Ben jij eigenlijk wel zo tolerant?

Door Pepijn

Nederland staat voor toeristen en buitenlanders bekend als een 'vrij' land: je kan worden wat je wilt, trouwen met wie je wilt en als je graag groene plantjes oprookt, is dat ook helemaal prima. We dragen met zijn allen die boodschap ook graag uit, maar stellen onszelf nooit de vraag: "Zijn we wel echt zo tolerant?". Ik vind namelijk dat we met zijn allen een stuk minder tolerant zijn dan we denken. 

Bij tolerantie denk ik namelijk aan mensen uit verschillende windrichtingen en met andere achtergronden die samen met veel plezier dezelfde wijk, school en stamkroeg delen. Als ik eerlijk ben, zie ik dat om mij heen maar weinig gebeuren. De school waarop ik de eerste drie jaar van mijn vwo doorbracht, stond in een vrij rijke Haagse wijk en dat was ook te zien aan de leerlingen die er rondliepen: allemaal kinderen van hoogopgeleide ouders. Over de VMBO-school iets verderop werd erg negatief gepraat: zo zouden er alleen maar 'domme' mensen met scooters op zitten. Andersom was dit exact hetzelfde: de leerlingen van die andere school vonden mijn schoolgenoten 'arrogante' kinderen met een rijke papa. Het opmerkelijke was: we deelden veel dingen met elkaar, bijvoorbeeld de Appie in de pauze, maar de moeite doen om elkaar écht te leren kennen, wilde niemand opbrengen.

Iedereen zijn eigen hokje

Die hokjesverdeling zie ik op heel veel manieren terug en die is er voor zover ik weet altijd geweest. Dat hoeft geen probleem te zijn, want hokjes zijn niet per definitie slecht: door hokjes ontmoeten mensen elkaar sneller (bijvoorbeeld door middel van Facebookgroepen) en ontstaan er goede vriendschappen. Het dilemma is alleen dat veel mensen zich niet écht verdiepen in andere hokjes dan die van zichzelf, wat een nog grotere dooddoener is: doen alsof ze geïnteresseerd zijn, maar in feite niets van iemand moeten hebben.

Dit kan wat abstract klinken, dus daarom leg ik het uit aan de hand van een voorbeeld: een schoolgenoot van mij is homo, laten we hem Sem noemen, en al een paar jaar volledig uit de kast. Toen hij uit de kast kwam, kreeg hij veel berichtjes met 'hoe stoer het was dat hij dat durft'-boodschappen erin. Echter, op school weet nog lang niet iedereen het. Voor Paarse Vrijdag, de dag tegen homofobie, had hij met andere mensen paarse armbandjes in de kerstboom op school opgehangen. Op een bepaald moment knipten een paar jongens de bandjes in de boom door, ze lachten zich rot om de 'homobandjes'. Sem zag het en toen hij hen er op een later moment over aansprak, ontkenden ze in alle staten. Nu er ineens een homo voor hun neus stond, deden ze alsof ze zoiets nooit zouden doen. 

Tolerantie is meer dan woorden

Dit vind ik dus schijntolerantie: doen alsof je iets accepteert, maar wel op basis van een soort voorwaarden. Zo mag iemand best feministisch zijn, maar geen kritiek uiten op het mannelijke geslacht zelf. Er zijn nog veel meer voorbeelden hiervan te vinden: mensen die boos worden als hun naam en het woord 'racisme' ergens valt, maar ondertussen vrolijk meelachen als Sylvana Simons weer eens 'op haar nummer wordt gezet' omdat ze haar mening uit over datzelfde soort racisme en 'die aap' haar mond moet houden.  Of, even terug naar het voorbeeld van Sem, homo's accepteren zolang ze 'niet heel vrouwelijk gaan doen'. Beetje hypocriet als ik dat zo mag zeggen toch?

Tolerantie is niet iets wat je zegt of op je Facebookpagina schrijft: het is iets dat je laat merken aan je klasgenoten, buren, collega's en de mensen met wie je wat dan ook deelt. Dat doe je niet door de schijn op te houden, maar door je echt te verdiepen in iets of iemand en dan pas een mening naar voren te schuiven. Qua tolerantie zijn wij Nederlanders goed onderweg, maar we zijn er nog lang niet. Laten we dat niet massaal ontkennen. 

Gepubliceerd op 22 december 2016

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.