer slapen uit 1966, waarvoor hem de Vijverbergprijs werd toegekend. Als principieel tegenstander van literaire prijzen wilde hij die echter niet accepteren. Het bedrag van de prijs liet hij overmaken aan de actie 'Eten voor India'. In 1957 had hij ook al de Prijs van de Stichting Kunstenaarsverzet 1942-1945 geweigerd, die men hem had toegekend voor zijn verdiensten op het gebied van het korte verhaal. Zelfs de P.C. Hooftprijs, waarmee men hem in 1972 wilde vereren, wees hij van de hand. Wel aanvaardde hij, tot veler verwondering, in 1977 de 'Grote Prijs der Nederlandse Letteren', die hem in Brussel door koning Boudewijn werd uitgereikt. Hermans woonde toen al enkele jaren in Parijs. Na een conflict had hij in 1973 ontslag genomen als lector aan de Groningse Universiteit. Zijn literaire publikaties, o.a. novellen, romans, polemische stukken en kritieken, bleven echter met grote regelmaat in Nederland verschijnen en vonden een groot lezerspubliek. In de romans uit zijn Parijse tijd krijgt een satirische visie op het menselijk bestaan de overhand, o.a. in Onder professoren (1975) en Uit talloos veel miljoenen (1981), waarin de Nederlandse universitaire wereld het moet ontgelden. In dit Memodeeltje zullen we zien, dat die satirische lijn in Au pair (1989) wordt voortgezet.
Hermans heeft ook naam gemaakt als amateurfotograaf (foto's spelen een belangrijke rol in zijn romans en verhalen, o.a. in De donkere kamer van Damokles en in Nooit meer slapen ). In 1986 richtte het Stedelijk Museum in Amsterdam een expositie in van zijn foto's. De Amsterdamse gemeenteraad had die expositie willen verijdelen, omdat Hermans' naam zou voorkomen op een zwarte lijst van de Verenigde Naties naar aanleiding van zijn lezingentournee door Zuid-Afrika in 1983. Vanaf die tijd ondervond hij bij optredens in Nederland veel tegenstand: in 1987 moest een lezing in De Balie te Amsterdam vanwege een bommelding afgebroken worden.
In de wereld van de literatuur bleef men echter de betekenis van zijn literaire werk erkennen. In 1988 werd zijn roman Een heilige van de horlogerie genomineerd voor de AKO literatuurprijs. In 1990 ontving hij het Eredoctoraat Letteren en Wijsbegeerte aan de Universiteit van Luik vanwege zijn bijzondere verdiensten voor de Nederlandse literatuur. En in 1992 werd zijn roman Au pair genomineerd voor de Europese Literatuurprijs.
Toen de apartheidspolitiek in Zuid-Afrika werd verlaten en als gevolg daarvan eind 1992 de culturele boycot tegen dat land werd opgeheven, ontving Hermans een brief van de Amsterdamse burgemeester E. van Thijn, waaruit bleek, dat hij niet langer 'persona non grata' was in de hoofdstad. In 1993 werd Hermans' verhaal In de mist van het schimmenrijk uitgegeven als geschenk voor de boekenweek. Met een oplage van 582.000 exemplaren haalde hij de grootste eerste druk die in Nederland ooit verschenen is. De presentatie, waarbij Hermans was uitgenodigd, vond echter veiligheidshalve niet, zoals was aangekondigd, plaats in de Amstelkerk, maar in het Amstelhotel: men wilde niet wéér het risico lopen van een bommelding. Hermans woont nu sinds enkele jaren met zijn vrouw (...) hij is getrouwd en heeft één zoon (...) in Brussel.
In de literaire kritiek en in de literatuurwetenschap heeft Hermans' werk zeer veel aandacht gekregen. Het aantal recensies en artikelen in dag- en weekbladen en literaire tijdschriften loopt in de honderden. En sinds het eind van de jaren zeventig zijn er een zestal proefschriften over diverse aspecten van zijn werk verschenen, zowel in Nederland en België, als in Zuid-Afrika. Enkele van zijn meest bekende romans werden vertaald, bijvoorbeeld Nooit meer slapen in het Noors en Duits en Onder professoren in het Duits. De filmregisseur Fons Rademaker maakte onder de titel Als twee druppels water een film die geïnspireerd is op De donkere kamer van Damokles. Ook de novellen Paranoia, De blinde fotograaf en De elektriseermachine van Wimshurst werden verfilmd. De toneelstukken Periander en King Kong beleefden een televisie-opvoering. Door omvang, verscheidenheid en niveau van zijn werk kan W.F. Hermans nog steeds gelden als een van de grootste nog levende Nederlandse auteurs. Zijn streven is met heel wat meer succes bekroond dan dat van de hoofdpersonen uit zijn boeken!

Bibliografie:
Werken van W.F. Hermans
1944 Kussen door een rag van woorden (gedichten)
1946 Horror Coeli (en andere gedichten)
1947 Conserve (roman)
1948 Hypnodrome (gedichten)
1948 Moedwil en misverstand (verhalen)
1949 De tranen der acacia's (roman)
1951 Ik heb altijd gelijk (roman)
1952 Het behouden huis (novelle)
1953 Paranoia (verhalen)
1955 Het geweten van de Groene Amsterdammer of volg het spoor omhoog (essay)
1956 De god Denkbaar Denkbaar de god (roman)
1957 Een landingspoging op Newfoundland en andere verhalen (verhalen)
1958 De donkere kamer van Damokles (roman)
1962 Drie drama's (toneel)
1962 De woeste wandeling (filmscenario)
1964 Mandarijnen op zwavelzuur (essays en polemieken)
1964 Het sadistische universum (essays en polemieken)
1966 Nooit meer slapen (roman)
1967 Wittgenstein in de mode en Kazemier niet (essay)
1967 Een wonderkind of een total loss (novellen)
1968 Overgebleven gedichten (gedichten)
1969 Fotobiografie (autobiografisch fotoboek met bijschriften)
1969 De laatste resten tropisch Nederland (reisjournaal)
1970 Hollywood (reisnotities)
1970 Van Wittgenstein tot Weinreb (essays en polemieken)
1971 Herinneringen van een engelbewaarder (roman)
1972 King Kong gevolgd door Wat Nederland niet op de televisie mocht zien (toneel)
1973 Het evangelie van O. Dapper Dapper (roman)
1974 Periander (televisiespel)
1975 Onder professoren (roman)
1976 De raadselachtige Multatuli (biografie)
1977 Boze brieven van Bijkaart (polemische bijdragen aan Het Parool )
1979 Houten leeuwen en leeuwen van goud (polemieken)
1979 Ik draag geen helm met vederbos (polemieken en essays)
1980 Homme's hoest (novelle)
1980 Filip's sonatine (novelle)
1981 Uit talloos veel miljoenen (roman)
1982 Geyerstein's dynamiek (novelle)
1983 Mandarijnen op zwavelzuur; Supplement (essays en polemieken)
1983 Klaas kwam niet (essays en polemieken)
1983 Waarom schrijven? (essay)
1984 De zegelring (novelle)
1985 De liefde tussen mens en kat (essay)
1985 Relikwieën en documenten; Een toespraak (essay)
1986 Cascaden en riolen (romanfragment 1943)
1986 Het boek der boeken bij uitstek (essay)
1986 Koningin Eenoog (fotoboek met een inleiding van W.F. Hermans)
1987 Mondelinge mededelingen (essays en polemieken)
1987 Een heilige van de horlogerie (roman)
1988 Dinky Toys (aforismen)
1988 Door gevaarlijke gekken omringd (essays en polemieken)
1989 Au pair (roman)
1991 De laatste roker (verhalenbundel)
1993 In de mist van het schimmenrijk (novelle, boekenweekgeschenk)

Literatuur over W.F. Hermans
Alleen artikelen en boeken over W.F. Hermans waarvan in dit Memodeeltje gebruik is gemaakt, worden genoemd. Zie voor een volledige bibliografie over W.F. Hermans Kritisch lexicon van de Nederlandstalige literatuur na 1945.
Willem Glaudemans: W.F. Hermans, in: Kritisch lexicon van de Nederlandstalige literatuur na 1945, uitg. Samson, Alphen aan den Rijn-Brussel.

Scheppend nihilisme. interviews met Willem Frederik Hermans, samengesteld door Frans A. Janssen, uitgeverij Loeb & van der Velden, Amsterdam, 1979.
Jef van de Sande: W.F. Hermans Nooit meer slapen, in de Memoreeks, uitg. Walvaboek, Apeldoorn, 1983.
Anneke Juffer: W.F. Hermans De donkere kamer van Damokles, in de Memoreeks, uitg. Walvaboek, Apeldoorn, 1986.

Hermans' plaats in de Nederlandse literatuur
Hermans beschouwt de mens als een wezen dat leeft in een geestelijk isolement, een eigen wereld. Zelf gedraagt hij zich in zijn optreden naar buiten dan ook als een rasechte individualist. Hij rekent zichzelf niet tot een literaire stroming, een groep van met elkaar verwante schrijvers. In een interview met Raymond J. Benders (in het Hermans-nummer van het tijdschrift Tirade, december 1981) noemt hij zichzelf: 'de enige Nederlandse dissident'. Daarmee doelt hij op zijn voortdurende behoefte zich af te zetten tegen alles wat met Nederland en de Nederlandse literaire wereld te maken heeft. Die behoefte komt het duidelijkst naar voren in zijn polemieken, bijvoorbeeld Mandarijnen op zwavelzuur (1964) en Boze brieven van Bijkaart (1977).
Hermans wil dus nergens bij horen of nergens toe gerekend worden. Daarom heeft hij zich ook altijd verzet tegen de opvatting van sommige critici, dat hij een 'erfgenaam van Forum ' zou zijn, met name van Menno ter Braak. Forum was een invloedrijk tijdschrift in de jaren dertig. De belangrijkste redacteur, de schrijver Menno ter Braak, stelde aan schrijvers de eis dat ze zich in hun werk lieten kennen als 'sterke persoonlijkheden', met een uitgesproken eigen standpunt en een eigen stijl. Hermans is van oordeel, dat de ideeën van Ter Braak na de tweede wereldoorlog achterhaald waren. Maar in de Nederlandse literaire wereld bleven ze hun invloed doen gelden. Het gevolg daarvan was, aldus Hermans, dat het eigene van de naoorlogse schrijversgeneratie niet werd gezien. In het ontmaskeren van gevestigde opvattingen gaat Hermans inderdaad veel verder dan Ter Braak kon of wilde gaan. Ter Braak geloofde uiteindelijk toch nog in de zedelijke norm van de 'menselijke waardigheid'. Hermans daarentegen is een volstrekte nihilist; volgens hem zijn er geen vaststaande zedelijke normen.
Niet alleen ten opzichte van voorgangers, maar ook ten opzichte van generatiegenoten neemt Hermans afstand. Hij is nogal eens in één adem genoemd met Gerard Reve en Harry Mulisch, omdat de oorlogsjaren ook in sommige van hun eerste werken de achtergrond vormen. Hermans beschouwt Reve als een zeer begaafd auteur, die echter na zijn overgang tot de Katholieke Kerk zijn talent geëxploiteerd heeft ter wille van de verkoopcijfers van zijn boeken. Tegenover Mulisch staat Hermans zeer kritisch, vooral tegenover de politieke en maatschappelijke betrokkenheid die Mulisch in de jaren zestig toonde in sommige van zijn boeken, bijvoorbeeld Het woord bij de daad (1968). Mulisch gaf daarin duidelijk te kennen, dat hij geloofde in de mogelijkheid om via de politiek de wereld te veranderen en te verbeteren. Hermans stelt daar zijn volstrekte ongeloof in de politiek tegenover. Hij gelooft niet in het vermogen van de mens om de geschiedenis in een door hem gewilde richting te sturen. Hermans' positie tegenover Reve en Mulisch is sterk, doordat hij in zijn literaire werk consequent gestalte heeft gegeven aan een samenhangende ideeënwereld.
Toch zijn er in de Nederlandse literatuur wel figuren met wie Hermans zich min of meer verwant voelt. Het tegendraadse en eigenzinnige in de persoonlijkheid en het werk van Multatuli spreken hem aan. Hij heeft over leven en werk van deze schrijver dan ook een boek geschreven: De raadselachtige Multatuli (1976). Met J. Slauerhoff deelt hij de openlijk beleden afkeer van Holland op z'n smalst. Het pessimisme van Marcellus Emants en J. van Oudshoorn vertoont trekken van verwantschap met dat van hemzelf. En met F. Bordewijk heeft hij een zekere voorkeur voor het beschrijven van het demonische in de mens gemeen.
Belangrijker zijn de raakpunten met een aantal buitenlandse auteurs. In zijn werk is de invloed van de psycho-analyticus Sigmund Freud aanwijsbaar. Zijn belangstelling voor het werk van de markies De Sade komt voort uit diens amoralisme, waarin hij iets van zijn eigen opvattingen herkent. Evenals Franz Kafka beeldt Hermans de mens uit als een wezen dat in een ondoorgrondelijke wereld vergeefs op zoek is naar een houvast of naar een rechtvaardiging van zijn bestaan. Met de Franse schrijver Céline heeft hij het cynisme gemeen. En zijn belangstelling voor de filosoof Wittgenstein, over wie hij een essay schreef (zie de bibliografie), berust op diens grondstelling, dat men geen uitspraak kan doen over de zin van ons bestaan.
Hermans' wereld- en mensbeeld vertoont dus wel trekken van verwantschap met dat van andere auteurs. Maar de wijze waarop hij het in zijn symbolische verhalen gestalte geeft, is volstrekt uniek.

De plaats van Au pair in het werk van W.F. Hermans
W.F. Hermans heeft meer dan eens gezegd, dat zijn romans en verhalen moeten dienen om zijn visie op het bestaan te verduidelijken. Zoals we in III.9 al gezien hebben, is het kernpunt van die visie, dat de mens de werkelijkheid waarin hij leeft niet kan kennen. Daarvoor is de werkelijkheid te ingewikkeld, te chaotisch en dubbelzinnig. Toch heeft de mens behoefte aan zekerheid, orde, overzicht. Daarom stelt hij zichzelf een subjectief beeld van de werkelijkheid voor. Dat neemt hij aan als waarheid, maar intussen blijft het een drogbeeld, een illusie. In het contact met anderen, die hun eigen subjectieve werkelijkheidsbeeld als waarheid koesteren, ontstaat er vaak misverstand : de werkelijkheidsbeelden kloppen niet met elkaar. Of mensen verstaan elkaar niet of verkeerd, doordat de taal een te gebrekkig communicatiemiddel is om de complexe werkelijkheid onder woorden te brengen. Daar komt dan nog vaak moedwil bij, opzettelijke misleiding door leugens, bedrog, huichelarij en corruptie. Zo kan de mens nooit zeker weten, waar hij met anderen aan toe is. Ook zichzelf kan hij nooit volledig doorgronden, omdat hij vaak handelt uit onderbewuste motieven. In feite leeft elk individu dus in zijn eigen 'donkere kamer', waar hij in het duister tast omtrent de werkelijkheid. In vredestijd is er wel een schijnbare maatschappelijke orde en zijn er morele voorschriften en gedragsregels, waardoor het verkeer tussen de mensen min of meer ordelijk verloopt. Maar in een oorlogssituatie blijkt, dat onder die schijnbare orde de chaos heeft gehuisd. Dan worden die gedragsregels geschonden en geldt het recht van de sterkste of de slimste. Daarom spelen sommige van Hermans' eerste romans zich dan ook af tijdens de tweede wereldoorlog, bijv. De tranen der acacia's (1949), Het behouden huis (1951) en De donkere kamer van Damokles (1958).
In zijn romans en verhalen demonstreert Hermans zijn visie op het menselijk bestaan door de hoofdpersonen te laten ervaren, dat alle zekerheid slechts schijn is. Die hoofdpersonen zijn dan soms jonge mensen die juist op zoek zijn naar de waarheid omtrent zichzelf en hun plaats in de wereld. Ze willen zich waar maken in eigen ogen of die van anderen. Maar ze moeten tot de ontdekking komen, dat dit niet mogelijk is. Voorbeelden hiervan zijn Osewoudt uit De donkere kamer van Damokles en Alfred Issendorf uit Nooit meer slapen. Beide romans kunnen gerekend worden tot het genre van de Bildungsroman , een roman waarin een jeugdige hoofdpersoon de wereld in trekt en zo ingewijd wordt in het volle leven. In hoofdstuk III.7 hebben we gezien, dat ook Au pair tot dit genre gerekend kan worden. We kunnen deze drie romans uit drie verschillende periodes van Hermans' schrijverschap dus met elkaar vergelijken.
Dan blijkt Paulina toch een heel andere hoofdpersoon te zijn dan Osewoudt en Alfred Issendorf. Deze twee jongemannen hebben een veel sterkere drang om zich waar te maken. Osewoudt wil zichzelf bewijzen als verzetsheld, Alfred Issendorf wil beroemd worden door een belangrijke wetenschappelijke ontdekking. Omdat zij hun doel zo hoog gesteld hebben, is de teleurstelling om de mislukking des te groter. Bij beiden worden die sterke ambities gevoed door innerlijke onzekerheid en gebrek aan zelfvertrouwen, die om compensatie vragen. Hun innerlijke onzekerheid projecteren zij ook op de buitenwereld: ze vertrouwen anderen evenmin als zichzelf. Daardoor worden ze nog onzekerder dan ze al zijn. De oorzaak van hun mislukking ligt dus even goed bij henzelf als bij anderen.
Dit alles is bij Paulina veel minder sterk aanwezig. Ook zij heeft wel ambities: Frans en kunstgeschiedenis studeren in Parijs (een typische 'meisjesstudie'!). Maar ze is lang niet zo bezeten van carrière maken als Alfred Issendorf. Ook zij voelt zich wel wat onzeker, vanwege haar lengte en haar iets afstaande oren. Maar als ze voor de spiegel staat, kan ze zelf constateren, dat ze er verder bijna volmaakt uitziet. Osewoudt daarentegen vindt zichzelf afschuwelijk lelijk en Alfred Issendorf vindt zijn spiegelbeeld nog niet lijken op wie hij zou willen zijn. Paulina geeft door haar kordaat en besluitvaardig optreden in moeilijke situaties en door haar vaak rake antwoorden ook blijk van een gezond zelfvertrouwen. En ze is ook argelozer, staat met veel minder wantrouwen tegenover anderen. Je zou zelfs kunnen zeggen, dat Hermans haar iets meer 'gezond wantrouwen' tegenover de buitenwereld heeft willen bijbrengen door haar al die avonturen te laten meemaken. Aan het einde van de roman is ze in de werkelijke zin van het woord 'volwassener' geworden dan ze was in het begin. Haar inwijding in het volle leven is niet uitgelopen op een totale mislukking.
Het lijkt er dus op, dat Hermans in Au pair werkelijk zijn best heeft gedaan om het leven en de mens iets positiever te bekijken. Daartoe heeft hij een hoofdpersoon gecreëerd die veel 'normaler' en geestelijk gezonder aan de start verschijnt dan Osewoudt, en die veel minder geneigd is tot gepieker en twijfel aan zichzelf dan Alfred Issendorf. Daardoor heeft ze ook meer kansen om zich staande te houden in de boze wereld.
In het algemeen kunnen we zeggen, dat Hermans zijn weinig opbeurende visie op het menselijk bestaan in Au pair met veel meer relativeringsvermogen opdist dan in De donkere kamer van Damokles en in Nooit meer slapen. In overeenstemming daarmee is de toon ook veel milder. Sarcasme en cynisme hebben plaats gemaakt voor ironie en humor. De gebeurtenissen zijn ook veel minder schokkend dan in De donkere kamer van Damokles. In die roman wordt de confrontatie tussen de hoofdpersoon en de andere romanpersonages gekenmerkt door achterdocht en agressie. In Au pair (trouwens ook al in Nooit meer slapen ) is de dialoog tussen de personages en de innerlijke monoloog van de hoofdpersoon veel belangrijker voor het verloop van de handeling. In Au pair, en in mindere mate ook in Nooit meer slapen, is het beschouwelijk element minstens zo belangrijk voor het verloop van de handeling als de actie . In De donkere kamer van Damokles daarentegen overheerst de actie.
Hermans wil zijn visie op het bestaan ook laten ervaren door de lezer. Hij doet dat door bemiddeling van de hoofdpersoon. Wat die ervaart, moet ook de lezer ervaren. Daartoe legt hij het perspectief uitsluitend of voornamelijk bij de hoofdpersoon. In De donkere kamer van Damokles en in Nooit meer slapen wordt het hele verhaal verteld vanuit het gezichtspunt van respectievelijk Osewoudt en Alfred Issendorf. Hierdoor wordt de lezer als het ware gedwongen hun visie op de gebeurtenissen over te nemen. Daardoor komt hij in dezelfde verwarring en onzekerheid te verkeren als deze hoofdpersonen. Weliswaar worden de gebeurtenissen in Au pair ook voornamelijk gezien vanuit het gezichtspunt van Paulina. Maar, zoals we al gezien hebben in III.4, is er in deze roman een auctoriële verteller aan het woord, die het verloop van de handeling af en toe onderbreekt met herkenbaar Hermans-commentaar. In de hoofdstukken 20 en 96 stapt hij zelfs als romanpersonage zijn eigen verhaal binnen. Daardoor wordt het fictieve karakter van het verhaal onderstreept en ervaart de lezer de identificatie met de hoofdpersoon Paulina als veel minder dwingend en beklemmend.
Het zal trouwens niemand moeilijk vallen zich met Paulina te identificeren. Door haar argeloosheid en haar prille, nog wat onhandige charme wint zij ieders sympathie. Zij staat ver af van de diep gefrustreerde en totaal geïsoleerde Osewoudt en toch ook van de zichzelf kwellende streber Alfred Issendorf. Het is vredestijd in Au pair ! Wat Hermans betreft, mag Paulina zich af en toe illusies maken. Die maken het onzekere en wisselvallige bestaan draaglijker, voor haar én voor hem.


Recensies Au pair van W.F. Hermans
Samenvatting recensies
‘Een schrijver verliefd: ‘Au pair’: W.F. Hermans vervult een wensdroom door Carel Peeters.
Uit Vrij Nederland, 09-09-1989.

Au pair heeft veel van de bekende Hermans, alleen wordt Paulina op zo’n hoog voetstuk geplaatst dat het moeilijk is een vergelijkbaar personage in zijn andere werk te vinden. Het blijft wel duidelijk dat alles een berekening is. Het is een vernieuwing dat Hermans zelf in zijn werk verschijnt. Hermans heeft een groot zwak voor Paulina, maar is niet verliefd op zijn eigen creatie. Er zijn maar weinig onsympathieke vrouwelijke personages in Hermans’ werk. Vrouwen hebben bij Hermans, net als mannen, ambitie en koesteren illusies. Ze willen iets en maken zich dan, in de ogen van Hermans, snel belachelijk. Vrouwen hebben vaak ook een bijrol. Paulina daarentegen is helemaal geweldig.
Au pair moet je in één ruk uitlezen. Het verhaal begint hilarisch, hoe ze bij de familie Pauchard werkt. Na haar avontuur hier komt in een sprookje terecht. Daar moet wat achter zitten, Hermans kennende. De lezer zit, met Paulina, in spanning over wat misschien komen gaat. De spanning wordt expres door Hermans doorbroken op pagina 72. Hier komt Paulina in contact met Hermans, vermomd als ‘niet zo jonge meneer’. Ze hebben meteen een band en Paulina vertelt over zichzelf. Paulina zegt, in Hermans’ tirade stijl, waarom ze in Parijs wilde studeren: ‘Wat had je eraan, alleen feiten in je hoofd te stampen en daarmee over de smerige straten van Amsterdam te sjokken, met studiegenoten die vol platvloerse politieke ideeën zaten.’ De eerste zin van de nieuwe alinea luidt: ‘Het was duidelijk dat haar woorden de meneer diep vertederden.’ Als de meneer daarna het volgende zegt: ‘Ik kan je gedachten lezen’ ‘Van dit ogenblik af zullen een heleboeldingen beter gaan. Ik heb het beste met je voor.’ , verandert de spanning. Waarom zou Hermans in zijn roman als beschermengel willen optreden? De auteur Hermans gelooft toch dat alles uiteindelijk slecht afloopt? Juist omdat je dat als lezer denkt, blijft de spanning bestaan.
Paulina lijkt op een sprookjesfiguur. Paulina’s rooskleurige kijk staat tegenover haar kinderlijke achterdocht. Au pair zit vol met nieuwsgierig makende vragen waar geen antwoord op gegeven wordt. Het merkwaardige sprookje blijft spannend, zelfs nadat Hermans de illusie heeft weggenomen. Het is moeilijk voor te stellen dat het allemaal goed zal aflopen. Maar, tegen alle verwachtingen in, loopt het toch goed af. De laatste bladzijdes van het boek verklaren dit. De bejaarde man zegt tegen haar: ‘De schrijver had haar kunnen redden door zijn eigen boek binnen te stappen en een verhouding met haar te beginnen. Het is duidelijk dat hij verliefd op haar was, anders had hij niet zo over haar geschreven.’ Hermans laat Paulina intact, hij geeft de man het volgende motief: ‘Schrijvers zijn net als andere mensen machteloos ten opzichte van de dingen die er in de wereld gebeuren. Maar soms vragen zij zich af, of ze ook machteloos moeten toezien bij wat er gebeurt in de boeken die ze zelf schrijven.’ Hermans heeft zelf tegen Fons Elders gezegd: ‘Ik geloof dat het voor de gezondheid van de menselijke psyche noodzakelijk is dat hij zich met grote regelmaat overgeeft aan wensdromen, drogredenen enzovoort.’ Hij heeft hier kennelijk de consequentie van gezien. Au pair is een sprookjesachtig verhaal. Paulina wordt met verschillende aspecten van het dagelijks leven geconfronteerd. Dit alles is een pastiche, namaak, van een roman. Hermans dubbelzinnigheid is overduidelijk. Alles had anders kunnen lopen, maar Hermans heeft dat niet gewild. De roman is tactisch spannend, de auteur speelt met de verwachtingen van de lezers. Au pair is een hoogst amusante, maar geen grootse roman.


‘Paulina in Parijs: roman van Willem Frederik Hermans’ door Reinjan Mulder
Uit NRC Handelsblad, 08-09-1989.

Het begin van Hermans’ roman wekt geen hoge verwachting. De vier beginalinea’s zouden evengoed geschreven kunnen zijn door een verslaggever van Het Parool. De eerste zin, Het eerste waar Nederlanders aan denken, als ze iets willen verkrijgen dat hun eigen land niet oplevert, is niet het zelf te gaan maken, maar het gaan zoeken in den vreemde, klopt niet. Hermans had beter kunnen zeggen dat de grondstoffen uit het buitenland gehaald worden, maar dat Nederlanders proberen alles zelf te maken. Maar nadat je door hebt gebeten kom je in de volgende honderden bladzijdes geen zin meer tegen die niet mooi en fascinerend is. Hermans geeft een schitterende beschrijving van de gebouwen. De personages, veelal vreemd, komen goed tot hun recht in het decor. Hermans heeft de kans om zijn sarcastische kijk op kunst via zijn personages uit te dragen. Tijdens het lezen van Au pair krijg je de neiging om de plattegrond van Parijs erbij te pakken. Au pair is een geslaagd verhaal omdat het verschillende elementen met elkaar verenigt.

Mijn recensie
Au pair, een intrigerend boek

Toen ik het begin van Au pair las leek het me een raar verhaal. Maar nadat ik bedacht had dat ik Hermans’ boek De donkere kamer van Damokles ook leuk vond, besloot ik door te lezen. EN wat ben ik daar blij mee! Het eerste deel, waar Paulina bij de familie Pauchard gaat werken, vond ik erg leuk om te lezen. Hermans beschrijft Parijs zo nauwkeurig dat ik zin heb om te gaan kijken of alles nu nog zo is. De ontmoeting met Hermans in hoofdstuk 20 vond ik een beetje raar, toen besefte ik nog niet dat Hermans was die in zijn verhaal sprak. Toen ik dat later las, werd het m duidelijk.
Carel Peeters van de Vrij Nederland vindt Au pair een amusante roman. Dat is ook zo, maar Au pair is wel meer dan alleen amusant. Hermans weet de lezer geboeid te houden doordat het niet duidelijk is at er gaat gebeuren. Als je meer van Hermans’ werk gelezen hebt, weet je dat zijn levensvisie niet bar positief is. Alles loopt slecht af. Maar als Paulina terecht komt bij een schatrijke familie kan dat haast niet goed komen.
Ik ben het wel eens met Reinjan Mulder van het NRC Handelsblad; hij vindt het een fascinerend verhaal, na de eerste zinnen. Dat vind ik ook. Als je eenmaal aan het lezen bent, is het moeilijk om te stoppen.
Au pair is een intrigerend boek. Vooral als je wat meer van Hermans weet.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Au pair door Willem Frederik Hermans"