Tist de Ruiter  1SSTEMC  nr.11


Kruistocht in Spijkerbroek door Thea Beckman
Laatst heb ik een heel interessant boek gelezen en men vroeg mij om een artikel te schrijven voor ons schoolkrantje, De Wijsneus.
Na wat opzoekwerk ben ik terecht gekomen bij het hoofdpersonage, Rudolf Wega, nu 60 jaar. Kruistocht in Spijkerbroek werd uitgegeven in 1973, Dolf was toen 16 jaar. Ik mocht van hem een interview afnemen, het werd een interessant gesprek . Hopelijk vinden jullie het ook, Tist de Ruiter uw reporter van dienst.


Even kort schetsen waarover het boek gaat :
Rudolf Wega uit Amstelveen is een jongen van 16 jaar. Hij wordt vaak Dolf genoemd en weet goed wat hij wil. Zoals de titel van het boek al zegt, belandt hij in een Kinderkruistocht in zijn spijkerbroek. Hij heeft een rustig karakter maar als er iets niet gaat zoals hij wil, gaat hij flink tekeer en krijgt hij uiteindelijk toch altijd zijn zin.
 De vader van Dolf heeft samen met zijn 2 vrienden een laboratorium. Als Dolf een rondleiding krijgt, geeft hij zich op als proefkonijn. Hij zal door de materie-transmitter   ( een soort teletijdmachine) voor een middagje naar de Middeleeuwen worden teruggeflitst om te kijken naar een riddergevecht in Mongivray, een stadje in Frankrijk. Door een foute berekening komt hij wel terecht in de Middeleeuwen maar in Spiers, in de buurt van Keulen, in Duitsland dus.
En daar begint het avontuur….


Tist : Vooraleerst heel erg bedankt dat ik U mocht interviewen meneer Wega.
Dolf : Zeg maar Dolf hoor ! En heel graag gedaan….het was een leuke, maar ook      moeilijke tijd waarin ik veel geleerd heb over de geschiedenis en de mensen die toen leefden.
Tist : Ok, Dolf. Wat was er zo anders in de Middeleeuwen toen je er net was?
Dolf : Ik ontmoette eerst een Italiaanse jongen, Leonardo. En  leerde van hem ‘Diets’, de taal die in de Middeleeuwen in bijna heel Europa werd gesproken. Ik op mijn beurt leerde Leonardo de Arabische cijfers in plaats van de Romeinse cijfers. Leonardo werd een goeie vriend van mij, we besloten ons samen aan te sluiten bij de Kinderkruistocht naar Jeruzalem.
Tist:  Wie was dan de aanvoerder van die Kinderkruistocht?  En waren er echt alleen maar kinderen die deelnamen aan de tocht?
Dolf : Een herdersjongen, Nicolaas, was de aanvoerder die blijkbaar de zee in Genua kon laten wijken zodat iedereen veilig aan de overkant kon komen. Samen met Dom Anselmus en Dom Johannis, twee monniken, had hij de leiding. Iedereen in de Kinderkruistocht was heel goedgelovig en geloofde dat het Nicolaas zou lukken om de zee te laten wijken, God had het nou eenmaal belooft. Maar de Kinderkruistocht was heel slecht georganiseerd. De monniken en Nicolaas waren heel streng. Er was niet genoeg te eten en er was geen goede zorg voor de zieken, daarom gingen er veel kinderen dood. Ik vond dat hier snel een einde aan moest komen. Na een gesprek met de leiders mocht ik een deel van de Kruistocht overnemen met de hulp van Mariecke.
Tist : Dolf, je spreekt over Mariecke, wie is zij? En hoe zijn jullie de Kruistocht dan gaan leiden op jullie manier?
Dolf : Leonardo en ik ontmoetten haar tijdens onze eerste avond in het kamp. Ze was toen pas 8 jaar, maar voelde zich zeer verantwoordelijk en was altijd heel lief en zorgzaam voor iedereen. Ik was stiekem wel een beetje verliefd op haar. We maakten verschillende groepen : jagers, vissers, mensen die kruiden en fruit zochten om  eten te maken, verzorgers voor de zieken en vechters die iedereen beschermden tegen struikrovers.


Tist : Rovers?!  Die tocht zal dan toch niet altijd zonder gevaar zijn geweest.
Dolf : Nee, zeker niet! Onderweg maakten we heel veel erge dingen mee, zoals de Scharlaken Dood (een dodelijke ziekte), veel kou in de Alpen, een kinderroof op de Povlakte in Italië en nog veel meer. Ik had meer tijd nodig om iedereen te beschermen tegen de ziekten en ik wou de ‘gestolen’ kinderen snel terug halen. Wat uiteindelijk gelukkig allemaal lukte.
Tist : Dolf, jij werd dus de held van de Kruistocht ! Waren er nog anderen die een belangrijke rol speelden tijdens jullie tocht?
Dolf : Ja hoor, tijdens de Kruistocht kwam er nog een andere monnik, Dom Thaddeus, de Kinderkruistocht steunen. In het begin viel hij niet veel op maar wanneer ik zelf de Scharlaken Dood probeerde te overwinnen, kwam hij me hulp bieden. Hij wist wel dat ik niet zo gelovig was als de andere kinderen (als je ongelovig was in de Middeleeuwen noemden ze je een ‘Ketter’) maar hij hielp me altijd.
Tist : Wat een mooie gebaar, het is waar … het maakt niet uit welk geloof of overtuiging je hebt, je moet iedereen helpen en je moet met iedereen kunnen samenleven. Hoe komt het dan uiteindelijk tot een opstand daar aan het strand?
Dolf : Mooi gezegd Tist ! Dat geldt voor nu en de toekomst ook. Maar toen ging het er niet altijd zo eerlijk aan toe. Wanneer de kinderen die nog leven waren in Genua aankwamen, ontdekte ik iets verschrikkelijks ! Dom Johannis vertelde me dat hij en Dom Anselmus op Nicolaas hadden ingesproken dat hij de uitverkorene was die de zee in Genua kon laten wijken om veilig naar Jeruzalem te komen. Nicolaas dacht dat hij dit van God had gehoord en haalde zoveel mogelijk kinderen bij elkaar om dit wonder uit te voeren. Maar het waren eigenlijk de 2 valse monniken, die de kinderen enkel daarheen wilden halen voor slavenhandel. Er zouden dan een paar schepen naar daar komen die de kinderen naar Afrika zouden brengen, hiervoor kregen de monniken dan veel geld. Ik was hiervan zo geschrokken en probeerde aan de meeste kinderen duidelijk te maken wat hen te wachten stond. Eerst wilden ze me niet geloven, maar wanneer  Dom Johannis het de kinderen zelf vertelde, probeerden ze er alles aan te doen om dit te voorkomen. Wij hielden de slavenboten tegen. Wanneer het moment was aangebroken dat Nicolaas zijn hand op hief om de zee te laten wijken, gebeurde er inderdaad niets. De kinderen die nog van niets wisten, waren heel erg teleurgesteld en vielen Nicolaas aan. Gelukkig kon ik hen op andere gedachten brengen, Nicolaas was eigenlijk zelf het slachtoffer van de leugens van de 2 monniken. De kinderen vielen op hun beurt Dom Johannis en Dom Anselmus aan, Dom Johannis kwam er goed vanaf maar Dom Anselmus stierf in het gevecht.
Tist : Niet zo’n best einde voor Dom Anselmus. Wat gebeurde er met al de anderen?
Dolf : De groep splitste op en ieder ging zijn eigen weg. Leonardo ging met Mariecke terug naar zijn geboorteland, Italië. Hij zou daar met haar trouwen (alles kon in die tijd, hij ongeveer 20 jaar, zij pas 8 jaar). Ik besefte maar al te goed dat ik daar in de Middeleeuwen zou moeten blijven en besloot er dus maar het beste van te maken. Maar wonder boven wonder ontving ik een kistje met daarin een brief uit mijn eigen tijd. Ik moest over 24 uur op een bepaalde plek zijn en daar kon ik toch uiteindelijk nog teruggeflitst worden! Ik nam afscheid van iedereenen probeerde hen duidelijk te maken hoe ik hier gekomen was en hoe ik weer terug zou gaan. Het lukte me nu wel om weer terug te keren naar mijn eigen tijd en zo kende het verhaal toch nog een mooi einde !
Tist : Wat een onvergetelijk verhaal … Dolf, bedankt voor dit geslaagd interview !
Dolf : Graag gedaan Tist, ik vond het fijn om nog eens over die ‘speciale’ tijd te kunnen vertellen. En ik hoop dat door jou artikel in het schoolkrantje er nog veel andere jongeren het boek Kruistocht in Spijkerbroek gaan lezen.


 


 


 


 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

K.

K.

boter kaas en eieren

2 jaar geleden

Antwoorden

Blubje

Blubje

br />


@kaas

1 jaar geleden

gast

gast