ADVERTENTIE
Wil jij exposeren in het Rijks?

Heb jij een goed oog voor mooie beelden? Het Rijksmuseum zoekt jonge fotografen die hun talent durven laten zien. De prijzen: een tentoonstelling in het Rijksmuseum en je eerste betaalde foto-opdracht! Klik voor meer info over het thema en de wedstrijd.

Meer info

Feitelijke gegevens

  • 1e druk, 2018
  • 383 pagina's
  • Uitgeverij: Atlas Contact

Flaptekst

In "De goede zoon' trekt Rob van Essen de lezer een omgeving in die dystopische trekken vertoont en tegelijk angstaanjagend herkenbaar is. In een wereld waar invoering van het basisinkomen heeft gezorgd voor lethargie en stijgend museumbezoek reizen twee mannen af naar het zuiden met een geheime opdracht. De een kent het echte doel van de reis. De ander heeft net zijn moeder begraven. Samen gaan ze op zoek naar verlossing en vergetelheid, bijgestaan door ironische robots en praatgrage zelfrijdende auto's.
De goede zoon is niet alleen een meeslepend verslag van een tocht door een labyrint vol vreemde gebeurtenissen, maar ook een verrassend autobiografische roman over een zoon die de balans opmaakt na de dood van zijn moeder.

Eerste zin

Ik had vandaag ruzie bij de kassa van Albert Heijn in de Rijnstraat. Bijna ruzie, niet echt. De vrouw achter mij zette haar boodschappen al op de band toen ik nog bezig mijn boodschappen op de band te zetten, ik kan daar slecht tegen.....

Samenvatting

Proloog
Verslag van een dialoog uit documenten van Nazorg, over de verteller die een Bronzo-figuur in zijn soapaflevering heeft gestopt. [ Dit gesprek komt later ook terug in het derde hoofdstuk)

Eerste en de tweede dag  (verhaalheden) 
De naamloze verteller (60) is schrijver in een toekomstige samenleving  waarin iedereen een basisinkomen heeft. Hij schrijft plotloze thrillers die de lezers zelf moeten afmaken qua interpretatie. Het gaat even niet zo goed met hem. Hij heeft zojuist zijn honderdjarige moeder, die dement was,  begraven. Zijn uitgeverij wil zijn nieuwste thriller niet uitgeven. Hij wordt gebeld door een  vriend uit het verleden. Deze Lennox heeft hij veertig jaar niet meer gezien. Hij is nodig om Bronzo  (ook een man uit zijn verleden) zijn geheugen uit diens jeugd terug te geven. Omdat hij toch niets te doen heeft, gaat hij mee. Het wordt een curieuze reis naar het zuiden en Lennox wil nog niet veel over het doel vertellen. Ze komen in rare situaties terecht bijv. in het dorp Mersbergen waar het hele jaar carnaval wordt gevierd. Ze rijden  eerst per bus, maar later rijdt Lennox in een benzineauto , terwijl er verder alleen zelfrijdende auto's elektrisch rondtoeren. Ze boeken in een hotel met receptierobots, sprekende bedden en poep  analyserende toiletpotten. In een nachtclub ziet de verteller een digitale vrouw met hem dansen. Hij weet nog steeds niet waartoe de reis allemaal zal leiden. In de nacht denkt hij na over zijn schrijversloopbaan en de toekomst van de literatuur. Weer later denkt hij na over het einde van de kunst. Bij het zien van een tentoonstelling in 2008 waarbij de schedel van Hirst in het Rijksmuseum werd getoond, besefte hij ineens dat het einde van de kunst nabij was. Hij had ooit ook zijn opleiding aan de kunstacademie afgebroken. 

The A-team (jaren tachtig vorige eeuw)
'Ik' is begin twintig en heeft na zijn uitkering een baantje in een Archief in Amsterdam gekregen. Ze moeten het papieren verleden van andere instanties ophalen en in een algemeen archief opnemen. Hij heeft zijn Vwo niet afgemaakt en het is eenvoudig werk met wat simpele zielen om hem heen. (grap met de rubber dildo's in de koffie). Hij noemt het werk samen met Lennox en Guido The A-team. Dat gaat goed, totdat Guido van de trap valt en gehandicapt verder moet in een rolstoel. Er is ook botkanker bij hem  geconstateerd.  Zijn rolstoel maakt hetzelfde geluid als de rolstoel van de moeder van de  verteller in het tehuis (BZZZZT, BZZZZT).
Tijdens hun werk ontdekken Lennox en de verteller ook een verborgen ruimte waarin gepensioneerde  agenten maquettes maken van onopgeloste zaken met lijken. Ze doen dat met erg veel precisie. 
De Meester komt ook bij het Archief werken en zij ontdekken dat er een studentenflat aan de overkant van het Archief staat, waar vaak onoplettende, blote meisjes voor de ramen verschijnen. Er zijn 64 ramen (vgl. schaakbord) en de verteller en Lennox benoemen de kamers dan ook met schaaktermen A3, B7,  E5. De Meester (later Bonzo genoemd) geeft aan dat ze een keer naar E5 moeten kijken. Dan zien ze hem het meisje van die kamer neuken. Het hele Archief raakt er opgewonden van.
Intussen vertelt de 'ik' aan de lezer hoe streng religieus hij in zijn jeugd is opgevoed. Toen hij vier was, gingen zijn ouders weer 'in De Heer', verhuisden daarvoor naar het strenge Rijssen met zijn vele afscheidingen in de christelijke leer. De verteller heeft zelf de religie afgezworen en voelt veel meer voor het boeddhisme (de westerse variant althans, al lijkt dat ook een hoop quatsch met zijn meebrengen.)   

Derde en vierde dag
Als de 'ik' weer wakker wordt in zijn hotel, rijdt hij met Lennox op weg naar ...... Die vertelt dat ze o.a. op zoek zijn naar de diamanten van Bronzo. Die laatste  was namelijk betrokken bij de ontvoering van een biermagnaat (Batavier- vgl. Freddy Heineken). Ze spreken o.a. over het kunnen inloggen in iemands anders hoofd, waardoor je met die persoon zijn herinneringen kunt delen. Lennox vertelt ook dat ze de verteller vanuit De Dienst altijd hebben  geschaduwd. Zo hebben ze zijn leven op afstand beïnvloed: de  baan bij de soapserie Echte Vrienden, Slechte Vrienden en het ontslag daar (zie proloog). Omdat het laatste boek van de plotloze schrijver Bonzo-achtige kenmerken vertoonde, wordt ook het boek niet uitgegeven. In het volgende hotel mediteert de verteller over de godsdienst (vooral de angst voor de hel van zijn moeder ) en het boeddhisme. Hij beeldt zich ook een gesprek in met zijn overleden therapeut Colenbrander (die later ook door de Dienst blijkt te zijn vermoord).
De volgende (vierde dag) gaat 'ik'alleen de stad in, want Lennox voelt zich niet lekker. Hij komt in een klein kamermuseumpje  van een zonderlinge man Midas. Lennox wil dat niet geloven bij terugkomst.

Het klooster (halverwege de jaren tachtig)
In het midden van de jaren tachtig is de verteller in Amsterdam kunstgeschiedenis gaan studeren en hij heeft er een kortstondige relatie met het meisje Emmy aan overgehouden. In Engeland moesten ze in de auto rondrijden om een plek te kunnen vinden waar ze konden neuken. Hij gaat naar de hierboven genoemde therapeut en dat speelt zich af precies in de tijd dat de biermagnaat Batavier werd ontvoerd. De verteller geniet een uitkering, maar werkt ook zwart in een café. Op een dag staat Lennox voor de deur die hem meeneemt naar een klooster in Limburg , waar ook Guido op hem wacht. Hij moet van Guido Bonzo een nieuwe identiteit geven, omdat die de ontvoerders van de biermagnaat er bij gelapt heeft. Het is een zorgeloze, rustige periode in een stil klooster. Bonzo krijgt de identiteit en de herinneringen van de verteller in een decor van het Amstelveen van die jaren. Het gaat hem goed af en als beloning zorgt de Dienst ervoor dat hij een baan krijgt als tekstschrijver bij de soap 'Echte Vrienden Slechte Vrienden'. Die houdt hij totdat hij een personage opvoert dat op Bonzo lijkt.

Vijfde en zesde dag
In de queeste haakt Lennox op de vijfde dag Lennox. Hij zet de 'ík' in een zelfrijdende auto die "Jerôme" heet. Ze communiceren met elkaar, de auto weet veel (vooral via Wikipedia) en ze eten en slapen in de auto. De auto die erg empathisch is, gaat o.a. de hoofdpersoon masseren. Als hij na een nacht met enge dromen wakker wordt, heeft de auto zelfs seks met de verteller, waarbij de laatste klaar komt. Dat schept een band en het wekt ook seksuele gevoelens bij de auto op, die daarna mooie vrouwen gaat naroepen. (Fuckie, Fuckkie!)
Vervolgens gaat de discussie vooral over de relatie van de 'ik' met zijn ouders en in het bijzonder met die met zijn moeder, die hij immers welke week bezocht. Zo verwerft de verteller zichzelf inzicht over de situatie met zijn moeder. Een van de mooiste sub-hoofdstukken betreft de beschrijving van de laatste dagen en de dood van de moeder, waarbij de zoon inderdaad zijn goede, empathische  kant toont.
Auto Jerôme levert hem af bij een klooster (onderweg zijn ze veel pelgrims tegen gekomen). Maar hij geeft hem de raad niet naar binnen te gaan. Hij vertelt aan  de verteller  waarom hij dat vindt en wat hem te wachten staat. Toch gaat 'ik' naar binnen.

Zevende dag
Binnen treft hij Guido aan en Bonzo (de Priester uit het Klooster van hoofdstuk IV). Jerôme  heeft hem verteld dat Guido hem wil hersenspoelen en dat dit ook met Bonzo zal gebeuren. De Dienst wil weten waar de diamanten zijn die Bonzo heeft achtergehouden(na de ontvoering van de biermagnaat)  maar waarschijnlijk in zijn geheugen zitten. De verteller krijgt een helm op en ook wordt er iets bij hem ingespoten. Dan neemt een wij-verteller het van hem over. In het brein van Bonzo zit een afbeelding van de schedel van Hirst. 

Epiloog 
Verslag van een dialoog van twee technici die de toestand van de verteller beschrijven nadat zijn geheugen is gewist. Hij zit er een beetje schaapachtig bij. 

Personages

De verteller

De verteller die geen naam heeft, is zestig jaar en hij schrijft een serie plotloze thrillers. In zijn jeugd heeft hij te maken gehad met Lennox en Guido. Ze werkten met hem en met ene De Meester in het Amsterdams Archief. De verteller heeft zijn vwo-opleiding niet afgemaakt. Daarna doet hij een kunstopleiding. Hij wordt door De Dienst (een soort AIVD) gevraagd om een verleden te creëren voor De Meester die voor verklikker heeft gespeeld in de ontvoeringszaak van een biermagnaat. De verteller geeft hem min of meer zijn eigen jeugd voor het opbouwen van die nieuwe identiteit. Het blijkt dat hij de rest van zijn leven steeds door Big Brother wordt geschaduwd. Hij komt uit een gelovig gezin, dat vanuit Amsterdam, teruggekeerd is naar Rijssen. Zijn moeder was bang voor der dood en nog meer voor de hel. In het begin kon hij niet zo goed met zijn moeder opschieten, maar als ze ouder en dement is geworden, gaat dat beter. Hij bezoekt haar elke woensdag. Als ze 100 jaar is, sterft ze. Kort daarop wordt hij door Lennox (en Guido) gevraagd om weer een opdracht te vervullen. Hij rijdt in een futuristische samenleving naar een plek in het zuiden van Europa, waar zijn geheugen door Guido gewist zal worden.Eigenlijk is hij een speelbal in handen van De Dienst. Zij bepalen wat hij gaat doen en wat zijn speelruimte is. Hij weet niet wat er met hem gebeuren zal.

Lennox

Lennox is even oud als de verteller. In het Archief hebben ze na hun schoolperiode samen gewerkt. Blijkbaar is Lennox voor De Dienst blijven werken en hij moet van Guido de verteller ophalen. Hij vertelt hem in eerste instantie niet wat ze moeten gaan doen. Aan het einde van de queeste laat hij de verteller min of meer aan zijn lot over. Hij geeft hem over aan een pratende, masserende en tot seks bereid zijnde auto die Jerôme heet. Lennox blijft daarna buiten beeld en buiten schot. Hij is eerst de helper van de verteller, maar lijkt steeds meer op een tegenspeler.

Guido

Guido is een techneut, die de verteller ook kent uit zijn -periode van het Archief. Hij krijgt een bedrijfsongeluk en moet zich voortbewegen in een rolstoel. Hij is eigenlijk altijd in dienst gebleven van De Dienst en misschien wel het brein van de organisatie. In het klooster in Limburg en later dat van Zuid Europa heeft hij de touwtjes in handen. Hij zorgt ervoor dat hij de informatie kan uitlezen die in het hoofd van de verteller zit.Veel kom je als lezer echter niet over hem te weten.

Bronzo / De meester

Bronzo (schuilnaam voor De meester) is een belangrijke maar niet veel omschreven tegenspeler van de verteller. In het Archief was hij de machoman die de studente E5 in haar eigen appartement heeft geneukt. Alle medewerkers konden toen toekijken, omdat hij de sekspartij had aangekondigd.. Later blijkt hij een rol te hebben gespeeld in de ontvoeringszaak van de Batavier. Hij moet een nieuwe identiteit krijgen. Pas in het laatste hoofdstuk duikt hij weer op om net als de verteller een hersenexperiment te ondergaan. Hoe dat afloopt, weten we als lezer niet.

Quotes

""Waar zit hij, waar moeten we naartoe? vraag ik, alsof het al vaststaat dat ik met Lennox meega. En waarom ook niet, ik heb toch niets te doen. Het kamertje van mijn moeder is leeg en mijn uitgever wil mijn boek niet uitgeven."

Bladzijde 24

"Vertel eens een verhaal, zegt Lennox. Hé? Ik ben toch met een schrijver op stap? de meester van de plotloze thriller."

Bladzijde 37

"Sinds de invoering van het basisinkomen is iedereen aan het schrijven geslagen, maar dan ook echt iedereen. Robo's kunnen onderhand ook aardige verhalen produceren, vol samenhang en in verschllende talen tegeklijk, maar we willen zelf schrijven, en de lezers die nog over zijn willen iets wat door de mens is gemaakt, iemand als zij, we willen elkaars boodschappen lezen, we willen iets wezen wat geschreven is door iemand die we kunnen verbeteren en overstijgen...."

Bladzijde 62

"Ik had per ongeluk de toekomst of het einde van de literatuur ontdekt: je geeft de lezers wat ze willen: je laat ze zelf het verhaal verzinnen. Schrijver, lezer, eindelijk was iedereen gelijk- en daarvan kon ik leren!"

Bladzijde 65

"Het was op sinterklaasavond 2008, in het Rijksmuseum, toen ik naar For the Love of God ging kijken, die met diamanten bezette schede; die Damien Hirst had gemaakt of beter: had laten maken. een platina schedel bedekt met zo'n acht zuizend kleine diamanten en één grote diamant op het voorhoofd.."

Bladzijde 69

"Verander een museumzaal in een wachtkamer waarin de bezoeker naar de schilderijen kijkt zoals hij naar kalenders of posters van de Zwitserse Alpen zou hebben gekeken: terloops, om de tijd te doden, zonder ook maar echt te zien- zonder dat hij het weet zie hij de kunst in haar ware gedaante. Als het de bedoeling van Hirst was om een werk te maken dat alle andere kunstwerken uitschakelt, is hem dat gelukt.. "

Bladzijde 74

".... doet achteraf erg denken aan der thumbnails op de pagina's van pornosites, maar dit beeld kan ik niet aanklikken, vergroten, opblazen tot volledig scherm, ik zie alleen dit kleine beeld en toch zie ik alles. De Meester neukt E5, recht voor mijn ogen."

Bladzijde 114

"“Een oud model, kwetsbaar nog, hoog op de wielen, dun blik, een grille van chroom, kleine zwarte auto in de regen, ik zie hem en mijn hart breekt, hij rijdt langzaam, alsof landschap en tijd zich om hem heen steeds een beetje uitrekken zodat hij nooit zal aankomen, kleine zwarte auto in de regen, het is een titel voor iets, niet voor een boek of verhaal, daar is het te sentimenteel voor, eerder een lied, voor weer een andere musical.” "

Bladzijde 155

Thematiek

Moeder-zoonrelatie
Een belangrijk thema in deze roman is de verhouding tussen moeder en zoon. De titel verwijst daar tenslotte naar, evenals de twee motto's die Van Essen aan zijn romans meegeeft. In het eerste hoofdstuk vertelt de "ik" dat hij zijn moeder van 100 heeft begraven, nadat ze als demente vrouw in een tehuis was opgenomen. Toch verbindt hij deze verhaallijn (via het geluid van de rolstoel van zijn moeder al aan de andere verhaallijn van de fictie met Guido en Bonzo) Vooral in Hoofdstuk V wanneer hij in auto Jerôme reist, komt het ware gevoel van de verteller voor zijn moeder naar boven. Hij vindt zichzelf een goede zoon, omdat hij haar elke woensdag bezoekt. Indrukwekkend is het verslag dat hij aan de auto (en dus aan de lezer) doet hoe de laatste dagen van zijn moeder zijn verlopen. Hij had voordat ze dement werd een heel andere mening over zijn moeder. Ze was altijd erg bang geweest voor de dood en vooral voor de hel, en daarom had ze gewild dat ze terug keerden naar het ouderlijk geloof. Ze waren daarom verhuisd daar het strenge Rijssen en dat heeft het leven van de hoofdfiguur wel beïnvloed. Er blijkt echter uit zijn verhaal niet dat hij dit alles zijn moeder kwalijk heeft genomen. Hij toont wel begrip voor haar kant van het verhaal.

Fantasie en werkelijkheid
Het tweede thema is het verschil tussen fantasie (fictie) en werkelijkheid. Voortdurend moet de lezer zich afvragen wat fictie is, wat illusie is en wat een mogelijke werkelijkheid is. Het verhaal speelt zich al af in een nabije toekomst waarbij de mogelijkheden die de verteller aanbiedt wel of niet haalbaar zouden kunnen zijn. Verder is hij zelf een schrijver (n l. van plotloze thrillers) waarbij hij geen oplossingen aandraagt, maar de lezers van zijn boeken zelf de mogelijkheid geeft om het verhaal in te vullen. Daarover mediteert hij in de hotelnachten van zijn queeste. Zo'n zelfde element komt voor bij de opvattingen over kunst en over godsdienst. Je kunt de waarheden van die twee begrippen ook zelf bepalen. Hij haalt de waarheden van het christendom en het boeddhisme erbij. Omdat hij zelf ook waarheden kan scheppen, als schrijver, als tekstschrijver voor soaps en als bedenker voor het verleden van de criminele Bonzo,sta je als lezer steeds voor de vraag was is waar en wat is fictie? De verteller geeft je daarover geen sluitend antwoord. Dat is aan de lezer van deze op zich 'plotloze' roman.

Motieven

Angst
Het leven van de moeder van de ik-figuur wordt bepaald door angst. Die angst is door het geloof ingeprent bij haar. Het is in feite de angst voor de dood, maar nog specifieker de angst voor de hel, en het brandende vuur. De verteller merkt dat die angst verdwijnt als zijn moeder dement is geworden en eigenlijk een rustiger bestaan heeft gekregen.

Queestemotief
De ik-figuur wordt door een oude vriend Lennox opgeroepen mee te gaan naar een opdracht waarbij hij iemand uit zijn verleden een nieuw geheugen moet geven. Hij weet eigenlijk vanaf het begin niet waarheen de reis gaat en wat hij precies moet doen.

Geloof
Het geloof drukt een stempel op het leven van de verteller. Zijn vader en moeder kiezen in zijn jeugd voor een terugkeer naar het Gereformeerde geloof en ze gaan in Rijssen wonen. Daar zitten vee zware gelovigen.Zelf heeft de verteller later het geloof in de steek gelaten. Hij voelt meer voor het boeddhisme.

Seksualiteit
Er zitten verwijzingen in naar seks. De seks die de verteller heeft met zijn eerste geliefde Emmy. Hij moest ritjes maken met haar op een plek te zoeken waar hij de seks met haar kon uitoefenen. Een tweede voorbeeld is de seks die de Meester uithaalt met het meisje uit de studentenflat. Hij pakt meisje E5. Later heeft ook de verteller met een stagiaire seks in de studentenflat. De meest bizarre seks is die van de verteller met zijn pratende auto. Die bezorgt hem een orgasme.

Schrijversleven
De verteller is schrijver geworden. Hij is succesvol met een aantal zogenaamde plotloze thrillers. Hierbij moeten de lezers zelf het plot interpreteren. Hij kan niet veel anders schrijven en zijn laatste boek wordt niet door de uitgever uitgebracht. De Dienst heeft daarbij een vinger in de pap , omdat hij teveel elementen uit het leven van Bronzo in zijn personage had verwerkt.

Toekomstproblematiek
De roman speelt zich af in de nabije toekomst. Er zitten behalve gemakken ook problemen aan zo'n samenleving. Terugkerende elementen in verhaal zijn: - er zijn geen papieren kranten . Er zijn alleen 'nostalgiekranten' die je kunt oproepen via een beeldscherm - het bestaan van een palio (erg moderne smartphone) - pratende bedden - zelfrijdende auto's met gevoel en seksuele mogelijkheden - zorgrobots en receptierobots die ironie kunnen herkennen - schooltassen die achter schoolmeisjes aankruipen - iedereen heeft een basisinkomen - poep analyserende toiletpotten - een pratende lift - het fictieve dorp Mersbergen waar het hele jaar carnaval wordt gevierd

Dood
De moeder van de verteller sterft als ze 100 jaar is. Hij bezoekt zijn moeder twintig jaar lang elke woensdag. Tegen Jerôme, de pratende auto, vertelt hij over haar laatste dagen, wat een indrukwekkende passage oplevert.

Liefdesrelatie: jeugdliefde
In zijn studiejaren heeft de ik-verteller een relatie met het Engelse meisje Emmy. Ze studeert ook kunstgeschiedenis in Amsterdam. Hij gaat naar haar toe in Engeland. De relatie duurt niet erg lang.

Dementie en geheugenverlies
De moeder van de verteller lijdt de laatste jaren aan dementie. Ze wordt in een tehuis opgenomen en ze voelt zich voor het eerst in haar leven gelukkig, omdat ze niets meer weet. Ze kan dan ook geen angst meer hebben voor de dood en de hel.

Kunstwereld
Opmerkelijk is de visie van de verteller waarin hij tijdens een overnachting in het hotel aangeeft dat de kunst gestorven is. Bij de tentoonstelling van de Schedel van Hirst waren de andere kunstwerken in de wachtzaal opgehangen. Daardoor hadden ze hun betekenis verloren. Voor de verteller is het duidelijk dat dit de dood van de kunst was.

Big brother
Het Big Brothermotief is te zien in de werkwijze van de Dienst. Na zijn werk in het Archief heeft de Dienst hem steeds gevolgd. Ze hebben hem een opdracht gegeven, ze hebben hem een baan bij de soap gegeven en weer ontnomen en ze hebben de uitgeverij opgedragen zijn laatste boek niet uit te geven. Ook bekent Guido dat ze de psychiater Colenbrander om het leven hebben gebracht, omdat hij ook te veel wist van Bonzo.

Motto

The good son
The good son
The good son
Nick Cave , 
The good son''

Holden: Describe in single words only the good things that came into your mind about... your mother.
Leon: My mother?
Holden: Yeah.
Leon: Let me tell you about my mother (He shoots Holden) 

Trivia

Met deze roman won Rob van Essen de Libris Literatuurprijs 2019. In mei van dat jaar werd hij bekroond met deze belangrijke literatuuronderscheiding. Uit het juryrapport van de Librisprijs: De goede zoon intrigeert, amuseert en zet aan tot denken over onszelf en de wereld om ons heen. Dat gebeurt op een oorspronkelijke manier in een ongewone vorm. Het verhaal speelt in een zeer nabije toekomst. Mensen hebben een basisinkomen, in de zorg en de horeca werken 'robo's' en iedereen schrijft boeken, terwijl er nauwelijks nog lezers zijn. Die schaarse lezers willen geen echte literatuur. Ze willen herkenbaarheid, ze willen ‘hun eigen wereld terugzien, ze wilden niet verontrust worden maar gerustgesteld’. Het einde van de literatuur is in zicht. Een dystopisch beeld, maar niet zwaar of naargeestig; de roman snijdt ernstige kwesties aan maar houdt steeds een lichte toon en werkt zelf bepaald niet mee aan het einde van de literatuur. Integendeel, deze roman blaast de literatuur juist een krachtig nieuw leven in. De goede zoon is een zeldzame combinatie van speelsheid en ernst, transparantie en raadselachtigheid.

Titelverklaring

De Goede zoon verwijst naar de relatie tussen de zoon en de moeder van de verteller. Hij heeft haar de laatste twintig jaar elke woensdag bezocht in het tehuis waarin ze was opgenomen, omdat ze dementeerde. Hij vond dat hij daarmee een goede zoon was. Als ze overleden is, reflecteert hij in de roman op de karaktertrekken van zijn moeder en de angsten die ze had. Ze was pas echt gelukkig toen ze dement was en de angst voor de hel kwijt raakte. 

Structuur & perspectief

De roman is knap geconstrueerd. Heden en verleden lopen in zes hoofdstukken door elkaar heen. De hoofdstukken worden ook weer onderverdeeld in subhoofdstukken met een Romeinse cijferindeling.  Er is sprake van een queeste in het verhaalheden dat in de nabije toekomst speelt en er zijn twee hoofdstukken waar in het verleden van de verteller wordt gedoken.
Er is een naamloze ik-verteller die in d e o.t.t. (het verhaalheden) en in de o.v.t. (het verleden) vertelt. In de allerlaatste passage, waarin het geheugen van de verteller wordt gewist, laat de schrijver zijn ik-verteller los en wordt er beschreven vanuit het wij-perspectief dat je ook zou kunnen lezen als dat van een alwetende verteller. 

Er is ook sprake van een gecursiveerd gedrukte korte proloog en een korte epiloog, waarin twee dialogen worden geschetst in notaties van wat geheimzinnige instanties die het leven van de ik-verteller hebben geobserveerd volgens een soort Big Brother-motief. 

Het romanverhaal zit ook vol met vooruitwijzingen en spiegelingen waar de lezer in eerste instantie weinig mee kan, maar die altijd verderop in de roman een uitwerking krijgen. Daardoor kun je stellen dat 'De Goede Zoon' razendknap geconstrueerd is. Er is dus niet sprake van een chronologische roman.
Eigenlijk heeft het verhaal ook een open einde. Je weet niet hoe het verder met de hoofdfiguur afloopt. Hij is immers een gedeelte van zijn geheugen kwijt.

Decor

Er zijn diverse decors in de roman.
Amsterdam is het decor van hoofdstuk II (The A-team). Daar bevindt zich het Archief waar de verteller is aangenomen. Hij woont in hoofdstuk 1 ook in de hoofdstad, maar vertrekt in dat deel met Lennox uit de hoofdstad naar het "zuiden."
In hoofdstuk IV Het Klooster wordt gesuggereerd dat het klooster in de omgeving van Limburg is gesitueerd. Het is een rustige omgeving met heuvels, en in Nederland.
In de twee laatste hoofdstukken bevindt de verteller zich vooral in de auto in het buitenland.  Omdat er ook over pelgrims wordt gesproken, is het niet onmogelijk dat  'het zuiden' in deze situatie inhoudt dat het uiteindelijke klooster in Spanje staat (Santiago de Compastella is een bekende pelgrimsplaats)
Als belangenruimte geldt ook nog dat de verteller zijn jeugd heeft doorgebracht in het zeer gelovige Rijssen. Zijn ouders hadden zich weer bekeerd tot het Gereformeerde geloof.  Hij vertelt daarover als achterafverteller.
De verteller krijgt de opdracht het geheugen van Bonze te programmeren in het decor van Amstelveen.

Wat de tijd betreft zijn er wel enkele vraagtekens.
Uit tekstgegevens kun je opmaken dat de verteller in 1961 is geboren. Hij is vier jaar wanneer zijn ouders naar Rijssen trekken en dat gebeurt  in 1965. Het betekent dat hij in het begin van de jaren tachtig in het Amsterdamse Archief werkt. De sekspassage met de Meester en E5 vindt precies tien jaar eerder plaats dan de naaktfoto van Janet Jackson op de cover van de Rolling Stone (1983-blz. 113). De foto staat in 1993 op de cover.
De passage in het klooster in Limburg vindt plaats halverwege de jaren tachtig van de vorige eeuw.
Maar de hoofdstukken in het verhaalheden spelen zich af als de verteller 60 jaar is. Dat wordt enkele keren benadrukt. Dat zou 'rekenkundig'gezien inhouden dat het verhaalheden speelt in 2021.  Maar de samenleving waarin de verteller rondloopt,  heeft eigenlijk wel de kenmerken van een dystopie. Dan zou die misschien wat later geplaatst kunnen worden, maar tekstgegevens ontbreken daarvoor.
 

Stijl

De stijl van deze knap geconstrueerde  roman heeft verschillende kenmerken. De schrijver wisselt heel lange zinnen (van soms wel meer dan een  pagina- in een voortdurende gedachtestroom) af met vrij korte. Heel veel lastige woorden worden niet gebruikt of ze worden uitgelegd.

De stijl van Rob van Essen heeft verder veel ironische of cynische kenmerken. Dat geeft het verhaal een lichtvoetige ondertoon. Er zijn zelfs robots die ironie herkennen en gebruiken.
Een paar voorbeelden van ironie en cynisme:
(blz. 41) "Nog even en de tassen kruipen samen naar school en de meisjes kunnen thuisblijven."
(blz.44) Het zou aardig zijn als het apparaat bij bepaalde toetscombinaties een klein zuchtje van genot zou slaken, maar dat is te frivool, daar zijn het de tijden niet naar, misschien valt het wel onder misbruik en je bij onverantwoord gebruik van dergelijke toetscombinaties gearresteerd."
(bl. 45) ...uit een gleuf in de pols schuift een kaartje naar voren dat in zijn handpalm valt. Die gleuf ziet er wat ongelukkig uit, als de nooit geheelde wond van een zelfmoordpoging- alsof de robo's onze wereld nu al niet zien zitten, want ze hebben allemaal die gleuf."
(blz. 55) "Ik ben toch nog steeds met een schrijver op stap? Vertel dan maar eens een verhaal. Zo werkt dat niet, zeg ik. Als je met een goochelaar op stap bent, ga je er toch ook niet vanuit dat die voortdurend trucs doet?
(blz. 118) Waarschijnlijk [...] speelden die afwijzingsbrieven van uitgevers ook een rol ; eenmaal terug in de schoot der kerk, ontpopte mijn vader zich tot een gevierd schrijver van christelijke jeugdboeken en gewild columnist in onderwijsbladen. Afwijzingen waren er niet meer bij; de literaire drempel in de gereformeerde gemeenschap lag een stuk lager dan in de echte wereld
."
(blz. 143) [De zoon]  "Kookt witte rijst met pon. Zijn inzet is zeer buitengewoon. Als hij geen zin heeft stuurt hij een kloon. Rijmwoorden rijgen zich aaneen bij een zoon. Dochters hebben het moeilijker. geen wonder dat mijn zus minder vaak langskwam, ze had gewoon minder rijmwoorden. Wie vocht er? Een moeder met haar dochter.

Ook de metaforen van de schrijver mogen er zijn:
(blz. 83 ) ... hij werd door mij en Lennox Guido Gazelle genoemd, omdat hij altijd stevig doorliep. Of hij zich nu naar de depots begaf om stukken terug te zetten die door bezoekers in de studiezaal waren bestudeerd of in de pauze een tweede kopje koffie ging halen, altijd beende hij met grote passen naar zijn doel, als een alcoholist die in de verte de rolluiken van de slijterij al ziet zakken."
(blz. 132) "Hij keek met ons mee en liet zich meeslepen door ons enthousiasme, in een bedaarder tempo, als een vader tijdens een boswandeling met drukke kinderen die zich zo nu en dan laten terugzakken om heel deelgenoot te maken van een vondst en hij toonde zich geïnteresseerd in de dennenappel of braakbal, want hij komt eigenlijk nooit in een bos.
(blz. 194-195)
Bonzo was ook van mij. Alsof we gescheiden ouders zijn en het kind toegewezen gekregen heeft, maar ik weet van geen scheiding, ik ben op een zijspoor gezet, alsof ik de draagmoeder was die haar baarmoeder beschikbaar heeft gesteld en dat was dan dat.
De fraaie metafoor bij de dood van zijn moeder: (blz. 342).... de ademhaling van mijn moeder: een houthakker die rustig bezig is in een heel groot bos. Later werd haar ademhaling weer onregelmatiger; soms keek de houthakker secondelang om zich heen op zoek naar een nieuwe geschikte boom, altijd maar die keuzes, waarom had niemand die bomen gewoon genummerd, van één tot honderdduizend, dat had zijn  leven veel eenvoudiger gemaakt." 

Uit de gegeven voorbeelden blijkt m.i. duidelijk dat het lezen van deze roman van Rob van Essen een literair genoegen kan zijn.
 

Slotzin

Wanneer de deur dicht klikt, horen we alleen nog het strijkorkest dat nummers uit de jaren tachtig speelt- want we eten inmiddels dat ze dat inderdaad doen, het ene nummer na het andere..

Bijzonderheden

Er zitten veel (symbolische) spiegelingen in de roman.
- De motor van de rolstoel van de moeder in hoofdstuk 1  (BZZZT, BZZZT) keert later terug in de motor van de rolstoel van Guido, of in de geluiden die de verteller tijdens de reis meent waar te nemen in zijn hoofd, de tinnitis. Ook de sprekende auto kan het geluid nabootsen bij het instellen van de autostoelen. (BZZZT, BZZZT wordt daarmee in feite een verhaalmotief in engere zin.)
- het geheugenverlies van de moeder als ze de laatste jaren van haar leven dement is, verwijst naar het geheugenverlies van  de jeugd van Bonzo, maar zeker ook naar de passage waarin Guido aan het einde van de roman het geheugen van de verteller probeert te wissen.
- de diamanten die Bonzo heeft verdiend met het verraden van de ontvoerders  van de biermagnaat Batavier, keren terug in de Schedel van Hirst het kunstwerk, waarin duizenden kleine diamanten op een schedel worden afgebeeld met een grote diamant op het voorhoofd. Bonzo beweert zelfs dat hij die diamanten heeft geleverd aan Hirst.
- Het klooster in Limburg keert in het laatste hoofdstuk terug in het klooster in het zuiden (Spanje ?) De sfeer is er hetzelfde, Guido is er, De Priester is er 
- de plotloze thrillers van de verteller keren eigenlijk ook terug in de roman De Goede Zoon. Ook dat is eigenlijk een plotloze thriller en de rol van de lezer van die laatste roman is gelijk aan die van de lezers van de boeken van de verteller over Lennox. Ze moeten zelf maar interpreteren wat er in het verhaal gebeurt.
- de passage waarin de verteller met een helikoptervlucht boven Rijssen wil vliegen om de zondagse kerkgang van de diverse geloven te volgen, komt overeen met het beeld dat hij oproept aan het eind bij de verschillende bewegingen  die de groepen pelgrims in de buurt van het klooster maken maar ook met de helikoptervlucht die de verteller met Lennox maakt om de woonwijk waarin het verleden van Bonzo moet worden gemaakt (Amstelveen) in kaart te brengen.
- de spiegeling van proloog en dialoog  waarbij de verteller steeds in de gaten wordt gehouden door vertegenwoordigers van het BigBrothersysteem.

Beoordeling

'De Goede Zoon' is een prachtig geconstrueerde roman. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik vorig jaar(2018)  vlak nadat het boek was uitgekomen op een bepaald moment niet verder had gelezen, omdat ik me er de tijd niet voor had gegund. 
Nadat de roman dit jaar in mei (2019) de Libris Literatuurprijs had gewonnen, heb ik het weer ter hand genomen en het eigenlijk achter elkaar uit gelezen. Toen werd me ook duidelijk hoe de verhaallijnen liepen, hoe alles uiteindelijk in elkaar grijpt en hoe fraai en lichtvoetig Van Essen het onder woorden brengt. Hoewel de lezers na afloop zeker met vragen blijven zitten, - want Van Essen geeft geen pasklare antwoorden,-   zie ik in dat het boek terecht met de belangrijke literaire prijs is bekroond. 

Ik kan de roman dan ook zeker aanraden voor de literatuurlijst, maar dan moet je als jonge lezer wel de nodige ervaring hebben opgedaan. Maar geef je je over aan de 'nukken' van de schrijver, dan zul je rijkelijk beloond worden. 

Recensies

"De ware plotbouwers gaan uit van de kenbaarheid van de werkelijkheid. Van Essen daarentegen laat zien dat een schrijver de echte wereld wel kan benaderen, maar nooit kan kopiëren. Dat fictie in wezen altijd surrogaat blijft. Overal in de roman zitten dat soort surrogaat-werkelijkheden verstopt. Politieagenten die oude moordzaken reconstrueren door er maquettes van te maken. Een studentenflat die nimmer wordt betreden maar slechts wordt bespied. Een man die zijn eigen woning tot museum bestempelt. Aliens die zich voordoen als demente bejaarden. In feite is het hele leven anno 2050 een surrogaat geworden, met herinneringen die naar believen kunnen worden in- of uitgeschakeld. Het zijn allemaal pogingen om greep te krijgen op de realiteit. Met De goede zoon laat Van Essen overtuigend zien dat kunst en literatuur ons geen verwrongen kopie van de werkelijkheid dient voor te houden, maar ons juist kan verzoenen met de onbegrijpelijkheid van alles. Dat resulteert in een groots en overdonderend boek."
https://www.hpdetijd.nl/2...van-essen/

"Je krijgt pas geleidelijk door dat alles met alles te maken heeft in deze complexe, maar razendknappe roman. Terwijl je in het hoofd zit van de hoofdpersoon die zijn eigen verleden construeert gaat het ook over het werken bij een archief, waarin de verledens van anderen worden bewaard. Het boek gaat ook over het construeren van nieuwe verhalen omdat de hoofdpersoon schrijver is, het gaat ook over een soort geheime dienst die politie-informanten zoals Bonzo aan een andere identiteit helpt. Het gaat ook over dementie: dat je gelukkig kunt zijn omdat je niet de rol meer hebt die je de rest van je leven moest spelen. Het gaat ook over een allesziende schepper, de roman beslaat niet voor niets zeven dagen, die je in de gaten houdt. De veilige, beschermde jeugd van de hoofdpersoon waarin religie een belangrijke rol speelde is veranderd in een verhaalheden waarbij het alziend oog van God vervangen is door een alziend oog van de computer."
https://www.tzum.info/201...de-zoon-2/

"De goede zoon is vooral erg tragisch. Iedereen is bezig met zijn of haar eigen angsten en komt daar pas met dementie van los. De hoofdpersoon heeft alleen zakelijk contact met anderen en klaart helemaal op als iemand die hij veertig (!) jaar geleden heeft gezien aanbelt, alsof deze Lennox altijd zijn beste vriend is geweest. Niemand is geïnteresseerd om te luisteren naar de hoofdpersoon, behalve de zelfrijdende en zelfdenkende auto. Deze auto vraagt naar het overlijden van de moeder, vraagt door, denkt mee, geeft genegenheid en is wegens een gebrek aan eigenbelang hoe wij graag hopen dat mensen zijn. Het verschil met de mensen uit het boek is schrijnend en dat verschil blijft het meeste hangen na het lezen van dit boek."
https://www.tzum.info/201...oede-zoon/

" Je wordt ook verrast doordat hij telkens conventies doorbreekt: de hoofdpersoon gaat gerust op bezoek bij een overleden therapeut. Haast schokkend, want best opwindend, is een seksscène. Met een auto. Het is een krankjorume wereld, en toch ook weer niet. Want De goede zoon is toch vooral een roman over een man die zijn moeder kwijt is. Hij vraagt zich af wie zij was, en wie hij zelf is. Omdat hij geen kinderen heeft, geeft hij niets door en verhoudt hij zich maar moeizaam tot de tijd, denkt hij. Wie geen vader wordt, blijft altijd zoon, een beperkt perspectief. De bevreemding van de hoofdpersoon werkt door in de lezer van dit rijke, wonderlijke boek. En intussen gaat de tijd voorbij. Bzzt."
https://www.nrc.nl/nieuws...t-a2635079

"‘De goede zoon’, what’s in a title, is vóór alles het verhaal van een zoon die zijn moeder langzaam uit het leven heeft zien verdwijnen. De hellevaart waartoe hij wordt veroordeeld spiegelt de hellevaart die hem in het vooruitzicht is gesteld in zijn zwaar gereformeerde jeugd. En is het niet de hand van God die het leven bestiert, dan zijn het wel de machinaties van een ander soort verborgen macht die ook hem in de mal van predestinatie hebben gedwongen. Het geheugenverlies waar hij op afstevent, spiegelt de dementie van zijn moeder. Naarmate de vertelling het einddoel nadert begint die telkens strakkere cirkels te draaien rondom kwesties van beschikking en zelfbeschikking, herinneren en vergeten"
https://www.groene.nl/art...2018-10-31

"Intussen is ‘De goede zoon’ met zijn bizarre fantasieën, Big Brotherachtige complotten, zelflopende rugzakken, seksleverende automobielen, z’n alles vervlakkende basisinkomen, wel degelijk een ideeënroman, over het leven, over kunst. Zo wordt de mens als slachtoffer van een zorgeloze toekomst geschilderd, de moeder die met haar dementie en de voortdurende zorg in een soort hersenloos walhalla terecht is gekomen, de zoon die door een robotauto wordt bevredigd en in slaap gesust. Het lijkt of Van Essen de vraag wil stellen wat er in de toekomst nog overblijft van ons ik, van onze identiteit. Tegelijkertijd is hij zich er voortdurend van bewust dat hij literatuur bedrijft, dat het fictie is wat hij schrijft. Die twee elementen, boodschap en verbeelding, sturen zijn romans in even onwaarschijnlijke als onvoorspelbare richtingen."
https://www.trouw.nl/cult...ogle.nl%2F

"Het hoe en waarom van de dystopische elementen in dit boek – zeer beklemmend, zo wil geen mens leven – en gebeurtenissen die deels berusten op waarheid mag iedereen zelf lezen en beoordelen, net als de prachtig gedetailleerde beschrijvingen van desolate gebieden aan de rand van een stad. Het is een roman met contrasten, hoogstaande technologie tegenover de queeste van een mens die zo graag de goede zoon wil zijn, en het eerder genoemde motief vuur tegenover water dat in al zijn verschijningsvormen zijn plaats opeist. Deze roman is een aanrader voor een ieder die niet terugdeinst voor wat seks (soms karikaturaal en/of hilarisch), een verhaal dat luchtig omspringt met de tijd, en proza dat afwisselend poëtisch dan wel direct is. En of de zeven dagen een betekenis hebben als geheel laat ik graag over aan de interpretatie van de lezer, het zou jammer zijn hier iets over los te laten. Onbevangen en nieuwsgierig beginnen aan deze duizelingwekkende roadtrip is het devies!"
https://deleesclubvanalle...oede-zoon/

Overhoor jezelf

De roman wordt chronologisch aan de lezer gepresenteerd.
De ouders van de verteller zijn religieus geweest, hebben het afgezworen en zijn daarna weer godsdienstig geworden. Welke godsdienstleer hingen ze aan?
Hoe heten de twee hoofdstukken uit het verleden van de verteller?
Meerdere antwoorden mogelijk
Welke bijzondere kenmerken heeft de toekomstige samenleving waarin het romanverhaal speelt?
Meerdere antwoorden mogelijk
Bewering I : Het perspectief berust bij een ik-verteller.
Bewering II : Die verteller heeft geen naam.
Bewering III: In het verhaalheden is de ik-verteller 60 jaar.
Waarom vindt de verteller zich zelf 'een goede zoon'?
De roman heeft een proloog en een epiloog die uit een dialoog bestaat.
Welke belangrijke literaire motieven herken je in deze roman?
Meerdere antwoorden mogelijk
Bewering I : In de nieuwe samenleving bestaat Albert Heijn nog steeds.
Bewering II : In de nieuwe samenleving kun je nog gewoon kranten kopen.
Bewering III: In de nieuwe samenleving kun je zelfs seks hebben met je auto.
Welke plaatsen of decors komen terug in de roman?
Meerdere antwoorden mogelijk
Als je naar de tekstgegevens kijkt, zou je moeten concluderen dat het verhaalheden gesitueerd is
Het BigBrothermotief komt in deze roman zeker voor.
De letters BZZZZZT hebben in deze roman zeker als Leitmotiv een bepaalde betekenis.
In de auto voert de bestuurder Jerôme vooral gesprekken over de invloed van de moeder op het leven van de verteller.
Welke twee thema's spelen zeker een rol in de roman?
Meerdere antwoorden mogelijk
Bewering I : Het werk in het Archief ligt beneden het denkniveau van de ik-figuur.
Bewering I : Guido krijgt een bedrijfsongeluk
Bewering III : De Meester (Bonzo) is de meest brutale medewerker op het Archief
De verteller mijmert in een nacht over het verdwijnen van de kunst in de samenleving. Waar ligt de oorzaak?
Waaruit kun je de invloed van De Dienst op het leven van de verteller afleiden?
Meerdere antwoorden mogelijk

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit ZekerWetenGoed-verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.