ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis

Feitelijke gegevens

  • 1e druk, 2013
  • 330 pagina's
  • Uitgeverij: De Bezige Bij

Flaptekst

Het verhaal van een kleine held in de Grote Oorlog die ervan droomde kunstenaar te worden. 
Vlak voor zijn dood in de jaren tachtig van de vorige eeuw gaf de grootvader van Stefan Hertmans zijn kleinzoon een paar volgeschreven oude cahiers. Jarenlang durfde Hertmans de schriften niet te openen – tot hij het wél deed en onvermoede geheimen vond. Het leven van zijn grootvader bleek getekend door zijn armoedige kinderjaren in het Gent van voor 1900, door gruwelijke ervaringen als frontsoldaat in de Eerste Wereldoorlog en door een jonggestorven grote liefde. In zijn verdere leven zette hij zijn verdriet om in stille schilderkunst. Stefan Hertmans’ jarenlange fascinatie voor zijn grootvaders leven bracht hem uiteindelijk tot het schrijven van deze aangrijpende roman.

Eerste zin

De verste herinnering die ik aan mijn grootvader heb, is die aan het strand van Oostende – een man van zesenzestig, keurig in het nachtblauwe pak, heeft met de blauwe strandschep van zijn kleinzoon een ondiepe put gegraven waarvan hij de opgeworpen rand heeft afgeplat, zodat hij en zijn vrouw daar enigszins gerieflijk kunnen gaan zitten.

Samenvatting

Deel I

De ik-verteller Stefan Hertmans heeft in 1981 na de dood van zijn grootvader Urbain Mertien twee cahiers gekregen met dagboekaantekeningen. Hij heeft er altijd een roman over willen schrijven, vooral over wat zijn grootvader heeft meegemaakt in de Eerste Wereldoorlog. Het is er echter heel lang niet van gekomen. Nu is het dan zover. Hij heeft de aantekeningen van zijn grootvader geraadpleegd en in moderner Nederlands weergegeven. Zelfs daarover heeft hij een schuldgevoel. In 1963 was Urbain aan die aantekeningen begonnen. Als Stefan met zijn zoon Londen bezoekt ziet hij eens schilderij van Velasques, dat zijn opa ook had nagemaakt. Omdat het een naakt in een spiegel betrof, had hij dat altijd onthouden. Later blijkt dit een schilderij van de grote liefde van Urbain (Emelia Maria) te zijn geweest.

Urbains moeder Celine was van een rijkere komaf, maar werd verliefd op de kerkschilder Franciscus. Ze was bij toeval de kerk binnengelopen waar hij schilderingen maakte. Ze dwong haar familie tot toestemming met hem te trouwen, maar dat werd geen rijk leven. Als dertienjarige is Urbain begonnen in een ijzergieterij en hij maakt daar een dodelijk ongeluk van een jongen mee.

Franciscus is heel sterk in het maken van fresco’s en hij krijgt een uitnodiging om in Liverpool de wanden van een kerk te beschilderen. Hij kan daarmee veel geld verdienen en hij doet het. Het gezin blijft in Vlaanderen (Gent) achter. De band met zijn moeder Céline en Urbain wordt daardoor heel stevig. Urbain die graag schilder wil worden, gaat op tekenles, maar dat is erg saai. Na de terugkomst van zijn vader uit Liverpool gaat het met diens gezondheid snel bergafwaarts. Wanneer hij sterft, trouwt Celine later met haar buurman die al lang achter haar aan zat. Deze Henri is niet zo’n leuke stiefvader voor Urbain.

Hij gaat naar de militaire  school om soldaat te worden. Het is een vierjarige opleiding. Vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog ziet hij voor het eerste een naakt meisje (hij is 23) uit het water komen. Haar kleuren zijn wit en blauw (de kleuren van Maria) het is een mijlpaal in het leven van Urbain.

Deel II: 1914 -1918
Als de oorlog uitbreekt, wordt hij opgeroepen om te vechten. Er heerst in de eerste dagen een grote chaos. Het Belgische leger trekt vrij doelloos door het land. Bovendien zijn de Duitsers veel beter bewapend. In het strijdgewoel komt zijn moeder hem opzoeken. Er sterven in die eerste dagen al veel Vlaamse soldaten. Die worden ook nog eens arrogant behandeld door hun Waalse officieren (Zo wordt Urbain steeds met de verkeerde naam aangesproken). De Slag bij Schiplaken is heel erg. Urbain overleeft, maar veel van zijn leeftijdgenoten niet. Er ontstaat daarna een zinloze loopgravenoorlog met over en weer  beschietingen. De Slag bij de rivier de IJzer in oktober 1914 eist ook veel slechtoffers, Urbain gedraagt zich heldhaftig en wordt tijdens de oorlog nog in graad verhoogd (van korporaal tot sergeant-majoor). Toch raakt hij ook gewond, aan zijn lies en hij mag in Liverpool herstellen. Hij wordt verpleegd door Maud op wie hij stiekem verliefd raakt, maar hij doet er niets mee. In Liverpool beseft hij dat zijn vader daar fresco’s heeft geschilderd en hij gaat op zoek. Eindelijk ziet hij een kloosterkerk met Fresco’s. Zijn vader heeft een afbeelding gemaakt van de Heilige Franciscus met zijn eigen  gezicht erin verwerkt. Urbain ziet dat een kind op de schildering zijn gezicht heeft. Wanneer hij terug moet naar Vlaanderen en het slagveld slaat de verveling flink toe: het is een zinloze loopgravenoorlog. Veel soldaten worden met drank en drugs de strijd ingestuurd. Sommigen plegen opzettelijk zelfmoord. In de loopgraaf denkt Urbain weer aan het naakte meisje uit de poel en hij bevredigt zichzelf voor de eerste keer in zijn leven. Hij raakt nog een keer gewond en moet met een boot naar Engeland: iedereen wordt doodziek. Hij bezoekt in Swansea een zoon van Henri. Maar hij moet weer terug naar het front. Intussen heeft hij wegens heldenmoed wel enkele onderscheidingen gekregen. Uiteindelijk overleeft hij ondanks de risico’s die hij heeft genomen de oorlog. Direct daarna valt zijn ook op een mooi meisje.

Deel III
Dit deel begint met een nieuw motto:

Nooit, zo zei hij, had hij geloofd hoe lang de dagen, de tijd en het leven konden gaan duren voor iemand die op een  zijspoor is gezet. (W.G.  Sebal)

De ik-verteller wordt weer Stefan, die uit de dagboekaantekeningen put. Urbain wordt verliefd op het frêle, maar frivole meisje Maria Emelia Ghys. Ze worden verliefd en gaan zich verloven, maar in 1919 slaat de Spaanse Griep toe en Maria sterft. Urbain heeft geen zin meer in het leven, maar ze komen overeen dat hij met de oudere zus van Maria, Gabrielle, trouwt. Dat gebeurt in 1920 maar er is geen sprake van veel liefde en seksualiteit. Als Gabrielle toch zwanger wordt, bedingt Urbain dat hun dochtertje (Stefans moeder) Maria Emelia heet. Dat is wel bijzonder. Ondanks het feit dat er nauwelijks sprake is van een lichamelijke liefde zorgt Urbain meer dan veertig jaar heel goed voor Gabrielle. Hij leeft in een vierhoek van vrouwen ( blz. 278 In deze vierhoek gevormd door  vier vrouwen – zijn  moeder, zijn dode geliefde, haar oudere zus, zijn dochter met de fatale  naam  – heeft mijn grootvader zijn leven doorgebracht.). Hij heeft zich met zijn lot verzoend.
Urbain wijdt een groot gedeelte van zijn leven aan de schilderkunst. Maar hij heeft een groot gebrek (kleurenblindheid), wat zijn stijl doet veranderen. Hij maakt vooral kopieën van beroemde werken, bijvoorbeeld van de man met de Gouden Helm van Rembrandt (die later niet van Rembrandt blijkt te zijn). Stefan bekijkt als laatste nog de portretten van Gabrielle (heel fraai uitgevoerd door Urbain). Ze was enkele jaren ervoor overleden aan de gevolgen van een hersenbloeding, Ook komt hij terug op het naaktportret van Maria Emelia als naakte Venus. Het moet een verschrikking voor Gabrielle zijn geweest. Maria was de grote liefde van Urbain. Stefan bekijkt nog een tweetal zelfportretten van zijn opa, die hij minder geschikt vindt, omdat zijn opa blijkbaar niet in staat geweest is zijn eigen karaktertrekken goed in een portret vast te leggen. Het leven van Urbain Martien is een leven tussen “oorlog en terpentijn” geweest. In de laatste passage komt Urbain bij de hemelpoort aan bij Petrus, die hem ook al bij de verkeerde naam noemt.

Personages

Urbain Mertier

Het gaat in dit boek eigenlijk alleen om Urbain. Stefan Hertmans heeft bewondering voor zijn opa die ene hoge leeftijd heeft bereikt. Hij heeft een armoedige en zware jeugd gehad en een vader die jong stierf. Zij moeder is eigenlijk tegen haar wil hertrouwd met haar buurman Henri met wie Urbain niet zo goed kan opschieten. Hij gaat naar de militaire school en moet zich door de oorlog heenslaan. Hij is daarin slim en dapper en hij wordt onderscheiden vanwege zijn heldenmoed. Hij weet te overleven en na de oorlog wordt hij verliefd op een jong meisje Maria. Maar opnieuw slaat het noodlot toe. Ze sterft aan de gevolgen van de Spaanse groep. Schuldbewust trouwt hij met haar oudere zus (een variant van het zwager huwelijk) Ze is niet aantrekkelijk en seksueel stelt het niets voor. Toch blijft hij haar trouw. Hij werpt zich helemaal op de schilderkunst en vindt dat je alles zo natuurgetrouw moet nabootsen. Hij houdt niet van moderne schilderkunst. Het boek is eigenlijk een eerbewijs van een kleinzoon aan zijn opa. Hij kent de voorgeschiedenis uit cahiers die zijn opa na de dood van zijn vrouw heeft opgetekend.

Quotes

"Urbain Martien, van zijn voornaam zo genoemd omdat de grootvader van zijn moeder ook zo heette, was een knaapje dat iedereen voor zich innam. Hij was forsgebouwd, had lange krullen, stevige knuisten en argeloze blauwe ogen. Achter zijn statige moeder aan drentelde hij als een eend, haar vermakend met zijn dwaze invallen, zijn onstuitbare drang tot knuffelen en gek doen, "

Bladzijde 36

"Plots ziet hij enkele kledingstukken op een hoopje liggen, wit en blauw. De kleuren van Onze-Lieve-Vrouw, denkt hij. Hij doet nieuwsgierig enkele passen in die richting, klimt op de lage wal en merkt dat er een zanderige poel ligt. Meteen krijgt hij ‘de grootste schok van zijn jongelingsleeftijd’. Een meisje van een jaar of achttien richt zich geschrokken uit de poel op. Het water reikt amper tot haar knieën. Hij staat perplex – het is de eerste keer dat hij een jonge vrouw naakt ziet."

Bladzijde 141

"Toen ik gelouterd opstond, zag ik achter het altaar een wandschildering waarop blijkbaar de Heilige Franciscus was afgebeeld; een krans van kleine vogels vloog rond zijn half kale hoofd. Ik liep de twee treden op voorbij het altaar en voelde een soort elektrische schok door mijn lijf trekken: de heilige had onmiskenbaar het gezicht van mijn vader. Ik geloofde mijn ogen niet, maar daar stond hij – hij had zichzelf hier afgebeeld, […]"

Bladzijde 219

"Weer gaan er maanden voorbij waarin we ons beurtelings vervelen, halve dagen verslapen, en dan plotseling in twee uur van loutere gruwel belanden, een onverhoedse uitval, geschreeuw van bevelen, paniek, verwarring, het krijsen van gewonden, waarna de doden worden afgevoerd, verminkte brokken menselijk lijf, waar tevoren nog een jongmens zat te roken en gemoedelijk te praten in de loopgraaf. Mijn verhaal wordt eentonig, zoals de oorlog eentonig werd, zoals de dood eentonig werd, onze haat tegen de Duitsers eentonig werd, zoals het leven zelf eentonig werd en ons uiteindelijk ging tegenstaan."

Bladzijde 252

Thematiek

Oorlog: algemeen
Vooral in deel II van de roman worden de verschrikkingen van de loopgravenoorlog in België verteld. De slag om de IJzer, Schiplaken en Ieper geven aan hoe zinloos de oorlog was. Er sterven aan beide kanten veel onschuldige jongens die vaak met drank en drugs de loopgraven worden uitgestuurd. Urbain is een held (hij krijgt ordes voor heldenmoed) in een zinloze oorlog, die hij weet te overleven, maar waarvan hij later toch trauma’s heeft overgehouden.

Motieven

Moeizame liefdesrelaties
Op 23-jarige leeftijd ziet Urbain voor het eerst een naakte vrouw uit een poel komen lopen. In de oorlog heeft hij voor het eerst een keer zelfbevrediging. Na de oorlog wordt hij meteen verliefd op Maria, maar zij sterft voordat ze kunnen trouwen. Dan trouwt hij met haar oudere zus Gabrielle. Het is wel een harmonieus huwelijk (geen ruzies ed.) maar van een lichamelijke liefde en plezierige seks is geen sprake. Urbain berust daar de rest van zijn leven in. Hij schildert zijn grote liefde Maria Emelia als een naakte Venus af.

Vader-zoonrelatie
Urbain is ook wel dol op zijn vader. Hij wil het schilderen van hem overnemen. Als hij in de oorlog in Liverpool moet herstellen, ziet hij dat zijn vader daar in een kerk een schildering heeft gemaakt waarin hij zijn zoon en zichzelf heeft opgenomen. Dat maakt veel indruk op Urbain. Hij kan het later slecht vinden met zijn stiefvader Henri.

Moeder-zoonrelatie
Urbain heeft een bijzondere band met zijn moeder. Als zijn vader in Liverpool is, zorgt hij goed voor haar: hij is dan de man in huis (parentificatie). Als de Grote Oorlog uitbreekt, komt ze hem opzoeken en eten brengen. Na de dood van zijn vader hertrouwt Celine, maar Urbain vindt dat niet fijn.

Kunstwereld
Urbain vindt zijn grote hobby in het namaken van beroemde schilderijen. Hij is een kopiist. Daarmee heeft hij de trauma’s van zijn leven kunnen overwinnen.

Motto

Het is alsof de  dagen, als engelen in goud en blauw, onvatbaar boven de cirkelgang van de vernietiging staan. (E.M. Remarque)

Het motto verwijst naar de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog waaraan de grootvader van de schrijver heeft meegedaan. De beschrijving van de verschrikkingen komt vooral in deel II van deze roman naar voren.

Opdracht

Voor mijn vader

Trivia

Inspiratie vond de schrijver voor dit verhaal in een schrift dat hij van zijn vader kreeg.

Titelverklaring

De titel komt letterlijk in de tekst voor. Aan het einde van de roman staat op blz. 332: “Zo  was deze paradox de  constante van zijn leven:  heen en weer te worden geslingerd tussen de militair die hij noodgedwongen was geweest en de  kunstenaar die hij  had willen zijn.  Oorlog en  terpentijn. De vrede van zijn laatste jaren heeft hem langzaam  afscheid laten nemen van zijn trauma’s. 

Het betreft  het leven van Urbain Mertien, de grootvader van Stefan, die de Grote Oorlog heeft meegemaakt, omdat hij onder de wapenen werd geroepen, maar liever schilder zou zijn geweest. 

Structuur & perspectief

Er zijn drie niet-getitelde delen in de roman. In het eerste deel vertelt de ik-verteller, Stefan Hertmans, aan de hand van de door hem verkregen cahiers van zijn opa met dagboekaantekeningen hoe het leven van zijn grootvader verlopen is in zijn prilste jaren.

In deel II wordt een ik-verslag gepresenteerd  van grootvader Urbain die in het Belgische leger heeft meegevochten in de loopgravenoorlog tegen Duitsland. Deze periode beschrijft van 1914-1918.

In deel III neemt Stefan Hertmans het als ik-verteller weer over: hij vertelt wat er met de grote liefde van zijn grootvader is gebeurd en hoe hij de rest van zijn leven tot aan zijn dood heeft doorgebracht met schilderen.

Het perspectief is dus in alle drie delen een ik-verteller die in de o.v.t. vertelt. Het verhaalheden is 2012, wanneer Hertmans besluit een biografie/roman over zijn grootvader besluit te schrijven. Daardoor lopen de gebeurtenissen in chronologische vorm nogal door elkaar heen.

N.B. een bijzonder punt is ook wel dat de schrijver foto’s uit het familiearchief aan het boek heeft toegevoegd.

 

Decor

Het boek beschrijft het leven van de grootvader van Stefan Hertmans. In het eerste deel is dat voornamelijk diens  jongste jaren die hij als zoon van een kerkschilder (zijn vader maakte fresco’s) in Vlaanderen doorbrengt. Het deel eindigt als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt. In het tweede deel wordt vrij chronologisch verteld wat er tijdens de Eerste Wereldoorlog met de opgeroepen dienstplichtige Urbain Martien  tijdens de oorlog gebeurd is. Hij is heldhaftig, raakt drie keer gewond en revalideert in Engeland. Met het einde van de oorlog eindigt dit deel 2. In het derde deel wordt verteld vanaf 1918 (de grote liefde van Urbain en zijn huwelijk met haar zuster). Zijn leven met de schilderkunst is dan voornamelijk het thema van dit deel tot aan de dood van Urbain in 1981.

In deel I en II is de stad Gent, de woonplaats van Urbain Mertien, het decor. Het belangrijkste decor is echter dat van deel II: de loopgravenoorlog rond de rivier de IJzer, Ieper en Schiplaken, waar de verschrikkingen van de Grote Oorlog het gruwelijkst beschreven zijn. In deel II gaat Urbain ook nog naar Liverpool om op te knappen: zijn vader is daar in deel I kerkschilder geweest. Hij gaat op zoek naar plafondafbeeldingen van zijn vader in een kerk, die hij ook vindt.

 

Stijl

Wat mij vooral in het eerste deel en derde deel van de roman opviel, is dat Stefan Hertmans heel veel lange zinnen maakt. Het is weliswaar knap dat die zinnen niet ontsporen, maar het maakt de leesbaarheid van de roman niet zo eenvoudig.
In deel 2 wanneer grootvader Urbain als ik-verteller de Eerste Wereldoorlog beschrijft, zijn de zinnen veel korter. Het is dan ook qua inhoud en stijl het meest aantrekkelijke deel van de roman. Zowel in deel I als deel III is de stijl van het vertellen meer die van een boek met non-fictie. De inhoud heeft in die delen ook meer van een biografie dan van een roman.

Drie  voorbeelden  van een erg lange zin uit het eerste  en derde deel :

Blz. 20: Maar de jaren gleden voorbij, en de dagen naderden waarin er,  omwille van de onvermijdelijke honderdjarige herdenking van het  rampjaar 1914, een stortvloed aan boeken zou gaan verschijnen die aan  de schier onoverzichtelijke berg reeds bestaand historisch materiaal nog een dam van boeken zou toevoegen, boeken even talloos als de zandzakken in de IJzervlakte,  ijverig gedocumenteerde, historische, verzonnen romans en verhalen, terwijl ik, die over het privilege van zijn memoires beschikte, deze schriften angstvallig gesloten hield, zelfs de eerste bladzijde niet durfde op te slaan, wetend dat dit mijn afrekening zou worden met een stuk van mijn eigen kinderjaren, een verhaal dat, als ik er geen spoed achter zette, zou verschijnen op het ogenblik dat de lezer zich geeuwend zou afkeren van weer een boek over die vervloekte Groote  Oorlog. (133 woorden)

Blz. 28: Geleidelijk ontvouwde de tijd voor mij het geheim van mijn  grootvader – dat  lange leven waarvan het grootste deel een naspel was geweest,  een epiloog bij nog haast middeleeuwse kinderjaren, een van gruwelen vervuld jong mannenleven, een na de oorlog gevonden en verloren grote passie, het verhaal van zijn taaie berusting, zijn pijnlijke onthouding, zijn kinderlijke moed, de innerlijke gevechten tussen  vroomheid en verlangen, eindeloos geprevelde gebeden, geknield, de hoed naast  hem op  een kerkstoel, het wit omkranste hoofd gebogen voor de talloze heiligenbeelden en flakkerende kaarsen in schemerige godshuizen – het  gepassioneerde levensgevoel van een wereld waarvan aan de buitenkant niets opwindends was te zien. (105 woorden)

Blz. 274/275: Zo trouwde in 1920  eerste  sergeant-majoor Urbain Joseph Emile Martien, vuurkruiser en drievuldig drager van het ereteken van de  Leopoldsorde, waarvan eenmaal het Kruis met drie palmen en eenmaal de Kroonorde met één palm, verder het Ridderkruis voor uitzonderlijke verdienste, de militaire decoratie met streep, het Oorlogskruis met drie palmen en twee leeuwen, de IJzermedaille in de kleur van  de Leopoldsorde, benevens nog  andere onderscheidingen en eretekens – zo trouwde hij, nog net geen dertig jaar oud, met de timide en drie jaar oudere  Gabrielle  Ghys, die bijna veertig jaar zijn vrouw zou blijven en  die hij een oprechte  genegenheid zou toedragen, om in  zijn stijl te blijven. (107 woorden)

Slotzin

Zo, zelf een flard geworden in een woud van herinnering, stijgt hij op, minder dan een rookpluim op de wind. Aan de poort van zijn langverwachte hemel gekomen, popelend om daar zijn geliefden te ontmoeten, staat hij stram in de houding en wacht op toelating, als stond hij weer voor de legerarts in de kazerne. Sergent-major Marsjèn? vraagt de Heilige Petrus ten slotte, bladerend in de ellenlange namenlijst van de vuurkruisers. Non, mon commandant. Je m’appelle Martien, pas Marsjèn, à vos ordres. Hij salueert.

Beoordeling

Oorlog en terpentijn is een mooie roman van Stefan Hertmans.  Het is een eerbetoon aan zijn grootvader die een moeilijk leven heeft gehad.  Hij heeft gekozen voor een aparte structuur. In deel I en III is hij zelf aan het woord, maar het spannendste deel om te lezen is toch vooral deel II waarin Opa Urbain in de ik-vorm over de verschrikkingen van de Grote oorlog vertelt. Dat deel leest verreweg het best. In de andere delen komen toch ook wat saaie uitweidingen voor. Bovendien is de stijl van Stefan Hertmans niet zo eenvoudig. Hij schrijft vaak heel lange zinnen (zie onder kop : stijl).

Het boek verschijnt een jaar voor het herdenkingsjaar 2014, waarin het 100 jaar geleden is dat de Grote Oorlog begon. De Eerste Wereldoorlog krijgt daardoor in de Nederlandstalige literatuur meer aandacht. Het boek is voor geïnteresseerde lezers dan ook uitstekend te combineren met de onderstaande boeken over die in Nederland zo onbekende oorlog.
-Stefan Brijs - Post voor Mevrouw Bromley (2011);
-Edwin Mortier - Godenslaap (2008);
-Conny Braam - De handelsreiziger van de Nederlandse Cocaïnefeabriek (2009);
-Do van Ranst (Young adultroman) - Iedereen bleef brood eten.

“Oorlog en terpentijn” lijkt me wel een boek voor geoefende lezers.  Voor een bepaalde categorie zal het te saai zijn. Niettemin heeft de schrijver een pareltje toegevoegd aan de Nederlandstalige literatuur.

Recensies

"Ook de officiële geschiedschrijving heeft haar plaats in Oorlog en terpentijn: de gruwelijke slag van Schiplaken bijvoorbeeld, die alle schoolboeken zou halen. Daarnaast toont Hertmans in detail hoe het schisma tussen Walen en Vlamingen tijdens de oorlogsjaren nog groter wordt. Zo verhoudt de kleine geschiedenis van Urbain zich als een miniatuurkopie tot de grote en heeft de sensibele Hertmans niet alleen zijn grootvaders stem vertolkt maar die van een hele generatie."
http://www.volkskrant.nl/...ntijn.html

"Hertmans geeft de oorlogsperiode de ruimte en daarin schrijft enkele van de mooiste pagina’s die ik over ’14- ‘18 heb gelezen. Leidraad is het dagboek, maar de tekst is die van de schrijver. En die tekst is een onderdompelende ervaring waarin het geknoei van de oorlog tastbaar wordt, de chaos, de verschrikkingen en de schrijnende afstand tussen Franstalig kader en Vlaamse infanteristen die taal-, cultuur- en klassenstrijd tegelijk is en de verhoudingen voorgoed zal bederven."
http://www.nrclux.nl/oorl...t/1179270/

"Over ‘Oorlog en terpentijn’ blijft de melancholie van het onkenbare verleden hangen. Maar voor de lezers van ‘Terug naar Merelbeke’, ‘Steden’ en ‘Als op de eerste dag’, krijgt het werk van Stefan Hertmans in dit nieuwe boek, een verhelderende en overtuigende samenhang, alsof de schrijver in het levensverhaal van zijn grootvader zijn eigen drijfveren en verlangens heeft herkend, niet als een drukkend keurslijf maar als een aanzet, een opdracht die moest bijgestuurd en voltooid worden. ‘Oorlog en terpentijn’ is een knap, meeslepend en ontroerend boek."
http://www.cobra.be/cm/co...ans-oorlog

"Hertmans geeft zijn grootvaders geschriften een brede bedding mee: de interpretatie van een leven. Van de verdoemenis van de oorlog is de man nooit hersteld, maar er doet zich in zijn leven nog een drama voor, minder luidruchtig dan de inslaande obussen, maar niet minder bepalend: de dood van zijn verloofde door de Spaanse griep in 1919. Hij huwt haar zus, ‘een goedmoedige, van passie verstoken vrouw, die in bed met een regenjas aan sliep’. De tristesse van het bestaan van de ‘gehuwde weduwnaar’ die zijn grootvader geworden is doen versmelten met het megadrama van een aan flarden geschoten humaniteit, dat is het werk van een toverkunstenaar."
http://www.humo.be/boeken...terpentijn

"Onwezenlijk is het dat het lustrumjaar een schaduw zou werpen over ‘Oorlog en terpentijn’, een nostalgische roman over een man die meedeinde op de ritmische golven van levenslust en weemoed, in die genadeloze volgorde, een gelouterde ziel van wie je de staalblauwe ogen niet kunt verbeelden zonder een glasheldere traan die eruit kantelt, om dan traag neerwaarts te glijden."
http://www.cuttingedge.be...terpentijn

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Jochem

Jochem

De hoofdpersoon heet Urbain Martien en niet Mertien...

1 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

Stijn

Stijn

Weet iemand de idee hiervan? ,Symbool

1 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

Julian Hoogeveen

Julian Hoogeveen

"Sommigen plegen opzettelijk zelfmoord."

Noem je dit 'zeker weten goed'? Naast het feit dat ik overgoten wordt met kromme zinnen en spelfouten, valt er op de structuur ook heel wat aan te merken. Beste Kees, probeer er alsjeblieft een goed lopend, maar vooral goed verzorgd verhaal van te maken, voordat je dit uploadt. Er zal namelijk zeker een aantal leerlingen zijn dat daadwerkelijk gelooft dat dit prutswerk 'zeker weten goed is', waarna ze een mooie 4,0 ontvangen wanneer ze delen hiervan in hun verslag verwerken, en het inleveren op school. Een verslag dat met 'zeker weten goed' betiteld wordt, zou dat naar mijn mening ook écht moeten zijn...

1 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

H.

H.

High quality samenvatting...
Zeker weten niet helemaal goed 3.5/5.

2 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

P.

P.

Maria sterft toch aan water in haar longen?

2 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

H.

H.

hoi! bij deel 2 heb je over de slag om de ijzer gezegd dat het in 2014 is, in realiteit is dit natuurlijk 1914. Klein detail maar misschien toch even aanpassen

Veel liefs <3

3 jaar geleden

Antwoorden

H.

H.

Oh, nog een foutje gespot, oops! Bij personages staat dat Maria overlijdt aan de Spaanse groep. Ik gok dat je griep bedoelt. Geen probleem hoor, stel je gewoon even op de hoogte.



Groetjes, Henk

3 jaar geleden

Sterre

Sterre

Bedankt voor je reactie! We hebben het aangepast!

2 jaar geleden

gast

gast

Andere verslagen van "Oorlog en terpentijn"